10.28.2026

Diplomaten zonder Grenzen

Réginald Moreel, chirurg, Dokter van de Wereld, Arts Zonder Grenzen, progressief activist en strijder voor wereld, stuurde een vredespleidooi de wereld in als open brief. 


Vrede kan met 'Diplomaten zonder Grenzen', niet met huidige politici

---

Als vredesmilitant wordt mij vaak de vraag voorgeschoven: ‘Waar ligt de grens tussen uw pleidooi voor vrede en de huidige westerse offensieve bewapening tegenover agressieve vijanden, die weigerachtig blijven om aan de onderhandelingstafel te schuiven?’


Die vraag geldt voor diverse conflicten die vandaag woeden: Rusland-Oekraïne, met een escalerende dronenoorlog en de annexatie van Oekraïens grondgebied; Israël-Palestina, met een aanslepende genocide van het Palestijnse volk en aanvallen op de Libanese en Syrische bevolking; de Verenigde Staten en Iran, een energiebronoorlog met de denuclearisering van Iran als zogenaamd objectief; en de zo talrijke geopolitiek verwaarloosde conflicten in Oost-Congo, Soedan, Zuid-Soedan, Jemen-Saoedi-Arabië, India-Pakistan, Myanmar, de Westelijke Sahara, de Sahelregio, Somalië, Mozambique, Haïti, waarin de strijd om kritische grondstoffen, etnische en religieuze motieven, territoriale machtsdrang de oorlogen eindeloos verlengen. 


De meeste van deze conflicten hebben een nationale, een regionale en internationale dimensie. Het voelt aan alsof de inherent agressieve natuur van de mens nooit zal verdwijnen. Integendeel, van het smeden van ijzer om jachtwapens te maken heeft de mens aan de artificiële intelligentie de opdracht gegeven om autonoom bestuurde drones af te vuren om mensen te vermoorden. 


De vijand aan tafel dwingen is uiterst moeilijk zodra een conflict het zogenaamde ‘dialoog momentum’ voorbij is en escaleert tot een uitputtingsoorlog. 


Het ideale moment hangt af van politieke en militaire leiders die anticiperen, een escalerende spanning tussen en binnen staten tijdig aanvoelen, evalueren en de moed opbrengen om met de tegenpartij te gaan praten. En door aandachtig te luisteren naar hun grieven. 


Kortom, zich inleven in de geestesgesteldheid van de potentiële vijand. Vaak zijn spanningen te wijten aan frustratie, vernedering, territoriale machtswellust en jacht op energiebronnen en kritische mineralen. 


Visionaire leiders, bekwame diplomaten en vrije beroepen, Artsen voor Vrede zijn ideale tussenpersonen. Zij maken kans om een conflict te voorkomen, als hun inspanningen buiten alle media plaatsvinden voor het uitbarsten van woede wordt aangepakt. Want woede die niet beluisterd wordt, slaat altijd om in geweld.


Denken we maar aan de beelden van de betogingen en rellen in Franse en vele Europese steden, tekenend voor de doofheid van regeringen en presidenten die nooit echt de maatschappelijke malaise au sérieux hebben genomen. Dit anticiperen noemt men preventieve diplomatie. Dit is het speeksel van de menselijke stem inzetten in plaats van bloed. 


Si vis pacem, para pacem … potius quam bellum: wie vrede wil, moet ze voorbereiden, en niet via oorlog. Preventieve diplomatie vereist politieke én maatschappelijke leiders met visie, historisch inzicht en empathisch talent. Die hebben we vandaag niet. 


Ooit was Belgisch eerste minister en minister van buitenlandse zaken Pierre Harmel in 1967 de internationale voortrekker van een dergelijke aanpak. Hij formuleerde een nieuwe ‘Harmel-doctrine’, die pleitte voor actieve politieke dialoog gesteund op een geloofwaardige defensie.


Een dergelijk visionair werken aan vrede lijkt niet meer van deze wereld met de huidige wereldleiders: Poetin als imperialistische agressor, Trump als gewetenloze en wispelturige onderhandelaar, Xi Jinping als schaduwmanager, en tot slot de Europese leiders die radeloos verklaringen afleggen en versneld wapens aankopen om hun legers op te knappen. En daarvoor de sociale zekerheid, grondvest van een democratie, uitdunnen.


Vredesactivisten, en daartoe reken ik mezelf via mijn oorlogservaringen, worden in dit klimaat van cyberoorlog en wapengekletter beschouwd als verraders van de democratie, die westerse leiders inroepen om hun wapenwedloop te rechtvaardigen. 


München 1938 wordt om de haverklap als voorbeeld aangehaald. Maar geen enkele leider had toen de vernedering van het Duitse volk ernstig genomen, waardoor het nazisme mede in een periode van economische crisis zo gemakkelijk kon opkomen. 


Breekt een oorlog toch uit, dan moeten politici alle hens aan dek roepen en volop inzetten op conflictbeheersing. Daarvoor bestaan verschillende technieken. Zo moet een van de strijdende partijen de eerste stap zetten. Daarna somt de eerste bijeenkomst, liefst geheim en op neutraal terrein, wederzijds alle grieven en voorwaarden tot onderhandelingen op. 


Ook wordt er een sneuvelplan opgemaakt met de opsomming van de twistpunten waarover finaal zal moeten onderhandeld worden. Het gaat hier om een voorstel om stapsgewijs, sector per sector, van energiebevoorrading, van infrastructuur en transportverkeer tot bescherming van scholen en hospitalen als ‘safe zones’ een akkoord te vinden dat realistisch is en beide partijen bevredigt. 


Pas na deze sectoriële akkoorden kunnen de delicate territoriale, socio-economische, energetische onderhandelingen gestart worden. Daarin zal de creativiteit en de kwaliteit van onderhandelaars een cruciale rol spelen. Ik geef een voorbeeld: een speciaal statuut zou als basis kunnen dienen voor een discussie over een betwist gebied. In de vorm van autonomie, gedeeld bestuur, federatie/confederatie-buffergebied met pact voor non-agressie. 


Een onderhandelingsproces vraagt veel geduld en tactvolle onderhandelaars, geen dreigende bullebakken. Dertig jaar geleden schreef ik daarover met professor Internationale Wetenschappen Luc Reychler het boekje De agressie voorbij [1] over terreindiplomatie via het stichten van ‘Diplomaten zonder Grenzen’, professionals van conflictpreventie en conflictbeheersing.


De huidige complexiteit van de nieuwe wereldmachtsverhoudingen en desbetreffende conflicten vergt professionals, geen doorsnee politici. Een oorlog voorkomen of stoppen is een weldaad voor de mensheid en verdient duizend Nobelprijzen. 


Ik eindig met mijn ’obsessioneel’ pleidooi voor actieve geweldloosheid, geïnspireerd door Mahatma Gandhi en Martin Luther King. Een realistisch en proactief pacifisme. Gandhi definieerde het in het concept ‘Satyagraha’, de standvastige waarheid. Het burgerlijk verzet en ongehoorzaamheid zonder bloed en tranen, het vechten tegen eigen haat, en zelfs het aanvaarden van lijden om vrede te bereiken.



Geen opmerkingen: