12.31.2025

aanwinsten december

 De aanwinsten voor deze maand. 

 

de Holanda, Francisco, Romeinse Dialogen. Gesprekken met Michelangelo en Vittoria Colonna, Amsterdam, 1993.

Grün, Anselm, Een veilige schuilplaats. Meer levensvreugde door rituelen, Tielt, 1997.

Zuidervaart, H.J., Mr. Johan Adriaen van de Perre (1738-1790). Portret van een Zeeuws regent, mecenas en liefhebber van nuttige wetenschappen, s.l., 1983.

Decavele, J. (red.), Eenheid en Scheiding in de Nederlanden 1555-1585, Gent, 1976. 

Vanderbrugghen, Lieven, Op verkenning in een tijd van ballingschap, Gent, 2003.

Okumura, Ichiro, Verzinken in God. Zenmeditatie en christelijke gebed, Gent, 2016.

Beldarrain, Lévêque, Mc Caffrey en Moriconi, Bidden op bijbelse bodem, Gent, 2001.  

Adriaenssens, Peter, Opvoeden is een groeiproces. Wegwijzer voor vaders en moeder, Tielt, 2007. 

Schmidt, Peter, Ongehoord. Christen zijn volgens de Bergrede, Leuven, 2011.

Nouwen, Henri, Tekens van leven. Intimiteit - Vruchtbaarheid - Extase, Tielt, 1991.

Nouwen, Henri, Hier en nu. Leven in de Geest, Tielt, 1996.  

Grün, Anselm, Gebed als ontmoeting, Gent, 1999.

 

 

12.25.2025

Kerst zonder suikerlaagje

 



Magnificat 

Mijn hart juicht om God,
ik kan niet zwijgen over deze omkering van alles.


Hij heeft oog gekregen voor iemand als ik,
onzichtbaar gemaakt in een wereld van status en prestatie.
Vanaf nu zullen mensen zeggen
dat juist de kleine mensen meetellen,
want de Machtige kiest niet voor paleizen,
maar voor wie onderaan de ladder staat.


Zijn naam staat voor bevrijding,
voor een liefde die weigert zich neer te leggen
bij armoede, geweld en ongelijkheid.
Hij laat niet los wie op hem rekenen,
steeds opnieuw schrijft hij geschiedenis
met mensen die afgeschreven zijn.

 

Hij haalt de arrogantie neer
van wie denkt dat geld en macht hen onaantastbaar maken.
Hij prikt de luchtbellen door
van hun propaganda en hun “er is geen alternatief”.


Machthebbers duwt hij van hun troon,
hun systemen van uitbuiting wankelen.
Wie klein wordt gehouden, tilt hij weer recht,
geknakte mensen krijgen hun waardigheid terug.


Wie honger heeft, vult hij met échte overvloed:
recht op brood, werk, zorg en toekomst.
Wie zich heeft volgepropt met rijkdom
en zijn ogen sluit voor het lijden van anderen,
stuurt hij met lege handen weg.


Hij vergeet zijn volk niet,
alle mensen die vechten voor gerechtigheid en vrede.
Hij blijft trouw aan zijn droom
van een wereld zonder onderdrukking,
zonder racisme, zonder uitgesloten mensen.


Dat heeft hij lang geleden al beloofd
aan de generaties vóór ons,
en die belofte geldt nog altijd:
van mens tot mens,
van strijd tot strijd,
tot recht en barmhartigheid de norm zijn
en niemand meer overleeft in de schaduw.


(Vrije vertaling van Lukas, 1,46-56)






Uit een kerstoverweging van Marc Vandepitte in DeWereldMorgen: Kerst zonder suikerlaagje: het radicale verhaal van hoop en verzet

12.20.2025

kerstbezinning

Op de laatste schooldag van 2025 trokken de vierdes MW en MWW naar de kapel van de Zusters van Liefde JM. Samen stilstaan bij kerstmis en het eerste semester samen afsluiten met bezinning, tekst en muziek. 

 


 

 

Of een kerstbezinning door Brussel als "nuttige lestijd" gezien zal worden, weet ik niet. Maar ik weet in elk geval dat het zinvol was.

 

 

12.18.2025

Terugkeer van de obelisk van de Molenaarsstraat

Van 1803 tot 2019 sierde een obelisk van meer dan vier meter hoog de speelplaats van IVV. Op 11 april 2019 reed een hoogtewerker bij het wassen van de ramen het monument omver.  Na zorgvuldige restauratie door Kunstatelier Gerard Thienpont is de obelisk hersteld. Gisteren werd dit monument, na een restauratieperiode van 6 jaar,  terug op zijn plaats gezet.

 

  


 

  

De obelisk in het tuin van het toenmalige huis van kannunik Triest, heeft deze inscriptie: D. O. M.
IN PERPETUAM CONGREGATIONIS SORORUM CHARITATIS IESU ET MARIAE
EXORDII MEMORIAM PRIDIE NONAS NOVEMBRIS MDCCCIII

‘Aan de beste en opperste God. In eeuwige herinnering van het begin van de Congregatie der Zusters van Liefde van Jezus en Maria, sedert 9 november 1803’.   

 

12.17.2025

Jauchzet, frohlocket!

 


Bach en Bijbel, onder deze noemer organiseert CCV Gent elk jaar een reeks lezingen rond het religieuze werk van Johan Sebastian Bach.

 

Vandaag neemt musicoloog Jan Christaens het eerste deel van het Weihnachtsoratorium onder de loep.

 

 

 

 

Demir schaft schooltoiletten af - meer lestijd

 


hervormingen Demir - stakingsdagen

 


12.16.2025

"Terwijl lerarentekort escaleert jaagt Zuhal Demir op vrije schooldagen"

Marc Vandepitte schreef voor DeWereldMorgen een excellent stuk. Met een zeer rake, veelzeggende titel.   

 

Terwijl lerarentekort escaleert jaagt Zuhal Demir op vrije schooldagen

 

Terwijl leerkrachten zich uit de naad werken, portretteert Zuhal Demir hen als plantrekkers. Haar kruistocht tegen vrije schooldagen maskeert het echte probleem: een onderwijs dat bloedt door een chronisch lerarentekort.
 
Het moet gezegd, de minister heeft gevoel voor timing. Net op het moment dat leerkrachten zich uit de naad werken om alles op tijd verbeterd te krijgen en overuren kloppen voor de deliberaties en het oudercontact, schildert ze leerkrachten af als plantrekkers die te weinig voor de klas staan en uit zijn op zoveel mogelijk vakantie.  
 
 
Ook de facultatieve vakantiedagen gaan op de schop. Dat zijn dagen die scholen zelf mogen vastleggen, vaak als brugdag of rond lokale activiteiten. Daarnaast wil de minister de deliberatietijd inperken en wil ze dat de eerste en laatste schooldag opnieuw volwaardige lesdagen worden. Volgens Demir moet dit alles helpen om de achterstand op andere OESO-landen in te halen.
 

Vakbonden woedend

 

Bij de vakbonden valt het plan bijzonder slecht. Volgens ACOD-topvrouw Nancy Libert kijkt de minister met haar cijfers “enkel naar lesdagen, niet naar het aantal effectieve lesuren per week". Zowel op het vlak van het aantal verplichte uren per jaar op de schoolbank, als op de effectieve instructietijd scoren de Vlaamse leerkrachten boven het OESO-gemiddelde

 

Het probleem van ons onderwijs vandaag is dus niet dat leerlingen te weinig op school zijn. Het meeste prangende probleem is het lerarentekort. Libert noemt de maatregelen dan ook “pure symboolpolitiek”. Haar beeld is duidelijk: “Wie zijn huis verbouwt, begint ook niet met nieuwe gordijnen te hangen. De eerste stap naar meer onderwijskwaliteit is een goede, gekwalificeerde leraar voor de klas.”

 

Ook het Christelijk Onderwijzersverbond (COV) spreekt van een “motie van wantrouwen” richting leraren. De minister komt opnieuw met ingrepen die diep ingrijpen in hun werk, zonder hun realiteit ernstig te nemen. De onderwijsbonden vragen zich af wat het oplevert om studiedagen, brugdagen en evaluatiemomenten af te bouwen in een sector die nu al kraakt onder de werkdruk.

 

Studiedagen

 

De pedagogische studiedag is een van de heetste hangijzers. Volgens Marianne Coopman (COV) zijn die dagen “broodnodig” voor professionalisering. Scholen moeten nieuwe minimumdoelen invoeren, taalbeleid aanscherpen en omgaan met steeds meer gedragsproblemen in de klas. Dat vraagt tijd, opleiding en overleg.

 

Directeur Sabine Verheyden van het Lutgardiscollege in Oudergem legt uit dat zo’n studiedag vaak het enige moment is waarop het hele team samen kan nadenken over schoolbrede keuzes. In haar school plannen ze al een studiedag eind augustus om tijdens het jaar zo weinig mogelijk lestijd weg te nemen.

 

Door die momenten te beperken of te schrappen, duwt de overheid scholen richting oppervlakkige bijsturingen in plaats van diepgaande vorming. Drie halve dagen, zeggen directies, volstaan niet om nieuwe competenties aan te leren.

 

Deliberatietijd en werkdruk

 

Volgens de krant De Morgen toont Demirs voorstel om de deliberatietijd na de examens in te korten, weinig kennis van de huidige schoolrealiteit. Deliberaties duren langer omdat scholen rekening moeten houden met complexe leerlingendossiers, zorgnoden en strikte regels die ze niet zelf hebben uitgevonden. 

 

Evaluaties en commentaren moeten zeer nauwkeurig worden genoteerd, want bij de kleinste discussie staan advocaten klaar - vaak namens dezelfde ouders die nu klagen over ‘tijdverlies’. Zo zijn deliberaties uitgegroeid tot een zware administratieve last. Net daar zou een minister iets aan kunnen doen, maar dat levert politiek weinig op.

 

Haar plannen raken vooral aan de manier waarop de werkdruk wordt ervaren. De minister doet alsof de periode na de examens een soort luilekkerland is. Maar leerkrachten beschrijven die weken als een storm: verbeterwerk, rapporten, klassenraden, feedbackgesprekken met leerlingen.

 

Verheyden vertelt hoe leerkrachten een heel weekend verbeteren en daarna dagenlang van ’s ochtends tot ’s avonds in klassenraad zitten. En dan nog krijgen ze het beeld voorgeschoteld dat ze niet veel doen. "Dat komt binnen”, zegt ze.

 

Pedagoog Pedro De Bruyckere verwacht dat scholen zullen schuiven in hun organisatie: meer permanente evaluatie, sportdagen verschuiven naar de periode na de examens om elders lestijd te winnen. Maar dat soort puzzelwerk verandert niets aan de grote werkdruk op het einde van elk trimester. 

 

Facultatieve dagen

 

Een apart onderdeel van het plan is het afschaffen van de facultatieve vakantiedagen. Die dagen werden begin jaren 90 ingevoerd, bij de overheveling van Onderwijs naar de Vlaamse Gemeenschap. Scholen zouden zo lokale festiviteiten kunnen volgen, zoals een jaarmarkt of kermis. Basisscholen kregen twee dagen, secundaire scholen één.

 

Vandaag zetten sommige (basis)scholen die dagen nog altijd in voor lokale activiteiten. Veel secundaire scholen gebruiken ze als brugdag, bijvoorbeeld rond 11 november, na een schoolfeest of in combinatie met pinkstermaandag.

 

Voor vakbonden en directies zijn die dagen een klein stukje autonomie. Ze laten toe het schooljaar menselijker te organiseren. Dat Demir ze nu voorstelt als een soort luxeprobleem, botst met hoe die dagen op het terrein worden ervaren.

 

Carrièrekansen

 

In plaats van zich bezig te houden met symbooldossiers die goed scoren bij haar politieke achterban, zou de minister beter het kernprobleem van het onderwijs ten gronde aanpakken: het lerarentekort. Geen enkele kalenderwijziging verandert daar iets aan, integendeel.

 

In De Morgen werpt Bart Eeckhout de minister de volgende vraag voor: “Wat duwt de kwaliteit in de klas het meest naar beneden? Het lerarentekort of een pedagogische studiedag?” Volgens hem "vereist het antwoord geen diploma kernfysica”.

 

Nieuw onderzoek van KU Leuven toont dat één op de vijf afgestudeerde leerkrachten secundair nooit voor de klas komt te staan. Vooral de beperkte carrièremogelijkheden schrikken af. Voor toekomstige leerkrachten voelt die beperkte doorgroei als een daling van het nettoloon met ruim 8 procent. Daarnaast speelt ook de hoge werkdruk een rol. Opvallend is dat het net de sterkste profielen zijn die het meest afhaken, terwijl zij cruciaal zijn voor de kwaliteit van het onderwijs.

 

Daarnaast overweegt een op vijf van de huidige leerkrachten het onderwijs te verlaten. Idealisme is een sterke factor bij leerkrachten, maar die volstaat blijkbaar niet meer om mensen in het onderwijs te houden als loon, werkdruk en toekomstperspectief tegenvallen. Dat de minister de leerkrachten andermaal wegzet als plantrekkers is in deze allerminst bevorderlijk. 

 

Weinig kans op slagen

 

CD&V, toch coalitiepartner, wijst openlijk op de verkeerde prioriteiten van de minister. Vlaams Parlementslid Loes Vandromme zegt dat Zuhal Demir eerst moet zorgen dat elke klas een leraar heeft. Zij verdedigt ook de tijd voor klassenraden. Dat is volgens haar geen vrijblijvend “hobbyclubje”, maar het enige moment waarop alle leerkrachten samen beslissen over de toekomst en schoolloopbaan van leerlingen. Minder tijd daarvoor betekent risico op minder doordachte beslissingen.

 

De kritiek van CD&V sluit aan bij die van de vakbonden: wie echt werk wil maken van onderwijs, moet eerst zorgen voor voldoende menskracht, een sterke omkadering en vertrouwen, niet bij het afvinken van ‘extra lesdagen’. Het voorstel van Demir moet nog voor overleg naar de onderwijskoepels en de vakbonden. De kans is zeer gering dat haar plannen werkelijkheid zullen worden.

 

 Lees het volledige stuk op DeWereldMorgen.be

 

"meer lestijd"

 Minister Demir gaat de strijd aan met de verspilling van lesdagen. Niet door het lerarentekort aan te pakken, niet door meer middelen te voorzien, niet door opvoeders en ondersteuners te voorzien, niet door innovatie of it-middelen, nee, door de scholen "evaluatiedagen" af te nemen, om hen te verplichten opvang te voorzien in de vorm van "les". Minister Demir stelt een reeks maatregelen, "goedgekeurd door de regering", vrij vertaald ook door Vooruit en CD&V aanvaarde ballonnetjes die nog in concreet beleid gegoten moeten worden. Maar het plan is om dit reeds in te laten gaan op 1 september. De regering beslist en het onderwijs moet meteen schakelen.

 

Een kort overlopen van het leven zoals het is in het onderwijs de voorbije week.

 

Vrijdag hadden de leerlingen van het zesde examen godsdienst, dus ik heb zowat het hele weekend zitten verbeteren. Maandag twee inhaalexamens, dus meteen verbeterd moesten worden. Daarna heb ik de klassenraad van morgen voor mijn eigen klas voorbereid. Morgen en woensdag quasi de hele dag aan een stuk klassenraden. Donderdag is gewijd aan de oudercontacten. Vrijdag is een hele dag met de leerlingen, kerstbezinning, rapporten bespreken, examen inkijken, studiemethode evalueren e.d.m. 

 

Eén van de centrale functies van onderwijs in de ogen van voka en Demir is heel openlijk kinderopvang. Zorgen dat de schooldag "voorspelbaar" is, dat de kinderen elke weekdag op school zijn van 's morgens tot 's avonds.

 

Het is intriest maar wel passend dat ze dit verantwoord met een foutieve vergelijking met andere landen. 

 

Kinderen zitten te vaak thuis zonder les, vindt de minister. "We geven in Vlaanderen al 11 procent minder les dan het OESO-gemiddelde. Dat zijn tot 22 dagen minder per schooljaar in het secundair onderwijs. Onze onderwijskwaliteit lijdt daar enorm onder. Dat terwijl we relatief meer onderwijspersoneel in dienst hebben. Dan klopt er iets niet."

Die redenering gaat niet op, volgens Nancy Libert van de socialistische vakbond (ACOD): "We hebben misschien minder lesdágen, maar niet minder lesuren. We hebben in één lesweek meer lesuren dan in de meeste OESO-landen."

In de samenvatting van het jaarlijkse OESO-rapport over ons onderwijs staat inderdaad het volgende te lezen: "In het Vlaamse onderwijs krijgen leerlingen 821 verplichte instructie-uren per schooljaar in het basisonderwijs en 949 in het lager secundair (eerste graad, nvdr.) onderwijs." 

"Dat is hoger dan het OESO-gemiddelde van 804 uren in het basisonderwijs en 826 in het lager secundair (eerste graad, nvdr.) onderwijs." 

 vrt nws

 

 

Dus eerst schoffeert ze alle leerkrachten tot bij te dragen aan het cliché van de weinig werkende leerkracht, dan gaat ze proberen om haar plannen praktisch uit te werken, met een klassieke verdeel-en-heers. "Nutteloze" leerkrachten die geen meerwaarde zijn op de klassenraad moeten de leerlingen na hun examen zinvol bezighouden. 

 

Daarnaast wordt de werking van klassenraden in het secundair onderwijs efficiënter georganiseerd. Scholen krijgen meer ruimte om klassenraden gericht samen te stellen: leraren levensbeschouwelijk onderricht en leraren van keuzevakken moeten niet langer automatisch deel uitmaken van de klassenraad. Daarnaast kan de directie per vergadering bepalen welke leraren effectief aanwezig moeten zijn.

 persbericht Demir

 

 

Klassenraden zijn uitermate belangrijke, drukke en lastige vergaderingen, waarin elke leerkracht die lesgeeft een gelijkwaardige rol heeft. Mijn stem als godsdienstleerkracht is evenveel waard als een leerkracht LO, Frans of wiskunde. Een deel van de rol maar ook de uitdaging voor een klassenraad is om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van een leerling. Vakken die vaak wat anders zijn dan de andere spelen daarbij vaak een grote rol. Daarnaast is LBV ook gewoon een gewoon vak, grondwettelijk verankerd nota bene, met leerstof en met evaluaties. Nu lijkt het erop alsof ze dit wil ondergraven, nu de afschaffing blijkbaar niet direct gaat lukken, gaat ze het virtueel afschaffen, geen stem in de klassenraad, geen evaluaties meer die écht meetellen.

De poging om leerkrachten tegen elkaar op te zetten is heel vreemd, vooral omdat het nonchalant gebeurd, alsof het de normaalste zaak ter wereld is. Ze wil eenvoudigweg de rol van de klassenraad én van de vakleerkracht herschrijven.

12.15.2025

Lord of the Rings en MAGA

Kameraden en vrienden, we gaan het nog eens hebben over Tolkien. Vandaag een zeer lezenswaardig stuk van het Amerikaanse progressief-christelijk magazine Sojourners.

  

 

‘Lord of the Rings’ Doesn’t Mean What MAGA Thinks It Does

This Christmas, I’m looking forward to curling up on a snowy morning with one of my favorite stories: J.R.R. Tolkien’s The Lord of the Rings. Whether in book or film, Tolkien’s high fantasy remains politically relevant and holds a prescient message for the Advent season.


But before we get to that message, we need to revisit an October social media post from billionaire Elon Musk, celebrating British anti-migration activist Tommy Robinson. Musk attempted to make this endorsement palatable by wrapping Robinson’s hateful rhetoric in a comforting metaphor: The “gentlefolk of the English shires” can be understood as equivalent to the famously meek hobbits created by Tolkien. Such innocent people, Musk argued, needed the “hard men of Gondor” to protect them. In Musk’s eyes, Robinson was acting like a hero from Gondor, swooping in to save British citizens from “illegal immigration.”


Musk isn’t alone in borrowing elements of Tolkien’s classic for political messaging. When the film adaptation of The Two Towers premiered in 2001, figures on the Right used it to galvanize support for the War on Terror. More recently, the Department of Homeland Security has posted memes using The Lord of the Rings to imply that immigration enforcement is the “great battle of our time.” Vice President JD Vance cites The Lord of the Rings as an inspiration to his political career.

Last year, my colleague J.K. Granberg-Michaelson wrote for Sojourners about the power of The Lord of the Rings to move people to action. Considering this, I’m not surprised to see the recent rise in authoritarian figures using the story for their own ends. I think those in positions of power are uniquely prone to interpret the strong, wealthy, or impressive as heroic figures.


This is all part of a wider trend of powerful people misinterpreting Tolkien’s true ideas about strength and heroism. When I see powerful people twist a story I love to serve their own ends, whether it’s The Lord of the Rings or the Bible, I’m reminded of why it’s so important to meditate on how God uses the foolish and weak to shame the strong (Luke 1:46-56; 1 Corinthians 1:27). It is not the military might of Gondor that saves the hobbits, but the overlooked hobbits who save Gondor and the entire realm of Middle-Earth. Musk gets Tolkien’s classic almost entirely backward.

Seeing such a dramatic misinterpretation in the public square almost makes me feel bad for Musk. There are few fandoms more concerned about the fine-grain details of their fictional world of choice than Tolkien fans. Any group of people who are willing to argue in forums for decades about whether a balrog has wings or not based on some odd word choices in a few paragraphs from a book that is more than 1,000 pages long are a force to be reckoned with.


The backlash was swift. In an article for WIRED, John Semley called such shallow usage of Tolkien’s work “Shire-posting,” in reference to the hobbit’s fictional homeland. To help illustrate why drawing such a lesson from Tolkien’s novels is directly contrary to their actual message, I’d like to turn to the text itself. Specifically, let’s take a look at the character arcs of Boromir and his father, Denethor, two of the supposed “hard men of Gondor.”


In The Fellowship of the Ring, a council of elves, dwarves, hobbits, and humans ponder the fate of a ring that was made by the Dark Lord Sauron to control the land which they all share, known as Middle-Earth. Boromir, who represents the human kingdom of Gondor, argues that this all-powerful ring, known as the “Ruling Ring,” should be used to protect Middle-Earth and, more specifically, the race of man. But the council ultimately decides that the “Ruling Ring” must be destroyed in the fires of Mount Doom. The council decides a fellowship of nine heroes will travel to Mount Doom to destroy this ring. Boromir joins the fellowship.


While on the journey to destroy the ring, Boromir begins to covet it. Eventually, his lust for power leads to a madness that results in his tragic demise. Despite his moment of greed, Tolkien portrays Boromir as a valiant and complicated character. Ultimately, Boromir’s death and its far-reaching consequences vividly illustrate how desiring power damages even the noblest heart.


Something similar happens to Boromir’s father, Denethor. He is the Steward of Gondor, which has long been besieged by Sauron’s armies. In desperation, Denethor consults a palantir, a magic stone that the strong-willed can use to see the future. However, Denethor doesn’t realize Sauron has corrupted the seeing stones, and his visions drive him deeper into despair. Through their strength, both father and son fall victim to pride and greed. Their moral failures cause irreparable suffering and endanger the whole quest to destroy the ring.


Clearly, Tolkien did not intend the men of Gondor to be the primary heroes of his books. And yet, The Lord of the Rings has many examples of martial valor in its pages. So to a certain extent, it makes sense that some readers would walk away convinced that Tolkien is praising the warrior ethos. If you build a highlight reel of cinematic moments from the series, it’s possible to mistake the whole thing as a war-fighting montage. 

But embracing such an interpretation is foolish. In reality, Tolkien consistently chose to elevate the weak with his writing style. As Tolkien scholar Michael D.C. Drout argues in The Tower and the Ruin, even the role of narrator is often taken by the weakest character in a scene.


Tolkien’s commitment to showcasing unexpected characters is perhaps most obvious in his portrayal of the hobbits. In the prologue, the author calls them “unobtrusive” and “sheltered” while noting that despite many years removed from the world’s troubles, they remained “curiously tough.” Throughout the narrative, the four principal hobbits are constantly being left uninvited from war councils, mocked as “children” on account of their small size, and mistaken for luggage. But these discounted characters are the true heroes of the narrative.


Take, for example, the hobbit Frodo, the one who has been tasked with carrying the ring to Mount Doom. While on his journey, Frodo is incapacitated and taken prisoner. His hobbit companion, Sam, manages to evade capture and save the ring. In order to save Frodo, Sam decides to put the ring on. Unlike Boromir, that brave but flawed man of Gondor, Sam does not give in to the temptation for power. Sam’s humility allows him to resist the temptation.


Tolkien’s dramatic flip of what heroism looks like doesn’t end with Sam taking off the ring. Discerning readers will realize that his actions happen at the very same moment as some of the grandest battles in the story are unfolding far away. The message is clear: These hobbits’ actions do more to assure the safety of all Middle-Earth than whatever happens between kings and armies.


During Advent, our beliefs about heroism are challenged. For Christians, we meditate on our conviction that the savior of the world was not born as a king or a mighty warrior, but as a poor Jew under Roman occupation. Still, some Christians wrongly attempt to portray our messiah as a hard man of Gondor—an earthly conqueror who has more in common with Christian nationalists than he does with persecuted immigrants.


Taking the men of Gondor to be the heroes of The Lord of the Rings is almost as asinine as reading Jesus’ birth story in Matthew 2 and coming away with the belief that King Herod was actually the real hero. Upon hearing the news of the messiah’s birth, the biblical narrative tells us that King Herod flies into a fit of rage: Herod interprets Jesus’ birth as messiah to be a threat to his power, and decides to kill all the boys in and around Bethlehem who were two years old or younger.


Jesus’ mother Mary seems to have always known, even before his birth, that his existence would unsettle traditional sources of power like King Herod. When the angel Gabriel tells her she will give birth to God’s son, her response is a song we now call the Magnificat. In it, Mary praises God, saying:

“He has scattered the proud in the imagination of their hearts. He has brought down the powerful from their thrones, and lifted up the lowly; he has filled the hungry with good things and sent the rich away empty” (Luke 1:51-53 NIV).


Tolkien and Mary were on the same page when it came to understanding true strength. Beyond the singing and slaying, the quiet repetition at the core of The Lord of the Rings is that power is a corrupting force, no matter whether a hero or a villain wields it.


The Lord of the Rings helps me remember to look for heroes in Bethlehem and Bag End. The core lesson of The Lord of the Rings is an echo of the radical reassessment of what’s valued in the kingdom of God, where the “last will be first, and the first will be last” (Matthew 20:16). If we read it carefully, Tolkien’s masterpiece is a reminder that a time is coming when the proud will be brought low and the humble exalted. That’s a kingdom worth waiting for.

 

12.14.2025

"Klara's Top 100, of de weg van de schoonheid"

In De Standaard verscheen een interessant stuk van musicoloog Jan Christiaens over de Klara's Top 100 en dan vooral over het opvallende succes daarin van uitgesproken religieuze muziek. 

 

Klara's Top 100, of de weg van de schoonheid

 

Opmerkelijk, vindt Jan Christiaens: hoe seculierder onze maatschappij wordt, hoe meer we luisteren naar religieus geïnspireerde muziek.

 

Ook in de jongste editie van Klara’s Top 100 is religieus geïnspireerde muziek opvallend aanwezig. Een op de vier composities verwijst expliciet naar religie. In de top van het klassement ligt die verhouding nog een stuk hoger: maar liefst zes werken uit de top tien hebben iets met religie te maken. De podiumplaatsen gaan ook dit jaar naar Johann Sebastian Bach, Arvo Pärt en Karl Jenkins, componisten in wier werk religie een hoofdrol speelt. Tal van componisten blijven religieuze thema’s opzoeken, vaak zonder dat er nog een kerkelijke opdrachtgever aan te pas komt. Blijkbaar voelen zij zich nog altijd aangetrokken tot de religieuze verbeelding. Even revelerend is het stemgedrag van de Klara-luisteraars. Op de eerste plaats staat zelfs een werk dat met alle mogelijke middelen probeert de toehoorder deelachtig te maken aan het lijdensverhaal van Jezus van Nazareth.

 

Dat is paradoxaal. Vlaanderen behoort tot de meest geseculariseerde regio’s van Europa. Maar dat religie naar de rand van de samenleving verschuift, betekent nog niet dat de menselijke dorst naar religiositeit en transcendentie verdwenen is. Dimensies die door de rede naar de marge verdrongen zijn, sluipen via de deur van de schoonheid weer binnen.


 
Gedemythologiseerd gebed

 

De ervaring van (muzikale) schoonheid legt geen dogma of gedragscode op, maar werkt veel subtieler. Ze wekt onze gevoeligheid voor wat waarachtig en goed is, nog voor we er woorden aan kunnen geven of consequenties voor ons gedrag aan verbinden. Muziek sijpelt binnen in de ziel, tot op de laag waar onze diepste overtuigingen zetelen. Ze overhaalt ons waar verstandelijke taal ons misschien onverschillig laat. Ze breekt onze weerstand, palmt ons in en neemt ons mee in haar verhaal. Zo legt ze een fundament, niet van begrippen en concepten, maar van een doorvoelde schoonheid. In die zin kan naar muziek luisteren uitgroeien tot wat filosoof Theodor Adorno een “gedemythologiseerd gebed” noemde: een innerlijke beweging die ons ontvankelijk maakt voor iets dat dieper reikt dan het alledaagse, die het keurslijf van de immanentie openbreekt en de mogelijkheid van transcendentie laat doorschemeren.

 

Is dat misschien waarom zoveel luisteraars op Bach en Pärt stemmen? Met eenvoudige muzikale middelen roepen zij een wereld van betekenis op die de luisteraar kan betreden. Precies daarin schuilt wellicht de aantrekkingskracht van religieus getinte muziek. Ze opent een deur naar een andere dimensie, waar verstilling, eenvoud en diepgang opnieuw een plaats krijgen in een cultuur die juist die dimensies onder druk zet.

  

12.12.2025

Kantelpunt over Trump, Venezuela en de normalisering van oorlogsmisdaden

De compleet geschifte, extreem-rechtse oranje oplichter in het Witte Huis voert de spanning met Venezuela nog verder op. Na een reeks gerichte moordaanslagen heeft het Amerikaans leger een olietanker gekaapt op volle zee. Een daad van piraterij. Moorden, piraterij en steeds luider wordende dreigementen.

 

Op zo'n moment is er gelukkig Kantelpunt, de podcast van Peter Mertens. 

 

 

 

 

Veel luisterplezier.  

 

 

12.08.2025

de Brusselse kerststal: "farizees politiek theater"

 

De heisa over de kerststal in Brussel is een typisch voorbeeld van de recuperatie van het christendom door de populisten, zegt Mark Van de Voorde. “Ze verkopen de leugen dat een kerststal een lieflijk tafereel moet zijn. Dankzij de religieuze onwetendheid, slikken mensen dat als zoete koek.”

Een acute aanval van religieus geheugenverlies. Zo diagnosticeert Mark Van de Voorde het cultuuroorlogje van afgelopen week over een Brusselse kerststal. Dat religieus geheugenverlies is een symptoom van de seculiere samenleving, zegt hij. “Veel mensen zijn niet alleen gestopt met geloven, ze zijn ook vergeten wat de essentie is van het christendom. Ze kennen enkel nog wat warme, nostalgische beelden. Daar grijpen ze graag naar terug in deze onzekere tijden waarin veel mensen zich verweesd voelen. Daar maken populisten misbruik van.”

Van de Voorde was jarenlang hoofdredacteur van Kerk en Leven en publiceert veelvuldig over geloof en politiek. Pas nog verscheen van hem Niet in onze naam. Oproep tot christelijk verzet tegen populisme en antidemocratie. De heisa in Brussel had zo als voorbeeld in zijn boek gekund, legt hij uit.

“Populisten reduceren het christendom tot erfgoed: iets wat moet worden bewaard, maar niet langer beleefd. Maar het echte christelijke verhaal gaat niet over gezelligheid of traditie. Het roept op tot engagement voor een rechtvaardige, solidaire wereld, waarin ook wie aan de rand staat waardigheid heeft. Dat aspect verwerpen zij volledig en de lege huls die overblijft, vullen zij met nationalisme, polarisatie en verdeeldheid. En met slogans als Make America great again. Het belangrijkste woord daarin is again. Het appelleert aan een tijd waarin zogezegd alles goed ging. Daarom verkopen ze de leugen dat een kerststal een lieflijk tafereel moet zijn, iets wat past in de warmte en gezelligheid van een kerstmarkt. Dankzij de religieuze onwetendheid, slikken veel mensen dat als zoete koek.”

“Ik denk dat meneer Gandoul de Bijbelse betekenis van het kerstverhaal niet kent. De stal waarin Christus is geboren, was koud en armoedig. Die baadde niet in gezellige knipperlichtjes, er hing niet de geur van glühwein en warme wafels. De maakster van deze kerststal, Victoria-Maria, is een praktiserend katholiek christen. En dat blijkt: haar kerststal met de gezichtloze, broze figuren verbeeldt scherpzinnig de centrale boodschap van het kerstverhaal. Dat zegt: kijk naar wie geen gezicht meer heeft, naar wie uitgesloten wordt. Het kerstverhaal wil ons niet geruststellen, maar wakker schudden. Zoals de deken van Brussel-Centrum Benoît Lobet zei in een interview met Otheo: als meneer Bouchez in die gezichtloze poppen zombies ziet, dan heeft hij exact gezien wat zij wilden laten zien. De honderden daklozen in Brussel, de duizenden mensen zonder papieren.”

“Het is een beetje bevreemdend dat de zelfverklaarde voorvechter van l’état laïque, waarin geen plaats is voor religie, zich roert als verdediger van de christelijke tradities, ja. Maar als je ziet hoezeer hij opschuift in zijn populistisch discours, dan is het logisch. Ook hij misbruikt het christendom voor eigen politiek gewin.”

(glimlacht) Mocht ik voor hem werken, ik had het hem afgeraden. En als hij er per se iets over wil zeggen, jongens toch, mag het dan over meer gaan dan een prentje in een stal? Ik vrees dat Sammy Mahdi een kind is van zijn tijd, dat hij de echte betekenis van het christelijke geloof niet meer kent. Het christendom is geen verhaal over tradities, hoe mooi die ook zijn. De kern van het geloof is wat we hier en nu doen voor onze naasten.”

“De politieke recuperatie gaat het verst in de VS. Donald Trump zegt dat hij door God is gered om Amerika van de ondergang te redden. Pure blasfemie. Ontstellend vond ik ook de aanval van Trump en zijn vicepresident J.D. Vance op de bisschop van Washington Mariann Budde, die daags na hun inauguratie had opgeroepen tot barmhartigheid. Als er één woord de kern uitmaakt van het christendom, dan toch barmhartigheid zeker. Trump en Vance begaan wat Christus zelf ‘een zonde tegen de Heilige Geest’ noemde, een ernstig moreel vergrijp: je beticht het goede ervan het kwade te doen, en dicht het kwade het goede toe. Dat gebeurt hier ook, denk aan het scheldwoord ‘gutmensch’, dat graag gebruikt wordt binnen Vlaams Belang en de N-VA. Ik draag het als een geuzennaam.”

“Je hebt twee types. De opportunisten, zoals Trump, Geert Wilders, Viktor Orban en Tom Van Grieken. Allen doen ze aan farizees politiek theater. Het geloof reduceren tot etniciteit en nationalisme is totaal onchristelijk. Maar types als Vance en Hegseth, die menen het écht. Het christendom dat zij aanhangen is antimodern, reactionair en ziet geloof als een politiek wapen dat geweld en brute macht mag gebruiken om te onderdrukken. Zij gebruiken religie om democratie af te bouwen, terwijl de democratie juist een hoogtepunt van christelijke beschaving is.”

“Democratie gaat uit van een diep christelijk idee: alle mensen zijn gelijkwaardig. En de scheiding der machten vloeit voort uit wat de erfzonde ons leert: de mens is goed, maar er zit ook kwaad in hem en dat moet je beteugelen. Populisten willen dat afbreken. Trump zegt over zichzelf: “Wie het land redt, overtreedt de wet niet.” Dat is niet alleen ondemocratisch, het is ook onchristelijk. Het evangelie waarschuwt juist tegen het vergoddelijken van macht.”

“Dat is zo. En daarom schrijf ik in Niet in onze naam: wat een geluk dat de kerk haar macht kwijt is! Nu kan ze weer op zoek naar de kracht van haar geloof, naar spreken met gezag.”

“Ja. Al deed paus Franciscus dat wel, en zijn opvolger Leo XIV nu ook, en er zijn mensen zoals bisschop Budde. Ik erger me eraan dat bisschoppen zich niet uitspreken omdat zij ‘bescheiden’ willen zijn (wegwerpgebaar). Christus was niet bescheiden, toch? Hij was wél nederig en dienstbaar: denk aan de voetwassing op Witte Donderdag. Scheiding tussen kerk en staat betekent niet dat kerken geen moreel standpunt mogen innemen. Ze mogen, en moeten, zich uitspreken over waarden en menselijkheid. Wij moeten moed tonen, of beter nog: lef. Dat is Hebreeuws voor ‘hart’. Wij moeten het hart gebruiken om het goede te doen en zeggen wat we menen te moeten zeggen.”

 

12.07.2025

Op zoek naar Nicolaas van Myra

De excellente podcast Oudheid heeft een Sinterklaas-aflevering gemaakt. Daarin graven Timo Epping en Dr. Rutger Kramer naar de bronnen voor Sinterklaas, met uitgebreide aandacht voor de hagiografieën. 

 

 

Lees luisterplezier.  

 

Meer weten? 

Kramer, R. (2023). Hoe is het Sinterklaasfeest ontstaan? https://ter-info.nl/kennisbank_item/hoe-is-het-sinterklaasfeest-ontstaan/

 

 

12.06.2025

6 december

 


Voor de liefhebbers een Byzantijnse ritus voor het feest van de heilige Nicholas van Myra. 

 

12.02.2025

The Nonviolent Jesus Podcast met Joan Boaz

Op deze drukke decemberavond een podcast. De zeer luisterenswaardige reeks The Nonviolent Jesus Podcast brengt een interview met de ronduit geniale Joan Boaz. 


 

 

Alle afleveringen van The Nonviolent Jesus Podcast

 Meer ook bij joanboaz.com

 

11.30.2025

aanwinsten november

November was druk. Zoals tegenwoordig alles altijd druk is. Toch zijn er een niet onaardig aanwinsten in mijn boekenkasten beland.

Crisogono de jesús, Geboren uit Gods Adem. Joannes van het Kruis, Carmelitana, 1985. 

Carlos Noyen, Tot U spreekt mijn hart. gebeden uit de karmel, Carmelitana, 1990.

Guido Stinissen, Een vriend van God. Jan van het Kruis. levensschets, Carmelitana, 1990.

René Stockman, Ubi Caritas. Godgewijd leven, Carmelitana, 2009.

Valeer Neckebrouck, Vraagt en Gij zult verkrijgen. Verhoort God al onze gebeden? Carmelitana, 2015.

Olivia Elia, Een Goddelijk Sieraad, Carmelitana, 2012.

Lawrence Kushner, Joodse spiritualiteit voor Christenen. Een inspirerende introductie. Carmelitana, 2001.

René Stockman, Ga tot Jozef. Het verhaal van de stille heilige, Carmelitana, 2018.

In-gebed Leven met God in de wereld vandaag, Carmelitana, 2006.

Rudolf van Dijk, Gerry van der Loop, Karmelregel. Een cursusboek in twaalf modules voor gemeenschappelijk en persoonlijk gebruik, Carmelitana, 2004.

William Johnston, naar een nieuwe mystiek. Brieven tussen oost en west, Carmelitana, 1997.

Onderstroom. Handboek voor gebed, Carmelitana,  2005.

Marshall Thomas, Elizabeth, De Maan van het Rendier, Houten, 1987.

Fatah, Sherko, We gaan als het donker wordt, Amsterdam, 2010.

Blech, Benjamin en Doliner, Roy, De Sixtijnse Geheimen. De verborgen boodschappen van Michangelo, Kampen, 2008. 

De Roover, pater Em. R., Priester Poppe. Leven en Zending, Lannoo, 1987.

Arts, Herwig, Het Ongeloof Gewogen. over onzekerheid en atheïsme, Kapellen, 1982. 

Troclet, Léon, La Cléricalisation de la Belgique par l'Ecole, Les Cahiers de l'Eglantine n°XI, Brussel, 1932.

Hikmet, Nâzim, De romantici, Berchem, 1995.

Art, Jan, De Nil, Bart, Jacobs, Marc (red.), Gezocht: het verhaal van Jan Modaal. Acta Colloquium Arbeid en Cultuur 1800-2000, Gent, 2007.

Tijtgat, Karel, De Geschiedenis der Gentsche Socialistische Katoenbewerkersvereeniging 1857-1932, Gent, 1932.

Versteylen, Luc, wij hebben ze niet meer alle vijf, Borgerhout, 1980.

Berdjajew, Nikolai, Het Russische Denken in de 19de & 20e eeuw. aspecten en perspectieven, Amsterdam, 1947. 

 

 

dubbelverkoop


 

11.29.2025

Sint Pannekoek

Voor iedereen een vrolijke en een gezegende Sint Pannekoek, een aloude Rotterdamse traditie ... uit 1986.

 


Een prachtig verhaal van Jan Kruis, uit de stripreeks Jan, Jans en de Kinderen.

11.24.2025

stakingsdriedaagse


 

 

 

Meer dan 100.000 mensen tijdens de betoging van 14 oktober. Maar dat maakte weinig indruk op de Arizona-regering. Integendeel, de asociale voorstellen vliegen ons om de oren. Tégen werknemers. Tégen de sociale zekerheid. Maar vooral: telkens in het voordeel van de werkgevers. We gaan door tot naar ons geluisterd wordt.

 

Staak mee tijdens de stakingsdriedaagse!  

 

24-25-26 november:  spoorwegen

25 november: openbare diensten en onderwijs

26 november:  interprofessionele nationale staking in de privésectoren

 

 

Liever dan te luisteren naar de bezorgdheden van zoveel mensen die telkens weer de straat op komen, liever dan het belang van het sociaal overleg te respecteren en compromissen te sluiten, provoceert de Arizona-regering onnodig. Deze regering laat onze sociale zekerheid nóg verder leegbloeden, met de uitbreiding van flexi-jobs, studentenjobs en werkgeversvrijstellingen. In verschillende sectoren staat het sociaal overleg intussen zwaar onder druk.

De gevolgen laten zich voelen in een almaar groeiende actiebereidheid. Staken doen we niet zomaar, maar in het algemeen belang. Voor méér sociale rechtvaardigheid, voor een sterkere sociale zekerheid én de toekomst van onze welvaartstaat

Staken is in deze context méér dan nodig, nuttig en constructief. 

 

 

 

 

11.23.2025

I’m ready for Christmas

 Tussen een massa verbeterwerk en de examenvoorbereidingen door, tijd voor de kerstversiering. 

Ja, het is nog vroeg en nee, het is zelfs nog geen advent, maar hij staat er toch.




11.17.2025

Dekolonisatie van de verbeelding: durven dromen als daad van verzet

Stamp Media brengt deze week een stuk over Afrofuturisme, dekolonisatie van dromen. Een leuk essay van Patricia da Costa. 

 


Kolonisatie rooft niet alleen land, maar ook de mogelijkheid tot dromen. Generaties groeiden op zonder zichzelf ooit als held of toekomstdrager te zien. In dit essay onderzoekt Patricia da Costa de impact van de (de)kolonisatie van verbeelding. “Wat blijft er van je verbeelding over, wanneer je dromen als onmogelijk worden verklaard?”

De Franse psychoanalyticus en denker Frantz Fanon schreef al in zijn boek ‘Black skin, white masks’ dat kolonisatie niet stopt bij het koloniseren van land en grondstoffen, maar dat het verder gaat. “De gekoloniseerde heeft geleerd zichzelf te bekijken door de ogen van de kolonisator”, schreef hij.

Je hoeft daar niet eens lessen over te krijgen. Vaak begint het op schoolbanken, in films, maar ook in de gesprekken om ons heen, in wat wel of niet wordt verteld. Op mijn eigen school ging het over Afrika enkel in termen van slavernij, armoede en honger. Over alle acties die moeten worden gevoerd om daar te kunnen helpen.

Nooit ging het over wat er eigenlijk was vóór de slavernij en de Europese schepen. En daardoor leerden wij onbewust dat vóórdat Europa kwam, Afrika een leeg blad was dat pas ontstond wanneer iemand hen ‘ontdekte’.

De eenzijdigheid blijft daar. In veel westerse onderwijssystemen blijft het narratief over Afrika beperkt tot slavernij, armoede en conflict. Er wordt nauwelijks gesproken over de architectuur, tradities, politieke structuren of de geschiedenis vóór de slavernij. Dit voedt het idee van wat sommige denkers ‘historische amnesie’ noemen: een collectief geheugenverlies over wie de mensen waren voor de slavernij.

De gevolgen zijn zichtbaar. Negatieve percepties en representatie hebben gezorgd voor een vertekend beeld van Afrika. Oorlog, hongersnood, corruptie, ziektes en armoede lijken bijna ‘kenmerken’ van Afrika geworden. Zoals Japhace Poncian schrijft in ‘The persistence of Western negative perceptions about Africa: Factoring in the role of Africans’: de mainstream media versterkt dit narratief, maar doet er weinig aan om het te ontkrachten.

Afro-pessisme

Misschien is het niet genoeg om te zeggen dat zwarte mensen hun geschiedenis vergeten zijn. Volgens denkers uit de stroming van het Afro-pessimisme zoals Frank B Wilderson III, Saidiya Hartman en Jared Sexton, ligt het probleem veel dieper.  Zwart-zijn is volgens hen niet enkel een culture en raciale identiteit, maar een structurele positie buiten het mens-zijn. In dit beeld is het ‘noodzakelijk’ dat zwarte mensen lijden en ze niet worden gezien als mensen. Wilderson schrijft in Afropessimism’: “Zwarte mensen hebben geen analogie in de menselijke wereld. Geen droom, geen toekomst, geen verlossing is de slaaf gegund.”

De samenleving is gebouwd op de uitsluiting en instrumentalisering van zwarte lichamen. Het is niet dat zwarte mensen geen toekomst mogen hebben, maar dat het systeem zelf niet toelaat dat zij als toekomstdragers worden erkend. Het ontbreken van verbeelding is geen gevolg van een gebrek van te weinig representatie, maar wat Wilderson een ‘social death’ noemt: een toestand waarin je leeft, maar niet volledig wordt gezien als mens. Het is de diepgewortelde onmogelijkheid van zwarte toekomstverbeelding binnen een wit denkkader.

Afro-pessimisme is geen hoopvol kader, maar het maakt zichtbaar wat vaak onbenoemd blijft: dat dekolonisatie niet stopt bij taal of cultuur, maar bij het recht op jezelf in de toekomst te kunnen heroveren. En precies daar begint de radicaliteit van de volgende beweging: afrofuturisme.

En daar komt afrofuturisme om de hoek kijken, een artistieke en politieke beweging die zwarte mensen een plek geeft in denkbare toekomsten: technologisch, magisch, utopisch of dystopisch, maar steeds bevrijd van witte suprematie. Van Marvel’s Black Panther, waarin Wakanda een ongekoloniseerde Afrikaanse moderne staat is, tot in het sciencefictionboek ‘De Zaaier’ van Octavia E. Butler over een zwarte vrouw met een buitengewone gevoeligheid in een dystopische toekomst in de Verenigde Staten.

Afrofuturisme plaatst zwarte mensen als centrale figuren waarin alles mogelijk is en dat is wat het zo krachtig maakt. Het weigert om zwart-zijn enkel te koppelen aan trauma. Het is niet om het verleden te vergeten of als onbelangrijk te zien, maar als een weigering om het verleden als enige referentiepunt te hebben.

Voor mij persoonlijk betekent dit iets fundamenteels. Ik herinner me hoe ik als kind keek naar films en boeken zonder helden die op mij leken. Vandaag zie ik verandering: in Limbaverse van Will-Limba Moleka, met een Angolees hoofdpersonage, of in Spiderman: into the Spider-Verse waar een zwarte jongen de held is. Maar het gevoel dat je nergens echt thuishoort, blijft hangen.

Afrofuturisme doorbreekt dat. Het laat zien dat we in elke mogelijke tijd en ruimte kunnen bestaan. Het is een manier van heling, maar ook tegelijk een daad van verzet. Want dromen in vrijheid is een manier om koloniale erfenissen letterlijk te herschrijven.

Het recht tot dromen

En ja, het voelt soms onmogelijk. Hoe begin je met dromen wanneer het systeem je steeds opnieuw vertelt dat het niet voor jou is weggelegd? Misschien begint het klein: een verhaal, een film, een strip met hoofdpersonages die op jou lijken.

Dekolonisatie van de verbeelding is geen gek theoretisch idee. Het gaat over wie we durven te zien als toekomstdragers, wie we toestaan te dromen, en welke verhalen we vertellen over onszelf. Afrofuturisme gaat niet enkel over mooie fantasieën, maar het is een vorm van verzet. Het laat zien dat wij bestaan en onze verbeelding niet stopt bij de grenzen die ooit voor ons werden getrokken.

Misschien begint de heling net hier: niet door het verleden te vergeten, maar door het recht op dromen op te eisen. Zoals kunstenaar en denker Rasheedah Philips zegt: “Afrofuturisme is niet alleen een esthetiek, het is een strijd om tijd – om het recht om jezelf te zien in het verleden, heden én de toekomst.”

 

 

Stampmedia 

11.16.2025

"Voka is nu gansch het volk"

"De ware subsidieslurpers zijn niet die professoren en schrijvers die maandelijks in een academiezaal samenkomen, maar de arrogante bovenklasse die privévluchten vanuit Deurne naar Nice of Dubai door de belastingbetaler laat meefinancieren, maar dan met “werkingsmiddelen” in plaats van subsidies."  

 

 Op deze grijze zondag een lezenswaardige tekst van Jan Dumolyn over het besparingsbeleid van onze neoliberale Vlaamse regering. 

 


De N-VA luistert alleen nog naar de ondernemersclub Voka en heeft het traditionele culturele nationalisme definitief losgelaten, schrijft Jan Dumolyn.

 

Er is al wat inkt over gevloeid, maar het blijft schokkend: de Vlaamse regering heeft drastisch gesnoeid in de subsidies voor kerninstellingen van het Nederlandstalige culturele en intellectuele leven. De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde (Kantl) verliest tegen 2027 bijna de helft van haar werkingsmiddelen, zonder inhoudelijke evaluatie. Ons Erfdeel, dat decennialang de culturele samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen bevorderde, ziet zijn steun gehalveerd en in een volgende fase nog verder teruggeschroefd. Ook de Ultimas verdwijnen – een schrijnend afscheid van wat ooit de Belgische Staatsprijzen voor Vlaamse Letterkunde waren, de eerste officiële erkenning voor auteurs als Guido Gezelle, Cyriel Buysse, Louis Paul Boon, Hugo Claus, Patricia De Martelaere en Kristien Hemmerechts. Eenzelfde besparingslogica treft de Koninklijke Vlaamse Academie van België (KVAB).

 

Met die kortzichtigheid ondergraaft Vlaanderen niet alleen zijn taal-, cultuur- en wetenschapsbeleid, maar ook een deel van de intellectuele infrastructuur waarop dat beleid generaties lang steunde. Voor het grote publiek zijn ze misschien onbekend of stoffig, maar academies voor taal, kunst en wetenschap gaat terug tot de 17de eeuw, toen Europa kennis en cultuur begon te organiseren in instellingen als de Académie française en de Royal Society.

 

Het waren aanvankelijk natuurlijk elitaire genootschappen die de natievorming moesten ondersteunen, maar ze groeiden uit tot symbolen van de bijdrage van wetenschap, kunsten, geschiedenis, taal en cultuur aan de maatschappelijke ontwikkeling. In de oorspronkelijk uitsluitend Franstalige Belgische context kregen de Vlaamse academies bovendien een emancipatorische functie. Kantl en KVAB zijn nog altijd maatschappelijk relevant: ze stimuleren onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek en versterken taal en cultuur. En dat alles voor een overheidssubsidie die binnen de Vlaamse begroting bijna niets voorstelt.

 

De Vlaamse culturele wereld trok fel van leer tegen bevoegd minister Caroline Gennez (Vooruit). Filosofe Tineke Beeckman (DS 22 oktober) hekelde naar aanleiding van deze bezuinigingen het typische beoordelen van cultuur op ofwel economisch nut (door de rechterzijde) ofwel moreel activisme (door links). Zij pleitte voor de intrinsieke waarde ervan. Schrijver Christophe Vekeman (DS Weekblad 25 oktober) verweet Gennez een dedain voor het culturele verleden zelf. Niet dat er zonder zulke academies of Groot-Nederlandse initiatieven nu plots geen waarde aan de schone kunsten en letteren meer gehecht zou worden uiteraard. Impulsen tot creativiteit en vernieuwing komen van onderuit. Maar vanuit historisch standpunt is die cultuuraverse kleinburgerlijkheid van de Vlaamse regering wel een symbolisch breukmoment.

 


Hefboom voor emancipatie

 


Zowel de Vlaamse beweging, de socialisten en de christendemocraten beschouwden traditioneel taal en cultuur als een fundamentele hefboom voor emancipatie. Het Nederlands moest toegang bieden tot onderwijs, maatschappelijke participatie, zelfontplooiing en economische ontwikkeling. De flamingante socialist August Vermeylen benadrukte dat de taalstrijd een middel daartoe was, geen doel op zich. Hij stond aan de wieg van de vernederlandsing van de Gentse universiteit.

 

In dat streven naar geestelijke ontvoogding werd ook aan de letterkunde veel belang gehecht. De Vlaamse beweging had trouwens zelf ooit avant-gardistische schrijvers zoals Paul van Ostaijen en Wies Moens. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de Vlaamse literatuur zich echter kosmopolitischer en progressiever, met Claus en Boon als vrijgevochten boegbeelden. Priester-dichters moesten nu plaats maken voor maatschappijkritiek. Maar ook toen zou geen enkele politicus erover gedacht hebben de grote Vlaamse schrijvers niet meer op een voetstuk te plaatsen.

 

Vandaag breekt de Vlaamse regering dus nog wat meer met zijn emancipatorische tradities: taal en cultuur lijken geen hefboom meer. Maar die koerswijziging heeft diepere sociologische wortels. De Vlaamse kapitalistische elite die zich na de oorlog ontwikkelde, heeft nooit veel interesse betoond in cultuur of mecenaat, het bleef in hoofdzaak beperkt tot statusvertoon en lidmaatschap van societyclubs. Cultuur was voor veel hardwerkende ondernemers altijd een luxe en geen maatschappelijke noodzaak. Het huidige beleid is daar een logisch vervolg op: cultuur wordt gemeten aan economisch nut, niet aan intrinsieke waarde of identiteit. Vandaag zijn de kunstenaars en schrijvers die zichzelf Vlaamsgezind noemen bovendien op de vingers van een hand te tellen, maar de liefde komt ook niet van de andere kant.

 

De N-VA luistert nu blijkbaar alleen nog naar de ondernemersclub Voka en lijkt het traditionele culturele nationalisme definitief te hebben losgelaten – waarmee ik zeker niet wil suggereren dat alle Voka-leden cultuurbarbaren zijn. Zelfs de eigen Vlaamse Volksbeweging en de IJzertoren zetten ze op droog zaad. Vooruit en CD&V volgen slaafs dat beleid. Wat overblijft, is een soort centennationalisme en veel getoeter over technologische ontwikkeling en Vlaamse veerkracht. Jozef Deleu, de oprichter van Ons Erfdeel, waarschuwde al in de jaren 80 voor dat soort tamme middelmatigheid. Het is dan ook ironisch dat ook zijn erfenis nu wordt wegbezuinigd.

 

Maar ook links verzaakt dus aan zijn plicht. Het ideaal van volksverheffing – cultuur voor iedereen, ongeacht inkomen – werd eigenlijk al in de jaren 70 overboord gegooid.

 


Zogenoemde expats

 


Waar het Vlaams-nationalisme ooit taal zag als instrument van emancipatie, gebruikt de N-VA die taal nu eerder om te disciplineren. Migranten en anderstalige jongeren worden geconfronteerd met een hiërarchie van talen: alleen het Nederlands telt, hun moedertaal wordt bestraft of gemarginaliseerd. Die energie zouden we misschien beter gebruiken om onze anderstaligen intensief met de Nederlandse letterkunde te confronteren. Maar de zogenoemde expats – een woord dat ik nooit echt heb gesnapt, maar waarvan ik denk dat het ‘rijke migrant’ betekent – mogen natuurlijk wél overal ongehinderd Engels gebruiken. Ook aan de universiteiten, waar het Nederlands langzaam maar zeker doodgeknepen wordt.

