Posts tonen met het label marc vandepitte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label marc vandepitte. Alle posts tonen

8.08.2026

Cuba steeds meer bedreigd

Cuba wordt meer en meer bedreigd door de extreemrechtse Amerikaanse regering Trump. De openlijk corrupte, racistische, misogyne, autoritaire, orange mafkees en zijn minister van buitenlandse zaken Rubio hebben reeds toegeslagen in Venezuela en staan nu te popelen om hetzelfde te doen met Cuba. 

En de EU, die laat gewoon begaan. Sterker nog, die faciliteert. 

 

 

Marc Vandepitte schreef een veelzeggend getuigenis:

 

Cuba staat onder hoogspanning. Als toerist merk je dat al dadelijk als je het land binnenkomt. Zaterdagavond landden we op de luchthaven nabij de hoofdstad Havana. Terwijl we stonden aan te schuiven voor de securitycheck viel de elektriciteit plots uit. We stonden in het donker. De reactie van de aanschuivende mensen, voor het overgrote merendeel Cubanen, was merkwaardig. Gelach en wat kreetjes, zoiets van, ‘he, daar gaan we weer’. Geen gemor, geen gezaag, geen gezucht.
 
De tocht naar Havana; richting Playa; verloopt hobbelig. De weg is beschadigd en er is geen asfalt om dat te herstellen. Veel wegen zijn er heel slecht aan toe, met heel veel putten en verzakkingen. De rit duurt bijna dubbel zo lang als voorgaande jaren.
In bijna alle wijken is het pikdonker, wegens geen elektriciteit. Enkel de straten in een wijk met ziekenhuizen hebben stroom. De rest moet het stellen met soms maar twee uur elektriciteit per dag. Merkwaardig, op een aantal hoofdwegen werkt de straatverlichting. ‘De lampen werken op zonne)energie. Overdag laden ze op, voldoende om de hele nacht licht te geven’, weet de taxichauffeur ons te vertellen.
Ook opvallend: vuilnis wordt weinig of niet meer opgehaald, wegens gebrek aan brandstof. De straten liggen er proper bij, het afval wordt ‘netjes’ opgestapeld op bepaalde plekken in de wijken. In deze chaos is er blijkbaar toch nog wat orde.
 
Een half jaar geleden heeft Trump, bovenop de economische blokkade, ook nog eens een energieblokkade ingesteld. Landen die petroleum leveren aan Cuba worden afgedreigd met heuse sancties of tarieven. En het werkt, sinds begin februari heeft maar één Russische tanker het eiland bevoorraad van olie.
Daarnaast worden buitenlandse rederijen onder druk gezet om hun handel met Cuba te staken. Zo wordt cruciale import, zoals voedsel, medicijnen en zonnepanelen tegengehouden. Omwille daarvan is de nieuwe, moderne haven van Mariel, nabij Havanna, zo goed als tot stilstand gekomen.
De gevolgen laten zich raden. Het publiek transport is helemaal ingestort. Vandaag rijdt nog drie procent van de bussen in de hoofdstad. Omwille van de brandstofproblemen hebben meer dan de helft van de luchtvaartmaatschappijen hun vluchten naar Cuba stopgezet. Dat heeft dan weer een groot impact op het toerisme, waardoor er nauwelijks nog buitenlandse deviezen binnenkomen. Zonder deviezen is er geen aankoop van voedsel, medicijnen en heel wat andere essentiële producten mogelijk.
De gezondheidszorg kreunt onder de criminele maatregelen. Meer dan honderdduizend patiënten wachten op een behandeling of operatie. Bijna 2000 baby’s zijn door de maatregelen van Trump gestorven. Er is gebrek aan voedsel en er zijn problemen met de waterbevoorrading.
Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 ging Cuba door een diep economisch dal. Maar vandaag is de situatie nog ernstiger. Eén cijfer maakt dat pijnlijk duidelijk. Op het dieptepunt van de crisis in de jaren negentig was de waarde van de Cubaanse peso gekelderd. Voor één dollar moest je dan 150 peso neertellen. Vandaag is dat rond 700 peso.
 
Ter gelegenheid van de nationale feestdag geeft president Miguel Díaz-Canel een speech. ‘Elke dag uiten de Verenigde Staten een nieuw dreigement en een nieuwe beschuldiging. De collectieve straf die ze aan ons volk opleggen heeft de vorm van genocide aangenomen.’
‘Vandaag in Cuba leven is een daad van moed en dapperheid’, aldus de president. En dapper zijn ze wel. De veerkracht van de bevolking is, gezien de omstandigheden, bewonderingswaardig. Artsen, leerkrachten en boeren werken door zonder brandstof of stroom. Cubanen zijn de situatie wel kotsbeu, maar weten drommels goed wie ze veroorzaakt. Dezelfde ‘klojo’ die het Midden-Oosten in brand steekt, de Venezolaanse president kidnapte en aan de hele wereld tarieven oplegt, probeer ook Cuba op de knieën te krijgen.
 
In Cuba zijn ze ondertussen veel gewoon. De afgelopen maanden waren op het eiland nauwelijks protesten. Stel je voor dat we in ons land nog over twee uur per dag elektriciteit beschikken, dat het transport stilvalt, dat er tekort is aan voedsel en dat de watervoorziening problematisch is. Stel je dat voor bij een temperatuur van boven de dertig graden en ’s nachts boven de vijfentwintig graden. Ik vraag me af of er genoeg waterkanonnen en traangas zou zijn om de boel bij elkaar te houden. Ik vrees ervoor.
Ondertussen zit het land niet stil. Er is een economisch hervormingsprogramma met meer dan 176 maatregelen om de economie te stimuleren, met behoud van sociale rechtvaardigheid. Er zijn community-projecten voor voedselproductie, energie en sociale media. En het land wordt voorbereid tegen een eventuele militaire agressie.
 
Dat de internationale gemeenschap deze middeleeuwse blokkade laat gebeuren is beneden alle peil. Na Palestina is Cuba het meest verkrachte land ter wereld. En net zoals ten aanzien van de genocide in Gaza kijken Europa en België toe, geven ze geen krimp en verliezen ze andermaal hun geloofwaardigheid. 
 
 
 
Ter illustratie een campagnebeeld van PVDA. 
 
 
 
 

12.25.2025

Kerst zonder suikerlaagje

 



Magnificat 

Mijn hart juicht om God,
ik kan niet zwijgen over deze omkering van alles.


Hij heeft oog gekregen voor iemand als ik,
onzichtbaar gemaakt in een wereld van status en prestatie.
Vanaf nu zullen mensen zeggen
dat juist de kleine mensen meetellen,
want de Machtige kiest niet voor paleizen,
maar voor wie onderaan de ladder staat.


Zijn naam staat voor bevrijding,
voor een liefde die weigert zich neer te leggen
bij armoede, geweld en ongelijkheid.
Hij laat niet los wie op hem rekenen,
steeds opnieuw schrijft hij geschiedenis
met mensen die afgeschreven zijn.

 

Hij haalt de arrogantie neer
van wie denkt dat geld en macht hen onaantastbaar maken.
Hij prikt de luchtbellen door
van hun propaganda en hun “er is geen alternatief”.


Machthebbers duwt hij van hun troon,
hun systemen van uitbuiting wankelen.
Wie klein wordt gehouden, tilt hij weer recht,
geknakte mensen krijgen hun waardigheid terug.


Wie honger heeft, vult hij met échte overvloed:
recht op brood, werk, zorg en toekomst.
Wie zich heeft volgepropt met rijkdom
en zijn ogen sluit voor het lijden van anderen,
stuurt hij met lege handen weg.


Hij vergeet zijn volk niet,
alle mensen die vechten voor gerechtigheid en vrede.
Hij blijft trouw aan zijn droom
van een wereld zonder onderdrukking,
zonder racisme, zonder uitgesloten mensen.


Dat heeft hij lang geleden al beloofd
aan de generaties vóór ons,
en die belofte geldt nog altijd:
van mens tot mens,
van strijd tot strijd,
tot recht en barmhartigheid de norm zijn
en niemand meer overleeft in de schaduw.


(Vrije vertaling van Lukas, 1,46-56)






Uit een kerstoverweging van Marc Vandepitte in DeWereldMorgen: Kerst zonder suikerlaagje: het radicale verhaal van hoop en verzet. 

12.16.2025

"Terwijl lerarentekort escaleert jaagt Zuhal Demir op vrije schooldagen"

Marc Vandepitte schreef voor DeWereldMorgen een excellent stuk. Met een zeer rake, veelzeggende titel.   

 

Terwijl lerarentekort escaleert jaagt Zuhal Demir op vrije schooldagen

 

Terwijl leerkrachten zich uit de naad werken, portretteert Zuhal Demir hen als plantrekkers. Haar kruistocht tegen vrije schooldagen maskeert het echte probleem: een onderwijs dat bloedt door een chronisch lerarentekort.
 
Het moet gezegd, de minister heeft gevoel voor timing. Net op het moment dat leerkrachten zich uit de naad werken om alles op tijd verbeterd te krijgen en overuren kloppen voor de deliberaties en het oudercontact, schildert ze leerkrachten af als plantrekkers die te weinig voor de klas staan en uit zijn op zoveel mogelijk vakantie.  
 
 
Ook de facultatieve vakantiedagen gaan op de schop. Dat zijn dagen die scholen zelf mogen vastleggen, vaak als brugdag of rond lokale activiteiten. Daarnaast wil de minister de deliberatietijd inperken en wil ze dat de eerste en laatste schooldag opnieuw volwaardige lesdagen worden. Volgens Demir moet dit alles helpen om de achterstand op andere OESO-landen in te halen.
 

Vakbonden woedend

 

Bij de vakbonden valt het plan bijzonder slecht. Volgens ACOD-topvrouw Nancy Libert kijkt de minister met haar cijfers “enkel naar lesdagen, niet naar het aantal effectieve lesuren per week". Zowel op het vlak van het aantal verplichte uren per jaar op de schoolbank, als op de effectieve instructietijd scoren de Vlaamse leerkrachten boven het OESO-gemiddelde. 

 

Het probleem van ons onderwijs vandaag is dus niet dat leerlingen te weinig op school zijn. Het meeste prangende probleem is het lerarentekort. Libert noemt de maatregelen dan ook “pure symboolpolitiek”. Haar beeld is duidelijk: “Wie zijn huis verbouwt, begint ook niet met nieuwe gordijnen te hangen. De eerste stap naar meer onderwijskwaliteit is een goede, gekwalificeerde leraar voor de klas.”

 

Ook het Christelijk Onderwijzersverbond (COV) spreekt van een “motie van wantrouwen” richting leraren. De minister komt opnieuw met ingrepen die diep ingrijpen in hun werk, zonder hun realiteit ernstig te nemen. De onderwijsbonden vragen zich af wat het oplevert om studiedagen, brugdagen en evaluatiemomenten af te bouwen in een sector die nu al kraakt onder de werkdruk.

 

Studiedagen

 

De pedagogische studiedag is een van de heetste hangijzers. Volgens Marianne Coopman (COV) zijn die dagen “broodnodig” voor professionalisering. Scholen moeten nieuwe minimumdoelen invoeren, taalbeleid aanscherpen en omgaan met steeds meer gedragsproblemen in de klas. Dat vraagt tijd, opleiding en overleg.

 

Directeur Sabine Verheyden van het Lutgardiscollege in Oudergem legt uit dat zo’n studiedag vaak het enige moment is waarop het hele team samen kan nadenken over schoolbrede keuzes. In haar school plannen ze al een studiedag eind augustus om tijdens het jaar zo weinig mogelijk lestijd weg te nemen.

 

Door die momenten te beperken of te schrappen, duwt de overheid scholen richting oppervlakkige bijsturingen in plaats van diepgaande vorming. Drie halve dagen, zeggen directies, volstaan niet om nieuwe competenties aan te leren.

 

Deliberatietijd en werkdruk

 

Volgens de krant De Morgen toont Demirs voorstel om de deliberatietijd na de examens in te korten, weinig kennis van de huidige schoolrealiteit. Deliberaties duren langer omdat scholen rekening moeten houden met complexe leerlingendossiers, zorgnoden en strikte regels die ze niet zelf hebben uitgevonden. 

 

Evaluaties en commentaren moeten zeer nauwkeurig worden genoteerd, want bij de kleinste discussie staan advocaten klaar - vaak namens dezelfde ouders die nu klagen over ‘tijdverlies’. Zo zijn deliberaties uitgegroeid tot een zware administratieve last. Net daar zou een minister iets aan kunnen doen, maar dat levert politiek weinig op.

 

Haar plannen raken vooral aan de manier waarop de werkdruk wordt ervaren. De minister doet alsof de periode na de examens een soort luilekkerland is. Maar leerkrachten beschrijven die weken als een storm: verbeterwerk, rapporten, klassenraden, feedbackgesprekken met leerlingen.

 

Verheyden vertelt hoe leerkrachten een heel weekend verbeteren en daarna dagenlang van ’s ochtends tot ’s avonds in klassenraad zitten. En dan nog krijgen ze het beeld voorgeschoteld dat ze niet veel doen. "Dat komt binnen”, zegt ze.

 

Pedagoog Pedro De Bruyckere verwacht dat scholen zullen schuiven in hun organisatie: meer permanente evaluatie, sportdagen verschuiven naar de periode na de examens om elders lestijd te winnen. Maar dat soort puzzelwerk verandert niets aan de grote werkdruk op het einde van elk trimester. 

 

Facultatieve dagen

 

Een apart onderdeel van het plan is het afschaffen van de facultatieve vakantiedagen. Die dagen werden begin jaren 90 ingevoerd, bij de overheveling van Onderwijs naar de Vlaamse Gemeenschap. Scholen zouden zo lokale festiviteiten kunnen volgen, zoals een jaarmarkt of kermis. Basisscholen kregen twee dagen, secundaire scholen één.

 

Vandaag zetten sommige (basis)scholen die dagen nog altijd in voor lokale activiteiten. Veel secundaire scholen gebruiken ze als brugdag, bijvoorbeeld rond 11 november, na een schoolfeest of in combinatie met pinkstermaandag.

 

Voor vakbonden en directies zijn die dagen een klein stukje autonomie. Ze laten toe het schooljaar menselijker te organiseren. Dat Demir ze nu voorstelt als een soort luxeprobleem, botst met hoe die dagen op het terrein worden ervaren.

 

Carrièrekansen

 

In plaats van zich bezig te houden met symbooldossiers die goed scoren bij haar politieke achterban, zou de minister beter het kernprobleem van het onderwijs ten gronde aanpakken: het lerarentekort. Geen enkele kalenderwijziging verandert daar iets aan, integendeel.

 

In De Morgen werpt Bart Eeckhout de minister de volgende vraag voor: “Wat duwt de kwaliteit in de klas het meest naar beneden? Het lerarentekort of een pedagogische studiedag?” Volgens hem "vereist het antwoord geen diploma kernfysica”.

 

Nieuw onderzoek van KU Leuven toont dat één op de vijf afgestudeerde leerkrachten secundair nooit voor de klas komt te staan. Vooral de beperkte carrièremogelijkheden schrikken af. Voor toekomstige leerkrachten voelt die beperkte doorgroei als een daling van het nettoloon met ruim 8 procent. Daarnaast speelt ook de hoge werkdruk een rol. Opvallend is dat het net de sterkste profielen zijn die het meest afhaken, terwijl zij cruciaal zijn voor de kwaliteit van het onderwijs.

 

Daarnaast overweegt een op vijf van de huidige leerkrachten het onderwijs te verlaten. Idealisme is een sterke factor bij leerkrachten, maar die volstaat blijkbaar niet meer om mensen in het onderwijs te houden als loon, werkdruk en toekomstperspectief tegenvallen. Dat de minister de leerkrachten andermaal wegzet als plantrekkers is in deze allerminst bevorderlijk. 

 

Weinig kans op slagen

 

CD&V, toch coalitiepartner, wijst openlijk op de verkeerde prioriteiten van de minister. Vlaams Parlementslid Loes Vandromme zegt dat Zuhal Demir eerst moet zorgen dat elke klas een leraar heeft. Zij verdedigt ook de tijd voor klassenraden. Dat is volgens haar geen vrijblijvend “hobbyclubje”, maar het enige moment waarop alle leerkrachten samen beslissen over de toekomst en schoolloopbaan van leerlingen. Minder tijd daarvoor betekent risico op minder doordachte beslissingen.

 

De kritiek van CD&V sluit aan bij die van de vakbonden: wie echt werk wil maken van onderwijs, moet eerst zorgen voor voldoende menskracht, een sterke omkadering en vertrouwen, niet bij het afvinken van ‘extra lesdagen’. Het voorstel van Demir moet nog voor overleg naar de onderwijskoepels en de vakbonden. De kans is zeer gering dat haar plannen werkelijkheid zullen worden.

 

 Lees het volledige stuk op DeWereldMorgen.be

 

11.13.2025

Vlaamse besparingsregering valt middenveld aan (nog maar eens)

"De Vlaamse regering trekt de stekker uit kritische verenigingen en noemt dat “evenwichtige besparingen”. In werkelijkheid is het een frontale aanval op het middenveld en daarmee op onze democratie." 

 


 

 

Marc Vandepitte schreef een zeer lezenswaardig stuk: https://www.dewereldmorgen.be/artikel/2025/11/13/schrappen-van-subsidies-waarom-rechts-het-gemunt-heeft-op-het-maatschappelijk-middenveld

 

 

8.14.2008

het China syndroom

Vandaag verscheen in De Tijd een zeer interessant opiniestuk van de hand van Marc Vandepitte, waarin hij een goeie analyse maakt van de 'berichtgeving' over China waarmee we vandaag de dag langs alle kanten overspoeld worden.


Het China syndroom

Soms moet je de werkelijkheid spiegelen om ze onder ogen te zien. Veronderstel even dat België gastland zou zijn voor de Olympische Spelen of een ander groots sportevenement. Stel je dan voor dat buitenlandse correspondenten focussen op de hongerstakers zonder papieren of op kinderen die opgesloten zitten in asielcentra, op het gegeven dat een derde van de bejaarden in de hoofdstad hun gezondheidsfactuur niet kan betalen, op de bedenkelijke kloof in het onderwijs tussen rijke en arme kinderen, op de overbevolkte gevangenissen en de regelmatige opstanden daar. Stel dat ze constant reportages maken over de abominabele huisvesting en werkomstandigheden van illegalen, over de steun van België aan de oorlog in Afghanistan en het feit dat daarin reeds meer burgers omkwamen dan onder het Talibanregime, over de steun aan de folterpraktijken van de VS via het toestaan van CIA-vluchten, over bijna veertig procent fascistische stemmers in bepaalde regio’s en de verontrustende graad van racisme in het grootste landsdeel, … Stel je voor dat ze het land associëren met pedofilie, snuivende sportlui, het wurgen van asielzoekers, het laten ontsnappen van topgangsters of een premier die het nationaal volkslied niet kent.
Het zou niet gaan om leugens, maar we zouden deze berichtgeving ongepast, oneerlijk en tendentieus vinden. Terecht.

Nochtans is het ongeveer dit wat vandaag gebeurt ten aanzien van China: er wordt permanent ingezoomd op het gebrek aan mensenrechten en vrije meningsuiting, op het autoritair karakter van de overheid, op het onderdrukken van Tibet, op de milieuproblemen, op de corruptie, de urbanisatieperikelen en ga zomaar verder. Zelfs bij pure sportevenementen zijn er dezer dagen constant al dan niet subtiele toespelingen of commentaren over een of ander negatief aspect van de Chinese samenleving. Het Rijk van het Midden wordt globaal genomen afgeschilderd als een hardvochtig en onmenselijk land, dat de Spelen wanhopig gebruikt om zijn imago op te poetsen. Bij die beeldvorming zijn er gelukkig uitzonderingen, die de regel bevestigen.Verre van ons om te beweren dat het land geen problemen zou kennen, integendeel. China industrialiseert vijf maal zo snel als wij in de negentiende en twintigste eeuw en het gaat over vier maal zoveel mensen als toen in Europa. Iedereen die de geschiedenis kent beseft dat industrialisering een brutaal proces is. Als je de schaal en de snelheid van China in rekening brengt, kan het dus niet anders dat het land voor gigantische uitdagingen staat. Onze eigen geschiedenis helpt al heel wat om een en ander te kunnen duiden. Maar om een zich evenwichtig beeld te kunnen vormen is het minstens zo belangrijk de situatie in een correct perspectief te plaatsen. China moderniseert in recordtempo, maar is nog steeds een derdewereldland. Het BNP per inwoner is vijf maal lager dan het onze. De lonen stijgen er snel, maar zijn nog steeds maar een fractie van die in West-Europa.
Het land vergelijken met, of afmeten aan België of een ander rijk land is dan ook onzinnig. Het is, om het in sporttermen te zeggen, topprestaties verwachten van iemand die nooit aan sport doet en hem dan vrolijk afkraken.
Als je over China zinnige zaken wilt zeggen moet je dat doen in het licht van vergelijkbare landen. Enkele voorbeelden. China heeft de honger uitgeroeid, dat kan tellen voor een vijfde van de wereldbevolking. De afgelopen maanden waren in een veertigtal landen voedselrellen, niet in China. De kindersterfte is er driemaal lager dan India, d.w.z. dat in dat laatste land jaarlijks 1,3 miljoen kinderen teveel sterven in vergelijking met zijn noorderbuur. De Internationale Arbeidsorganisatie geeft twee landen aan als model voor het efficiënt uitroeien van kinderarbeid: Brazilië en China; buurland India telt nog steeds veertig miljoen kindarbeiders. China heeft sinds de jaren tachtig meer dan vierhonderd miljoen mensen uit de extreme armoede gehaald. Dat is nooit gezien in de wereldgeschiedenis. In diezelfde periode zijn er in Latijns-Amerika 14 miljoen extreem armen bijgekomen en in Afrika honderdvijftig miljoen. Tot zover het sociale. Wat te denken van het politieke en de mensenrechten? Er valt heel wat te zeggen over de politieke bestuursvorm, zeker naar onze maatstaven. Maar een recent onderzoek aan de Columbia Universiteit van New York toont aan dat de Chinezen meer tevreden zijn over hun politiek systeem dan de inwoners van zeven buurlanden, waaronder Japan en Zuid-Korea. En dan hebben we het nog niet over de politieke situatie in Myanmar, Indonesië en Pakistan, of de terreur in India en Sri Lanka, de aanslepende burgeroorlog in de Filippijnen. En de mensenrechten? Ook daar kan veel over gezegd worden, maar het is heel vaak subjectief gekleurd. De UNDP, het ontwikkelingsorgaan van de VN heeft terzake een objectief meetinstrument ontwikkeld: de human development index. Volgens deze indicator groeit China van alle landen uit de regio overduidelijk het snelst. The Economist, die je allesbehalve pro-Chinese vooringenomenheid kan toedichten, stelt dat China vandaag veel vrijer is dan tien, twintig jaar geleden en dat drukkingsgroepen en ngo’s zich vrijer kunnen beweging, zij het binnen de gekende krijtlijnen. ‘Veel derdewereldlanden zouden een oorlog beginnen om de problemen te mogen hebben van China’, kopte de Financial Times onlangs, op zijn zachtst gezegd ook al geen fan van het land.China werd vorig jaar met meer dan tweederde van de stemmen verkozen in de mensenrechtenraad van de VN, terwijl de VS zich geen kandidaat durfde stellen. Dat hoeft niet te verwonderen.

In de landen van het Noorden is China meestal kop van jut in de media en bij de politieke elite. In de landen van het Zuiden daarentegen wordt met stijgende bewondering gekeken naar de indrukwekkende moderniseringspurt van dit derdewereldland. Dat is een merkwaardig fenomeen. Het is alsof het BNP per inwoner bepalend is voor de appreciatie van het land. Misschien zegt wat we over China zeggen, en vooral de wijze waarop, veel meer over onszelf dan over het Aziatisch land. Om het met Chinese filosoof Lao-Tse te zeggen: ‘De waarheid klinkt als haar tegendeel’.


Meer lezen:

Eerst en vooral twee boeken van de Ng Sauw Tjhoi, radio 1 journalist, het tweede in samenwerking met de auteur van bovenstaand opiniestuk.


China Express is een reportage over de vele en snelle metamorfosen in dit land. Ng Sauw Tjhoi noteert met de vaart van een sneltrein zijn ervaringen en indrukken. Over de wereld van de arbeid, zijn stokpaardje. Over de reddingsoperaties na de aardbeving, over de nieuwe rol van de Chinese media, over de onverwacht grote aanwezigheid van moslims in China...De auteur gaat op zoek naar open geesten die vrij vertellen waar ze mee bezig zijn en waar ze van dromen. CCTV-journaliste Li Bing bijvoorbeeld. Of Wang Kan, die migranten informatie geeft over de nieuwe arbeidswet. Kuang Ai Yun, die in een chemisch bedrijf vergiftigd raakte en nu voorvechtster is van vrouwenrechten. Lu Zhaowen, de directeur van het Bureau voor Milieubescherming. Zhang Jing Yi, die voor de vakbond werkt in Urumqi.

Ng Sauw Tjhoi trekt langs de oude Zijderoute en de expressweg G312 naar het westelijke en armere Xinjiang, waar Oeigoeren samenleven met Chinezen en waarover weinig journalisten berichten. Concreter: Suzhou, Xi'an, Lanzhou, Dunhuang, Jiaohe, Turpan, Urumqi. Daar schakelt hij over naar de Oostkustroute: Guangzhou, Shenzhen, Xiamen, Wenzhou, Yiwu.



De Chinese reus verandert spectaculair snel. De gevolgen daarvan zijn verstrekkend voor de hele wereld. Zullen de goedkope Chinese producten onze markten overspoelen en jobs vernietigen? Of is de Chinese groeipool ook een kans? Ng Sauw Tjhoi, Radio 1-journalist van Chinese afkomst, ging samen met filosoof Marc Vandepitte Chinezen van alle rang en stand opzoeken. De rijke Chinese ondernemer en de dynamische partijsecretaris, de inlandse migrant en de onderwijzeres, de nieuwe-generatiecineast en de manager van een joint venture bedrijf, de kok en de chauffeur, en ook enkele Belgische ex-pats in China geven hun kijk op China.Zo ontstaat een Chinees mensenlandschap dat de lezer een beter begrip bezorgt van een voor ons vaak vreemde cultuur, gewoontes en beleid.

Dan een boek dat ondertussen een klassieker geworden is:


Na twee decennia van hervormingen staat China voor een fundamentele keuze. Zal het evolueren naar het private kapitalisme of zal het de collectieve en socialistische basis van zijn revolutie hernieuwen?'De kat van Deng' begint bij het onderzoek naar de groeiende spanningen binnen het Chinese 'marktsocialisme'. Weil geeft achtergronden bij de vermarkting en bij de klassenverhoudingen die daaruit groeien, bij de polarisatie en de sociale verschuivingen in een land dat bruist. Het boek geeft ook een verklaring voor de spanningen tussen China en het Westen, nu China zich op de wereldmarkt wil gooien.'De kat van Deng' beschrijft het voortdurende geschil tussen de erfenissen van Mao Zedong en Deng Xiaoping. In het licht van de inherente instabiliteit van het 'marktsocialisme' geeft Weil een prikkelend perspectief voor het China van na Deng en voor de wereldwijde economische en politieke gevolgen ervan.Speciaal voor de Nederlandse vertaling schreef Weil een nieuwe, uitgebreide en geactualiseerde inleiding.