"Lestijd moet optimaal benut worden", zo toetert Vlaams onderwijsminister Demir. Pedagogische studiedagen, facultatieve vakantiedagen, allemaal verspilling. Zo schrapt ze ook in het aantal evaluatiedagen, dat zijn dagen waarin de school geen les organiseert, maar examens, inclusief de halve dag ervoor, de dag voor inhaalexamens en de dagen waarin de klassenraad samenkomt. Demir toetert dat de school de leerlingen bij zich moeten houden. De onderwijsbonden bieden gelukkig weerwerk.
Koen Van Kerkhoven van COC publiceerde in Het Belang van Limburg dit opiniestuk.
Waarom schrappen in evaluatiedagen een risico vormt voor de kwaliteit van ons onderwijs
Pedagogische studiedagen zijn geen luxe of verkapte vakantie: ze zijn het moment waarop schoolteams hun beleid uitstippelen. Dat doe je niet even tussendoor, laat staan na de uren of in vakanties.Eind vorig jaar besliste de Vlaamse regering om te sleutelen aan de organisatie van het schooljaar. Minder pedagogische studiedagen, minder evaluatiedagen, het schrappen van facultatieve vakantiedagen en de verplichting om de eerste en laatste schooldag als effectieve lesdagen te organiseren: het oogt daadkrachtig in persberichten en tabellen. Maar op de schoolvloer dreigt vooral negatieve impact: meer druk, minder ademruimte en dus een reëel risico op minder kwaliteit.
Wie vandaag in het onderwijs staat, weet dat het systeem al op zijn tandvlees zit. Personeelstekorten, planlast, zorgnoden en een structureel hoge werkdruk zijn geen subjectieve indrukken, maar dagelijkse realiteit. In die context komen de voorstellen bij veel collega’s over als een motie van wantrouwen: alsof professionals tijdens evaluatiedagen hun tijd zitten te verprutsen of overleg over de toekomst van leerlingen tijdverlies is. Vanuit mijn jarenlange ervaring in het veld weet ik net hoe essentieel die momenten zijn.
Dat de onrust niet alleen leeft bij personeel en directies, blijkt uit de reacties van de leerlingen. Petities, online filmpjes, zelfs het woord ‘staking’ valt. Draagvlak creëer je niet met kalenderknipwerk, wel met dialoog.
Onderwijskwaliteit ontstaat niet door simpelweg meer dagen te tellen. Ze groeit door sterke teams, voldoende omkadering, gekwalificeerd personeel en professionalisering die ingebed is in het werk. Pedagogische studiedagen zijn geen luxe of verkapte vakantie: ze zijn het moment waarop schoolteams afstemmen over minimumdoelen, taalbeleid, inclusie, evaluatiepraktijken, oudercommunicatie en klasaanpak. Dat doe je niet even tussendoor, laat staan na de uren of in vakanties.
Als men lesuitval echt wil terugdringen, dan moet de focus liggen op de kerntaken. Leerkrachten moeten kunnen lesgeven, begeleiden en evalueren, niet structureel ingezet worden in andere taken. Vandaag gaat er te veel tijd naar toezicht tijdens speeltijden, opvang, registraties, verantwoording en het inspringen in klassen bij afwezigheid van collega’s. Dat dit intussen als normaal wordt beschouwd, is moeilijk te begrijpen. Wie meer lestijd wil, moet ook zorgen voor meer ondersteuning, betere omkadering en snellere vervangingsprocedures met andere profielen. Daarbij hoort een drastische afbouw van planlast: minder afvinklijstjes, minder rapporterings- en verantwoordingsdwang die weinig bijdraagt aan leren maar wel uren opslorpt. Effectieve leertijd win je ook door ballast weg te nemen.
Tot slot is een breed pedagogisch pact nodig: duidelijke afspraken over gedeelde verantwoordelijkheid, waarin iedereen zijn rol opneemt. Niet alleen de scholen en hun personeel, maar ook de ouders en andere beleidsdomeinen. Respect voor de leraar betekent vertrouwen en tools om grenzen te stellen, afspraken te handhaven en orde en rust in de klas te verzekeren. Investeer in sterk opgeleide leraren en gekwalificeerd ondersteunend personeel om alle taken op te nemen waarvoor scholen verantwoordelijk zijn zodat leraren weer kunnen doen waar ze echt voor hebben gekozen en wat de samenleving van hen verwacht: goed lesgeven.

