Posts tonen met het label Gramsci. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gramsci. Alle posts tonen

3.20.2020

Omgaan met quarantaine: 3 lessen van Antonio Gramsci

Vandaag brengen we een lezenswaardige korte bijdrage, over de lessen van Gramsci in deze tijden van Corona ophokplicht. Deze tekst schreef Seppe De Meulder op facebook en ik neem ze hier integraal over.
 

Omgaan met quarantaine: 3 lessen van Antonio Gramsci

Ik had liever een virus gehad waardoor we allemaal dichter bij elkaar moesten kruipen. Een crisis hoort mensen dichter bij elkaar te brengen. De ironie wil dat we dit vandaag doen door van elkaar weg te blijven. Het zijn dan misschien geen zelfgekozen omstandigheden, dit is wel een moment bij uitstek waarop mensen hun eigen geschiedenis kunnen maken.

Gisteren was ook bij mij een dag van warrige chatgesprekken, een eindeloze stroom aan nutteloos ‘breaking news’ en lichte paniek bij het idee van een onbepaalde periode zonder knuffelen. Maar dan zijn er de brieven uit de gevangenis van Antonio Gramsci, een man die wist wat omgaan met zwaardere vormen van quarantaine is. Als mede-oprichter van de Communistische Partij in Italië was Gramsci niet de beste vriend van de fascisten. Na de machtsovername van Mussolini zou hij de gevangenis nooit meer verlaten. Naast goed voor het relativeren van de eigen situatie zijn die brieven ook best een goede bron van inspiratie.

Deze situatie zou wel eens lang kunnen duren. En aangezien ik merk dat veel mensen momenteel een vergelijkbare worsteling doormaken, zet ik even de drie belangrijkste lessen die ik uit de brieven haal op een rijtje.


1. Hou contact

“Schrijf me veel, want brieven ontvangen is de meest vreugdevolle ervaring die ik kan hebben in deze omstandigheden”, zo schrijft Gramsci, die elke brief afsluit met “tedere knuffels.”

Brieven waren zijn enige manier om contact te houden met de buitenwereld. Dat heeft zo zijn beperkingen. “Ik heb de indruk,” schrijft hij, “dat ik echt spreek met je terwijl ik schrijf. Het enige probleem is dat ik beperkt ben tot een monoloog wanneer jouw brieven niet komen of ze niet lijken te antwoorden op de conversaties die ik begon.” Vandaag hebben we zo veel meer mogelijkheden. Fysiek zijn we momenteel beperkt, maar een mens leeft van sociaal contact. De neiging om honderd-en-één chatconversaties te starten ga ik achterwege laten, dat is me te chaotisch. Maar laten we de nieuwe technologie optimaal benutten. Het moet echt wel mogelijk zijn om Skype te leren appreciëren. En vandaag leerde ik dat je via watchtogether.com zelfs ‘samen’ film kan kijken.


2. Blijf mopjes maken

“Een vleugje ironie, boordevol humor die me overal volgt, is een eindeloze hulp”, schrijft Gramsci. Het leven in de gevangenis is hard, veel harder dan in je eigen kot opgesloten zitten. En het grootste deel van zijn leven was Gramsci ziek, veel zieker dan wie zoals ikzelf nu thuis zit met een stomme verkoudheid. “Je moet je geen zorgen maken”, schrijft Gramsci wanneer hij naar een andere gevangenis verplaatst wordt. “Dit maakt dingen slechts tot op een bepaalde hoogte erger en veroorzaakt voornamelijk slechts nieuwe irritaties en ergernissen.” Op het eerste zicht zijn die brieven nogal triest. En wellicht was hij dat ook wel vaak, maar humor en ironie hielden hem in alle omstandigheden overeind.

Vandaag hield Fox News een live stemming op televisie. Amerikanen konden kiezen of ze Trump zijn aanpak van het coronavirus ‘superb’, ‘great’, of ‘very good’ vinden. Dit is geen mop, maar wat een mop. Wat een mop, maar dit is geen mop. Duizenden mensen dreigen te sterven omwille van de waanzin van onze leiders. Maar het is niet omdat een situatie extreem ernstig is dat je er niet mee kan lachen. En het is niet omdat je er mee kan lachen, dat de situatie niet extreem ernstig is.


3. Niet panikeren, organiseren.

a) Jezelf organiseren

Gramsci beschrijft gedetailleerd zijn weekindeling. Hij legt zichzelf een bepaald patroon op en staat op vaste uren op en gaat op vaste uren slapen. “Sporten”, schrijft hij verder, “weerhoudt mij ervan om te veel bagger te lezen.”

Met bagger bedoelde Gramsci de minder informatieve delen van de krant. In het huidige tijdperk van liveblogs en sociale media is de stortvloed aan bagger een nog veel grotere bedreiging geworden. Het is zeker geen slim idee om je af te sluiten en het nieuws niet meer te volgen, maar voor de mentale gezondheid lijkt mij een beetje sporten in plaats van eindeloos scrollen en doorklikken wel aangewezen.

b) Onszelf organiseren

De bagger probeert hij te vermijden, maar Gramsci volgt de politieke situatie in zijn land en daarbuiten wel op de voet. Gedurende zijn gevangenschap organiseert hij samen met de andere gevangen een school en vat hij het plan op om te studeren en iets te schrijven dat de mensheid vooruit kan helpen, “für ewig”.

