8.15.2026

Fayrfax Maria plena virtute

Op deze zondagse zaterdag, 15 augustus, passende muziek. Deze keer Mariale Hymnes van de Engelse Renaissance componist Robert Fayrfax.



8.14.2026

What is Late Antiquity? met Jeroen Wijnendaele

Vandaag een zeer interessante podcast. prof. Jeroen Wijnendaele vertelt over de Late Oudheid en dan vooral over wat ooit 476 was - de Val van Rome.


 

8.10.2026

In het Denkspoor van Ursula Le Guin

 De Groene Amsterdammer besteedt deze week uitgebreid aandacht aan de in 2018 overleden progressieve SF-auteur Ursula Le Guin. 

 


 

De dubbelzinnige utopieën van Ursula Le Guin - Waarom de grande dame van de scifi nu wordt omarmd door feministen en ecologen. 

 Daphné Dupont-Nivet brengt een profiel getiteld "Een hoofd vol parallelle universa" met daarin enkele bijzonder rake passages:

 

Hoe zweverig ook, buitenissig wordt het nooit. Maar wel een beetje weird. Juist op die momenten is haar werk doordrongen van het voor de moderne, westerse mens moeilijk te vatten besef dat ook andere wezens deze planeet bevolken en hun eigen tijdlijn, verlangens en omgangsvormen hebben. Niet voor niets is ze een blijvende inspiratiebron voor hedendaagse ecologisch denkers en filosofen. ‘De moderne mensheid leeft in ballingschap’, schrijft Le Guin in een essay. ‘Buitengesloten van een gemeenschap en een intimiteit die zij ooit kende.’ Die gemeenschap bestond uit dieren, landschappen en mythologische wezens. Fantasieverhalen, zoals die van haar, vormen een ‘beweging naar buiten, naar het niet geheel menselijke’. Ze herinneren ons eraan dat de mens niet de maat der dingen is, en er een ‘grotere realiteit bestaat dan wij onszelf nu toestaan’.


Heel bewust, zei Le Guin tegen biograaf Phillips in een New Yorker-profiel, zocht ze naar een balans tussen het westerse wereldbeeld, gericht op rationaliteit en wetenschappelijke analyse, en de meer gegronde, intuïtieve blik op de wereld, van wortelen en beseffen welke overvloed het universum al biedt. Schiet je te ver door met een van beide, dan gaat het mis. Alleen in evenwicht ontstaat er ‘iets vruchtbaars, iets dat leeft’. 



De bijbehorende podcast is ook echt een aanrader:

 

 

 


 

 

8.09.2026

Otheo is fier op de Pride zolang ze niet overdrijven

In otheo.be stond deze week een column. De titel is veelbelovend. "Samen fier op de Pride." Helaas dekt de titel niet volledig de lading. Samen fier op de Pride, in zekere mate, enigzins, zolang ze niet te zot doen, behalve als er drag is, maar ze moeten niet overdrijven. 

Het is heel merkwaardig dat de fierheid op Pride en de grote openheid en warmte die de columnist ervaarde in Antwerpen haar er niet toe gebracht heeft om dezelfde openheid te tonen naar de hele holebi-gemeenschap. Ze schrijft in haar column letterlijk dat de toegenomen haat het gevolg is van een oververtegenwoordiging van "het thema". Ze beklaagt er zich letterlijk over dat er "een drag queen in elke show" zit. De column van Lieve Wouters heeft mij ook in de pen doen kruipen.

 

Het eerste stuk daar is niets op aan te merken.

Deze week vindt in Antwerpen de Pride plaats, een event van en voor de queer gemeenschap en al wie met hen wil meevieren. Sinds enkele jaren werkt de katholieke Kerk via haar ‘aanspreekpunten Homoseksualiteit en geloof’ mee aan een oecumenische viering in dat kader. Ik maakte de allereerste editie ervan mee en was aangenaam verrast over de liturgische ernst en schoonheid van de dienst.

Maar wat me nog het meeste trof, was dat de kerk vol zat met mensen van alle leeftijden en huidskleuren. De openheid voor lgbti bleek ook verwelkomend voor andere vormen van diversiteit. Veel aanwezigen kwamen voor het eerst sinds lange tijd in een kerk. En ze mochten zich er thuis voelen. Er heerste een warm gevoel van samenhorigheid en dankbaarheid. 

 

Het begint zelfs veelbelovend. De Kerk stelt haar deuren letterlijk en figuurlijk open voor de lhbtqia+gemeenschap. Lieve Wouter ervaart samenhorigheid en dankbaarheid. Mooi. Tot nu toe een uitstekende column. Fier zijn op de Pride is belangrijk, vooral voor de Kerk. We komen namelijk van bijzonder ver. We mogen fier zijn op de Pride en ook wel een beetje op de weg die de Kerk in deze materie al heeft afgelegd. Verandering is niet gemakkelijk voor een instituut als de Wereldkerk. Dus tot nu toe, alles positief. 

 

Maar dan neemt de column een merkwaardige wending. 

 


Nu viel het me echter op dat de carnavaleske wagens maar een kleine fractie vormden van de hele parade – zeker het meest spectaculaire deel van het verhaal, maar niet het hele. Het grootste deel van de optocht bestond uit doodgewone mensen met hun familie, vrienden en sympathisanten.  
Meteen maakte ik me de bedenking dat als die laatste groep wat meer aan bod kwam in de media, de hele optocht misschien meer mensen zou kunnen enthousiasmeren. In plaats daarvan werkt de beeldvorming vandaag vaak polariserend, terwijl de aanvaarding van genderdiversiteit al danig achteruit gaat. Een op de vijf jongeren vindt geweld tegen homo’s of transpersonen tegenwoordig ‘soms aanvaardbaar’. Het moet maar eens je broer of zus zijn, je kind, je ouder… 

 

Wat zegt ze hier? Doodgewone mensen komen niet vaak genoeg in beeld, ok, goed. Dat geldt helaas meestal de brave doodgewone mensen die doodgewone dingen doen, komen niet in de krant. Dat is helaas hoe de media werkt. Hoewel aanwezig zijn op de Pride niet alledaags en doodgewoon is. Iedereen die zich de moeite neemt om naar buiten te komen naar wat in se een protestactie is, die toont durf. 


Maar dan komt het. In plaats van dan maar enkele van die doodgewone mensen aan het woord te laten, gaat ze de andere kant op. Ze kiest ervoor om die "doodgewone" mensen tegenover een andere groep te stellen, de niet-doodgewone dus, waarbij die laatste dan de schuld krijgt van stijgende homohaat. Een heel vreemde wending. 

Ze richt zich tegen de "carnavaleske wagens". Dat zijn de schuldigen.  

 

 Ze legt het uit: 

De geschiedenis toont vaak een slingerbeweging. Van discriminatie van lgbti zijn we naar een oververtegenwoordiging van het thema in allerlei tv-programma’s gegaan. Er kan geen show zijn, of er zit een dragqueen in. 

