6.14.2026

"Waarom betogen voor vrede nobel en nuttig is"


 

Waarom betogen voor vrede nobel en nuttig is
 
De mens is enerzijds een sociaal dier met een unieke waardigheid, en anderzijds een wolf voor zijn medemens. Deze stelling vertaalt de fundamentele insteek van zoveel miljarden mensen die liever persoonlijk en maatschappelijk in vrede dan in conflict leven. We beseffen dat de menselijke natuur haar kwade kanten heeft, maar de zelfzucht, onverschilligheid en graaicultus van een aantal burgers wegen niet op tegen het engagement, de werklust en het zin-zoeken van zoveel andere medeburgers.
 
De ervaring heeft ons geleerd dat een oorlog die onrecht of agressie bestrijdt al te vaak uitmondt in disproportioneel geweld dat voornamelijk massa’s burgerslachtoffers eist en het normale leven van burgers wegduwt in de banalisering van het kwaad.
 
De actieve geweldloosheid en het vredesnarratief steunen op openheid voor dialoog via preventieve diplomatie en conflictmanagement zodra een conflict wordt uitgevochten.
 
De bekende Franse 20ste-eeuwse filosoof en socioloog Raymond Aron beschrijft in een boek over de kettingoorlogen een onderscheid tussen de onmiddellijke en verre oorzaken van een conflict. Bijna elke oorlog en meer dan honderd vergeten conflicten wereldwijd zijn gebaseerd op een vernedering, waardoor de overwonnen vijand een toekomstige agressor wordt. Elk conflict draagt in zich een onevenwichtig vredesbestand, een gedeeltelijk verdrongen drang tot wraak.
 
Elk volk heeft het recht op zelfverdediging, maar wij pleiten binnen dit recht voor creatieve diplomatie en constructieve dialoog in plaats van een wapenwedloop. Een actieve diplomatie wordt succesvol als elke partij zich plaatst in het mentale gedragspatroon van de vijand. Waarom valt die partij mij aan? Het antwoord is vaak terug te vinden in een betere kennis van de geschiedenis.
 
Wij betreuren bij de huidige politici een gebrek aan historische visie en een afwezigheid van technieken van conflictmanagement. De lezer beseft niet hoe een cursus in dit onderwerp kan leiden tot pogingen tot verzoening. Tussen staten, tussen burgers, binnen elke familie of binnen zichzelf.
 
Wij aanvaarden geenszins de huidige oorlogspropaganda, de militarisering van de humanitaire en civiele geneeskunde en een diplomatie die afglijdt naar mercantiel winstbejag rond fossiele en kritische grondstoffen.
 
Betogen voor vrede is dus nuttig om diverse redenen: vrede bevordert de sociale cohesie. Vrede garandeert onze sociale zekerheid en economische ontwikkeling. Vrede bevordert onze persoonlijke vrijheid, ons autonoom denken. Vrede remt grote volksverplaatsingen en gedwongen migraties af. Vrede herinnert ons aan het levensbelang van mensenrechtenverklaringen, internationale verdragen, het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal humanitair recht.
 
De vredesactivist is geen utopische naïeveling, maar een reflecterend burger. Betogen is niet alleen een burgerrecht, maar vooral een protest om politici eraan te herinneren dat hun ‘onderdanen’ geen onmondige burgers en geen dronevlees zijn.
 
De betoging op zondag 14 juni in Brussel wordt een memorabele dag voor een nobel streefdoel. Vrede.
 
 
Door: Réginald Moreels, humanitair chirurg, gewezen minister en vredesactivist, & Rik Pinxten, professor emeritus antropologie en activist voor ethisch samenleven. 
 
 
 
 

 


 

 

Voor welzijn Tegen oorlog

 Europa plant 800 miljard euro extra voor wapens. Onze zorg, onderwijs, klimaat en sociale bescherming komen zwaar onder druk te staan. Op 14 juni vragen we om te kiezen voor vrede, sociale rechtvaardigheid, en investeringen in mensen!





6.09.2026

"Onderzoek doen naar religie is complex: simplisme over moslims zal ons niet verder helpen"

Arabist An Van Raemdonck (VUB en UGent) schreef een raak opiniestuk in Knack.  Ze reageerde op het ronduit trieste interview met Ruud Koopmans in Knack over migratie en integratie.

 

Kwalitatief en antropologisch onderzoek laat zien dat religiositeit onder moslimminderheden enorm varieert. Religiositeit biedt vaak precies een mentale en spirituele buffer en krachtbron om constructief samenleven mogelijk te maken en om met racisme en discriminatie om te gaan.



 

"De disciplinering van de armen, van Vives tot de actieve welvaartsstaat"

Vandaag een zeer lezenswaardige column over de Sociale Zekerheid, haar wortels en haar toekomst. Jan Dumolyn heeft dit in het kader van zijn vaste column Tragedie & Klucht in De Standaard.

 


 

 

 

De disciplinering van de armen, een geschiedenis van Juan Luis Vives tot de actieve welvaartsstaat van Frank Vandenbroucke

 

Het evenwicht in de sociale zekerheid is zoek, schrijft Jan Dumolyn. De nadruk ligt voor werklozen op sancties, terwijl ondernemers gunstregimes krijgen.

 

In 1526 publiceerde de humanist Juan Luis Vives De Subventione Pauperum, een traktaat over armenzorg. Vives, vandaag vooral bekend van de West-Vlaamse hogeschool die zijn naam draagt, woonde toen in Brugge. Als afstammeling van Valenciaanse Joden was hij voor de inquisitie naar Vlaanderen gevlucht. Zijn werk geldt als een van de eerste systematische teksten over wat we nu sociaal beleid zouden noemen. Armenzorg moest volgens de geleerde worden gecoördineerd door de stedelijke overheid, niet door verspreide liefdadigheid van particulieren en religieuze instellingen.

 

Behoeftigen moesten worden geregistreerd en ingedeeld naargelang ze al dan niet konden werken. Vives pleitte weliswaar voor de waardigheid van de armen, maar zijn voorstel, dat alleen in Ieper gedeeltelijk werd toegepast, betekende in de praktijk een vorm van disciplinering. Het idee dat armoede voortkwam uit luiheid en dat armen tot arbeid moesten worden aangezet of gedwongen, vond weerklank bij de elites en verspreidde zich tijdens de vroegmoderne periode over heel Europa.

 

In de vroegste samenlevingen vormde de familie het belangrijkste vangnet. In de oudheid bestonden soms beperkte vormen van publieke ondersteuning, zoals de Romeinse graanbedelingen die sociale onrust moesten voorkomen. Onder invloed van het christendom ontstond later een meer gestructureerde armenzorg. Kerken deelden voedsel uit, verzorgden zieken en boden onderdak aan reizigers en behoeftigen. Die christelijke caritas was echter niet gebaseerd op een recht op ondersteuning, maar eerder op het idee dat de rijken via aalmoezen hun zielenheil konden verzekeren.

 

In de middeleeuwen groeide bovendien het onderscheid tussen “waardige” armen, zoals mensen met een beperking, en “onwaardige” armen, zoals landlopers en gezonde werklozen. De zakaat, een van de vijf zuilen van de islam, had een verplichtender karakter: elke moslim die het zich kan veroorloven, moet volgens religieuze voorschriften bijdragen aan de ondersteuning van behoeftigen. Maar ook dat was geen moderne vorm van sociale zekerheid of structurele armoedebestrijding. Vanuit dat perspectief oogt een hedendaags, sterk gehypet initiatief als De Warmste Week eerder als een trieste stap achteruit.

 


Armenbussen

 

Want naast die paternalistische en caritatieve logica bestaat al eeuwen een andere visie op sociale zorg: het principe van het wederzijdse dienstbetoon. In de middeleeuwse en vroegmoderne steden kreeg onderlinge solidariteit vorm binnen de ambachtsgilden. Via gezamenlijke kassen, de zogenaamde “bussen”, spaarden leden voor ondersteuning bij ziekte, ouderdom of overlijden. Zo ontstond een vroege vorm van sociale verzekering van onderuit, zij het beperkt tot de eigen beroepsgroep en onderhevig aan morele regels. Een steenkapper die dronken van zijn stelling viel, kon bijvoorbeeld geen beroep doen op de armenbus.

 

Met de opkomst van het kapitalisme kwamen de gilden steeds meer onder druk te staan. Zo verdwenen veel traditionele beschermingsmechanismen zonder dat daar meteen volwaardige alternatieven voor in de plaats kwamen. De nadruk op controle en disciplinering van de ellendelingen, die al bij Vives aanwezig was, werd verder veralgemeend. Naar Hollands voorbeeld ontstonden in vele steden rasphuizen voor mannen, waar hout werd geraspt voor de verfindustrie, en spinhuizen voor vrouwen. Daar werden bedelaars en werkonwilligen aan dwangarbeid onderworpen. Ook in Gent werd in 1773 zo’n rasphuis opgericht. Het stervormige gebouw liet toe dat bewakers alle vleugels konden overzien. Lieven Bauwens, de held uit onze vaderlandse geschiedenis, liet de gevangenen tegen minimale voeding dwangarbeid verrichten, maar werd er uiteindelijk buitengezet, omdat de brutaliteit van deze entrepreneur zelfs naar de normen van zijn tijd te ver ging.

 

Arbeiders begonnen opnieuw zelf organisaties op te richten, waarin ze geld bijeenbrachten voor ziekte, werkloosheid en overlijden. Samen met vakverenigingen en coöperaties vormden die onderlinge fondsen de basis van de sociale zekerheid, die zich in België niet in de eerste plaats als een centraal overheidsproject ontwikkelde maar als een netwerk van initiatieven van onderop. Het systeem dat vanaf 1944 door staatsman Achiel Van Acker in het sociaal pact werd verankerd, combineerde uiteindelijk universele dekking met verplichte bijdragen, in een samenwerking tussen werkgevers, werknemers en de staat. Het was een historisch compromis tussen arbeid en kapitaal.

 


‘Actieve welvaartsstaat’

 

Dat compromis steunde echter op de uitzonderlijke economische groei van de naoorlogse decennia. Toen die hoogconjunctuur vanaf de crisis van de jaren 70 begon te haperen, kwam ook het fundament van de klassieke welvaartsstaat onder druk te staan. Tegen het einde van de twintigste eeuw herijkten de partijen die dat model hadden gedragen – ook de christendemocratie – hun aanpak, met de ‘actieve welvaartsstaat’ als nieuw sleutelbegrip. In België was en is Frank Vandenbroucke een van de belangrijkste pleitbezorgers van die visie. Het kernidee is eenvoudig: de welvaartsstaat kan alleen overeind blijven als mensen meer verantwoordelijkheid opnemen om actief deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Hen streng tot werken aanzetten verschaft niet alleen inkomsten voor het sociale stelsel, maar beperkt ook het misbruik van sociale voorzieningen. Die redenering heeft onmiskenbaar een zekere logica.

 

Het zou uiteraard overdreven zijn om die benadering te vergelijken met de rasphuizen en spinhuizen van weleer. Toch valt op hoe de nadruk geleidelijk verschuift van solidariteit naar controle. De manier waarop langdurig zieken door sommige politici vandaag worden afgeschilderd heeft dan ook veel kritiek uitgelokt. Rond dat thema lijkt een bredere ideologische campagne op gang, waarin het beeld van de zogenaamd langdurige sociale profiteurs – ondanks hun beperkte aantal in de reële statistieken – weer helemaal centraal staat. 

 

Fraude moet absoluut worden aangepakt om een blijvend draagvlak voor ons sociaal model te behouden, maar de morele asymmetrie in het debat over activeringsprikkels is opvallend. Voor werklozen en zieken ligt de nadruk op sancties en gedragssturing. Voor ondernemers daarentegen worden incentives gecreëerd via lastenverlagingen en gunstregimes, en vaak ook minnelijke schikkingen of zelfs fiscale amnestie. Het contrast is moeilijk te negeren. In 2025 werd ongeveer 120 miljoen euro aan sociale uitkeringsfraude teruggevorderd, een bedrag dat veel aandacht krijgt. Maar wanneer in één bekend dossier een grote ondernemer 66 miljoen euro via belastingparadijzen aan de fiscus onttrekt, blijft de maatschappelijke verontwaardiging merkbaar beperkter. Nochtans zouden dergelijke bedragen een aanzienlijk sociaal programma kunnen financieren.

 

Tegelijk wordt de financiering van de sociale zekerheid al decennialang stapsgewijs uitgehold. Verlagingen van de patronale bijdragen hebben de inkomstenbasis verzwakt. Ook de recente uitbreiding van flexi-jobs, waarop dus geen sociale bijdragen worden betaald, dreigt op lange termijn een catastrofale hypotheek op het systeem te leggen. Ondertussen neemt het aandeel van kapitaalinkomsten in de totale welvaart toe, terwijl hun bijdrage aan de sociale zekerheid beperkt blijft. Ook een strengere aanpak van fiscale fraude zou aanzienlijk meer middelen kunnen opleveren. Toch daalde de opbrengst van de Bijzondere Belastinginspectie dit jaar met een derde. De politieke prioriteiten lijken elders te liggen. Het laaghangende fruit zit bij die aloude misérables en dus disciplineren we opnieuw de armen.

 


 

6.07.2026

de Ongelooflijke Podcast met Maarten van Rossem

Op deze zondag een podcast. De Ongelooflijke Podcast is steeds zeer interessant, met een breed spectrum van gasten die de nodige tijd krijgen om in te gaan op boeiende kwestie over onze samenleving en zinsgevingsvraagstukken. 

Vandaag Maarten van Rossem over de toestand van de wereld, Trump, de grootmachten, de positie van Europa. Maar ook over de zin van het leven en het belang van grote en kleine verhalen. 

 

 


Veel luisterplezier


6.04.2026

"Zonder middenveld zelfs geen N-VA"

De aanvallen van de neoliberale partijen op de mutualiteiten van de afgelopen tijd waren serieus. Verkocht als "effectiëntieoefening" is het een frontale aanval op het middenveld. Het middenveld is een essentieel deel van ons maatschappelijk weefsel, het is een pijler van onze verzorgingsstaat en een stevige verdedigingsmuur tegen neoliberale kaalslag. Miranda Ulens van ABVV kroop in haar pen en schreef een excellent opiniestuk.

 

 

Vlaams minister-president Matthias Diependaele stelt dat het middenveld een verdienmodel geworden is. Hij vergeet daarbij wie Vlaanderen welvarend heeft gemaakt, stelt Miranda Ulens.

 

We kennen het verhaal. Meer dan honderd jaar geleden was de Vlaming arm. Geen dokter als het kind ziek werd, geen loon als de fabriek sloot. Geen pensioen als het lichaam op was. Hij sprak een taal die in de rechtbank, op de universiteit en in het bedrijf nauwelijks meetelde. Hij stond onderaan, en zowat alles was erop gericht om hem daar te houden.

 

Hij is daar niet alleen uitgeraakt, en zeker niet met dank aan de markt. Hij raakte eruit omdat hij zich organiseerde. Kijk naar Gent, naar mijn eigen traditie. Daar bouwde Edward Anseele vanaf 1880 een wereld op uit het niets. Dankzij de coöperatieve bakkerij Vooruit had de arbeider brood. Met de Bond Moyson kwam er een ziekenkas. Er kwam nog meer: een bank, een feestlokaal, een krant.

 

August Vermeylen schreef rond 1900 dat we “Vlamingen moesten zijn om Europeërs te worden”. Hij maakte van de ontvoogding een culturele zaak, een kwestie van waardigheid, en verbond ze met de sociale strijd. De vernederlandsing van de universiteit, het recht om in de eigen taal te leren en te denken: dat is allemaal niet uit de lucht komen vallen, dat is bevochten. Door verenigingen, door de arbeidersbeweging, door wat we vandaag het middenveld noemen.

 

De sociale zekerheid die in 1944 werd vastgelegd, draaide niet rond een ministerie, maar rond die organisaties. De mutualiteit betaalt tot vandaag je terugbetaling uit. De vakbond beheert, via het Gentse stelsel, je werkloosheidsuitkering.

 

Het was een hele groep die zich via het collectief verhief, en daarbij was solidariteit geen gevoel, maar een techniek. Dat is de kern die minister-president Diependaele in Ninove wat gratuit oversloeg (DS 3 juni). De Vlaming is niet rijk geworden ondanks zijn vakbonden, mutualiteiten en verenigingen. Hij is rijk geworden dankzij hen. De zuilen als ladder.

 


Nieuwe hoofdrolspeler

 

Maar ergens in de jaren 70 kantelde dat verhaal. Na de gouden jaren 60 was Vlaanderen welvarend geworden. De Waalse zware industrie liep leeg, het zwaartepunt verschoof naar het noorden, en de armoede van de grootouders werd een herinnering. Er kwam een nieuwe hoofdrolspeler in beeld, en het was niet langer de arbeider. Het was de ondernemer.

 

Ook dat werd georganiseerd, met evenveel toewijding als waarmee Anseele zijn bakkerij had gebouwd. Figuren als Vaast Leysen en René De Feyter maakte van het Vlaams Economisch Verbond de strijdstem van de Vlaamse werkgevers. Ondernemerschap werd aan Vlaamse autonomie gekoppeld, het werd de kiem voor wat later Voka zou worden. Er kwam een eigen pers bij. De Financieel-Economische Tijd, in 1968 opgericht door het VEV. Trends in 1975, naar het model van het Amerikaanse Forbes, met de Vlaams-nationalist Lode Claes als eerste directeur. Zo kreeg de Vlaamse ondernemer een taal, en een blad, een eigen verhaal. 

 

Met de ondernemer als held werd individualisering de maat van alle dingen. Maar dat gaat voorbij aan alles wat dat individu heeft gevormd. De school, de wegen, openbare diensten, de zorg die anderen voor hem hebben gebouwd. Het collectief, het middenveld.

 

Er is niets mis mee, met ondernemen. Een land mag rijk worden, mag trots zijn op wie iets opbouwt. Het probleem is wat er met het geheugen is gebeurd. Hoe welvarender Vlaanderen werd, hoe meer het middenveld dat het had grootgebracht, als ballast begon te klinken. De ladder werd, voor wie bovenaan stond, een blok aan het been.

 


Demonisering

 

De N-VA is een politiek kind van dat rijkere, zelfbewuste Vlaanderen. Philippe Muyters stapte recht van de directie van Voka naar een ministerpost voor de N-VA. Johan Van Overtveldt ging van de redactie van Trends naar het ministerie van Financiën. En Bart De Wever heeft ooit, in een onbewaakt moment, gezegd dat Voka zijn echte baas is.

 

En nu heeft de N-VA een broertje dood aan het middenveld. De naoorlogse groei werkte net omdat dat middenveld mee aan tafel zat. Dat bouwt de N-VA stuk voor stuk af, vanuit een nationalistisch mensbeeld dat geen verschil verdraagt. Geen dialoog meer met kritische stemmen, wel demonisering, in de hoop dat de leden zwijgzaam meemarcheren. Diependaele wijst naar beneden. Naar het ziekenfonds, de vakbond, de vereniging die een subsidie krijgt. Zo droogt de kracht uit dat rijke middenveld op tot een dwangbuis van het eigen gelijk.

 

Maar het zijn de gewone mensen die deze welvaart steen na steen hebben opgebouwd. En precies daarom mag je hen niet uitspelen tegen wie het vandaag niet redt. Het is die solidariteit die wordt vergeten bij de Diependaeles van deze wereld. Diependaele zei: tijd om over te stappen. Ik zou zeggen: tijd om zich te herinneren via welke ladder we hier zijn geraakt. Zeker nu men gretig aan de poten ervan zaagt.

 

 

 


5.31.2026

aanwinsten 05

  

Benyaich, Bilal, Islam en radialisme bij Marokkanen in Brussel, Kessel-Lo, 2013.

 

Schüssler Fiorenza, Elisabeth, Jezus. Kind van Mirjam. Profeet van Sophia. Kritische bijdragen tot de feministische christologie, Kampen, 1997.

 

Taine, Hippolyte, Voyage en Italie. Tome 1. Naples et Rome, Paris, 1965.

 

Oosterhuis, Huib, Met alle wapens... op alle fronten Brussel, 1957.

 

 Ausloos, Hans, Geweld God Bijbel, Averbode, 2019.

 

Brouwers, Floris, Maak je hart wakker. In het voetspoor van Silouan en de Woestijnvaders, Gent, 1995.

 

P.J. Triest, Geschriften: Sermoenen, Gent, 1998.

 

P.J. Triest, Andere Geschriften, Gent, 1998.

 

Van Damme, Oscar, d'Haenens, Jef, Onze Wonderjaren. Sint-Paulusseminarie Drongen Grootseminarie Gent, 1958 - 1964, Gent, 1995.

 

 


5.30.2026

Prevenier: "Ik lees fictie om geen stommiteiten te begaan in het echte leven."

Op deze te warme zaterdag tijd voor lectuur. Iedereen Leest brengt een interview met prof. em. Walter Prevenier.  

 

‘In 1950 ontwikkelde ik een plotse, intense passie voor literatuur’, zegt Walter Prevenier. De negentiger, kwiek als een springveer, zit aan de keukentafel van zijn flat in Seniorcity, een ruim bemeten woonzorgcentrum in Gent. ‘Ik las als kind erg veel, maar in de jaren ’50 ging de wereld echt open. Toen leidden leerkrachten Engels, Frans en Nederlands mij naar de grote namen van de literatuur.’ 

 

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

 

Prevenier, een uit Zelzate afkomstige historicus gespecialiseerd in de middeleeuwen, de paleografie en de oorkondenleer, verwierf een cultstatus aan de UGent als docent Historische Kritiek. Al wie in de jaren tachtig en negentig een opleiding in de Letteren of de Wijsbegeerte volgde, passeerde bij Prevenier, werd gepusht om te durven denken en zou de kleine, welbespraakte man niet gauw vergeten. Ook de VS zijn hem niet vergeten. Prevenier reisde frequent naar de States om in verschillende staten de jonge generaties te begeesteren. Hij schreef ook een resem boeken en altijd is de Oost-Vlaming een docent gebleven. Ons bijna twee uur durend gesprek voelt aan als een lezing, zijn flat als een aula, zijn stem de soundtrack van een leven gebaseerd op de waarheid, of althans de zoektocht naar die waarheid. ‘Ik lees al mijn hele leven’, zegt hij, ‘ik schrijf al mijn hele leven en ik ga dat blijven doen tot ik er niet meer ben.’

 

Stoner

Op de tafel ligt een blad met aantekeningen. Tussen een stapel boeken - Tom Lanoye, Stefan Hertmans, Rik Van Puymbroeck- steken notities en feilloos is de taal waarmee Prevenier zijn Leeswereld tot leven wekt. ‘Hoewel ik als academicus de hele tijd bezig ben met non-fictie, blijf ik ook romans lezen’, zegt hij. ‘Niet louter uit ontspanning, maar evenzeer om de wereld beter te begrijpen.’ Walter Prevenier heeft als historicus zijn Leeswereld gedocumenteerd. ‘Dit zijn de boeken die ik sinds die oplaaiende passie als tiener heb gelezen’. Hij schuift me een paar vergeelde A4’tjes toe: oud papier waarop hij destijds met een typemachine bijhield wat hij las. Nederlandse bibliotheek is de titel van de bovenliggende lijst, met daarop honderden titels als De jeugd als inspiratiebron van Hubert Lampo, Lenteleven van Stijn Streuvels, Billy Budd van Herman Melville, Van Nitsjevo tot Chorosjo! van Johan Daisne en De gedaanteverwisseling van Franz Kafka. 

 
 

Zeventien jaar was Walter Prevenier toen hij Racine, Molière, Descartes, Sophocles en Maeterlinck in het Frans las. Hij las ook over letterkunde, methodiek en geschiedenis, op een moment dat klasgenoten amper hun veters konden strikken. Hij maakte deel uit van de Zwitserse Billiken Pen Club, schreef brieven naar mensen die hij nooit ontmoette, kreeg brieven in het Frans terug uit Zuid-Vietnam, in het Duits uit Finland (‘Ich bedaure, dass Sie nicht begeisterter FREIDENKER sind wie ich.’). Nooit zou de vrijdenker uit Zelzate verworden tot een Stoner, naar het boek van John Williams, waarin het leven van het hoofdpersonage, een academicus, verzandt en verrafelt.

 

Mensenkennis

‘Ik lees fictie om geen stommiteiten te begaan in het echte leven’, zegt Prevenier. ‘Je kan een boek lezen over zestiende-eeuwse kooplieden, wat boeiend is, maar om de mensen om je heen te begrijpen zul je toch fictie moeten lezen. Dankzij romans leerde ik de lichaamstaal van collega’s ontcijferen, dankzij romans kon ik de gedachtenwereld van anderen decoderen, dankzij romans kon ik me handhaven als decaan, te weten dat ik jonge collega’s in toom moest houden. Je kan niet geloven hoeveel mensenkennis je nodig hebt om geen verkeerde beslissingen te nemen. Niet alleen romans, ook films hielpen me daarbij. Ik ben de zoon van een patissier die een tiental jaar ook een paar cinema’s exploiteerde. Wel, je kan een naslagwerk lezen over de ontmoeting van Hitler en Mussolini, maar je kan ook kijken ook naar Una giornata particolareDan zie je Sophia Loren ook nog eens.’ (lacht)

 

‘Fictie is mijn vluchtheuvel. Na de dagelijkse focus op wetenschappelijke tijdschriften, essays en andere onderzoeken, is de roman de plek waar alles een gevoel krijgt, een gezicht. Toen De Bourgondiërs van Bart Van Loo werd gepubliceerd, kreeg de romanist veel kritiek van historici. Ik heb Van Loo meteen verdedigd. Hij laat inderdaad personages fictieve dialogen voeren, tot grote onvrede van veel van mijn collega’s. Van Loo zegt wat de Bourgondiërs moeten hebben gedacht in die tijd. Dat wierp een criticus op in een debat, dat zoiets not done is. Waarop ik zei: “En wat doen wij dan, historici, doen wij niet net hetzelfde?” De Bourgondiërs is zo goed, omdat de auteur weet waarover hij schrijft. De gaten in onze kennis van die geschiedenis vult hij op met zijn verbeelding. Die verbeelding is heel realistisch. Van Loo schrijft geloofwaardige dialogen, daarom houd ik zo van dat boek.’

 

Verhulst

“In 'De draaischijf' beschrijft Lanoye het leven in de jodenwijk in Antwerpen vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Ik liep daar toen zelf rond als kind. Ik zie nog scherp voor ogen hoe alles er toen uitzag.”

 

Wie in 1934 is geboren, is in 2026 ouder dan haast iedereen. Prevenier kan er om lachen. ‘Romans brengen mijn eigen verleden tot leven. In De draaischijf, een fantastisch boek overigens, beschrijft Lanoye het leven in de jodenwijk in Antwerpen vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Ik liep daar toen zelf rond als kind. Mijn vader exploiteerde een bioscoop in de buurt en ik zie nog scherp voor ogen hoe alles er toen uitzag. En De opgang van Stefan Hertmans gaat zelfs over mensen die ik heel goed heb gekend. Voor een van hen, Adriaan Verhulst, schreef ik zelfs een lovende necrologie bij zijn overlijden.’ 

 

In De opgang schrijft Stefan Hertmans over de vroegere bewoner van een Gents huis dat de schrijver in 1979 kocht: Willem Verhulst, een vooraanstaande SS’er die mee afrekeningen en deportaties organiseerde. ‘De zoon van Willem, Adriaan, was mijn collega proximus aan de unief, een mediëvist met wie ik dertig jaar lang lesgaf en met wie ik het liberaal archief heb opgericht. We zaten samen in allerlei liberale, vrijzinnige, vlaamsgezinde verenigingen. Plots verplichtte dat boek me om mijn geschiedenis met Adriaan te herdenken. Voor de zoveelste keer drukte de fictie me dus met de neus op de feiten. Hoewel het natuurlijk ook een roman is, sta ik toe dat Hertmans met mijn voeten speelt. Ja, ik kan die klik maken. Al heb ik nadien contact gezocht met de auteur, aan wie ik trouwens ooit lesgaf. Ik legde uit dat zijn herinneringen -Hertmans had ook les gekregen van Adriaan- niet stroken met die van mij. Daarin schuilt de vrijheid van de romancier: de auteur mag doen met personages wat hij wil, zolang het maar authentiek is, geloofwaardig. Dan heb je me helemaal beet.’

 

 

bron: Iedereen Leest 

5.29.2026

Nie Pleuje - de Gentse Feestendebatten editie 2026

Kameraden en vrienden, over exact 50 dagen beginnen de Gentse Feesten. Een vaste waarde zijn de Gentse Feestendebatten van Democratie 2000 en Trefpunt. Het programma voor deze editie is wederom ongemeen interessant.


 

 

 

Zaterdag 18 juli 2026

‘De huidige onmacht van links tegen de extreemrechtse verleiding’; Hoe kunnen we de normalisering van extreemrechts stoppen?

“Wil links terrein terugveroveren, dan moet het allereerst ferm afstand nemen van het dominante xenofobische frame. Met daarnaast de focus op grotere sociale gelijkheid, fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en betere collectieve voorzieningen voor iedereen ongeacht achtergrond, dat het neoliberale beleid sinds de jaren negentig volkomen uit de wind houdt. Niet door migratie te bejubelen, maar door duidelijk te maken dat de problemen die mensen ondervinden echt niet zullen verdwijnen als we met een toverstokje alle migranten weg zouden kunnen toveren. Dat betekent ook dat een deel van “links” in de spiegel moet kijken en erkennen dat eerdere flirts met marktdenken en flexibilisering, maar ook met het meelopen met de “identitaire strijd”(de valstrik van rechts), (extreem)rechts alleen maar meer wind in de zeilen heeft geblazen (Leo Lucassen, hoogleraar)


Zondag 19 juli 2026

‘Welvaart… een sociale invulling’. Een antwoord aan BDW en consorten.

De besparingspolitiek is zowel sociaal als economisch stappen achteruit. Met zijn boek ‘over welvaart’ wil Bart De Wever aangeven dat er geen andere weg zou zijn. Een andere politieke keuze is mogelijk en ook nodig. Het debat maakt analyse van het conservatief, liberale moeras. Het debat bekijkt ook uitgewerkte plannen B om tot sociale vooruitgang te komen.

 
 
Maandag 20 juli 2026

‘Is alles van waarde dan weerloos?’ Het Vlaamse cultuur- en wetenschapsbeleid onder de loep genomen.

Het rommelt in de sector van cultuur en wetenschap. Het museumlandschap wordt geherstructureerd, literaire en academische academisch verliezen hun werkingsmiddelen. Wordt hier allemaal wel grondig over nagedacht en moeten we niet terug naar de kern van wat een beleid in de kunsten, letteren en wetenschappen zou moeten zijn.


Dinsdag 21 juli 2026

‘Het middenveld onder vuur’. Vlaanderen als Hongarije aan de Leie?

Het middenveld is een belangrijke partner en actor in de opbouw van de welvaartstaat. Ze speelt een vooraanstaande rol in het medezeggenschap en medebeheer van de sociale zekerheid en de samenleving. Toch ligt dat middenveld al even onder vuur: zowel de “oude” als de nieuwe sociale bewegingen en burgerorganisaties. Intimidatie wordt gevolgd door aanvallen die de rechtstatelijke democratie overschrijden. Worden we een Hongarije aan de Leie?


Woensdag 22 juli 2026

 ‘De mythe van gelijke kansen’: Hoe onderwijs sociale ongelijkheid reproduceert.

Het Vlaamse onderwijs wordt al decennialang beschouwd als een krachtige motor voor sociale mobiliteit: een systeem dat kansen creëert en talent, ongeacht afkomst, tot ontplooiing brengt. Maar staat die rol vandaag onder druk?
In dit debat stellen we een fundamentele vraag: kan het Vlaamse onderwijs nog steeds functioneren als een hefboom voor sociale vooruitgang? Of zien we, onder invloed van het huidige beleid — na twee legislaturen onder dezelfde politieke leiding — een evolutie die eerder ongelijkheid bestendigt dan doorbreekt?
Deze discussie raakt aan de kern van wat onderwijs hoort te zijn. Is het in de eerste plaats een instrument om economische noden te dienen? Een middel tot persoonlijke ontplooiing? Of een fundament voor een rechtvaardige samenleving waarin iedereen gelijke kansen krijgt?


Donderdag 23 juli 2026

‘Pushbacks in Europa’ en de Belgische migratie aanpak: tussen recht en realiteit.

Het Europees migratiepact en de bijhorende pushbacks aan de buitengrenzen leggen de spanning bloot tussen het recht op bescherming en de praktijk van migratiecontrole. Tegelijk wint een logica van afschrikking en securitisering steeds meer terrein binnen het Europese migratiebeleid. In dit debat verkennen we eerst hoe deze spanningen zich op Europees niveau manifesteren, vervolgens richten we ons op de Belgische aanpak, en ten slotte staan we stil bij mogelijke alternatieven.

 
 
Vrijdag 24 juli 2026

'Om ter luidst?'

We leven in een tijd waarin oude systemen knarsen en nieuwe vormen van samenleven, werken en creëren nodig zijn. Maar wie beslist wat de antwoorden van de toekomst zullen zijn op de prangende vraagstukken van vandaag. Wie bepaalt de waarheid waarop deze beslissingen worden genomen. We zijn ervan overtuigd dat alle stemmen nodig zijn om een antwoord te bieden op de uitdagingen van iedereen. Hoe zorgen we ervoor dat niet enkel de luidste roepers aan het roer staan. We spreken over wie gehoord wordt, wie spreektijd krijgt en welke kennis gewicht krijgt bij beleid, in onze dagelijkse realiteit en in de media. Maar bovenal, hoe we dit kunnen veranderen. 

 

Zaterdag 25 juli 2026

‘Energie en maatschappelijke omwenteling’. Hoe wordt energie betaalbaar en ecologisch ?

Het neo-liberalisme geeft geen maatschappelijke en duurzame oplossing. De geo-politieke en militaire spanningen leiden tot machtsconcentratie en superwinsten.
Stijgt de vraag naar energie? Kan de economie en de huishoudens met minder ? Welke energie is het meest ‘rendabel’ en ecologisch ? Transitie naar hernieuwbare energie… hoe en wanneer ? Welke reconversie voor ondernemingen en transformatie voor de huishoudens ?

 

Zondag 26 juli 2026

‘Beleven we de neergang van de Verenigde Naties’ en de ondergang van het internationaal recht in de nieuwewereldorde? 

“De crisis van de VN is ook een crisis van de wereldorde zelf. De naoorlogse architectuur - met duidelijke machtsblokken en een gedeeld minimum aan regels - past niet meer bij een gefragmenteerde, multipolaire wereld. Nieuwe machten eisen hun plaats op, oude machten klampen zich vast aan privileges. Geopolitieke concurrentie en nationalisme verdringen de collectieve kracht van de VN. In een tijdperk van groeiend ultranationalisme, brutale rivaliteit, en elk voor zich, is de VN minder een vredesfabriek dan een herinnering aan een ongemakkelijke waarheid: samenwerking is frustrerend en traag, maar het ontbreken ervan is allicht erger. De VN is geen instrument om de wereld te redden, maar een platform om de chaos in te dammen. Ik citeer graag voormalig VN-baas Dag Hammarskjöld (1905-1961): "De VN is niet bedoeld om van de aarde een paradijs te maken, wel om te voorkomen dat zij zou veranderen in een hel" (Björn Soenens, journalist)



5.28.2026

LBV actievoeren helpt!

Actievoeren werkt! De hervorming van de levensbeschouwelijke vakken wordt uitgesteld! De Raad van State laat in een lijvig dossier weten dat de hervorming van de levensbeschouwelijke vakken, zoals ze door de Vlaamse regering werd opgesteld, niet kan uitgevoerd worden. Een overwinning dus, dankzij ons volgehouden onderhandelingswerk en de sterke actie die we op 20 mei voerden. We stuurden met het gemeenschappelijk vakbondsfront onderwijs een persmededeling uit. Je leest die hieronder.

Met strijdbare groeten
Koen Van Kerkhoven


 
Het gemeenschappelijk vakbondsfront zal bijzonder tevreden zijn met de beslissing van de Vlaamse Regering om de geplande hervorming van de levensbeschouwelijke vakken met minstens één jaar uit te stellen. Dat is zeer goed nieuws voor de duizenden leerkrachten levensbeschouwelijke vakken, voor de leerlingen en voor de kwaliteit van ons onderwijs.
 
De beslissing volgt na het sterke signaal dat meer dan 750 personeelsleden en sympathisanten op woensdag 20 mei gaven met de syndicale actie aan het kabinet van de minister van Onderwijs. De grote aanwezigheid van leerkrachten rooms-katholieke, islamitische, orthodoxe, protestantse en joodse godsdienst en niet-confessionele zedenleer maakte toen duidelijk hoe groot de bezorgdheid op het terrein is.
 
Het gemeenschappelijk vakbondsfront heeft altijd benadrukt dat levensbeschouwelijke vakken geen randverschijnsel zijn, maar een essentieel onderdeel vormen van brede vorming en samenleven in onderwijs. Die vakken leren jongeren niet alleen omgaan met waarden, normen en zingeving, maar ook met verschillen. Jongeren leren er kritisch nadenken, luisteren naar elkaar en respectvol in dialoog gaan. In tijden van toenemende polarisatie is dat belangrijk.
 
De onderwijsvakbonden hadden op de actiedag uitdrukkelijk gevraagd om eerst het advies van de Raad van State af te wachten. Dat is ook wat de Vlaamse Regering nu doet: zij neemt terecht de nodige tijd om dat advies grondig te bestuderen vooraleer eventuele verdere stappen te zetten. Dat is niet alleen verstandig bestuur, maar ook een belangrijk teken van respect voor de bezorgdheden van het werkveld. Bovendien brengt uitstel ook ademruimte voor prioriteiten in het beleid.
 
De onderwijsvakbonden danken minister van Onderwijs Zuhal Demir uitdrukkelijk dat zij zich heeft gehouden aan het engagement dat zij tijdens de actiedag aan het gemeenschappelijk vakbondsfront gaf en dat morgen ook effectief zal waarmaken. Dat verdient erkenning. Het uitstel creëert opnieuw ademruimte, rust en perspectief voor de betrokken personeelsleden. Na maanden van onzekerheid is het een belangrijk signaal van respect voor de professionaliteit en het engagement van de leerkrachten levensbeschouwelijke vakken.
 
Het vakbondsfront wil daarnaast alle actievoerders die op 20 mei aanwezig waren extra bedanken. Dankzij hun engagement, zichtbaarheid en solidariteit werd een krachtig en niet te negeren signaal gegeven aan de Vlaamse Regering. De massale aanwezigheid van personeelsleden uit alle levensbeschouwingen gesteund door de leden van de erkende instanties toont hoe sterk het draagvlak is voor kwaliteitsvolle levensbeschouwelijke vakken in ons onderwijs.
 
Het vakbondsfront dankt ook Katholiek Onderwijs Vlaanderen om de actie actief kenbaar te maken bij haar leraren rooms-katholieke godsdienst. Die ondersteuning heeft mee geholpen om een breed en krachtig signaal vanuit het onderwijsveld mogelijk te maken.
 
Voor het gemeenschappelijk vakbondsfront bewijst het uitstel van de maatregel opnieuw dat syndicale actie werkt. Ook het volgehouden overleg en de terechte inhoudelijke en juridische bezwaren vanuit het werkveld hebben mee geleid tot die beslissing. Wij volgen het verdere overleg  en de toekomstige uitwerking van het dossier nauwgezet op. Pedagogische kwaliteit, keuzevrijheid, werkbaarheid en rechtszekerheid blijven absolute prioriteiten. Onderwijs verdient hervormingen die vertrekken vanuit inhoudelijke visie op levensbeschouwing en respect voor mensen op de werkvloer, niet louter vanuit een besparingslogica. 
 
Nancy Libert - Algemeen secretaris ACOD Onderwijs
Koen Van Kerkhoven - Secretaris-Generaal COC
Marianne Coopman - Algemeen secretaris COV 
Pascal Claessens - Voorzitter VSOA Onderwijs

 

 


 

5.26.2026

The secret war against hate

 Op deze warme dinsdag een interessant interview van Rachel Maddows met Steven J. Ross, auteur van The Secret War Against Hate. American Resistance to Antisemitism and White Supremacy. 

 

 

 Voor zij die niet genoeg kunnen krijgen, Steven J Ross bij Terry Gross van NPR

 

 

Veel luisterplezier.  

5.20.2026

Wat lessen levensbeschouwing vandaag werkelijk doen

Vandaag verscheen een zeer raak opiniestuk geschreven door 50 docenten vakdidactiek levensbeschouwelijke vakken, de opleiders van de leerkrachten LBV. 

 

 

 

 

Vandaag, 20 mei 2026, trekken de leerkrachten levensbeschouwelijke vakken naar het kabinet van Minister van Onderwijs, Zuhal Demir, in Brussel. Dat is op zich nog nooit gebeurd. Wij laten hen niet alleen staan. Namens de experten levensbeschouwelijk onderwijs in Vlaanderen publiceren we deze open brief en daarmee een ondubbelzinnig signaal aan de Minister van Onderwijs, en de volledige Vlaamse regering.

Wat hier gebeurt, is zonder precedent. Voor het eerst in de geschiedenis van het Vlaamse onderwijs spreken meer dan 50 docenten vakdidactiek levensbeschouwelijke vakken van het Vlaamse hoger onderwijs met één stem. Zij komen uit álle lerarenopleidingen van Vlaanderen, over alle associaties van het hoger onderwijs heen, en vertegenwoordigen sámen alle vakdidactieken. Wat hen onderscheidt in geloof of overtuiging, weegt vandaag niet op tegen wat hen verbindt: de overtuiging dat de levensbeschouwelijke vakken het verdienen om verdedigd te worden tegen deze afbraakpolitiek.

Wat er in een goede les levensbeschouwing gebeurt, gebeurt nergens anders in het Vlaamse curriculum. Dat is geen retoriek van een betrokken corps. Het is een vakdidactische vaststelling die de internationale onderwijswetenschap sinds twee decennia gestaag onderbouwt. Wie deze vakken in naam van "flexibilisering" en "besparingen" uitholt zonder hun aard te kennen, sloopt iets wat niet kan teruggebouwd worden.

Wij schrijven dit als de docenten vakdidactiek levensbeschouwelijke vakken van het Vlaams hoger onderwijs. De vakdidactiek heeft zich de afgelopen twintig jaar grondig herijkt en verrijkt. Van een model waarbij één traditie eenduidig op de leerlingervaring werd gelegd, bewoog ze naar een model waarin levensbeschouwelijk bewustzijn en interlevensbeschouwelijke dialoog centraal staan.

Wat doet een levensbeschouwelijk vak vandaag concreet?

Het vormt levensbeschouwelijke geletterdheid: het vermogen om cultuur, taal, geschiedenis, kunst, recht en samenleving te lezen in hun levensbeschouwelijke gelaagdheid. Wie zonder bijbelse, humanistische of koranische geletterdheid Europese literatuur, beeldhouwkunst of geopolitieke conflicten benadert, leest halfblind. Dat is geen luxe — het is een voorwaarde voor democratie: de symbolische taalregisters van de eigen samenleving werkelijk kunnen ontcijferen.

Het oefent bedachtzaamheid. Niet meditatie als wellnesspraktijk, maar een trage, steeds verdiepende en kritische houding waarin de leerling leert dat realiteit niet samenvalt met haar eerste interpretatie. In een tijd van TikTok-fragmentatie en algoritmische polarisatie is bedachtzaamheid een politiek-relevante deugd.

Het ondersteunt de ontwikkeling van een levensbeschouwing zonder die op te leggen. Doordat de leraar zelf vanuit een traditie spreekt, leert de leerling dat verankering en openheid elkaar niet uitsluiten. Empirisch onderzoek bij meer dan dertigduizend Vlaamse leerlingen toont aan dat dit type onderwijs een kritische en bedachtzame levensbeschouwelijke stijl bevordert, die negatief correleert met racisme, autoritarisme en intolerantie.

Het oefent het uithouden van verschil. De eigen overtuiging en die van de ander leren uithouden of dragend ondervragen. Hannah Arendt sprak in deze context van enlarged mentality. De capaciteit om bij verschil te blijven zonder zichzelf te verliezen of de ander te annexeren: wie haar nergens leert, gedijt niet in een diep plurale samenleving.

Het thematiseert menselijke existentie, kwetsbaarheid, lijden, dood, hoop en wanhoop. De existentiële vragen waarop geen enkel ander schoolvak zo expliciet ingaat, maar die elk leven kunnen en ooit zullen openbreken: Wat zal ik (nog) zeggen als ik mijn kind verlies? Als ik voor het graf van mijn ouders sta? Welke taal is er beschikbaar om mijn diepste liefde uit te drukken? Wanneer mijn partner ziek wordt? Wanneer ik mijn werk verlies? Wat zijn mijn energiebronnen? Mijn dromen? Mijn hoop voor de toekomst? Een leerling die vijftien jaar onderwijs doorloopt zonder ooit in een schoolse context te hebben kunnen denken over verlies, angst of uitzichtloosheid, is menselijk verwaarloosd.

Het oefent ethisch oordeelsvermogen in hete hangijzers: ecologie en economie, relationele en seksuele vorming, levensbegin en levenseinde, oorlog en vrede, welvaart en welzijn, enzovoort. En het vormt tot solidariteit, maatschappelijk engagement, democratische deugd, tolerantie en vrede. Niet als optionele waarden, maar als capaciteiten die hun motivationele kracht juist uit levensbeschouwelijke verankering halen.

Uniek in het Vlaamse curriculum

Op geen andere plek in het Vlaamse curriculum komen al deze vormingsdimensies zó samen, zó expliciet, en zó in de gedaante van een dialogische praktijk. Dit is geen confessioneel chauvinisme. Dit is een nuchtere vakdidactische observatie, en internationaal vergelijkend onderzoek bevestigt haar. Quebec, Schotland en Noorwegen hebben gelijksoortige besparingen op levensbeschouwelijk onderwijs achteraf moeten terugschroeven omdat de gevolgen voor sociale cohesie en jongerenwelzijn zichtbaar werden. Wallonië en Brussel, met hun versnippering tussen een religievak en een apart burgerschapsvak, demonstreren intussen wat er gebeurt wanneer die twee uit elkaar worden getrokken: een model dat in de praktijk niet blijkt te werken. In het zo gelauwerde Britse model wordt vandaag juist méér geïnvesteerd in levensbeschouwelijke vorming.

Wat Vlaanderen vandaag onder de mom van "flexibilisering" aan het uithollen is, is precies wat de Europese onderwijswetenschap als democratische resource erkent. In een fragmenterende, pluralistische samenleving is levensbeschouwing niet minder maar net méér nodig. In Vlaanderen staan we hier bovendien internationaal aan de spits.

Een interne verrottingsstrategie

Wij vragen geen privilege voor ons vak. Wat we nu vooral zien, kan niet anders begrepen worden dan als een interne verrottingsstrategie: de kwaliteit van het vak ondermijnen, organisatorische chaos creëren, ouders hun grondwettelijke vrijheden ontnemen, leerkrachten demotiveren, en aspirant-leerkrachten levensbeschouwing ontmoedigen. Een vak zó aanpakken zonder zijn vakdidactische ontwikkeling te kennen, is geen hervorming. Dat is slopen.

 

Steunbrief aan de actie van het Gemeenschappelijk Vakbondsfront

 De actie vandaag werd georganiseerd door het gemeenschappelijk vakbondsfront en kreeg de volle steun van de verschillende levensbeschouwingen.

 

In hun huidige vorm maken de door de Vlaamse Regering voorgestelde maatregelen het aanzienlijk moeilijker om de levensbeschouwelijke vakken (LBV) op een werkbare, kwaliteitsvolle en rechtszekere manier te organiseren in het gewoon en buitengewoon onderwijs.

Rechtspositionele onzekerheid en aanzienlijk minder omkaderingsmiddelen

De beoogde besparingen treffen de leraren LBV en creëren voor velen een verhoogde rechtspositionele onzekerheid. Scholen zullen de organisatie van de LBV moeten realiseren met aanzienlijk minder omkaderingsmiddelen. Deze combinatie van factoren dreigt rechtstreeks gevolgen te hebben voor de onderwijskwaliteit waarop leerlingen recht hebben gedurende de volledige leerplicht.

Kwaliteitsvol levensbeschouwelijk onderwijs

Kwaliteitsvol levensbeschouwelijk onderwijs vraagt met name in het bijzonder:

  • - regelmatige en pedagogisch verantwoorde lestijden, die ruimte creëren voor verbinding, zingeving, dialoog en verdieping;
  • - bekwame en gemotiveerde leraren, met een werkbaar uurrooster en een duidelijke verankering in het geldende leerplan.
Onduidelijk en onwerkbaar organisatorisch kader

We zijn bezorgd over de plannen, die op dit moment al voor chaos en onzekerheid in de scholen zorgen. Organisatorische keuzes zoals verregaande bundeling van uren, samenstelling van groepen over finaliteiten heen en het inplannen van lessen buiten de reguliere lestijden kunnen vanuit efficiëntie-oogpunt begrijpelijk lijken, maar leiden tot ernstige vragen omtrent een pedagogisch verantwoord kader dat tevens rechtszekerheid biedt voor de LBV.

Ondermijning van de levensbeschouwelijke vakken

De maatregelen waren aanvankelijk bedoeld om de organisatie van de LBV te faciliteren, terwijl het voorliggende scenario de situatie net bemoeilijkt en zelfs ondermijnt. Scholen hebben een belangrijke maatschappelijke rol als pedagogische ruimte voor levensbeschouwelijke groei en dialoog. Levensbeschouwelijk onderwijs draagt bij tot nuance, verbinding en kritische reflectie. Binnen het huidige Vlaamse onderwijslandschap blijft dit een legitieme en betekenisvolle opdracht.

Gezien de ernst van de situatie steunen wij eensgezind de actie van het Gemeenschappelijk Vakbondsfront. 

 

De Hoofden van de betrokken erediensten/levensbeschouwingen

  • Voor de katholieke godsdienst - Mgr. Luc Terlinden, aartsbisschop van Mechelen-Brussel
  • Voor de georganiseerde vrijzinnigheid - Raymonda Verdyck, voorzitter deMens.nu/Unie Vrijzinnige Verenigingen
  • Voor de orthodoxe godsdienst - Metropoliet Athenagoras Peckstadt
  • Voor de islamitische godsdienst - Hassan El Bouchttaoui , voorzitter van de Moslimraad van België
  • Voor de anglicaanse godsdienst - Kanunnik Jack McDonald, Kapelaan-voorzitter van het Centraal Comité van de Anglicaanse Eredienst in België
  • Voor de protestants-evangelische godsdienst – ds. Isabelle Detavernier en David Vandeput, co-voorzitters van de ARPEE
  • Voor de israëlitische godsdienst - Philippe Markiewicz, voorzitter Centraal Israëlitisch Consistorie van België
De voorzitters van de Erkende Instanties & Vereniging
  • Voor de katholieke godsdienst - Mgr. Koen Vanhoutte, voorzitter Erkende Instantie rooms-katholieke Godsdienst
  • Voor de niet-confessionele zedenleer - Sylvain Peeters, voorzitter Raad voor Inspectie & Kwaliteitszorg niet-confessionele Zedenleer
  • Voor de islamitische godsdienst - Aysel Bayraktar, voorzitter Centrum Islamonderwijs
  • Voor de protestants-evangelische godsdienst - ds. Eric Corthauts, voorzitter Comité Protestants-Evangelisch Godsdienstonderwijs
  • Voor de orthodoxe godsdienst - Metropoliet Athenagoras Peckstadt, voorzitter Pedagogische Commissie van de Orthodoxe Kerk in België
  • Voor de anglicaanse godsdienst – The Revd. Stephen Murray, voorzitter Comité Anglicaans Godsdienstonderwijs
  • Voor de israëlitische godsdienst - Wolf Ollech, voor het Centraal Israëlitisch Consistorie van België 

blijf van onze levensbeschouwelijke vakken


 

 

 

 


5.19.2026

"Wie onderwijs wil versterken, moet ruimte durven geven"

De neoliberale besparingsregering en het beleid van Zuhal Demir zetten ons onderwijs onder grote druk. Bruno Vanobbergen, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, schreef een opiniestuk om, nog maar eens, aan de alarmbel te trekken. Hij heeft het vooral over de houding van de overheid en de bevoegde minister en over hun kijk op de samenleving en de rol van het middenveld. 

 

 

 

 

De spanning in onze scholen is voelbaar. Ze kreunen onder een opeenstapeling van verwachtingen, regelgeving en maatschappelijke druk. Directies krijgen het niet meer georganiseerd en laten hun ongenoegen klinken. Tegelijk raast het beleid voort. 
 

 

Wie onderwijs wil versterken, moet ruimte durven geven

De spanning in ons onderwijs is voelbaar. Scholen kreunen onder een opeenstapeling van verwachtingen, regelgeving en maatschappelijke druk. Directies krijgen het niet meer georganiseerd en laten hun ongenoegen klinken. Tegelijk raast het beleid voort. In dat krachtenveld groeit het gevoel dat er nog maar één manier is om gehoord te worden: harder roepen, scherper reageren, conflict zoeken.

Maar wat als dat precies is wat ons verder van de kern afbrengt?

De reflex naar conflict is begrijpelijk. Wie met de rug tegen de muur staat, grijpt naar stevige taal. Toch dreigt in die dynamiek iets essentieels verloren te gaan: het inhoudelijke gesprek over wat goed onderwijs vandaag werkelijk vraagt. Wanneer het debat verschuift naar machtsverhoudingen, blijft de pedagogische opdracht te vaak op de achtergrond. Het middenveld staat daarbij voor een fundamentele keuze. Willen we een tegenmacht zijn die de confrontatie opzoekt, of een tegenkracht die richting geeft zonder het conflict nodig te hebben?

De voorbije jaren zien we hoe de verhouding tussen overheid en middenveld verschuift. Waar het middenveld ooit een brug vormde, dreigt het vandaag gereduceerd te worden tot een reactieve speler. De overheid bepaalt het tempo, het middenveld reageert. Die dynamiek is niet neutraal. Ze creëert een context waarin conflict bijna onvermijdelijk wordt. Wanneer beleid snel, sturend en soms zonder voldoende draagvlak wordt doorgevoerd, groeit de druk om via tegenmacht gehoord te worden. Maar precies daar ligt een gedeelde verantwoordelijkheid én dus ook een politieke verantwoordelijkheid. Want een middenveld dat voortdurend in de reactie wordt geduwd, kan zijn verbindende rol moeilijk waarmaken.

Als we tegenkracht zonder conflict ernstig nemen, dan vraagt dat meer dan een andere houding van het middenveld. Het vraagt ook een andere houding van de overheid. Tegenkracht veronderstelt ruimte. Ruimte om te vertragen. Ruimte om tegenspraak te organiseren. Ruimte om vanuit de praktijk mee richting te geven aan beleid. Wanneer die ruimte ontbreekt, verschraalt het middenveld onvermijdelijk tot een actor die zich moet roeren om gehoord te worden. Met andere woorden: een overheid die een volwassen middenveld wil, moet dat middenveld ook als volwaardige partner behandelen. Niet alleen in woorden, maar in de manier waarop beleid tot stand komt.

Dat betekent een fundamentele keuze. Tussen een overheid die vooral stuurt en controleert, en een overheid die bewust kiest voor partnerschap. Partnerschap is geen vrijblijvendheid. Het betekent duidelijke verwachtingen, transparantie en verantwoording. Maar het betekent evengoed dat expertise uit het veld niet louter wordt gehoord, maar ook effectief mee richting geeft. Dat vraagt tijd. Dialoog. De bereidheid om beleid bij te stellen.

En precies daar knelt het vandaag te vaak. In een context van politieke druk en hoge verwachtingen ligt de nadruk begrijpelijk op snelheid en zichtbaarheid. Maar goed onderwijsbeleid laat zich niet reduceren tot tempo alleen. Wie te snel gaat, riskeert het draagvlak te verliezen dat noodzakelijk is om duurzaam verschil te maken.

In dat licht wordt vertrouwen meer dan een pedagogisch principe. Het wordt een politieke keuze. Vertrouwen in scholen. In leerkrachten. In schoolleiderschap. In lokale gemeenschappen. Dat vertrouwen kan niet alleen geëist worden van het onderwijsveld. Het moet ook actief gegeven worden door de overheid. Door ruimte te creëren, door verantwoordelijkheid te delen, door niet elke onzekerheid te beantwoorden met bijkomende regels. Zonder dat vertrouwen ontstaat een paradox: we verwachten dat scholen eigenaarschap opnemen, maar organiseren tegelijk een systeem waarin die ruimte steeds kleiner wordt.

De kernvraag is uiteindelijk eenvoudig: wat hebben leerlingen en leerkrachten vandaag nodig? Het antwoord ligt niet in macht tegenover macht. Het ligt in verantwoordelijkheid naast verantwoordelijkheid. Dat vraagt twee gelijktijdige bewegingen. Van het middenveld: de keuze om tegenkracht te ontwikkelen die verdiept, vertraagt en richting geeft. Maar evenzeer van de overheid: de keuze om die tegenkracht mogelijk te maken. Door ruimte te laten, door partnerschap ernstig te nemen, en door te erkennen dat kwaliteit groeit vanuit vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid. Een sterk middenveld ontstaat niet ondanks de overheid, maar dankzij een overheid die het toelaat en ondersteunt.

Voor het onderwijs betekent dit een herbronning. Terug naar de vraag waar het echt om gaat. Onderwijs is geen louter technisch proces, maar een relationeel en vormend gebeuren. Scholen zijn geen uitvoeringsorganisaties, maar gemeenschappen. Directies en leerkrachten zijn geen schakels in een systeem, maar pedagogische professionals.

Als we die kern ernstig nemen, dan wordt tegenkracht geen strategie van verzet, maar een vorm van verantwoordelijkheid. Niet tegen de overheid, maar samen met de overheid, elk vanuit een eigen rol. Maar dat samen veronderstelt wederkerigheid. En precies daar ligt vandaag misschien wel de belangrijkste opdracht voor de politiek: beleid voeren dat niet alleen richting geeft, maar ook ruimte laat. Niet door harder te sturen, maar door sterker te vertrouwen.


5.16.2026

"Geef scholen wat tijd en ruimte"

Terwijl ik een schrikbarend aantal pagina's jaarwerk van mijn zesdes aan het doorlezen ben, laat minister van onderwijs Demir weer een kleine bom los op het onderwijs. 

Leerlingen mogen niet meer vroeger naar huis gestuurd worden als de leerkracht afwezig is. Opnieuw een maatregel die absoluut niets te maken heeft met onderwijskwaliteit of "de lat" maar alles met een hele enge visie op onderwijs als babysit. 

Een leerkracht die afwezig is, door ziekte bv, die mag niet gewoon afwezig of zelfs niet gewoon ziek zijn. Eigenlijk wordt er verwacht dat je uitgebreide mails stuurt naar de administratie en naar het leerlingensecretariaat met alle details van je lessenrooster voor die dag. Daarna moet je, of wordt er toch zeer sterk van jou verwacht, moet je taken voorzien, vervangopdrachten. De leerlingen moeten die taak dan maken in de studie. Het laatste lesuur van de dag worden leerlingen niet meer verwacht in de studiezaal, maar worden ze naar huis gestuurd. De vervangopdrachten krijgen ze dan meer als huiswerk. 

Zeg mij eens wat is de meerwaarde om leerlingen tot 16u15 in de studiezaal te laten zitten? Worden ze daar slimmer door? Krijgen ze daar meer kennis door? 

 

Ik plak hieronder het uitstekende opiniestuk van Bruno Vanobbergen, hoofd van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. 

 

Geef scholen wat tijd en ruimte

 

We zitten in de laatste bocht van het schooljaar. In elke school stijgt dan de druk: examens, deliberaties, oudercontacten, studiekeuzes. Tegelijk leggen directie- en beleidsteams al de puzzel voor volgend jaar. Ze doen dat met toewijding, omdat het over leerlingen gaat en hun toekomst. Maar vandaag wordt die opdracht onnodig zwaar: nieuwe verwachtingen en besparingen volgen elkaar zo snel op dat scholen het niet meer kunnen verwerken zonder verlies aan rust, kwaliteit en werkbaarheid.

Terwijl scholen afronden, moeten ze tegelijk vooruit: personeel vastleggen, roosters bouwen, ondersteuning organiseren, afspraken maken met ouders en partners. Net dan besliste de Vlaamse regering maatregelen te nemen die een grote impact hebben op de dagelijkse schoolorganisatie. Er kwamen ook besparingen bij. Wie meer kwaliteit vraagt met minder draagkracht, moet extra zorgvuldig zijn met timing, randvoorwaarden en uitvoerbaarheid.

Wie vandaag een school leidt, ziet een groeiende actielijst die tegelijk moet landen: minimumdoelen en professionalisering rond effectieve didactiek in het basisonderwijs; inspiratiescholen die vanaf september mee het kennisrijk curriculum moeten trekken; ‘Goed Gedragen’ in het secundair, met gedragsexperten; en een versterkt taalbeleid. Elk initiatief is op zichzelf zinvol. Samen vormen ze een stapel die je niet wegwerkt met goede wil, maar met tijd, duidelijkheid en gerichte ondersteuning.

Onze directies zijn kwaad, vooral omdat ze zich niet ernstig genomen voelen in een opdracht die almaar complexer wordt. De opeenstapeling van beslissingen en besparingen creëert onrust en onzekerheid. Een school is een raderwerk: roosters, zorg, begeleiding, evaluatie, overleg, administratie, samenwerking met externen. Als je daar tegelijk nieuwe trajecten bovenop legt, stokt de voorbereiding voor volgend jaar. Directies zeggen: “We krijgen het niet meer rond.” De gevolgen zijn concreet: het raakt organisatorisch niet meer georganiseerd, de kwaliteit lijdt onder de haast en door jobverlies komt ook het sociaal weefsel van teams onder druk.

We staan voor noodzakelijke veranderingen in het Vlaamse onderwijs. Geef scholen de tijd om een stevig fundament te leggen. Onze hand blijft uitgestoken: maak samen met het werkveld scherpe keuzes over wat nu kan en wat beter doorschuift naar volgend schooljaar. Verbind ambitie aan haalbaarheid. Geef scholen zuurstof om kwaliteit waar te maken. Voor leerlingen, schoolteams en de toekomst van ons onderwijs.
 

5.13.2026

Arm Vlaanderen. Een wereldgeschiedenis

Deze middag organiseert OSGG, de alumni-vereniging van Gentse historici, een zeer interessante lezing.

 


 

 

Arm Vlaanderen. Een wereldgeschiedenis – Honger, armoede en globalisering in het midden van de 19de eeuw

Anno 1850 is Vlaanderen onvoorstelbaar arm. Honger waart rond. Aardappels rotten op het veld. Cholera en tyfus decimeren de bevolking. De linnennijverheid, de laatste reddingsboei van veel paupers, kapseist. Mensen vallen van uitputting dood neer op straat. Uitgehongerde bedelaars zwerven bij tientallen tegelijk rond. Uit pure ellende eet het volk boomschors en gras. Dit was de laatste Belgische hongersnood in vredestijd. Wij huiveren bij zo veel ellende uit een ver verleden. Toch staat deze tijd dichter bij ons dan we denken. De geschiedenis van Arm Vlaanderen is niet alleen een lokale tragedie van ongeziene misoogsten en de teloorgang van die aller-Vlaamste der Vlaamse huisnijverheden, de linnenindustrie. Het is ook een wereldomspannend verhaal van besmettelijke ziektes die continenten en oceanen oversteken, van een aardappelplaag die uit Amerika komt, van Peruviaanse vogelpoep en Senegalese gom die grote sier maken in Europa en van een ongeziene import uit het Wilde Westen en het Verre Oosten. Kortom, dit is bij uitstek wereldgeschiedenis.

Prof. Dr. Professor Maarten Van Ginderachter is historicus en verbonden aan het Departement Geschiedenis van de UAntwerpen.

5.12.2026

Het moet anders!

 



 Werknemers hebben al genoeg bijgedragen!  HET MOET ANDERS! 

De Arizona-regering blijft de asociale maatregelen opstapelen. Terwijl de wereld brandt, de prijzen stijgen én de onzekerheid toeneemt, kiest de regering er voor om:

❌ De automatische indexering van de lonen aan te vallen
❌ De pensioenen te hervormen, wat werknemers en vooral vrouwen en wie deeltijds werkt zal verarmen

5.10.2026

Julie Devos: “Weet je wie de N-VA nooit vergeet? De rijke blanken!”

 In De Zondag een zeer interessant interview met de voorzitster van Beweging.net, Julie Devos.

 

U staat nu bijna één jaar aan het roer van beweging.net. Welke balans maakt u op?

“Het was crazy. (lacht) Ten eerste omdat ik met honderd procent van de stemmen werd verkozen. Dat was buiten alle verwachtingen. Als je dan voorzitter bent, moet je springen en direct zwemmen. Geen voorbereiding, amper inlooptijd. Op mijn eerste dag liep ik al voorop in een grote Gaza-betoging. Eigenlijk kan je zeggen dat het eerste jaar één grote ontdekkingstocht was. Maar tegelijk heb ik meteen geprobeerd te wegen op het debat. Dat is af en toe ook gelukt, denk ik. Ik voel dat er geluisterd wordt als wij iets vertellen. Maar nog niet genoeg.”

Dinsdag loopt u opnieuw voorop bij de zoveelste algemene betoging. Is het beleid van de regering-De Wever zo slecht?

(wikt haar woorden) “Kijk, wij begrijpen dat de regering enkele zaken op orde moet zetten: de begroting, de pensioenen, enzovoort. Maar de manier waarop ze dat doet, is niet sociaal, niet rechtvaardig en niet duurzaam. Ik stel vast dat de regering het geld vooral haalt bij de meest kwetsbaren, zoals werklozen en langdurig zieken, terwijl de sterkste schouders ontzien worden. Om de begroting op orde te krijgen, heeft dit land nood aan een grondige herverdeling van de middelen. Een miljonairstaks zou een goed begin zijn. Maar wat doet de regering nu? Amper één negende van de totale inspanning komt van de sterkste schouders. (feller) Dat is om te lachen, hè!”

Dat de regering werklozen en langdurig zieken aan de slag wil krijgen, bent u daar tegen?

“Neen. Ik ben tegen de manier waarop. Waar zijn de echte maatregelen om mensen beter te begeleiden? Die zie ik niet, hoor. Waarom maakt men geen betere afspraken met de VDAB, de vakbonden en andere instanties? Wat ik wel zie, is dat grote groepen mensen, die al pech hebben in het leven, gestigmatiseerd worden. En ja, vooral door N-VA. (windt zich op) Valerie Van Peel met haar dwaze anekdotiek over mensen met een Porsche die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming. Zij doen alsof alle werklozen en zieken luilakken en profiteurs zijn. Dat kan mij zó kwaad maken! Woorden doen ertoe.”

Dat de pensioenhervorming crimineel is, zei u eens. Dat zijn ook zware woorden.

“Ik blijf daarbij. (op dreef) Sommige vrouwen zullen tot 300 euro minder per maand krijgen. Ik noem dat crimineel, ik vind daar geen ander woord voor. De regering verandert de regels tijdens het spel. Vandaag kunnen jonge vrouwen andere keuzes maken dan vroeger. Maar vrouwen die vroeger een keuze hebben gemaakt, kunnen die niet meer veranderen. Zij dreigen nu in armoede te vervallen.”

Is dat niet een tikje overdreven? De regering bouwt veel overgangsmaatregelen in.

“Dat is wat de regering zegt. Ik wijs naar de cijfers van het planbureau. Het zal dramatisch zijn voor vrouwen. (benadrukt) Wat de regering niet meerekent, is wat het een samenleving opbrengt, een vrouw die thuisblijft om zorg te dragen voor anderen. Dat wordt afgedaan alsof het maar normaal is dat vrouwen dat doen.”

Is het dan ook crimineel dat CD&V, uw bevoorrechte politieke partner, deze regering steunt?

(afgemeten) “CD&V blijft dé gezinspartij en doet wat ze kan. Zij moet echter opboksen tegen coalitiepartners die veel minder oog en oor hebben voor deze problemen.”

Is dat niet te makkelijk? Ook CD&V duwt op het groene knopje van de pensioenhervorming die u crimineel noemt.

(aarzelend) “Dat is zo. Vinden wij dat evident? Neen en dat zorgt soms voor spanningen. Maar tegelijk stel ik vast dat CD&V de enige is die echt luistert naar onze bekommernissen. Wat is overigens het alternatief? Uit de regering stappen? Daar geloof ik niet in. Straks moeten er opnieuw miljarden gevonden worden voor de begroting. Wat zou dat worden, zonder CD&V in de regering?”

De begroting belooft inderdaad een zware dobber te worden. De regering wil minstens vijf miljard zoeken. Bent u bang?

“Ik hou mijn hart vast, ja. Ik verwijs opnieuw naar de uitspraken van mevrouw Van Peel. Het is duidelijk dat N-VA de vakbonden en de ziekenfondsen wil aanvallen. (windt zich op) Zij willen het middenveld kapot. Zeker het historische christelijke netwerk willen zij volledig afbreken. Maar ik zeg u: het zal hen niet lukken.”

Waarom zou N-VA dat willen?

“Omdat het middenveld te machtig is. Wij zijn de vervelende luis in de pels. Een blok aan hun been. Daarom blijven zij ziekenfondsen en vakbonden aanvallen. Zij willen enerzijds meer macht voor de staat en anderzijds meer zaken privatiseren. Voor ziekenfondsen kijken zij wellicht naar het geprivatiseerde Amerikaanse model.”

Valerie Van Peel klaagt misbruiken bij ziekenfondsen aan. Is dat niet de taak van politici om te doen?

“Maar zij legt geen afdoende bewijzen op tafel! Ze pakt vooral uit met flauwe anekdotiek. Daarom ben ik zo boos op haar. Ik was woest. Omdat het zo gratuit is, wat ze allemaal zegt. Zij scheert een volledige groep over dezelfde kam. Het is zo makkelijk om te schieten op mensen die zich niet kunnen weren. De N-VA zegt dan wel dat ze niemand vergeet, maar weet je wie ze niet vergeet? De rijke blanken en de langgeschoolden. De mensen die pech hebben, die vergeten ze wél.”

Gelooft u niet dat er misbruiken zijn met het systeem van verhoogde tegemoetkoming?

“Welk systeem is vrij van misbruik? Geen enkel, vrees ik. Wie misbruikt maakt, moet inderdaad eruit gezwierd worden. Maar het is niet omdat enkelingen misbruik maken, dat een heel systeem op de schop moet. En dat is het finale doel van N-VA: de ziekenfondsen moeten weg. Ik ben er zeker van dat er veel minder misbruik is dan zij doen uitschijnen. Helaas zijn ze daar heel sterk in: een bepaalde perceptie creëren waardoor een hele groep gestigmatiseerd wordt. Het systeem van verhoogde tegemoetkoming is een goed systeem: niet alleen voor mensen in armoede, ook voor mensen die dreigen in armoede te vervallen.”


 

De kritiek op N-VA is hard en meer dan terecht.

Er is wel een merkwaardige cognitieve dissonantie. De regering voert een hard neoliberaal beleid en valt het middenveld frontaal aan. Beweging.net verdedigt een regeringpartij maar dezelfde redenering als Connor, "zonder ons was het erger". Alsof doen alsof je machteloos bent tegenover de N-VA een goede verkiezingsstrategie is.