Voor Vakbeweging Magazine, het militantentijdschrift van het ACV, schreef Maarten Gerard een zeer lezenswaardig stuk over wat er op de agenda staat van de federale regering. Het is niet opbeurend maar het is goed over een overzicht te hebben van wat onze regering voor ons in petto heeft. Het stuk eindigt met "Syndicaal is er alvast werk genoeg." We zijn er klaar voor. Dat zal wel zijn.
Voor wie dacht dat 2026 zich rustig zou aandienen, zorgt de internationale actualiteit voor een ruw ontwaken. Ook het komende jaar zal er één zijn van onverwachte gebeurtenissen en wendingen die hun impact laten voelen op wat er in Europa en België zal gebeuren. Niets lijkt zeker en dat zal zijn schaduw werpen op alle politieke en economische beslissingen van het komende jaar. Wat wel zeker lijkt is dat wat er ook gebeurt, het lot van gewone mensen onderaan de prioriteitenlijst zal staan. Het feit dat we noch van de meeste voor- of tegenstanders van de recente gebeurtenissen in Venezuela iets horen over hoe de Venezolaanse bevolking zelf perspectief kan krijgen, spreekt boekdelen.
Tegelijk belooft de dubbelzinnigheid in de antwoorden van sommige van onze politici over het respecteren van de internationale rechtsorde weinig goeds over het politieke denken in termen van rechtszekerheid en het respecteren van regels, ook hier bij ons. De nogal gratuite manier waarop adviezen van de Raad van State worden genegeerd of de Grondwet zelf wordt geproblematiseerd via artikel 23 zou wat meer introspectie mogen krijgen. Nochtans is die rechtsorde essentieel, voor iedereen. Internationale, Europese en grondwettelijke bepalingen komen niet voort uit de waan van de dag, maar zijn de basis voor het garanderen van de rechten en vrijheden voor iedereen. Werknemers én werkgevers zijn niet gebaat bij kramakkelig ad hoc beleid, waarbij feiten en regels moeten wijken voor ideologische en ongefundeerde keuzes. Op dat vlak staan we voor een reeks van belangrijke juridische uitspraken dit jaar, zoals die over de beperking van de werkloosheid in de tijd, waarover kort na het verschijnen van dit artikel al een uitspraak zou moeten zijn van het Grondwettelijk Hof over een mogelijke schorsing. En op internationaal vlak zal dit voorjaar het stakingsrecht uitgeklaard worden door het Internationaal Hof. Daarmee is het niet aan rechters om beleid te maken, maar het is wel aan hen om beleidsmakers er op te wijzen dat beleid correct moet gevoerd worden.
Begrotingscijfers bol van optimisme.
En we gaan wel degelijk beleid hard nodig hebben. Ondanks alle grote verklaringen heeft de regering haar huiswerk niet op orde. De begrotingscijfers staan nog steeds bol van optimisme, of, in het geval van de ingrepen op de bescherming van nieuwkomers, budgettaire fictie gebaseerd op ideologische aversie. Zo wil men het leefloon koppelen aan integratie-inspanningen en op die manier 268 miljoen euro besparen. Dan rekent men dus wel op ontzettend veel mensen die geen re-integratie-inspanningen doen en zo hun leefloon deels verliezen. Absurd, goed integreren wordt nu dus een last voor de begroting.
Maar het is meer dan dat. Wat met het beleid rond langdurig zieken, de effecten van de werkloosheidshervorming en de pensioenhervorming? De baten worden hoog ingeschat, de onmiddellijke kosten genegeerd of onderschat. Zolang deze regering echter de ogen sluit voor een rechtvaardig fiscaal beleid en blind blijft voor de enorme fiscale uitgaven voor bedrijven en de sterkste schouders, mogen we nog elke begrotingsronde een saga verwachten om de cijfers – schijnbaar – te doen kloppen.