 

Ja, het staat er echt, een oververtegenwoordiging. Discriminatie iets uit het verleden, nu is het probleem doorgeslagen naar de andere kant, "ze" zitten in alle shows. Je haalt letterlijk in hetzelfde stuk cijfers aan over het aanvaardbaar zijn van gewelddadige haatmisdrijven. Maar discriminatie is opgelost. Besef je wel goed wat je hier schrijft? Discriminatie zou opgelost moeten zijn, maar doordat de slinger is doorgeslagen, doordat er drag queen in alle shows zitten, is er terug haat en geweld. 

De veralgemening slaat trouwens nergens op. In Blokken heeft nog nooit een zichtbare dragqueen in drag meegedaan, hetzelfde voor De Afspraak, voor FC De Kampioenen, de Code van Coppens, ik kan nog wel even doorgaan. 

Het is misschien gemakkelijker om te vragen in welke shows er wel een dragqueen heeft gezeten?

Durf te vragen bracht een mooi stuk over deze subcultuur. https://www.vrt.be/vrtmax/a-z/durf-te-vragen/5/durf-te-vragen-s5a6/

In B&B Zoekt Lief gaf Yorda bij wijze van entertainment een optreden.   

‘Make up your mind’ van VTM bracht Piet Huysentruyt die in drag Kitch Lorraine speelde. Hij had daarover dit te zeggen: "Mijn respect voor de drag-gemeenschap is alleen maar toegenomen”, verduidelijkt Piet. “Ik heb nu pas ontdekt hoe hard ze voor hun beroep leven, en hoeveel plezier ze mensen bezorgen. Zo’n bende dragqueens bij elkaar: daar kan je alleen maar vrolijk van worden, en daarvoor zette ik mijn sérieux graag opzij.” 

Veel meer zal het niet zijn, Thuis niet, Familie niet, Like Me niet, Knokke Off niet. De Slimste Mens, Huizenjagers, De Voice, Blind Gekocht, geen drag queen te bespeuren.

Waar is dat thema dan oververtegenwoordigd? 

Trouwens, wat is het percentage dat 'aanvaardbaar' zou zijn? Wat zou een goede vertegenwoordiging zijn? Pleit je voor quota's voor alle verschillende maatschappelijke groepen en subculturen? Zoveel procent drag queens, zoveel procent voetfetisjisten, zoveel procent hobbyvissers, zoveel procent skaters. Zoiets?

 

Het is jammer dat er zulke uitspraken worden gedaan. En al zeker in Otheo. De boodschap is echter duidelijk, drag queens en "carnavalske wagens" schaden de gemeenschap, "Het moet maar eens je broer of zus zijn, je kind, je ouder… " Omdat er drag queens op tv komen, gaan mensen de hele gemeenschap alleen maar associëren met drag queens en dus negatieve gevoelens krijgen. Dit is een choquerende redenering, als je het mij vraagt. 

"Doe normaal" is de boodschap. Freaks schaden de hele gemeenschap. Alleen "doodgewone" homo's op straat, maar liefst niet te veel en al zeker niet in elke show op televisie.

Man man man. Als iemand verontwaardigd of boos wordt omdat er iemand in een show zit die "stoort" of "choqueert", niet omwille van wat die allemaal doet, maar louter omwille van wie die persoon is, dan ligt het probleem louter en alleen bij diegene die geschokt is of, juister gezegd, diegene die geschokt doet.

 


   

Het zou goed zijn, mocht de queer beweging wat in rustiger vaarwater komen te liggen. Een lobby moet het niet zijn, wel een constante reminder dat menselijke waardigheid opgaat voor iedereen, zonder onderscheid.

 

Waarom zou de queer beweging geen lobby mogen zijn? Is alles opgelost? De perceptie van televisiekijkende columnisten is 1 ding, de realiteit is echter nog iets anders. Ik denk dat de vorige paragraaf van haar column het tegendeel bewees.

 

1. Er is nog steeds discriminatie, openlijke ongelijke behandeling.

Wat vind je van het nog steeds aangehouden verbod voor homo-mannen om bloed te geven?

Of de quasi complete straffeloosheid voor haatspraak, op straat maar al helemaal op de sociale media?

Als je meer wil weten of vooral meer wil doen, Cavaria heeft een heel eisenpakket.

 

2. Op sociale media worden jongeren (maar zeker ook ouderen) overspoeld met haatspraak. Sociale media van kinder- en jongerenprogramma's moeten soms letterlijk hun comment-sectie afsluiten omwille van de absurde hoeveelheden haat. 

 

3. Die toegenomen online haatspraak vertaalt zich in toegenomen negatieve kijk van jongeren. Je haalt de cijfers zelf aan. En dit leidt dan weer tot concreet geweld in onze samenleving. Van jongeren die worden uitgescholden of belaagd op straat, omdat ze er "anders" uitzien of gewoon omwille van wie ze zijn, tot serieuze geweldfeiten en zelfs aanslagen. Haat roept haat op en leidt tot geweld. 

Het antwoord op haat is niet "gewoon doen" of de freaks of carnavaleske types te verwijderen of in de kast te moffelen. Zo normaal mogelijk doen, gaat haat niet stoppen. Homohaat treft ook doodgewone mensen die hun leven leiden. 

 

Tenslotte nog een detail dat toch ook aandacht verdient. Je schreef

 

de hele optocht misschien meer mensen zou kunnen enthousiasmeren 

 

Aan enthousiasme heeft Pride geen gebrek me dunkt. 170.000 bezoekers deze editie van Antwerp Pride. Brussels Pride bracht in mei in het totaal 200.000 mensen op de been. Zowel bij omstaanders als deelnemers is er steeds heel veel enthousiasme. 

Er zijn niet veel evenementen die jaarlijks zulke cijfers trekken. 


Deze column begon veelbelovend maar werd dan zeer merkwaardig. Iedereen heeft het recht te zijn zoals die is. En wij als Kerk moeten al zeker niet gaan willen bepalen wie er wel of niet op de voorgrond mag treden. Dat Otheo fier is op de Pride, zeer goed. Maar het is minstens even belangrijk dat Otheo de lhbtqia+gemeenschap in beeld laat komen, in al zijn diversiteit. Ja, interview gerust meer 'doodgewone' mensen. Maar evengoed, laat ook drag queens en het "carnavaleske" in beeld komen, in al haar extravagantie. En loop geen streepjes te trekken wanneer er weer drag queens in een show komen om te controleren over ze niet oververtegenwoordigd zijn. Bekijk liever de reeks haatcommentaren en zoek manieren om die te bekampen, liefst zonder het insnoeren van kwetsbare minderheden.  

 

 

Yvan Brys, pionier van de holebibeweging en voormalig voorman van het Roze ActieFront, schreef in Humo:

Wat doen we met de opmerking - van medestanders! - dat de Pride een provocerende carnavalsstoet is die vileine reacties van extremisten uitlokt? Dat sommige deelnemers aan de optocht door een deel van het publiek als provocerend worden ervaren, is niet nieuw: de klassieke opmerking van 'mannen met pluimen in hun gat'. Sommige deelnemers stellen met hun verkleedpartijen inderdaad de opgelegde mannelijkheid ter discussie. 
Niets nieuws onder de zon.
Ik heb jaren de Pride mee georganiseerd, eerst in Antwerpen, daarna in Brussel. Het is nooit bij ons opgekomen mensen uit de stoet te zetten. Als je queers in vakjes gaat stoppen en naargelang de wind waait gaat uitsluiten, doe je precies wat je zelf aanklaagt: discrimineren. Dus laat de puppy's, flamboyante nichten en andere vormen van 'afwijkend gedrag' maar komen. Zij vormen echt niet het probleem.


Hij sloot af met een pleidooi om terug de eisen op de eerste plaats te zetten, waaronder, nu meer dan ooit, "verplichte lessen over gender en seksualiteit in het onderwijs - aangepast aan de leeftijd, uiteraard. Wedden dat het aantal geweldsdelicten tegen queers dan snel gaat dalen?"

 Dat is een pleidooi dat ik zeker onderschrijf. Dat en een stevig gehandhaafd verbod op het verspreiden van haat. 

 

herdenking Hiroshima en Nagasaki

 


8.08.2026

Cuba steeds meer bedreigd

Cuba wordt meer en meer bedreigd door de extreemrechtse Amerikaanse regering Trump. De openlijk corrupte, racistische, misogyne, autoritaire, orange mafkees en zijn minister van buitenlandse zaken Rubio hebben reeds toegeslagen in Venezuela en staan nu te popelen om hetzelfde te doen met Cuba. 

En de EU, die laat gewoon begaan. Sterker nog, die faciliteert. 

 

 

Marc Vandepitte schreef een veelzeggend getuigenis:

 

Cuba staat onder hoogspanning. Als toerist merk je dat al dadelijk als je het land binnenkomt. Zaterdagavond landden we op de luchthaven nabij de hoofdstad Havana. Terwijl we stonden aan te schuiven voor de securitycheck viel de elektriciteit plots uit. We stonden in het donker. De reactie van de aanschuivende mensen, voor het overgrote merendeel Cubanen, was merkwaardig. Gelach en wat kreetjes, zoiets van, ‘he, daar gaan we weer’. Geen gemor, geen gezaag, geen gezucht.
 
De tocht naar Havana; richting Playa; verloopt hobbelig. De weg is beschadigd en er is geen asfalt om dat te herstellen. Veel wegen zijn er heel slecht aan toe, met heel veel putten en verzakkingen. De rit duurt bijna dubbel zo lang als voorgaande jaren.
In bijna alle wijken is het pikdonker, wegens geen elektriciteit. Enkel de straten in een wijk met ziekenhuizen hebben stroom. De rest moet het stellen met soms maar twee uur elektriciteit per dag. Merkwaardig, op een aantal hoofdwegen werkt de straatverlichting. ‘De lampen werken op zonne)energie. Overdag laden ze op, voldoende om de hele nacht licht te geven’, weet de taxichauffeur ons te vertellen.
Ook opvallend: vuilnis wordt weinig of niet meer opgehaald, wegens gebrek aan brandstof. De straten liggen er proper bij, het afval wordt ‘netjes’ opgestapeld op bepaalde plekken in de wijken. In deze chaos is er blijkbaar toch nog wat orde.
 
Een half jaar geleden heeft Trump, bovenop de economische blokkade, ook nog eens een energieblokkade ingesteld. Landen die petroleum leveren aan Cuba worden afgedreigd met heuse sancties of tarieven. En het werkt, sinds begin februari heeft maar één Russische tanker het eiland bevoorraad van olie.
Daarnaast worden buitenlandse rederijen onder druk gezet om hun handel met Cuba te staken. Zo wordt cruciale import, zoals voedsel, medicijnen en zonnepanelen tegengehouden. Omwille daarvan is de nieuwe, moderne haven van Mariel, nabij Havanna, zo goed als tot stilstand gekomen.
De gevolgen laten zich raden. Het publiek transport is helemaal ingestort. Vandaag rijdt nog drie procent van de bussen in de hoofdstad. Omwille van de brandstofproblemen hebben meer dan de helft van de luchtvaartmaatschappijen hun vluchten naar Cuba stopgezet. Dat heeft dan weer een groot impact op het toerisme, waardoor er nauwelijks nog buitenlandse deviezen binnenkomen. Zonder deviezen is er geen aankoop van voedsel, medicijnen en heel wat andere essentiële producten mogelijk.
De gezondheidszorg kreunt onder de criminele maatregelen. Meer dan honderdduizend patiënten wachten op een behandeling of operatie. Bijna 2000 baby’s zijn door de maatregelen van Trump gestorven. Er is gebrek aan voedsel en er zijn problemen met de waterbevoorrading.
Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 ging Cuba door een diep economisch dal. Maar vandaag is de situatie nog ernstiger. Eén cijfer maakt dat pijnlijk duidelijk. Op het dieptepunt van de crisis in de jaren negentig was de waarde van de Cubaanse peso gekelderd. Voor één dollar moest je dan 150 peso neertellen. Vandaag is dat rond 700 peso.
 
Ter gelegenheid van de nationale feestdag geeft president Miguel Díaz-Canel een speech. ‘Elke dag uiten de Verenigde Staten een nieuw dreigement en een nieuwe beschuldiging. De collectieve straf die ze aan ons volk opleggen heeft de vorm van genocide aangenomen.’
‘Vandaag in Cuba leven is een daad van moed en dapperheid’, aldus de president. En dapper zijn ze wel. De veerkracht van de bevolking is, gezien de omstandigheden, bewonderingswaardig. Artsen, leerkrachten en boeren werken door zonder brandstof of stroom. Cubanen zijn de situatie wel kotsbeu, maar weten drommels goed wie ze veroorzaakt. Dezelfde ‘klojo’ die het Midden-Oosten in brand steekt, de Venezolaanse president kidnapte en aan de hele wereld tarieven oplegt, probeer ook Cuba op de knieën te krijgen.
 
In Cuba zijn ze ondertussen veel gewoon. De afgelopen maanden waren op het eiland nauwelijks protesten. Stel je voor dat we in ons land nog over twee uur per dag elektriciteit beschikken, dat het transport stilvalt, dat er tekort is aan voedsel en dat de watervoorziening problematisch is. Stel je dat voor bij een temperatuur van boven de dertig graden en ’s nachts boven de vijfentwintig graden. Ik vraag me af of er genoeg waterkanonnen en traangas zou zijn om de boel bij elkaar te houden. Ik vrees ervoor.
Ondertussen zit het land niet stil. Er is een economisch hervormingsprogramma met meer dan 176 maatregelen om de economie te stimuleren, met behoud van sociale rechtvaardigheid. Er zijn community-projecten voor voedselproductie, energie en sociale media. En het land wordt voorbereid tegen een eventuele militaire agressie.
 
