1.31.2016

aanwinsten in januari

een rustige maand januari op boekenkoopvlak.

Mao Tsetoeng, Keuze uit zijn geschriften 1926 - 1963, HPB, 1977.

Hans Küng, Wat is Kerk?, Paul Brand, 1970.

A. Buckinx-Luykx, Zo zie ik priester Poppe, Averbode, 1972.

De Sint-Catharinakerk van Geraardsbergen, Provincie Oost-Vlaanderen, 2003.

 De Sint-Antoniuskerk te Sint-Niklaas, Provincie Oost-Vlaanderen, 1996.

De Corporatieve Gedachte bij de katholieke sociologen van de XIXe eeuw, Standaard Boekhandel, 1942.

Sylvia Plath, Brieven naar huis, De Arbeiderspers, 1986.






1.30.2016

vier uur in de ochtend ...

er zijn zo van die dagen

en dan te bedenken dat ik niet eens moet gaan werken.


1.29.2016

1.27.2016

de Eerste Wereldoorlog en de Gentse socialisten

In het tijdschrift 'Marxistische Studies' deze maand een interessant artikel over de progressieve vredesbeweging ten tijde van de Eerste wereldoorlog van de hand van Maxime Tondeur

Minderheidssocialisten – pacifisten, flaminganten en revolutionairen – tegen de oorlog


Een uittreksel, getiteld 'De Socialistische Jonge Wacht van Gent en de Vredesgroep: vrede en steun aan de Russische revolutie'

Het jaar 1916 vormt een keerpunt in de oorlog, niet militair, maar ideologisch. Het patriottisme en het chauvinisme beginnen af te nemen. De slachtpartijen aan het front, de honger en de ellende achter de linies brengen de mensen weer tot bewustzijn. In de meeste landen nemen de stakingen en de soldatenacties toe. Binnen de sociaaldemocratische organisaties beginnen zich langzamerhand stemmen te verheffen, militanten komen in actie tegen de oorlog, internationale banden worden weer aangehaald.
De Socialistische Jonge Wacht van Gent komt in januari 1916 weer tot leven na achttien maanden lethargie. Ze worden door een Nederlandse kameraad, die de rubriek ‘Uit Holland’ verzorgt in hun tijdschrift, en door een Duitse soldaat bijgepraat over de beweging van Zimmerwald en Kienthal9. Ze richten nieuwe afdelingen op en organiseren marxistische conferenties. Daar komen de theorieën aan bod van Nederlandse marxisten als Henriëtte Roland Holst en Herman Gorter, die beiden dissidenten zijn binnen de officiële sociaaldemocratie. Al snel stijgt hun ledenaantal van tachtig naar driehonderdvijftig.
Vanaf mei 1916 oefenen ze kritiek uit op de regeringsdeelname van de BWP. (Emile Vandervelde, die al minister van Staat was sinds augustus 1914, is officieel lid van de regering geworden in januari 1916.) Al die activiteit van een jong radicaal links dat zich ontwikkelt, roept de weerstand op van de lokale partijleiding en vooral dan van Edward Anseele, de bovenbaas van de Gentse federatie.10
Op 14 januari 1917 wordt de Vredesmotie gepubliceerd; ze zal de politieke breuk van de SJW met de BWP voltrekken.
De Socialistische Jonge Wacht van Gent, in algemene vergadering van 14 januari 1917, onder voorzitterschap van Jozef Cantré, stemt met eenheid de volgende Motie, en drukt de wens uit dat ze zo spoedig mogelijk openbaar wordt gemaakt.
Op haar verschillende congressen verklaarde de Internationale Sociaaldemocratie zich herhaaldelijk tegen de oorlog, alle oorlogen slechts het onvermijdelijke gevolg zijn van de zich immer uitbreidende kapitalistische productie. De arbeidersklasse heeft niet alleen de zwaarste mensenoffers te brengen op de slagvelden, ook in de neutrale landen lijdt zij het sterkst onder de economische crisis die haar dreigt, zowel lichamelijk als zedelijk, ten onder te brengen. Daarom besloot de Internationale, zodra een oorlog ondanks het proletarische verzet uitbreekt, terstond de internationale banden heraan te knopen en al het mogelijke aan te wenden om de oorlog ten spoedigste te doen eindigen. In al de geteisterde landen klimt van dag tot dag het getal socialistische stemmen dat de regeringen toeroept vrede te sluiten en zo spoedig mogelijk het moorden te staken. De Internationale Socialistische Jeugdorganisatie, al de besluiten van Internationale Sociaaldemocratie volmondig bijtredend, zo stemt voor haar deel de Socialistische Jonge Wacht van Gent, bijeengekomen in algemene vergadering van 14 januari 1917, met de vredesbeweging in alle landen ten volste in, en drukt de wens uit dat zo spoedig mogelijk de wapens worden neergelegd.11
Let even op de data. De internationalistische kern van Gent komt tot stand in het kielzog van de conferenties van Zimmerwald en Kienthal. De Vredesmotie, de politieke breuk met de socialistische regeringsdeelname, komt tot stand vóór het uitbreken van de Russische revolutie (maart 1917), en ook vóór elke sociaaldemocratische conferentie voor de vrede. De motie is duidelijk het resultaat van hun eigen ideologische ontwikkeling.
Voor Anseele moet de SJW tot de orde geroepen worden, in naam van de partijdiscipline. Hun manifest roept nochtans niet op om de oorlog om te zetten in een proletarische revolutie. Natuurlijk klagen zij het imperialistische karakter van de oorlog aan, en eisen zij een onmiddellijke vrede zonder annexaties en zonder schadevergoedingen, maar zij willen wel blijven werken binnen het kader van de socialistische beweging. Dat wordt hen niet toegestaan. Op 24 januari wordt hen de toegang geweigerd tot een zitting van het Middencomiteit (een federaal bestuursorgaan). De toegang tot de lokalen van de socialisten is hen voortaan eveneens verboden. Anseele verklaart SJW voor ontbonden en geeft opdracht om een nieuwe ‘loyale’ groep op te richten. Uiteraard maken deze autoritaire maatregelen SJW alleen maar radicaler.
Vanaf augustus 1917 verschijnt het maandblad Roode Jeugd, dat duidelijk de breuk met Gentse BWP-leiding aangeeft.
… de SJW bestonden “uit 350 leden […] ondanks de banvloek over ons uitgesproken door een klein kliekje dat zich het Partijbestuur noemt, alles in ’t geheim schotelt en lepelt, niet eens een partijvergadering durft samenroepen om over de vrede te spreken […] Dan wisten wij wat wij te verwachten hadden: Gezel Anseele wilde niet voor de vrede spreken, duidelijk en onbewimpeld althans.12
De leiding van de socialisten probeert de minderheidsgroep te ‘compromitteren’ door ze te beschuldigen van activisme. Maar voor SJW is de Raad van Vlaanderen13 een groepje Vlaamse intellectuelen zonder mandaat.
In januari 1918, twee jaar na de heroprichting van de Gentse afdeling van SJW, ontstaat de Vredesgroep der Socialistische Partij. Die breidt de minderheidsbeweging weer uit met de oude socialistische kameraden.
Gezien aan vele partijgenoten die een directe vrede gunstig zijn geweigerd wordt in de partijorganismes, partijbladen en partijlokalen hun mening te laten kennen, hebben tal van ouderen en jongeren, meestal beproefde propagandisten voor de socialistische zaak, geen andere uitweg ziende, besloten zelf een vredesgroep te stichten, die zich noemen zal “Vredesgroep der Socialistische Partij.14
Zij publiceren een manifest, Ons Standpunt. De groep bevestigt haar resolute breuk met de partijleiding.
… in de uren van de nijpendste nood, waar het ging om woorden in daden om te zetten, waar het ging om het leven van duizenden klassegenoten, werd het proletariaat door hen in de steek gelaten. Het Belgisch regeringssocialisme is geworden doof, stom en blind.15
De groep bevestigt opnieuw haar geloof in een onmiddellijke vrede, en verkondigt zonder voorbehoud haar steun aan de Oktoberrevolutie in Rusland …
Haar krachtige steun aan de moedige bolsjewistische kameraden en hun hoog niveau in het socialisme. Zij hebben het bloeddorstige regime van de tsaristische autocratie veranderd in een echte socialistische, communistische republiek van de werkende mensen, met gelijkheid van mannen en vrouwen, vrijheid van vereniging, de achturendag en het collectieve bezit van de productiemiddelen, wat het eindelijk doel van onze socialistische strijd is. En dat ondanks alle moeilijkheden die ze hebben moeten overwinnen, verlaten en zelfs weggehoond door bijna de hele Arbeidersinternationale en ondanks de wurggreep van het internationaal kapitalisme.16
De groep pleit ook voor de oprichting van de Derde Internationale: “De Tweede Internationale kon deze oorlog niet voorkomen, omdat haar historische rol slechts het bijeenbrengen was van arbeidersorganisaties uit verschillende landen. De Derde (Internationale) zal de hele wereld moeten omvatten. Deze brochure draagt daar haar bescheiden steentje toe bij.”17
Onder de militanten van Roode Jeugd en van de Vredesgroep bevonden zich de textielarbeider Oscar Van den Sompel, die mee de Comunistische Partij oprichtte, de dichter Richard Minne, de secretaris van de bediendenbond Karel Hutse en de beeldhouwer Jozef Cantré. Onder de socialistische minderheid in België was de groep van Gent ongetwijfeld degene die “het meest vooruitstrevend was als men kijkt naar de verkondiging van revolutionaire ideeën”.18

1.25.2016

vintage fitness

beste vrienden, de eerste weken van het jaar zit een mens vol goeie voornemens.
Vandaag een veel voorkomend voornemen, de fitness.

Uiteraard gaan we het niet gewoon hebben over fitnessen, we hebben het vandaag over vintage fitnessen.


1.22.2016

nieuwjaarsreceptie PVDA



PVDA Oost-Vlaanderen nodigt jullie graag uit om het nieuwe jaar feestelijk in te zetten.
★ Wij trakteren op een drankje en hapjes.
★ Luister naar live muziek.
★ Ontdek wie de Nie Pleuje - troffee, editie 2015 in de wacht sleept. ...
★ Met een nieuwjaarstoespraak van Tom De Meester, provinciaal PVDA-voorzitter en uitvinder van het woord 'Turteltaks'
★ Er is kinderopvang voorzien, voor kinderen van 3 tot 14 jaar


Datum
vrijdag, 22 januari, 2016 - 18:30
 
Plaats
De Buurtsloods
Patrijsstraat 10
9000 Gent

1.21.2016

Raveschotlezing - motte-burchten in Vlaanderen

Vanavond moet ik helaas werken, maar voor wie wil is er een zeer boeiende lezing.
Elk jaar organiseert Stadsarcheologie de steeds interessante 'Raveschotlezing'. Dit jaar over motte-burchten.

donderdag 21 januari - 20u - Cultuurkapel Sint-Vincent, Sint-Antoniuskaai 10 - geheel en al gratis

20u verwelkoming door Gunter Stoops, adj. dir. Dienst Stadsarcheologie en Stadsarchief
Openingswoord door Annelies Storms, schepen van Cultuur, Toerisme en Evenementen
gevolgd door De Raveschotlezing 2016: ‘Een hoge versterking, naar de mode gebouwd’. Een kijk op de motte-burchten in Vlaanderen

De Raveschotlezing 2016
Walter van Terwaan schreef omstreeks 1150 dat de edelen in het graafschap Vlaanderen hoge aardwerken (dat wil zeggen motten) opwierpen ‘naar de mode van de streek’. Maar wat hield die mode dan precies in en hoe verhield ‘de streek’ zich tot de verdere omgeving op dit punt en op dat tijdstip? De lezing gaat in op de huidige stand van zaken betreffende het onderzoek naar motte-burchten in de Volle Middeleeuwen. Gekeken zal worden in hoeverre de toenmalige ontwikkeling in middeleeuws Vlaanderen al of niet afweek van die in een wat wijdere omgeving. Uitgaande van de in de laatste decennia opgedane kennis over de archeologie en de bouwhistorie van het Gentse Gravensteen kunnen ook nog verschijnselen als een voorafgaande houtbouw en het ‘inmotten’ van centrale burchtelementen nader besproken worden. Mede gelet op een herinterpretatie van de vroegste fase van de naburige Zeeuwse ‘vliedbergen’ kan ook het verschijnsel van de ‘kernmotte’ nog eens worden aangestipt. Tot slot zal niet geschroomd worden de huidige staatsgrens ook in zuidelijke richting te overschrijden om een korte blik te werpen op het ruim voorhanden zijnde, zeer diverse motte-landschap in Frans-Vlaanderen en Artesië.

De spreker
Drs. Bas Aarts (1947) is historicus en was een werkzaam leven lang docent geschiedenis. Hij is voorzitter van de vereniging Vrienden van Brabantse Kastelen en redacteur van ‘Het Brabants Kasteel’. Voorts publiceerde hij in diverse bladen en boeken over regionaal-historische en castellologische onderwerpen en vertegenwoordigt hij Nederland in het Comité Permanent des Colloques du Château Gaillard. Hij is momenteel gastonderzoeker aan de Universiteit Leiden en bezig met dissertatieonderzoek naar de motte-burchten in het hertogdom Brabant. 


1.19.2016

Reagan en Martin Luther King

Vandaag kwam een interessante vraag binnen, hoe komt het dat de VS MLK-day als feestdag invoerde. Dit was uiteraard geen blijk van progressiviteit. Er werd een zoenoffer gebracht aan de strijd tegen racisme, door een 'hulde' aan een gecastreerde dr. King. Hieronder een korte toelichting over hoe president Reagan MLK omvormde tot 'schadeloos icoon'.

It’s become an MLK Day tradition for conservatives to point to King’s speeches on nonviolence and equality as a way to criticize modern black activists. Meanwhile, King’s popular image—transmitted in elementary school lessons for the holiday—has been drained of its radical social critiques and has instead become a generic symbol of equality and kindness to all.
The way Reagan spoke about King’s achievements at the signing ceremony reflected a view of Civil Rights as a movement that long ago had accomplished its goals.
In a 2005 paper for Presidential Studies Quarterly, Denise M. Bostdorff and Steven R. Goldzwig looked at how Ronald Reagan helped create this new image of King.
In the 1960s, King called for “a broad-based and gigantic Bill of Rights for the Disadvantaged”—something akin to the benefits given to GIs after World War II. He also called for a guaranteed annual income, opposed the Vietnam War, and repeatedly advocated preferential treatment for African-Americans as a response to continuing and historical oppression. But by the time Reagan was elected in 1980, 12 years after King’s death, most politicians recalled his successful fight to end legally sanctioned segregation in the South and not his more radical critiques of American society as a whole.
For his first years in office, Reagan, like most on the American right, opposed a holiday for King. But when public sentiment shifted, he agreed to sign the holiday into law in 1983. The way he spoke about King’s achievements at the signing ceremony reflected a view of Civil Rights as a movement that long ago had accomplished its goals.
“The Voting Rights Act of 1965 had made certain that from then on black Americans would get to vote,” he said. “Across the land, people had come to treat each other not as blacks and whites, but as fellow Americans.” Reagan admitted that “traces of bigotry still mar America,” but basically the message was that the issue of racism had been solved.
Along with identifying King’s activism as a kind of historical relic, Reagan used his words to pivot away from discussing institutional and social problems and focused instead on individual responsibility. He talked about racism in terms of calling for parents and clergy to speak out against prejudice, and he located responsibility for black people’s advancement in their own individual efforts.
In 1987, for example, speaking to high school students about studying hard and avoiding drugs, Reagan told them, “You can honor Dr. King today by making certain you try your hardest to take advantage of the great opportunities available to you.”
While his administration frequently weakened civil rights laws, Reagan invoked King’s memory in discussing his policy decisions. For instance, during a talk about a housing discrimination law that strengthened penalties but allowed for enforcement only if the discrimination could be proved intentional, he said the legislation “has brought us one step closer to realizing Martin Luther King’s dream.”
By 1986, Reagan had begun using the rhetorical move—now common on the American right—of taking King’s words about not judging people by the color of their skin as an argument against affirmative action, a stance completely contrary to what King himself believed.


stupid reality!


1.18.2016

'Honoring the Radical Martin Luther King'

Vandaag is het Martin Luther King Day.
Dan is het gepast om aandacht te besteden aan deze revolutionaire leider.


Vandaag brengen we een tekst geschreven door Mumia Abu-Jamel, van de meest bekende Amerikaanse politieke gevangenen en notoir Afro-Amerikaans revolutionair. Hij schreef deze tekst in 2003 voor The Huffington Post. we nemen hem gewoon integraal over.



“Dr. Martin Luther King, Jr. gave his now-famous ‘Beyond Vietnam’ speech at the Riverside Church 46 years ago on April 4, 1967. A year later to the day of his Riverside address, on April 4, 1968, Dr. King was assassinated in Memphis, Tennessee. While The Riverside Church yearly commemorates the speech, last week’s commemoration was special and important because it fell on a Thursday, the same day of the week that Dr. King was assassinated. The program was titled: ‘Honoring the Radical MLK.’ The incarcerated radio journalist and world-famous prisoner, Mumia Abu-Jamal, prepared this special statement. An edited version was published in the official program of The Riverside Church event.”


I come today to praise Dr. Martin Luther King not to berate him, for though he has become in our modern life perhaps America’s only indigenous saint, it is useful to remember how utterly bedeviled he was in his final years of life, hounded as he was by the forces of the state. It is worthy for us to recall that the highest levels of government taped Dr. King’s phone calls, monitored the privacy of his hotel rooms, steamed open his mail, and assigned anonymous informants to his every move. What we have forgotten in this era is how the second highest official in the Federal Bureau of Investigation, one William Sullivan, wrote in a now notorious memo that Reverend Dr. Martin Luther King was “the most dangerous Negro in America.”

How was he so? You, of all people, the congregation at The Riverside Church should know best, for it was here at Riverside’s historic pulpit that Dr. King spoke the words that, in FBI parlance made him a “marked” man. Here he called his nation, the United States of America, “the greatest purveyor of violence on earth,” and he condemned “militarism, racism, and materialism.” King felt common cause with the peasants of Vietnam who were being bombed by the most powerful military in the world. To King, there was something not just unChristian but unseemly, when the wealthiest nation on earth unleashed an unprecedented level of violence on an industrially underdeveloped, agricultural society such as Vietnam. To King, follower of a poor Jewish carpenter, the worship of wealth amidst immense poverty in America deeply troubled him. This is why the Reverend was marked by the state as “dangerous,” “a socialist”, and a “radical”. This is why his fair-weather friends departed him and denounced him in his greatest hour of need. Martin Luther King was an adversary of the military-industrial complex and the mammoth business interests that support it. This is why, like the crucified Jesus, state power marked him, quashed his voice, and gave him up to a violent death. But King did not oppose war, materialism or racism purely out of ideological motivations. As a man and a child of God he felt these things cheapened man’s relationship with man and degraded the divine principle of life itself. He saw the dynamic of men fighting, bombing and killing other men, women and children as the ultimate sacrilege. King felt the pain of Vietnam because he truly believed in a beloved community, one without borders. For these principled impulses and for his words he breathed his last, one-year-to-the-day of his Riverside address.

As we gather to remember Martin Luther King, we must ponder what this towering figure would say about the behemoth of modern day mass incarceration, of stop and frisk, of the death penalty, of the bewildering violence of drones, and of the continuing hunger for wars abroad in our name. We know that the true Martin Luther King does not dwell in statues, in ghetto streets bearing his name, or in schools where children are violated daily in buildings erected in his name. His true spirit dwells with the least of these, in communities of the poor worldwide, in ghettoes north and south, and, yes, even in prisons.

In the revolutionary spirit of Dr. Martin Luther King, we remember him as he was, not as he has since become.

1.17.2016

Sint-Elisabeth Anglicaans

Beste vrienden,
vandaag gaan we andermaal in op het thema van 'herbestemmen' van leeglopende katholieke kerkgebouwen. De 'gemakkelijkste' herbestemming is een katholieke kerk 'omvormen' tot een kerk voor een verwante levensbeschouwing. De kerk van het voormalige Sint-Elisabethbegijnhof wordt 'herbestemt' van katholieke parochiekerk naar Anglicaanse parochiekerk.


De parochiepriester en deken voor België en Luxemburg, Rev. Stephen Murray legt uit:

Yes, that’s correct – our church is moving to a new worship location.

WHERE?
Sint-Elisabeth
Begijnhofdries 1,
9000 Gent

The church is located in the centre of the Old Beguinage of Ghent, across the street from where the Anglican church was located until 2008. Mary Jackson describes our move as, “We’re going home.”

WHEN?     17th January 2016 at 11:00 a.m.

That day we will hold a Joint Prayer service with the Roman Catholic congregation. From that point on, we will use Sint-Elisabeth’s for our worship services.

WHY? Here are a few reasons:

The conditions of our current chapel are getting worse. Water damage, poor lighting, lack of heat & sections of the roof that are falling in.

Added to that are the restrictions regarding midweek services and not being allowed to have a sign with service times on the exterior wall.

Plus, on many Sundays our congregation is too large for the current chapel and the Sunday School room is too small for the number of children who attend.

When Bishop Geofferey offered me the position as Chaplain in Ghent in 2011, his first instruction was, “You need to find a different location for the congregation as soon as possible.”

2) Ecumenical relationships – we will again be closer to the Orthodox, Protestant and Roman Catholic churches in the Holy Corner where we are committed to a shared witness and ministry.

3) Accessibility – almost the entire building is wheel-chair accessible. Parking is available nearby & public transit is easily accessible (stops for Bus 3, Trams 1 & 4 are close by).

4) Potential for growth – we hope that our congregation will continue to grow through the grace of God. The new location provides new opportunities to better serve this city and for the spiritual growth of everyone.

The challenges
We can expect some ‘bumps’ in the first few months. It will be cold. It will be different than what we’ve become used to. It will be a big responsibility. All these are true. We will need to trust that God has led us to where we are meant to be, and that He has equipped us to be his saints in the world today. We place our hope and trust in God’s abiding grace & goodness, and pray for His help & guidance in all we do.

What changes will there be?
We will continue to worship at 11:00 a.m. each Sunday. There will be much to learn about the new location and how to be good stewards of the building. Also, the authorities who oversee Heritage buildings will need to be consulted.

In the coming months a legal settlement between the Sint-Elisabeth kerkfabriek, Bisdom Gent, Stad Gent and others will be reached. After the settlement is finalised, the future  will become clearer. In the meantime we can begin to dream and listen carefully to God’s call.

However, we will likely undergo a change of name (a final decision will be made by The Bishop at a later date). One favoured proposal is:

Saint Elisabeth’s Anglican Church (the Parish of St. John’s)

In the last 200 years, the Anglican congregation in Ghent has had several names. It wasn’t always called “St. John’s”. We also want to honour the faith of the Christians who have worshipped through the centuries in that building under the name of St. Elisabeth. We’re also aware that that is name used by Google and other online search tools, which could be helpful for the mission of our church. However, the name “St. John’s” must be retained for certain administrative tasks.

What we can be sure of is… God and God’s people have always been ‘on the move’. Throughout the Bible we read about their journeys. From them we can draw inspiration. We can learn from their mistakes. And we can take comfort in the fact that God’s Holy presence can never be limited to just one building. God can be found wherever people offer thanks & praise, wherever Jesus is worshipped in song & prayer, and wherever our lives bear the fruits of the Spirit. We pray that all these things continue in our new location. I look forward to seeing you there soon.
 
voor meer over de Anglicaanse gemeenschap in Gent - SaintJohnsGhent

1.16.2016

the poor fetish, gentrificatie, middenklasse, arbeiderscultuur en Hunger Games

 Kameraden en vrienden, op deze fraaie zaterdag tijd voor een interessant artikel uit het Britse tijdschrift ROAR over arbeiderscultuur, middenklasse-cultuur en gentrificatie.
Een longread met Hunger Games referentie, wat wil een mens nog meer.


Bullshit jobs and a pointless existence are increasingly driving London’s spiritually dead middle class towards a fetishization of working class culture.
London’s middle class are in crisis — they feel empty and clamor for vitality. Their work is alienating and meaningless, many of them in “bullshit jobs” that are either socially useless, overly bureaucratic or divorced from any traditional notion of labor.

Financial services exist to grow the fortunes of capitalists, advertising to exploit our insecurities and public relations to manage the reputations of companies that do wrong. Society would not collapse without these industries. We could cope without the nexus of lobbyists, corporate lawyers and big firm accountants whose sole purpose is to protect the interests of capital. How empty if must feel to work a job that could be abolished tomorrow. One that at best makes no tangible difference to society and at worst encourages poverty, hunger and ecological collapse.

At the same time our doctors, teachers, university professors, architects, lawyers, solicitors and probation officers are rendered impotent. Desperate to just do their jobs yet besieged by bureaucracy and box-ticking. Their energies are focused not on helping the sick, teaching the young or building hospitals but on creating and maintaining the trail of paperwork that is a prerequisite of any meaningful action in late capitalist society. Talk to anybody in these professions, from the public or private sector, and the frustration that comes up again and again is that they spend the majority of their time writing reports, filling in forms and navigating bureaucratic labyrinths that serve only to justify themselves.
This inaction hurts the middle-class man. He feels impotent in the blue glare of his computer screen. Unable to do anything useful, alienated from physical labor and plagued by the knowledge that his father could use his hands, and the lower classes still do. Escape, however, is impossible. Ever since the advent of the smartphone the traditional working day has been abolished. Office workers are at the constant mercy of email, a culture of overwork and a digitalization of work. Your job can be done anytime, anywhere and this is exactly what capital demands. Refuge can only be found in sleep, another domain which capital is determined to control.

And when the middle classes are awake and working, they cannot even show contempt for their jobs. Affective (or emotional) labor has always been a part of nursing and prostitution, be it fluffing pillows or faking orgasms, but now it has infected both the shop floor of corporate consumer chains and the offices of middle-management above. Staff working at Pret-à-Manger are encouraged to touch each other, “have presence” and “be happy to be themselves.” In the same way the open plan, hyper-extroverted modern office environment enforces positivity. Offering a systemic critique of the very nature of your work does not make you a ‘team player.’ In such an environment, bringing up the pointlessness of your job is akin to taking a shit on the boss’s desk.

This culture is symptomatic of neoliberal contradiction, one which tells us to be true to ourselves and follow our passions in a system that makes it nearly impossible to do so. A system where we work longer hours, for less money and are taught to consume instead of create. Where fulfilling vocations such as teaching, caring or the arts are either vilified, badly paid or not paid at all. Where the only work that will enable you to have a comfortable life is meaningless, bureaucratic or evil. In such a system you are left with only one option: to embrace the myth that your job is your passion while on a deeper level recognizing that it is actually bullshit.

This is London’s middle class crisis.
But thankfully capital has an antidote. Just as in Titanic, when Kate Winslet saps the life from the visceral, working class Leonardo DiCaprio, middle-class Londoners flock to bars and clubs that sell a pre-packaged, commodified experience of working class and immigrant culture. Pitched as a way to re-connect with reality, experience life on the edge and escape the bureaucratic, meaningless, alienated dissonance that pervades their working lives.
The problem, however, is that the symbols, aesthetics and identities that populate these experiences have been ripped from their original contexts and re-positioned in a way that is acceptable to the middle class. In the process, they are stripped of their culture and assigned an economic value. In this way, they are emptied of all possible meaning.

Visit any bar in the hip districts of Brixton, Dalston or Peckham and you will invariably end up in a warehouse, on the top floor of a car park or under a railway arch. Signage will be minimal and white bobbing faces will be crammed close, a Stockholm syndrome recreation of the twice-daily commute, enjoying their two hours of planned hedonism before the work/sleep cycle grinds back into gear.
Expect gritty, urban aesthetics. Railway sleepers grouped around fire pits, scuffed tables and chairs reclaimed from the last generation’s secondary schools and hastily erected toilets with clattering wooden doors and graffitied mixed sex washrooms. Notice the lack of anything meaningful. Anything with politics or soul. Notice the ubiquity of Red Stripe, once an emblem of Jamaican culture, now sold to white ‘creatives’ at £4 a can.
The warehouse, once a site of industry, has trudged down this path of appropriation. At first it was squatters and free parties, the disadvantaged of a different kind, transforming a space of labor into one of hedonistic illegality and sound system counter-culture. Now the warehouse resides in the middle-class consciousness as the go-to space for every art exhibition or party. Any meaning it may once have had is dead. Its industrial identity has been destroyed and the transgressive thrill the warehouse once represented has been neutered by money, legality and middle-class civility.
Nonetheless many still function as clubs across Southeast London, pumping out reggae and soul music appropriated from the long-established Afro-Caribbean communities to white middle-class twenty-somethings who can afford the £15 entrance. Eventually the warehouse aesthetic will make its way to the top of the pay scale and, as the areas in which they reside reach an acceptable level of gentrification, they will become blocks of luxury flats. Because what else does London need but more kitsch, high ceiling hideaways to shield capital from tax?

The ‘street food revolution’ was not a revolution but a middle-class realization that they could abandon their faux bourgeois restaurants and reach down the socioeconomic ladder instead of up. Markets that once sold fruit and vegetables for a pound a bowl to working class and immigrant communities became venues that commodified and sold the culture of their former clientèle. Vendors with new cute names but the same gritty aesthetics serve over-priced ethnic food and craft beer to a bustling metropolitan crowd, paying not for the cuisine or the cold but for the opportunity to bathe in the edgy cool aesthetic of a former working class space.

This is the romantic illusion that these bars, clubs and street food markets construct; that their customers are the ones on the edge of life, running the gauntlet of Zola’s Les Halles, eating local on makeshift benches whilst drinking beer from the can. Yet this zest is vicarious. Only experienced secondhand through objects and spaces appropriated from below. Spaces which are dully sanitized of any edge and rendered un-intimidating enough for the middle classes to inhabit. Appealing enough for them to trek to parts of London in which they’d never dare live in search of something meaningful. In the hope that some semblance of reality will slip back into view.

The illusion is delicate and fleeting. In part it explains the roving zeitgeist of the metropolitan hipster whose anatomy Douglas Haddow so brilliantly managed to pin down. Because as soon as a place becomes inhabited with too many white, middle-class faces it becomes difficult to keep playing penniless. The braying accents crowd in and the illusion shatters. Those who aren’t committed to the working class aesthetic, yuppies dressed in loafers and shirts rather than scruffy plimsoles and vintage wool coats, begin to dominate and it all becomes just a bit too West London. And in no-time at all the zeitgeist rolls on to the next market, pool hall or dive bar ripe for discovery, colonization and commodification.

Not all businesses understand this delicacy. Champagne and Fromage waded into the hipster darling food market of Brixton Village, upsetting locals and regulars alike. This explicitly bourgeois restaurant, attracted by the hip kudos and ready spending of the area, inadvertently pointed out that the emperor had no clothes. That the commodified working class experience the other restaurants had been pedaling was nothing more than an illusion.

The same anxiety that fuels this cultural appropriation also drives first wave gentrifiers to ‘discover’ new areas that have been populated by working class or immigrant communities for decades. Cheap rents beckon but so does the chance of emancipation from the bourgeois culture of their previous North London existence. The chance to live in an area that is gritty, genuine and real. But this reality is always kept at arm’s length. Gentrifiers have the income to inoculate themselves from how locals live. They plump for spacious Georgian semi-detached houses on a quiet street away from the tower blocks. They socialize in gastro-pubs and artisan cafés. They can do without sure start centers, food banks and the local comprehensive.

Their experience will always be confined to dancing in a warehouse, drinking cocktails from jam jars or climbing the stairs of a multi-story car park in search of a new pop-up restaurant. Never will they face the grinding monotony of mindless work, the inability to pay bills or feed their children, nor the feeling of guilt and hopelessness that comes from being at the bottom of a system that blames the individual but offers no legitimate means by which they can escape.

This partial experience is deliberate. Because with intimate knowledge of how the other half live comes an ugly truth: that middle-class privilege is in many ways premised on working class exploitation. That the rising house prices and cheap mortgages from which they have benefited create a rental market shot with misery. That the money inherited from their parents goes largely untaxed while benefits for both the unemployed and working poor are slashed. That the unpaid internships they can afford to take sustains a culture that excludes the majority from comfortable, white collar jobs. That their accent, speech patterns and knowledge of institutions, by their very deployment in the job market, perpetuate norms that exclude those who were born outside of the cultural elite.

Effie Trinket of the Hunger Games is the ideal manifestation of this contradiction. She is Kaitness and Peeta’s flamboyant chaperone who goes from being a necessary annoyance in the first film towards nominal acceptance in the second. The relationship climaxes when, just as Kaitness and Peeta are about to re-enter the arena, Effie presents Hamich and Peeta with a gold band and necklace, a consumerist expression of their heightened intimacy. And in that very moment, her practiced façade of enthusiastic positivity finally breaks. Through her sobs she cries “I’m sorry, I’m so sorry” and backs away, absent for the rest of the film.
For Effie, the contradiction surfaced and was too much to bear. She realized that the misery and oppression of those in the districts was in some way caused by her privilege. But her tears were shed for a more fundamental truth — that although she recognizes the horror of the world, she enjoys the material comfort exploitation brings. That if given the choice between the status quo and revolution, she wouldn’t change a thing.

1.13.2016

Owen Jones over fierheid over de eigen geschiedenis

 Kameraden en vrienden, een tijdje geleden publiceerde solidair een gesprek tussen Peter Mertens en Owen Jones over links en haar communicatiestrategie.

vandaag een ander uittreksel:

Fierheid is belangrijk. Alle rechten en vrijheden die we nu hebben, zijn afgedwongen door strijd. Massa’s mensen hebben er een zware prijs voor betaald, en sommigen hebben er zelfs hun leven voor opgeofferd. Ervoor zorgen dat mensen opnieuw fier zijn op die geschiedenis, is een manier om te strijden tegen het patriottisme dat de rechterzijde voor haar eigen doelen manipuleert.   
Jeremy Corbyn werd aangevallen omdat hij onpatriottisch zou zijn, maar wat is er patriottischer dan onrecht te willen bannen uit je land? Er is niks patriottisch aan dat je in een van de rijkste landen ter wereld honderdduizenden mensen zo arm maakt dat ze geen eten meer kunnen kopen. Er is niks patriottisch aan dat je werkende mensen doet opdraaien voor een crisis waar ze niks mee te maken hebben.
Voor mij is die fierheid niet in tegenspraak met mijn internationalistische perspectief. Want ja, je moet internationale solidariteit opbouwen. De globalisering maakt dat nog noodzakelijker.
Links kreeg altijd al het verwijt dat het vijandig is tegenover het eigen land. En dat kun je gemakkelijk weerleggen door te zeggen hoe fier we zijn op ons verleden van strijd. Wij strijden in dezelfde traditie als onze voorouders en we zullen blijven vechten tot we een samenleving hebben opgebouwd die de belangen van de meerderheid dient, in plaats van de toplaag. Dat is waar onze voorouders voor vochten en wij gaan hun werk afmaken.

vanavond debat 'maximale dienstverlening'

Vanavond kunt u naar een interessante info- en debatavond over de stand van zaken en vooral de toekomst van de NMBS. Michaël Verbauwhede, auteur brochure “Maximale Dienstverlening” en PVDA-volksvertegenwoordiger voor het Brussels Parlement, Henk Himpe, bestuurslid TreinTramBus,Olivier Pintelon, Wijk Zonder Trein, Jozef Cnudde, nationaal secretaris ACOD Spoor en een vertegenwoordiger van ACV-Transcom komen samen om elk vanuit hun perspectief meer licht te werpen op de bijzonder belangrijke kwestie.



vanavond, 19u30
Geuzenhuis -Kantienberg 9 


Trein te laat of gewoon afgeschaft, stijgende ticketprijzen, gesloten stations of loketten, propvolle wagons, ... De pendelaars en reizigers van de NMBS worden niet bepaald verwend.

Bovendien is er een regering die met het “Plan Galant” 3 miljard wil besparen op de spoorwegen. Dit staat gelijk aan 20% van het budget van de NMBS wegsnijden, onrendabele lijnen sluiten, nog minder service… net nu we met een mobiliteitsprobleem zitten (“België fileland”) en we midden een klimaatcrisis vooral nood hebben aan méér openbaar vervoer. Ook de Vlaamse Regering wil drastisch snijden in het aanbod van De Lijn buiten de stad.

Ook het NMBS-personeel heeft het niet onder de markt. De NMBS wil 6000 jobs schrappen, terwijl de spoorwerkers nu al hun rust- en verlofdagen amper of niet kunnen opnemen. Bovendien wil men de flexibiliteit en de werkdruk nog meer opdrijven.

Naar aanleiding van de splinternieuwe PVDA-brochure "Wij gaan voor maximale dienstverlening", brengen we een sterk en boeiend panel samen dat de discussie met elkaar en met u zal aangaan.

1.12.2016

'Van recht op vakantie voor iedereen naar reclame voor de rijke buitenlander'

In knack kun je deze week een interessante analyse lezen van Toerisme Vlaanderen. Ik rip ze hier schaamteloos, gewoon omdat Bart Caron hier zeer correct de situatie weergeeft. De koers die nu in geslagen is, is de weg van minder dienstverlening en meer 'marketing'.

'Toerisme Vlaanderen kiest voor de internationale toerist die veel geld kan besteden. En wil het merk 'Vlaanderen' promoten in het buitenland. Dat is de kern van het huidige beleid van de Vlaamse regering. Wat een ontsporing', vindt Bart Caron. 'Het toeristisch beleid is ver afgedreven van het doel om randvoorwaarden te creëren voor een kwaliteitsvol toeristisch aanbod in Vlaanderen. Het principe dat iedereen recht heeft op vakantie ging in de vuilbak.'

Toerisme Vlaanderen (TVL), een dienst van de Vlaamse overheid met een jaarbudget van zowat 84 miljoen euro belastinggeld, kiest niet meer voor de Vlaamse kunststeden, noch voor de kust en de groene regio's. De actoren aldaar voelen zich genegeerd. Het overkoepelende merk 'Vlaanderen' verdringt hen. Quasi alle middelen worden daarop geconcentreerd.

Imagocampagne rond Vlaanderen slorpt honderdduizenden euro's op
Neem bijvoorbeeld de campagne "Rue de Flandre" in Parijs. Door die campagne kreeg in de maand juni één straat in Parijs de Vlaamse kleuren, met onder meer veel Vlaams bier en een frietkot. De bedoeling was Vlaanderen bekender maken bij de Franse toerist. De week Rue de Flandre in Parijs kostte 320.000 euro. Er werden zowat 10.000 mensen bereikt. Maar minister voor toerisme Ben Weyts (N-VA) heeft er echter geen idee van of die mensen potentiële bezoekers zijn aan Vlaanderen.
Net zoals de aanwezigheid op Tomorrowland in São Paulo en Atlanta. De promotie in Atlanta kostte 52.000 euro. Er passeerden slechts 2,3% van de festivalgangers op de stand. De kost van Sao Paulo bedroeg 23.000 euro voor 2,5% van de festivalbezoekers.
De buitenlandkantoren van TVL worden volop ingezet om aan "branding" absolute prioriteit te geven. Of dat positieve effecten heeft, is niet bekend, het wordt niet onderzocht door TVL. Sic. Er is de voorbije jaren al heel veel geld aan besteed, enkele honderden miljoenen euro's. De voorbije vijf jaar is het totaal aantal buitenlandse aankomsten in Vlaanderen gemiddeld met 4,5% toegenomen. Een grote investering met een beperkt resultaat....
Hoe dan ook, er is een stevige verschuiving In het beleid van Toerisme Vlaanderen aan de gang, ook van de financiële middelen. Ook het woordgebruik verandert. Toerisme Vlaanderen hanteert nu een typisch marketingjargon.

Jeugdverblijven en sociaal toerisme buiten beeld
Het sociaal toerisme, het toerisme voor allen zoals het vroeger heette, verdwijnt onder de pletwals van Vlaanderens reclamebureau nummer één. Het strategisch plan van Toerisme Vlaanderen toont het goed aan.
De strategische doelstellingen van TVL hebben het over het merk Vlaanderen, de economische effecten, de klanttevredenheid en de slagkracht van de toeristische sector. Over de vraag of iedere Vlaming zelf op vakantie kan gaan, lezen we geen woord. Het begrip sociaal toerisme komt in 90 bladzijden amper één keer voor. Doelstellingen worden niet geformuleerd. Het enige dan we konden lezen is dat Toerisme voor Allen niet de connotatie mag hebben van een 'aparte vorm van toerisme'. Daarom zal het geïntegreerd in het brede leisure toerisme. Sorry, daarmee wordt het afgeserveerd. Evenmin een woord over de jeugdverblijven, een derde van de logies.
De beleidsbrief van minister Ben Weyts is minder radicaal. Die heeft iets meer dan één bladzijde aandacht aan vakantieparticipatie voor iedere Vlaming. De inhoud is niet overdonderend, à contraire. Het Steunpunt Vakantieparticipatie wordt daarvoor ingezet, met bitter weinig middelen. Het beleid rond drempelgroepen is zeer beperkt: enkele regels over de jeugdherberg in Brussel , de infrastructuur voor jeugdverblijven en het sociaal toerisme. Het budget toont dat ook aan.
De infrastructuurprojecten van Toerisme voor Allen kregen in 2009 nog 4,8 miljoen euro. Nu moeten ze het met minder dan de helft doen: slechts 2 miljoen in 2015 en 2016. En dat terwijl 1 op 5 van alle verblijven in Vlaanderen gebeurt in sociaal toerisme, krijgt dit maar 1/40ste van het budget voor Toerisme.
De verhouding van het budget voor sociaal toerisme en dat voor algemene promotie voor Vlaams toeristisch aanbod wordt steeds groter, ten voordele van het tweede. Het budget voor Toerisme bedroeg in 2015 zo'n 84 miljoen euro. Dat is trouwens, in deze barre tijden, een fikse stijging ten opzichte van 2009 toen het budget 62 miljoen bedroeg, plus 35%. Was dat dé prioriteit in crisistijd? De cultuursector daarentegen heeft wel meer dan 10 procent moeten inleveren.

Een rapport waarmee niet wordt gepronkt
Er is een rapport van TVL 'Strategische transities voor het sociaal toerisme'. Vreemd genoeg is dat rapport al bijna een jaar klaar, maar is het nog niet officieel gepubliceerd. De draft is verspreid in de sector, maar TVL heeft blijkbaar niet de intenties om ermee uit te pakken. Logisch ook, het past niet in de nieuwe strategie, en toont overduidelijk aan hoe het beleid op dit terrein sterk achteruit is gegaan.
Het is nuttig deze sector even te schetsen. Er zijn in Vlaanderen 587 hostels, jeugdverblijven en (sociale) volwassenenlogies erkend. Die bieden 48.000 bedden aan. Er werken meer dan 1.000 mensen. Daarnaast zijn er 16 sociaal-toeristische verenigingen, van de Jeugdherbergen over Volkstoerisme tot Pasar. Binnen TVL is er een Steunpunt Vakantieparticipatie zich voornamelijk richt op de doelgroep van personen die in armoede leven. Daaraan zijn 1.528 organisaties en 560 toeristische partners aangesloten.. Het Steunpunt bereikte 123.101 vakantiegangers voor vakantie in 2014. Daar zet de minister niet echt op in, hooguit in de rand. Mag ik de toeristische actoren die meedoen hiervoor feliciteren? Ze bieden fikse kortingen aan personen in armoede. En doen dat zonder financiële tussenkomst van TVL.
Het sociaal toerisme is een brede sector. Het Hiva publiceerde in 2012 een rapport 'Vakantie met meerwaarde, Beeld en toekomst van het sociaal toerisme in Vlaanderen' (Caroline Gijselinckx & Lieven De Smet). Als conclusie formuleerden ze een rits aanbevelingen voor het Vlaamse beleid. Enkele punten: zorg voor financie?le ondersteuning van de participatie van vakantiegangers in armoede en met zorgbehoeften, blijf sociaal toeristische verenigingen ondersteunen, niet alleen voor mensen in armoede maar ook mensen met een functiebeperking, zieken en ouderen, blijf energiebesparende maatregelen ondersteunen; subsidieer ook investeringen in kleinschalige gezelligheid, multifunctionaliteit en aanpassingen voor maatschappelijke behoeften, blijf animatie financieel ondersteunen omdat het de sociale cohesie in de hand werkt en zorgt voor gemeenschapsvorming en een zinvolle vrijetijdsbesteding, enz.
Immers sociaal toerisme heeft de ambitie om in de vakantieketen de drempels die een individu/groep niet op eigen kracht kan overwinnen weg te werken.

Bizarre marketing
Er wordt dus steeds meer accent gelegd op marketing. Sommige dromen er zelfs van om van Toerisme Vlaanderen hét marketinginstrument te maken van de hele Vlaamse overheid. Branding voor Vlaanderen. En veel minder op het faciliteren van de brede toeristische sector.
Daar heeft TVL best wel veel geld voor over. Zo krijgt Flanders Classics, de organisator van de Vlaamse wielerklassiekers, 150.000 euro om TVL toe te laten de Ronde van Vlaanderen te mogen gebruiken voor promotie in het buitenland. Het is toch duidelijk dat Vlaanderens mooiste zelf geen vragende partij is? En wat is de return voor TVL? Hoeveel euro's belastingsgeld is er besteed aan Tomorrowland in Brazilië? 23.000 euro. Is dat een kerntaak van de Vlaamse overheid? Is het normaal dat er voor de intendant voor het programma Vlaamse Meesters - dat is inhoudelijk wel een goede keuze, want kunst is toch dé Vlaamse troef bij uitstek - een verloning van 18.000 euro per maand wordt voorzien?
Is het geen illusie dat de marketing van Toerisme Vlaanderen onze regio toeristisch tot aan de Europese top zal stuwen?

1.11.2016

'Britains Muslim Soldiers'

Kameraden en vrienden, het is nog steeds hoogseison voor herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog. De BBC maakte recent een interessante reportage over een stukje islamitisch (en feitelijk ook koloniaal) wereldoorlog-erfgoed.





meer info op de BBC-website
bekijkenswaardig is ook de website van de Woking Moskee.



1.10.2016

Christ unser Herr zum Jordan kam

Vandaag brengen we een prachtig stukje Bach - 'Christ unser Herr zum Jordan kam'.
Een cantate naar aanleiding van het feest van de Doop van de Heer. Een 'feest' dat vandaag gevierd wordt.

Cantate BWV 7: Christ unser Herr zum Jordan kam (24 June 1724)




1. Christ unser Herr zum Jordan kam (Chorus)
2. Merkt und hört, ihr Menschenkinder (Aria: B)
3. Dies hat Gott klar mit Worten (Recitative: T)
4. Des Vaters Stimme ließ sich hören (Aria: T)
5. Als Jesus dort nach seinen Leiden (Recitative: B)
6. Menschen, glaubt doch dieser Gnade (Aria: A)
7. Das Aug allein das Wasser sieht (Chorale)


voor de liefhebbers, een uitvoering door the Choir of King's College, Cambridge & the Leonhardt-Consort o.l.v. Gustav Leonhardt, uit 1971.

Tenor: Kurt Equilu; Counter-tenor: Paul Esswood; Bass: Max van Egmond.

1.07.2016

NMBS en de maximale dienstverlening

Hoe zal de NMBS evolueren? Vormt de NMBS een probleem of is ze een deel van de oplossing via tewerkstelling, gegarandeerde basismobiliteit en zorg om het milieu? Schuilt er achter de regeringsplannen geen privatiseringsstrategie? Meer over dit alles in de PVDA-brochure “Wij gaan voor maximale dienstverlening”.
Gekibbel over de prestaties van de NMBS, pendelaars die klagen over vertragingen, almaar hogere treintarieven of te weinig treinen, spoormannen die kwaad zijn op hun directie ... Elke dag opnieuw steekt wel ergens ontevredenheid over de NMBS de kop op. De oplossing van de regering: besparingen op de begroting en het plan Galant voor een ‘omvorming’ van de Belgische spoorwegen, met het oog op de liberalisering van het reizigersvervoer.
Vaak stelt de regering haar plan voor als de enige mogelijkheid, als dé te volgen weg. Maar is dat wel zo? Is de liberalisering (het openstellen van het reizigersvervoer voor de markt) of zelfs de privatisering (de verkoop aan privéaandeelhouders) van de NMBS een oplossing voor de problemen bij het Belgische spoor? Wat houden die plannen van de regering en de (medeplichtige) NMBS-directie eigenlijk in? Wat zullen de gevolgen zijn van de bezuinigingsmaatregelen? Is het de schuld van de spoormannen en hun vakbonden dat de malaise zo groot is bij het spoor? Het stakingsrecht beperken, zal dat het probleem oplossen? Kortom, is er echt geen alternatief? En als dat wel bestaat, hoe ziet dat er dan uit?

