9.14.2026

Elaine Mokhtefi (1928-2026)

 Deze week overleed Elaine Mokhtefi, een fascinerende vrouw wiens hele leven in dienst stond van de strijd tegen racisme en voor een betere wereld. 


 In 1928 werd in het Amerikaanse Long Island Elaine Klein geboren in een recent geïmmigreerd joods gezin dat een beter leven probeerde uit te bouwen voor zichzelf. Elaine kon gaan studeren in Georgia. Daar werd ze geconfronteerd met openlijke rassensegregatie en vulgair racisme. Ze kon dit niet aanvaarden en werd al snel van school gesmeten. Ze ging studeren in New York en werd daar actief in de United World Federalists (UWF), een organisatie die ijverde voor een Verenigde Naties als supranationale overheid, om zo komaf te maken met oorlog, nationalisme en racisme. In 1951 werd zij samen met andere militante studenten aan de deur gezet. De Amerikaanse inlichtingendienst FBI hield haar toen al in de gaten. De Verenigde Staten kwamen meer en meer in de ban van de 'communistenjacht'. Senator McCarthy had vergaande bevoegdheden gekregen om (echte en vermeende) communisten op te sporen en te verwijderen uit het publieke leven. Elaine pakt haar valiezen en trekt naar Parijs. Ze komt terecht in een bruisende kosmopolitische stad maar ook in Frankrijk zat er diep geworteld racisme. Elaine wordt diep geraakt door de ronduit wrede behandeling van Algerijnen in Frankrijk en de onafhankelijkheidsstrijd van Algerije. Zo nam ze deel aan het invloedrijke All-African Peoples' Conference in Accra, Ghana, in 1958. 

In 1962 verhuist ze naar Algiers om haar steentje bij te dragen aan het pas onafhankelijke Algerije en het progressieve regime van het bevrijdingsfront FLN en president Ben Bella. Ze werkte voor het officiële Algerijnse persbureau en stond mee in voor de uitbouw en het onderhouden van internationale contacten. Ze was bevriend met Frantz Fanon en de gevluchte Amerikaanse Black Panthers Eldridge en Kathleen Neal Cleaver.

Na de val van Ben Bella moet haar echtgenoot, Mokhtar Mokhtefi Algerije ontvluchten. Ze reist hem na naar Parijs waar ze zo'n twintig jaar wonen, om daarna terug naar de Verenigde Staten te verhuizen. Over haar Algerijnse periode schreef ze het fascinerende Algiers, Third World Capital: Freedom Fighters, Revolutionaries, Black Panthers.

 

Meer over haar leven en betekenis; een zeer interessant panelgesprek in het International Institute van UCLA, met professoren Aomar Boum, Susan Slyomovics en Ali Behdad. 


9.12.2026

“Het systeem kraakt, maar in solidariteit vinden we de kiem van hoop”

Raoul Hedebouw gaf op Manifiesta vandaag een zeer lezenswaardige toespraak. 


 

Een toespraak vol sneren naar de neoliberale besparingsregeringen en hun militarisme. Met een gepassioneerde oproep om zich te engageren in de sociale strijd de komende maanden.

 

Bart De Wever en Conner Rousseau wilden met hun regering als een bulldozer over ons heen rijden met hun sociale afbraak en militarisering.

Maar tegenover die bulldozer is een beweging gegroeid zoals we er in jaren geen meer gezien hebben. Honderdduizenden mensen kwamen op straat. Algemene stakingen. Zorgpersoneel, spoormensen, arbeiders, leerkrachten, jongeren, bedienden, brandweerlui. En nog tal van andere sectoren. Ook mensen uit de cultuursector, de feministische beweging en vele anderen. Mensen die nog nooit gestaakt hadden, die voor het eerst mee gingen. Met jongeren overal in die betogingen. Veel jongeren.

En die strijd gaat door, kameraden.

Daarom wil ik hier vandaag één ding heel duidelijk zeggen. Tegen Bart De Wever. Tegen Conner Rousseau. Tegen de hele regering.

De sociale beweging gaat niet stoppen. De vakbonden roepen op tot een nationale betoging op 9 oktober, gevolgd door nog meer acties tegen de nieuwe besparingen en ze hebben groot gelijk. Wij zullen er bij zijn, en we zullen met veel zijn.

 

 

En met een ronduit excellent slot over het project voor de toekomst.

 

Ja, onze samenleving moet anders functioneren. Niet in functie van de winst, maar in functie van de behoeften van de mensen en onze planeet. Een samenleving waarin niet de belangen van een kleine groep centraal staan, maar die van de meerderheid. Een socialistische samenleving.

Dat is geen verre droom. Dat is de strijd die vandaag al bezig is.

En daar ligt ook onze rol als partij. 

Wij willen aan de zijde staan van al die mensen staan die in beweging komen.

Aan de zijde van wie strijdt voor koopkracht. Aan de zijde van wie de superrijken wil laten betalen. Aan de zijde van werknemers die hun pensioen en hun loon verdedigen. Aan de zijde van jongeren die zich verzetten tegen militarisering. Aan de zijde van iedereen die de oorlogspolitiek van Trump aanklaagt. Aan de zijde van de beweging voor Palestina. Aan de zijde van iedereen die strijdt voor een rechtvaardige klimaattransitie. Aan de zijde van de brandweerlieden en de landbouwers die de natuur beschermen. En aan de zijde van iedereen die vandaag, soms voor het eerst, zegt: dit aanvaard ik niet langer.

Onze rol is die krachten te steunen, samen te brengen en sterker te maken. Om van afzonderlijke strijd solidariteit te maken. Van solidariteit organisatie. En van organisatie een kracht die de samenleving kan veranderen.

Daarom zullen we het komende jaar aan de zijde staan van iedereen die strijdt.

Niet alleen om tegen te houden wat zij ons willen opleggen. Maar om samen iets anders op te bouwen.

Een andere logica. Een andere samenleving. Een andere wereld.

Een wereld die aan de behoeften van werkende mensen voldoet.

Die wereld heet het socialisme.

En zal tot stand komen dankzij onze strijd wereldwijd

Wij gaan door met de strijd!

 

  

lees de volledige toespraak 

Manifiesta 2026

 Dit weekend is het weer verzamelen in Oostende voor het progressieve festival Manifiesta.

 Het programma is weer overweldigend, lezingen, debatten, workshops, concerten en zoveel meer.  

 Het festival van de solidariteit kreeg dit jaar veel media-aandacht, onder meer door de ranzige aanval van Theo Francken. De boodschap van Manifiesta is er een van solidariteit, van sociale strijd en van bouwen aan een nieuwe wereld. Daar kan zo'n oorlogsstokende extreem-rechtse reltweeter niet tegen. Sociale strijd en solidariteit botsen op hun autoritaire dromen. 


 

 Peter Mertens formuleerde een gepast antwoord:

 

Dat de extreemrechtse vleugel van de N-VA ons aanvalt, daar lig ik niet wakker van. Dat hoort bij het politieke debat. Theo Francken mag mij een ‘rood gevaar’ noemen, hij mag onze ideeën verschrikkelijk vinden. Hij mag elke ochtend boos opstaan en elke avond nog bozer gaan slapen. Geen enkel probleem.

Maar er is een verschil tussen een rechtse politicus die een politieke tegenstander aanvalt en een minister die zijn functie gebruikt om die tegenstander juridisch te laten vervolgen of verbieden. Precies daar wordt het ernstig.

Deze keer wil Theo Francken niet gewoon een beetje schelden op X. Hij wil een festival laten verbieden. Omdat de boodschap hem niet zint.

Wanneer zo'n minister publiek vraagt of een politiek festival juridisch kan worden aangepakt, dan gaat het niet langer alleen over een zoveelste provocatie. Dan ontstaat een democratisch probleem. 
 
ManiFiesta is het Feest van de Solidariteit. Manu Chao en Noordkaap staan er op het podium, vakbonders, auteurs, artiesten en activisten uit binnen- en buitenland nemen er het woord en duizenden mensen uit alle hoeken van het land komen er samen. Dat festival wil Theo Francken nu laten aanpakken met verwijzingen naar de “antiterrorismewetgeving”.

Maar Francken is niet zomaar een boze twitteraar uit Lubbeek. Hij is minister van Defensie. Wanneer zo'n minister publiek vraagt of een politiek festival juridisch kan worden aangepakt, omdat hij de ideeën en sprekers ervan onaanvaardbaar vindt, dan gaat het niet langer alleen over een zoveelste provocatie. Dan ontstaat een democratisch probleem.

Want de logica verschuift. Eerst klinkt het: ik ben het niet met jullie eens. Daarna: jullie ideeën zijn gevaarlijk. Vervolgens worden de sprekers verdacht gemaakt, daarna de organisaties. En uiteindelijk wordt de vraag gesteld of die organisaties niet vervolgd, beperkt of verboden kunnen worden.

 

9.09.2026

Bandung: Afro-Asian Rhythms

Zeventig jaar geleden werd in de Indonesische stad Bandung een grote internationale conferentie georganiseerd, the Asian-African Conference. De conferentie werd gewijd aan de uitbouw van een nieuwe dekoloniale realiteit en de uitbouw van een Beweging van Niet-Gebonden Landen. Aanwezig waren staatshoofden en regeringsleiders van Afghanistan, Cambodia, China, Egypte, Ethiopië, Cote-d'Ivore, Iran, Irak, Japan, Jordanië, Laos, Libanon, Liberia, Libië, Nepal, de Filippijnen, Saudi-Arabië, Soedan, Syrië, Thailand, Turkije, Thaïland, Turkije, Viëtnam en Jemen. 

 

Vandaag een bijzonder interessant artikel van  over 'de muziek van Bandung'.  

 

Closer attention to the music of the era gives us an even richer dimension to this story, one rooted in a visceral spirit of connection across continents, from Africa and Asia to Latin America and the Caribbean. This was evident at an event I co-led in Bristol last spring at IC Visual Lab (ICVL), a local arts organisation and project space that focuses on overlooked social histories. I collaborated with IC Visual Lab’s co-director Ben G.J. Thomas, who spent the weeks prior carefully sourcing rare vinyl records and researching the varied sounds that might have been heard during the Bandung Conference. In this piece, we trace the stories behind these sounds, exploring the role of music and internationalism across Southeast Asia in the era of decolonisation. Many experimented with Western popular music; yet also, well before Havana’s Tricontinental Conference, Indonesian and Cambodian musicians were reworking the sounds of Black America, Africa, and Latin America for local audiences as they rediscovered their own regional traditions. These sounds captured a sense of people on the move, always looking outwards to the rest of the world, even as the Cold War threatened to tear it apart.

 

Indonesian President Sukarno, the host of the Bandung Conference, was passionate about the role of culture in representing the country abroad. Indonesian artists, too, announced their arrival on the world stage, declaring themselves ‘Heirs to World Culture’ in a fiery cultural testimonial issued in 1950 (also the title of an excellent collection on the era). Amidst a cultural cold war between the Soviet Union, China, and America, who sent ballet troupes, circus performers, and jazz musicians to post-colonial Asia and Africa, these artists drew inspiration from multiple sources and found their own voice.

 

The Sukarno government used dance diplomacy to promote Indonesian cultural heritage. With the Dancers of Bali world tour of 1952-53, dancers and gamelan musicians travelled from the small Balinese village of Peliatan to the great cities of the world, including London and New York. The show was produced by an English ballet enthusiast, John Coast, who once shipped arms and medicine to supply the Indonesian revolution. Coast repurposed some of the same programs featured in the 1931 Paris Exhibition, which showcased the cultures of the French Empire and fed Western appetites for exoticism. The show featured elaborate costumes, as well as the intricate hand and eye movements and complex footwork associated with Legong, a form of dance which originated in Bali’s royal courts.

...

 

In Southeast Asia, the music of the Bandung era stands as a testament to the internationalism of the time and to the role of musicians in giving voice to the tensions between home and the world that resonated in the hearts of many. Yet like the nations present at Bandung, musicians, too, could not help but be caught up in the violent repercussions of a global Cold War.

 

Lees meer bij The History Workshop.

 

Er is ook een geweldige playlist

 

 

Veel luisterplezier.