Posts tonen met het label ons recht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ons recht. Alle posts tonen

9.03.2018

'economische overwegingen domineren in onderwijs'

Ons Recht heeft voor de start van het nieuwe schooljaar een zeer lezenswaardig artikel.


Het onderwijs in ons land en in Europa staat sinds jaren serieus onder druk. Hoe langer hoe meer wordt onderwijs alleen gezien als een apparaat dat jongeren en anderen economisch (meer) inzetbaar moet maken. Meer en meer wordt onze maatschappij door een economische bril bekeken, bestuurd en geëvalueerd. Wat economisch winst kan opleveren wordt verwelkomd en aangemoedigd, wat als een potentiële economische uitgave wordt gezien, moet tot elke prijs worden vermeden. De rekening hiervoor laten we trouwens liefst door anderen ophoesten.

De gevolgen van deze keuze voor het onderwijs tekenen zich meer en meer af. Ze lijken soms positief, maar toch zijn er meer en meer negatieve gevolgen waar te nemen. Onderwijs verengt zich, in het licht van het hier en nu direct economisch inzetbaar zijn, gaandeweg meer en meer tot het aanleren van dingen. Doe dit, doe dat zeker niet. Denken moet alleen nog gebeuren vanuit aangereikte, uniforme en als absoluut voorgestelde algoritmen.
Buiten de lijntjes kleuren wordt bijzonder of eigenaardig gevonden, wie dat doet, wordt in menig geval genegeerd, desnoods verwijderd. Er wordt gemikt op uniformiteit en gemiddeld zijn, diversiteit en uitmunten worden geassocieerd met meerkosten. Een klein voorbeeld van de trieste evolutie: taalfouten worden meer en meer onbelangrijk gevonden, als het nodig is, zal ‘een specialist’ teksten wel verbeteren.

Tijd dus voor een fundamentele bezinning over één en ander. Meer en meer worden de rekeningen nu gepresenteerd. En in een economische context moeten organisaties en scholen die wel kunnen betalen, bij voorkeur op tijd.

lees het volledig artikel.


6.08.2012

vakbondsbashing en 'illusoire koopkracht'

Ferre Wyckmans, algemeen secretaris van de bediendencentrale van het ACV, publiceerde in het nieuwste nummer van Ons Recht enkele zeer rake opmerkingen:

Het leek erop alsof we alles hadden gehad, maar sommige werkgeversvertegenwoordigers en politici wisten ons uitgerekend op Rerum Novarum nog te verrassen met spitante antivakbondsuitspraken. De prijskamp voor de twee strafste uithalen naar de vakbond is bijna geëindigd op een ex-aequo. Maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat er bij nader inzien toch nog een winnaar is aan te duiden. Zelfs zonder fotofinish.

Op een erg verdienstelijke tweede plaats – derde plaatsen delen we niet uit, we gaan alleen voor het zuivere edelmetaal – eindigde Alexander De Croo, de voorzitter van Open VLD. Zijn partij slofte sinds de jongste verkiezingen van de ene sukkelstraat in de andere en afgaande op de opiniepeilingen zijn de onweerswolken nog niet weg boven de Gentse Melsenstraat.

Het feit dat ACV-voorzitter Marc Leemans en ACW-voorzitter Patrick Develtere ter gelegenheid van Rerum Novarum nog maar eens duidelijk het puntje op de i van index zetten kon niet zonder reactie van De Croo blijven. De Croo jr. vond het ‘een goede zaak dat er eens iemand anders de indexdiscussie op de agenda plaatste’. Ook als stand-upcomedian gooit deze partijvoorzitter geen hoge ogen. Met de index lachen we niet. Slechte quote en flauwe grap dus.

Maar de meest forse indexsprong staat op naam van Caroline Ven en Geert Janssens van het ondernemersplatform VKW. Zij verklaarden in De Morgen dat de christelijke arbeidersbeweging de echte geest van Rerum Novarum (‘Over nieuwe dingen’) niet begreep en zelfs verraadde. Hola zeker ?! Leo XIII legde in zijn encycliek inderdaad ook de klemtoon op ‘samenwerking’ tussen werkgevers en werknemers. Maar hij was vooral bezorgd over de verbetering van de rechten van werknemers.

