10.16.2011

Dexia, hoe is het zo ver kunnen komen?

Dexia, een zoveelste bank in het rijtje die na privatisering wederom moest gered worden met overheidsgeld.
Danny Carleer, voormalig ACOD-delegatielid bij de ASLK en initiatiefnemer van www.openbarebank.be bekijkt in het weekblad Solidair de evolutie van Dexia, van fusie tot vernieling, en vooral de rol van de grote politieke families in dit verhaal.

België kende vroeger verschillende openbare kredietinstellingen (OKI) met de ASLK (Algemene Spaar- en Lijfrentekas) en het Gemeentekrediet van België (GKB) als meest bekende. Deze financiële instellingen waren tevreden met een kleine winstmarge en schuwden de risico’s. Klanten kregen er een behoorlijke rente voor hun spaarcenten en konden er tegen aantrekkelijke voorwaarden geld lenen. Het Gemeentekrediet was marktleider voor kasbons en als financier van de overheden. De dienstverlening was prima en iedereen kon er terecht, ook de minder kapitaalkrachtigen.

De ASLK werd opgericht in 1865, het Gemeentekrediet vijf jaar eerder. Vooral het Gemeentekrediet was sterk gepolitiseerd. Politici van allerlei traditionele partijen verdeelden er de zitjes.

De volgende politici waren lid van de raad van bestuur van de Dexia Bank België en de Dexia Holding gedurende afgelopen decennium. Zij namen deel aan de strategie die tot het faillissement van Dexia leidden.
Bij de Dexia-groep
Elio Di Rupo (PS), Jean-Luc Dehaene (CD&V), Karel De Gucht (Open Vld), François-Xavier de Donnéa (MR), Didier Donfut (PS), Serge Kubla (MR), Francis Vermeiren (Open Vld), Eric André (MR), Frank Beke (sp.a)
Bij Dexia Bank België
Patrick Janssens (sp.a), Jean-Jacques Viseur (cdH), Herman Van Rompuy (CD&V), Marc Deconinck (PS), Jef Gabriëls (CD&V), Patrick Lachaert (Open Vld), Luc Martens (CD&V), Tony Van Parys (CD&V), Wivina Demeester (CD&V), Louis Bril (Open Vld), Benoit Drèze (cdH), Antoine Duquesne (MR)

In 1987 werd in Frankrijk de Crédit Local de France opgericht, die moet instaan voor de financiering van de lokale overheden. De bank- en verzekeringsgroep Dexia ontstond in 1996 uit de fusie tussen het Gemeentekrediet van België en Crédit Local de France. Die nam ook een bank in Israël over.
Privatiseringsgolf

In 1996 wordt het Gemeentekrediet verkocht. De drie grote politieke families vertellen aan al wie het horen wou dat ze daarmee de sociale zekerheid redden en de overheidsschuld flink verminderen. De OKI worden fel beneden hun waarde verkocht.

Allerlei aandeelhouders deden hun intrede bij Dexia, zo ook de Gemeentelijke Holding, want met het Gemeentekrediet hadden de lokale besturen goede zaakjes gedaan. Ze wilden graag ook meegenieten van de stijgende winsten, die de nieuwe privébankiers vooropstelden en dus legden de lokale politici geld op tafel om nog meer aandelen te verwerven. Ze worden er vertegenwoordigd door de Gemeentelijke Holding, maar omdat het nu zo slecht gaat met Dexia, deelt die in de klappen.
Gedaan met voorzichtig bankieren

Na de privatiseringen was het uit met het voorzichtig bankieren. Net als het Belgisch-Nederlandse Fortis (waar de ASLK onderdak vond) begon Dexia (nu een Frans-Belgische groep) aan een sterke expansie. The sky was the limit. Voor Fortis had dat in 2008 – amper 10 jaar na de volledige privatisering van de ASLK – fatale gevolgen. Dexia gaat wat langer mee, maar ook daar zijn de aanwinsten geen succes.

