1.16.2019

lunch & learn: stigma en ziekte


Melaatsheid is een ziekte waar een zwaar stigma op rust. Er heersen heel wat vooroordelen over deze ziekte.
Damiaanactie, een ngo gespecialiseerd in het behandelen en bestrijden van lepra, tbc en leishmaniasi, haalde de ervaringsdeskundige Mathias Duck naar ons land om te getuigen over de ziekte en vooral over het stigma, de vooroordelen en de discriminatie die (ex-)patiënten ervaren. Het ActiePlatform Gezondheid en Solidariteit zet zijn poorten wagenwijd open en nodigt u uit voor een Lunch & Learn.

 gratis  - inschrijven doe je hier.
 
 
 
 

1.15.2019

Sint-Annakerk, 'uitstekende akoestiek, dus beter een concertzaal'

Eerst en vooral: geen verkoop van erfgoed.
Sint-Anna is publiek bezit en moet in publieke handen blijven.

Niettegenstaande dit principiële standpunt zou het 'consortium markthal' niet 'de barbarij' betekenen. Laat ons wel intellectueel eerlijk blijven en de hysterie achterwege laten. Een private ondernemer die een gebouw koopt om er een prestigieus paradepaardje van te maken gaat het gebouw niet 'om zeep helpen' zoals sommigen laten te denken. Daar heb ik alle vertrouwen in.
Er zullen evenwel ingrepen aangebracht worden die de betrokken diensten aanvaardbaar worden geacht, maar die ik ronduit onaanvaardbaar vind.

Wie een sterk verhaal wil brengen tegen een verkoop of een privatisering dient een juist verhaal te brengen. Los van hysterie. Uitspraken van fantasten waar geen snars van klopt helpen 'de zaak' niet vooruit. 
We beginnen met uitspraken over de akoestiek. In bepaalde kranten stonden uitspraken van een fantast over de 'uitstekende akoestiek' van Sint-Anna. Daar klopt geen snars van. En toont hetgeen ik al eerder zei, namelijk dat die mens geen enkele band heeft met de Sint-Annakerk. Maar bon, dit is terzijde, in elk geval is hij geen expert ter zake laat het ons daar op houden.
De akoestiek in Sint-Anna is namelijk speciaal. De meeste concertorganisatoren en muzikanten bestempelen haar als ‘slecht’. Hier is ook onderzoek naar gedaan. Aan de vakgroep Musicologie is in 2014 een masterscriptie ingediend bij Dirk Moelants door Delphine Vincent, ‘Invloed van de ruimte op de ervaring van muziek. Studie van publieks- en muzikantenervaring in twaalf ruimtes te Gent’. Daaruit haal ik volgende passage: “De kerk had de sterkste nagalm van alle ruimtes die we tijdens het experiment hebben aangedaan. Hoewel de kerk op een aantal aspecten van de algemene indruk goed scoorde, zoals esthetiek en toegankelijkheid, eindigt de Sint-Anna toch op de laatste plaats met een gemiddelde totaalscore van 5.83/10. Een resultaat die waarschijnlijk gedomineerd werd door de sterke nagalm.” De akoestiek in Sint-Anna is, voor alle duidelijkheid, perfect voor datgene waarvoor ze gebouwd is en slecht voor datgene waarvoor ze niet gebouwd is. Ter illustratie: het Gent Festival van Vlaanderen spendeerde voor haar concerten in 2013 en 2014 een niet onaardig bedrag aan het laten aanbrengen van reusachtige doeken voor de zijkapellen, om de nagalm op te vangen en te dempen.




In tegenstelling tot wat gelezen kan worden in krantenartikels over deze is er in Gent geen tekort aan concertzalen. Er zijn grote zalen, kleine zalen, private zalen, stadszalen. Er is het Muziekcentrum De Bijloke, de Centrale, de Vooruit, de Handelsbeurs, zaal Miry, de Minard, de Vlaamse Opera, de Capitole. Er zijn tal van zalen met een vast podium, en tal van zalen waar je een podium in kan zetten. Er is de Campagne, Kantl, het Van Crombrugge Genootschap, het Willemsfonds, er is parochiaal centrum Ros Beiaard, de Groenzaal, CC Meulestede. Er zijn tal van (al dan niet voormalige) kerken en kapellen, waar zeer regelmatig concerten worden gegeven, Parnasssus, de Kathedraal, Sint-Jacobs, Sint-Pieters, Kristus Koning, Cultuurkapel Sint-Vincentius. Er zijn lokale dienstencentra en er zijn jeugdhuizen. Er zijn ook tal van café's waar alle mogelijke concerten worden gegeven, Charlatan, Trefpunt, de Afkikker. Nu zal ik niet beweren dat er 'te veel' of zelfs 'genoeg' concertzalen zijn in Gent, maar om nu te gaan beweren dat er tekort zijn is een lange brug te ver.

Er wordt door bepaalde fantasten beweerd dat een 'concertzaal' gemakkelijk zelfbedruipend kan zijn, of zelfs gemakkelijk in staat om inkomsten te genereren. Dat bepaalde kranten deze uitspraken gewoon overnemen zegt veel over de staat van onze journalistiek.