Potsierlijk

De argumentatie van de twee VKW’ers is even potsierlijk als onjuist. Vermits het IMF, de Nationale Bank en de Europese Commissie de automatische loonindexering een ongezond idee vinden is het niet verstandig om het tegenovergestelde te beweren, zeggen ze. Verder noemen ze de indexering ‘asociaal’ omdat de index zou neerkomen op ‘illusoire koopkracht’. Illusoir? Hier volg ik niet meer, mijn verstand heeft blijkbaar zijn limieten.

Ongehoord toch dat werkgeversorganisaties denken de erfenis en de interpretatie van Rerum Novarum te kunnen claimen. Onze erfenis is niet beschikbaar. En onze index ook niet.

11.08.2011

Snoeien om te groeien?

Ferre Wyckmans, van de Landelijke BediendenCentrale, stelt zich heel wat vragen bij het discours van de laatste tijd.
'we moeten snoeien om te groeien', 'we moeten af van de taboes', 'de index tast onze concurrentiepositie aan', en ga zo maar door. Allemaal neoliberale dooddoeners die geen aanvaardbare basis zijn voor een verstandig en doordacht sociaal beleid.

We nemen het hier bijna integraal over:

“We zullen het allemaal voelen”, is de dooddoener die politici uitspreken om in te hakken op verworvenheden die het resultaat zijn van meer dan 125 jaar sociale geschiedenis. Als politici verkondigen dat we ‘af moeten van de taboes’, weten we maar al te goed dat ze het vooral over sociale taboes hebben. Andere taboes blijven moeiteloos overeind: de vraag naar een rechtvaardig geïnde vennootschapsbelasting, de roep om de afschaffing van de notionele intrestaftrek, het pleidooi voor een belasting op grote vermogens. Aan die taboes mag blijkbaar niet worden getornd.

Het debat over de werkloosheid kan je niet reduceren tot een louter statistisch discours. Werkloosheid is geen comfortabele fauteuil waarin luieriken zich nestelen. Het is een harde bank, net zoals veel jobs onaanvaardbaar hard zijn. Slechtbetaalde banen, met werkomstandigheden die niet meer van deze tijd zijn, vormen geen goed alternatief. De maatschappij en de politieke klasse moeten interesse tonen om de werkomstandigheden, dus ook de lonen, aan te passen. Heeft het enige maatschappelijke meerwaarde om werklozen te viseren en in hun uitkeringen te snoeien zodat ze letterlijk uit armoede een haast even armoedige baan moeten aannemen?

Natuurlijk niet.

Meer armoede

De spaarquote in ons land zit in de lift. In de mondiale statistieken spannen de Belgen de kroon als het over spaargeld gaat. Wel te verstaan: de gemiddelde Belg. Tegelijkertijd geven àlle, ik herhaal àlle, Vlaamse, Belgische, Brusselse en Europese studies, aan dat de armoede in ons land toeneemt. Er zit dus flink wat fout.
Nu al is er een gigantisch verschil tussen wat echte rijken aan inkomens en vermogens hebben en de situatie van de Belgische middenmoot. De verschillen tussen wie bovenaan de inkomensladder staat en het toenemende aantal onderaan nemen hallucinante proporties aan. Zo’n probleem los je niet op door de laagste inkomens van werkenden of werklozen onderling anders te verdelen onder het mom van de solidariteit.
Nog maar eens wordt de index onder druk gezet omdat die de concurrentiekracht van onze economie zou aantasten. De tegenstanders van de index willen niet horen dat het mechanisme juist bewerkstelligde dat mensen hun koopkracht behielden. Zonder index zouden alle werkenden en alle sociaal verzekerden hun koopkracht zien achteruitgaan. Durft er iemand met politieke verantwoordelijkheid dat zo letterlijk, oog in oog met een kiezer, te vertellen? Wie de index afschaft, zit in de zakken van alle werknemers.
Snoeien om te groeien is in de landbouw misschien een goed principe. Maar op sociaal gebied is deze methode absoluut te mijden.

Duitsland

Vergelijken met wat er rondom ons gebeurt, lijkt misschien de redelijkheid zelve. Maar dat is niet zo. In Duitsland verminderde de reële koopkracht, lees: werknemers gingen daar minder verdienen. Vergelijken met Duitsland betekent in wezen dat je pleit voor lagere lonen om de concurrentiekracht te ondersteunen. De vakbonden vinden zoiets een heilloze weg. Zij weten gelukkig beter en beseffen dat het onverstandig zou zijn om de Duitsers blindelings achterna te lopen.
Alles wat er aan sociale verworvenheden bestaat voor werknemers en sociale uitkeringstrekkers is er gekomen omdat de vakbonden overtuigende argumenten uitspeelden en strijd leverden. Dit is ons erfgoed dat we samen delen. Wie een aanslag pleegt op die verworvenheden, tast onze eigenheid aan. Geen sprake van dus!

4.29.2011

Onwaardig inkomen

Ferre Wyckmans, Algemeen Secretaris van de Christelijke bediendenvakbond LBC-NVK, brengt in het nieuwste nummer van het ledenblad Ons Recht een zeer lezenswaardige opinie. Voor uw leesplezier, neem ik het hier in zijn geheel over.

De riante bonussen zijn weer helemaal terug van amper weggeweest. Alleen wie ter kwader trouw is, durft beweren dat de irritatie hierover is ingegeven door jaloersheid. En het is eveneens kwade trouw om de ontevredenheid hierover af te doen als plat populisme. Volkomen terecht ergeren werknemers zich aan de onfatsoenlijk hoge bedragen die worden toegekend aan enkelingen. Wat hier aan de hand is, kan echt niet door de beugel.

Voorstanders van de bonussen zwaaien met argumenten allerhande. Aangegane engagementen of afspraken, de wettelijke regels die ‘worden nageleefd’, voorbeelden uit andere landen, de noodzaak om topmanagers in bedrijven te houden, mensen vergoeden voor geleverde of extra inspanningen, het eenmalig en uitzonderlijk karakter…
Geen van die argumenten blijft overeind als je een beetje doordenkt. Als bedrijven voortaan alle individueel aangegane engagementen als leidraad van hun handelen nemen, dan wordt niemand nog ontslagen. Arbeidsovereenkomsten zijn immers in de eerste plaats overeenkomsten, zeg maar heel formele afspraken. Betekent een bedrijf leiden voortaan gewoon dat je netjes binnen de wettelijke lijntjes kleurt? Dan wordt ondernemen een puur juridische kwestie waarbij ethiek en normen geen rol meer spelen.

Dubbel ergerlijk

De bonussen bij een aantal banken zijn dubbel ergerlijk. Twee jaar geleden werd diep in de staatskas gegrabbeld om de banken te redden. Op dit moment helt de negatieve balans nog altijd over naar de gemeenschap. Die heeft nog grote sommen tegoed die ze heeft op tafel gelegd. Het zou de verantwoordelijken van de banken sieren als ze eerst de gemeenschap in het rendement zouden laten delen in plaats van enkele toplui.
Wat ons betreft, gaat het debat niet alleen over de bonussen op zich. Bonussen zijn om een aantal redenen verwerpelijk. Met name omdat ze dreigen managers te belonen die grote risico’s nemen. Het waren toch precies de onverantwoorde risico’s, genomen door topbankiers, die de wereldwijde financiële en economische crisis veroorzaakten? Er worden ook bonussen betaald omdat managers hun saneringsplannen goed uitvoeren. Toplui verdienen dus extra als ze meer volk aan de deur zetten. Zowel voor de vakbond als voor de hele maatschappij is zoiets verwerpelijk.
Maar naast de bonussen, die een verkeerde bedrijfslogica belonen, zijn er ook de onbetamelijk hoge lonen. Hoe kan je ernstig verantwoorden dat iemand 1 miljoen euro per jaar verdient? Zo’n vast loon legt een wanverhouding bloot tussen top en basis.