Dat de internationale gemeenschap deze middeleeuwse blokkade laat gebeuren is beneden alle peil. Na Palestina is Cuba het meest verkrachte land ter wereld. En net zoals ten aanzien van de genocide in Gaza kijken Europa en België toe, geven ze geen krimp en verliezen ze andermaal hun geloofwaardigheid. 
 
 
 
Ter illustratie een campagnebeeld van PVDA. 
 
 
 
 

8.03.2026

Smaak: zomerse gerechten uit 1775

 Annelies Van Wittenberghe en Noël Callebaut hebben een nieuwe aflevering van hun altijd luisterswaardige podcast Smaak! Gentse geschiedenis in lekkere verhalen. Deze keer over een kookboek uit 1775 en de zomerse gerechten die er in staan, zoals witte bonen met zeetong.

 

 

Veel luisterplezier!

 

7.31.2026

Albert Verplancke 1932-2026

 In de Gentse Sint-Pieterskerk werd vandaag afscheid genomen van Albert Verplancke, onlosmakelijk verbonden met Sint-Pieters. 

Toen ik daar werkte, kwam Albert quasi elke dag langs. Voor een praatje, voor een potje koffie, om het laatste nieuws te vernemen of te melden. Hij diende in alle missen, las voor, hield voor- en nabespreking. 





aanwinsten 07

Een overzicht van de aanwinsten van de maand juli.

 

Boff, Leonardo en Boff, Clodovis, Wat is theologie van de bevrijding, Averbode, 1986.

Boff, Clodovis, Optie voor de Armen, Averbode, 1989. 

van de Voorde, Mark, Geloven is Achterlijk, zeggen ze. Open brief aan kerkverlaters, Leuven, 2006.

Weekers, Karl en Poppe, Edward, Edward Poppe. Een bloemlezing samengesteld door Karl Weekers, Amsterdam, 2001.

Luther, Maarten, De mens is een mirakel. een bloemlezing van korte notities over de mens, Baarn, 1984.

Paus Franciscus, De Vreugde van het Evangelie. Apostolische exhortatie Evangelii gaudium, Brussel, 2014.

Paus Franciscus, Geprezen zijt Gij! Lautato Si'. Encycliek, Brussel, 2015.

Burggraeve, Roger, Geen toekomst zonder kleine goedheid. Naar genereus samenleven in verantwoordelijkheid vanuit Emmanuel Levinas, Antwerpen, 2020.

Schmitt, Eric-Emmanuel, Oscar en oma Rozerood, Amsterdam, 2004.

Apostel, Leo (red.), Atheïstische religiositeit?, Studies in Culture, Gent, 1981.

Peckstadt, Ignace, De sterkte van Gods aanwezigheid. Wijsheid uit de orthodoxe spiritualiteit, Averbode, 2001.

Dudzus, Otto (red.), Bonhoeffer Brevier, Amsterdam, 1968.

Pauwels, Jacques R., De grote mythen van de moderne geschiedenis, Berchem, 2019.

 

7.30.2026

"Na de zomer opnieuw ten strijde!"

 

 

❗De rekening doen kloppen? Ja, natuurlijk. Maar niet nog eens op de kap van gewone mensen! De regering moet werk maken van rechtvaardige inkomsten. Die moeten de begroting in balans brengen. Samen met ABVV bereiden we ons voor om na de zomer een krachtig signaal te geven aan de politieke beleidsmakers. Want er zijn alternatieven!

7.29.2026

multiperspectiviteit en de Russische Revolutie

 Euroclio - European Association of History Educators heeft een interessante video gemaakt over het begrip "multiperspectiviteit". 

 

Het vak geschiedenis draait niet louter om het opsommen van feiten, maar gaat in de eerste plaats over historisch denken. Hoe en waarom bronnen tot stand komen, hoe ze tot ons zijn geraakt en hoe ze gebruikt kunnen worden. 

 

In het toelichting bij het leerplan van KOV staat het multiperspectiviteit zo omschreven. 

 


Binnen het historisch denken is er steeds meer aandacht voor multiperspectiviteit. Het doet ten eerste meer recht aan de historische werkelijkheid en ten tweede hebben leraren te maken met een diverse klassamenstelling. Elk verhaal heeft verschillende kanten, maar binnen het geschiedenisonderwijs mogen we geen genoegen nemen met het belichten van één perspectief. 

Nu moeten de leerlingen nagaan wat de mogelijke betekenis is van historische fenomenen. Ze moeten kunnen aangeven waarom bepaalde ontwikkelingen van belang zijn geweest voor samenlevingen en groepen.    Het is belangrijk om via verschillende invalshoeken naar het verleden te kijken en zich op die manier in te leven in het perspectief van datgene waarmee men interactie beoogt. 

 

bron

 

Voor Euroclio ging Irushi Tennekoon aan de slag met onderzoek en de stem van Dr. Robert Stradling.


Veel kijkplezier

 

 

 

7.28.2026

nieuw regionaal bestuur Zusters van Liefde JM

De Zusters van Liefde van Jezus en Maria hebben een nieuw regionaal bestuur. 

 


 

 Regionaal overste Birgit Goslain wordt bijgestaan door zuster Annie Duytschaever en Paul Vanden Berghe.

 

bron: Otheo 

 

 


7.26.2026

GF2026 dag 10

 De allerlaatste dag van deze editie. 

 

Think Of One -Baudelo podium Het Bal - 22.30 u

 

 

 

Antti Paalanen - Trefpunt - 23.30 

 

7.25.2026

GF2026 dag 9

 1 aanrader

23u30 Baudelo podium Het Bal -  DJ De Rudies

 

 

7.24.2026

pater Kristiaan (1929 - 2026)

Op vrijdag 24 juli 2026 overleed pater Kristiaan Van der Linden. Hij werd geboren op 21 augustus 1929 in de Antwerpse Kempen. Als nationaal aalmoezenier van kermismensen en woonwagenbewoners groeide hij uit tot een van de bekendste kapucijnen van Vlaanderen. Meer dan zestig jaar lang was hij een vertrouwd gezicht op kermissen, circusterreinen en woonwagenkampen in heel België.

 

 een al wat oudere foto met de intussen ook reeds overleden pater Etienne.

