Vorige week overleed Albert Derolez, expert middeleeuwse handschriften. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met het Liber Floridus.
Albert Derolez werd geboren in 1934. Na zijn middelbare studies koos hij voor
geschiedenis aan de Universiteit Gent, waar hij met grote onderscheiding
afstudeerde. Tijdens zijn opleiding groeide zijn belangstelling voor de
middeleeuwen en voor oude handschriften. Als jonge onderzoeker begon hij
middeleeuwse boekenlijsten uit België op te sporen en uit te geven. Dat
omvangrijke project mondde uit in het Corpus Catalogorum Belgii, een
standaardwerk waaraan hij tientallen jaren bleef werken.
In 1962 later trad hij in dienst van de Universiteitsbibliotheek Gent als
bibliothecaris van de afdeling Handschriften en Kostbare Werken. Daar zou hij
uitgroeien tot dé bezieler van de wetenschappelijke ontsluiting van de rijke
handschriftencollectie. In 1971 verscheen een eerste beknopte catalogus van de
middeleeuwse handschriften, gevolgd door de volledige inventaris in 1977.
Daarmee legde hij de basis voor het moderne onderzoek naar de Gentse collectie.
Zijn internationale doorbraak kwam er dankzij het Liber Floridus, de
encyclopedie die kanunnik Lambertus van Sint-Omaars in 1121 samenstelde. Ter
gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Gentse universiteit verzorgde
Derolez in 1968 een facsimile-uitgave van het handschrift. Zijn diepgaand
onderzoek leidde in 1970 tot een doctoraat, bekroond met de grootste
onderscheiding. In de daaropvolgende decennia bleef hij het handschrift
bestuderen. Zijn onderzoek bereikte een hoogtepunt met The Making and Meaning
of the Liber Floridus (2014), internationaal beschouwd als het standaardwerk over
dit meesterwerk. Nog in maart 2025 stelde hij in de Boekentoren zijn
publieksboek Liber Floridus. De oudste geïllustreerde encyclopedie voor.
Zijn belangstelling beperkte zich echter niet tot één handschrift. Hij
onderzocht ook talrijke andere middeleeuwse codices, waaronder werken van
Hildegard van Bingen, en verwierf internationale faam door zijn studies over
het ontstaan van boeken, boekbanden en middeleeuwse schriften. Een twaalf jaar
durend onderzoek in Italiaanse en andere Europese bibliotheken resulteerde in
een baanbrekend werk over humanistische handschriften. Zijn handboek The
Palaeography of Gothic Manuscript Books (2003) groeide wereldwijd uit tot een
standaardreferentie.
Ook na zijn pensionering bleef hij onvermoeibaar actief. Tussen 2015 en 2017
nam hij de volledige Gentse handschriftencollectie opnieuw onder handen. Het
resultaat was de wetenschappelijke catalogus Medieval Manuscripts. Ghent
University Library (2017), waarvan de beschrijvingen vandaag nog steeds de
basis vormen van de online catalogus van de Universiteitsbibliotheek.
Albert Derolez overleed op 11 juli 2026, op 91-jarige leeftijd.
In 1974 schreef hij voor Ghendtsche Tydinghen een interessant en artikel, "Het dagboek van een Gents rentenier en zijn belang voor het muziekleven in Vlaanderen rond 1800.”
HET DAGBOEK VAN EEN GENTS RENTENIER EN ZIJN BELANG VOOR HET MUZIEKLEVEN IN VLAANDEREN ROND 1800
Indien iemand een beeld zou willen schetsen van de onbenulligheid van het leven van de rijke bourgeoisie in de Zuidelijke Nederlanden op het einde van de 18e en in het begin van de 19e eeuw, dan zou hij dat niet beter kunnen doen dan aan de hand van enkele citaten uit het dagboek van Gilles-Lucas-Guillaume Schamp de Romrée.
Schamp was lid van een zeer vermogende Gentse familie. Hij werd geboren te Gent in 1764 en stierf er in 1846. Zijn vader, die in het stadsbestuur een belangrijke rol speelde, was een vooraanstaand kunstliefhebber, die van de afschaffing van een groot aantal kloosters door Jozef II en van der verkoop van de nationale goederen door de Franse Republiek duchtig gebruik heeft gemaakt om zijn private collectie schilderijen uit te breiden.
De kunstverzameling kwam na zijn overlijden in handen van Jean-Gilles Schamp, gekend onder de naam Schamp d'Aveschoot (1765-1839), de broer van onze dagboekschrijver; deze laatste nam als bijvoegsel bij zijn familienaam de Romrée. In 1840 werd zij openbaar verkocht voor een veel te lage prijs en de kunstwerken gingen voor het allergrootste deel buitenlandse verzamelingen verrijken één van de vele voorbeelden van Vlaamse kunstcollecties die in de 19e eeuw (en in het begin van de 20e) ons land hebben verlaten. Een idee van de waarde van het geheel krijgt men, als men verneemt dat de collectie niet minder dan 58 schilderijen van Rubens en 22 werken van Van Dyck zou hebben omvat.
Zowel Schamp de Romrée als zijn broer bezaten een hotel in de Veldstraat, en daar hebben zij het grootste deel van hun leven doorgebracht. Schamp de Romrée, die vijf verschillende regimes heeft meegemaakt: de Oostenrijkse tijd, de Franse Republiek, het Keizerrijk, het Verenigd Koninkrijk en onafhankelijk België, blijkt door de wisselende veranderingen van de politiek nauwelijks beroerd te zijn geworden.
In de kleine halve eeuw die zijn dagboeken omspannen schijnt zijn levenswijze en zijn denken - voor zover er van dit vermogen bij hem kan gesproken worden - onveranderd te zijn gebleven. De politieke gebeurtenissen interesseren hem slechts indien zij met spectaculaire voorvallen gepaard gaan. Zoals Stroobant het destijds reeds schreef: "Les événements politiques, l'entrée des troupes, les cortèges et généralement tous les incidents à manifestations extérieures sont décrits avec un luxe de détails qui égale la complète absence d'esprit critique. C'est le journal d'un bourgeois fortuné, ayant trop de loisirs, qui assiste en spectateur, mais sans y prendre part, semble-t-il, aux événements qui se déroulent sous ses yeux".
Voor het overige zullen zijn dagen nog gevuld zijn met het afleggen van bezoeken, theevisites, het aankopen van linten voor zijn hoed, een uitstapje nu en dan, de dagelijkse wandeling door Gent - voor elke dag geeft de brave dagboekschrijver het volledig parcours aan - vaak beëindigd met een kijkje op de "Cotre". Het was niet alleen het galante publiek (dat hij overigens geregeld keurt) dat hem naar de Kouter lokte, maar vooral één van de twee enige passies die dit stille, bijna zielloze leven hebben bewogen: de muziek en de meteorologie.


