7.06.2026

FSSPX

De Katholieke Kerk heeft eindelijk Pius X aan de deur gezet. Beter gezegd, Pius X heeft zichzelf aan de deur gezet. 
 


  

Het Priesterbroederschap Sint Pius X - SSPX, Fraternité Sacerdotale Saint-Pie X, is een traditionalistische, integristische sekte. Tot voor kort behoorde zij nog tot de Katholieke Kerk. Vandaag bevind ze zich er buiten.
 

Om het ontstaan van SSPX te begrijpen, moeten we terug naar het Tweede Vaticaans Concilie. Voor de extreem-rechtse zijde van de Katholieke Kerk bleken de hervorming onaanvaardbaar. Een deel verenigde zich uiteindelijk rond Mgr. Lefebvre. 

De Franse aartsbisschop Marcel Lefebvre (1905–1991) was algemeen overste van de Congregatie van de Paters van de Heilige Geest en voormalig aartsbisschop van Dakar. Tijdens het concilie ontpopte hij zich tot de leider van de conservatieve vleugel. Na het concilie trad hij terug uit zijn functies. 
Op 1 november 1970 richt hij het Priesterbroederschap Sint Pius X op. In het Zwitserse Ecône stichtte Lefebvre het internationale priesterseminarie van het broederschap, waar seminaristen werden opgeleid volgens de pre-conciliaire tradities en de Tridentijnse liturgie. 
Ecône wordt al snel een verzamelpunt voor integristen uit heel Europa en daarbuiten. De openlijke kritiek van Lefebvre op de paus en het concilie leidden al snel tot spanningen met het Vaticaan.
In 1975 wordt de erkenning van de SSPX ingetrokken. Rome eist de sluiting van het seminarie in Ecône. Lefebvre weigert. Omdat Lefebvre doorgaat met het wijden van priesters zonder toestemming, legt Paus Paulus VI hem een suspensie op (een verbod om de sacramenten toe te dienen). Lefebvre negeert dit.
Het kookpunt wordt bereikt in 1988. De inmiddels hoogbejaarde Lefebvre besluit op 30 juni 1988 vier nieuwe “bisschoppen” te wijden. Dit zonder toestemming van Paus Johannes Paulus II. 
Het Vaticaan reageert direct: Omdat het wijden van bisschoppen zonder pauselijk mandaat een directe daad van ongehoorzaamheid is, verklaart Rome dat Lefebvre en de vier nieuwe bisschoppen automatisch zijn geëxcommuniceerd. Lefebvre zelf overlijdt in 1991, nog altijd geëxcommuniceerd.


De opvolger van Johannes Paulus II, Paus Benedictus XVI gaat vergaande stappen zetten om de banden met SSPX te herstellen. Net als zijn voorganger is hij eerder traditionalistisch ingesteld en hij herstelt in het motu proprio “Summorum Pontificum” de Latijnse mis. In 2009 gaat hij nog verder en heft formeel de excommunicaties op van de vier in 1988 gewijde bisschoppen. Dit leidde trouwens tot nogal wat ophef toen bleek dat een van hen, Richard Williamson, een holocaustontkenner was. 
Franciscus legde de Latijnse Mis weer terug wat aan banden maar bleef inzetten op verzoening met SSPX. Zo kregen priesters van SSPX de formele toestemming om biecht te horen. Ook Leo XIV bewandelde weg van de dialoog. 


De reactie van de integristen op verzoening en dialoog is niet mis te verstaan. 
In een verklaring voorgelezen door secretaris-generaal Foucauld le Roux net voor hun nieuwe “bisschopswijding” stelde SSPX o .a.

Étant donné que depuis le concile Vatican II jusqu’à aujourd’hui, les autorités de l’Église sont animées d’un esprit contraire à celui de la Foi, et agissent contre la sainte Tradition – « ils ne supportent plus la saine doctrine, détournant l’ouïe de la vérité, pour se tourner vers des fables », comme le dit saint Paul à Timothée dans sa seconde épître (IV, 3-5) –, nous estimons devant Dieu qu’il est un devoir sacré envers la sainte Église et envers les âmes de procéder à la consécration d’évêques pleinement fidèles à la sainte Tradition et au Magistère constant de l’Église.

 

De reactie van de Kerk liet niet op zich wachten. Het Dicasterie voor de Geloofsleer zette onmiddellijk de puntjes op de i. 

De deelnemende bisschoppen zijn geëxcommuniceerd. 

Priesters van het Priesterbroederschap worden opgeroepen het te verlaten en zich te verzoenen met de Kerk. Zij dienen expliciet het Tweede Vaticaans Concilie en de legitimiteit van de Novus Ordo Missae te aanvaarden en zich te wenden tot een bisschop of een kerkelijke gezagsdrager die hen “ad experimentum” wil onder zijn vleugels nemen. De priester moet vervolgens met de hand een brief schrijven aan de Heilige Vader, waarin hij zich voorstelt en vraagt om kwijtschelding van de censuren die hij heeft opgelopen vanwege de wijding die hij ontving van een geëxcommuniceerde of onregelmatige bisschop, of omdat hij, hoewel hij geldig en rechtmatig gewijd was, vervolgens lid werd van de Priesterbroederschap Sint-Pius X. De priester moet ondertekend en gedateerd, “de Professio fidei en de Formula adhaesionis“ opsturen, een belijdenis van geloof en een belofte van trouw aan de Kerk. Hij moet expliciet de leerstelling nummer 25 van de conciliaire dogmatische constitutie “Lumen gentium” over de trouw aan het leergezag van de Kerk aanvaarden. Hij moet tevens verklaren dat hij de viering van de mis volgens de door de pausen Paulus VI en Johannes Paulus II afgekondigde riten als geldig beschouwt, en dat hij zich houdt aan de normen van het door paus Johannes Paulus II afgekondigde Wetboek van Canoniek Recht.


Leken die lid zijn van het Priesterbroederschap Sint-Pius X dienen zich te wenden tot hun plaatselijke bisschop, zij moeten formeel en schriftelijk verklaren besloten te hebben het Priesterbroederschap Sint Pius X te verlaten. Ook dienen zij hun Professio fidei en de Formula adhaesionis, gedateerd en ondertekend, te overhandigen. „Zodra de documenten zijn ontvangen, zal de plaatselijke Ordinarius ervoor zorgen dat de leek wordt verwelkomd op het tijdstip en op de wijze die hij het meest geschikt acht.”
Leken die Priesterbroederschap Sint Pius X uitsluitend om liturgische of spirituele redenen hebben bezocht worden niet verantwoordelijk geacht. Leken die, hoewel zij zich bewust zijn van de spanningen met de Heilige Stoel, het leergezag of het gezag van de paus niet verwerpen kunnen zich gewoon wenden tot een katholieke priester (in volle gemeenschap)  met het voornemen om in de toekomst niet meer deel te nemen aan de Priesterbroederschap Sint-Pius X.

 

Mensen die nieuwsgierig zijn geworden, in Gent kun je deze beweging bezoeken aan de Kortrijkse Steenweg, https://fsspx.be/nl/sint-amanduskapel-gent-41504. Ik zou het niet aanraden. 

7.04.2026

"Black radicals read the Declaration of Independence"

De Amerikaanse revolutie ging over inspraak, over zelfbestuur. Democracy Now geeft het woord aan Robin D. G. Kelly over het democratische gehalte van die revolutie en over het verzet, het activisme en de strijd van Afro-Amerikanen. 

 

 

Lees zijn zeer interessante stuk in Hammer & Hope, Do You Understand Your Own Language? 

 

First America

 Op deze Fourth of July een zeer interessante podcast over het ontstaan van de Verenigde Staten en de First Nations.

 

Ter inleiding een reportage van Democracy Now:

 

Veel luisterplezier

 

7.03.2026

"het evenwicht tussen restaureren en fixeren”

Vorige week verscheen een artikel in De Gentenaar met een stand van zaken over de restauratie en reconversie van de Sint-Annakerk.

 

 


 

“We zoeken het evenwicht tussen restaureren en fixeren”

Geen kerkstoelen, maar metershoge stellingen. Geen heilige stilte, maar het gehamer van werklui. Zo gaat het er momenteel aan toe in de Sint-Annakerk. De monumentale kerk wordt verbouwd tot een restaurant, wijnbar en Delhaize-winkel. De nieuwsgierigheid van de Gentenaars is groot. “Zet de deur even open en er kijkt iemand binnen.”

  

Tientallen meters boven de kerkvloer, in de nok van het dak van de Sint-Annakerk, wordt geconcentreerd gewerkt. Een van de restaurateurs herstelt een stuk blauwe hemel met gouden sterren. De juiste verfkleur werd precies nagemaakt.

“De beschilderingen van beneden tot boven maken de kerk uniek, maar vormen ook een uitdaging”, zegt projectleider Janus Van Aert. “We kiezen voor een evenwicht tussen restaureren en fixeren wat er is. We leggen er geen lagen verf bij, dat brengt schade toe. We proberen het origineel zo goed mogelijk te herstellen, zonder dat het nieuw lijkt.”

Delhaize heeft het gebouw in erfpacht voor de komende 99 jaar en gaat er een wijnbar, restaurant en winkel in inrichten. Maar eerst zijn stevige oplap­werken nodig, waarvoor de supermarktketen in april 2025 het startschot gaf. Het gaat om een miljoenenwerf. Vlaanderen subsidieert het project voor 3 miljoen euro, het totale prijskaartje is niet bekend.

De kerk wordt tegelijk aan de binnen- en buitenkant grondig onder handen genomen. “Iets wat we als Delhaize natuurlijk niet elke dag doen”, zegt woordvoerder Sarah De Meester. “Het blijft een unieke locatie, waarvoor we een project op maat maken. We zoeken de balans tussen restaureren en het gebouw toekomstbestendig maken.”

  

200 jaar stof

Zo wordt 325 vierkante meter witsteen vernieuwd en 1.500 vierkante meter gevel gereinigd. Alle glas-in-loodramen samen zijn goed voor 190 vierkante meter. En de muren zijn dus bedekt met 9.250 vierkante meter aan interieurschilderingen. “Centimeter per centimeter reinigen we die met sponsjes”, zegt Van Aert. “Je ziet de kerk zo opbloeien. Op de sierelementen bijvoorbeeld ligt voor tweehonderd jaar aan stof.”

De stellingen schuiven telkens op. Waar de restaurateurs al passeerden, zijn witte vochtplekken weggewerkt en blinkt het bladgoud weer. Dat zo houden, vergt nog extra werk. “De combinatie van markthal en wijnbar brengt koelingen en vocht met zich mee, terwijl schilderingen een constante temperatuur en luchtvochtigheid nodig hebben. Maar dat wordt meegenomen in het verluchtingssysteem. Al zou dit makkelijker zijn in de Sint-Baafskathedraal: daar is alles natuursteen zonder verf.”

De glas-in-loodramen worden stuk per stuk hersteld in een atelier. Een exemplaar dat gedurende de jaren te zwaar beschadigd was geraakt, werd volledig historisch verantwoord gekopieerd. De originele luchters worden gerestaureerd met ledverlichting om ze weer te kunnen ophangen. En het orgel blijft bespeelbaar.

  

Replica's

Aan de buitenkant van de kerk zie je hoe beschadigd de muren zijn. “Door de weersomstandigheden zijn ze gaan afschilferen”, zegt Van Aert. “We proberen wel zo veel mogelijk de originele stenen op te schuren en te hergebruiken. Als dat niet lukt, vervangen we ze door Franse massangis- en semond-kalkstenen, die zo goed mogelijk passen qua kleur.”

Aan de achterkant wordt het metselwerk opnieuw gevoegd. Daar komt een buitenterras bij het restaurant. De linkerkant krijgt een stuk nieuwbouw met een loskade voor leveringen. Aan de rechterkant staan nu nog werfcontainers, maar komt een nieuw parkje. Dat brengt een andere uitdaging met zich mee: “Er is weinig plek voor opslag. Vandaar dat stellingen en materieel dat we momenteel niet gebruiken, tijdelijk in de kerk zelf ligt.”

Momenteel is er binnen nog geen spoor van een supermarkt. “De inrichting volgt pas naar het einde toe, en ook de zoektocht naar zelfstandige uitbaters loopt”, zegt De Meester. “We zitten op schema met de werken, en verwachten eind 2027 klaar te zijn. Dan bestaan zowel de kerk als Delhaize 160 jaar.”

Nieuwsgierige Gentenaars moeten dus nog even geduld oefenen. “Als de deur eens openstaat, komen er binnen de tien minuten al mensen kijken”, zegt Van Aert. “Er is veel interesse voor het gebouw, ook vanuit de buurt.”

6.30.2026

aanwinsten 06

De aanwinsten van deze maand.

 

Kübler-Ross, Elisabeth, lessen voor levenden. gesprekken met stervenden, Baarn, 1969.

van der Putten, Jan, Latijns-Amerika politiek ontwikkelingen en gebeurtenissen in 25 landen, Amsterdam, 1981.

Bregstein, Philo, Terug naar Litouwen. Sporen van een joodse familie, Amsterdam, 1995. 

 

Een hele reeks religieuze boeken:

Painadath, Sebastian, De Geest breekt muren af. Vernieuwing van ons geloof door de interreligieuze dialoog, Gent, 2002.

Lévêque, Jean, Mc Caffrey, James en Moriconi, Bruno, Stem geven aan de Geest, Gent, 2002.

Maenhaut, Ria, Waarom doet Gij niets, Gent, 2008.

Vanderbrugghen, Lieven, Bidden van onderuit. Inwijding in contemplatieve meditatie, Gent, 2004.

Stinissen, Wilfried, Tijd en eeuwigheid omhelsen elkaar, Gent, 1992.

De Meester, Koen, De Parel en het Kind. over de kristelijke ontvankelijkheid, Gent, 1977.

 Daze, Rik, 'Elke morgen weer opnieuw'. De Karmel in Vlaanderen nu, Gent, 1982.

Stinissen, Guido, kom even terzijde, Gent, 1998.

Leonard, Mgr André-Mutien, Kom, Schepper Geest. Tien ontmoetingen over de heilige Geest in het leven van de Kerk en de wereld, Gent, 1998.

Moeder Maravillas van Jezus O.C.D. 1891-1974

Vanderbrugghen, Lieven, Rafaël Kalinowski 1938-1907. Pools Karmeliet, Gent, 1983. 

Merchat, William, Bidden met Mariam Baouardy, Gent, 2020.

 

En dan enkele esoterische parels:

ten Dam, Hans, Een ring van licht 1. Praktische en aktuele visie op reïncarnatie. deel 1 en deel 2, Bressotheek, Amsterdam, 1983

Renard, Hélène, Voorbij dit leven. religie en wetenschap over het bestaan na de dood, Bres, Amsterdam, 1987.

 

 

 

 

6.28.2026

de Brandnetel van Bombay

 Op deze nog steeds hete zondag een interessante podcast-reeks, de Brandnetel van Bombay. 

Een vierdelige podcast van Redhorse Rebel Radio over zuster Jeanne Devos. 




 

Veel luisterplezier

6.22.2026

Nonnenkoorts: de Middeleeuwen als toevlucht, inspiratie en verzet

Het schooljaar loopt op zijn einde. Tijd om terug in de boeken te duiken.

Historica Lieke Smits schreef op dNBg een interessant stuk over medievalcore en de populariteit van middeleeuwse vrouwen in academia én in de populaire cultuur.

 

 

Nonnenkoorts: de Middeleeuwen als plek van toevlucht, inspiratie en verzet 

Medievalcore, nonnenkoorts, Jeanne d’Arc: middeleeuwse vrouwen zijn populair. Waarom spreekt de middeleeuwse vrouw ons nu zo aan – zowel binnen als buiten de academische wereld? En is die interesse een vorm van verzet of escapisme? Mediëvist Lieke Smits bespreekt het aan de hand van vier recente boeken.

Middeleeuwse vrouwen spreken al sinds de negentiende eeuw sterk tot de culturele verbeelding. Het meest iconische voorbeeld is waarschijnlijk Jeanne d’Arc, die laat zien dat één figuur groepen met heel verschillende identiteiten en politieke overtuigingen kan aanspreken. Haar strijd tegen buitenlandse indringers wordt omarmd door nationalisten, haar crossdressing door lhbtq+-gemeenschappen. Volgens velen, onder wie Margaret Atwood, is Greta Thunberg de Jeanne d’Arc van het klimaat. Maar niet alleen strijdende vrouwen zijn populair. Hildegard von Bingen, een twaalfde-eeuwse homo universalis die onder meer over theologie, kosmologie en het vrouwelijk orgasme schreef, is ook nog steeds een bron van inspiratie. Soms op onverwachte manieren – zo koos Marlies Dekkers de abdis als muze voor haar Ecclesia-lingerielijn (winter/herfst 2023). 

 

Lees 

6.21.2026

Juneteenth: slavernij en herinnering

 Democracy Now brengt een interessant interview met historicus Clint Smith over juneteenth, de Amerikaanse feestdag voor de afschaffing van de slavernij. 

 

 

 

 

6.17.2026

Op bezoek bij de Zusters van Liefde JM

 De zesdejaars van IVV in de Molenaarsstraat gingen de laatste lesweek op bezoek bij de Zusters van Liefde JM. Na een lessenreeks over engagement en geloof, waarbij ze kennis maakten met Kanunnik Triest en de spiritualiteit van ‘contemplatie in actie’, gingen de leerlingen een kijkje nemen bij de Zusters van Liefde van Jezus en Maria. De leerlingen Welzijnswetenschappen doken in de geschiedenis. Ze werkten rond de lotgevallen van het klooster (en de school) tijdens de Eerste Wereldoorlog. De leerlingen uit de richtingen Gezondheidszorg en Opvoeding en Begeleiding kregen een rondleiding van zuster Sushila Toppo, overste van het klooster. Zij vertelde met passie over het dagelijks leven in het klooster en het werk van de zusters in dienst van anderen, gedragen door gebed en meditatie. Ze drukte de leerlingen op het hart steeds te werken in de geest van Kanunnik Triest, vanuit de liefde voor elke mens. 

 

 


 

 

6.16.2026

Wim T. Schippers 1942 - 2026

 In Nederland is cultureel boegbeeld Wim T. Schippers overleden. Vooral bekend als de iconische stem van Ernie uit Sesamstraat. Schippers was een kunstenaar in hart en nieren. 

 


 

 

 Voor NRC schreef Bertram Mourits een interessant overzicht van zijn culturele veelzijdigheid. 

 

Wim T. Schippers gedijde bij de verwarring die hij schiep

Wim T. Schippers (1942-2026) | kunstenaar „Waarachtig oninteressant”, noemde Wim T. Schippers zijn werk graag. Van Fluxus-kunstenaar tot stem van Ernie bij ‘Sesamstraat’, van tv-maker tot toneelschrijver voor honden: als Wim T. Schippers iets was, was het wel ongrijpbaar.


Toen in 1997 in het Utrechtse Centraal Museum een overzichtstentoonstelling werd gemaakt over het werk van Wim T. Schippers, was de tekst in het bijbehorende boek afgedrukt in groen en rood. Dwars door elkaar heen: de groene tekst was Nederlands, de rode Engels. Bijgeleverd waren twee doorzichtige vellen plastic in rood en groen: wanneer je een van de twee op de bladzijden legde, kwam er goed leesbare tekst tevoorschijn, maar als je de vellen kwijt mocht raken, was het boek vrijwel onleesbaar.
 

Het lijkt een beetje op wat Jacques Plafond (het radio makende alter ego van Wim T. Schippers) in mei 1990 deed in zijn programma Ronflonflon (1984-1991): in de vrijwel wekelijkse muziekrubriek De kloteplaat van Emile werden twee nummers tegelijk gedraaid: een over de linker- en een over de rechterspeaker. Een buitengewoon onpraktische manier om tijd te besparen. Voordat we hier een patroon bespeuren: het werk van Schippers is te veelzijdig om grote lijnen in aan te wijzen. Van Fluxus-kunstenaar tot stem van Ernie bij Sesamstraat, van tv-maker tot toneelschrijver voor honden: als Wim T. Schippers iets was, was het wel ongrijpbaar. Hij overleed afgelopen woensdag in Amsterdam op 83-jarige leeftijd, zo heeft de Stichting Wim T. Schippers maandag bekendgemaakt.
 

‘Waarachtig oninteressant’
 

In 1942 werd hij geboren in Groningen als Willem Theodoor Schippers, verhuisde als kind naar Bussum en ging studeren aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, de latere Rietveld Academie. „Waarachtig oninteressant” noemde Wim T. Schipppers zijn werk graag – maar de kunstwereld toonde vanaf zijn vroegste werk al veel interesse. Tot ergernis van zijn docenten wist hij werk te verkopen dat hij als opdracht voor zijn studie had gemaakt. Hij zou de opleiding niet afronden.
 

Met zijn ‘Manifestatie aan het strand te Petten’ wist hij de aandacht van de pers te trekken: een bescheiden stukje performance art dat eruit bestond dat hij een flesje limonade leeggooide in zee. Een absurd gebaar, dat toch ook het klassieke idee in herinnering roept van die ene wijndruppel die de samenstelling van de oceaan doet veranderen.
 

Het flesje was het begin van een carrière als conceptueel kunstenaar op het snijvlak tussen Fluxus, dada, surrealisme en Zero, met een flinke scheut humor. Beroemd werd de pindakaasvloer, die voor uiteenlopende locaties steeds opnieuw uitgevoerd kon worden en die in 2010 als concept werd verkocht aan Boijmans. Hij ontwierp een trouwzaal voor het Amsterdamse stadhuis waarbij de stoelen aan de muren hingen, een ingedeukte taxi voor Parijs, een half onder water staand torentje voor de Universiteit Twente. Het idee om het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Osaka in te richten met louter clichébeelden van Frankrijk ging niet door. Een verzameling van 25 klokken op het Rembrandtplein wel, en die werd bekritiseerd vanwege de kosten. Ook de ‘Nazomer-kerstboom’ die in 1969 op het Leidseplein werd neergezet, werd wisselend ontvangen: „Hier wordt de spot gedreven met de heiligste gevoelens van een groot deel van het Nederlandse volk”, oordeelde dominee L.L. Blok.
 

Grotere verwarring
 

De verbazing en verontwaardiging die zijn werk opriepen, bevielen Schippers goed, en dat was mogelijk een van de redenen om een breder publiek te gaan zoeken en voor de tv te gaan werken. Daar werd de verwarring nog groter. Hoepla was het eerste programma waarin hij – samen met Gied Jaspars, Wim van der Linden en Hans Verhagen – de grenzen van de Nederlandse burgersmaak in de jaren zestig opzocht. Hoepla werd beroemd dankzij Phil Bloom, die naakt of slechts gehuld in enkele plastic bloemen door het beeld paradeerde of Trouw zat te lezen. Het was overigens ook een interessant programma, met eigentijdse popcultuur en scherpe interviews.
 

In de jaren zeventig maakte Schippers programma’s rondom Fred Haché, Barend Servet en Sjef van Oekel, door Schippers bedachte personages die op het lijf geschreven waren van Harry Touw, IJf Blokker en Dolf Brouwers. In het muziekprogramma Sjef van Oekels discohoek kreeg een artiest maar zelden de kans om een liedje tot een goed einde te brengen, en optredens van ‘koningin Juliana’ en God waren voor de Nederlandse kijker ook aan de gewaagde kant.
 

Ontregeling
 

Toen er eens ‘Stop Barend Servet Show!’ in de krant stond, noemde Schippers dat „het mooiste dat me ooit is overkomen”. Het waren kruisingen tussen amusementsprogramma’s en sitcoms, waarbij de grens tussen fictie en werkelijkheid niet altijd helder was, en waarbij ontregeling centraal stond. Dat merkte Dolf Brouwers toen Schippers met Theo van den Boogaard stripverhalen ging maken met situaties die nog veel absurder waren dan op tv. Hij zag zijn beeltenis op papier in pornografische en scabreuze situaties terechtkomen en liep naar de rechter, tot verbazing van Schippers die hem louter als personage beschouwde. Er werd geschikt, waarbij Schippers enige concessies deed aan wat hij het personage Sjef van Oekel liet zeggen en doen.
 

Ook voor het theater en op de radio maakte Schippers bijzonder werk. Going to the Dogs (1986) werd wereldberoemd: een toneelstuk waarbij de rollen gespeeld werden door herdershonden en dat daadwerkelijk twee maal in de Amsterdamse Stadsschouwburg werd opgevoerd, voor een aanvankelijk geamuseerd, en verder steeds meer verveeld rakend publiek. Dat hoorde er ook bij: Schippers was altijd bezig met de verhouding tussen publiek en podium: „Neem nou eens zo’n gesprek als dit. Dát hoor je niet in een toneelstuk”, was een veelzeggende regel uit Evengoed nog een hele zit (1983).
Accepteer Social Media cookies om deze embedded content te kunnen zien.
 

Wilhelmina Kuttje jr.
 

En dan is er nog de radio: Ronflonflon was te horen op Hilversum 3, de voorganger van 3FM. Het is volkomen ondenkbaar dat die zender nu nog iets zou kunnen uitzenden als de collage van poëzie (Wilhelmina Kuttje jr.: ‘Herfst’, uit de bundel Herfst), filmtips van de constant scheten latende Jaap Knasterhuis (een rol van Rogier Proper), interviews en ‘kloteplaten’ die toen wekelijks midden op de dag te horen was.
 

In 1997 keerde Schippers weer terug op tv. Hij presenteerde dat jaar Zomergasten en deed dat opvallend ingetogen. Enkele jaren later werd hij de gastheer van een wetenschapsprogramma en van de Nationale Wetenschapsquiz, en ook bij deze programma’s was zijn optreden een stuk traditioneler dan in de jaren zeventig.
 

Schippers werd meerdere keren bekroond, in 1994 met de Zilveren Nipkowschijf voor zijn tv-werk, de David Roëllprijs voor zijn beeldende kunst, en in 2005 met de Jacobus van Looyprijs voor multi-talenten. Maar het publiek dat het best bestand is tegen humoristische anarchie bestaat waarschijnlijk uit kinderen, misschien daarom dat hij zo succesvol was in zijn langst durende rol: die van Kermit en Ernie in de Nederlandse versie van Sesamstraat.
 

Geen biografie
 

Over zijn persoonlijk leven was Schippers zeer terughoudend. Hij was lange tijd getrouwd met Ellen Jens (1940-2023), die ook veel van zijn tv-werk produceerde, maar heel veel meer is er niet bekend. De biografie die Ingmar Heytze en Vrouwkje Tuinman in voorbereiding hadden en die voor 2019 werd aangekondigd, Wie is u, werd in een laat stadium afgeblazen. De poging van Ru de Groen strandde al eerder („Ik wil helemaal geen biografie”) en hij schreef toen maar een monografie over het werk.
Schippers wilde niet gekend worden. Onbegrip en verwarring: daar ging het hem om. Meer dan tien jaar lang vertelde hij in interviews zo nu en dan bezig te zijn met een studie over het onderwerp, werktitel: Inleiding tot de verwarring, er verscheen zelfs een fragment in Vrij Nederland. „Laten wij iets zinvols zeggen over de durf, laten wij zeggen dat wij zeggen van hoepla en zwier. Voorts, voort, luidt de mening.” Die publicatie kwam er nooit; de praktijk was een leven lang buigzamer dan de theorie. 

 

 

Lees ook het nieuwsbericht van VRT NWS.  

6.14.2026

"Waarom betogen voor vrede nobel en nuttig is"


 

Waarom betogen voor vrede nobel en nuttig is
 
De mens is enerzijds een sociaal dier met een unieke waardigheid, en anderzijds een wolf voor zijn medemens. Deze stelling vertaalt de fundamentele insteek van zoveel miljarden mensen die liever persoonlijk en maatschappelijk in vrede dan in conflict leven. We beseffen dat de menselijke natuur haar kwade kanten heeft, maar de zelfzucht, onverschilligheid en graaicultus van een aantal burgers wegen niet op tegen het engagement, de werklust en het zin-zoeken van zoveel andere medeburgers.
 
De ervaring heeft ons geleerd dat een oorlog die onrecht of agressie bestrijdt al te vaak uitmondt in disproportioneel geweld dat voornamelijk massa’s burgerslachtoffers eist en het normale leven van burgers wegduwt in de banalisering van het kwaad.
 
De actieve geweldloosheid en het vredesnarratief steunen op openheid voor dialoog via preventieve diplomatie en conflictmanagement zodra een conflict wordt uitgevochten.
 
De bekende Franse 20ste-eeuwse filosoof en socioloog Raymond Aron beschrijft in een boek over de kettingoorlogen een onderscheid tussen de onmiddellijke en verre oorzaken van een conflict. Bijna elke oorlog en meer dan honderd vergeten conflicten wereldwijd zijn gebaseerd op een vernedering, waardoor de overwonnen vijand een toekomstige agressor wordt. Elk conflict draagt in zich een onevenwichtig vredesbestand, een gedeeltelijk verdrongen drang tot wraak.
 
Elk volk heeft het recht op zelfverdediging, maar wij pleiten binnen dit recht voor creatieve diplomatie en constructieve dialoog in plaats van een wapenwedloop. Een actieve diplomatie wordt succesvol als elke partij zich plaatst in het mentale gedragspatroon van de vijand. Waarom valt die partij mij aan? Het antwoord is vaak terug te vinden in een betere kennis van de geschiedenis.
 
Wij betreuren bij de huidige politici een gebrek aan historische visie en een afwezigheid van technieken van conflictmanagement. De lezer beseft niet hoe een cursus in dit onderwerp kan leiden tot pogingen tot verzoening. Tussen staten, tussen burgers, binnen elke familie of binnen zichzelf.
 
Wij aanvaarden geenszins de huidige oorlogspropaganda, de militarisering van de humanitaire en civiele geneeskunde en een diplomatie die afglijdt naar mercantiel winstbejag rond fossiele en kritische grondstoffen.
 
Betogen voor vrede is dus nuttig om diverse redenen: vrede bevordert de sociale cohesie. Vrede garandeert onze sociale zekerheid en economische ontwikkeling. Vrede bevordert onze persoonlijke vrijheid, ons autonoom denken. Vrede remt grote volksverplaatsingen en gedwongen migraties af. Vrede herinnert ons aan het levensbelang van mensenrechtenverklaringen, internationale verdragen, het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal humanitair recht.
 
De vredesactivist is geen utopische naïeveling, maar een reflecterend burger. Betogen is niet alleen een burgerrecht, maar vooral een protest om politici eraan te herinneren dat hun ‘onderdanen’ geen onmondige burgers en geen dronevlees zijn.
 
De betoging op zondag 14 juni in Brussel wordt een memorabele dag voor een nobel streefdoel. Vrede.
 
 
Door: Réginald Moreels, humanitair chirurg, gewezen minister en vredesactivist, & Rik Pinxten, professor emeritus antropologie en activist voor ethisch samenleven. 
 
 
 
 

 


 

 

Voor welzijn Tegen oorlog

 Europa plant 800 miljard euro extra voor wapens. Onze zorg, onderwijs, klimaat en sociale bescherming komen zwaar onder druk te staan. Op 14 juni vragen we om te kiezen voor vrede, sociale rechtvaardigheid, en investeringen in mensen!





6.09.2026

"Onderzoek doen naar religie is complex: simplisme over moslims zal ons niet verder helpen"

Arabist An Van Raemdonck (VUB en UGent) schreef een raak opiniestuk in Knack.  Ze reageerde op het ronduit trieste interview met Ruud Koopmans in Knack over migratie en integratie.

 

Kwalitatief en antropologisch onderzoek laat zien dat religiositeit onder moslimminderheden enorm varieert. Religiositeit biedt vaak precies een mentale en spirituele buffer en krachtbron om constructief samenleven mogelijk te maken en om met racisme en discriminatie om te gaan.



 

"De disciplinering van de armen, van Vives tot de actieve welvaartsstaat"

Vandaag een zeer lezenswaardige column over de Sociale Zekerheid, haar wortels en haar toekomst. Jan Dumolyn heeft dit in het kader van zijn vaste column Tragedie & Klucht in De Standaard.

 


 

 

 

De disciplinering van de armen, een geschiedenis van Juan Luis Vives tot de actieve welvaartsstaat van Frank Vandenbroucke

 

Het evenwicht in de sociale zekerheid is zoek, schrijft Jan Dumolyn. De nadruk ligt voor werklozen op sancties, terwijl ondernemers gunstregimes krijgen.

 

In 1526 publiceerde de humanist Juan Luis Vives De Subventione Pauperum, een traktaat over armenzorg. Vives, vandaag vooral bekend van de West-Vlaamse hogeschool die zijn naam draagt, woonde toen in Brugge. Als afstammeling van Valenciaanse Joden was hij voor de inquisitie naar Vlaanderen gevlucht. Zijn werk geldt als een van de eerste systematische teksten over wat we nu sociaal beleid zouden noemen. Armenzorg moest volgens de geleerde worden gecoördineerd door de stedelijke overheid, niet door verspreide liefdadigheid van particulieren en religieuze instellingen.

 

Behoeftigen moesten worden geregistreerd en ingedeeld naargelang ze al dan niet konden werken. Vives pleitte weliswaar voor de waardigheid van de armen, maar zijn voorstel, dat alleen in Ieper gedeeltelijk werd toegepast, betekende in de praktijk een vorm van disciplinering. Het idee dat armoede voortkwam uit luiheid en dat armen tot arbeid moesten worden aangezet of gedwongen, vond weerklank bij de elites en verspreidde zich tijdens de vroegmoderne periode over heel Europa.

 

In de vroegste samenlevingen vormde de familie het belangrijkste vangnet. In de oudheid bestonden soms beperkte vormen van publieke ondersteuning, zoals de Romeinse graanbedelingen die sociale onrust moesten voorkomen. Onder invloed van het christendom ontstond later een meer gestructureerde armenzorg. Kerken deelden voedsel uit, verzorgden zieken en boden onderdak aan reizigers en behoeftigen. Die christelijke caritas was echter niet gebaseerd op een recht op ondersteuning, maar eerder op het idee dat de rijken via aalmoezen hun zielenheil konden verzekeren.

 

In de middeleeuwen groeide bovendien het onderscheid tussen “waardige” armen, zoals mensen met een beperking, en “onwaardige” armen, zoals landlopers en gezonde werklozen. De zakaat, een van de vijf zuilen van de islam, had een verplichtender karakter: elke moslim die het zich kan veroorloven, moet volgens religieuze voorschriften bijdragen aan de ondersteuning van behoeftigen. Maar ook dat was geen moderne vorm van sociale zekerheid of structurele armoedebestrijding. Vanuit dat perspectief oogt een hedendaags, sterk gehypet initiatief als De Warmste Week eerder als een trieste stap achteruit.

 


Armenbussen

 

Want naast die paternalistische en caritatieve logica bestaat al eeuwen een andere visie op sociale zorg: het principe van het wederzijdse dienstbetoon. In de middeleeuwse en vroegmoderne steden kreeg onderlinge solidariteit vorm binnen de ambachtsgilden. Via gezamenlijke kassen, de zogenaamde “bussen”, spaarden leden voor ondersteuning bij ziekte, ouderdom of overlijden. Zo ontstond een vroege vorm van sociale verzekering van onderuit, zij het beperkt tot de eigen beroepsgroep en onderhevig aan morele regels. Een steenkapper die dronken van zijn stelling viel, kon bijvoorbeeld geen beroep doen op de armenbus.

 

Met de opkomst van het kapitalisme kwamen de gilden steeds meer onder druk te staan. Zo verdwenen veel traditionele beschermingsmechanismen zonder dat daar meteen volwaardige alternatieven voor in de plaats kwamen. De nadruk op controle en disciplinering van de ellendelingen, die al bij Vives aanwezig was, werd verder veralgemeend. Naar Hollands voorbeeld ontstonden in vele steden rasphuizen voor mannen, waar hout werd geraspt voor de verfindustrie, en spinhuizen voor vrouwen. Daar werden bedelaars en werkonwilligen aan dwangarbeid onderworpen. Ook in Gent werd in 1773 zo’n rasphuis opgericht. Het stervormige gebouw liet toe dat bewakers alle vleugels konden overzien. Lieven Bauwens, de held uit onze vaderlandse geschiedenis, liet de gevangenen tegen minimale voeding dwangarbeid verrichten, maar werd er uiteindelijk buitengezet, omdat de brutaliteit van deze entrepreneur zelfs naar de normen van zijn tijd te ver ging.

 

Arbeiders begonnen opnieuw zelf organisaties op te richten, waarin ze geld bijeenbrachten voor ziekte, werkloosheid en overlijden. Samen met vakverenigingen en coöperaties vormden die onderlinge fondsen de basis van de sociale zekerheid, die zich in België niet in de eerste plaats als een centraal overheidsproject ontwikkelde maar als een netwerk van initiatieven van onderop. Het systeem dat vanaf 1944 door staatsman Achiel Van Acker in het sociaal pact werd verankerd, combineerde uiteindelijk universele dekking met verplichte bijdragen, in een samenwerking tussen werkgevers, werknemers en de staat. Het was een historisch compromis tussen arbeid en kapitaal.

 


‘Actieve welvaartsstaat’

 

Dat compromis steunde echter op de uitzonderlijke economische groei van de naoorlogse decennia. Toen die hoogconjunctuur vanaf de crisis van de jaren 70 begon te haperen, kwam ook het fundament van de klassieke welvaartsstaat onder druk te staan. Tegen het einde van de twintigste eeuw herijkten de partijen die dat model hadden gedragen – ook de christendemocratie – hun aanpak, met de ‘actieve welvaartsstaat’ als nieuw sleutelbegrip. In België was en is Frank Vandenbroucke een van de belangrijkste pleitbezorgers van die visie. Het kernidee is eenvoudig: de welvaartsstaat kan alleen overeind blijven als mensen meer verantwoordelijkheid opnemen om actief deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Hen streng tot werken aanzetten verschaft niet alleen inkomsten voor het sociale stelsel, maar beperkt ook het misbruik van sociale voorzieningen. Die redenering heeft onmiskenbaar een zekere logica.

 

Het zou uiteraard overdreven zijn om die benadering te vergelijken met de rasphuizen en spinhuizen van weleer. Toch valt op hoe de nadruk geleidelijk verschuift van solidariteit naar controle. De manier waarop langdurig zieken door sommige politici vandaag worden afgeschilderd heeft dan ook veel kritiek uitgelokt. Rond dat thema lijkt een bredere ideologische campagne op gang, waarin het beeld van de zogenaamd langdurige sociale profiteurs – ondanks hun beperkte aantal in de reële statistieken – weer helemaal centraal staat. 

 

Fraude moet absoluut worden aangepakt om een blijvend draagvlak voor ons sociaal model te behouden, maar de morele asymmetrie in het debat over activeringsprikkels is opvallend. Voor werklozen en zieken ligt de nadruk op sancties en gedragssturing. Voor ondernemers daarentegen worden incentives gecreëerd via lastenverlagingen en gunstregimes, en vaak ook minnelijke schikkingen of zelfs fiscale amnestie. Het contrast is moeilijk te negeren. In 2025 werd ongeveer 120 miljoen euro aan sociale uitkeringsfraude teruggevorderd, een bedrag dat veel aandacht krijgt. Maar wanneer in één bekend dossier een grote ondernemer 66 miljoen euro via belastingparadijzen aan de fiscus onttrekt, blijft de maatschappelijke verontwaardiging merkbaar beperkter. Nochtans zouden dergelijke bedragen een aanzienlijk sociaal programma kunnen financieren.

 

Tegelijk wordt de financiering van de sociale zekerheid al decennialang stapsgewijs uitgehold. Verlagingen van de patronale bijdragen hebben de inkomstenbasis verzwakt. Ook de recente uitbreiding van flexi-jobs, waarop dus geen sociale bijdragen worden betaald, dreigt op lange termijn een catastrofale hypotheek op het systeem te leggen. Ondertussen neemt het aandeel van kapitaalinkomsten in de totale welvaart toe, terwijl hun bijdrage aan de sociale zekerheid beperkt blijft. Ook een strengere aanpak van fiscale fraude zou aanzienlijk meer middelen kunnen opleveren. Toch daalde de opbrengst van de Bijzondere Belastinginspectie dit jaar met een derde. De politieke prioriteiten lijken elders te liggen. Het laaghangende fruit zit bij die aloude misérables en dus disciplineren we opnieuw de armen.

 


 

6.07.2026

de Ongelooflijke Podcast met Maarten van Rossem

Op deze zondag een podcast. De Ongelooflijke Podcast is steeds zeer interessant, met een breed spectrum van gasten die de nodige tijd krijgen om in te gaan op boeiende kwestie over onze samenleving en zinsgevingsvraagstukken. 

Vandaag Maarten van Rossem over de toestand van de wereld, Trump, de grootmachten, de positie van Europa. Maar ook over de zin van het leven en het belang van grote en kleine verhalen. 

 

 


Veel luisterplezier


6.04.2026

"Zonder middenveld zelfs geen N-VA"

De aanvallen van de neoliberale partijen op de mutualiteiten van de afgelopen tijd waren serieus. Verkocht als "effectiëntieoefening" is het een frontale aanval op het middenveld. Het middenveld is een essentieel deel van ons maatschappelijk weefsel, het is een pijler van onze verzorgingsstaat en een stevige verdedigingsmuur tegen neoliberale kaalslag. Miranda Ulens van ABVV kroop in haar pen en schreef een excellent opiniestuk.

 

 

Vlaams minister-president Matthias Diependaele stelt dat het middenveld een verdienmodel geworden is. Hij vergeet daarbij wie Vlaanderen welvarend heeft gemaakt, stelt Miranda Ulens.

 

We kennen het verhaal. Meer dan honderd jaar geleden was de Vlaming arm. Geen dokter als het kind ziek werd, geen loon als de fabriek sloot. Geen pensioen als het lichaam op was. Hij sprak een taal die in de rechtbank, op de universiteit en in het bedrijf nauwelijks meetelde. Hij stond onderaan, en zowat alles was erop gericht om hem daar te houden.

 

Hij is daar niet alleen uitgeraakt, en zeker niet met dank aan de markt. Hij raakte eruit omdat hij zich organiseerde. Kijk naar Gent, naar mijn eigen traditie. Daar bouwde Edward Anseele vanaf 1880 een wereld op uit het niets. Dankzij de coöperatieve bakkerij Vooruit had de arbeider brood. Met de Bond Moyson kwam er een ziekenkas. Er kwam nog meer: een bank, een feestlokaal, een krant.

 

August Vermeylen schreef rond 1900 dat we “Vlamingen moesten zijn om Europeërs te worden”. Hij maakte van de ontvoogding een culturele zaak, een kwestie van waardigheid, en verbond ze met de sociale strijd. De vernederlandsing van de universiteit, het recht om in de eigen taal te leren en te denken: dat is allemaal niet uit de lucht komen vallen, dat is bevochten. Door verenigingen, door de arbeidersbeweging, door wat we vandaag het middenveld noemen.

 

De sociale zekerheid die in 1944 werd vastgelegd, draaide niet rond een ministerie, maar rond die organisaties. De mutualiteit betaalt tot vandaag je terugbetaling uit. De vakbond beheert, via het Gentse stelsel, je werkloosheidsuitkering.

 

Het was een hele groep die zich via het collectief verhief, en daarbij was solidariteit geen gevoel, maar een techniek. Dat is de kern die minister-president Diependaele in Ninove wat gratuit oversloeg (DS 3 juni). De Vlaming is niet rijk geworden ondanks zijn vakbonden, mutualiteiten en verenigingen. Hij is rijk geworden dankzij hen. De zuilen als ladder.

 


Nieuwe hoofdrolspeler

 

Maar ergens in de jaren 70 kantelde dat verhaal. Na de gouden jaren 60 was Vlaanderen welvarend geworden. De Waalse zware industrie liep leeg, het zwaartepunt verschoof naar het noorden, en de armoede van de grootouders werd een herinnering. Er kwam een nieuwe hoofdrolspeler in beeld, en het was niet langer de arbeider. Het was de ondernemer.

 

Ook dat werd georganiseerd, met evenveel toewijding als waarmee Anseele zijn bakkerij had gebouwd. Figuren als Vaast Leysen en René De Feyter maakte van het Vlaams Economisch Verbond de strijdstem van de Vlaamse werkgevers. Ondernemerschap werd aan Vlaamse autonomie gekoppeld, het werd de kiem voor wat later Voka zou worden. Er kwam een eigen pers bij. De Financieel-Economische Tijd, in 1968 opgericht door het VEV. Trends in 1975, naar het model van het Amerikaanse Forbes, met de Vlaams-nationalist Lode Claes als eerste directeur. Zo kreeg de Vlaamse ondernemer een taal, en een blad, een eigen verhaal. 

 

Met de ondernemer als held werd individualisering de maat van alle dingen. Maar dat gaat voorbij aan alles wat dat individu heeft gevormd. De school, de wegen, openbare diensten, de zorg die anderen voor hem hebben gebouwd. Het collectief, het middenveld.

 

Er is niets mis mee, met ondernemen. Een land mag rijk worden, mag trots zijn op wie iets opbouwt. Het probleem is wat er met het geheugen is gebeurd. Hoe welvarender Vlaanderen werd, hoe meer het middenveld dat het had grootgebracht, als ballast begon te klinken. De ladder werd, voor wie bovenaan stond, een blok aan het been.

 


Demonisering

 

De N-VA is een politiek kind van dat rijkere, zelfbewuste Vlaanderen. Philippe Muyters stapte recht van de directie van Voka naar een ministerpost voor de N-VA. Johan Van Overtveldt ging van de redactie van Trends naar het ministerie van Financiën. En Bart De Wever heeft ooit, in een onbewaakt moment, gezegd dat Voka zijn echte baas is.

 

En nu heeft de N-VA een broertje dood aan het middenveld. De naoorlogse groei werkte net omdat dat middenveld mee aan tafel zat. Dat bouwt de N-VA stuk voor stuk af, vanuit een nationalistisch mensbeeld dat geen verschil verdraagt. Geen dialoog meer met kritische stemmen, wel demonisering, in de hoop dat de leden zwijgzaam meemarcheren. Diependaele wijst naar beneden. Naar het ziekenfonds, de vakbond, de vereniging die een subsidie krijgt. Zo droogt de kracht uit dat rijke middenveld op tot een dwangbuis van het eigen gelijk.

 

Maar het zijn de gewone mensen die deze welvaart steen na steen hebben opgebouwd. En precies daarom mag je hen niet uitspelen tegen wie het vandaag niet redt. Het is die solidariteit die wordt vergeten bij de Diependaeles van deze wereld. Diependaele zei: tijd om over te stappen. Ik zou zeggen: tijd om zich te herinneren via welke ladder we hier zijn geraakt. Zeker nu men gretig aan de poten ervan zaagt.

 

 

 


5.31.2026

aanwinsten 05

  

Benyaich, Bilal, Islam en radialisme bij Marokkanen in Brussel, Kessel-Lo, 2013.

 

Schüssler Fiorenza, Elisabeth, Jezus. Kind van Mirjam. Profeet van Sophia. Kritische bijdragen tot de feministische christologie, Kampen, 1997.

 

Taine, Hippolyte, Voyage en Italie. Tome 1. Naples et Rome, Paris, 1965.

 

Oosterhuis, Huib, Met alle wapens... op alle fronten Brussel, 1957.

 

 Ausloos, Hans, Geweld God Bijbel, Averbode, 2019.

 

Brouwers, Floris, Maak je hart wakker. In het voetspoor van Silouan en de Woestijnvaders, Gent, 1995.

 

P.J. Triest, Geschriften: Sermoenen, Gent, 1998.

 

P.J. Triest, Andere Geschriften, Gent, 1998.

 

Van Damme, Oscar, d'Haenens, Jef, Onze Wonderjaren. Sint-Paulusseminarie Drongen Grootseminarie Gent, 1958 - 1964, Gent, 1995.

 

 


5.30.2026

Prevenier: "Ik lees fictie om geen stommiteiten te begaan in het echte leven."

Op deze te warme zaterdag tijd voor lectuur. Iedereen Leest brengt een interview met prof. em. Walter Prevenier.  

 

‘In 1950 ontwikkelde ik een plotse, intense passie voor literatuur’, zegt Walter Prevenier. De negentiger, kwiek als een springveer, zit aan de keukentafel van zijn flat in Seniorcity, een ruim bemeten woonzorgcentrum in Gent. ‘Ik las als kind erg veel, maar in de jaren ’50 ging de wereld echt open. Toen leidden leerkrachten Engels, Frans en Nederlands mij naar de grote namen van de literatuur.’ 

 

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

 

Prevenier, een uit Zelzate afkomstige historicus gespecialiseerd in de middeleeuwen, de paleografie en de oorkondenleer, verwierf een cultstatus aan de UGent als docent Historische Kritiek. Al wie in de jaren tachtig en negentig een opleiding in de Letteren of de Wijsbegeerte volgde, passeerde bij Prevenier, werd gepusht om te durven denken en zou de kleine, welbespraakte man niet gauw vergeten. Ook de VS zijn hem niet vergeten. Prevenier reisde frequent naar de States om in verschillende staten de jonge generaties te begeesteren. Hij schreef ook een resem boeken en altijd is de Oost-Vlaming een docent gebleven. Ons bijna twee uur durend gesprek voelt aan als een lezing, zijn flat als een aula, zijn stem de soundtrack van een leven gebaseerd op de waarheid, of althans de zoektocht naar die waarheid. ‘Ik lees al mijn hele leven’, zegt hij, ‘ik schrijf al mijn hele leven en ik ga dat blijven doen tot ik er niet meer ben.’

 

Stoner

Op de tafel ligt een blad met aantekeningen. Tussen een stapel boeken - Tom Lanoye, Stefan Hertmans, Rik Van Puymbroeck- steken notities en feilloos is de taal waarmee Prevenier zijn Leeswereld tot leven wekt. ‘Hoewel ik als academicus de hele tijd bezig ben met non-fictie, blijf ik ook romans lezen’, zegt hij. ‘Niet louter uit ontspanning, maar evenzeer om de wereld beter te begrijpen.’ Walter Prevenier heeft als historicus zijn Leeswereld gedocumenteerd. ‘Dit zijn de boeken die ik sinds die oplaaiende passie als tiener heb gelezen’. Hij schuift me een paar vergeelde A4’tjes toe: oud papier waarop hij destijds met een typemachine bijhield wat hij las. Nederlandse bibliotheek is de titel van de bovenliggende lijst, met daarop honderden titels als De jeugd als inspiratiebron van Hubert Lampo, Lenteleven van Stijn Streuvels, Billy Budd van Herman Melville, Van Nitsjevo tot Chorosjo! van Johan Daisne en De gedaanteverwisseling van Franz Kafka. 

 
 

Zeventien jaar was Walter Prevenier toen hij Racine, Molière, Descartes, Sophocles en Maeterlinck in het Frans las. Hij las ook over letterkunde, methodiek en geschiedenis, op een moment dat klasgenoten amper hun veters konden strikken. Hij maakte deel uit van de Zwitserse Billiken Pen Club, schreef brieven naar mensen die hij nooit ontmoette, kreeg brieven in het Frans terug uit Zuid-Vietnam, in het Duits uit Finland (‘Ich bedaure, dass Sie nicht begeisterter FREIDENKER sind wie ich.’). Nooit zou de vrijdenker uit Zelzate verworden tot een Stoner, naar het boek van John Williams, waarin het leven van het hoofdpersonage, een academicus, verzandt en verrafelt.

 

Mensenkennis

‘Ik lees fictie om geen stommiteiten te begaan in het echte leven’, zegt Prevenier. ‘Je kan een boek lezen over zestiende-eeuwse kooplieden, wat boeiend is, maar om de mensen om je heen te begrijpen zul je toch fictie moeten lezen. Dankzij romans leerde ik de lichaamstaal van collega’s ontcijferen, dankzij romans kon ik de gedachtenwereld van anderen decoderen, dankzij romans kon ik me handhaven als decaan, te weten dat ik jonge collega’s in toom moest houden. Je kan niet geloven hoeveel mensenkennis je nodig hebt om geen verkeerde beslissingen te nemen. Niet alleen romans, ook films hielpen me daarbij. Ik ben de zoon van een patissier die een tiental jaar ook een paar cinema’s exploiteerde. Wel, je kan een naslagwerk lezen over de ontmoeting van Hitler en Mussolini, maar je kan ook kijken ook naar Una giornata particolareDan zie je Sophia Loren ook nog eens.’ (lacht)

 

‘Fictie is mijn vluchtheuvel. Na de dagelijkse focus op wetenschappelijke tijdschriften, essays en andere onderzoeken, is de roman de plek waar alles een gevoel krijgt, een gezicht. Toen De Bourgondiërs van Bart Van Loo werd gepubliceerd, kreeg de romanist veel kritiek van historici. Ik heb Van Loo meteen verdedigd. Hij laat inderdaad personages fictieve dialogen voeren, tot grote onvrede van veel van mijn collega’s. Van Loo zegt wat de Bourgondiërs moeten hebben gedacht in die tijd. Dat wierp een criticus op in een debat, dat zoiets not done is. Waarop ik zei: “En wat doen wij dan, historici, doen wij niet net hetzelfde?” De Bourgondiërs is zo goed, omdat de auteur weet waarover hij schrijft. De gaten in onze kennis van die geschiedenis vult hij op met zijn verbeelding. Die verbeelding is heel realistisch. Van Loo schrijft geloofwaardige dialogen, daarom houd ik zo van dat boek.’

 

Verhulst

“In 'De draaischijf' beschrijft Lanoye het leven in de jodenwijk in Antwerpen vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Ik liep daar toen zelf rond als kind. Ik zie nog scherp voor ogen hoe alles er toen uitzag.”

 

Wie in 1934 is geboren, is in 2026 ouder dan haast iedereen. Prevenier kan er om lachen. ‘Romans brengen mijn eigen verleden tot leven. In De draaischijf, een fantastisch boek overigens, beschrijft Lanoye het leven in de jodenwijk in Antwerpen vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Ik liep daar toen zelf rond als kind. Mijn vader exploiteerde een bioscoop in de buurt en ik zie nog scherp voor ogen hoe alles er toen uitzag. En De opgang van Stefan Hertmans gaat zelfs over mensen die ik heel goed heb gekend. Voor een van hen, Adriaan Verhulst, schreef ik zelfs een lovende necrologie bij zijn overlijden.’ 

 

In De opgang schrijft Stefan Hertmans over de vroegere bewoner van een Gents huis dat de schrijver in 1979 kocht: Willem Verhulst, een vooraanstaande SS’er die mee afrekeningen en deportaties organiseerde. ‘De zoon van Willem, Adriaan, was mijn collega proximus aan de unief, een mediëvist met wie ik dertig jaar lang lesgaf en met wie ik het liberaal archief heb opgericht. We zaten samen in allerlei liberale, vrijzinnige, vlaamsgezinde verenigingen. Plots verplichtte dat boek me om mijn geschiedenis met Adriaan te herdenken. Voor de zoveelste keer drukte de fictie me dus met de neus op de feiten. Hoewel het natuurlijk ook een roman is, sta ik toe dat Hertmans met mijn voeten speelt. Ja, ik kan die klik maken. Al heb ik nadien contact gezocht met de auteur, aan wie ik trouwens ooit lesgaf. Ik legde uit dat zijn herinneringen -Hertmans had ook les gekregen van Adriaan- niet stroken met die van mij. Daarin schuilt de vrijheid van de romancier: de auteur mag doen met personages wat hij wil, zolang het maar authentiek is, geloofwaardig. Dan heb je me helemaal beet.’

 

 

bron: Iedereen Leest 

5.29.2026

Nie Pleuje - de Gentse Feestendebatten editie 2026

Kameraden en vrienden, over exact 50 dagen beginnen de Gentse Feesten. Een vaste waarde zijn de Gentse Feestendebatten van Democratie 2000 en Trefpunt. Het programma voor deze editie is wederom ongemeen interessant.


 

 

 

Zaterdag 18 juli 2026

‘De huidige onmacht van links tegen de extreemrechtse verleiding’; Hoe kunnen we de normalisering van extreemrechts stoppen?

“Wil links terrein terugveroveren, dan moet het allereerst ferm afstand nemen van het dominante xenofobische frame. Met daarnaast de focus op grotere sociale gelijkheid, fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en betere collectieve voorzieningen voor iedereen ongeacht achtergrond, dat het neoliberale beleid sinds de jaren negentig volkomen uit de wind houdt. Niet door migratie te bejubelen, maar door duidelijk te maken dat de problemen die mensen ondervinden echt niet zullen verdwijnen als we met een toverstokje alle migranten weg zouden kunnen toveren. Dat betekent ook dat een deel van “links” in de spiegel moet kijken en erkennen dat eerdere flirts met marktdenken en flexibilisering, maar ook met het meelopen met de “identitaire strijd”(de valstrik van rechts), (extreem)rechts alleen maar meer wind in de zeilen heeft geblazen (Leo Lucassen, hoogleraar)


Zondag 19 juli 2026

‘Welvaart… een sociale invulling’. Een antwoord aan BDW en consorten.

De besparingspolitiek is zowel sociaal als economisch stappen achteruit. Met zijn boek ‘over welvaart’ wil Bart De Wever aangeven dat er geen andere weg zou zijn. Een andere politieke keuze is mogelijk en ook nodig. Het debat maakt analyse van het conservatief, liberale moeras. Het debat bekijkt ook uitgewerkte plannen B om tot sociale vooruitgang te komen.

 
 
Maandag 20 juli 2026

‘Is alles van waarde dan weerloos?’ Het Vlaamse cultuur- en wetenschapsbeleid onder de loep genomen.

Het rommelt in de sector van cultuur en wetenschap. Het museumlandschap wordt geherstructureerd, literaire en academische academisch verliezen hun werkingsmiddelen. Wordt hier allemaal wel grondig over nagedacht en moeten we niet terug naar de kern van wat een beleid in de kunsten, letteren en wetenschappen zou moeten zijn.


Dinsdag 21 juli 2026

‘Het middenveld onder vuur’. Vlaanderen als Hongarije aan de Leie?

Het middenveld is een belangrijke partner en actor in de opbouw van de welvaartstaat. Ze speelt een vooraanstaande rol in het medezeggenschap en medebeheer van de sociale zekerheid en de samenleving. Toch ligt dat middenveld al even onder vuur: zowel de “oude” als de nieuwe sociale bewegingen en burgerorganisaties. Intimidatie wordt gevolgd door aanvallen die de rechtstatelijke democratie overschrijden. Worden we een Hongarije aan de Leie?


Woensdag 22 juli 2026

 ‘De mythe van gelijke kansen’: Hoe onderwijs sociale ongelijkheid reproduceert.

Het Vlaamse onderwijs wordt al decennialang beschouwd als een krachtige motor voor sociale mobiliteit: een systeem dat kansen creëert en talent, ongeacht afkomst, tot ontplooiing brengt. Maar staat die rol vandaag onder druk?
In dit debat stellen we een fundamentele vraag: kan het Vlaamse onderwijs nog steeds functioneren als een hefboom voor sociale vooruitgang? Of zien we, onder invloed van het huidige beleid — na twee legislaturen onder dezelfde politieke leiding — een evolutie die eerder ongelijkheid bestendigt dan doorbreekt?
Deze discussie raakt aan de kern van wat onderwijs hoort te zijn. Is het in de eerste plaats een instrument om economische noden te dienen? Een middel tot persoonlijke ontplooiing? Of een fundament voor een rechtvaardige samenleving waarin iedereen gelijke kansen krijgt?


Donderdag 23 juli 2026

‘Pushbacks in Europa’ en de Belgische migratie aanpak: tussen recht en realiteit.

Het Europees migratiepact en de bijhorende pushbacks aan de buitengrenzen leggen de spanning bloot tussen het recht op bescherming en de praktijk van migratiecontrole. Tegelijk wint een logica van afschrikking en securitisering steeds meer terrein binnen het Europese migratiebeleid. In dit debat verkennen we eerst hoe deze spanningen zich op Europees niveau manifesteren, vervolgens richten we ons op de Belgische aanpak, en ten slotte staan we stil bij mogelijke alternatieven.

 
 
Vrijdag 24 juli 2026

'Om ter luidst?'

We leven in een tijd waarin oude systemen knarsen en nieuwe vormen van samenleven, werken en creëren nodig zijn. Maar wie beslist wat de antwoorden van de toekomst zullen zijn op de prangende vraagstukken van vandaag. Wie bepaalt de waarheid waarop deze beslissingen worden genomen. We zijn ervan overtuigd dat alle stemmen nodig zijn om een antwoord te bieden op de uitdagingen van iedereen. Hoe zorgen we ervoor dat niet enkel de luidste roepers aan het roer staan. We spreken over wie gehoord wordt, wie spreektijd krijgt en welke kennis gewicht krijgt bij beleid, in onze dagelijkse realiteit en in de media. Maar bovenal, hoe we dit kunnen veranderen. 

 

Zaterdag 25 juli 2026

‘Energie en maatschappelijke omwenteling’. Hoe wordt energie betaalbaar en ecologisch ?

Het neo-liberalisme geeft geen maatschappelijke en duurzame oplossing. De geo-politieke en militaire spanningen leiden tot machtsconcentratie en superwinsten.
Stijgt de vraag naar energie? Kan de economie en de huishoudens met minder ? Welke energie is het meest ‘rendabel’ en ecologisch ? Transitie naar hernieuwbare energie… hoe en wanneer ? Welke reconversie voor ondernemingen en transformatie voor de huishoudens ?

 

Zondag 26 juli 2026

‘Beleven we de neergang van de Verenigde Naties’ en de ondergang van het internationaal recht in de nieuwewereldorde? 

“De crisis van de VN is ook een crisis van de wereldorde zelf. De naoorlogse architectuur - met duidelijke machtsblokken en een gedeeld minimum aan regels - past niet meer bij een gefragmenteerde, multipolaire wereld. Nieuwe machten eisen hun plaats op, oude machten klampen zich vast aan privileges. Geopolitieke concurrentie en nationalisme verdringen de collectieve kracht van de VN. In een tijdperk van groeiend ultranationalisme, brutale rivaliteit, en elk voor zich, is de VN minder een vredesfabriek dan een herinnering aan een ongemakkelijke waarheid: samenwerking is frustrerend en traag, maar het ontbreken ervan is allicht erger. De VN is geen instrument om de wereld te redden, maar een platform om de chaos in te dammen. Ik citeer graag voormalig VN-baas Dag Hammarskjöld (1905-1961): "De VN is niet bedoeld om van de aarde een paradijs te maken, wel om te voorkomen dat zij zou veranderen in een hel" (Björn Soenens, journalist)



5.28.2026

LBV actievoeren helpt!

Actievoeren werkt! De hervorming van de levensbeschouwelijke vakken wordt uitgesteld! De Raad van State laat in een lijvig dossier weten dat de hervorming van de levensbeschouwelijke vakken, zoals ze door de Vlaamse regering werd opgesteld, niet kan uitgevoerd worden. Een overwinning dus, dankzij ons volgehouden onderhandelingswerk en de sterke actie die we op 20 mei voerden. We stuurden met het gemeenschappelijk vakbondsfront onderwijs een persmededeling uit. Je leest die hieronder.

Met strijdbare groeten
Koen Van Kerkhoven


 
Het gemeenschappelijk vakbondsfront zal bijzonder tevreden zijn met de beslissing van de Vlaamse Regering om de geplande hervorming van de levensbeschouwelijke vakken met minstens één jaar uit te stellen. Dat is zeer goed nieuws voor de duizenden leerkrachten levensbeschouwelijke vakken, voor de leerlingen en voor de kwaliteit van ons onderwijs.
 
De beslissing volgt na het sterke signaal dat meer dan 750 personeelsleden en sympathisanten op woensdag 20 mei gaven met de syndicale actie aan het kabinet van de minister van Onderwijs. De grote aanwezigheid van leerkrachten rooms-katholieke, islamitische, orthodoxe, protestantse en joodse godsdienst en niet-confessionele zedenleer maakte toen duidelijk hoe groot de bezorgdheid op het terrein is.
 
Het gemeenschappelijk vakbondsfront heeft altijd benadrukt dat levensbeschouwelijke vakken geen randverschijnsel zijn, maar een essentieel onderdeel vormen van brede vorming en samenleven in onderwijs. Die vakken leren jongeren niet alleen omgaan met waarden, normen en zingeving, maar ook met verschillen. Jongeren leren er kritisch nadenken, luisteren naar elkaar en respectvol in dialoog gaan. In tijden van toenemende polarisatie is dat belangrijk.
 
De onderwijsvakbonden hadden op de actiedag uitdrukkelijk gevraagd om eerst het advies van de Raad van State af te wachten. Dat is ook wat de Vlaamse Regering nu doet: zij neemt terecht de nodige tijd om dat advies grondig te bestuderen vooraleer eventuele verdere stappen te zetten. Dat is niet alleen verstandig bestuur, maar ook een belangrijk teken van respect voor de bezorgdheden van het werkveld. Bovendien brengt uitstel ook ademruimte voor prioriteiten in het beleid.
 
De onderwijsvakbonden danken minister van Onderwijs Zuhal Demir uitdrukkelijk dat zij zich heeft gehouden aan het engagement dat zij tijdens de actiedag aan het gemeenschappelijk vakbondsfront gaf en dat morgen ook effectief zal waarmaken. Dat verdient erkenning. Het uitstel creëert opnieuw ademruimte, rust en perspectief voor de betrokken personeelsleden. Na maanden van onzekerheid is het een belangrijk signaal van respect voor de professionaliteit en het engagement van de leerkrachten levensbeschouwelijke vakken.
 
Het vakbondsfront wil daarnaast alle actievoerders die op 20 mei aanwezig waren extra bedanken. Dankzij hun engagement, zichtbaarheid en solidariteit werd een krachtig en niet te negeren signaal gegeven aan de Vlaamse Regering. De massale aanwezigheid van personeelsleden uit alle levensbeschouwingen gesteund door de leden van de erkende instanties toont hoe sterk het draagvlak is voor kwaliteitsvolle levensbeschouwelijke vakken in ons onderwijs.
 
Het vakbondsfront dankt ook Katholiek Onderwijs Vlaanderen om de actie actief kenbaar te maken bij haar leraren rooms-katholieke godsdienst. Die ondersteuning heeft mee geholpen om een breed en krachtig signaal vanuit het onderwijsveld mogelijk te maken.
 
Voor het gemeenschappelijk vakbondsfront bewijst het uitstel van de maatregel opnieuw dat syndicale actie werkt. Ook het volgehouden overleg en de terechte inhoudelijke en juridische bezwaren vanuit het werkveld hebben mee geleid tot die beslissing. Wij volgen het verdere overleg  en de toekomstige uitwerking van het dossier nauwgezet op. Pedagogische kwaliteit, keuzevrijheid, werkbaarheid en rechtszekerheid blijven absolute prioriteiten. Onderwijs verdient hervormingen die vertrekken vanuit inhoudelijke visie op levensbeschouwing en respect voor mensen op de werkvloer, niet louter vanuit een besparingslogica. 
 
Nancy Libert - Algemeen secretaris ACOD Onderwijs
Koen Van Kerkhoven - Secretaris-Generaal COC
Marianne Coopman - Algemeen secretaris COV 
Pascal Claessens - Voorzitter VSOA Onderwijs