Loonspanning

Als werkgevers praten over de loonspanning, hebben ze het over het verschil tussen netto- en brutoloon dat maximaal één op twee bedraagt. De vakbond heeft het ook over de loonspanning. Maar dan gaat het wel over de spanning tussen enerzijds de laagste inkomens en anderzijds de hoge of hoogste inkomens. Op dat vlak kom je al gauw aan verhoudingen van 1 op 50, of nog veel erger.
Het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen bedraagt voor een 21-jarige momenteel 1.415 euro. Op jaarbasis praat je dan over een loon van 16.980 euro, vakantiegeld niet inbegrepen. Bij de jongste besprekingen over een interprofessioneel akkoord was een algemene verhoging hiervan voor de werkgevers ‘onbespreekbaar’. Sterker nog, in 2011 is het bij wet verboden om enige loonsverhoging te geven. Hoe schizofreen dreigt dan, met de blik op die hoge vaste en variabele lonen, een debat over loon- en arbeidsverhoudingen te worden? Terwijl de minima niet mogen stijgen, staan er dankzij allerlei trucs geen limieten op de maxima voor de ‘happy few’.
Unizo, de koepel van zelfstandige ondernemers, vindt dat er ook nog een indexsprong moet worden doorgevoerd. Een inlevering van twee procent. Het VBO stelt zelfs dat het debat over indexingrepen ‘sociaal’ is. Wie dat debat niet wil voeren, toont zich ‘onverantwoordelijk’, beweert de organisatie. Dat toont aan hoe veraf de vertegenwoordigers van de werkgevers van de realiteit verwijderd zijn.

Ondertussen wordt op Europees niveau de harde besparingslijn bepleit en wordt er gewerkt aan een Europese loonnorm. Die norm geldt weliswaar alleen voor de werknemers. Voor de groep wier contract onzeker is en blijft en voor wie loonmatiging het enige ‘perspectief’ is.
Moraal van dit verhaal? De vakbonden moeten de belangen van de werknemers meer dan ooit in bescherming nemen.

9.08.2008

staatshervorming: 'goed voor de mensen'?

Vandaag viel 'Ons Recht', het ledenblad van de LBC in mijn bus. Met daarin een opmerkelijk artikel van Ferre Wyckmans over de perikelen en de hetse voor een 'nieuwe staatshervorming' van de laatste maanden.
Omdat ik het zodanig goed vind, neem ik het hier integraal over. Het volledige nummer valt hier in zijn geheel te lezen.

"De kans om op een iets of wat genuanceerde wijze iets over Vlamingen of Franstaligen
te zeggen, is het afgelopen jaar flink verbeurd verklaard. Onbegrip is troef.
Simplistische beeldvorming over elkaar is aan beide zijden van de taalgrens de norm
geworden. Tegenstellingen worden verscherpt en uitvergroot. Taal wordt voorgesteld
als een scheidingselement dat samenleven onmogelijk maakt, maar geen ouder of hij/zij zegt met grote fierheid dat zoon of dochter ‘zo goed is in talen’.

“Er moet een Grote Staatshervorming (mét hoofdletter) komen” is een stelling die een wetenschappelijke waarde heeft gekregen. Die staatshervorming zou goed zijn voor de economie en voor het bedrijfsleven.
Een bewijs wordt daartoe niet geleverd en moet ook niet meer worden geleverd, die stellingen hebben immers het statuut van een axioma verworven. Solidaire samenwerking heeft de werknemers altijd al een grotere dienst bewezen dan scheidende verdeling.
We vertrekken van een voor ons cruciale vraag: worden de werknemers en sociaal uitkeringstrekkers er beter van? Dat is een beperking qua beoordelingscriteria, maar er wordt ten minste al vertrokken van een beoordeling. En het is in ieder geval een ander criterium dan “de bittere noodzaak van een bedrijfsvriendelijker klimaat”, waarover Unizo het heeft. We bekijken het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en het arbeidsmarktbeleid.

Laten we beginnen met het arbeidsrecht. Als het arbeidsrecht een Vlaamse, Brusselse en Waalse variant krijgt, rijst dé vraag of daar ook maar iemand beter van wordt. Er is geen argument te bedenken om verschillende soorten arbeidsovereenkomsten te aanvaarden afhankelijk van de tewerkstellingsplaats. Werkgevers met vestigingen over het hele land (banken, distributiebedrijven…) zouden er een helse klus aan hebben. Werknemers zouden in een toenemende onzekerheid terechtkomen en ze zouden er qua contractbescherming niet beter van worden. Werknemers in diverse gewesten zouden tegen elkaar worden uitgespeeld, en de contractflexibiliteit zou nog toenemen. Dat geldt voor zowel het individuele als het collectieve arbeidsrecht.
Het Vlaams Parlement heeft ooit een decreet goedgekeurd voor Vlaamse cao’s. Wij zijn er vanaf dag 1 vierkant tegen geweest. Gelukkig oordeelde het Arbitragehof er ook zo over op 15 september 2004. Vlaamse onderwerpen in Vlaamse cao’s “zou de samenhang van het conventionele arbeidsrecht in het gedrang kunnen brengen en de door het sociaal overleg beoogde evenwichten verstoren”, zo klonk het toen wijs. Ook hier geldt immers dat het bijzonder complex wordt voor ondernemingen met vestigingen in de verschillende gewesten.
Dat zou betekenen dat een onderneming verschillende regels moet toepassen naargelang de werknemer in een Vlaamse, Brusselse of Waalse vestiging van het bedrijf werkt.


Als bepaalde voordelen wel of niet in Vlaanderen gelden en niet of wel in Brussel, zijn de effecten
daarvan voor werknemers onoverzichtelijk, onduidelijk en daarom niet wenselijk.
Het is op dit moment perfect mogelijk in paritaire comités afspraken te maken die rekening houden met gewestelijke of gemeenschapsbevoegdheden. Dat gebeurt nu al in een aantal paritaire comités van de non-profitsectoren, omdat bijvoorbeeld de subsidieregels anders werken in de diverse gemeenschappen. Er is dus geen grote en zelfs geen kleine staatshervorming nodig om loepzuivere afspraken te maken.
Wat we willen vermijden is dat loon- en arbeidsvoorwaarden leiden tot concurrentie tussen tussen taalgebieden. Een dergelijke concurrentie is altijd in het nadeel van werknemers.
Daar waar ‘het goed gaat’ zal het argument van de lage loon- en arbeidsvoorwaarden worden gehanteerd om de voorsprong te behouden. Waar ‘het slecht gaat’ zal hetzelfde argument worden gehanteerd om beter te kunnen concurreren. Wat zich momenteel in Europa én op wereldniveau afspeelt, nl. lage lonen als argument van de werkgevers om bestaande voordelen af te bouwen, zal dan tussen Vlamingen, Walen en Brusselaars worden uitgespeeld.

Laten we een volgende flinke brok van mogelijk communautair getwist bekijken: de sociale
zekerheid. De bijdragen én de uitkeringen zijn op dit moment zonder enige nuance hetzelfde
in de drie gewesten. Is er iemand gebaat bij het creëren van verschillen? Ja, de werkgevers indien ze daardoor minder zouden moeten bijdragen. Maar minder bijdragen betekent minder middelen voor uitkeringen.
Wie meent dat een Vlaamse sociale zekerheid goedkoper zou zijn, vergeet dat lagere uitkeringengaan volgen. Of willen de Vlaamse werkgevers echt de bijdragen verlagen en de uitkeringen verhogen? Het beeld dat een Vlaamse sociale zekerheid minder duur is dan de verondersteld verkwistende Waalse sociale zekerheid, zal zeer snel moeten worden bijgesteld. Werkloosheid is een hardnekkiger probleem in Wallonië en Brussel dan in Vlaanderen, maar qua bruggepensioneerden en qua tijdskrediet haalt Vlaanderen veel meer uit de federale pot. Dat geldt ook voor de pensioenen, zeker de komende jaren. En de pensioenen zijn op dit moment bedroevend laag, een besparing in deze sector kan niet zonder drama’s.
En worden morgen de regio’s in Vlaanderen met hogere werkloosheid op hun beurt ook uit de Vlaamse sociale zekerheid gewipt? En wat met een sociale zekerheid die gefinancierd zou worden
met bijdragen op basis van tewerkstelling in Brussel, maar waarvan de uitkering dient te gebeuren op basis van bijvoorbeeld een Vlaamse woonplaats? Vlaanderen zou moeten gaan bedelen in Brussel. Ook hier geldt dat werkgevers met meerdere vestigingen niet tuk zullen zijn op een gediversifieerde administratie in de betaling van bijdragen naargelang de werknemer in
Vlaanderen, Brussel of Wallonië werkt.
Kortom, het simplistische verhaal van een op te splitsen sociale zekerheid biedt geen concreet antwoord op uitvoering en de gevolgen. We willen wijzen op één eigen Vlaamse voorziening die nauw bij de sociale zekerheid aansluit: de Vlaamse zorgverzekering.
In tegenstelling tot de federale sociale zekerheidsbijdragen waarvan de bijdrage gerelateerd is aan de inkomenshoogte, heeft Vlaanderen het principe gehanteerd van een gelijke bijdrage voor iedereen. Hoge inkomens en lage inkomens betalen evenveel. Niks dat overblijft van het solidariteitsprincipe. Overigens is er van enig paritair beheer in die Vlaamse variant niets merkbaar. Het is meer dan een waarschuwing aan sociaal verzekerden, aan ons allemaal dus. Vlaanderen doet het niet socialer dan het federale stelsel en hanteert andere principes dan deze die aan de grondslag liggen van ons sociaal zekerheidsstelsel. Nieuw is hier niet per definitie beter.

Zo komen we bij een terrein waar er een zogenaamde consensus aan het ontstaan is: de regionalisering van het arbeidsmarktbeleid.
Het is goed om te weten dat op het gebied van arbeidsbemiddeling de regio’s al de volle bevoegdheid hebben. Ook vorming en opleiding zijn geregionaliseerd. Waarover gaat het dan
nog? Hier duikt de term ‘activeringsbeleid’ op.
De gewestelijke bemiddelingsdiensten (VDAB in Vlaanderen) kunnen werklozen begeleiden, aansporen enz. in hun zoektocht naar werk. Zij hebben evenwel niet de bevoegdheid om te sanctioneren. Die bevoegdheid ligt bij de nationale RVA (Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening).
In Vlaanderen wil men maar wat graag die sanctionerende activering in handen krijgen.
De Vlaamse regering wil het allemaal wat flinker doen. Het feit dat op dit moment 50-plussers niet verplicht geactiveerd kunnen worden, is haar al langer een doorn in het oog. De omschrijving
van wat een passende dienstbetrekking is zou wat soepeler moeten. Selectiviteit in het aanvaarden van een job moet voor werkloze Vlamingen minder makkelijk worden. Daar draait het discours van de Vlaamse werkgevers eigenlijk om. De bestaande regelgeving maakt sanctioneren van werkweigering perfect mogelijk.
Er is geen reden te bedenken waarom we in Vlaanderen strengere regels moeten hanteren dan elders. Uitgerekend op het moment dat met mobiliteitspremies werklozen uit regio’s met hoge werkloosheid (Wallonië) zouden worden aangemoedigd om in een regio met lagere werkloosheid (delen van Vlaanderen) te gaan werken, wordt het bewijs geleverd dat niet het verder opsplitsen van dit beleid maar meer samenwerking juist nodig is.
De sp.a lanceerde in juni haar voorstellen voor een sociale staatshervorming. Daarin wordt gepleit voor een regionale bevoegdheid bij het toestaan van brugpensioen bij een herstructurering, voor het bepalen van de gevallen waarin uitzendarbeid kan worden toegelaten,
voor het toekennen van bijkomende loonlastverminderingen voor specifieke doelgroepen.
Ook arbeidsmigratie zou een gewestelijke bevoegdheid moeten worden, en het stelsel betaald educatief verlof moet gemeenschapsbevoegdheid worden.
De basisgedachte achter deze redenering is dat Vlaamse werknemers en Vlaamse werklozen anders zijn dan hun Waalse of Brusselse lotgenoten en dus andere rechten en plichten behoeven.
Dat is nu juist een indeling die ons niet terecht lijkt en niet zint. Taal maakt iemand niet tot een ander mens.

Kortom we zijn op onze hoede bij elke lokroep van staatshervormers die menen dat dit ‘beter is voor de mensen’. Een staat is een levend geheel en zal ontegensprekelijk in zijn besluitvormingsstructuur blijven en moeten evolueren. Het democratische einddoel is zeker nog niet in zicht, het kan dus allemaal beter. Maar de vraag op welke manier de burger dichter betrokken kan worden bij de Europese besluitvorming, die sluipend enorm aan invloed wint, lijkt
me vanuit werknemersstandpunt een meer pertinente vraag dan de zoektocht naar hier of daar een regionale bevoegdheid meer of minder."