Niet iedereen hoeft daarom te beginnen lezen en schrijven. Boodschappen doen voor ouderen en zieken, het werk neerleggen in niet-essentiële sectoren of applaudisseren voor de mensen in de zorgsector kunnen net zo goed (waarschijnlijk zelfs beter) de wereld voor altijd een duwtje in de juiste richting geven.

Crisissituaties zijn momenten waarop het onmogelijke mogelijk wordt. De wereld kantelt, aan ons om ze op haar voeten te laten terechtkomen. De mens is een sociaal wezen, dus ik geloof dat het goed komt. Dat is geen voorspelling, dat is een belofte. Want hoop is niet iets dat je hebt. Hoop is iets dat je maakt, met je handelingen.

8.22.2018

'cultuurmarxisme' en Gramsci

Kameraden en vrienden,

 vandaag aandacht voor Antonio Gramsci. Italiaans communist uit de eerste helft van de vorige eeuw. Vandaag de dag onderwerp van ronduit obsessief gedrag van extreem-rechtse nitwits.


Als we de bestrijders van het cultuurmarxistische gevaar mogen geloven is Antonio Gramsci het brein achter deze sluimerende coup. Hij zou degene zijn die de klassenstrijd inruilde voor de cultuuroorlog, die ideologie belangrijker achtte dan de economie en zo linkse rebellen inspireerde tot een ‘lange mars door de instituties’. Die mars is inmiddels zo goed als voltooid, claimt Cliteur, want zonder dat we er erg in hebben zijn de universiteiten, kranten en de publieke omroep in handen gevallen van Gramsci’s discipelen. Instemmend citeert hij de alt-right provocateur Milo Yiannopoulos: ‘Als je je afvraagt waarom je gedwongen wordt om diversiteitscursussen of colleges genderstudies te volgen aan de universiteit, of waarom al je professoren een hekel lijken te hebben aan de westerse cultuur – het is de schuld van Gramsci.’

Dit staat te lezen in een interessant stuk in De Groene Amsterdammer, een blad waar we in België toch alleen maar van kunnen dromen. 


Want cultuur was bij Gramsci nooit losgezongen van de economie. Zijn vijand was het fascisme, niet de westerse beschaving. Hij droomde niet van een universiteit met verplichte diversiteitscursussen, maar van een samenleving zonder onderdrukking en uitbuiting. En zolang nieuw rechts de voorwaarden van de cultuuroorlog bepaalt en links gevangen zit in een schijngevecht tussen klasse en identiteit, komt die droom niet dichterbij.

Lees het volledige artikel. 

1.02.2016

"That’s why I hate New Year’s"

Kameraden en vrienden, op deze tweede dag van het jaar, brengen we een vrij toepasselijke tekst van Antonio Gramsci. Het is een column die hij schreef voor Avanti! editie 1 januari 1916.


Every morning, when I wake again under the pall of the sky, I feel that for me it is New Year’s day.
That’s why I hate these New Year’s that fall like fixed maturities, which turn life and human spirit into a commercial concern with its neat final balance, its outstanding amounts, its budget for the new management. They make us lose the continuity of life and spirit. You end up seriously thinking that between one year and the next there is a break, that a new history is beginning; you make resolutions, and you regret your irresolution, and so on, and so forth. This is generally what’s wrong with dates.
They say that chronology is the backbone of history. Fine. But we also need to accept that there are four or five fundamental dates that every good person keeps lodged in their brain, which have played bad tricks on history. They too are New Years’. The New Year’s of Roman history, or of the Middle Ages, or of the modern age.
And they have become so invasive and fossilising that we sometimes catch ourselves thinking that life in Italy began in 752, and that 1490 or 1492 are like mountains that humanity vaulted over, suddenly finding itself in a new world, coming into a new life. So the date becomes an obstacle, a parapet that stops us from seeing that history continues to unfold along the same fundamental unchanging line, without abrupt stops, like when at the cinema the film rips and there is an interval of dazzling light.
That’s why I hate New Year’s. I want every morning to be a new year’s for me. Every day I want to reckon with myself, and every day I want to renew myself. No day set aside for rest. I choose my pauses myself, when I feel drunk with the intensity of life and I want to plunge into animality to draw from it new vigour.
No spiritual time-serving. I would like every hour of my life to be new, though connected to the ones that have passed. No day of celebration with its mandatory collective rhythms, to share with all the strangers I don’t care about. Because our grandfathers’ grandfathers, and so on, celebrated, we too should feel the urge to celebrate. That is nauseating.
I await socialism for this reason too. Because it will hurl into the trash all of these dates which have no resonance in our spirit and, if it creates others, they will at least be our own, and not the ones we have to accept without reservations from our silly ancestors.

De vertaling in het Engels is van Alberto Toscano en verscheen op viewpointmag