9.10.2011

het Werkwoord Democratie

DeWereldMorgen publiceert deze week een zeer lezenswaardig stuk van Patrick Develtere, voorzitter van het ACW. In deze voorpublicatie uit De Gids op Maatschappelijk Gebied, vertelt Develtere o.a. het volgende:

Ook in België merken we dat democratie een werkwoord is. Net als andere federale landen (Duitsland,..) zijn we in een discussie verwikkeld wie welke bevoegdheden het best kan invullen. In tegenstelling met andere federale landen zijn we door een wederzijdse polarisatie geblokkeerd geraakt.

We doen er goed aan in die troebele discussie drie zaken naar voren te schuiven.

Er bestaat vooreerst niet zoiets als de perfecte staats(her)vorming. Homogene bevoegdheden zijn in een klein land per definitie moeilijk af te bakenen. De verstrengeling van dit land zie je het sterkst in de knoop bij uitstek: Brussel.

Ten tweede, niemand wint bij polarisatie. Het politieke debat is verruwd, waarbij men vaak ad hominem verwijten maakt, of zelfs gewoon begint te schelden. Dat is volledig contraproductief. Daarvoor hoef je zelfs geen andere taal te spreken. In de Verenigde Staten hebben Republikeinen en Democraten dat uitvoerig bewezen met de discussie over het schuldenplafond. Politici zijn trouwens rolmodellen. Ze moeten beseffen dat mensen naar hen opkijken en hun (brutale of vriendelijke; conflictueuze of coöperatieve; ….) gedrag imiteren.

Een staats(her)vorming gaat, ten derde, over efficiëntie: men mag gerust het Pareto-criterium toepassen, dat stelt dat +1 mensen het beter moet(en) hebben. Maar kan men dat garanderen, laat staan bewijzen? En wil men dan ook de overgang mee incalculeren? Laat ons niet dagdromen: er zullen jaren nodig zijn om de overgang te organiseren (wetten, Koninklijke Besluiten, transfer van instellingen en personeel….). En, in die tussentijd is er óók goed beleid nodig.
Besparingen en uitgaven: niet ieder voor zich, maar ieder voor allen

De verstrengeling van dit land is niet alleen belangrijk voor bevoegdheden, ook voor budgettaire kwesties. Steven Vanackere zegt daarover zeer terecht: “Neem de federale besparingen waar we de komende jaren voor staan. Nu doen sommigen alsof de Vlaamse gezinnen en instellingen dat niet zullen voelen. Dat klopt niet. (…) Daarom zeg ik ook: de federale staat is een mede-eigendom. En de waarde van de verschillende appartementen zal heus niet stijgen als we de gemeenschappelijke delen verwaarlozen.” (DS/13 augustus 2011)

Zal deze sanering inspanningen vragen? Natuurlijk. Niets zonder inspanning. Moet iedereen inspanningen leveren? Natuurlijk. We zouden nooit gestaan hebben waar we nu staan indien niet iedereen inspanningen had geleverd. Iedereen erkent de noodzaak tot saneren en tot hervormen van de staatshuishouding. Maar welke reacties worden in de pers geventileerd? Het lijkt wel “ieder voor zich”. Wat we nodig hebben is “ieder voor allen”.

Dat sommige zeer vermogenden nu al zeggen dat ze een bijdrage willen doen voor een begrotingsinspanning is welkom, maar het mag ons ook niet verblinden voor het feit dat de zeer rijken sowieso in België zeer weinig belastingen betalen, dankzij enkele fiscale achterpoortjes. Zeer uitgebreid en secuur uitgelegd in DeWereldMorgen.be van 22 juli 2011 door Danny Bruggeman, ACV-afgevaardigde en diensthoofd fiscaal bestuur van Financiën. De eenpersoonsvennootschappen, vruchtgebruikconstructies, gegoochel met verrekenprijzen,… De lijst is schier oneindig.

Het is niet (alleen) voor onze Bourgondische keuken dat zoveel Nederlanders en Fransen in (respectievelijk) de Kempen of Knokke gaan wonen. Het fiscaal regime is hier zeer gunstig voor een klein percentage gefortuneerden. Professor Michel Maus (VUB) noemt België onverbloemd “een fiscaal paradijs voor degenen die hun welvaart en welstand halen uit een vermogen”.

Voorbeelden zijn legio: men kan als Belg in het tweede en ook het derde verblijf - in Toscane, Benidorm of de Provence – energiebesparende renovaties uitvoeren én die investering fiscaal aftrekken. De regel maakt namelijk geen onderscheid tussen verblijven in België of in het buitenland. Van een zeer pervers Mattheüseffect gesproken waar allicht niemand naar vraagt en waarvan elk maatschappelijk of economisch nut zoek is.

In plaats van Mattheüs-effecten kiezen wij voor de meer rechtvaardige Lucas-methode. Je weet wel: “aan wie veel gegeven is, zal veel gevraagd worden”. Verrassend en verfrissend dan te horen dat ook de heer Etienne Davignon zo begint te redeneren: “Het is niet zo dat mijn dagelijkse levensstijl zal veranderen door zo'n hogere belasting. Daarom is die aanvaardbaar. Je kunt moeilijk mensen extra gaan belasten die nu al op hun tandvlees zitten. Als je extra geld zoekt, dan moet je het doen bij mensen die nog een bijdrage kunnen leveren.”

De inspanningen om onze economie en onze maatschappij door de woelige wateren te loodsen mogen en moeten van eigen bodem komen. Alhoewel we de deuren niet moeten sluiten voor anderen. De Amerikanen, de Japanners, de Duitsers, ja ook de Congolezen hebben veel betekend voor de ontwikkeling van ons welvaartsmodel. In een globaliserende wereld ontsnapt niemand meer aan de internationale economische en financiële kruisbestuivingen. Bekijk bv. hoe de Chinese communisten het Amerikaanse kapitalisme aan het redden zijn.

Maar ook internationaal is democratie een werkwoord. Ook internationaal is er nood aan gefundeerde debatten, analyses, zorgvuldige besluitvorming en rechtvaardige verdeling van lasten en lusten. Het hongerdrama in de Hoorn van Afrika is niet alleen de schuld van vechtende clans. Het is ook de verantwoordelijkheid van zij die hen tot de tanden bewapend hebben. En het zijn niet de stervende Somaliërs en Ethiopiërs die verantwoordelijk zijn voor de stijgende prijzen van het voedsel. Daar zorgen westerse speculanten voor. Dat ze in Oost-Afrika vroeger (slechts) om de tien jaar met extreme droogte werden geconfronteerd en nu zowat om de drie jaar, heeft te maken met klimaatswijzigingen waar geen enkele Afrikaan met de vinger voor kan gewezen worden. Dat mogen ze ons aanwrijven.

Europees tenslotte is er ook werk aan de winkel. Een geoliede democratische Europese machine is er nog niet. Maar er is vooruitgang. Het bewustzijn van de Belg, de Duitser, de Griek en de Hongaar dat hij/zij in het zelfde bootje zit als de Fransman, de Bulgaar en de Pool heeft deze zomer een elektroshock gekregen. Uit het bootje springen betekent verdrinken. Op de boot afspraken maken, de taken verdelen en samen roeien is de enige optie.

Met andere woorden: de tijd is gekomen om te trancheren. Zoals George Bernard Shaw zei: “The possibilities are numerous once we decide to act and not react.”


Geen opmerkingen: