9.01.2026

Wat de zomer ons leert voor het nieuwe schooljaar

 Op deze eerste september een uitstekend opiniestuk van Bruno Vanobbergen van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. 

 

 

Wat we van deze zomer moeten meenemen naar het nieuwe schooljaar

 

Het voorbije schooljaar ging het onderwijsdebat vaak over kennis. Terecht. Over lezen, rekenen, taalvaardigheid, minimumdoelen en een kennisrijk curriculum. Na jaren waarin vaardigheden en leerprocessen soms te los kwamen te staan van inhoud, groeit opnieuw het besef dat jonge mensen een stevige kennisbasis nodig hebben om de wereld te begrijpen.

 

Wie klimaatverandering wil doorgronden, moet iets weten van wetenschap. Wie migratie wil begrijpen, heeft kennis nodig van geschiedenis, economie en geopolitiek. Wie wil deelnemen aan het democratische debat, moet beschikken over taal, culturele referenties en historisch inzicht. Kennis is geen luxe. Ze is een toegangspoort tot de wereld.

 

Maar de zomer heeft ons eraan herinnerd dat de belangrijkste vraag over onderwijs dieper gaat. Niet alleen: wat moeten leerlingen kennen en kunnen? Maar ook: waartoe voeden wij hen op?

 

Wie de voorbije weken het nieuws volgde, kon moeilijk ontsnappen aan een gevoel van ongemak. Bossen gingen in vlammen op. Dorpen werden geëvacueerd. Aan de grenzen van Europa bleven mensen zoeken naar veiligheid, toekomst en waardigheid. En opnieuw werden we geconfronteerd met geweld tegen mensen omdat ze zijn wie ze zijn.

 

Op het eerste gezicht lijken het verschillende verhalen: een natuurbrand, een migratieroute, een aanslag. Maar misschien vertellen ze uiteindelijk hetzelfde verhaal. Dat wij leven in een wereld die kwetsbaarder, complexer en sterker met elkaar verbonden is geworden. Een wereld waarin snelle antwoorden verleidelijk zijn, maar steeds minder volstaan.

 

De les van deze zomer is niet dat we met afzonderlijke crisissen worden geconfronteerd. Ze is dat we leven binnen grenzen die we niet langer kunnen negeren: planetaire grenzen, maatschappelijke grenzen, democratische grenzen en ook persoonlijke grenzen. Vrijheid is geen grenzeloosheid. Samenleven is geen vanzelfsprekendheid. Waardigheid en gelijkheid zijn geen bezit, maar vragen telkens opnieuw bescherming.

 

Wanneer straks honderdduizenden leerlingen opnieuw door de schoolpoort stappen, dragen zij die wereld mee de klas binnen. Daarom is de start van een schooljaar meer dan een organisatorisch moment. Het is een vraag aan ons allemaal: welke samenleving willen wij doorgeven, en hoe helpen wij een nieuwe generatie om daarin haar plaats te vinden?

 

Kennis en wijsheid

 

De oproep tot meer kennis is terecht. Een samenleving heeft burgers nodig die begrijpen hoe wetenschap werkt, die historische ontwikkelingen kunnen plaatsen en complexe vraagstukken kunnen analyseren. De uitdagingen van deze tijd vragen geen oppervlakkigheid, maar diepgang.

 

Maar kennis alleen is niet genoeg. We hebben ook wijsheid nodig om met die kennis om te gaan. Een leerling kan leren hoe artificiële intelligentie werkt, maar daarmee is nog niet beantwoord waarvoor we technologie willen gebruiken. Een jongere kan leren welke processen klimaatverandering veroorzaken, maar daarmee is nog niet gezegd welke keuzes een samenleving moet maken.

 

Kennis helpt ons de wereld te begrijpen. Wijsheid helpt ons ons ertoe te verhouden. Daarom mag onderwijs niet worden vernauwd tot informatieoverdracht. Onderwijs gaat ook over leren onderscheiden wat waardevol is, omgaan met onzekerheid, leven met grenzen en ontdekken dat vrijheid verantwoordelijkheid vraagt.

 

In Contouren van een nieuw land beschrijft Floor Milkowski een samenleving die zoekt naar nieuwe vormen van verbondenheid. Niet omdat verschillen op zich een probleem zijn, maar omdat de plaatsen waar mensen elkaar werkelijk ontmoeten schaarser worden. We wonen vaker naast elkaar dan met elkaar. We informeren ons via verschillende werkelijkheden. We leven steeds vaker in werelden die elkaar nog nauwelijks raken.

 

Scholen voelen die ontwikkeling scherp aan. Terwijl de samenleving fragmenteert, verschijnt elke ochtend opnieuw een kleine afspiegeling van diezelfde samenleving aan de schoolpoort. In één klas zitten leerlingen met heel verschillende achtergronden, ervaringen, overtuigingen en verwachtingen. Dat is geen probleem dat scholen moeten oplossen. Dat is precies hun maatschappelijke opdracht.

 

De school als gemeenschappelijke grond

 

Een eerste opdracht van onderwijs is jongeren een gemeenschappelijke taal geven. In een samenleving waarin mensen steeds vaker in verschillende informatiewerelden leven, wordt een gedeelde taal kwetsbaar. We gebruiken dezelfde woorden, maar bedoelen niet altijd hetzelfde. Vrijheid, verantwoordelijkheid, identiteit, rechtvaardigheid, duurzaamheid en democratie worden hol wanneer ze niet gevoed worden door gedeelde kennis.

 

Daarom is een kennisrijk curriculum geen nostalgisch verlangen naar vroeger. Het is een democratische noodzaak. Wanneer leerlingen geschiedenis leren, ontdekken ze dat vrijheid nooit vanzelf is ontstaan. Wanneer ze kennismaken met wetenschap, leren ze hoe kennis wordt opgebouwd, getoetst en gecorrigeerd. Wanneer ze literatuur lezen, ontmoeten ze levens die niet de hunne zijn. Wanneer ze leren hoe democratie werkt, zien ze dat samenleven meer vraagt dan je eigen mening zeggen.

 

Dat gebeurt vandaag al in scholen die bewust inzetten op rijke taalontwikkeling, leesbevordering en een stevig curriculum. In klassen waar kinderen via verhalen, informatieve teksten, geschiedenis, aardrijkskunde en wetenschap niet alleen leren lezen, maar ook de wereld leren kennen. Begrijpend lezen is immers niet alleen taaltechniek. Het vraagt ook wereldkennis.

 

Een samenleving leeft niet alleen van wetten en instellingen. Ze leeft ook van verhalen, begrippen en herinneringen die mensen samen delen. Zonder die gedeelde taal praten we niet langer met elkaar, maar langs elkaar heen. Scholen kunnen dat niet alleen herstellen. Maar ze kunnen wel elke dag opnieuw bouwen aan de voorwaarden om elkaar te blijven verstaan.

 

De school als oefenplaats van ontmoeting

 

Een tweede opdracht is minstens even belangrijk. Scholen moeten plaatsen van ontmoeting blijven. In veel domeinen van het leven kiezen mensen steeds meer met wie ze omgaan. We wonen bij mensen die op ons lijken, volgen stemmen die onze kijk bevestigen en organiseren onze vrije tijd in vertrouwde kringen. De school is een van de weinige plaatsen waar die logica doorbroken wordt.

 

Leerlingen kiezen hun klasgenoten niet. Ze ontmoeten er kinderen en jongeren die anders spreken, geloven, denken of leven. Ze leren samenwerken met iemand die ze zelf niet zouden hebben gekozen. Ze botsen op verschillen in mening, tempo, gewoonten en achtergrond. Precies daarin schuilt een grote maatschappelijke waarde.

 

Wanneer een klas in gesprek gaat over migratie, wanneer leerlingen samenwerken aan een project rond klimaat, wanneer jongeren leren dat een meningsverschil geen reden hoeft te zijn om elkaar uit te sluiten, oefenen scholen elke dag opnieuw in democratie. Niet als vak apart. Niet als abstract ideaal. Maar als dagelijkse praktijk. Samenleven leer je niet door er alleen over te spreken. Je leert het door het te doen.

 

Jongeren ernstig nemen

 

Een derde opdracht is jongeren helpen verantwoordelijkheid opnemen. Daar moeten we voorzichtig zijn. De verleiding bestaat om de grote problemen van onze tijd op hun schouders te leggen. Alsof zij de klimaatcrisis moeten oplossen, de democratie moeten redden en de samenleving opnieuw moeten samenbrengen. Dat is niet alleen onrealistisch. Het is ook onrechtvaardig.

 

Het zijn niet de jongeren die deze problemen hebben veroorzaakt. De verantwoordelijkheid voor het heden ligt in de eerste plaats bij ons: beleidsmakers, organisaties, ondernemingen, middenveld, ouders en burgers. Tegelijk moeten we jongeren ernstig nemen wanneer ze zich uitspreken. We verwachten betrokken burgerschap, maar reageren ongemakkelijk wanneer jongeren dat ook werkelijk tonen.

 

De term klimaatspijbelaars, die enkele jaren geleden ingang vond, blijft mij daarom storen. Niet omdat jongeren boven kritiek verheven zijn. Wel omdat het woord iets denigrerends had. Alsof hun maatschappelijke bezorgdheid gereduceerd kon worden tot het ontlopen van een lesuur. Alsof hun engagement eerst verdacht moest worden gemaakt vooraleer we naar hun boodschap wilden luisteren.

 

Onderwijs heeft de opdracht jongeren ernstig te nemen. Niet door hen de verantwoordelijkheid voor alle problemen van vandaag op te leggen. Wel door hen te erkennen als mensen die vragen stellen, bezorgdheden uiten, engagement tonen en zoeken naar hun plaats in de samenleving. Wie jongeren wil vormen tot verantwoordelijke burgers, moet bereid zijn hen als burgers in wording te ontmoeten.

 

Dat gebeurt in scholen waar leerlingen mee nadenken over de vergroening van hun speelplaats, het gebruik van technologie op school of het dragen van religieuze symbolen op school. Niet omdat zulke projecten de klimaatcrisis of sociale ongelijkheid oplossen. Wel omdat jongeren ervaren dat verantwoordelijkheid begint in de directe omgeving waarin mensen samenleven. En vooral: dat verantwoordelijkheid nooit betekent dat alles van hen alleen afhangt.

 

De leraar maakt het verschil

 

Wanneer we over onderwijs spreken, hebben we het vaak over systemen, structuren en hervormingen: eindtermen, minimumdoelen, leerplannen, inspectie en evaluatie. Dat zijn belangrijke gesprekken. Maar telkens opnieuw dreigt uit beeld te verdwijnen waar onderwijs uiteindelijk gebeurt: in de ontmoeting tussen een leraar en een leerling.

 

Onderwijs is de plaats waar een samenleving zichzelf overdraagt aan een nieuwe generatie en tegelijk de mogelijkheid openhoudt om die samenleving te vernieuwen. Het bewaart en bevraagt. Het geeft door en opent. Het zegt aan jongeren: dit is de wereld waarin je aankomt. En tegelijk: deze wereld is niet af.

 

Dat is precies wat leraren elke dag doen. Zij brengen jongeren in contact met een wereld die groter is dan hun onmiddellijke ervaring. Zij bespreken klimaatverandering zonder jongeren te verlammen door schuldgevoel. Zij maken ruimte voor vragen waarop niemand een eenvoudig antwoord heeft. Zij helpen jongeren ontdekken dat complexe problemen niet verdwijnen door ze te ontkennen, maar ook niet door ze op de schouders van één generatie te leggen.

 

Een goede leraar zegt niet: los het maar op. Een goede leraar zegt: kijk naar de wereld, probeer haar te begrijpen en ontdek welke plaats jij erin kunt innemen. Hij of zij helpt leerlingen hun verontwaardiging om te zetten in inzicht, hun betrokkenheid te verdiepen met kennis en onderscheid te maken tussen feiten en meningen, overtuiging en vooroordeel, engagement en simplificatie.

 

Dat gebeurt vaak in kleine momenten: een moeilijk klasgesprek dat niet wordt ontweken, een leerling die woorden vindt voor ongerustheid, een tekst of experiment dat een nieuw venster opent. In een wereld van onmiddellijke reacties is jongeren leren vertragen, luisteren en afwegen bijna een radicale pedagogische daad.

 

Niet afschermen, maar voorbereiden

 

Veel onderwijsdebatten gaan vandaag terecht over bescherming: tegen desinformatie, online haat, discriminatie, prestatiedruk, polarisatie en klimaatangst. Die zorg is nodig. Maar bescherming mag geen afscherming worden. We bewijzen jongeren geen dienst door te doen alsof de wereld eenvoudiger is dan ze is, of door hen elke spanning te besparen.

 

Scholen zijn plaatsen waar jongeren stap voor stap kunnen oefenen met werkelijkheid: veilig, begeleid, met volwassenen nabij en met kennis die helpt om inzicht te krijgen. Dat is een onderschatte pedagogische opdracht: jongeren niet afschermen van spanning, maar hen leren erin te staan. Niet door hen hard te maken, wel door hen stevig te maken.

 

Hoop is een opdracht

 

Scholen zijn niet alleen plaatsen waar we leren samenleven. Ze zijn ook plaatsen waar we leren leven met de spanning van deze tijd.

 

De zomer heeft niet alleen getoond dat de wereld complex is. Ze heeft ook getoond dat gewoon doorgaan geen optie is. Bosbranden herinneren ons aan planetaire grenzen. Migratie confronteert ons met ongelijkheid in veiligheid en kansen. Geweld tegen mensen om wie ze zijn, toont hoe broos waardigheid en vrijheid blijven. Polarisatie maakt duidelijk dat democratie geen bezit is, maar een opdracht.

 

Onderwijs leert jongeren niet dat zij de wereld moeten redden. Het leert hen dat zij deel uitmaken van een wereld waarvoor mensen samen verantwoordelijkheid dragen. Dat is misschien de meest geloofwaardige vorm van hoop: niet de geruststelling dat alles vanzelf goed komt, maar het vertrouwen dat niemand er alleen voor staat.

 

Wie scholen bezoekt, ziet die hoop elke dag: in een leraar die blijft geloven in een leerling die dreigt af te haken, in een school die investeert in kinderen die thuis minder kansen krijgen, in een klas die ruimte maakt voor een nieuwkomer, in directeurs en leraren die blijven zoeken naar mogelijkheden wanneer anderen vooral beperkingen zien.

 

Hoop verschijnt in onderwijs zelden als groot woord. Ze verschijnt in kleine dagelijkse keuzes waarin volwassenen weigeren een kind te reduceren tot zijn resultaten, afkomst of kwetsbaarheid.

 

Ouders en scholen: een nieuw sociaal contract

 

Net daarom gaat dit verhaal niet alleen over leerlingen en leraren. Het gaat ook over ouders.

 

Als onderwijs jongeren leert omgaan met de grenzen van hun tijd, kan die opdracht niet alleen op de schouders van scholen rusten. Kinderen groeien op tussen thuis, school, buurt, media en samenleving. Wat daar gebeurt, hoeft niet samen te vallen, maar mag elkaar ook niet voortdurend ondergraven. Misschien hebben we daarom nood aan een nieuw sociaal contract tussen ouders en scholen.

 

De tijd dat ouders eenvoudig moesten aanvaarden wat een school besliste, ligt terecht achter ons. Ouders willen betrokken worden, vragen stellen en meedenken. Tegelijk staat het vertrouwen tussen ouders en scholen soms onder druk. Scholen voelen zich niet altijd gesteund. Ouders voelen zich niet altijd gehoord. Verschillen van inzicht worden sneller tegenstellingen.

 

Dat kunnen we ons steeds minder permitteren. Kinderen leren het best wanneer de volwassenen rondom hen elkaar weten te vinden. Dat vraagt ook oog voor verschillen tussen ouders. Sommigen vinden vanzelf hun weg naar school; anderen kennen de codes niet, beheersen de taal onvoldoende of dragen zelf weinig positieve schoolervaringen mee. Dat maakt hun betrokkenheid niet kleiner, wel kwetsbaarder.

 

Ook hier gaat het om vertrouwen. Hoe zorgen we dat school en thuis elkaar niet vervangen, maar versterken? Hoe maken we van onderwijs opnieuw een gedeelde opdracht? Een school vormt pas echt samenleving wanneer ook de volwassenen rond kinderen leren samenwerken aan een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.

 

Welke samenleving willen wij worden?

 

Wanneer binnenkort opnieuw de schoolbel klinkt, begint meer dan een nieuw schooljaar. Dan begint opnieuw het werk van duizenden leraren die jonge mensen binnenleiden in een wereld die tegelijk mooi, kwetsbaar en complex is. Een wereld die nood heeft aan kennis, maar evenzeer aan wijsheid. Aan mensen die kunnen samenleven met verschil. Aan burgers die verantwoordelijkheid opnemen zonder te denken dat zij alles alleen moeten dragen.

 

Ergens zal een kind voor het eerst een school binnenstappen. Een andere leerling begint aan een laatste schooljaar. Nog een andere jongere zal twijfelen of school wel iets voor hem of haar betekent. Wat zij nodig hebben, zijn volwassenen die laten ervaren dat de wereld de moeite waard blijft om te begrijpen, dat zij er niet alleen voor staan en dat hun leven ertoe doet.

 

De taak van onderwijs is niet jongeren leren hoe zij de wereld moeten redden. De taak van onderwijs is hen uitnodigen in een wereld waarvoor wij samen verantwoordelijkheid dragen: leraren, ouders, scholen, verenigingen, beleidsmakers en burgers. Want de toekomst wordt niet gebouwd door één generatie. Ze ontstaat wanneer generaties elkaar ernstig nemen, van elkaar leren en samen de moed vinden om een andere weg in te slaan wanneer de oude niet langer volstaat.

 

De vraag aan het begin van dit schooljaar is daarom niet alleen wat leerlingen moeten kennen en kunnen. De echte vraag is welke samenleving wij samen willen worden.

 


 bron

8.31.2026

aanwinsten 08

 De aanwinsten voor de tweede vakantiemaand.

 

De Vries, J., Heldenlied en heldensage, Utrecht, 1959.

 

Boschvogel, F.R., Godelieve, Leuven, 1949. 

 

Verplancke, Dejaeghere, Schepers en Van Alstein, Vroeger gaat niet over. Herinneringseducatie als pedagogische praktijk, Leuven, 2017.

 

Deneve, M., Peeters, L., BreinTrein. Zet je leren op het goede spoor. Leren leren 14+. Averbode, 2010.

 

De Moor, Bob, Het uitzonderlijke leven van Jean-Baptiste de La Salle, Groot-Bijgaarden, 1980. 

 

van Rossem, Maarten, Heeft geschiedenis nut?, Utrecht, 2003. 

 

 

 

31 augustus

 


8.26.2026

Dolly Parton (1946-2026)

Dolly Parton, country-icoon, maakte geweldige muziek maar was ook een onvervalste superheldin.  

 

Als country-superster nam ze openlijk afstand van uiterst-rechts. Het oranje, autoritair, openlijk corrupt, racistisch hondsvot probeert een graantje mee te pikken en laat de vlaggen halfstok hangen. Parton weigerde partij-politieke uitspraken te doen en weigerde pertinent zich voor de kar te laten spannen, zo weigerde ze de "presidential medal of freedom" van Trump. 

 

Dolly Parton was uitgesproken anti-mysogyn en anti-racist en in volle corona-pandemie schonk zij 1 miljoen dollar aan de ontwikkeling van een vaccin, wat ze ook publiekelijk liet inspuiten.  

 

 Ze schonk bijzonder veel geld aan allerlei projecten. met Imagination Library stuurde ze miljoenen boeken naar kinderen. Ze financierde studiebeurzen en zorgde voor noodhulp bij rampen.

 

 

Een prachtig stukje Dolly Parton in Sesamstraat:

 



En uiteraard haar eigentijdse hymne van de werkende klasse:

 

8.20.2026

"ongelijkheid maakt ons kwetsbaarder"

In Zorgwijzer, van Zorgnet ICURO, een zeer interessant interview met Els Hertogen, algemeen directeur van 11.11.11. Enkele passages: 

 

Uit een recent rapport van WHO bleek dat ongelijkheid meer impact heeft op de gezondheid dan DNA of zelfs medische zorgen.

“Daar schrik ik absoluut niet van. De ongelijkheid wereldwijd is gigantisch: Elon Musk heeft ruim 500 miljard dollar, terwijl één op de vier mensen wereldwijd honger lijden. Toegang tot gezond voedsel, drinkbaar water: dat is absolute basispreventie voor gezondheid. Maar ook toegang tot gezondheidszorg is heel ongelijk verdeeld, zowel tussen als binnen landen. Uit onderzoek blijkt dat dit de kans op pandemieën enorm vergroot. Dat hebben we tijdens de covidpandemie allemaal gezien: omdat heel wat mensen niet goed geholpen konden worden, bleven er maar nieuwe varianten opduiken en moesten we allemaal langer binnenblijven. Dat was een mondiale kwetsbaarheid. Maar wat me toen het meeste heeft gefrappeerd, is dat bij de vaccins het recht van de sterkste gold. Vooraf werd internationaal gezegd dat de vaccins wereldwijd gelijk verdeeld zouden worden: eerst aan zorgverleners, dan aan de meest kwetsbaren. Maar zodra het vaccin er was, werd dat solidariteitsprincipe overboord gegooid. Dat leidde niet alleen tot veel meer slachtoffers, maar ook tot langere economische stilstand op mondiaal niveau.”


Kort na zijn aanstelling besloot president Trump om het Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling (USAID) op te doeken. Hoe groot is de impact?

“Volgens de laatste schatting van het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet zou dat tegen 2030 leiden tot 22 miljoen extra overlijdens. USAID investeerde vooral in humanitaire ontwikkelingshulp, waaronder veel gezondheidszorg. In 2023 ging er 16 miljard dollar naar Afrikaanse landen, dit werd onder meer besteed aan aidsmedicatie, en centra voor slachtoffers van seksueel geweld. Er was best wat kritiek op de manier waarop USAID werkte, met veel focus op Amerikaanse belangen en weinig evenwaardigheid. Maar als plots hulp van zo’n grootteorde wegvalt, is de impact uiteraard zeer groot. Bovendien gebeurde het van de ene dag op de andere, dat is ongezien. Dan gaat het om zeer veel verloren mensenlevens. Dat valt helaas niet meer te herstellen. Zeker omdat dit deel uitmaakt van een internationale trend. Globaal is het budget voor ontwikkelingssamenwerking in 2025 met maar liefst een kwart gedaald in één jaar tijd. Dat is nooit gezien. En het gaat zeker niet enkel over middelen. Het is een moreel kantelpunt: bepaalde waarden - zoals solidariteit en internationale samenwerking - worden overboord gegooid. Gelukkig is er ook een keerzijde: deze uitdagingen versterken de verbinding tussen actoren die wél bewust blijven kiezen voor internationale solidariteit. We laten ons niet zomaar omverblazen en we laten elkaar niet los.”

 

Els Hertogen
 
 

Ook België bespaart fors op ontwikkelingshulp: heeft dat een grote impact op wereldschaal?

“Uiteraard is die impact kleiner dan bij het wegvallen van USAID, maar we zullen het zeker voelen. Ngo’s zoals 11.11.11 zullen vanaf 2027 een kwart minder middelen krijgen. En de fiscale aftrek van schenkingen daalt, waardoor we ook daar een negatieve impact verwachten. Het is jammer dat België meedoet aan een internationale trend van afbraak, terwijl dat niet hoeft. Ook als klein land kun je daartegenin gaan en een positieve keuze maken. Maar helaas zien we in ons land een mentaliteitsverandering. Het idee van ontwikkelingssamenwerking vanuit solidariteit en herverdeling wordt omgedraaid: alles moet in functie zijn van ons eigen belang. De Belgische economie moet erbij winnen en het moet zoveel mogelijk mensen uit het Zuiden tegenhouden om te migreren naar België.”

 

Ontwikkelingssamenwerking is in ideologisch vaarwater terechtgekomen, zei u eerder.

“Toen het politieke debat over ontwikkelingssamenwerking werd gevoerd, in het kader van de begroting, viel heel erg op dat er niet over feiten werd gesproken. Waartoe heeft ontwikkelingssamenwerking al bijgedragen, waar loopt het moeilijk, wat kunnen hefbomen zijn, welke samenwerkingen zijn mogelijk tussen overheid en ngo’s… Die vragen werden niet gesteld. Het ging louter om ideologische symbolen: het was tijd om te kiezen voor onszelf, niet voor solidariteit. En dat is wraakroepend, omdat het bij ontwikkelingssamenwerking echt over mensenlevens gaat.”

 

In De Tijd zei Georges-Louis Bouchez (MR): "Ik ken niet één land dat ons al is komen zeggen: wij zijn nu voldoende ontwikkeld, we hoeven uw geld niet meer”. Is ontwikkelingssamenwerking inderdaad een “bodemloze put”?

“Ontwikkelingssamenwerking heeft wel degelijk dingen veranderd. De sterftecijfers door malaria en polio zijn bijvoorbeeld drastisch gedaald. Maar ontwikkelingssamenwerking is niet iets wat je lineair kunt bekijken: er is ongelijkheid, we pompen er geld in, het is opgelost. Zo werkt het niet. Ontwikkelingssamenwerking kan een belangrijke hefboom voor verandering zijn, maar daarnaast is het cruciaal om politiek beleid te voeren rond eerlijke handel, eerlijke fiscaliteit, klimaatproblemen, enzovoort.”

 

Is het een logische reflex om in budgettair moeilijke tijden te besparen op ontwikkelingssamenwerking?

“We zien dat er in dat debat een aantal mythes worden gehanteerd. Dat ontwikkelingshulp niet zou werken, zoals ik zonet al uitlegde. Dat klopt simpelweg niet. Daarnaast hoor je vaak dat er geen geld zou zijn. Als je weet dat er vorig jaar 13,5 keer meer aan defensie is gegeven dan aan ontwikkelingshulp, dan is dat ook onzin. Zeker omdat alle experten zeggen dat er nood is aan een combinatie van defensie, diplomatie én ontwikkelingshulp. En dan is er nog de mythe dat we nu moeten kiezen voor onze eigen mensen. De covidpandemie heeft duidelijk aangetoond dat de ongelijkheid ook ons kwetsbaarder maakte.”


Wat zijn volgens u de belangrijkste uitdagingen voor de toekomst?

“Ten eerste zien we dat het internationaal recht en de universele mensenrechten in vraag worden gesteld en uitgehold, ook door Belgische politici. Dat is schrijnend, omdat het gaat over fundamentele menselijkheid. Dat mogen we dus niet zomaar laten gebeuren. Daarnaast merken we dat - zowel internationaal als in eigen land - de democratische ruimte kleiner wordt. Middenveldorganisaties krijgen minder ruimte en bepaalde stemmen worden weggeduwd. Dat is nefast voor het debat, en het leidt tot meer ongelijkheid. Ook daar zullen we ons dus tegen blijven verzetten.”

 

 

Lees het volledige interview 

8.19.2026

Holy Trouble

Australische publieke omroep ABC bracht een interessante reportage over maatschappelijke betrokkenheid en activisme bij zusters in New York. 

 

 

 

 

Centraal in de reportage staan de Zusters van Barmhartigheid van Sint-Vincentius a Paulo - Sisters of Charity of New York. Er wordt ingegaan op de spiritualiteit en het ontstaan van de orde en hoe dit leidde tot maatschappelijke betrokkenheid en activisme tijdens de burgerrechtenbeweging van de jaren '60, het werk met AIDS-patiënten tijdens de epidemie van de jaren '80 tot de anti-ICE-protesten van vandaag.


8.15.2026

Fayrfax Maria plena virtute

Op deze zondagse zaterdag, 15 augustus, passende muziek. Deze keer Mariale Hymnes van de Engelse Renaissance componist Robert Fayrfax.



8.14.2026

What is Late Antiquity? met Jeroen Wijnendaele

Vandaag een zeer interessante podcast. prof. Jeroen Wijnendaele vertelt over de Late Oudheid en dan vooral over wat ooit 476 was - de Val van Rome.


 

8.10.2026

In het Denkspoor van Ursula Le Guin

 De Groene Amsterdammer besteedt deze week uitgebreid aandacht aan de in 2018 overleden progressieve SF-auteur Ursula Le Guin. 

 


 

De dubbelzinnige utopieën van Ursula Le Guin - Waarom de grande dame van de scifi nu wordt omarmd door feministen en ecologen. 

 Daphné Dupont-Nivet brengt een profiel getiteld "Een hoofd vol parallelle universa" met daarin enkele bijzonder rake passages:

 

Hoe zweverig ook, buitenissig wordt het nooit. Maar wel een beetje weird. Juist op die momenten is haar werk doordrongen van het voor de moderne, westerse mens moeilijk te vatten besef dat ook andere wezens deze planeet bevolken en hun eigen tijdlijn, verlangens en omgangsvormen hebben. Niet voor niets is ze een blijvende inspiratiebron voor hedendaagse ecologisch denkers en filosofen. ‘De moderne mensheid leeft in ballingschap’, schrijft Le Guin in een essay. ‘Buitengesloten van een gemeenschap en een intimiteit die zij ooit kende.’ Die gemeenschap bestond uit dieren, landschappen en mythologische wezens. Fantasieverhalen, zoals die van haar, vormen een ‘beweging naar buiten, naar het niet geheel menselijke’. Ze herinneren ons eraan dat de mens niet de maat der dingen is, en er een ‘grotere realiteit bestaat dan wij onszelf nu toestaan’.


Heel bewust, zei Le Guin tegen biograaf Phillips in een New Yorker-profiel, zocht ze naar een balans tussen het westerse wereldbeeld, gericht op rationaliteit en wetenschappelijke analyse, en de meer gegronde, intuïtieve blik op de wereld, van wortelen en beseffen welke overvloed het universum al biedt. Schiet je te ver door met een van beide, dan gaat het mis. Alleen in evenwicht ontstaat er ‘iets vruchtbaars, iets dat leeft’. 



De bijbehorende podcast is ook echt een aanrader:

 

 

 


 

 

8.09.2026

Otheo is fier op de Pride zolang ze niet overdrijven

In otheo.be stond deze week een column. De titel is veelbelovend. "Samen fier op de Pride." Helaas dekt de titel niet volledig de lading. Samen fier op de Pride, in zekere mate, enigzins, zolang ze niet te zot doen, behalve als er drag is, maar ze moeten niet overdrijven. 

Het is heel merkwaardig dat de fierheid op Pride en de grote openheid en warmte die de columnist ervaarde in Antwerpen haar er niet toe gebracht heeft om dezelfde openheid te tonen naar de hele holebi-gemeenschap. Ze schrijft in haar column letterlijk dat de toegenomen haat het gevolg is van een oververtegenwoordiging van "het thema". Ze beklaagt er zich letterlijk over dat er "een drag queen in elke show" zit. De column van Lieve Wouters heeft mij ook in de pen doen kruipen.

 

Het eerste stuk daar is niets op aan te merken.

Deze week vindt in Antwerpen de Pride plaats, een event van en voor de queer gemeenschap en al wie met hen wil meevieren. Sinds enkele jaren werkt de katholieke Kerk via haar ‘aanspreekpunten Homoseksualiteit en geloof’ mee aan een oecumenische viering in dat kader. Ik maakte de allereerste editie ervan mee en was aangenaam verrast over de liturgische ernst en schoonheid van de dienst.

Maar wat me nog het meeste trof, was dat de kerk vol zat met mensen van alle leeftijden en huidskleuren. De openheid voor lgbti bleek ook verwelkomend voor andere vormen van diversiteit. Veel aanwezigen kwamen voor het eerst sinds lange tijd in een kerk. En ze mochten zich er thuis voelen. Er heerste een warm gevoel van samenhorigheid en dankbaarheid. 

 

Het begint zelfs veelbelovend. De Kerk stelt haar deuren letterlijk en figuurlijk open voor de lhbtqia+gemeenschap. Lieve Wouter ervaart samenhorigheid en dankbaarheid. Mooi. Tot nu toe een uitstekende column. Fier zijn op de Pride is belangrijk, vooral voor de Kerk. We komen namelijk van bijzonder ver. We mogen fier zijn op de Pride en ook wel een beetje op de weg die de Kerk in deze materie al heeft afgelegd. Verandering is niet gemakkelijk voor een instituut als de Wereldkerk. Dus tot nu toe, alles positief. 

 

Maar dan neemt de column een merkwaardige wending. 

 


Nu viel het me echter op dat de carnavaleske wagens maar een kleine fractie vormden van de hele parade – zeker het meest spectaculaire deel van het verhaal, maar niet het hele. Het grootste deel van de optocht bestond uit doodgewone mensen met hun familie, vrienden en sympathisanten.  
Meteen maakte ik me de bedenking dat als die laatste groep wat meer aan bod kwam in de media, de hele optocht misschien meer mensen zou kunnen enthousiasmeren. In plaats daarvan werkt de beeldvorming vandaag vaak polariserend, terwijl de aanvaarding van genderdiversiteit al danig achteruit gaat. Een op de vijf jongeren vindt geweld tegen homo’s of transpersonen tegenwoordig ‘soms aanvaardbaar’. Het moet maar eens je broer of zus zijn, je kind, je ouder… 

 

Wat zegt ze hier? Doodgewone mensen komen niet vaak genoeg in beeld, ok, goed. Dat geldt helaas meestal de brave doodgewone mensen die doodgewone dingen doen, komen niet in de krant. Dat is helaas hoe de media werkt. Hoewel aanwezig zijn op de Pride niet alledaags en doodgewoon is. Iedereen die zich de moeite neemt om naar buiten te komen naar wat in se een protestactie is, die toont durf. 