 

Het idee dat echte levensvervulling voortkomt uit wetenschappelijke ontwikkeling of kunstzinnige ervaring, los van economische toepassing, klinkt hopeloos ouderwets. Maar literatuur, muziek, natuurobservatie of zuivere wiskunde zijn niet elitair – die misvatting bestaat jammer genoeg ook bij progressieven. Elitair zijn rijke mannen die met helikopters hun bedrijfsfeesten aandoen en er de werknemers gratis worsten en schlagermuziek voorschotelen. Of voetbalploegen kopen en daarom in de pers als ‘grote meneer’ betiteld worden. De ware subsidieslurpers zijn niet die professoren en schrijvers die maandelijks in een academiezaal samenkomen, maar de arrogante bovenklasse die privévluchten vanuit Deurne naar Nice of Dubai door de belastingbetaler laat meefinancieren, maar dan met “werkingsmiddelen” in plaats van subsidies.

 

Misschien moeten onze Vlaamse ministers Hendrik Consciences roman Baas Gansendonck nog eens lezen. Die rijke, maar ongeletterde herbergier uit de Kempen ging ten onder aan inhaligheid, hoogmoed en een gebrek aan zelfkritiek. Steeds meer lijkt hij het spiegelbeeld van onze zelfgenoegzame Vlaamse bovenklasse te worden.

 

 

11.15.2025

"Soedan heeft vrede nodig"

Het immens interessante Tricontinental heeft zeer lezenswaardige update over Soedan.

 

 

Sudan Needs Peace Now

With more than a quarter of the population displaced, numerous documented war crimes, and widespread hunger, Sudan faces unthinkable violence and deprivation as much of the world falls silent.


What is the reality on the ground in Sudan?

On 15 April 2023, war broke out between the Sudanese Armed Forces (SAF) – led by the head of the Transitional Military Council, General Abdel Fattah al-Burhan – and the Rapid Support Forces (RSF) – led by Lieutenant General Mohamed ‘Hemedti’ Hamdan Dagalo. Since then, backed by various governments from outside of Sudan, the two sides have fought a terrible war of attrition in which civilians are the main victims. It is impossible to say how many people have died, but clearly the death toll is significant. One estimate found that between April 2023 and June 2024 alone the number of casualties was as high as 150,000, and several crimes against humanity committed by both sides have already been documented by various human rights organisations. At least 14.5 million Sudanese of the population of 51 million have been displaced. The people who live in the belt between El Fasher, North Darfur, and Kadugli, South Kordofan, are struggling from acute hunger and famine. A recent analysis by the UN’s Integrated Food Security Phase Classification found that around 21.2 million Sudanese – 45% of the population – face high levels of acute food insecurity, with 375,000 people across the country facing ‘catastrophic’ levels of hunger (i.e., on the brink of starvation).

Since the war began, hundreds of thousands of internally displaced people sought refuge in El Fasher, then held largely by the SAF. Roughly 260,000 civilians were still there in October 2025 when the RSF broke the resistance, entered the city, and carried out a number of documented massacres. Among those killed were 460 patients and their companions at the Saudi Maternity Hospital. The city’s fall has meant that the RSF is now largely in control of the vast province of Darfur, while the SAF holds much of eastern Sudan – including Port Sudan, the country’s access to the sea and international trade – as well as the capital city of Khartoum.

There is no sign of de-escalation at present.

Why are the SAF and the RSF fighting?

No war of this scale has one simple cause. The political reason is straightforward: this is a counter-revolution against the 2019 popular uprising that succeeded in ousting President Omar al-Bashir, who governed from 1993 and whose last years in power were marked by rising inflation and social crisis.

The left and popular forces behind the 2019 uprising – which included the Sudanese Communist Party, the National Consensus Forces, the Sudanese Professional Association, the Sudan Revolutionary Front, the Women of Sudanese Civic and Political Groups, and many local resistance and neighbourhood committees – forced the military to agree to oversee the transition to a civilian government. With the assistance of the African Union, the Transitional Sovereignty Council was established, composed of five military and six civilian members. Abdalla Hamdok was appointed prime minister and judge Nemat Abdullah Khair chief justice, with al-Burhan and Hemedti on the council as well. The military-civilian government wrecked the economy further by floating the currency and privatising the state, thereby making gold smuggling more lucrative and strengthening the RSF (this government also signed the Abraham Accords, which normalised relations with Israel). The policies of the military-civilian government exacerbated the conditions toward the showdown over power (control over the security state) and wealth (control over the gold trade).

Despite their roles on the council, al-Burhan and Hemedti attempted coups until succeeding in 2021. Having set aside the civilians, the two military leaders went after each other. The SAF officers sought to preserve their command over the state apparatus, which in 2019 absorbed 82% of the state’s budgetary resources (as confirmed by Prime Minister Abdalla Hamdok in 2020). They also moved to retain control of its enterprises, running more than 200 companies through entities such as the SAF-controlled Defence Industries System (estimated $2 billion in annual revenue) and capturing a significant share of Sudan’s formal economy across mining, telecommunications, and import-export commodity trade. The RSF – rooted in the Janja’wid (devils on horseback) militia – tried to leverage the autonomous war economy centralised around the Al Junaid Multi-Activities Corporation, which controls major gold-producing areas in Darfur and about half a dozen mining sites, including Jebel Amer. Since 50–80% of Sudan’s overall gold production is smuggled (as of 2022) – mainly to the UAE – rather than officially exported, and since the RSF dominates production in western Sudan’s artisanal mining zones (which account for 80–85% of total production), the RSF captures huge sums from gold revenue every year (estimated at $860 million from Darfur mines alone in 2024).

Beneath these political and material contests lie ecological pressures that compound the crisis. Part of the reason for the long conflict in Darfur has been the desiccation of the Sahel. For decades, erratic rainfall and heatwaves due to the climate catastrophe have expanded the Sahara Desert southward, making water resources a cause of conflict and sparking clashes between nomads and settled farmers. Half of Sudan’s population now lives with acute food insecurity. The failure to create an economic plan for a population wracked by rapid changes in weather patterns – alongside the theft of resources by a small elite – leaves Sudan vulnerable to long-term conflict. This is not just a war between two strong personalities, but a struggle over the transformation of resources and their plunder by outside powers. A ceasefire agreement is once more on the table, but the likelihood that it will be accepted or upheld is very low as long as resources remain the shining prize for the various armed groups.

What are the possibilities of peace in Sudan?

A path toward peace in Sudan would require six elements:

  1. An immediate, monitored ceasefire that includes the creation of humanitarian corridors for the transit of food and medicines. These corridors would be under the leadership of the Resistance Committees, which have the democratic credibility and networks to deliver aid directly to those in need.
  2. An end to the war economy, specifically shutting down the gold and weapons pipelines. This would include imposing strict sanctions on the sale of weapons to and the purchase of gold from the UAE until it severs all relations with the RSF. Export controls at Port Sudan must be implemented as well.
  3. The safe return of political exiles and the start of a process to rebuild political institutions under a civilian government elected or supported by the popular forces – mainly the Resistance Committees. The SAF must be stripped of its political power and economic assets and subjugated to the government. The RSF must be disarmed and demobilised.
  4. The immediate reconstruction of Sudan’s higher judiciary to investigate and prosecute those responsible for atrocities.
  5. The immediate creation of a process of accountability that includes the prosecution of warlords through a properly constituted court in Sudan.
  6. The immediate reconstruction of Sudan’s planning commission and its ministry of finance to shift surplus from export enclaves toward public goods and social protections.

These six points elaborate upon the three pillars of the African Union and the Intergovernmental Authority on Development’s AU-IGAD Joint Roadmap for the Resolution of the Conflict in Sudan (2023). The difficulty with this roadmap – as with similar proposals – is that it is dependent on donors, including actors that are implicated in the violence. For these six points to become a reality, outside powers must be pressured to end their backing of the SAF and the RSF. These include Egypt, the European Union, Qatar, Russia, Saudi Arabia, the UAE, and the United States. Neither this roadmap nor the Jeddah channel – a Saudi-US mediation track launched in 2023 that focuses on short truces and humanitarian access – includes Sudanese civilian groups, least of all the Resistance Committees.

 

Tricontinental