De allerlaatste dag van deze editie.
Think Of One -Baudelo podium Het Bal - 22.30 u
Antti Paalanen - Trefpunt - 23.30
Hier blogt uw Kameraad Harko, kwestie van iedereen die het ook maar vaag zou kunnen interesseren op de hoogte te houden. Uw kameraad blogt over de zaken die hem interesseren, zoals (religieus) erfgoed, geschiedenis, maar ook de betere muziek!
De allerlaatste dag van deze editie.
Think Of One -Baudelo podium Het Bal - 22.30 u
Antti Paalanen - Trefpunt - 23.30
1 aanrader
23u30 Baudelo podium Het Bal - DJ De Rudies
Op vrijdag 24 juli 2026 overleed pater Kristiaan Van der Linden. Hij werd geboren op 21 augustus 1929 in de Antwerpse Kempen. Als nationaal aalmoezenier van kermismensen en woonwagenbewoners groeide hij uit tot een van de bekendste kapucijnen van Vlaanderen. Meer dan zestig jaar lang was hij een vertrouwd gezicht op kermissen, circusterreinen en woonwagenkampen in heel België.
een al wat oudere foto met de intussen ook reeds overleden pater Etienne.
Zijn jeugd viel samen met de Tweede Wereldoorlog. Door de oorlogsomstandigheden moest hij zijn middelbare studies afwerken in Aarschot, Lommel en Aalst. Op 6 september 1949 trad hij in als novice in het kapucijnenklooster van Edingen. Daarna studeerde hij filosofie in Brugge en theologie in Izegem. Op 5 augustus 1956 werd hij tot priester gewijd. Drie jaar later, in 1959, werd hij officieel aangesteld als nationaal aalmoezenier van de kermis- en circuswereld, woonwagenbewoners en Sinti. Daarmee zette hij een traditie voort die de kapucijnen al sinds 1868 onderhouden: de pastorale zorg voor "mensen van de weg".
Oorspronkelijk droomde hij ervan missionaris in Afrika te worden, maar wegens zijn tengere gestalte werd hij daarvoor niet geschikt bevonden. Zijn overste gaf hem een andere opdracht: leven en werken onder de reizende gemeenschappen. Die zending zou zijn hele leven bepalen.
Waar de kermis neerstreek, was pater Kristiaan nooit ver weg. In Gent was hij een vertrouwd gezicht tijdens de Halfvastenfoor op het Sint-Pietersplein. Elke woensdag van de foor vormselcatechese voor de kinderen van de foorkramers. Met dan de vrijdag voor Palmzondag de plechtige communie. Als een van de weinige priesters mocht hij zelf het vormsel toedienen. Hij doopte kinderen, zegende huwelijken in en begeleidde uitvaarten van foorkramers en circusmensen. Generaties lang bleef hij hun vaste vertrouwenspersoon.
Ook op hoge leeftijd bleef hij onvermoeibaar onderweg. Op zijn vijfentachtigste reisde hij nog altijd van kermis naar kermis. Vroeger deed hij dat met de motor, vaak blootsvoets, toen, zoals hij zelf lachend vertelde, 'ik nog jong en macho was'. Later nam hij gewoon de auto. Zelf vertelde hij ooit met enige trots dat hij in zijn leven veertien auto's, een caravan en een busje had versleten. "Mij hebben ze nooit in een zetel gekregen." Vaak droeg hij de eucharistie op tussen de botsauto's. Hij kende vrijwel alle foorkramers persoonlijk. Hij had hen gedoopt, hun huwelijk ingezegend en zag hun kinderen en kleinkinderen opgroeien. Over de mensen van de kermis sprak hij nooit een onvertogen woord.
In een uitgebreid interview met Otheo in augustus 2021 blikte hij terug op zijn levenswerk. Daarin vertelde hij hoe hij niet boven de mensen wilde staan, maar naast hen wilde optrekken. "Ik vond niet dat ik andere mensen de les moest spellen. Vertellen, dat wilde ik wel. En met mensen meetrekken. Zo doe ik het nu al meer dan zestig jaar." Die houding typeerde zijn hele priesterleven. Hij noemde zichzelf liever een tochtgenoot dan een herder.
De inzet van pater Kristiaan bleef niet onopgemerkt. Zo werd hij ereburger van de stad Herentals. Hij ontmoette zowel paus Johannes-Paulus II als paus Franciscus bij hun bezoek aan België. In 2022 was hij te gast in het VRT-programma Taxi Joris, waarin hij tijdens een autorit openhartig vertelde over zijn leven, zijn geloof en zijn onverminderde liefde voor de reizende gemeenschappen. Over televisie gesproken, af en toe verscheen hij in de vtm-reeks De Pfaffs. Jean-Marie Pfaff was immers afkomstig uit een woonwagenfamilie.
Doorheen de jaren zag hij de kermiswereld sterk veranderen. Daarover zei hij: “Toen ik vijftig jaar geleden kermispater werd, zagen mensen foorkramers als gevaarlijk. Dat kwam omdat ze geen vast adres hadden. Mensen keken naar hen zoals ze vandaag naar migranten kijken.”
Met evenveel overtuiging zette hij zich in om hun eigenwaarde te versterken. Zoals hij zelf zei: 'Ik heb de foorkramers trots proberen bij te brengen. Ze hebben het mooiste beroep ter wereld: de mensen amuseren en blij maken.'
In een interview met De Gentenaar liet hij optekenen: “Ik blijf doorgaan, tot het niet meer kan. En daarna? De scouts, bij wie ik ook aalmoezenier ben, komen al zingen op mijn begrafenis. De foormannen regelen de rest wel.”
Vanavond drie grote aanraders
21u15 Nimbus Cart
Gentse punk van de bovenste plank.
22u Trefpunt - Kefaya & Elaha Soroor
en om 23u30 op het Luisterplein, folk-klassiekers Kadril
Vanavond blijf ik aan het Trefpuntpodium geplakt voor de Palestina-avond van Oxfam.
22 juli is dit jaar One day for another world van Oxfam België.
De avond begint met het nummer ‘Voices, Rise Up’, een samenwerking tussen de Palestijnse muzikant Alaa Shublaq en Willem Ardui van Blackwave., ingezongen en -gesproken door tal van Palestijnse en Belgische artiesten.
18.30 u – Ayloul, AndL & Summaq (Pal/Jo/Syr)
20.00 u – Tära (Pal/It)
21.20 u – Sol Band (Pal)
22.40 u – Murad (Pal/Fr)
00.00 u – TootArd (Syr)
21 juli - 19u30 - Trefpunt - uitreiking van de Prijs voor de Democratie en de Prijs Jaap Kruithof.
20u15 Trefpunt Kaai Man
Vandaag slechts 1 optreden dat ik echt wil zien - om 22u op Trefpunt Alpacas Collective.
In de Sint-Jacobskerk gaan regelmatig activiteiten door in het kader van "House of Compassion". Vandaag kun je naar een interessant panelgesprek "Welke sociale problematieken zijn het meest prangend in de stad Gent?"
Geheel en al gratis, 14u, Sint-Jacobskerk, Gent.
Vandaag 21u Buck op Trefpunt, een tribuut aan de enige echte Walter De Buck.
Daarna is het tijd voor jazz met Nubiyan Twist.
Vorige week overleed Albert Derolez, expert middeleeuwse handschriften. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met het Liber Floridus.
Albert Derolez werd geboren in 1934. Na zijn middelbare studies koos hij voor
geschiedenis aan de Universiteit Gent, waar hij met grote onderscheiding
afstudeerde. Tijdens zijn opleiding groeide zijn belangstelling voor de
middeleeuwen en voor oude handschriften. Als jonge onderzoeker begon hij
middeleeuwse boekenlijsten uit België op te sporen en uit te geven. Dat
omvangrijke project mondde uit in het Corpus Catalogorum Belgii, een
standaardwerk waaraan hij tientallen jaren bleef werken.
In 1962 later trad hij in dienst van de Universiteitsbibliotheek Gent als
bibliothecaris van de afdeling Handschriften en Kostbare Werken. Daar zou hij
uitgroeien tot dé bezieler van de wetenschappelijke ontsluiting van de rijke
handschriftencollectie. In 1971 verscheen een eerste beknopte catalogus van de
middeleeuwse handschriften, gevolgd door de volledige inventaris in 1977.
Daarmee legde hij de basis voor het moderne onderzoek naar de Gentse collectie.
Zijn internationale doorbraak kwam er dankzij het Liber Floridus, de
encyclopedie die kanunnik Lambertus van Sint-Omaars in 1121 samenstelde. Ter
gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Gentse universiteit verzorgde
Derolez in 1968 een facsimile-uitgave van het handschrift. Zijn diepgaand
onderzoek leidde in 1970 tot een doctoraat, bekroond met de grootste
onderscheiding. In de daaropvolgende decennia bleef hij het handschrift
bestuderen. Zijn onderzoek bereikte een hoogtepunt met The Making and Meaning
of the Liber Floridus (2014), internationaal beschouwd als het standaardwerk over
dit meesterwerk. Nog in maart 2025 stelde hij in de Boekentoren zijn
publieksboek Liber Floridus. De oudste geïllustreerde encyclopedie voor.
Zijn belangstelling beperkte zich echter niet tot één handschrift. Hij
onderzocht ook talrijke andere middeleeuwse codices, waaronder werken van
Hildegard van Bingen, en verwierf internationale faam door zijn studies over
het ontstaan van boeken, boekbanden en middeleeuwse schriften. Een twaalf jaar
durend onderzoek in Italiaanse en andere Europese bibliotheken resulteerde in
een baanbrekend werk over humanistische handschriften. Zijn handboek The
Palaeography of Gothic Manuscript Books (2003) groeide wereldwijd uit tot een
standaardreferentie.
Ook na zijn pensionering bleef hij onvermoeibaar actief. Tussen 2015 en 2017
nam hij de volledige Gentse handschriftencollectie opnieuw onder handen. Het
resultaat was de wetenschappelijke catalogus Medieval Manuscripts. Ghent
University Library (2017), waarvan de beschrijvingen vandaag nog steeds de
basis vormen van de online catalogus van de Universiteitsbibliotheek.
Albert Derolez overleed op 11 juli 2026, op 91-jarige leeftijd.
In 1974 schreef hij voor Ghendtsche Tydinghen een interessant en artikel, "Het dagboek van een Gents rentenier en zijn belang voor het muziekleven in Vlaanderen rond 1800.”
HET DAGBOEK VAN EEN GENTS RENTENIER EN ZIJN BELANG VOOR HET MUZIEKLEVEN IN VLAANDEREN ROND 1800
Indien iemand een beeld zou willen schetsen van de onbenulligheid van het leven van de rijke bourgeoisie in de Zuidelijke Nederlanden op het einde van de 18e en in het begin van de 19e eeuw, dan zou hij dat niet beter kunnen doen dan aan de hand van enkele citaten uit het dagboek van Gilles-Lucas-Guillaume Schamp de Romrée.
Schamp was lid van een zeer vermogende Gentse familie. Hij werd geboren te Gent in 1764 en stierf er in 1846. Zijn vader, die in het stadsbestuur een belangrijke rol speelde, was een vooraanstaand kunstliefhebber, die van de afschaffing van een groot aantal kloosters door Jozef II en van der verkoop van de nationale goederen door de Franse Republiek duchtig gebruik heeft gemaakt om zijn private collectie schilderijen uit te breiden.
De kunstverzameling kwam na zijn overlijden in handen van Jean-Gilles Schamp, gekend onder de naam Schamp d'Aveschoot (1765-1839), de broer van onze dagboekschrijver; deze laatste nam als bijvoegsel bij zijn familienaam de Romrée. In 1840 werd zij openbaar verkocht voor een veel te lage prijs en de kunstwerken gingen voor het allergrootste deel buitenlandse verzamelingen verrijken één van de vele voorbeelden van Vlaamse kunstcollecties die in de 19e eeuw (en in het begin van de 20e) ons land hebben verlaten. Een idee van de waarde van het geheel krijgt men, als men verneemt dat de collectie niet minder dan 58 schilderijen van Rubens en 22 werken van Van Dyck zou hebben omvat.
Zowel Schamp de Romrée als zijn broer bezaten een hotel in de Veldstraat, en daar hebben zij het grootste deel van hun leven doorgebracht. Schamp de Romrée, die vijf verschillende regimes heeft meegemaakt: de Oostenrijkse tijd, de Franse Republiek, het Keizerrijk, het Verenigd Koninkrijk en onafhankelijk België, blijkt door de wisselende veranderingen van de politiek nauwelijks beroerd te zijn geworden.
In de kleine halve eeuw die zijn dagboeken omspannen schijnt zijn levenswijze en zijn denken - voor zover er van dit vermogen bij hem kan gesproken worden - onveranderd te zijn gebleven. De politieke gebeurtenissen interesseren hem slechts indien zij met spectaculaire voorvallen gepaard gaan. Zoals Stroobant het destijds reeds schreef: "Les événements politiques, l'entrée des troupes, les cortèges et généralement tous les incidents à manifestations extérieures sont décrits avec un luxe de détails qui égale la complète absence d'esprit critique. C'est le journal d'un bourgeois fortuné, ayant trop de loisirs, qui assiste en spectateur, mais sans y prendre part, semble-t-il, aux événements qui se déroulent sous ses yeux".
Voor het overige zullen zijn dagen nog gevuld zijn met het afleggen van bezoeken, theevisites, het aankopen van linten voor zijn hoed, een uitstapje nu en dan, de dagelijkse wandeling door Gent - voor elke dag geeft de brave dagboekschrijver het volledig parcours aan - vaak beëindigd met een kijkje op de "Cotre". Het was niet alleen het galante publiek (dat hij overigens geregeld keurt) dat hem naar de Kouter lokte, maar vooral één van de twee enige passies die dit stille, bijna zielloze leven hebben bewogen: de muziek en de meteorologie.
Vandaag wordt een slenterdag. Op het programma 1 uitschieter.
Middernacht Trefpunt Lalalar
Gentse Feesten dag 1
Een aantal toppers van op het programma.
Om 20u in Baudelo: Jaune Toujours.
22u Trefpunt, Trixie Whitley
In OverDruk, het publiekstijdschrift van Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, staat deze editie een lezenswaardig artikel over heemkundige tijdschriften.
Ik neem het hier gewoon ongegeneerd over.
De onzichtbare motor van historisch onderzoek
Worden lokale jaarboeken en tijdschriften na publicatie nog geraadpleegd? Worden ze geciteerd, ingezet in het onderwijs, gebruikt als fundament voor nieuwe boeken? Voor veel heemkundige verenigingen blijft het traject van hun publicaties na verschijning grotendeels onzichtbaar. Toch vinden die uitgaven via bibliotheekcollecties zoals die van de Erfgoedbibliotheek hun weg naar onderzoekers, studenten en auteurs. In dit gesprek brengen we drie stemmen samen: een onderzoeker-auteur, een docent aan de universiteit en een redacteur van een heemkundig tijdschrift. Zij tonen hoe de periodieken en jaarboeken daadwerkelijk worden geraadpleegd in de leeszaal, ingezet in het hoger onderwijs.
In de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, tussen de geur van oude boeken aan de ene kant en die van verse koffie aan de andere kant, ontmoeten drie experten elkaar voor het eerst. Een korte kennismaking zet het gesprek in gang:
Reinoud Vermoesen: "Aan de Universiteit Antwerpen doceer ik statistiek, heuristiek en Historische Oefeningen. In het eerste en tweede jaar laat ik studenten bronnenonderzoek doen en op basis daarvan een publiceerbaar artikel schrijven. Mijn eigen onderzoek situeert zich in de rurale en koloniale vroegmoderne geschiedenis. Tot voor kort was ik redactiesecretaris van Het Land van Aalst. Ik geloof sterk in de wisselwerking tussen lokale geschiedenis en academisch onderzoek."
Filip Santy: "Ik ben bestuurslid van De Leiegouw. Ik werkte bij het cultureel archief KADOC en ben altijd bezig geweest met archieven, bibliotheken en erfgoed. Als vrijwilliger werk ik ook voor Stichting de Bethune. Vanuit die ervaring zie ik hoe belangrijk lokale publicaties zijn, maar ook hoe kwetsbaar hun verspreiding soms is."
Johan Vanhecke: "Mijn carrière speelde zich af in het Letterenhuis, waar ik begon als gewetensbezwaarde en mijn hele loopbaan ben gebleven. We startten al in 1985 met digitale ontsluiting van de collectie. Ik maakte tentoonstellingen, ontsloot archieven en schreef biografieën. Momenteel werk ik aan een boek met fiets-en wandelroutes rond Hendrik Conscience. Voor details doe ik regelmatig een beroep op heemkundige kringen en hun tijdschriften."
Wat vind je in heemkundige tijdschriften dat je elders niet vindt?
Johan: "Ik zit vaak met zeer specifieke vragen. Waar speelde een roman van Conscience zich precies af? Wie woonde waar? Welke familiegeschiedenissen. spelen mee? Via heemkundige tijdschriften kom ik in contact met mensen die een ongelooflijk gedetailleerde kennis hebben van hun streek. Zo wist ik dat Conscience twee maanden in een hoeve in Dessel verbleef. De plaatselijke heemkundige kring bleek nog het huurcontract te bezitten. Via hen ontdekte ik ook dat de huidige burgemeester een rechtstreekse afstammeling is van de soldaat die model stond voor kolonel Karel van Milgem in zijn roman Rikke-tikke-tak. Dat soort informatie vind je niet in standaard naslagwerken. Het is vaak detectivewerk. Zonder lokale publicaties en de mensen erachter zou ik zulke puzzelstukken niet kunnen leggen."
Hoe belangrijk is die lokale context in de onderwijscontext?
Reinoud: "Zeer belangrijk. ledereen spreekt vandaag over generatieve Al, maar lokale context is iets wat zulke systemen voorlopig niet Ze werken op grote datasets, maar missen de fijnmazige kennis die in heemkundige publicaties zit. Wij verplichten studenten te werken met een casestudy op basis lokale bronnen. Ze leren zo kritisch omgaan. met materiaal dat niet altijd perfect geordend is, maar wel rijk is aan detail. Dat is een fundamentele onderzoeksvaardigheid. Bijvoorbeeld: een groep studenten werkte rond dysenterie-epidemieën in 1794. Op basis van parochieregisters brachten ze demografische evoluties in kaart en koppelden die aan informatie uit andere bronnen voor de sociale profilering van de slachtoffers. Vervolgens gingen ze op zoek naar aanvullende informatie in lokale tijdschriften en jaarboeken. Het resultaat onderbouwde casestudy die niet alleen academisch relevant is, maar ook interessant kan zijn voor een lokaal tijdschrift. Zo ontstaat een wisselwerking."
Zijn heemkundige tijdschriften voldoende toegankelijk?
Filip: "Er zijn stappen gezet, onder meer via de artikelendatabank van Histories, maar er is nog achterstand. Wij merken bijvoorbeeld dat openbare bibliotheken abonnementen stopzetten. vaak om budgettaire redenen. Bibliotheken werken
meer samen: als de ene instelling een tijdschrift heeft, koopt de andere het niet meer aan. Dat verkleint de zichtbaarheid."
Johan: "Bij mijn biografie over Conscience had ik een uitgebreide literatuurlijst. Sommige tijdschriften vond ik eenvoudigweg niet terug. Soms zouden ze ergens aanwezig moeten zijn, maar dan blijken ze onvindbaar. Databanken zijn versnipperd en bevatten fouten. Je kan er niet altijd van uitgaan dat wat geregistreerd is, ook effectief raadpleegbaar is."
Is digitale ontsluiting een oplossing? Reinoud: "Bij Het Land van Aalst hebben we zeven jaar geleden beslist om volledig digitaal en open access te publiceren. Dat verlaagt de kosten en vergroot de verspreiding. We zien stijgend aantal raadplegingen. Heel wat lokale organisaties zitten op een schat aan informatie, maar maken die ontoegankelijk door ze enkel tegen betaling aan te bieden. Open vergroot de impact."
Filip: "Auteursrecht is daarbij een aandachtspunt. Dat maakt complex. Wij werken met Issuu om onze publicaties beschikbaar te maken, wat ook financiële implicaties heeft. Dat geld gaat naar een Amerikaans bedrijf. In het huidige geopolitieke klimaat kan je daar ook vragen bij stellen."
Johan: "Ik hou van boeken. Mijn huis staat er vol mee. Maar voor mijn onderzoek maakt de vorm op
zich minder uit. Digitale ontsluiting is handig. kent beperkingen. Zoekopdrachten leveren soms ruis op, zeker als je weet dat bijvoorbeeld Conscience als woord ook betekenis heeft in de Engelse en Franse taal. Bovendien is digitale beschikbaarheid geen garantie voor duurzaamheid. Websites verdwijnen, links breken. Duurzame bewaring in een erfgoedinstelling, in fysieke en/of digitale vorm, blijft belangrijk."
Digitale ontsluiting en fysieke bewaring combineren. Is dat de boodschap voor heemkundige verenigingen? Johan: "Mijn boodschap is: denk na over de toekomst. Wat gebeurt er als er geen opvolging is? Blijft de website bestaan? Zonder heemkundige kringen had ik mijn boek over Conscience niet kunnen. schrijven. Hun werk is geen randverschijnsel, het is fundamenteel,"
Reinoud: "Digitalisering is noodzakelijk, maar even belangrijk is structurele bewaring. Maak je werk beschikbaar voor de buitenwereld. Zorg dat het raadpleegbaar blijft in erkende instellingen. Anders riskeer je dat waardevolle kennis verloren gaat." Filip: "Er is nood aan een strategische aanpak. Hoe verzekeren we duurzame opslag van zoveel mogelijk. lokale tijdschriften? Misschien kunnen bibliotheken en Histories daar een ondersteunende rol spelen. Maar het initiatief moet ook onderuit komen."
Conclusie
Het gesprek maakt één zaak ondubbelzinnig duidelijk: heemkundige tijdschriften en jaarboeken worden regelmatig gebruikt. Ze worden geraadpleegd in de leeszaal, ingezet in universitaire opdrachten, verwerkt in academische publicaties. en vormen de basis nieuwe boeken. Zonder deze lokale publicaties zouden tal van onderzoeken niet mogelijk zijn. Tegelijk is die zichtbaarheid kwetsbaar. Vindbaarheid vraagt structuur. Digitale ontsluiting vergroot het bereik, maar leidt niet tot duurzame bewaring.
Door periodieke publicaties consequent in fysieke en/of digitale vorm beschikbaar te stellen aan de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en via initiatieven zoals de artikelendatabank van Histories zichtbaar en toegankelijk te maken, verzekeren heemkundige verenigingen dat hun werk deel blijft uitmaken van het bredere kennisnetwerk. Wat lokaal wordt geschreven, krijgt zo niet alleen een plaats in de eigen gemeenschap, maar ook in het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek.
bron: OverDruk
Benoit Lannoo schreef voor Otheo, voorheen Kerk & Leven, aka het parochieblad, een tamelijk vreemd stuk over 14 juli. “Frankrijk viert op 14 juli, de Kerk herinnert zich een pijnlijke geschiedenis”.
Op zich geen misse titel. De geschiedenis van het ‘Ancien Regime’ en de rol die de Kerk speelde is inderdaad ronduit pijnlijk. Maar dat is blijkbaar niet wat hij bedoelde.
De antikatholieke hetze begon direct na het uitbreken van de revolutie.
Hun geprivilegieerde positie maakte van Kerk en clerus doelwitten bij uitstek van de republikeinen. Het rooms-katholicisme was staatsgodsdienst en in 1789 waren alle bisschoppen afkomstig uit de adel. De prelaten vormden de eerste van de drie standen van de samenleving en de kerk was ’s lands grootste landbezitter, die via de tienden almaar rijker werd. Vele revolutionairen, zoals de Hébertisten van Jacques René Hébert, wilden dit alles dus eens en voorgoed zien verdwijnen. Anderen, zoals Maximilien de Robespierre en Georges Danton, waren voorzichtiger, omdat ze vreesden voor extra vijandschap voor de republiek in zowel binnen- als buitenland.
Het lijkt een pagina uit de gewijde geschiedenis uit de jaren stillekes. Daarin kregen we een harmonieuze Franse samenleving voorgespiegeld, hardhandig om zeep geholpen door rabiaat antiklerikale revolutionairen. Met bijbehorende bloedstollende taferelen over martelaren en geplunderde kerken en kloosters. Lannoo gaat gelukkig niet zo ver, maar er wordt een negatief beeld opgeroepen.
Hij schrijft “Vele revolutionairen wilden dit alles dus eens en voorgoed zien verdwijnen”. Ik veronderstel dat elk weldenkend mens af wil/wou van die zaken. De standenmaatschappij was een expliciet en bewust discriminatoir maatschappelijk bestel, waarin mensen ongelijk werden behandeld, het systeem van tienden een onrechtvaardig belastingsstelsel dat veel geld onttrok aan de gewone mensen om in het kerkelijk apparaat maar vooral in de levensstijl van kerkvorsten te pompen.
De Katholieke Kerk was een steunpilaar van het Franse absolutisme. Een quasi almachtige vorst omringd door een stand van grootgrondbezitters aan de top van een maatschappelijke hiërarchie gebaseerd op genadeloze uitbuiting van de boeren en omzeggens rechteloze landarbeiders, in combinatie met een koloniaal netwerk van bezette gebieden en de ronduit wreedaardige uitbuiting van de lokale bevolking én verhandelde tot slaafgemaakten. De Kerk maakte deel uit van de machtsstructuur, kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders oefenden machtsposities uit over de bevolking, leidden legers, spraken recht, bevalen martelingen en executies. Frankrijk had rabiaat onverdraagzame wetten en was een ronduit gevaarlijk land voor religieuze maar ook politieke, etnisch-culturele, seksuele en genderminderheden.
Je kan geen beeld schetsen van de Franse revolutie, inclusief haar duistere kanten, zonder ook de ronduit sinistere rol van de Kerk voor de revolutie te belichten.
Ja, er waren duistere kanten aan de revolutie en ja, er waren geestelijken die ijverden voor een democratisch Frankrijk. Maar de Kerk zelf stond expliciet aan de kant van de koningen en de adel. De Kerk zelf stond expliciet op de barricade tegen de mensenrechten, tegen sociale rechten, tegen de godsdienstvrijheid, tegen de scheiding tussen Kerk en staat.
We kunnen niet ten volle werken aan de Kerk van de toekomst als we ons wegsteken voor mistoestanden en zelfs misdaden uit het verleden. De Kerk stond zéér regelmatig aan de verkeerde kant van de geschiedenis. We mogen daar niet blind voor zijn. Enkel spreken over antiklerikalisme zonder te spreken over de gigantische balk in ons eigen oog gaat ons niet dichter bij de Kerk van de toekomst brengen.
Lees het volledige stuk op Otheo
In het Vlaams onderwijs gaat het niet goed. Het onderwijs in de Franse Gemeenschap staat zo mogelijk onder nog meer druk. De afgelopen maanden waren er indrukwekkende stakingen en acties van scholieren en leerkrachten.
DeWereldMorgen brengt een interview met leerkracht Sara Vanobbergen, die ik nog goed ken van toen ze in Gent studeerde.

Op de meeste scholen zijn leerkrachten die dag druk bezig met klassenraden en evaluaties. Toch zijn er honderden betogers komen opdagen. Een week later, 4 juli, zou de zomervakantie beginnen. “Ik heb die rust dringend nodig”, geeft ze aan. Maar ze vertelt ondertussen ook hoe ze al bezig zijn met het organiseren van acties voor de eerste schooldagen. “In deze omstandigheden kunnen we niet opstarten in september.”
Kan je ons eens vertellen waarom jullie hier vandaag staan? Aan Nederlandstalige kant weten we immers amper iets van jullie beweging. We horen er enkel over in onze media als er relletjes zijn in Brussel.
We voeren al een hele tijd actie. Al meerdere jaren. Ook onder de vorige regering. En het gaat al die tijd over de toestand van het onderwijs. Kort samengevat willen we kleinere klassen en meer middelen om onze leerlingen beter te begeleiden.
Die beweging voor een herwaardering van het onderwijs is al enkele jaren bezig. Maar nu is er een nieuwe regering waarin de MR (Franstalige liberale partij) en Les Engagés (Franstalige christendemocraten) een nieuw besparingsplan in het onderwijs hebben doorgevoerd. Met hun plannen willen ze 500 miljoen euro besparen tegen 2029. Voor wapens, raketten en F-35’s is er altijd geld, maar voor onderwijs niet.
Bij ons op school hebben we al 22 dagen actie gevoerd tegen die besparingsmaatregelen. Een van de belangrijkste maatregelen is de verhoging van het inschrijvingsgeld voor studenten in hogescholen en universiteiten. Voor een hogeschool stijgt dat van 350 euro naar 1.200 euro. Voor universiteiten was het al 850 euro, maar ook daar zal het nog stijgen.
Ze willen ook de werkingsbudgetten van scholen verlagen. We weten allemaal dat daardoor onder andere eten op school duurder zal worden. Ook zullen als gevolg bijvoorbeeld kopieerkosten voor leerlingen stijgen.
De regering zal ook minder investeren in de renovatie van schoolgebouwen, en die zijn nu al in zeer slechte staat. De gebouwen voldoen al lang niet meer aan de isolatienormen, het zijn energetische rampen. Dat hebben we nog eens aan den lijve ondervonden tijdens de hittegolf. Er zou dus dringend en serieus geïnvesteerd moeten worden in de modernisering van schoolgebouwen, maar men wil er net op besparen.
Een andere belangrijke maatregel is dat de werklast van een groot deel van de leerkrachten in het hoger secundair onderwijs met 10 procent wordt verhoogd. Dit zal leiden tot een verlies van 1.300 banen, én een hogere werkdruk zonder extra loon. In welke sector zie je dat nog?
Die maatregel zal ook heel wat praktische problemen veroorzaken in de lessen. Bijvoorbeeld: een leraar Frans geeft vijf uur les. Met een volledige opdracht heeft hij vier klassen van vijf uur. Zijn werktijd wordt met twee lesuren verhoogd, maar een vak Frans bestaat niet uit blokken van twee uur. Misschien kan de minister 5 delen door 2, maar wij krijgen dat niet geregeld. Dan krijg je dus klassen die twee uur les krijgen van één leerkracht, twee uur van een tweede, en het vijfde uur misschien van een derde leerkracht. Dat slaat gewoon nergens op. Op die manier kan je leerlingen niet goed begeleiden of hun moeilijkheden opvolgen. Dat is dus ook pedagogisch een groot probleem.
Nog een maatregel: academies (dans, tekenen, kunst, woord, muziek) zullen betalend worden voor leerlingen onder de twaalf jaar. Tot nu toe waren die volledig gratis. Het was een van de weinige buitenschoolse activiteiten die gratis toegankelijk waren. Nu wordt dat bijna 100 euro per kind. Dat zal veel gezinnen, vooral minder bemiddelde, treffen. En het zal ook banen kosten in de academies.
Ze gaan ook besparen op gratis maaltijden. Ongeveer 50.000 kinderen krijgen nu gratis lunch via projecten in scholen met kwetsbare jongeren. Dat zal dus verdwijnen. Er blijft nog 45 cent per kind over, daar koop je nog geen ei mee. Terwijl een kind dat ’s middags niet kan eten, kan niet goed leren.
En dus ja, we zijn erg boos over deze maatregelen. Die woede leeft al lang in het onderwijs, dat al jaren ondergefinancierd is. Dit voelt als de genadeslag.
Ook de manier waarop het decreet werd goedgekeurd, stelt ons voor problemen. Het parlement van de Fédération Wallonie-Bruxelles heeft het erdoor gedrukt zonder de eigen regels te respecteren (normaal zijn er advies- en overlegprocedures die nu niet werden nageleefd). Dat roept vragen op over de democratie. Wij bereiden de burgers van morgen voor, we leren hen wat democratie is, de scheiding der machten, en intussen worden beslissingen erdoor gedrukt zonder overleg.
Jullie voeren vandaag actie, maar de maatregelen zijn al goedgekeurd. Normaal gezien dooft zo’n beweging uit zodra het parlement heeft gestemd. Waarom gaan jullie toch door?
De hervormingen zijn pas in juni goedgekeurd, waardoor scholen geen tijd hebben gehad om zich voor te bereiden. September dreigt dan ook bijzonder chaotisch te worden. Bovendien is de onvrede zo groot dat die niet vanzelf zal verdwijnen.
In die omstandigheden kunnen we niet zomaar opstarten. Voor de start van het schooljaar zijn inmiddels al stakingsaanzeggingen ingediend. In het secundair onderwijs beginnen die op 24 augustus, en rond 14 september volgen andere onderwijsinstellingen.
Sommige politici zeggen dat jullie de leerlingen gijzelen. Hoe reageren jullie daarop?
Wij geven oprecht om het welzijn van onze leerlingen. In werkelijkheid is het de minister die het onderwijs gijzelt, door niet naar het veld te luisteren.
Leerlingen hebben nood aan ondersteuning, maar de omstandigheden volgend jaar dreigen zo slecht te worden dat actie nu noodzakelijk is. Als we nu niets doen, zullen de gevolgen voor hen des te groter zijn. Het is dan ook onze verantwoordelijkheid om in actie te komen.
Bovendien trekken leerlingen zelf de straat op om hun stem te laten horen. Vanaf 16 jaar mogen ze bij bepaalde verkiezingen stemmen, dus hun bezorgdheden verdienen ook gehoor. Veel jongeren maken zich zorgen over de toegankelijkheid van het hoger onderwijs, zeker door de stijgende kosten. Die onvrede leeft sterk, en ook vandaag zullen ze mee betogen in Charleroi.
De Katholieke Kerk heeft eindelijk Pius X aan de deur gezet. Beter gezegd, Pius X heeft zichzelf aan de deur gezet.
Het Priesterbroederschap Sint Pius X - SSPX, Fraternité Sacerdotale Saint-Pie X, is een traditionalistische, integristische sekte. Tot voor kort behoorde zij nog tot de Katholieke Kerk. Vandaag bevind ze zich er buiten.
Om het ontstaan van SSPX te begrijpen, moeten we terug naar het Tweede Vaticaans Concilie. Voor de extreem-rechtse zijde van de Katholieke Kerk bleken de hervorming onaanvaardbaar. Een deel verenigde zich uiteindelijk rond Mgr. Lefebvre.
De Franse aartsbisschop Marcel Lefebvre (1905–1991) was algemeen overste van de Congregatie van de Paters van de Heilige Geest en voormalig aartsbisschop van Dakar. Tijdens het concilie ontpopte hij zich tot de leider van de conservatieve vleugel. Na het concilie trad hij terug uit zijn functies.
Op 1 november 1970 richt hij het Priesterbroederschap Sint Pius X op. In het Zwitserse Ecône stichtte Lefebvre het internationale priesterseminarie van het broederschap, waar seminaristen werden opgeleid volgens de pre-conciliaire tradities en de Tridentijnse liturgie.
Ecône wordt al snel een verzamelpunt voor integristen uit heel Europa en daarbuiten. De openlijke kritiek van Lefebvre op de paus en het concilie leidden al snel tot spanningen met het Vaticaan.
In 1975 wordt de erkenning van de SSPX ingetrokken. Rome eist de sluiting van het seminarie in Ecône. Lefebvre weigert. Omdat Lefebvre doorgaat met het wijden van priesters zonder toestemming, legt Paus Paulus VI hem een suspensie op (een verbod om de sacramenten toe te dienen). Lefebvre negeert dit.
Het kookpunt wordt bereikt in 1988. De inmiddels hoogbejaarde Lefebvre besluit op 30 juni 1988 vier nieuwe “bisschoppen” te wijden. Dit zonder toestemming van Paus Johannes Paulus II.
Het Vaticaan reageert direct: Omdat het wijden van bisschoppen zonder pauselijk mandaat een directe daad van ongehoorzaamheid is, verklaart Rome dat Lefebvre en de vier nieuwe bisschoppen automatisch zijn geëxcommuniceerd. Lefebvre zelf overlijdt in 1991, nog altijd geëxcommuniceerd.
De opvolger van Johannes Paulus II, Paus Benedictus XVI gaat vergaande stappen zetten om de banden met SSPX te herstellen. Net als zijn voorganger is hij eerder traditionalistisch ingesteld en hij herstelt in het motu proprio “Summorum Pontificum” de Latijnse mis. In 2009 gaat hij nog verder en heft formeel de excommunicaties op van de vier in 1988 gewijde bisschoppen. Dit leidde trouwens tot nogal wat ophef toen bleek dat een van hen, Richard Williamson, een holocaustontkenner was.
Franciscus legde de Latijnse Mis weer terug wat aan banden maar bleef inzetten op verzoening met SSPX. Zo kregen priesters van SSPX de formele toestemming om biecht te horen. Ook Leo XIV bewandelde weg van de dialoog.
De reactie van de integristen op verzoening en dialoog is niet mis te verstaan.
In een verklaring voorgelezen door secretaris-generaal Foucauld le Roux net voor hun nieuwe “bisschopswijding” stelde SSPX o .a.
Étant donné que depuis le concile Vatican II jusqu’à aujourd’hui, les autorités de l’Église sont animées d’un esprit contraire à celui de la Foi, et agissent contre la sainte Tradition – « ils ne supportent plus la saine doctrine, détournant l’ouïe de la vérité, pour se tourner vers des fables », comme le dit saint Paul à Timothée dans sa seconde épître (IV, 3-5) –, nous estimons devant Dieu qu’il est un devoir sacré envers la sainte Église et envers les âmes de procéder à la consécration d’évêques pleinement fidèles à la sainte Tradition et au Magistère constant de l’Église.
De reactie van de Kerk liet niet op zich wachten. Het Dicasterie voor de Geloofsleer zette onmiddellijk de puntjes op de i.
De deelnemende bisschoppen zijn geëxcommuniceerd.
Priesters van het Priesterbroederschap worden opgeroepen het te verlaten en zich te verzoenen met de Kerk. Zij dienen expliciet het Tweede Vaticaans Concilie en de legitimiteit van de Novus Ordo Missae te aanvaarden en zich te wenden tot een bisschop of een kerkelijke gezagsdrager die hen “ad experimentum” wil onder zijn vleugels nemen. De priester moet vervolgens met de hand een brief schrijven aan de Heilige Vader, waarin hij zich voorstelt en vraagt om kwijtschelding van de censuren die hij heeft opgelopen vanwege de wijding die hij ontving van een geëxcommuniceerde of onregelmatige bisschop, of omdat hij, hoewel hij geldig en rechtmatig gewijd was, vervolgens lid werd van de Priesterbroederschap Sint-Pius X. De priester moet ondertekend en gedateerd, “de Professio fidei en de Formula adhaesionis“ opsturen, een belijdenis van geloof en een belofte van trouw aan de Kerk. Hij moet expliciet de leerstelling nummer 25 van de conciliaire dogmatische constitutie “Lumen gentium” over de trouw aan het leergezag van de Kerk aanvaarden. Hij moet tevens verklaren dat hij de viering van de mis volgens de door de pausen Paulus VI en Johannes Paulus II afgekondigde riten als geldig beschouwt, en dat hij zich houdt aan de normen van het door paus Johannes Paulus II afgekondigde Wetboek van Canoniek Recht.
Leken die lid zijn van het Priesterbroederschap Sint-Pius X dienen zich te wenden tot hun plaatselijke bisschop, zij moeten formeel en schriftelijk verklaren besloten te hebben het Priesterbroederschap Sint Pius X te verlaten. Ook dienen zij hun Professio fidei en de Formula adhaesionis, gedateerd en ondertekend, te overhandigen. „Zodra de documenten zijn ontvangen, zal de plaatselijke Ordinarius ervoor zorgen dat de leek wordt verwelkomd op het tijdstip en op de wijze die hij het meest geschikt acht.”
Leken die Priesterbroederschap Sint Pius X uitsluitend om liturgische of spirituele redenen hebben bezocht worden niet verantwoordelijk geacht. Leken die, hoewel zij zich bewust zijn van de spanningen met de Heilige Stoel, het leergezag of het gezag van de paus niet verwerpen kunnen zich gewoon wenden tot een katholieke priester (in volle gemeenschap) met het voornemen om in de toekomst niet meer deel te nemen aan de Priesterbroederschap Sint-Pius X.
Mensen die nieuwsgierig zijn geworden, in Gent kun je deze beweging bezoeken aan de Kortrijkse Steenweg, https://fsspx.be/nl/sint-amanduskapel-gent-41504. Ik zou het niet aanraden.
De Amerikaanse revolutie ging over inspraak, over zelfbestuur. Democracy Now geeft het woord aan Robin D. G. Kelly over het democratische gehalte van die revolutie en over het verzet, het activisme en de strijd van Afro-Amerikanen.
Lees zijn zeer interessante stuk in Hammer & Hope, Do You Understand Your Own Language?
Op deze Fourth of July een zeer interessante podcast over het ontstaan van de Verenigde Staten en de First Nations.
Ter inleiding een reportage van Democracy Now:
Veel luisterplezier
Vorige week verscheen een artikel in De Gentenaar met een stand van zaken over de restauratie en reconversie van de Sint-Annakerk.
“We zoeken het evenwicht tussen restaureren en fixeren”
Geen kerkstoelen, maar metershoge stellingen. Geen heilige stilte, maar het gehamer van werklui. Zo gaat het er momenteel aan toe in de Sint-Annakerk. De monumentale kerk wordt verbouwd tot een restaurant, wijnbar en Delhaize-winkel. De nieuwsgierigheid van de Gentenaars is groot. “Zet de deur even open en er kijkt iemand binnen.”
Tientallen meters boven de kerkvloer, in de nok van het dak van de Sint-Annakerk, wordt geconcentreerd gewerkt. Een van de restaurateurs herstelt een stuk blauwe hemel met gouden sterren. De juiste verfkleur werd precies nagemaakt.
“De beschilderingen van beneden tot boven maken de kerk uniek, maar vormen ook een uitdaging”, zegt projectleider Janus Van Aert. “We kiezen voor een evenwicht tussen restaureren en fixeren wat er is. We leggen er geen lagen verf bij, dat brengt schade toe. We proberen het origineel zo goed mogelijk te herstellen, zonder dat het nieuw lijkt.”
Delhaize heeft het gebouw in erfpacht voor de komende 99 jaar en gaat er een wijnbar, restaurant en winkel in inrichten. Maar eerst zijn stevige oplapwerken nodig, waarvoor de supermarktketen in april 2025 het startschot gaf. Het gaat om een miljoenenwerf. Vlaanderen subsidieert het project voor 3 miljoen euro, het totale prijskaartje is niet bekend.
De kerk wordt tegelijk aan de binnen- en buitenkant grondig onder handen genomen. “Iets wat we als Delhaize natuurlijk niet elke dag doen”, zegt woordvoerder Sarah De Meester. “Het blijft een unieke locatie, waarvoor we een project op maat maken. We zoeken de balans tussen restaureren en het gebouw toekomstbestendig maken.”
200 jaar stof
Zo wordt 325 vierkante meter witsteen vernieuwd en 1.500 vierkante meter gevel gereinigd. Alle glas-in-loodramen samen zijn goed voor 190 vierkante meter. En de muren zijn dus bedekt met 9.250 vierkante meter aan interieurschilderingen. “Centimeter per centimeter reinigen we die met sponsjes”, zegt Van Aert. “Je ziet de kerk zo opbloeien. Op de sierelementen bijvoorbeeld ligt voor tweehonderd jaar aan stof.”
De stellingen schuiven telkens op. Waar de restaurateurs al passeerden, zijn witte vochtplekken weggewerkt en blinkt het bladgoud weer. Dat zo houden, vergt nog extra werk. “De combinatie van markthal en wijnbar brengt koelingen en vocht met zich mee, terwijl schilderingen een constante temperatuur en luchtvochtigheid nodig hebben. Maar dat wordt meegenomen in het verluchtingssysteem. Al zou dit makkelijker zijn in de Sint-Baafskathedraal: daar is alles natuursteen zonder verf.”
De glas-in-loodramen worden stuk per stuk hersteld in een atelier. Een exemplaar dat gedurende de jaren te zwaar beschadigd was geraakt, werd volledig historisch verantwoord gekopieerd. De originele luchters worden gerestaureerd met ledverlichting om ze weer te kunnen ophangen. En het orgel blijft bespeelbaar.
Replica's
Aan de buitenkant van de kerk zie je hoe beschadigd de muren zijn. “Door de weersomstandigheden zijn ze gaan afschilferen”, zegt Van Aert. “We proberen wel zo veel mogelijk de originele stenen op te schuren en te hergebruiken. Als dat niet lukt, vervangen we ze door Franse massangis- en semond-kalkstenen, die zo goed mogelijk passen qua kleur.”
Aan de achterkant wordt het metselwerk opnieuw gevoegd. Daar komt een buitenterras bij het restaurant. De linkerkant krijgt een stuk nieuwbouw met een loskade voor leveringen. Aan de rechterkant staan nu nog werfcontainers, maar komt een nieuw parkje. Dat brengt een andere uitdaging met zich mee: “Er is weinig plek voor opslag. Vandaar dat stellingen en materieel dat we momenteel niet gebruiken, tijdelijk in de kerk zelf ligt.”
Momenteel is er binnen nog geen spoor van een supermarkt. “De inrichting volgt pas naar het einde toe, en ook de zoektocht naar zelfstandige uitbaters loopt”, zegt De Meester. “We zitten op schema met de werken, en verwachten eind 2027 klaar te zijn. Dan bestaan zowel de kerk als Delhaize 160 jaar.”
Nieuwsgierige Gentenaars moeten dus nog even geduld oefenen. “Als de deur eens openstaat, komen er binnen de tien minuten al mensen kijken”, zegt Van Aert. “Er is veel interesse voor het gebouw, ook vanuit de buurt.”
De aanwinsten van deze maand.
Kübler-Ross, Elisabeth, lessen voor levenden. gesprekken met stervenden, Baarn, 1969.
van der Putten, Jan, Latijns-Amerika politiek ontwikkelingen en gebeurtenissen in 25 landen, Amsterdam, 1981.
Bregstein, Philo, Terug naar Litouwen. Sporen van een joodse familie, Amsterdam, 1995.
Een hele reeks religieuze boeken:
Painadath, Sebastian, De Geest breekt muren af. Vernieuwing van ons geloof door de interreligieuze dialoog, Gent, 2002.
Lévêque, Jean, Mc Caffrey, James en Moriconi, Bruno, Stem geven aan de Geest, Gent, 2002.
Maenhaut, Ria, Waarom doet Gij niets, Gent, 2008.
Vanderbrugghen, Lieven, Bidden van onderuit. Inwijding in contemplatieve meditatie, Gent, 2004.
Stinissen, Wilfried, Tijd en eeuwigheid omhelsen elkaar, Gent, 1992.
De Meester, Koen, De Parel en het Kind. over de kristelijke ontvankelijkheid, Gent, 1977.
Daze, Rik, 'Elke morgen weer opnieuw'. De Karmel in Vlaanderen nu, Gent, 1982.
Stinissen, Guido, kom even terzijde, Gent, 1998.
Leonard, Mgr André-Mutien, Kom, Schepper Geest. Tien ontmoetingen over de heilige Geest in het leven van de Kerk en de wereld, Gent, 1998.
Moeder Maravillas van Jezus O.C.D. 1891-1974
Vanderbrugghen, Lieven, Rafaël Kalinowski 1938-1907. Pools Karmeliet, Gent, 1983.
Merchat, William, Bidden met Mariam Baouardy, Gent, 2020.
En dan enkele esoterische parels:
ten Dam, Hans, Een ring van licht 1. Praktische en aktuele visie op reïncarnatie. deel 1 en deel 2, Bressotheek, Amsterdam, 1983
Renard, Hélène, Voorbij dit leven. religie en wetenschap over het bestaan na de dood, Bres, Amsterdam, 1987.
Op deze nog steeds hete zondag een interessante podcast-reeks, de Brandnetel van Bombay.
Een vierdelige podcast van Redhorse Rebel Radio over zuster Jeanne Devos.
Veel luisterplezier
Het schooljaar loopt op zijn einde. Tijd om terug in de boeken te duiken.
Historica Lieke Smits schreef op dNBg een interessant stuk over medievalcore en de populariteit van middeleeuwse vrouwen in academia én in de populaire cultuur.
Medievalcore, nonnenkoorts, Jeanne d’Arc: middeleeuwse vrouwen zijn populair. Waarom spreekt de middeleeuwse vrouw ons nu zo aan – zowel binnen als buiten de academische wereld? En is die interesse een vorm van verzet of escapisme? Mediëvist Lieke Smits bespreekt het aan de hand van vier recente boeken.
Middeleeuwse vrouwen spreken al sinds de negentiende eeuw sterk tot de culturele verbeelding. Het meest iconische voorbeeld is waarschijnlijk Jeanne d’Arc, die laat zien dat één figuur groepen met heel verschillende identiteiten en politieke overtuigingen kan aanspreken. Haar strijd tegen buitenlandse indringers wordt omarmd door nationalisten, haar crossdressing door lhbtq+-gemeenschappen. Volgens velen, onder wie Margaret Atwood, is Greta Thunberg de Jeanne d’Arc van het klimaat. Maar niet alleen strijdende vrouwen zijn populair. Hildegard von Bingen, een twaalfde-eeuwse homo universalis die onder meer over theologie, kosmologie en het vrouwelijk orgasme schreef, is ook nog steeds een bron van inspiratie. Soms op onverwachte manieren – zo koos Marlies Dekkers de abdis als muze voor haar Ecclesia-lingerielijn (winter/herfst 2023).
Democracy Now brengt een interessant interview met historicus Clint Smith over juneteenth, de Amerikaanse feestdag voor de afschaffing van de slavernij.
De zesdejaars van IVV in de Molenaarsstraat gingen de laatste lesweek op bezoek bij de Zusters van Liefde JM. Na een lessenreeks over engagement en geloof, waarbij ze kennis maakten met Kanunnik Triest en de spiritualiteit van ‘contemplatie in actie’, gingen de leerlingen een kijkje nemen bij de Zusters van Liefde van Jezus en Maria. De leerlingen Welzijnswetenschappen doken in de geschiedenis. Ze werkten rond de lotgevallen van het klooster (en de school) tijdens de Eerste Wereldoorlog. De leerlingen uit de richtingen Gezondheidszorg en Opvoeding en Begeleiding kregen een rondleiding van zuster Sushila Toppo, overste van het klooster. Zij vertelde met passie over het dagelijks leven in het klooster en het werk van de zusters in dienst van anderen, gedragen door gebed en meditatie. Ze drukte de leerlingen op het hart steeds te werken in de geest van Kanunnik Triest, vanuit de liefde voor elke mens.
In Nederland is cultureel boegbeeld Wim T. Schippers overleden. Vooral bekend als de iconische stem van Ernie uit Sesamstraat. Schippers was een kunstenaar in hart en nieren.
Voor NRC schreef Bertram Mourits een interessant overzicht van zijn culturele veelzijdigheid.
Wim T. Schippers gedijde bij de verwarring die hij schiep
Wim T. Schippers (1942-2026) | kunstenaar „Waarachtig oninteressant”, noemde Wim T. Schippers zijn werk graag. Van Fluxus-kunstenaar tot stem van Ernie bij ‘Sesamstraat’, van tv-maker tot toneelschrijver voor honden: als Wim T. Schippers iets was, was het wel ongrijpbaar.
Toen in 1997 in het Utrechtse Centraal Museum een overzichtstentoonstelling werd gemaakt over het werk van Wim T. Schippers, was de tekst in het bijbehorende boek afgedrukt in groen en rood. Dwars door elkaar heen: de groene tekst was Nederlands, de rode Engels. Bijgeleverd waren twee doorzichtige vellen plastic in rood en groen: wanneer je een van de twee op de bladzijden legde, kwam er goed leesbare tekst tevoorschijn, maar als je de vellen kwijt mocht raken, was het boek vrijwel onleesbaar.
Het lijkt een beetje op wat Jacques Plafond (het radio makende alter ego van Wim T. Schippers) in mei 1990 deed in zijn programma Ronflonflon (1984-1991): in de vrijwel wekelijkse muziekrubriek De kloteplaat van Emile werden twee nummers tegelijk gedraaid: een over de linker- en een over de rechterspeaker. Een buitengewoon onpraktische manier om tijd te besparen. Voordat we hier een patroon bespeuren: het werk van Schippers is te veelzijdig om grote lijnen in aan te wijzen. Van Fluxus-kunstenaar tot stem van Ernie bij Sesamstraat, van tv-maker tot toneelschrijver voor honden: als Wim T. Schippers iets was, was het wel ongrijpbaar. Hij overleed afgelopen woensdag in Amsterdam op 83-jarige leeftijd, zo heeft de Stichting Wim T. Schippers maandag bekendgemaakt.
‘Waarachtig oninteressant’
In 1942 werd hij geboren in Groningen als Willem Theodoor Schippers, verhuisde als kind naar Bussum en ging studeren aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, de latere Rietveld Academie. „Waarachtig oninteressant” noemde Wim T. Schipppers zijn werk graag – maar de kunstwereld toonde vanaf zijn vroegste werk al veel interesse. Tot ergernis van zijn docenten wist hij werk te verkopen dat hij als opdracht voor zijn studie had gemaakt. Hij zou de opleiding niet afronden.
Met zijn ‘Manifestatie aan het strand te Petten’ wist hij de aandacht van de pers te trekken: een bescheiden stukje performance art dat eruit bestond dat hij een flesje limonade leeggooide in zee. Een absurd gebaar, dat toch ook het klassieke idee in herinnering roept van die ene wijndruppel die de samenstelling van de oceaan doet veranderen.
Het flesje was het begin van een carrière als conceptueel kunstenaar op het snijvlak tussen Fluxus, dada, surrealisme en Zero, met een flinke scheut humor. Beroemd werd de pindakaasvloer, die voor uiteenlopende locaties steeds opnieuw uitgevoerd kon worden en die in 2010 als concept werd verkocht aan Boijmans. Hij ontwierp een trouwzaal voor het Amsterdamse stadhuis waarbij de stoelen aan de muren hingen, een ingedeukte taxi voor Parijs, een half onder water staand torentje voor de Universiteit Twente. Het idee om het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Osaka in te richten met louter clichébeelden van Frankrijk ging niet door. Een verzameling van 25 klokken op het Rembrandtplein wel, en die werd bekritiseerd vanwege de kosten. Ook de ‘Nazomer-kerstboom’ die in 1969 op het Leidseplein werd neergezet, werd wisselend ontvangen: „Hier wordt de spot gedreven met de heiligste gevoelens van een groot deel van het Nederlandse volk”, oordeelde dominee L.L. Blok.
Grotere verwarring
De verbazing en verontwaardiging die zijn werk opriepen, bevielen Schippers goed, en dat was mogelijk een van de redenen om een breder publiek te gaan zoeken en voor de tv te gaan werken. Daar werd de verwarring nog groter. Hoepla was het eerste programma waarin hij – samen met Gied Jaspars, Wim van der Linden en Hans Verhagen – de grenzen van de Nederlandse burgersmaak in de jaren zestig opzocht. Hoepla werd beroemd dankzij Phil Bloom, die naakt of slechts gehuld in enkele plastic bloemen door het beeld paradeerde of Trouw zat te lezen. Het was overigens ook een interessant programma, met eigentijdse popcultuur en scherpe interviews.
In de jaren zeventig maakte Schippers programma’s rondom Fred Haché, Barend Servet en Sjef van Oekel, door Schippers bedachte personages die op het lijf geschreven waren van Harry Touw, IJf Blokker en Dolf Brouwers. In het muziekprogramma Sjef van Oekels discohoek kreeg een artiest maar zelden de kans om een liedje tot een goed einde te brengen, en optredens van ‘koningin Juliana’ en God waren voor de Nederlandse kijker ook aan de gewaagde kant.
Ontregeling
Toen er eens ‘Stop Barend Servet Show!’ in de krant stond, noemde Schippers dat „het mooiste dat me ooit is overkomen”. Het waren kruisingen tussen amusementsprogramma’s en sitcoms, waarbij de grens tussen fictie en werkelijkheid niet altijd helder was, en waarbij ontregeling centraal stond. Dat merkte Dolf Brouwers toen Schippers met Theo van den Boogaard stripverhalen ging maken met situaties die nog veel absurder waren dan op tv. Hij zag zijn beeltenis op papier in pornografische en scabreuze situaties terechtkomen en liep naar de rechter, tot verbazing van Schippers die hem louter als personage beschouwde. Er werd geschikt, waarbij Schippers enige concessies deed aan wat hij het personage Sjef van Oekel liet zeggen en doen.
Ook voor het theater en op de radio maakte Schippers bijzonder werk. Going to the Dogs (1986) werd wereldberoemd: een toneelstuk waarbij de rollen gespeeld werden door herdershonden en dat daadwerkelijk twee maal in de Amsterdamse Stadsschouwburg werd opgevoerd, voor een aanvankelijk geamuseerd, en verder steeds meer verveeld rakend publiek. Dat hoorde er ook bij: Schippers was altijd bezig met de verhouding tussen publiek en podium: „Neem nou eens zo’n gesprek als dit. Dát hoor je niet in een toneelstuk”, was een veelzeggende regel uit Evengoed nog een hele zit (1983).
Accepteer Social Media cookies om deze embedded content te kunnen zien.
Wilhelmina Kuttje jr.
En dan is er nog de radio: Ronflonflon was te horen op Hilversum 3, de voorganger van 3FM. Het is volkomen ondenkbaar dat die zender nu nog iets zou kunnen uitzenden als de collage van poëzie (Wilhelmina Kuttje jr.: ‘Herfst’, uit de bundel Herfst), filmtips van de constant scheten latende Jaap Knasterhuis (een rol van Rogier Proper), interviews en ‘kloteplaten’ die toen wekelijks midden op de dag te horen was.
In 1997 keerde Schippers weer terug op tv. Hij presenteerde dat jaar Zomergasten en deed dat opvallend ingetogen. Enkele jaren later werd hij de gastheer van een wetenschapsprogramma en van de Nationale Wetenschapsquiz, en ook bij deze programma’s was zijn optreden een stuk traditioneler dan in de jaren zeventig.
Schippers werd meerdere keren bekroond, in 1994 met de Zilveren Nipkowschijf voor zijn tv-werk, de David Roëllprijs voor zijn beeldende kunst, en in 2005 met de Jacobus van Looyprijs voor multi-talenten. Maar het publiek dat het best bestand is tegen humoristische anarchie bestaat waarschijnlijk uit kinderen, misschien daarom dat hij zo succesvol was in zijn langst durende rol: die van Kermit en Ernie in de Nederlandse versie van Sesamstraat.
Geen biografie
Over zijn persoonlijk leven was Schippers zeer terughoudend. Hij was lange tijd getrouwd met Ellen Jens (1940-2023), die ook veel van zijn tv-werk produceerde, maar heel veel meer is er niet bekend. De biografie die Ingmar Heytze en Vrouwkje Tuinman in voorbereiding hadden en die voor 2019 werd aangekondigd, Wie is u, werd in een laat stadium afgeblazen. De poging van Ru de Groen strandde al eerder („Ik wil helemaal geen biografie”) en hij schreef toen maar een monografie over het werk.
Schippers wilde niet gekend worden. Onbegrip en verwarring: daar ging het hem om. Meer dan tien jaar lang vertelde hij in interviews zo nu en dan bezig te zijn met een studie over het onderwerp, werktitel: Inleiding tot de verwarring, er verscheen zelfs een fragment in Vrij Nederland. „Laten wij iets zinvols zeggen over de durf, laten wij zeggen dat wij zeggen van hoepla en zwier. Voorts, voort, luidt de mening.” Die publicatie kwam er nooit; de praktijk was een leven lang buigzamer dan de theorie.
Lees ook het nieuwsbericht van VRT NWS.
Waarom betogen voor vrede nobel en nuttig isDe mens is enerzijds een sociaal dier met een unieke waardigheid, en anderzijds een wolf voor zijn medemens. Deze stelling vertaalt de fundamentele insteek van zoveel miljarden mensen die liever persoonlijk en maatschappelijk in vrede dan in conflict leven. We beseffen dat de menselijke natuur haar kwade kanten heeft, maar de zelfzucht, onverschilligheid en graaicultus van een aantal burgers wegen niet op tegen het engagement, de werklust en het zin-zoeken van zoveel andere medeburgers.De ervaring heeft ons geleerd dat een oorlog die onrecht of agressie bestrijdt al te vaak uitmondt in disproportioneel geweld dat voornamelijk massa’s burgerslachtoffers eist en het normale leven van burgers wegduwt in de banalisering van het kwaad.De actieve geweldloosheid en het vredesnarratief steunen op openheid voor dialoog via preventieve diplomatie en conflictmanagement zodra een conflict wordt uitgevochten.De bekende Franse 20ste-eeuwse filosoof en socioloog Raymond Aron beschrijft in een boek over de kettingoorlogen een onderscheid tussen de onmiddellijke en verre oorzaken van een conflict. Bijna elke oorlog en meer dan honderd vergeten conflicten wereldwijd zijn gebaseerd op een vernedering, waardoor de overwonnen vijand een toekomstige agressor wordt. Elk conflict draagt in zich een onevenwichtig vredesbestand, een gedeeltelijk verdrongen drang tot wraak.Elk volk heeft het recht op zelfverdediging, maar wij pleiten binnen dit recht voor creatieve diplomatie en constructieve dialoog in plaats van een wapenwedloop. Een actieve diplomatie wordt succesvol als elke partij zich plaatst in het mentale gedragspatroon van de vijand. Waarom valt die partij mij aan? Het antwoord is vaak terug te vinden in een betere kennis van de geschiedenis.Wij betreuren bij de huidige politici een gebrek aan historische visie en een afwezigheid van technieken van conflictmanagement. De lezer beseft niet hoe een cursus in dit onderwerp kan leiden tot pogingen tot verzoening. Tussen staten, tussen burgers, binnen elke familie of binnen zichzelf.Wij aanvaarden geenszins de huidige oorlogspropaganda, de militarisering van de humanitaire en civiele geneeskunde en een diplomatie die afglijdt naar mercantiel winstbejag rond fossiele en kritische grondstoffen.Betogen voor vrede is dus nuttig om diverse redenen: vrede bevordert de sociale cohesie. Vrede garandeert onze sociale zekerheid en economische ontwikkeling. Vrede bevordert onze persoonlijke vrijheid, ons autonoom denken. Vrede remt grote volksverplaatsingen en gedwongen migraties af. Vrede herinnert ons aan het levensbelang van mensenrechtenverklaringen, internationale verdragen, het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal humanitair recht.De vredesactivist is geen utopische naïeveling, maar een reflecterend burger. Betogen is niet alleen een burgerrecht, maar vooral een protest om politici eraan te herinneren dat hun ‘onderdanen’ geen onmondige burgers en geen dronevlees zijn.De betoging op zondag 14 juni in Brussel wordt een memorabele dag voor een nobel streefdoel. Vrede.