Maar dan komt het. In plaats van dan maar enkele van die doodgewone mensen aan het woord te laten, gaat ze de andere kant op. Ze kiest ervoor om die "doodgewone" mensen tegenover een andere groep te stellen, de niet-doodgewone dus, waarbij die laatste dan de schuld krijgt van stijgende homohaat. Een heel vreemde wending. 

Ze richt zich tegen de "carnavaleske wagens". Dat zijn de schuldigen.  

 

 Ze legt het uit: 

De geschiedenis toont vaak een slingerbeweging. Van discriminatie van lgbti zijn we naar een oververtegenwoordiging van het thema in allerlei tv-programma’s gegaan. Er kan geen show zijn, of er zit een dragqueen in. 

 

Ja, het staat er echt, een oververtegenwoordiging. Discriminatie iets uit het verleden, nu is het probleem doorgeslagen naar de andere kant, "ze" zitten in alle shows. Je haalt letterlijk in hetzelfde stuk cijfers aan over het aanvaardbaar zijn van gewelddadige haatmisdrijven. Maar discriminatie is opgelost. Besef je wel goed wat je hier schrijft? Discriminatie zou opgelost moeten zijn, maar doordat de slinger is doorgeslagen, doordat er drag queen in alle shows zitten, is er terug haat en geweld. 

De veralgemening slaat trouwens nergens op. In Blokken heeft nog nooit een zichtbare dragqueen in drag meegedaan, hetzelfde voor De Afspraak, voor FC De Kampioenen, de Code van Coppens, ik kan nog wel even doorgaan. 

Het is misschien gemakkelijker om te vragen in welke shows er wel een dragqueen heeft gezeten?

Durf te vragen bracht een mooi stuk over deze subcultuur. https://www.vrt.be/vrtmax/a-z/durf-te-vragen/5/durf-te-vragen-s5a6/

In B&B Zoekt Lief gaf Yorda bij wijze van entertainment een optreden.   

‘Make up your mind’ van VTM bracht Piet Huysentruyt die in drag Kitch Lorraine speelde. Hij had daarover dit te zeggen: "Mijn respect voor de drag-gemeenschap is alleen maar toegenomen”, verduidelijkt Piet. “Ik heb nu pas ontdekt hoe hard ze voor hun beroep leven, en hoeveel plezier ze mensen bezorgen. Zo’n bende dragqueens bij elkaar: daar kan je alleen maar vrolijk van worden, en daarvoor zette ik mijn sérieux graag opzij.” 

Veel meer zal het niet zijn, Thuis niet, Familie niet, Like Me niet, Knokke Off niet. De Slimste Mens, Huizenjagers, De Voice, Blind Gekocht, geen drag queen te bespeuren.

Waar is dat thema dan oververtegenwoordigd? 

Trouwens, wat is het percentage dat 'aanvaardbaar' zou zijn? Wat zou een goede vertegenwoordiging zijn? Pleit je voor quota's voor alle verschillende maatschappelijke groepen en subculturen? Zoveel procent drag queens, zoveel procent voetfetisjisten, zoveel procent hobbyvissers, zoveel procent skaters. Zoiets?

 

Het is jammer dat er zulke uitspraken worden gedaan. En al zeker in Otheo. De boodschap is echter duidelijk, drag queens en "carnavalske wagens" schaden de gemeenschap, "Het moet maar eens je broer of zus zijn, je kind, je ouder… " Omdat er drag queens op tv komen, gaan mensen de hele gemeenschap alleen maar associëren met drag queens en dus negatieve gevoelens krijgen. Dit is een choquerende redenering, als je het mij vraagt. 

"Doe normaal" is de boodschap. Freaks schaden de hele gemeenschap. Alleen "doodgewone" homo's op straat, maar liefst niet te veel en al zeker niet in elke show op televisie.

Man man man. Als iemand verontwaardigd of boos wordt omdat er iemand in een show zit die "stoort" of "choqueert", niet omwille van wat die allemaal doet, maar louter omwille van wie die persoon is, dan ligt het probleem louter en alleen bij diegene die geschokt is of, juister gezegd, diegene die geschokt doet.

 


   

Het zou goed zijn, mocht de queer beweging wat in rustiger vaarwater komen te liggen. Een lobby moet het niet zijn, wel een constante reminder dat menselijke waardigheid opgaat voor iedereen, zonder onderscheid.

 

Waarom zou de queer beweging geen lobby mogen zijn? Is alles opgelost? De perceptie van televisiekijkende columnisten is 1 ding, de realiteit is echter nog iets anders. Ik denk dat de vorige paragraaf van haar column het tegendeel bewees.

 

1. Er is nog steeds discriminatie, openlijke ongelijke behandeling.

Wat vind je van het nog steeds aangehouden verbod voor homo-mannen om bloed te geven?

Of de quasi complete straffeloosheid voor haatspraak, op straat maar al helemaal op de sociale media?

Als je meer wil weten of vooral meer wil doen, Cavaria heeft een heel eisenpakket.

 

2. Op sociale media worden jongeren (maar zeker ook ouderen) overspoeld met haatspraak. Sociale media van kinder- en jongerenprogramma's moeten soms letterlijk hun comment-sectie afsluiten omwille van de absurde hoeveelheden haat. 

 

3. Die toegenomen online haatspraak vertaalt zich in toegenomen negatieve kijk van jongeren. Je haalt de cijfers zelf aan. En dit leidt dan weer tot concreet geweld in onze samenleving. Van jongeren die worden uitgescholden of belaagd op straat, omdat ze er "anders" uitzien of gewoon omwille van wie ze zijn, tot serieuze geweldfeiten en zelfs aanslagen. Haat roept haat op en leidt tot geweld. 

Het antwoord op haat is niet "gewoon doen" of de freaks of carnavaleske types te verwijderen of in de kast te moffelen. Zo normaal mogelijk doen, gaat haat niet stoppen. Homohaat treft ook doodgewone mensen die hun leven leiden. 

 

Tenslotte nog een detail dat toch ook aandacht verdient. Je schreef

 

de hele optocht misschien meer mensen zou kunnen enthousiasmeren 

 

Aan enthousiasme heeft Pride geen gebrek me dunkt. 170.000 bezoekers deze editie van Antwerp Pride. Brussels Pride bracht in mei in het totaal 200.000 mensen op de been. Zowel bij omstaanders als deelnemers is er steeds heel veel enthousiasme. 