 

Zijn jeugd viel samen met de Tweede Wereldoorlog. Door de oorlogsomstandigheden moest hij zijn middelbare studies afwerken in Aarschot, Lommel en Aalst. Op 6 september 1949 trad hij in als novice in het kapucijnenklooster van Edingen. Daarna studeerde hij filosofie in Brugge en theologie in Izegem. Op 5 augustus 1956 werd hij tot priester gewijd. Drie jaar later, in 1959, werd hij officieel aangesteld als nationaal aalmoezenier van de kermis- en circuswereld, woonwagenbewoners en Sinti. Daarmee zette hij een traditie voort die de kapucijnen al sinds 1868 onderhouden: de pastorale zorg voor "mensen van de weg".

 

Oorspronkelijk droomde hij ervan missionaris in Afrika te worden, maar wegens zijn tengere gestalte werd hij daarvoor niet geschikt bevonden. Zijn overste gaf hem een andere opdracht: leven en werken onder de reizende gemeenschappen. Die zending zou zijn hele leven bepalen.

 

Waar de kermis neerstreek, was pater Kristiaan nooit ver weg. In Gent was hij een vertrouwd gezicht tijdens de Halfvastenfoor op het Sint-Pietersplein. Elke woensdag van de foor vormselcatechese voor de kinderen van de foorkramers. Met dan de vrijdag voor Palmzondag de plechtige communie. Als een van de weinige priesters mocht hij zelf het vormsel toedienen. Hij doopte kinderen, zegende huwelijken in en begeleidde uitvaarten van foorkramers en circusmensen. Generaties lang bleef hij hun vaste vertrouwenspersoon.

 

Ook op hoge leeftijd bleef hij onvermoeibaar onderweg. Op zijn vijfentachtigste reisde hij nog altijd van kermis naar kermis. Vroeger deed hij dat met de motor, vaak blootsvoets, toen, zoals hij zelf lachend vertelde, 'ik nog jong en macho was'. Later nam hij gewoon de auto. Zelf vertelde hij ooit met enige trots dat hij in zijn leven veertien auto's, een caravan en een busje had versleten. "Mij hebben ze nooit in een zetel gekregen." Vaak droeg hij de eucharistie op tussen de botsauto's. Hij kende vrijwel alle foorkramers persoonlijk. Hij had hen gedoopt, hun huwelijk ingezegend en zag hun kinderen en kleinkinderen opgroeien. Over de mensen van de kermis sprak hij nooit een onvertogen woord.

 

In een uitgebreid interview met Otheo in augustus 2021 blikte hij terug op zijn levenswerk. Daarin vertelde hij hoe hij niet boven de mensen wilde staan, maar naast hen wilde optrekken. "Ik vond niet dat ik andere mensen de les moest spellen. Vertellen, dat wilde ik wel. En met mensen meetrekken. Zo doe ik het nu al meer dan zestig jaar." Die houding typeerde zijn hele priesterleven. Hij noemde zichzelf liever een tochtgenoot dan een herder. 

 

De inzet van pater Kristiaan bleef niet onopgemerkt. Zo werd hij ereburger van de stad Herentals. Hij ontmoette zowel paus Johannes-Paulus II als paus Franciscus bij hun bezoek aan België. In 2022 was hij te gast in het VRT-programma Taxi Joris, waarin hij tijdens een autorit openhartig vertelde over zijn leven, zijn geloof en zijn onverminderde liefde voor de reizende gemeenschappen. Over televisie gesproken, af en toe verscheen hij in de vtm-reeks De Pfaffs. Jean-Marie Pfaff was immers afkomstig uit een woonwagenfamilie. 

 

Doorheen de jaren zag hij de kermiswereld sterk veranderen. Daarover zei hij: “Toen ik vijftig jaar geleden kermispater werd, zagen mensen foorkramers als gevaarlijk. Dat kwam omdat ze geen vast adres hadden. Mensen keken naar hen zoals ze vandaag naar migranten kijken.”

 

Met evenveel overtuiging zette hij zich in om hun eigenwaarde te versterken. Zoals hij zelf zei: 'Ik heb de foorkramers trots proberen bij te brengen. Ze hebben het mooiste beroep ter wereld: de mensen amuseren en blij maken.' 

 

In een interview met De Gentenaar liet hij optekenen: “Ik blijf doorgaan, tot het niet meer kan. En daarna? De scouts, bij wie ik ook aalmoezenier ben, komen al zingen op mijn begrafenis. De foormannen regelen de rest wel.”

 

Lees het volledig interview met otheo.

GF2026 dag 8

 Vanavond drie grote aanraders

21u15 Nimbus Cart

Gentse punk van de bovenste plank.  

 

 

22u Trefpunt - Kefaya & Elaha Soroor 


 

 

en om 23u30 op het Luisterplein, folk-klassiekers Kadril

 

7.23.2026

GF2026 dag 7

 Op mijn planning voor vanavond slecht 1 echte aanrader

20u Baudelo - podium Het Bal: 

7.22.2026

GF2026 dag 6 - Oxfam programeert Palestijnse artiesten

Vanavond blijf ik aan het Trefpuntpodium geplakt voor de Palestina-avond van Oxfam. 

22 juli is dit jaar One day for another world van Oxfam België. 

De avond begint met het nummer ‘Voices, Rise Up’, een samenwerking tussen de Palestijnse muzikant Alaa Shublaq en Willem Ardui van Blackwave., ingezongen en -gesproken door tal van Palestijnse en Belgische artiesten. 

 

 

18.30 u – Ayloul, AndL & Summaq (Pal/Jo/Syr)
 



20.00 u – Tära (Pal/It)
 



21.20 u – Sol Band (Pal)



22.40 u – Murad (Pal/Fr)
 



00.00 u – TootArd (Syr)
 



 

 

7.21.2026

GF2026 dag 5

 21 juli - 19u30 - Trefpunt - uitreiking van de Prijs voor de Democratie en de Prijs Jaap Kruithof.

 

20u15 Trefpunt Kaai Man

 

 

 

 

 

7.20.2026

GF2026 dag 4

 Vandaag slechts 1 optreden dat ik echt wil zien - om 22u op Trefpunt Alpacas Collective. 

 

 

 

7.19.2026

GF2026 House of Compassion: prangende sociale problematieken in Gent

In de Sint-Jacobskerk gaan regelmatig activiteiten door in het kader van "House of Compassion". Vandaag kun je naar een interessant panelgesprek "Welke sociale problematieken zijn het meest prangend in de stad Gent?"


 

 


Geheel en al gratis, 14u, Sint-Jacobskerk, Gent.

GF2026 dag 3

 Vandaag 21u Buck op Trefpunt, een tribuut aan de enige echte Walter De Buck.

 

 

Daarna is het tijd voor jazz met Nubiyan Twist. 

 

 

 

7.18.2026

Albert Derolez (1934-2026), de man die middeleeuwse handschriften tot leven bracht

Vorige week overleed Albert Derolez, expert middeleeuwse handschriften. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met het Liber Floridus.

 

Albert Derolez werd geboren in 1934. Na zijn middelbare studies koos hij voor geschiedenis aan de Universiteit Gent, waar hij met grote onderscheiding afstudeerde. Tijdens zijn opleiding groeide zijn belangstelling voor de middeleeuwen en voor oude handschriften. Als jonge onderzoeker begon hij middeleeuwse boekenlijsten uit België op te sporen en uit te geven. Dat omvangrijke project mondde uit in het Corpus Catalogorum Belgii, een standaardwerk waaraan hij tientallen jaren bleef werken.

 

In 1962 later trad hij in dienst van de Universiteitsbibliotheek Gent als bibliothecaris van de afdeling Handschriften en Kostbare Werken. Daar zou hij uitgroeien tot dé bezieler van de wetenschappelijke ontsluiting van de rijke handschriftencollectie. In 1971 verscheen een eerste beknopte catalogus van de middeleeuwse handschriften, gevolgd door de volledige inventaris in 1977. Daarmee legde hij de basis voor het moderne onderzoek naar de Gentse collectie.


Zijn internationale doorbraak kwam er dankzij het Liber Floridus, de encyclopedie die kanunnik Lambertus van Sint-Omaars in 1121 samenstelde. Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Gentse universiteit verzorgde Derolez in 1968 een facsimile-uitgave van het handschrift. Zijn diepgaand onderzoek leidde in 1970 tot een doctoraat, bekroond met de grootste onderscheiding. In de daaropvolgende decennia bleef hij het handschrift bestuderen. Zijn onderzoek bereikte een hoogtepunt met The Making and Meaning of the Liber Floridus (2014), internationaal beschouwd als het standaardwerk over dit meesterwerk. Nog in maart 2025 stelde hij in de Boekentoren zijn publieksboek Liber Floridus. De oudste geïllustreerde encyclopedie voor.

 

Zijn belangstelling beperkte zich echter niet tot één handschrift. Hij onderzocht ook talrijke andere middeleeuwse codices, waaronder werken van Hildegard van Bingen, en verwierf internationale faam door zijn studies over het ontstaan van boeken, boekbanden en middeleeuwse schriften. Een twaalf jaar durend onderzoek in Italiaanse en andere Europese bibliotheken resulteerde in een baanbrekend werk over humanistische handschriften. Zijn handboek The Palaeography of Gothic Manuscript Books (2003) groeide wereldwijd uit tot een standaardreferentie.

 

Ook na zijn pensionering bleef hij onvermoeibaar actief. Tussen 2015 en 2017 nam hij de volledige Gentse handschriftencollectie opnieuw onder handen. Het resultaat was de wetenschappelijke catalogus Medieval Manuscripts. Ghent University Library (2017), waarvan de beschrijvingen vandaag nog steeds de basis vormen van de online catalogus van de Universiteitsbibliotheek.

 

Albert Derolez overleed op 11 juli 2026, op 91-jarige leeftijd.

 

In 1974 schreef hij voor Ghendtsche Tydinghen een interessant en artikel, "Het dagboek van een Gents rentenier en zijn belang voor het muziekleven in Vlaanderen rond 1800.”

 

HET DAGBOEK VAN EEN GENTS RENTENIER EN ZIJN BELANG VOOR HET MUZIEKLEVEN IN VLAANDEREN ROND 1800

Indien iemand een beeld zou willen schetsen van de onbenulligheid van het leven van de rijke bourgeoisie in de Zuidelijke Nederlanden op het einde van de 18e en in het begin van de 19e eeuw, dan zou hij dat niet beter kunnen doen dan aan de hand van enkele citaten uit het dagboek van Gilles-Lucas-Guillaume Schamp de Romrée. 

Schamp was lid van een zeer vermogende Gentse familie. Hij werd geboren te Gent in 1764 en stierf er in 1846. Zijn vader, die in het stadsbestuur een belangrijke rol speelde, was een vooraanstaand kunstliefhebber, die van de afschaffing van een groot aantal kloosters door Jozef II en van der verkoop van de nationale goederen door de Franse Republiek duchtig gebruik heeft gemaakt om zijn private collectie schilderijen uit te breiden. 

De kunstverzameling kwam na zijn overlijden in handen van Jean-Gilles Schamp, gekend onder de naam Schamp d'Aveschoot (1765-1839), de broer van onze dagboekschrijver; deze laatste nam als bijvoegsel bij zijn familienaam de Romrée. In 1840 werd zij openbaar verkocht voor een veel te lage prijs en de kunstwerken gingen voor het allergrootste deel buitenlandse verzamelingen verrijken één van de vele voorbeelden van Vlaamse kunstcollecties die in de 19e eeuw (en in het begin van de 20e) ons land hebben verlaten. Een idee van de waarde van het geheel krijgt men, als men verneemt dat de collectie niet minder dan 58 schilderijen van Rubens en 22 werken van Van Dyck zou hebben omvat. 

Zowel Schamp de Romrée als zijn broer bezaten een hotel in de Veldstraat, en daar hebben zij het grootste deel van hun leven doorgebracht. Schamp de Romrée, die vijf verschillende regimes heeft meegemaakt: de Oostenrijkse tijd, de Franse Republiek, het Keizerrijk, het Verenigd Koninkrijk en onafhankelijk België, blijkt door de wisselende veranderingen van de politiek nauwelijks beroerd te zijn geworden. 

In de kleine halve eeuw die zijn dagboeken omspannen schijnt zijn levenswijze en zijn denken - voor zover er van dit vermogen bij hem kan gesproken worden - onveranderd te zijn gebleven. De politieke gebeurtenissen interesseren hem slechts indien zij met spectaculaire voorvallen gepaard gaan. Zoals Stroobant het destijds reeds schreef: "Les événements politiques, l'entrée des troupes, les cortèges et généralement tous les incidents à manifestations extérieures sont décrits avec un luxe de détails qui égale la complète absence d'esprit critique. C'est le journal d'un bourgeois fortuné, ayant trop de loisirs, qui assiste en spectateur, mais sans y prendre part, semble-t-il, aux événements qui se déroulent sous ses yeux".

Voor het overige zullen zijn dagen nog gevuld zijn met het afleggen van bezoeken, theevisites, het aankopen van linten voor zijn hoed, een uitstapje nu en dan, de dagelijkse wandeling door Gent - voor elke dag geeft de brave dagboekschrijver het volledig parcours aan - vaak beëindigd met een kijkje op de "Cotre". Het was niet alleen het galante publiek (dat hij overigens geregeld keurt) dat hem naar de Kouter lokte, maar vooral één van de twee enige passies die dit stille, bijna zielloze leven hebben bewogen: de muziek en de meteorologie.

 

Lees meer 

GF2026 dag 2

Vandaag wordt een slenterdag. Op het programma 1 uitschieter.

 

Middernacht Trefpunt Lalalar

 

7.17.2026

GF2026 dag 1

Gentse Feesten dag 1

Een aantal toppers van op het programma.

 

Om 20u in Baudelo: Jaune Toujours.

 

 

 

22u Trefpunt, Trixie Whitley

 

 
 
 
 
Middernacht Trefpunt - Negenduust feat. Froze, Fatih, Rick De Vik, Van Droogenbroeck, Latomski
 
 
 


 

 

 

 

 

7.15.2026

OverDruk over de onzichtbare motor van historisch onderzoek

In OverDruk, het publiekstijdschrift van Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, staat deze editie een lezenswaardig artikel over heemkundige tijdschriften. 

 


 

 

Ik neem het hier gewoon ongegeneerd over.


 

De onzichtbare motor van historisch onderzoek
 

Worden lokale jaarboeken en tijdschriften na publicatie nog geraadpleegd? Worden ze geciteerd, ingezet in het onderwijs, gebruikt als fundament voor nieuwe boeken? Voor veel heemkundige verenigingen blijft het traject van hun publicaties na verschijning grotendeels onzichtbaar. Toch vinden die uitgaven via bibliotheekcollecties zoals die van de Erfgoedbibliotheek hun weg naar onderzoekers, studenten en auteurs. In dit gesprek brengen we drie stemmen samen: een onderzoeker-auteur, een docent aan de universiteit en een redacteur van een heemkundig tijdschrift. Zij tonen hoe de periodieken en jaarboeken daadwerkelijk worden geraadpleegd in de leeszaal, ingezet in het hoger onderwijs.


In de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, tussen de geur van oude boeken aan de ene kant en die van verse koffie aan de andere kant, ontmoeten drie experten elkaar voor het eerst. Een korte kennismaking zet het gesprek in gang:
Reinoud Vermoesen: "Aan de Universiteit Antwerpen doceer ik statistiek, heuristiek en Historische Oefeningen. In het eerste en tweede jaar laat ik studenten bronnenonderzoek doen en op basis daarvan een publiceerbaar artikel schrijven. Mijn eigen onderzoek situeert zich in de rurale en koloniale vroegmoderne geschiedenis. Tot voor kort was ik redactiesecretaris van Het Land van Aalst. Ik geloof sterk in de wisselwerking tussen lokale geschiedenis en academisch onderzoek."
Filip Santy: "Ik ben bestuurslid van De Leiegouw. Ik werkte bij het cultureel archief KADOC en ben altijd bezig geweest met archieven, bibliotheken en erfgoed. Als vrijwilliger werk ik ook voor Stichting de Bethune. Vanuit die ervaring zie ik hoe belangrijk lokale publicaties zijn, maar ook hoe kwetsbaar hun verspreiding soms is."
Johan Vanhecke: "Mijn carrière speelde zich af in het Letterenhuis, waar ik begon als gewetensbezwaarde en mijn hele loopbaan ben gebleven. We startten al in 1985 met digitale ontsluiting van de collectie. Ik maakte tentoonstellingen, ontsloot archieven en schreef biografieën. Momenteel werk ik aan een boek met fiets-en wandelroutes rond Hendrik Conscience. Voor details doe ik regelmatig een beroep op heemkundige kringen en hun tijdschriften."


Wat vind je in heemkundige tijdschriften dat je elders niet vindt?
Johan: "Ik zit vaak met zeer specifieke vragen. Waar speelde een roman van Conscience zich precies af? Wie woonde waar? Welke familiegeschiedenissen. spelen mee? Via heemkundige tijdschriften kom ik in contact met mensen die een ongelooflijk gedetailleerde kennis hebben van hun streek. Zo wist ik dat Conscience twee maanden in een hoeve in Dessel verbleef. De plaatselijke heemkundige kring bleek nog het huurcontract te bezitten. Via hen ontdekte ik ook dat de huidige burgemeester een rechtstreekse afstammeling is van de soldaat die model stond voor kolonel Karel van Milgem in zijn roman Rikke-tikke-tak. Dat soort informatie vind je niet in standaard naslagwerken. Het is vaak detectivewerk. Zonder lokale publicaties en de mensen erachter zou ik zulke puzzelstukken niet kunnen leggen."

 

Hoe belangrijk is die lokale context in de onderwijscontext?
Reinoud: "Zeer belangrijk. ledereen spreekt vandaag over generatieve Al, maar lokale context is iets wat zulke systemen voorlopig niet Ze werken op grote datasets, maar missen de fijnmazige kennis die in heemkundige publicaties zit. Wij verplichten studenten te werken met een casestudy op basis lokale bronnen. Ze leren zo kritisch omgaan. met materiaal dat niet altijd perfect geordend is, maar wel rijk is aan detail. Dat is een fundamentele onderzoeksvaardigheid. Bijvoorbeeld: een groep studenten werkte rond dysenterie-epidemieën in 1794. Op basis van parochieregisters brachten ze demografische evoluties in kaart en koppelden die aan informatie uit andere bronnen voor de sociale profilering van de slachtoffers. Vervolgens gingen ze op zoek naar aanvullende informatie in lokale tijdschriften en jaarboeken. Het resultaat onderbouwde casestudy die niet alleen academisch relevant is, maar ook interessant kan zijn voor een lokaal tijdschrift. Zo ontstaat een wisselwerking."
 

Zijn heemkundige tijdschriften voldoende toegankelijk?
Filip: "Er zijn stappen gezet, onder meer via de artikelendatabank van Histories, maar er is nog achterstand. Wij merken bijvoorbeeld dat openbare bibliotheken abonnementen stopzetten. vaak om budgettaire redenen. Bibliotheken werken
meer samen: als de ene instelling een tijdschrift heeft, koopt de andere het niet meer aan. Dat verkleint de zichtbaarheid."
Johan: "Bij mijn biografie over Conscience had ik een uitgebreide literatuurlijst. Sommige tijdschriften vond ik eenvoudigweg niet terug. Soms zouden ze ergens aanwezig moeten zijn, maar dan blijken ze onvindbaar. Databanken zijn versnipperd en bevatten fouten. Je kan er niet altijd van uitgaan dat wat geregistreerd is, ook effectief raadpleegbaar is."
 

Is digitale ontsluiting een oplossing? Reinoud: "Bij Het Land van Aalst hebben we zeven jaar geleden beslist om volledig digitaal en open access te publiceren. Dat verlaagt de kosten en vergroot de verspreiding. We zien stijgend aantal raadplegingen. Heel wat lokale organisaties zitten op een schat aan informatie, maar maken die ontoegankelijk door ze enkel tegen betaling aan te bieden. Open vergroot de impact."
Filip: "Auteursrecht is daarbij een aandachtspunt. Dat maakt complex. Wij werken met Issuu om onze publicaties beschikbaar te maken, wat ook financiële implicaties heeft. Dat geld gaat naar een Amerikaans bedrijf. In het huidige geopolitieke klimaat kan je daar ook vragen bij stellen."
Johan: "Ik hou van boeken. Mijn huis staat er vol mee. Maar voor mijn onderzoek maakt de vorm op
zich minder uit. Digitale ontsluiting is handig. kent beperkingen. Zoekopdrachten leveren soms ruis op, zeker als je weet dat bijvoorbeeld Conscience als woord ook betekenis heeft in de Engelse en Franse taal. Bovendien is digitale beschikbaarheid geen garantie voor duurzaamheid. Websites verdwijnen, links breken. Duurzame bewaring in een erfgoedinstelling, in fysieke en/of digitale vorm, blijft belangrijk."
 

Digitale ontsluiting en fysieke bewaring combineren. Is dat de boodschap voor heemkundige verenigingen? Johan: "Mijn boodschap is: denk na over de toekomst. Wat gebeurt er als er geen opvolging is? Blijft de website bestaan? Zonder heemkundige kringen had ik mijn boek over Conscience niet kunnen. schrijven. Hun werk is geen randverschijnsel, het is fundamenteel,"
Reinoud: "Digitalisering is noodzakelijk, maar even belangrijk is structurele bewaring. Maak je werk beschikbaar voor de buitenwereld. Zorg dat het raadpleegbaar blijft in erkende instellingen. Anders riskeer je dat waardevolle kennis verloren gaat." Filip: "Er is nood aan een strategische aanpak. Hoe verzekeren we duurzame opslag van zoveel mogelijk. lokale tijdschriften? Misschien kunnen bibliotheken en Histories daar een ondersteunende rol spelen. Maar het initiatief moet ook onderuit komen."
 

Conclusie
Het gesprek maakt één zaak ondubbelzinnig duidelijk: heemkundige tijdschriften en jaarboeken worden regelmatig gebruikt. Ze worden geraadpleegd in de leeszaal, ingezet in universitaire opdrachten, verwerkt in academische publicaties. en vormen de basis nieuwe boeken. Zonder deze lokale publicaties zouden tal van onderzoeken niet mogelijk zijn. Tegelijk is die zichtbaarheid kwetsbaar. Vindbaarheid vraagt structuur. Digitale ontsluiting vergroot het bereik, maar leidt niet tot duurzame bewaring.


Door periodieke publicaties consequent in fysieke en/of digitale vorm beschikbaar te stellen aan de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en via initiatieven zoals de artikelendatabank van Histories zichtbaar en toegankelijk te maken, verzekeren heemkundige verenigingen dat hun werk deel blijft uitmaken van het bredere kennisnetwerk. Wat lokaal wordt geschreven, krijgt zo niet alleen een plaats in de eigen gemeenschap, maar ook in het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek.



bron: OverDruk

7.14.2026

14 juli en de "pijnlijke geschiedenis"

Benoit Lannoo schreef voor Otheo, voorheen Kerk & Leven, aka het parochieblad, een tamelijk vreemd stuk over 14 juli. “Frankrijk viert op 14 juli, de Kerk herinnert zich een pijnlijke geschiedenis”.

Op zich geen misse titel. De geschiedenis van het ‘Ancien Regime’ en de rol die de Kerk speelde is inderdaad ronduit pijnlijk. Maar dat is blijkbaar niet wat hij bedoelde. 

 

De antikatholieke hetze begon direct na het uitbreken van de revolutie.

Hun geprivilegieerde positie maakte van Kerk en clerus doelwitten bij uitstek van de republikeinen. Het rooms-katholicisme was staatsgodsdienst en in 1789 waren alle bisschoppen afkomstig uit de adel. De prelaten vormden de eerste van de drie standen van de samenleving en de kerk was ’s lands grootste landbezitter, die via de tienden almaar rijker werd. Vele revolutionairen, zoals de Hébertisten van Jacques René Hébert, wilden dit alles dus eens en voorgoed zien verdwijnen. Anderen, zoals Maximilien de Robespierre en Georges Danton, waren voorzichtiger, omdat ze vreesden voor extra vijandschap voor de republiek in zowel binnen- als buitenland.


Het lijkt een pagina uit de gewijde geschiedenis uit de jaren stillekes. Daarin kregen we een harmonieuze Franse samenleving voorgespiegeld, hardhandig om zeep geholpen door rabiaat antiklerikale revolutionairen. Met bijbehorende bloedstollende taferelen over martelaren en geplunderde kerken en kloosters. Lannoo gaat gelukkig niet zo ver, maar er wordt een negatief beeld opgeroepen. 

 

 


 

Hij schrijft “Vele revolutionairen wilden dit alles dus eens en voorgoed zien verdwijnen”. Ik veronderstel dat elk weldenkend mens af wil/wou van die zaken. De standenmaatschappij was een expliciet en bewust discriminatoir maatschappelijk bestel, waarin mensen ongelijk werden behandeld, het systeem van tienden een onrechtvaardig belastingsstelsel dat veel geld onttrok aan de gewone mensen om in het kerkelijk apparaat maar vooral in de levensstijl van kerkvorsten te pompen. 

  

De Katholieke Kerk was een steunpilaar van het Franse absolutisme. Een quasi almachtige vorst omringd door een stand van grootgrondbezitters aan de top van een maatschappelijke hiërarchie gebaseerd op genadeloze uitbuiting van de boeren en omzeggens rechteloze landarbeiders, in combinatie met een koloniaal netwerk van bezette gebieden en de ronduit wreedaardige uitbuiting van de lokale bevolking én verhandelde tot slaafgemaakten. De Kerk maakte deel uit van de machtsstructuur, kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders oefenden machtsposities uit over de bevolking, leidden legers, spraken recht, bevalen martelingen en executies. Frankrijk had rabiaat onverdraagzame wetten en was een ronduit gevaarlijk land voor religieuze maar ook politieke, etnisch-culturele, seksuele en genderminderheden. 

 

Je kan geen beeld schetsen van de Franse revolutie, inclusief haar duistere kanten, zonder ook de ronduit sinistere rol van de Kerk voor de revolutie te belichten. 

 

Ja, er waren duistere kanten aan de revolutie en ja, er waren geestelijken die ijverden voor een democratisch Frankrijk. Maar de Kerk zelf stond expliciet aan de kant van de koningen en de adel. De Kerk zelf stond expliciet op de barricade tegen de mensenrechten, tegen sociale rechten, tegen de godsdienstvrijheid, tegen de scheiding tussen Kerk en staat. 

 

We kunnen niet ten volle werken aan de Kerk van de toekomst als we ons wegsteken voor mistoestanden en zelfs misdaden uit het verleden. De Kerk stond zéér regelmatig aan de verkeerde kant van de geschiedenis. We mogen daar niet blind voor zijn. Enkel spreken over antiklerikalisme zonder te spreken over de gigantische balk in ons eigen oog gaat ons niet dichter bij de Kerk van de toekomst brengen. 



Lees het volledige stuk op Otheo