5.19.2015

Fidel Castro over 8 mei en de toekomst

8 mei was het dag van de overwinning op het nazisme. Zeventig jaar geleden eindigde de tweede wereldoorlog. Helaas werd er een domper op de herdenkingsvreugde gezet. De Soviet-Unie, die het leeuwendeel van de strijd leverde, is niet meer. Het communisme als maatschappijstelsel is ideologie-non-grata in onze Europese 'democratie'. En een is er een groeiend conflict met Rusland. Zo erg zelfs dat de meeste Europese 'leiders' het niet eens konden opbrengen om in Moscou hulde te gaan brengen aan de oud-strijders. Fidel Castro, voorman van de Cubaanse Revolutie, schreef voor de gelegenheid een prachtige tekst over de herinnering die elke progressief in zijn/haar hart moet dragen, en dat nog het meest van al op 8 mei.






The 70th anniversary of the Great Patriotic War will be commemorated the day after tomorrow, May 9. Given the time difference, while I write these lines, the soldiers and officials of the Army of the Russian Federation, full of pride, will be parading through Moscow’s Red Square with their characteristic quick, military steps.
Lenin was a brilliant revolutionary strategist who did not hesitate in assuming the ideas of Marx and implementing them in an immense and only partly industrialized country, whose proletariat party became the most radical and courageous on the planet in the wake of the greatest slaughter that capitalism had caused in the world, where for the first time tanks, automatic weapons, aviation and poison gases made an appearance in wars, and even a legendary cannon capable of launching a heavy projectile more than 100 kilometers made its presence felt in the bloody conflict.
From that carnage emerged the League of Nations, an institution that should have preserved peace but which did not even manage to stop the rapid advance of colonialism in Africa, a great part of Asia, Oceana, the Caribbean, Canada and a contemptuous neo-colonialism in Latin America. Barely 20 years later, another atrocious world war broke out in Europe, the preamble to which was the Spanish Civil War, beginning in 1936.
After the crushing defeat of the Nazis, world nations placed their hopes in the United Nations, which strives to generate cooperation in order to put an end to aggressions and wars, such that countries can preserve the peace, development and peaceful cooperation of the big and small, rich or poor States of the world. Millions of scientists could, among other tasks, increase the chances of the survival of the human species, with billions of people already threatened by food and water shortages within a short period of time. We are already 7.3 billion people on the planet. In 1800 there were only 978 million; this figure rose to 6.07 billion in 2000; and according to conservative estimates by the year 2050 there will be 10 billion.
Of course, scarcely is the arrival to Western Europe of boats full of migrants mentioned, traveling in any object that floats; a river of African migrants, from the continent colonized by the Europeans over hundreds of years. 23 years ago, in a United Nations Conference on the Environment and Development I stated: “An important biological species is in danger of disappearing given the rapid and progressive destruction of its natural life-sustaining conditions¬: man.” I did not know at that time, how close we were to this.
In commemoration of the 70th anniversary of the Great Patriotic War, I wish to put on record our profound admiration for the heroic Soviet people, who provided humankind an enormous service. Today we are seeing the solid alliance between the people of the Russian Federation and the State with the fastest growing economy in the world: The People’s Republic of China; both countries, with their close cooperation, modern science and powerful armies and brave soldiers constitute a powerful shield of world peace and security, so that the life of our species may be preserved.
Physical and mental health, and the spirit of solidarity are norms which must prevail, or the future of humankind, as we know it, will be lost forever. The 27 million Soviets who died in the Great Patriotic War, also did so for humanity and the right to think and be socialists, to be Marxist-Leninists, communists, and leave the dark ages behind.

bron: Granma

5.18.2015

Peter Gay (1923 - 2015)

Maandag, filmpjesdag. Vandaag aandacht voor de vorige week overleden psycho-historicus Peter Gay.
Jan Art heeft mij voor het eerst echt laten kennis maken met deze historicus en vooral met de 'psychologische geschiedenis'. Een vaak wat meewarig bekeken onderdeel van de historiografie, waarin tegenwoordig nog steeds zeer interessante studies uit voortkomen, vooral dan (in 'mijn vakgebied') in de psychologische achtergronden van negentiende en twintigste-eeuwse katholieken.

Peter Gay, geboren op 20 juni 1923 in Berlijn als Peter Joachim Frölich, ontvluchte Duitsland in 1939, eerst naar Havana, dan naar de VS. Doctor in de Politicologie, professor in de Europese intellectuele geschiedenis en daarenboven opgeleid in de psychoanalyse en gespecialiseerd in de psychologische geschiedenis. Zijn excellente 'Freud voor Historici' staat reeds vele jaren in mijn boekenkast.

Er zijn maar weinig filmpjes te vinden online, maar we brengen een excellente uiteenzetting (uit een blijkbaar onvervalst vakidioot-programma) over agressie en geweld.

Een interview van Marcia Alvar met Peter Gay uit 1993.


5.17.2015

Cantigas de Santa Maria

Kameraden en vrienden, we kunnen er niet onderuit, we zijn al midden mei. En mei is traditiegetrouw Mariamaand. Op zich weinig opzienbarend, de tijd dat katholieke scholen verplicht te voet naar Lourdes, Scherpenheuvel, Kevelaer of andere Mariale oorden trokken ligt al een tijdje achter ons. Maar bon, elke reden is goed om een fraai stukje muziek te laten horen. Vandaag brengen we Spaanse Mariale hymnen, de Cantigas de Santa Maria, in de versie van Llibre Vermell de Montserrat. Veel luisterplezier.

5.16.2015

Genadebrood - de onstuitbare opmars van de voedselbank

De fraaie zaterdag is voor veel mensen deel van een verlengd weekend. Reden genoeg om een interessante publicatie voor te stellen.

Genadebrood, de onstuitbare opmars van de voedselbank ISBN 97890 5452 2973 Uitgeverij Passage, Groningen 2015.

Peter Verschuren, schepen voor de SP in het Nederlandse Hoogezand-Sappemeer, schreef een verhelderend boek over de situatie van voedselbanken bij onze Nederlanden.
Ook in ons land groeit het aantal mensen en gezinnen dat afhankelijk is voor hun overleven van voedselbedelingen zienderogen. Daarom zeker ook voor ons een aanradenswaardig boek, recht uit de praktijk. Niet alleen worden deze caritatieve instellingen onder de loep genomen, haar medewerkers, haar bestaansredenen en haar 'klanten', er wordt ook vanuit een consequent linkse uitgangspositie nagedacht over hoe links hier tegenover dient te staan. Als progressieven vinden we het schande dat ze moeten bestaan, het zijn veelal paternalistische caritatieve instellingen, maar tegelijk zijn veel mensen en gezinnen er op op aangewezen voor hun overleven. En dat moet het hart van iedere progressief doen bloeden. Een open en links boek over een belangrijk maatschappelijk thema.

Spanning, het maandblad van het Wetenschappelijk Bureau van de SP.nl, publiceerde in haar maart-nummer een interessante bespreking. In het kader van de Creative Commons - licentie nemen we het hier, met veel plezier, over.


In Genadebrood vraagt Peter Verschuren zich af hoe blij we moeten zijn met de snelle opkomst van de voedselbank. Op basis van eigen ervaringen en gesprekken met betrokkenen komt hij uiteindelijk tot een oordeel, maar de worsteling blijft.

Waren we gek in de jaren zeventig? Met die vraag begint en eindigt Peter Verschuren zijn boek over de onstuitbare opmars van de voedselbank. In die tijd kon je immers gemakkelijk een ruimhartige uitkering krijgen zonder noemenswaardige verplichtingen. Je werd gezien als slachtoffer van het systeem of van de omstandigheden. Dat veranderde in de loop van de jaren tachtig toen de crisis toesloeg. Er werd fors bezuinigd op de sociale zekerheid en mensen met een uitkering werden niet langer gezien als slachtoffer, maar meer en meer als profiteur.
De neergang van de verzorgingsstaat zou uiteindelijk leiden tot de opkomst van de voedselbank.  Verschuren vraagt zich af of we daar wel blij mee moeten zijn. Net als veel SP’ers worstelt hij met het fenomeen voedselbank. Aan de ene kant sta je als SP’er immers pal voor de verworvenheden van de verzorgingsstaat, maar aan de andere kant wil je ook je medemens helpen die in nood verkeert. De voedselbank voorziet in die behoefte, maar is dat in een rijk land als Nederland niet een schande?

Verschuren besloot op zoek te gaan naar antwoorden, dus meldde hij zich als vrijwilliger aan bij de voedselbank in zijn woonplaats Groningen, sprak hij met klanten, medewerkers en anderen die bij de voedselbank betrokken zijn en interviewde hij mensen die vanuit hun politieke, kerkelijke of activistische achtergrond kijk hebben op de ontwikkelingen in de armoedebestrijding. Maar ook na alle gesprekken en ervaringen blijft het dubbele gevoel bij Verschuren hangen.

Als middel tegen de verspilling van bruikbaar voedsel en als organisatie die mensen helpt zonder te kijken naar de reden voor hun lage inkomen, zijn voedselbanken een geweldige instelling. Als belangrijk instrument in de strijd tegen armoede in Nederland, een positie die ze hard bezig zijn te verwerven, kijk ik er met pijn in het hart naar.

Met de opkomst van voedselbanken, noodfondsen en de andere particuliere vormen van ondersteuning gaat de armoedebestrijding immers voor een deel weer terug naar de sfeer van de gunst. En juist daar wilde de Algemene Bijstandswet, die in 1965 werd ingevoerd, een einde aan maken: ‘Het brengen van de verlening van financiële bijstand uit de sfeer van de gunst naar de sfeer van het recht.’ Want: ‘Het realiseren van de sociale zekerheid in sociale rechtvaardigheid is gaan behoren tot de voornaamste overheidstaken en vormt een der kenmerken van de verzorgingsstaat’, zo valt te lezen in de Memorie van Toelichting bij de wet. Van die gedachte lijkt tegenwoordig weinig meer over. De overheid trekt zich terug en laat armoedebestrijding steeds meer over aan het particulier initiatief.
Verschuren vraagt zich af of een kentering mogelijk is. Hij wijst op een onderzoek van EenVandaag in december 2014, waaruit naar voren kwam dat nog altijd driekwart van de Nederlanders vindt dat armoedebestrijding een taak van de overheid is. Het merendeel van zijn gesprekspartners ziet echter weinig heil in de overheid en vestigt zijn hoop op initiatieven van onderop. Verschuren zelf staat  sympathiek tegenover particuliere hulp, maar ziet er geen volwaardig alternatief in voor het maatschappelijk organiseren van solidariteit. Hij pleit er dan ook voor om de onstuimige groei van de voedselbanken een halt toe te roepen en te zorgen voor een wettelijk geregelde basissolidariteit die in overeenstemming is met de rijkdom in ons land. Verder noemt hij enkele concrete maatregelen om de honderdduizenden mensen met problematische schulden te helpen, want zolang aan dit maatschappelijk probleem niets gedaan wordt, zal de vraag naar voedselbanken alleen maar toenemen.