Stel nu, het scenario van de fantast, de kerk wordt een concertzaal. We maken voor deze oefening even abstractie van de kost voor de restauratie, de kost voor een nieuwe verwarming en de kost voor vernieuwing van de elektriciteit en optimale verlichting.
Stel nu de concertzaal slaagt er in om 10 concerten per maand te organiseren, wat veel is. Stel nu dat naar elk concert 250 m/v/x komt, wat veel is. Dan heb je 2500 tickets per maand. Stel nu dat elk ticket 15 euro kost, wat veel is (want hopelijk heb je ook sociale tarieven). Dan kom je aan 37.500 euro per maand. Je hebt te betalen: de ensembles, de muzikanten, 'catering', de 'crew', het onthaalpersoneel, de ticketverkoop, schoonmaak, onderhoud, de elektriciteitsfactuur en de verwarmingsfactuur (wat voor gebouwen van die omvang immense bedragen zijn).
Dan moet je geld over hebben om investeringen doen, grotere onderhoudswerken, herstellingswerken, onderhoudscontracten met bepaalde gespecialiseerde firma's. Daarbij moet je denken aan de kosten die vast hangen met de functie, zoals podiumelementen, gespecialiseerde apparatuur, van micro's tot lampen, je moet ook denken aan kosten die bij een dergelijk gebouw horen, zoals het nazicht en uitkuisen van de dakgoten, om een banaal-klinkend voorbeeld te geven, die kost is niet onaardig. En dan heb je nog geen affiches en flyers gemaakt, dan heb je nog geen reclame gemaakt en nog geen website. Je hebt dan nog je belastingen niet betaald. Dat alles met (genereus gerekend) 37.500 euro per maand.

Puntjes op de i en gene zever.

De Sint-Annakerk is te waardevol voor de markt. Te waardevol om niet in publieke handen te houden. Maar trouwens ook te waardevol om over te laten aan fantasten.


 

1.14.2019

MSK - een open museumcafé?


Na een museumbezoek iets gaan drinken of misschien zelfs iets eten, iets lekkers, verfrissend of verwarmend, een opkikker in een prachtig kader, nagenieten en nabespreken. Museumcafés zijn een verlengde van het museum, mooi, aangenaam, een bijna essentieel onderdeel van de hele museumervaring.

Internationale studies bevestigen het keer op keer, een museumcafé is een wezenlijk onderdeel van de hele beleving.


En toch zijn museumcafés, -restaurants en -brasseries geen echt onderdeel van het museum. Het zijn concessies. Bij een concessie wordt een bedrijf of een persoon aanduid als concessiehouder, het café is dan gedurende een bepaalde periode van hem, tegen een niet onaardige vergoeding uiteraard.



Het MSK is momenteel op zoek naar een nieuwe concessiehouder.
Het MSK profileert zich als een ‘Open Museum’ en zet in op toegankelijkheid en laagdrempeligheid. Maar dan wordt blijkbaar niet doorgetrokken in de concessie. In het bestek staan een aantal dingen vermeld waaraan de kaart van het museumcafé moet voldoen:
De inschrijver wordt, a.d.h.v. een prijstabel, gevraagd een overzicht te geven van het aanbod aan
maaltijden, desserts/gebak en dranken.
Daarbij wordt de kwaliteit beoordeeld op basis van onder meer volgende criteria:
1. gevarieerd
2. gezond
3. duurzaam
De volgende principes zijn hier van belang:
1. Aandacht voor seizoensgebonden producten: verse groenten en fruit worden enkel in het correct
seizoen gebruikt, overeenkomstig de seizoenskalender (www.groentekalender.be);
2. Fair Trade producten: bij gebruik van exotische producten worden producten uit de eerlijke handel gekozen;
3. Lokale productie en korte keten: er worden producten van lokale producenten gebruikt;
4. Voldoende aanbod van vegetarische alternatieven;
5. Verpakking: voor het aanbieden van het voedsel kiezen voor herbruikbaar/composteerbare
verpakkingen, borden bestek en bekertjes toegestaan (papier, karton, hout, PLA, palmblad, etc. ..).
6. Een gevarieerd aanbod, voor ieders beurs.

‘Voor ieders beurs’ is een bijzonder rekbaar begrip. Betaalbaarheid en laagdrempeligheid zijn geen prioriteiten in dit bestek. Waarom staan er geen concrete indicatoren? Waarom geen verplichting om ook maaltijden aan kansentarief aan te bieden? Waarom geen verplichting om mensen toe te laten om een eigen boterham op te eten, met een kop betaalbare koffie, of een tas betaalbare soep?

Dan komen we aan de essentie. Waarom moet je per se een privé-bedrijf zoeken om een essentieel onderdeel van het museum in handen te nemen? Waarom neem je het museumcafé niet zelf in handen? Met normaal betaald personeel, met toegankelijke prijzen en laagdrempelig. Niet gericht op hip en trendy, maar op normale, doordeweekse Gentenaren en bezoekers.
Laat 2500 euro per maand niet meer doorwegen dan de ambitie om een daadwerkelijk open museum te worden. 

Je mag nog zo veel inzetten op Openheid, als je een hip en trendy eetcafé hebt met koffie aan 2,75 en trendy biofruitsap aan 3 euro dan is en blijft dat een holle frase.