Economische en sociale vooruitzichten wankel
Tegelijk zijn de economische en sociale vooruitzichten wankel. In de laatste cijfers van november, vóór de drastische beperking van de werkloosheidsuitkeringen vanaf 1 januari, schuifelt het aantal werkzoekenden terug naar omhoog. Hun uitkering afnemen zal daar niets aan wijzigen zegt intussen ook de Nationale Bank die spreekt van mogelijk 10 tot maximum 20% die het werk zou hervatten. Met de nadruk op de voorwaardelijke ‘zou’. Er wordt het komende jaar een lichte jobgroei verwacht, maar dit verbergt een stagnering van de gewone jobs. Wat groeit zijn de flexi-jobs en het aantal jobstudenten. Met de nog komende wijzigingen voor de verbreding van de flexi-jobs in 2026 en de uitbreiding van het aantal overuren vanaf april hoeft het echter niemand te verbazen dat werkgevers aangeven dat ze de komende periode minder overwegen nieuwe aanwervingen te doen.
Nog komend moet wel gezegd, want veel van wat er al verkondigd is, heeft de eindmeet nog niet bereikt. Verschillende wetten liggen nog bij de Raad van State die zich in januari moet bezighouden met onder meer, maar alles behalve uitsluitend, de pensioenhervorming, maatregelen rond overuren en bovengenoemde maatregelen voor de integratie van nieuwkomers. De Raad van State heeft de regering ondertussen wel al teruggefloten voor de wet-Quintin die de regering moest toelaten willekeurig organisaties te verbieden. Over meerdere ontwerpen is het laatste woord dus nog niet gezegd.
Dubbele indexsprong ook voor uitkeringen onder armoedegrens
Ook het ontwerp van programmawet moet nu geadviseerd worden. Die bevat onder meer de dubbele indexsprong. Volgens de ontwerpen zal deze enkel ingaan vanaf april 2026 voor de eerste keer en vermoedelijk, maar niet zeker, vanaf 1 januari 2028 voor de tweede keer. Voor de lonen kijkt men naar het basismaandloon, zonder premies of toeslagen, vanaf 4000 euro en a rato van de tewerkstelling. Voor de tweede indexsprong wordt het grensbedrag geïndexeerd. Bedrijven moeten telkens de helft van wat ze uitsparen aan lonen en sociale bijdragen doorstorten naar de sociale zekerheid. Gezien de verschillende indexatiemomenten en grenzen kan dat nog een soep worden, want de indexsprong loopt door tot men een volledige 2% cut heeft bereikt. Voor de uitkeringen ligt het grensbedrag op de helft, namelijk 2.000 euro. Een goede reden daarvoor is er niet, nog minder uit te leggen is dat men zo de gezinsuitkeringen
zwaarder treft dan de individuele uitkeringen. Zo worden de minima van het gezinspensioen (2.260 euro) of de uitkering bij gezinslast in arbeidsongeschiktheid (2.067 euro) getroffen, terwijl ze ruim onder de armoedegrens liggen (3.197 euro). Tot dusver lijkt de regering dat te willen negeren.
Fiscale hervorming telt niet alleen winnaars
Ook nog komende is de fiscale hervorming. Bij de begrotingsoefening is er al gemakshalve bespaard op het hoeraverhaal door 1 miljard op rekening van de volgende regering te schuiven. Maar hoe meer er gerekend wordt hoe relatiever alles wordt. Zo wordt de verhoging van de belastingvrije som voor kinderen ten laste niet geïndexeerd, en los daarvan enkel verhoogd voor het eerste kind en licht aangepast voor het tweede. Enkel al op dat aspect zijn gezinnen met twee kinderen al een verliezer en naargelang het aantal kinderen kan de negatieve impact zelfs de volledige verhoging van de belastingvrije som neutraliseren. Als het dan ook nog eens gaat om een vervangingsinkomen is men volledig gezien. Het valt dus
nog te bekijken hoe de verschillende maatregelen gaan ingrijpen op gezinnen en hun koopkracht.
Het is nog te bekijken wanneer de nieuwe ontwerpen uit de begrotingsbesprekingen zoals de programmawet, de vierde golf rond re-integratie en zo verder in het sociaal overleg terechtkomen, net zoals de maatregelen voor de invulling van de specifieke welvaartsenveloppe, het schaamlapje voor het schrappen van de welvaartsenveloppe.
Syndicaal is er alvast werk genoeg.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten