Posts tonen met het label CDenV. Alle posts tonen
Posts tonen met het label CDenV. Alle posts tonen

4.14.2025

"Over zij die zich christen noemen en Zijn leer aan hun laars lappen"

 In Mo* deze week een zeer lezenswaardige column van Walter Zinzen, over Pasen, over christelijke waarden en onze regering(en).

 

Volgende week vieren we Pasen. Hopelijk herinneren ook de zich christelijke noemende politici zich waar dit feest voor staat.

 

Cd&v-voorzitter Sammy Mahdi bijvoorbeeld, die niet weet wat Pinksteren betekent. 

 

Laten we hem helpen. Met Pasen vieren we de verrijzenis van Jezus Christus, die uit de doden zou zijn opgestaan, drie dagen na zijn overlijden. Als kind leerde ik op school dat met de Verrijzenis het christendom staat of valt. Geen Verrijzenis? Dan ook geen christendom. Twijfelen deden de Paters Jezuïeten, die ons deze wijsheid verkondigden, niet. Toch zijn er heel wat vragen te stellen rondom dood en verrijzenis van degene die christenen de Verlosser noemen.

 

De week die aan Pasen voorafgaat, heet in christelijke kring de Goede Week. De lijdensweg en dood van Jezus worden in die week herdacht. De Passie van ons Heer wordt dat vaak genoemd.

 

Jodenvervolgingen

 

Gedurende vele eeuwen hebben kunstenaars allerhande die Passie uitgebeeld of bezongen. Of het nu het Lam Gods is van Van Eyck of de Matthäus-Passion van Bach of de vele honderden andere kunstwerken: allemaal behandelen ze de Passie als iets dat Jezus nu eenmaal overkomen is. Zijn kruisdood wordt beschouwd als een opdracht van zijn goddelijke vader omdat hij de zonden van de wereld moest uitwissen. Ook de christelijke kerken stellen de Passie zo voor.

 

Terwijl het hier toch gaat om een gewelddadige foltermoord.

 

In de vier Evangeliën die we van de Roomse Kerk mogen lezen, is geen sprake van ook maar de geringste poging om de moordenaars op te sporen en te bestraffen. Alleen de Evangelist Johannes noemt de Joden als verantwoordelijken voor Jezus’ dood. 

 

Als gevolg daarvan werd eeuwenlang in de katholieke liturgie de moord in de schoenen geschoven van de “perfide Joden”, een staaltje geschiedenisvervalsing dat pas in 1959 door paus Johannes XXIII ongedaan werd gemaakt. Maar het Goede Vrijdaggebed waarin deze terminologie werd gehanteerd, heeft wel tot talloze Jodenvervolgingen geleid in alle christelijke landen, die vonden dat ze tot de “beschaafde” wereld behoorden.

 

Talloze vragen blijven aldus onbeantwoord: wie heeft het bevel gegeven Jezus te executeren? Wat was het motief? Van een proces met aanklagers en verdedigers was geen sprake. Wat bezielde een flierefluiter als Pontius Pilatus, de leider van de Romeinse bezetter en de man “die zijn handen in onschuld waste”, om een gerespecteerd profeet de dood in te jagen? Was hij bang dat de man, die hij spottend “de koning van de Joden” noemde, een opstand zou leiden tegen zijn gezag?

 

We weten het niet. 

 

In Jezus' naam

 

Wat we wel weten, is dat Jezus’ volgelingen tot op de dag van vandaag troost vinden in zijn Verrijzenis. Dat komt omdat wij mensen ons kennelijk niet kunnen verzoenen met onze eindigheid. In alle culturen, bij alle volkeren in alle tijden, overal ter wereld zijn religies of wereldbeschouwingen ontstaan, die de dood niet als een eindpunt zien maar als een overgang naar een ander, een eeuwig leven. 

 

Bij de christenen is dat de wederopstanding van Jezus Christus. Christenen geloven dat zij, net als Jezus, zullen verrijzen en wel op de dag van de Wederkomst op aarde van de Heer, ook wel eens de Dag des Oordeels genoemd, althans in de oude Bijbelteksten.

 

Het is te vrezen dat ze zich vergissen. Als Jezus meer dan 2000 jaar na zijn overlijden nog leeft, hoe heeft hij dan alle mis- en gruweldaden kunnen toestaan die in zijn naam – in zijn naam! – werden gepleegd? Al van in het eerste begin van het christendom liep het mis: volgers van Jezus Christus vonden dat andere volgers niet het ware geloof hadden en met geweld bestreden moesten worden. In latere eeuwen werden christenen die één of ander punt van het kerkelijk gezag niet aannamen “ketters” genoemd.

 

De Paus van Rome, die zichzelf de Plaatsbekleder van Christus op aarde noemde, richtte een speciale rechtbank op die de Inquisitie werd genoemd en andersgelovigen levend liet verbranden. Al heel vroeg viel het christendom uiteen in een Westerse en een Oosterse Kerk. Die laatste noemt zichzelf tot op de huidige dag “orthodox”, want Rooms-katholieken zijn, wel ja, ketters. 

 

Die Westerse Kerk viel in de 16de eeuw dan nog eens uiteen in allerlei zogenaamde protestantse religies Lutheranen, calvinisten, volgers van Zwingli, anglicanen in Engeland en nog vele anderen. Het kwam tot echte godsdienstoorlogen. Christenen vermoordden andere christenen, uiteraard allen in de naam van Christus.

 

Maar het kon nog erger. Ten tijde van de kruistochten, acht in totaal, van eind 11de tot eind 13de eeuw, werden in het Heilige Land, zoals de geboortegrond van Christus werd genoemd, honderdduizenden moslims en joden afgeslacht. 

 

Kruisvaarders waadden door het bloed van hun slachtoffers, dat tot aan hun knieën kwam. Al die kruistochten waren georganiseerd of gepatroneerd door de Plaatsbekleder van Christus op aarde. Kruisvaarders maakten zich in hun geschriften vrolijk over de massa’s lijken die in de straten van Jeruzalem lagen opgestapeld: het verdiende loon van al die ongelovigen.

 

Een soortgelijk patroon werd gehanteerd tijdens de Spaanse Conquista op het Amerikaans continent van de 15de tot de 17de eeuw. Die verovering was het werk van de elkaar opvolgende Zeer Katholieke Koningen van Spanje – zo noemden ze zichzelf. 

 

Een Spaanse priester schreef in zijn rapport aan een van die koningen dat hij getuige was geweest van een massamoord op ongewapende “Indianen”. Hij had aan de hoofdman van die Indianen een bijbel overhandigd met het bevel hem te lezen. De arme man hield het boek omgekeerd voor zich, het westers geschrift kende hij niet. Daarop riep de priester tot de soldaten, die hij vergezelde: "Dood die ongelovigen, ik geef u bij voorbaat de absolutie!" 

 

En de verrezen Jezus zou dat allemaal goed gevonden hebben?

 

Wat Jezus wél gezegd heeft

 

Het misbruik van zijn naam is trouwens nog lang niet voorbij. Sommige christendemocratische en extreemrechtse politici mogen dan niet weten wat de kerkelijke feestdagen betekenen, ze gaan wel voorop in de bemoeienis met het leven van hun medemens. Ze zijn tegen abortus, euthanasie en homoseksuelen. Want God schiep de mens als man en vrouw en alleen God mag het leven nemen. Zo beleven ze, denken ze, de boodschap van de Heer.

 

Maar Jezus heeft het nooit gehad over seksualiteit. Ja, een enkel keertje. Als hij de verdediging op zich neemt van een “overspelige” vrouw, die bedreigd wordt met steniging. En ergens zegt hij dat man en vrouw ‘één vlees’ worden, een uitdrukking die ik voor het eerst als kind hoorde en dus totaal niet begreep... Maar nergens in het Evangelie vallen de woorden abortus, euthanasie of homoseksualiteit, begrippen die ons vandaag de dag zo bezig houden.

 

Het is in ieder geval niet de stichter van het christendom die zich in die drie gevallen hardvochtig en zelfs onmenselijk heeft opgesteld.

 

Het is des te ergerlijker omdat niet geluisterd wordt naar wat Jezus wél gezegd heeft. Hij heeft zich herhaaldelijk tegen het gebruik van geweld gekeerd. ‘Wie het zwaard hanteert zal door het zwaard vergaan’. Zeker, de organisatie Pax Christi ('de vrede van Christus') spant zich in om de heersende oorlogsretoriek te vervangen door pleidooien voor onderhandelingen, maar wie luistert ernaar? 

 

Zeker niet Wouter Beke, christendemocraat, de man die niet één politiek succes op zijn naam kan schrijven maar nu wel “defensiespecialist” is in het Europees Parlement en pacifisten de mantel uitveegt.

 

Zoals in Bekes partij ook niemand meer te vinden is die een ander woord van Jezus ter harte neemt:

‘Ik had honger en u hebt mij te eten gegeven. Ik had dorst en u hebt mij te drinken gegeven. Ik was een vreemdeling en u hebt mij in uw huis uitgenodigd. Ik had niets om aan te trekken en u hebt mij kleren gegeven. Ik was ziek en u hebt mij opgezocht.’ (Mattheüs 25:35-40)

 

Was dat het uitgangspunt van de christendemocratische staatssecretarissen voor Asiel en Migratie in de Vivaldi-regering? Is dat het beleid dat de christendemocratische ministers goedkeuren in de Arizona-regering?

 

Ik bewonder nog steeds de figuur Jezus en zijn normen en waarden, in ieder geval meer dan degenen die zich christen noemen en zijn leer aan hun laars lappen. Maar dat hij nog zou leven en vrede nemen met hun gedrag? Nee, dat kan ik niet geloven.

 

 Zalig Pasen.

 

bron

2.08.2011

Cultuur zoekt visie (en middelen)

Joke Schauvliege kreeg bij haar benoeming op het departement Cultuur de wind serieus van voren. Een lichtgewicht uit de Oost-Vlaamse plattelandsCD&V op een moeilijk departement. Direct vlogen de cultuurpausen en prominente schrijvers in hun pen. Ze had geen noemenswaardige kennis van cultuur of van cultuurproducties in Vlaanderen, buiten dan, zo moest ze zelf bekennen, dorpstoneel in Evergem. Veel van die kritiek was, mijns inziens, onterecht en ingegeven door machisme.
DeWereldMorgen en cultuurtijdschrijft RectoVerso brachten een zeer interessante analyse. Wouter Hillaert schreef in dat artikel volgende passage:

"Over cultuurminister Joke Schauvliege heeft de culturele sector zich al zo schor gebruld dat er haast geen stem overblijft voor het echte debat rond cultuurbeleid. Hoe moet de politiek zich verhouden tot de diverse vormen van cultuur in de samenleving? En hoe maakt cultuur zich in die samenleving waar, wat is haar belang?

Dat Schauvliege afgelopen najaar kop van jut was, kwam de politieke én culturele klasse eigenlijk niet zo slecht uit. Vanuit de politiek bekeken is ze de uitvoerder van een impopulair, maar noodzakelijk besparingsbeleid en dient ze dus als buffer. Voor de culturele elite vormt ze een makkelijk doelwit om de publieke opinie van schandelijk onrecht te overtuigen. Want besparingen ja, maar toch niet door haar, iemand zonder kennis van zaken? This must be a practical Joke! Inderdaad.

Schauvliege fungeert vooral als bliksemafleider. Ze leidt de aandacht af van het feit dat zowel de politieke als de culturele klasse weinig antwoorden hebben op minstens een van beide vragen waarop elke cultuurpolitiek stoelt: wat is de verantwoordelijkheid van de politiek tegenover cultuur, en hoe moet cultuur fungeren in de samenleving?

Wat de politiek voor cultuur kan betekenen is voor de sector wel duidelijk, zeker budgettair. Maar juist in politiek opzicht is het ook zonneklaar dat de cultuursector de samenleving steeds minder van haar belang kan overtuigen: het draagvlak smelt eerder weg dan aan te dikken. Omgekeerd koestert de politiek vaak allerlei verwachtingen over cultuur, niet zelden ingegeven door ideologie of eigenbelang. Maar in de praktijk houdt men zich liever ver van cultuur vandaan, of gaat men er erg ongemakkelijk mee om.

Een politiek die niet met cultuur weet om te gaan en een cultuur die politiek weinig voorstelt: het is als doembeeld gelukkig wat overtrokken, maar in ieder geval voor beide partijen nefast. Politiek en cultuur dienen elkaars mogelijkheden beter te leren kennen, in plaats van enkel elkaars (gebrek aan) visie aan te vallen. Hoe kan een voldragen beleid eruit zien?"


Op diezelfde DeWereldMorgen staat ook een interessant interview met Bert Anciaux over het beleid van diens opvolger.