Allemaal vragen die we in deze brochure aanpakken. Militanten en leden van de afdeling Spoor van de Partij van de Arbeid (PVDA) zochten samen naar antwoorden.

Voor de goede orde kijken we eerst naar de uitdagingen waarvoor onze maatschappij een antwoord moet vinden: uitdagingen op het vlak van mobiliteit, maar ook van het milieu. We zullen zien dat de inzet enorm is.

Tegenover het TINA van de regering plaatsen wij een tegenplan voor een NMBS van de 21e eeuw, gedragen door een brede verzetsbeweging. Daarna bekijken we wat de voorwaarden zijn om zo’n NMBS daadwerkelijk op de sporen te zetten. Een heel belangrijk punt, in het centrum van de discussies: het behoud van de NMBS als openbare instelling en als één geheel. We gaan duidelijk maken dat zo’n NMBS beter presteert dan een geprivatiseerde NMBS of een NMBS die werkt in het kader van een geliberaliseerde markt voor reizigersvervoer.
Een volgend punt zijn de voorstellen en plannen van de regering voor onze spoorwegmaatschappij. Wij vragen ons af: wil de regering de NMBS verkopen aan privéaandeelhouders? Want ook al staat het niet in het regeerakkoord, toch wijst van alles op het feit dat de regering die weg opgaat. Een ding ten slotte staat vast: om haar plannen uit te voeren zal deze regering eerst de vakbonden en het verzet van de spoormannen moeten breken.

 


1.06.2016

Owen Jones over de nood aan linkse story-telling


Kameraden en vrienden, een tijdje geleden publiceerde solidair een gesprek tussen Peter Mertens en Owen Jones over links en haar communicatiestrategie.

een uittreksel:

Peter Mertens. U hebt het vaak over politieke strategie. In het neoliberalisme nemen denktanks daarin een belangrijke plaats in. Zij bereiden de neoliberale hervormingen voor en zorgen ervoor dat ideeën als ‘de overheid is inefficiënt’ verspreid geraken over de hele samenleving. Hoe kijkt u naar die ideeënstrijd? 

Owen Jones. Rechts communiceert vaak beter dan wij. Dat is de realiteit. Die denktanks duwen een soort “Overton window” door. Ken je dat? Dat is een concept van rechts in de VS. Het is genoemd naar Joseph Overton, die aan het hoofd stond van zo’n rechtse denktank. Het is een soort raamwerk van ideeën, en alles wat binnen dat raamwerk valt, is aanvaardbaar en een teken van gezond verstand. Alles buiten dat raamwerk is extreem, utopisch, misleidend ...
Maar dat raamwerk verschuift. Om een voorbeeld te geven: privatisering van de spoorwegen zou in de jaren 1970 compleet ondenkbaar geweest zijn – zelfs voor rechts – wegens te extreem, maar ondertussen is het zowat standaardbeleid overal. Wij moeten dat raamwerk terugduwen.
Ik denk dat links moet leren op een andere manier te communiceren, met ‘story-telling’, bijvoorbeeld, iets wat rechts vaak doet. Rechts zal, bijvoorbeeld, zoeken naar extreme verhalen over werkzoekenden met een pak kinderen, die toch een dure tv en een dure smartphone hebben. En het antwoord van links is dan vaak iets als: “O, maar slechts 0,7% van alle sociaal verzekerden kreeg het afgelopen jaar een schorsing.” Daarmee overtuig je dus niemand, hè.
Neen, dan vertel je beter het verhaal van Stephen Taylor uit Manchester, een werkloze ex-soldaat van 60 jaar oud. Hij verkocht bloemen om geld op te halen voor gewonde en verminkte oorlogsveteranen. Zijn uitkering werd vier weken lang ingetrokken omdat hij als vrijwilliger actief was voor een liefdadigheidsinstelling. Zo’n verhaal is veel effectiever dan een statistiek à la “in de laatste 18 maanden hebben een miljoen mensen hun uitkering verloren”.
In Groot-Brittannië is er nu een heel project waarbij sociale woningen verkocht worden. De overheid doet dat onder het motto “the right to buy”, het recht om te kopen. Nu, als je daartegen bent, krijg je te horen: “Jij bent dus tegen het recht van de mensen?” Dat is allemaal zeer slim bekeken, natuurlijk.
Rechts schuift echt zeer extreme ideeën naar voren, maar ze stellen ze voor als gematigd en logisch. Daar kunnen wij van leren.

Peter Mertens. Linkse denktanks voeren studies uit en schrijven dikke rapporten. Rechts heeft denktanks die ook nadenken over hoe ze hun boodschap het best kunnen communiceren naar een breed publiek. Hoe komt het dat links niet zulke denktanks heeft?  

Owen Jones. Er zijn ten eerste al veel minder linkse denktanks. Rechts heeft veel denktanks omdat grote bedrijven er veel geld in pompen om materiaal te leveren waar zij voordeel bij hebben. Die denktanks hebben het steevast over belastingverlagingen, minder rechten voor werknemers, privatisering. In Groot-Brittannië bracht een denktank een rapport uit over de privatisering van gevangenissen. En wie betaalde het onderzoek? Juist, bedrijven die actief zijn in beveiligingsdiensten en die al private gevangenissen uitbaten.
Vakbonden hebben een verantwoordelijkheid om goed uitgebouwde denktanks op te richten. Er bestaan linkse academici en economen, maar nu werken ze nog te veel elk op hun eigen eilandje. Dergelijke denktanks zouden die mensen kunnen samenbrengen om een goed onderbouwd alternatief uit te werken. Maar dan wel in een taal die mensen kunnen begrijpen.
Het is best ironisch, niet? Onze tegenstanders preken het individualisme, maar werken zelf op een erg collectieve manier. Terwijl wij pleiten voor collectivisme, maar we werken wel zeer individualistisch.

Peter Mertens. Binnen de PVDA hebben we zelf lang gesproken over het belang van communicatie, van taal en van beelden. De analyse komt eerst, en dat fundamentele studiewerk moet ook de basis blijven, want anders verval je snel in oppervlakkigheid en opportunisme. Maar daarnaast moet even veel tijd worden besteed aan communicatie, aan de vraag: hoe breng je nu een boodschap over? Want het is niet omdat je gelijk hebt, dat je ook gelijk haalt. Vaak wordt die tweede stap overgeslagen, omdat vele linksen dat blijkbaar minder belangrijk vinden. 

Owen Jones. We moeten onze tegenstanders in het defensief dringen, want daar zitten we zelf al te vaak. Ik citeer Ronald Reagan (Amerikaanse president van 1981 tot 1989, n.v.d.r.) niet vaak, maar hij zei: “When you’re explaining, you’re losing”, als je het moet beginnen uit te leggen, dan ben je de strijd aan het verliezen. Daar zit veel waarheid in. We moeten onze tegenstanders zo ver krijgen dat zij moeten uitleggen waarom hun beleid zou werken.
We moeten daarom ook beter uitkiezen welke strijd we aangaan. Nu zetten we vaak in op thema’s waarvan we weten dat we ze gaan verliezen. In Groot-Brittannië is er nu een debat aan de gang over de vermindering van belastingcredits. Drie miljoen gezinnen zullen hierdoor gemiddeld 1.350 pond per jaar verliezen. Dat is een thema waar we rechts kunnen op pakken: hard werkende mensen worden gestraft.

Edward Burne-Jones The Adoration of the Magi

Vandaag, beste vrienden, vieren de meeste (westerse) christelijke kerken Driekoningen. Speciaal hiervoor een prachtig stukje kunst.