De overnames bij Dexia situeerden zich vaak in wat daar de core business heet te zijn: de bankier van de overheden. Maar van dat pad werd ook afgeweken, soms met weinig succes. In 2000 neemt Dexia de Nederlandse bank Labouchère over. Na de beurscrash van 2001 breekt de aandelenlease-affaire uit bij een dochter van Labouchère en die zadelde de deelnemers (en Dexia) met een enorme schuld op. Veel klanten verloren hun hebben en houden omdat ze met de Dexia-dochter in zee waren gegaan. Dexia had voor de Nederlandse zakenbanken Labouchère en Kempen meer dan 2 miljard euro op tafel gelegd en Labouchère ging in de jaren na de overname kapot aan rechtszaken. De Nederlandse zakenbank Kempen werd in 2004 voor 85 miljoen euro terug verpatst. Degenen die ‘schoenmaker blijf bij uw leest’ riepen, hadden overschot van gelijk.

Rommelproducten

Uit winsthonger nam Dexia nog andere risico’s. In de Verenigde Staten lijfden ze de verzekeraar van openbare besturen FSA (Financial Security Assurance) in. Dexia noemde zich meteen ‘wereldleider op de markt van de financiële dienstverlening aan de publieke sector’. Het leiderschap werd een lijderschap. FSA nam steeds meer rommelproducten op in haar portefeuille. In de crisis van 2008 leed FSA een gigantisch verlies door ongedekte risico’s, die verband hielden met het subprimedebacle.

Tijdens de eerste crisisdip baarde vooral de situatie van FSA zorgen. Het vergde miljarden belastinggeld om Dexia vlot te houden. België, Frankrijk, Luxemburg en enkele aandeelhouders stopten 6,4 miljard euro in Dexia. Later halen de Belgische, regionale en lokale overheden nog meerdere malen de portefeuille boven. In totaal gaat het nu al om zeker 4 miljard euro voor rekening van de verschillende overheden. De regering verkreeg voor de miljardensteun aandelen in Dexia, die op dat moment 9,90 euro waard waren, vandaag nog amper 1 euro. Leterme noemt dat een “virtueel verlies” zonder 1 eurocent echt verlies voor de staatskas.
Aderlating voor staatskas

Om FSA te kunnen verkopen stond de regering-Leterme gigantische waarborgen toe. Dat was niet zonder risico, zoals Leterme nu om de haverklap herhaalt. In zijn verslag van 22 december 2010 schreef het Rekenhof daarover: “In elk geval blijven de waarborgen, die als gevolg van de financiële crisis door de staat werden verleend aan financiële instellingen, door hun omvang een belangrijke factor van onzekerheid voor de toekomstige evolutie van de overheidsfinanciën.” Het Rekenhof heet een onverdachte bron te zijn en dat is zeker geen geruststellende taal.

In 2008 krijgt Dexia voor 150 miljard euro waarborgen die voor respectievelijk 36,5% en 60,5% door de Franse en de Belgische overheid worden gegarandeerd. In verhouding tot de inbreng van Frankrijk was dat beschamend veel. Uit egoïstische politieke overwegingen en/of uit onwetendheid namen Leterme en Reynders vooral in vergelijking met de Fransen veel te veel hooi op hun vork. Op tv vertelden ze glimlachend dat ze alles deden om het spaargeld veilig te stellen. Nu schijnen ze toch door te hebben dat ze toen bedrogen werden.

Het minste wat je kan zeggen is dat Leterme en Reynders ook toen onverantwoorde risico’s hebben genomen waardoor de toekomst van alle Belgen zwaar gehypothekeerd werd. Dat doen ze vandaag opnieuw.

De instorting van het Dexia-aandeel van 9,90 euro tot minder dan 1 euro maakt nog meer slachtoffers. De ACW-holding Arco lijdt een ‘voorlopig fictief’ verlies van 2 miljard euro. De Gemeentelijke Holding kocht in 1996 voor 1,7 miljard euro aandelen in Dexia. Aan 8,25 euro per stuk. Ook die holding lijdt een gigantisch verlies.

Geen opmerkingen: