Arte Musicale brengt deze Goede Week een uitvoering van het Stabat Mater van de eigentijdse Noorse componist Kim André Arnesen.
Zeer de moeite.
Veel luisterplezier.
Hier blogt uw Kameraad Harko, kwestie van iedereen die het ook maar vaag zou kunnen interesseren op de hoogte te houden. Uw kameraad blogt over de zaken die hem interesseren, zoals (religieus) erfgoed, geschiedenis, maar ook de betere muziek!
Arte Musicale brengt deze Goede Week een uitvoering van het Stabat Mater van de eigentijdse Noorse componist Kim André Arnesen.
Zeer de moeite.
Veel luisterplezier.
Op deze Stille Zaterdag een hoopvolle Paasboodschap uit Palestina.
De Katholieke Patriarch van Jeruzalem, Pierbattista Pizzaballa, schreef deze tekst als preek voor de Paaswake:
Deze Heilige Nachtwake neemt ons mee op een reis vol verwachting en hoop, van duisternis naar licht. Niet plotseling, maar via een lange en geduldige pelgrimstocht die gekenmerkt wordt door het Woord van God, door stilte, door vuur en water. Pasen begint niet met een overwinningskreet, maar met het luisteren naar een verhaal: een verhaal dat de dood trotseert om het leven te bereiken.
De deuren zijn nog gesloten. De stilte is bijna volkomen, misschien doorbroken door het verre geluid van wat de oorlog nog steeds zaait in dit heilige en verscheurde land. Maar juist hier, op deze plek waar de dood door God is bewoond, klinkt het Woord van God luider dan welke stilte dan ook. En ik zeg het ronduit: ook wij vieren vandaag met een kwetsbaar geloof dat op de proef is gesteld, misschien vermoeid… maar nog steeds standhoudend. Niet omdat wij sterk zijn, maar omdat Iemand ons hier ondersteunt.
Hier werd de dood niet vermeden of afgezwakt, maar ten volle onder ogen gezien tot het einde toe. God koos geen uitweg, maar besloot de menselijke conditie in haar diepste werkelijkheid binnen te treden, waarbij Hij alle aspecten van het menselijk bestaan op Zich nam, inclusief datgene wat wij vandaag de dag helaas vaak op gewelddadige wijze ervaren: pijn en dood. Hij deed dit niet om ze van een afstand te ‘verklaren’, maar om ze van binnenuit te beleven.
De uitgebreide Woorddienst die we zojuist hebben gehoord, heeft ons door beslissende momenten in de geschiedenis geleid. De schepping die uit de chaos tevoorschijn komt: „God zei: ‚Er zij licht‘, en er was licht“ (Gen. 1:3). De beproeving van Abraham op de berg Moria, waar een vader wordt tegengehouden voordat hij zijn mes heft en een ram ziet die vastzit in het struikgewas, een voorafschaduwing van het ware Lam. Dan horen we over de doortocht door de Rode Zee: de open zee als een weg naar bevrijding, niet naar vlucht.
Troostende woorden van de profeet Jesaja: „Even heb Ik Mijn aangezicht voor u verborgen, maar met eeuwige liefde heb Ik medelijden met u, spreekt de HEER, uw Verlosser“ (Jesaja 54:8). De universele uitnodiging: „Komt allen die dorst hebben, naar het water“ (Jes. 55:1). Vervolgens de stem van Baruch, die wijst op de Wijsheid als de weg van het leven. Ten slotte de belofte van Ezechiël: “Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in u leggen” (Ezechiël 36:26).
Elke stap heeft ons naar dit punt geleid, waar het Evangelie volgens Matteüs vertelt: „Er vond een grote aardbeving plaats; want een engel van de Heer daalde uit de hemel neer, kwam naar voren, rolde de steen weg en ging erop zitten“ (Mt 28:2).
Deze scène is niet zomaar een detail in het verhaal. Het vormt de kern van een passage die de hele wereld op zijn kop zet: een steen die niet door menselijke kracht, maar door goddelijke macht is weggerold. Op dit moment lijkt er niemand te zijn die de stenen kan wegrollen van de graven van het lijden die voortdurend door oorlog worden blootgelegd. Maar juist daarom luisteren we met nog grotere urgentie naar de vraag die de vrouwen in hun hart droegen: „Wie zal de steen voor ons wegrollen?“ (Mc 16,3).
Het is niet alleen een praktische kwestie. Het is de vraag die ten grondslag ligt aan elke zoektocht naar hoop wanneer het lijkt alsof er niets meer te doen valt. Het is de zoektocht van hen die liefhebben zonder onmiddellijke antwoorden te zoeken, van hen die het mysterie met vertrouwen benaderen, zelfs wanneer het pad verborgen lijkt. Vandaag de dag wordt deze vraag gesteld in het hele Heilige Land, en vanuit elke plek in de wereld die getekend is door geweld. En het antwoord is geen loze verklaring, maar een daadwerkelijk gebeuren: de steen is weggerold.
Niet uit eigen kracht, maar door de kracht van Gods liefde, die sterker is dan de dood.
Broeders en zusters, die vraag – „Wie zal de steen voor ons wegrollen?“ – is hier, vandaag, geen verre weerklank van het evangelie. Het is de kreet die uit onze huizen opstijgt, want om ons heen zijn de stenen weer op hun plaats gezet. En toch zijn we hier vandaag: in een graf dat voor eens en voor altijd is geopend. Niet omdat we de steen uit eigen kracht hebben kunnen weghalen – we weten maar al te goed hoe zwak we zijn, hoe bang we zijn – maar omdat Iemand hem al eerder heeft weggerold, zonder te wachten tot wij ertoe in staat waren, zonder te vragen of we wel genoeg geloof hadden. De steen werd weggerold terwijl het nog donker was, toen niemand het nog voor mogelijk hield. En dit is de eerste paasboodschap, hier en nu: God wacht niet tot onze oorlogen voorbij zijn voordat Hij begint met het herstellen van het leven. Hij begint in de duisternis. Hij begint in de stilte. Hij begint in het graf dat nog gesloten is.
Op deze wake worden we geconfronteerd met de vraag: proberen we nog steeds in ons eentje de stenen weg te rollen die ons onderdrukken? Of laten we Hem, de Levende, voor ons uitgaan? Want Pasen is niet het resultaat van onze inspanningen om vrede te bereiken, hoe noodzakelijk die ook mogen zijn. Het is het fundament dat elke inspanning mogelijk maakt. Als het graf leeg is, dan is er nog niets echt gezegd en gedaan. Geen enkel land is voor altijd betwist, geen enkele wond is voor altijd ongeneeslijk, geen enkele herinnering is voor altijd gevangen in haat. Niet omdat het gemakkelijk is – we weten hoe moeilijk het is – maar omdat de loop van de geschiedenis is veranderd. We lopen niet langer de dood tegemoet: vanuit dit graf ligt de dood achter ons. En zelfs als de oorlog ons iets anders lijkt te vertellen, zijn wij degenen die hebben gezien hoe de steen werd weggerold.
En samen met die steen lijkt het evangelie nog een andere steen weg te rollen: angst. Want de eerste paasboodschap is eenvoudig en ontwapenend: „Wees niet bang“ (vgl. Mt 28,5). Het binnengaan van dit lege graf – zelfs zonder medepelgrims, alleen, ondanks de oorlog – betekent oog in oog komen te staan met het mysterie van het vernieuwde leven. Het lege graf is geen leegte die de geschiedenis uitwist. Het vertelt ons niet dat lijden niet bestaat of dat het zal ophouden.
Zoals de evangeliën ons in herinnering brengen, is het verrijzenislichaam van Christus niet vrij van de sporen van de Passie. Maar die wonden zijn geen tekenen van een nederlaag: ze zijn het zegel van een leven dat de dood heeft overwonnen door deze in Zichzelf te dragen. Dit is de kern van Pasen: God wist onze geschiedenis niet uit; Hij transformeert haar door haar in het licht te brengen.
De liturgie van vandaag herinnert ons eraan dat de Verrijzenis ons niet opdraagt het kwaad door de vingers te zien. Ze leert ons dat de werkelijkheid zelf kan worden getransformeerd door de kracht van God. Hij heeft een weg gebaand waar voorheen een muur stond. Waar voorheen een onwrikbare steen lag, is er nu een drempel.
Jeruzalem, een stad die getekend is door de herinnering aan de dood, en vandaag de dag door zoveel verdeeldheid, wordt de plek waar het leven wordt verkondigd. Niet een ideaal, ver weg gelegen, vergeestelijkt leven. Maar het echte leven – het leven van mensen, thuis, in relaties, in gemeenschappen. De vraag waar de profeet Ezechiël zich over buigt – „Kunnen deze beenderen weer tot leven komen?“ (Ez 37,3) – is een vraag die ook wij ons vandaag stellen, als we kijken naar de ruïnes om ons heen en in ons. Het antwoord van het geloof in het paasmysterie is duidelijk: ja, ze kunnen weer tot leven komen. Niet omdat God wonderbaarlijke wonderen verricht, maar omdat God trouw is aan het leven in zijn meest authentieke vorm. Niet een leven zonder tegenstrijdigheden, maar een leven dat tegenstrijdigheden kan doorstaan en er getransformeerd uit tevoorschijn komt. En dit is nu al een paasoordeel over de geschiedenis: de dood met zijn angel (vgl. 1 Kor. 15:55) is niet de meester, is niet de heerser.
En sta mij toe dit te zeggen: als er hier, vandaag, een ‘steen’ is die we werkelijk kunnen wegrollen, dan is het wel degene die op ons hart drukt – de steen van berusting, van wrok, van wantrouwen. Het evangelie vraagt ons niet om buitengewone daden te verrichten, maar om het leven te beschermen, zelfs op kleine schaal. We zijn geroepen om het kruis niet te verloochenen, maar om het te verheerlijken, door het onderdeel te maken van de weg naar verlossing die ons verenigt met het leven van God.
En dit is de paasboodschap, hier vanuit de Heilige Grafkerk: blijf niet stilstaan voor de stenen van de wereld, maar laten we – voor zover we daartoe in staat zijn – „levende stenen” worden, tekenen van verzoening, bouwers van hoop, getuigen van een leven dat de dood niet langer kan uitdoven.
Christus is opgestaan. Hij is waarlijk opgestaan. Alleluia!
In De Standaard verscheen op deze Goede Vrijdag een column van godsdienstpedagoog Bert Roebben over Goede Vrijdag en LBV op school.
De titel van de roman van Nikos Kazantzakis beklijft en houdt mij als christen uit mijn slaap. Het verhaal is in zijn eenvoud universeel: een groep vluchtelingen, voornamelijk vrouwen, kinderen en ouderen, belandt in de weken voor Pasen in een welstellend dorp, zoekt zich een onderkomen en zorgt voor vijandige reacties bij de inwoners. Enkele jongeren in het dorp bekommeren zich om de vluchtelingen. Zij bereiden zich tegelijk voor op hun rol in het passiespel dat om de zeven jaar op Goede Vrijdag opgevoerd wordt. Meer en meer gaan zij zich identificeren met de vluchtelingen en met Christus, die het voor hen opneemt en het met de dood bekoopt. De passie is niet langer een spel maar wordt brute realiteit in het dorp. Het boek laat de lezer niet onberoerd: in de gestalte van mensen die lijden onder onrecht en uitsluiting verschijnt Christus vandaag opnieuw.
Ik zie ze op mijn dagelijkse nieuwsberichten voorbijtrekken: zij die op de vlucht zijn voor weer een nieuwe oorlog, onschuldige burgers vooral, slachtoffers van de brutale machtswellust en het schaamteloos geldgewin van enkelen. Maar ook dichterbij huis schaam ik me voor het gebrek aan gastvrijheid en inclusie in onze samenleving. En sluimerend onder dit alles wordt de taal van de ontmoeting besmeurd en heerst het narratief van afgrenzing en afschrikking. Ik vrees dat de latere Habermas gelijk heeft: als de taal van de humaniteit, die opgeslagen ligt in de grote levensbeschouwingen verloren gaat of besmeurd wordt, gaat ook de ervaring van humaniteit zelf verloren. Paus Leo voegde er vorige zondag in niet mis te verstane woorden aan toe dat Christus niet kan ingezet worden om een oorlog goed te praten.
Vooral de toekomst van onschuldige mensen, met name kinderen en jongeren, staat deze dagen onder druk. Als lerarenopleider voor het vak levensbeschouwing vraag ik me oprecht af hoe we met de taal van de ontmoeting zullen blijven “opboksen” tegen de taal van afgrenzing en afschrikking. Hoe blijft een humaan discours overeind, wanneer fake news, hate speech, leugens en een gebrek aan transparantie de toon zetten in samenleving en politiek? Hoe leren jonge mensen een cultuur van vertrouwen in een context die voortdurend het tegendeel beweert? En mag de school een plek zijn waar jonge mensen op verhaal mogen komen en hun kwetsbare identiteit mogen ontdekken, voorbij prestatiefascinatie en kennisrijke curricula? Akkoord, we moeten hen voorbereiden op moeilijke tijden, maar hoeveel “leerschool in humaniteit” willen we daarvoor opofferen? Ik wil er als christen nog wel eens over nadenken en me in het interlevensbeschouwelijke gesprek hierover engageren. Niet alleen op Goede Vrijdag.
De aanwinsten van afgelopen maand.
Boudens, Robrecht, Het spel van God en mens, Jecta, 1968 (1967).
Boudens, Robrecht, Over liefhebben en goed-zijn, Jecta, 1968.
Boudens, Robrecht, naar wie zouden wij gaan?, Jecta, 1969.
Boudens, Robrecht, De weelde van het arm-zijn, Jecta, 1969.
Boudens, Robrecht, de getijen van ons leven, Jecta, 1971.
Boudens, Robrecht, onze woorden kunnen u niet grijpen, Jecta, 1973.
De Witte, Kim, Ze draaien ons zot. Langer werken, ratrace, burn-out, Berchem, 2021.
Lehning, Arthur en (red.), De internationale avant-garde tussen de twee wereldoorlogen, bert bakker, 1963.
Vromman, Steven, Hoop. Een kompas in turbulente tijden, Gent, 2023.
Wildiers, Max, Het verborgen leven van de cultuur, Brussel, 1988.
Burggraeve, Roger, Hoog tijd voor een andere God. Bijbels diepgronden naar de ziel van ons mens-zijn, Leuven, 2015.