De Aanbidding der Wijzen, The Adoration of the Magi, door Edward Burne Jones. Een magistraal tapijt, ontworpen in 1888. De firma Morris en co heeft tien tapijten gemaakt, in 1890 voor de kapel van het Exeter College in Oxford, in 1894 voor schrijver Wilfrid Scawen Blunt, in 1894 bewaard in de  Manchester Metropolitan Universiteit, in 1895 voor de kapel van Eton, in 1900 voor het Kunst en Ambachtenmuseum van Hamburg, in 1901 bewaard in de Art Gallery of South Australia, in 1902 bewaard in de Hermitage, in 1904 bewaard in het Musee d'Orsay, in 1906 in het Castle Museum Norwich, in 1907 in de kerk van Sint Andreas in Sunderland.

Sir Edward Coley Burne-Jones (1833-1898) was een van de belangrijkste schilders uit het negentiende eeuwse Britse schilderkunst en een van de voormannen van het Broederschap van Prerafaëlieten.

1.05.2016

'een stuwmeer aan kerken'

Kerksluitingen, een thema dat ook bij ons steeds actueler wordt. In Nederland echter neemt het grote proporties aan. Het Concordaat tussen Napoleon en de paus heeft er in België voor gezorgd dat de meeste kerken openbaar bezit zijn, in Nederland echter zijn de kerken 'privé-eigendom'. De kerkgenootschappen moeten zelf instaan voor het onderhoud van de gebouwen. En dat is een bijzonder grote opgave in deze tijden van toenemende ontkerkelijking.
Een van de instanties die instaan voor de herbestemming van kerkgebouwen is de 'Task Force Toekomst Kerkgebouwen'.






De NOS publiceerde vorige week volgend artikel:
Het aantal kerkgebouwen in Nederland dat de deuren moet sluiten, neemt snel toe. Komende jaren gaan honderden kerken dicht. Van de 1500 katholieke kerken is de verwachting dat er in 2030 nog maar 300 over zijn. "Het is een stuwmeer aan kerken die vrijkomen", zegt Lilian Grootswagers van de Taskforce Kerkgebouwen. Per week gaan er volgens de Taskforce twee kerken dicht, en per maand één klooster.

Het is belangrijk vindt Grootswagers dat deze kerken niet worden gesloopt, wat nu wel vaak gebeurt. Het grootste museum van Europa staat te koop. Liliane Grootswagers, Taskforce Kerkgebouwen "Door de eeuwen heen zijn kerken een plek van ontmoeting geweest. Kerken vertellen vaak het verhaal van een gemeenschap. Wat zou het betekenen als al die dorpen straks geen torens meer hebben. Het is zonde om dat op te geven." Grootswagers pleit ervoor dat gemeenten, de buurt en de parochie samen kijken naar herbestemming van de kerk.

Kerkenmakelaar Reliplan zet zich in om een herbestemming te vinden voor leegstaande kerken. En dat lukt goed. "We hebben een enorm bestand aan aanvragen. Kerken zijn niet aan te slepen", zegt Mickey Bosschert. "Er zijn heel veel kerkgenootschappen die op zoek zijn naar een kerk: Roemeense orthodoxen, gemeenschappen uit Eritrea, het is een hele bonte verzameling van christelijke genootschappen", vertelt Bosschert. Maar ook reclamebureaus, horecagelegenheden en culturele instellingen hebben vaak interesse in de panden. "Toch kijken we eerst naar christelijke religies die op zoek zijn. Leden van de parochie hebben een hele persoonlijke band met hun kerk, ze zijn er gedoopt en getrouwd. Dan is een andere religie vaak de meest passende bestemming."

1.04.2016

Hoe zou het nog zijn in Nepal?



Nepal is een bijzonder boeiend land, niet alleen omwille van de adembenemende landschappen, de al even adembenemende kunst en de boeiende cultuur, maar ook omwille van de boeiende politieke situatie.

Nepal heeft al een zeer lange geschiedenis achter de rug, maar 'ons' verhaal start in 1990, wanneer een 'constitutionele monarchie' wordt afgekondigd en daarmee een eind lijkt te komen aan de dictatuur. Met dit is echter, zoals zo vaak, een compleet lege doos. In 1996 besluiten de Nepalese maoïsten om gewapend in verzet te komen tegen de dictatuur en de 'democratiseringsfarce'. Het People' Liberation Army organiseert de 'protracted people's war'.
De spanningen aan het hof lopen hoog op en op 1 juni 2001 komt Nepal opnieuw in het nieuws met een waar Shakespearian drama, koning Birendra wordt vermoord door zijn eigen broer, die daarmee koning Gyanendra wordt.
De 'westerse' steun voor de dictatuur loopt vlot binnen en ook onze eigen Belgische regering Verhofstadt 1, van liberalen, socialisten en groenen leveren machinegeweren aan wat zij noemen 'de prille democratie'. Kort daarop wordt het schertsparlement ontbonden. De 'westerse' steun blijft toenemen, waaronder een groot aantal Amerikaanse 'adviseurs' die commando-posities krijgen binnen het zogenaamde Nepalese leger.
De maoïsten krijgen steeds meer steun, er wordt zelf een 'zevenpartijen alliantie' gevormd, een waar progressief front.
In de lente van 2006 moet het regime zich gewonnen geven. En in november wordt de definitieve wapenstilstand ondertekend. De overgang gaat gestaag verder, de progressieve coalitie behaald een absolute meerderheid bij de eerste vrije verkiezingen en op 28 mei 2008 wordt Nepal een democratische republiek.

Over de situatie vandaag en over de politieke discussies in dat land verscheen deze week een zeer lezenswaardig artikel in JacobinMagazine.

de Prerafaëlieten, 'Victorian Revolutionaries'

Kameraden en vrienden,

op deze druilerige maandag brengen we u een zeer bekijkenswaardige documentaire van de BBC over het illustere Broederschap der Prerafaëlieten, een van de hoogtepunten van de negentiende eeuwse kunstgeschiedenis.

 










1.03.2016

1.02.2016

"That’s why I hate New Year’s"

Kameraden en vrienden, op deze tweede dag van het jaar, brengen we een vrij toepasselijke tekst van Antonio Gramsci. Het is een column die hij schreef voor Avanti! editie 1 januari 1916.


Every morning, when I wake again under the pall of the sky, I feel that for me it is New Year’s day.
That’s why I hate these New Year’s that fall like fixed maturities, which turn life and human spirit into a commercial concern with its neat final balance, its outstanding amounts, its budget for the new management. They make us lose the continuity of life and spirit. You end up seriously thinking that between one year and the next there is a break, that a new history is beginning; you make resolutions, and you regret your irresolution, and so on, and so forth. This is generally what’s wrong with dates.
They say that chronology is the backbone of history. Fine. But we also need to accept that there are four or five fundamental dates that every good person keeps lodged in their brain, which have played bad tricks on history. They too are New Years’. The New Year’s of Roman history, or of the Middle Ages, or of the modern age.
And they have become so invasive and fossilising that we sometimes catch ourselves thinking that life in Italy began in 752, and that 1490 or 1492 are like mountains that humanity vaulted over, suddenly finding itself in a new world, coming into a new life. So the date becomes an obstacle, a parapet that stops us from seeing that history continues to unfold along the same fundamental unchanging line, without abrupt stops, like when at the cinema the film rips and there is an interval of dazzling light.
That’s why I hate New Year’s. I want every morning to be a new year’s for me. Every day I want to reckon with myself, and every day I want to renew myself. No day set aside for rest. I choose my pauses myself, when I feel drunk with the intensity of life and I want to plunge into animality to draw from it new vigour.
No spiritual time-serving. I would like every hour of my life to be new, though connected to the ones that have passed. No day of celebration with its mandatory collective rhythms, to share with all the strangers I don’t care about. Because our grandfathers’ grandfathers, and so on, celebrated, we too should feel the urge to celebrate. That is nauseating.
I await socialism for this reason too. Because it will hurl into the trash all of these dates which have no resonance in our spirit and, if it creates others, they will at least be our own, and not the ones we have to accept without reservations from our silly ancestors.

De vertaling in het Engels is van Alberto Toscano en verscheen op viewpointmag

1.01.2016

2016

Happy New Year, nerdizzles!


via pvda.be