Er zijn niet veel evenementen die jaarlijks zulke cijfers trekken. 


Deze column begon veelbelovend maar werd dan zeer merkwaardig. Iedereen heeft het recht te zijn zoals die is. En wij als Kerk moeten al zeker niet gaan willen bepalen wie er wel of niet op de voorgrond mag treden. Dat Otheo fier is op de Pride, zeer goed. Maar het is minstens even belangrijk dat Otheo de lhbtqia+gemeenschap in beeld laat komen, in al zijn diversiteit. Ja, interview gerust meer 'doodgewone' mensen. Maar evengoed, laat ook drag queens en het "carnavaleske" in beeld komen, in al haar extravagantie. En loop geen streepjes te trekken wanneer er weer drag queens in een show komen om te controleren over ze niet oververtegenwoordigd zijn. Bekijk liever de reeks haatcommentaren en zoek manieren om die te bekampen, liefst zonder het insnoeren van kwetsbare minderheden.  

 

 

Yvan Brys, pionier van de holebibeweging en voormalig voorman van het Roze ActieFront, schreef in Humo:

Wat doen we met de opmerking - van medestanders! - dat de Pride een provocerende carnavalsstoet is die vileine reacties van extremisten uitlokt? Dat sommige deelnemers aan de optocht door een deel van het publiek als provocerend worden ervaren, is niet nieuw: de klassieke opmerking van 'mannen met pluimen in hun gat'. Sommige deelnemers stellen met hun verkleedpartijen inderdaad de opgelegde mannelijkheid ter discussie. 
Niets nieuws onder de zon.
Ik heb jaren de Pride mee georganiseerd, eerst in Antwerpen, daarna in Brussel. Het is nooit bij ons opgekomen mensen uit de stoet te zetten. Als je queers in vakjes gaat stoppen en naargelang de wind waait gaat uitsluiten, doe je precies wat je zelf aanklaagt: discrimineren. Dus laat de puppy's, flamboyante nichten en andere vormen van 'afwijkend gedrag' maar komen. Zij vormen echt niet het probleem.


Hij sloot af met een pleidooi om terug de eisen op de eerste plaats te zetten, waaronder, nu meer dan ooit, "verplichte lessen over gender en seksualiteit in het onderwijs - aangepast aan de leeftijd, uiteraard. Wedden dat het aantal geweldsdelicten tegen queers dan snel gaat dalen?"

 Dat is een pleidooi dat ik zeker onderschrijf. Dat en een stevig gehandhaafd verbod op het verspreiden van haat. 

 

herdenking Hiroshima en Nagasaki

 


8.08.2026

Cuba steeds meer bedreigd

Cuba wordt meer en meer bedreigd door de extreemrechtse Amerikaanse regering Trump. De openlijk corrupte, racistische, misogyne, autoritaire, orange mafkees en zijn minister van buitenlandse zaken Rubio hebben reeds toegeslagen in Venezuela en staan nu te popelen om hetzelfde te doen met Cuba. 

En de EU, die laat gewoon begaan. Sterker nog, die faciliteert. 

 

 

Marc Vandepitte schreef een veelzeggend getuigenis:

 

Cuba staat onder hoogspanning. Als toerist merk je dat al dadelijk als je het land binnenkomt. Zaterdagavond landden we op de luchthaven nabij de hoofdstad Havana. Terwijl we stonden aan te schuiven voor de securitycheck viel de elektriciteit plots uit. We stonden in het donker. De reactie van de aanschuivende mensen, voor het overgrote merendeel Cubanen, was merkwaardig. Gelach en wat kreetjes, zoiets van, ‘he, daar gaan we weer’. Geen gemor, geen gezaag, geen gezucht.
 
De tocht naar Havana; richting Playa; verloopt hobbelig. De weg is beschadigd en er is geen asfalt om dat te herstellen. Veel wegen zijn er heel slecht aan toe, met heel veel putten en verzakkingen. De rit duurt bijna dubbel zo lang als voorgaande jaren.
In bijna alle wijken is het pikdonker, wegens geen elektriciteit. Enkel de straten in een wijk met ziekenhuizen hebben stroom. De rest moet het stellen met soms maar twee uur elektriciteit per dag. Merkwaardig, op een aantal hoofdwegen werkt de straatverlichting. ‘De lampen werken op zonne)energie. Overdag laden ze op, voldoende om de hele nacht licht te geven’, weet de taxichauffeur ons te vertellen.
Ook opvallend: vuilnis wordt weinig of niet meer opgehaald, wegens gebrek aan brandstof. De straten liggen er proper bij, het afval wordt ‘netjes’ opgestapeld op bepaalde plekken in de wijken. In deze chaos is er blijkbaar toch nog wat orde.
 
Een half jaar geleden heeft Trump, bovenop de economische blokkade, ook nog eens een energieblokkade ingesteld. Landen die petroleum leveren aan Cuba worden afgedreigd met heuse sancties of tarieven. En het werkt, sinds begin februari heeft maar één Russische tanker het eiland bevoorraad van olie.
Daarnaast worden buitenlandse rederijen onder druk gezet om hun handel met Cuba te staken. Zo wordt cruciale import, zoals voedsel, medicijnen en zonnepanelen tegengehouden. Omwille daarvan is de nieuwe, moderne haven van Mariel, nabij Havanna, zo goed als tot stilstand gekomen.
De gevolgen laten zich raden. Het publiek transport is helemaal ingestort. Vandaag rijdt nog drie procent van de bussen in de hoofdstad. Omwille van de brandstofproblemen hebben meer dan de helft van de luchtvaartmaatschappijen hun vluchten naar Cuba stopgezet. Dat heeft dan weer een groot impact op het toerisme, waardoor er nauwelijks nog buitenlandse deviezen binnenkomen. Zonder deviezen is er geen aankoop van voedsel, medicijnen en heel wat andere essentiële producten mogelijk.
De gezondheidszorg kreunt onder de criminele maatregelen. Meer dan honderdduizend patiënten wachten op een behandeling of operatie. Bijna 2000 baby’s zijn door de maatregelen van Trump gestorven. Er is gebrek aan voedsel en er zijn problemen met de waterbevoorrading.
Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 ging Cuba door een diep economisch dal. Maar vandaag is de situatie nog ernstiger. Eén cijfer maakt dat pijnlijk duidelijk. Op het dieptepunt van de crisis in de jaren negentig was de waarde van de Cubaanse peso gekelderd. Voor één dollar moest je dan 150 peso neertellen. Vandaag is dat rond 700 peso.
 
Ter gelegenheid van de nationale feestdag geeft president Miguel Díaz-Canel een speech. ‘Elke dag uiten de Verenigde Staten een nieuw dreigement en een nieuwe beschuldiging. De collectieve straf die ze aan ons volk opleggen heeft de vorm van genocide aangenomen.’
‘Vandaag in Cuba leven is een daad van moed en dapperheid’, aldus de president. En dapper zijn ze wel. De veerkracht van de bevolking is, gezien de omstandigheden, bewonderingswaardig. Artsen, leerkrachten en boeren werken door zonder brandstof of stroom. Cubanen zijn de situatie wel kotsbeu, maar weten drommels goed wie ze veroorzaakt. Dezelfde ‘klojo’ die het Midden-Oosten in brand steekt, de Venezolaanse president kidnapte en aan de hele wereld tarieven oplegt, probeer ook Cuba op de knieën te krijgen.
 
In Cuba zijn ze ondertussen veel gewoon. De afgelopen maanden waren op het eiland nauwelijks protesten. Stel je voor dat we in ons land nog over twee uur per dag elektriciteit beschikken, dat het transport stilvalt, dat er tekort is aan voedsel en dat de watervoorziening problematisch is. Stel je dat voor bij een temperatuur van boven de dertig graden en ’s nachts boven de vijfentwintig graden. Ik vraag me af of er genoeg waterkanonnen en traangas zou zijn om de boel bij elkaar te houden. Ik vrees ervoor.
Ondertussen zit het land niet stil. Er is een economisch hervormingsprogramma met meer dan 176 maatregelen om de economie te stimuleren, met behoud van sociale rechtvaardigheid. Er zijn community-projecten voor voedselproductie, energie en sociale media. En het land wordt voorbereid tegen een eventuele militaire agressie.
 
Dat de internationale gemeenschap deze middeleeuwse blokkade laat gebeuren is beneden alle peil. Na Palestina is Cuba het meest verkrachte land ter wereld. En net zoals ten aanzien van de genocide in Gaza kijken Europa en België toe, geven ze geen krimp en verliezen ze andermaal hun geloofwaardigheid. 
 
 
 
Ter illustratie een campagnebeeld van PVDA. 
 
 
 
 

8.03.2026

Smaak: zomerse gerechten uit 1775

 Annelies Van Wittenberghe en Noël Callebaut hebben een nieuwe aflevering van hun altijd luisterswaardige podcast Smaak! Gentse geschiedenis in lekkere verhalen. Deze keer over een kookboek uit 1775 en de zomerse gerechten die er in staan, zoals witte bonen met zeetong.

 

 

Veel luisterplezier!

 

7.31.2026

Albert Verplancke 1932-2026

 In de Gentse Sint-Pieterskerk werd vandaag afscheid genomen van Albert Verplancke, onlosmakelijk verbonden met Sint-Pieters. 

Toen ik daar werkte, kwam Albert quasi elke dag langs. Voor een praatje, voor een potje koffie, om het laatste nieuws te vernemen of te melden. Hij diende in alle missen, las voor, hield voor- en nabespreking. 





aanwinsten 07

Een overzicht van de aanwinsten van de maand juli.

 

Boff, Leonardo en Boff, Clodovis, Wat is theologie van de bevrijding, Averbode, 1986.

Boff, Clodovis, Optie voor de Armen, Averbode, 1989. 

van de Voorde, Mark, Geloven is Achterlijk, zeggen ze. Open brief aan kerkverlaters, Leuven, 2006.

Weekers, Karl en Poppe, Edward, Edward Poppe. Een bloemlezing samengesteld door Karl Weekers, Amsterdam, 2001.

Luther, Maarten, De mens is een mirakel. een bloemlezing van korte notities over de mens, Baarn, 1984.

Paus Franciscus, De Vreugde van het Evangelie. Apostolische exhortatie Evangelii gaudium, Brussel, 2014.

Paus Franciscus, Geprezen zijt Gij! Lautato Si'. Encycliek, Brussel, 2015.

Burggraeve, Roger, Geen toekomst zonder kleine goedheid. Naar genereus samenleven in verantwoordelijkheid vanuit Emmanuel Levinas, Antwerpen, 2020.

Schmitt, Eric-Emmanuel, Oscar en oma Rozerood, Amsterdam, 2004.

Apostel, Leo (red.), Atheïstische religiositeit?, Studies in Culture, Gent, 1981.

Peckstadt, Ignace, De sterkte van Gods aanwezigheid. Wijsheid uit de orthodoxe spiritualiteit, Averbode, 2001.

Dudzus, Otto (red.), Bonhoeffer Brevier, Amsterdam, 1968.

Pauwels, Jacques R., De grote mythen van de moderne geschiedenis, Berchem, 2019.

 

7.30.2026

"Na de zomer opnieuw ten strijde!"

 

 

❗De rekening doen kloppen? Ja, natuurlijk. Maar niet nog eens op de kap van gewone mensen! De regering moet werk maken van rechtvaardige inkomsten. Die moeten de begroting in balans brengen. Samen met ABVV bereiden we ons voor om na de zomer een krachtig signaal te geven aan de politieke beleidsmakers. Want er zijn alternatieven!

7.29.2026

multiperspectiviteit en de Russische Revolutie

 Euroclio - European Association of History Educators heeft een interessante video gemaakt over het begrip "multiperspectiviteit". 

 

Het vak geschiedenis draait niet louter om het opsommen van feiten, maar gaat in de eerste plaats over historisch denken. Hoe en waarom bronnen tot stand komen, hoe ze tot ons zijn geraakt en hoe ze gebruikt kunnen worden. 

 

In het toelichting bij het leerplan van KOV staat het multiperspectiviteit zo omschreven. 

 


Binnen het historisch denken is er steeds meer aandacht voor multiperspectiviteit. Het doet ten eerste meer recht aan de historische werkelijkheid en ten tweede hebben leraren te maken met een diverse klassamenstelling. Elk verhaal heeft verschillende kanten, maar binnen het geschiedenisonderwijs mogen we geen genoegen nemen met het belichten van één perspectief. 

Nu moeten de leerlingen nagaan wat de mogelijke betekenis is van historische fenomenen. Ze moeten kunnen aangeven waarom bepaalde ontwikkelingen van belang zijn geweest voor samenlevingen en groepen.    Het is belangrijk om via verschillende invalshoeken naar het verleden te kijken en zich op die manier in te leven in het perspectief van datgene waarmee men interactie beoogt. 

 

bron

 

Voor Euroclio ging Irushi Tennekoon aan de slag met onderzoek en de stem van Dr. Robert Stradling.


Veel kijkplezier

 

 

 

7.28.2026

nieuw regionaal bestuur Zusters van Liefde JM

De Zusters van Liefde van Jezus en Maria hebben een nieuw regionaal bestuur. 

 


 

 Regionaal overste Birgit Goslain wordt bijgestaan door zuster Annie Duytschaever en Paul Vanden Berghe.

 

bron: Otheo