Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen

7.09.2026

“In deze omstandigheden kunnen we niet opstarten in september”

In het Vlaams onderwijs gaat het niet goed. Het onderwijs in de Franse Gemeenschap staat zo mogelijk onder nog meer druk. De afgelopen maanden waren er indrukwekkende stakingen en acties van scholieren en leerkrachten.

DeWereldMorgen brengt een interview met leerkracht Sara Vanobbergen, die ik nog goed ken van toen ze in Gent studeerde.  

 

 Sara Vanobbergen. Foto: Han Soete

 

Op de meeste scholen zijn leerkrachten die dag druk bezig met klassenraden en evaluaties. Toch zijn er honderden betogers komen opdagen. Een week later, 4 juli, zou de zomervakantie beginnen. “Ik heb die rust dringend nodig”, geeft ze aan. Maar ze vertelt ondertussen ook hoe ze al bezig zijn met het organiseren van acties voor de eerste schooldagen. “In deze omstandigheden kunnen we niet opstarten in september.”

 

Kan je ons eens vertellen waarom jullie hier vandaag staan? Aan Nederlandstalige kant weten we immers amper iets van jullie beweging. We horen er enkel over in onze media als er relletjes zijn in Brussel.

We voeren al een hele tijd actie. Al meerdere jaren. Ook onder de vorige regering. En het gaat al die tijd over de toestand van het onderwijs. Kort samengevat willen we kleinere klassen en meer middelen om onze leerlingen beter te begeleiden.

Die beweging voor een herwaardering van het onderwijs is al enkele jaren bezig. Maar nu is er een nieuwe regering waarin de MR (Franstalige liberale partij) en Les Engagés (Franstalige christendemocraten) een nieuw besparingsplan in het onderwijs hebben doorgevoerd. Met hun plannen willen ze 500 miljoen euro besparen tegen 2029. Voor wapens, raketten en F-35’s is er altijd geld, maar voor onderwijs niet. 

Bij ons op school hebben we al 22 dagen actie gevoerd tegen die besparingsmaatregelen. Een van de belangrijkste maatregelen is de verhoging van het inschrijvingsgeld voor studenten in hogescholen en universiteiten. Voor een hogeschool stijgt dat van 350 euro naar 1.200 euro. Voor universiteiten was het al 850 euro, maar ook daar zal het nog stijgen.

Ze willen ook de werkingsbudgetten van scholen verlagen. We weten allemaal dat daardoor onder andere eten op school duurder zal worden. Ook zullen als gevolg bijvoorbeeld kopieerkosten voor leerlingen stijgen.

De regering zal ook minder investeren in de renovatie van schoolgebouwen, en die zijn nu al in zeer slechte staat. De gebouwen voldoen al lang niet meer aan de isolatienormen, het zijn energetische rampen. Dat hebben we nog eens aan den lijve ondervonden tijdens de hittegolf. Er zou dus dringend en serieus geïnvesteerd moeten worden in de modernisering van schoolgebouwen, maar men wil er net op besparen.

Een andere belangrijke maatregel is dat de werklast van een groot deel van de leerkrachten in het hoger secundair onderwijs met 10 procent wordt verhoogd. Dit zal leiden tot een verlies van 1.300 banen, én een hogere werkdruk zonder extra loon. In welke sector zie je dat nog?

Die maatregel zal ook heel wat praktische problemen veroorzaken in de lessen. Bijvoorbeeld: een leraar Frans geeft vijf uur les. Met een volledige opdracht heeft hij vier klassen van vijf uur. Zijn werktijd wordt met twee lesuren verhoogd, maar een vak Frans bestaat niet uit blokken van twee uur. Misschien kan de minister 5 delen door 2, maar wij krijgen dat niet geregeld. Dan krijg je dus klassen die twee uur les krijgen van één leerkracht, twee uur van een tweede, en het vijfde uur misschien van een derde leerkracht. Dat slaat gewoon nergens op. Op die manier kan je leerlingen niet goed begeleiden of hun moeilijkheden opvolgen. Dat is dus ook pedagogisch een groot probleem.

Nog een maatregel: academies (dans, tekenen, kunst, woord, muziek) zullen betalend worden voor leerlingen onder de twaalf jaar. Tot nu toe waren die volledig gratis. Het was een van de weinige buitenschoolse activiteiten die gratis toegankelijk waren. Nu wordt dat bijna 100 euro per kind. Dat zal veel gezinnen, vooral minder bemiddelde, treffen. En het zal ook banen kosten in de academies.

Ze gaan ook besparen op gratis maaltijden. Ongeveer 50.000 kinderen krijgen nu gratis lunch via projecten in scholen met kwetsbare jongeren. Dat zal dus verdwijnen. Er blijft nog 45 cent per kind over, daar koop je nog geen ei mee. Terwijl een kind dat ’s middags niet kan eten, kan niet goed leren.

En dus ja, we zijn erg boos over deze maatregelen. Die woede leeft al lang in het onderwijs, dat al jaren ondergefinancierd is. Dit voelt als de genadeslag.

Ook de manier waarop het decreet werd goedgekeurd, stelt ons voor problemen. Het parlement van de Fédération Wallonie-Bruxelles heeft het erdoor gedrukt zonder de eigen regels te respecteren (normaal zijn er advies- en overlegprocedures die nu niet werden nageleefd). Dat roept vragen op over de democratie. Wij bereiden de burgers van morgen voor, we leren hen wat democratie is, de scheiding der machten, en intussen worden beslissingen erdoor gedrukt zonder overleg.

 

Jullie voeren vandaag actie, maar de maatregelen zijn al goedgekeurd. Normaal gezien dooft zo’n beweging uit zodra het parlement heeft gestemd. Waarom gaan jullie toch door?

De hervormingen zijn pas in juni goedgekeurd, waardoor scholen geen tijd hebben gehad om zich voor te bereiden. September dreigt dan ook bijzonder chaotisch te worden. Bovendien is de onvrede zo groot dat die niet vanzelf zal verdwijnen.

In die omstandigheden kunnen we niet zomaar opstarten. Voor de start van het schooljaar zijn inmiddels al stakingsaanzeggingen ingediend. In het secundair onderwijs beginnen die op 24 augustus, en rond 14 september volgen andere onderwijsinstellingen.

 

Sommige politici zeggen dat jullie de leerlingen gijzelen. Hoe reageren jullie daarop?

Wij geven oprecht om het welzijn van onze leerlingen. In werkelijkheid is het de minister die het onderwijs gijzelt, door niet naar het veld te luisteren.

Leerlingen hebben nood aan ondersteuning, maar de omstandigheden volgend jaar dreigen zo slecht te worden dat actie nu noodzakelijk is. Als we nu niets doen, zullen de gevolgen voor hen des te groter zijn. Het is dan ook onze verantwoordelijkheid om in actie te komen.

Bovendien trekken leerlingen zelf de straat op om hun stem te laten horen. Vanaf 16 jaar mogen ze bij bepaalde verkiezingen stemmen, dus hun bezorgdheden verdienen ook gehoor. Veel jongeren maken zich zorgen over de toegankelijkheid van het hoger onderwijs, zeker door de stijgende kosten. Die onvrede leeft sterk, en ook vandaag zullen ze mee betogen in Charleroi.

 

 

 bron: DeWereldMorgen.be

 

5.28.2026

LBV actievoeren helpt!

Actievoeren werkt! De hervorming van de levensbeschouwelijke vakken wordt uitgesteld! De Raad van State laat in een lijvig dossier weten dat de hervorming van de levensbeschouwelijke vakken, zoals ze door de Vlaamse regering werd opgesteld, niet kan uitgevoerd worden. Een overwinning dus, dankzij ons volgehouden onderhandelingswerk en de sterke actie die we op 20 mei voerden. We stuurden met het gemeenschappelijk vakbondsfront onderwijs een persmededeling uit. Je leest die hieronder.

Met strijdbare groeten
Koen Van Kerkhoven


 
Het gemeenschappelijk vakbondsfront zal bijzonder tevreden zijn met de beslissing van de Vlaamse Regering om de geplande hervorming van de levensbeschouwelijke vakken met minstens één jaar uit te stellen. Dat is zeer goed nieuws voor de duizenden leerkrachten levensbeschouwelijke vakken, voor de leerlingen en voor de kwaliteit van ons onderwijs.
 
De beslissing volgt na het sterke signaal dat meer dan 750 personeelsleden en sympathisanten op woensdag 20 mei gaven met de syndicale actie aan het kabinet van de minister van Onderwijs. De grote aanwezigheid van leerkrachten rooms-katholieke, islamitische, orthodoxe, protestantse en joodse godsdienst en niet-confessionele zedenleer maakte toen duidelijk hoe groot de bezorgdheid op het terrein is.
 
Het gemeenschappelijk vakbondsfront heeft altijd benadrukt dat levensbeschouwelijke vakken geen randverschijnsel zijn, maar een essentieel onderdeel vormen van brede vorming en samenleven in onderwijs. Die vakken leren jongeren niet alleen omgaan met waarden, normen en zingeving, maar ook met verschillen. Jongeren leren er kritisch nadenken, luisteren naar elkaar en respectvol in dialoog gaan. In tijden van toenemende polarisatie is dat belangrijk.
 
De onderwijsvakbonden hadden op de actiedag uitdrukkelijk gevraagd om eerst het advies van de Raad van State af te wachten. Dat is ook wat de Vlaamse Regering nu doet: zij neemt terecht de nodige tijd om dat advies grondig te bestuderen vooraleer eventuele verdere stappen te zetten. Dat is niet alleen verstandig bestuur, maar ook een belangrijk teken van respect voor de bezorgdheden van het werkveld. Bovendien brengt uitstel ook ademruimte voor prioriteiten in het beleid.
 
De onderwijsvakbonden danken minister van Onderwijs Zuhal Demir uitdrukkelijk dat zij zich heeft gehouden aan het engagement dat zij tijdens de actiedag aan het gemeenschappelijk vakbondsfront gaf en dat morgen ook effectief zal waarmaken. Dat verdient erkenning. Het uitstel creëert opnieuw ademruimte, rust en perspectief voor de betrokken personeelsleden. Na maanden van onzekerheid is het een belangrijk signaal van respect voor de professionaliteit en het engagement van de leerkrachten levensbeschouwelijke vakken.
 
Het vakbondsfront wil daarnaast alle actievoerders die op 20 mei aanwezig waren extra bedanken. Dankzij hun engagement, zichtbaarheid en solidariteit werd een krachtig en niet te negeren signaal gegeven aan de Vlaamse Regering. De massale aanwezigheid van personeelsleden uit alle levensbeschouwingen gesteund door de leden van de erkende instanties toont hoe sterk het draagvlak is voor kwaliteitsvolle levensbeschouwelijke vakken in ons onderwijs.
 
Het vakbondsfront dankt ook Katholiek Onderwijs Vlaanderen om de actie actief kenbaar te maken bij haar leraren rooms-katholieke godsdienst. Die ondersteuning heeft mee geholpen om een breed en krachtig signaal vanuit het onderwijsveld mogelijk te maken.
 
Voor het gemeenschappelijk vakbondsfront bewijst het uitstel van de maatregel opnieuw dat syndicale actie werkt. Ook het volgehouden overleg en de terechte inhoudelijke en juridische bezwaren vanuit het werkveld hebben mee geleid tot die beslissing. Wij volgen het verdere overleg  en de toekomstige uitwerking van het dossier nauwgezet op. Pedagogische kwaliteit, keuzevrijheid, werkbaarheid en rechtszekerheid blijven absolute prioriteiten. Onderwijs verdient hervormingen die vertrekken vanuit inhoudelijke visie op levensbeschouwing en respect voor mensen op de werkvloer, niet louter vanuit een besparingslogica. 
 
Nancy Libert - Algemeen secretaris ACOD Onderwijs
Koen Van Kerkhoven - Secretaris-Generaal COC
Marianne Coopman - Algemeen secretaris COV 
Pascal Claessens - Voorzitter VSOA Onderwijs

 

 


 

5.20.2026

Wat lessen levensbeschouwing vandaag werkelijk doen

Vandaag verscheen een zeer raak opiniestuk geschreven door 50 docenten vakdidactiek levensbeschouwelijke vakken, de opleiders van de leerkrachten LBV. 

 

 

 

 

Vandaag, 20 mei 2026, trekken de leerkrachten levensbeschouwelijke vakken naar het kabinet van Minister van Onderwijs, Zuhal Demir, in Brussel. Dat is op zich nog nooit gebeurd. Wij laten hen niet alleen staan. Namens de experten levensbeschouwelijk onderwijs in Vlaanderen publiceren we deze open brief en daarmee een ondubbelzinnig signaal aan de Minister van Onderwijs, en de volledige Vlaamse regering.

Wat hier gebeurt, is zonder precedent. Voor het eerst in de geschiedenis van het Vlaamse onderwijs spreken meer dan 50 docenten vakdidactiek levensbeschouwelijke vakken van het Vlaamse hoger onderwijs met één stem. Zij komen uit álle lerarenopleidingen van Vlaanderen, over alle associaties van het hoger onderwijs heen, en vertegenwoordigen sámen alle vakdidactieken. Wat hen onderscheidt in geloof of overtuiging, weegt vandaag niet op tegen wat hen verbindt: de overtuiging dat de levensbeschouwelijke vakken het verdienen om verdedigd te worden tegen deze afbraakpolitiek.

Wat er in een goede les levensbeschouwing gebeurt, gebeurt nergens anders in het Vlaamse curriculum. Dat is geen retoriek van een betrokken corps. Het is een vakdidactische vaststelling die de internationale onderwijswetenschap sinds twee decennia gestaag onderbouwt. Wie deze vakken in naam van "flexibilisering" en "besparingen" uitholt zonder hun aard te kennen, sloopt iets wat niet kan teruggebouwd worden.

Wij schrijven dit als de docenten vakdidactiek levensbeschouwelijke vakken van het Vlaams hoger onderwijs. De vakdidactiek heeft zich de afgelopen twintig jaar grondig herijkt en verrijkt. Van een model waarbij één traditie eenduidig op de leerlingervaring werd gelegd, bewoog ze naar een model waarin levensbeschouwelijk bewustzijn en interlevensbeschouwelijke dialoog centraal staan.

Wat doet een levensbeschouwelijk vak vandaag concreet?

Het vormt levensbeschouwelijke geletterdheid: het vermogen om cultuur, taal, geschiedenis, kunst, recht en samenleving te lezen in hun levensbeschouwelijke gelaagdheid. Wie zonder bijbelse, humanistische of koranische geletterdheid Europese literatuur, beeldhouwkunst of geopolitieke conflicten benadert, leest halfblind. Dat is geen luxe — het is een voorwaarde voor democratie: de symbolische taalregisters van de eigen samenleving werkelijk kunnen ontcijferen.

Het oefent bedachtzaamheid. Niet meditatie als wellnesspraktijk, maar een trage, steeds verdiepende en kritische houding waarin de leerling leert dat realiteit niet samenvalt met haar eerste interpretatie. In een tijd van TikTok-fragmentatie en algoritmische polarisatie is bedachtzaamheid een politiek-relevante deugd.

Het ondersteunt de ontwikkeling van een levensbeschouwing zonder die op te leggen. Doordat de leraar zelf vanuit een traditie spreekt, leert de leerling dat verankering en openheid elkaar niet uitsluiten. Empirisch onderzoek bij meer dan dertigduizend Vlaamse leerlingen toont aan dat dit type onderwijs een kritische en bedachtzame levensbeschouwelijke stijl bevordert, die negatief correleert met racisme, autoritarisme en intolerantie.

Het oefent het uithouden van verschil. De eigen overtuiging en die van de ander leren uithouden of dragend ondervragen. Hannah Arendt sprak in deze context van enlarged mentality. De capaciteit om bij verschil te blijven zonder zichzelf te verliezen of de ander te annexeren: wie haar nergens leert, gedijt niet in een diep plurale samenleving.

Het thematiseert menselijke existentie, kwetsbaarheid, lijden, dood, hoop en wanhoop. De existentiële vragen waarop geen enkel ander schoolvak zo expliciet ingaat, maar die elk leven kunnen en ooit zullen openbreken: Wat zal ik (nog) zeggen als ik mijn kind verlies? Als ik voor het graf van mijn ouders sta? Welke taal is er beschikbaar om mijn diepste liefde uit te drukken? Wanneer mijn partner ziek wordt? Wanneer ik mijn werk verlies? Wat zijn mijn energiebronnen? Mijn dromen? Mijn hoop voor de toekomst? Een leerling die vijftien jaar onderwijs doorloopt zonder ooit in een schoolse context te hebben kunnen denken over verlies, angst of uitzichtloosheid, is menselijk verwaarloosd.

Het oefent ethisch oordeelsvermogen in hete hangijzers: ecologie en economie, relationele en seksuele vorming, levensbegin en levenseinde, oorlog en vrede, welvaart en welzijn, enzovoort. En het vormt tot solidariteit, maatschappelijk engagement, democratische deugd, tolerantie en vrede. Niet als optionele waarden, maar als capaciteiten die hun motivationele kracht juist uit levensbeschouwelijke verankering halen.

Uniek in het Vlaamse curriculum

Op geen andere plek in het Vlaamse curriculum komen al deze vormingsdimensies zó samen, zó expliciet, en zó in de gedaante van een dialogische praktijk. Dit is geen confessioneel chauvinisme. Dit is een nuchtere vakdidactische observatie, en internationaal vergelijkend onderzoek bevestigt haar. Quebec, Schotland en Noorwegen hebben gelijksoortige besparingen op levensbeschouwelijk onderwijs achteraf moeten terugschroeven omdat de gevolgen voor sociale cohesie en jongerenwelzijn zichtbaar werden. Wallonië en Brussel, met hun versnippering tussen een religievak en een apart burgerschapsvak, demonstreren intussen wat er gebeurt wanneer die twee uit elkaar worden getrokken: een model dat in de praktijk niet blijkt te werken. In het zo gelauwerde Britse model wordt vandaag juist méér geïnvesteerd in levensbeschouwelijke vorming.

Wat Vlaanderen vandaag onder de mom van "flexibilisering" aan het uithollen is, is precies wat de Europese onderwijswetenschap als democratische resource erkent. In een fragmenterende, pluralistische samenleving is levensbeschouwing niet minder maar net méér nodig. In Vlaanderen staan we hier bovendien internationaal aan de spits.

Een interne verrottingsstrategie

Wij vragen geen privilege voor ons vak. Wat we nu vooral zien, kan niet anders begrepen worden dan als een interne verrottingsstrategie: de kwaliteit van het vak ondermijnen, organisatorische chaos creëren, ouders hun grondwettelijke vrijheden ontnemen, leerkrachten demotiveren, en aspirant-leerkrachten levensbeschouwing ontmoedigen. Een vak zó aanpakken zonder zijn vakdidactische ontwikkeling te kennen, is geen hervorming. Dat is slopen.

 

Steunbrief aan de actie van het Gemeenschappelijk Vakbondsfront

 De actie vandaag werd georganiseerd door het gemeenschappelijk vakbondsfront en kreeg de volle steun van de verschillende levensbeschouwingen.

 

In hun huidige vorm maken de door de Vlaamse Regering voorgestelde maatregelen het aanzienlijk moeilijker om de levensbeschouwelijke vakken (LBV) op een werkbare, kwaliteitsvolle en rechtszekere manier te organiseren in het gewoon en buitengewoon onderwijs.

Rechtspositionele onzekerheid en aanzienlijk minder omkaderingsmiddelen

De beoogde besparingen treffen de leraren LBV en creëren voor velen een verhoogde rechtspositionele onzekerheid. Scholen zullen de organisatie van de LBV moeten realiseren met aanzienlijk minder omkaderingsmiddelen. Deze combinatie van factoren dreigt rechtstreeks gevolgen te hebben voor de onderwijskwaliteit waarop leerlingen recht hebben gedurende de volledige leerplicht.

Kwaliteitsvol levensbeschouwelijk onderwijs

Kwaliteitsvol levensbeschouwelijk onderwijs vraagt met name in het bijzonder:

  • - regelmatige en pedagogisch verantwoorde lestijden, die ruimte creëren voor verbinding, zingeving, dialoog en verdieping;
  • - bekwame en gemotiveerde leraren, met een werkbaar uurrooster en een duidelijke verankering in het geldende leerplan.
Onduidelijk en onwerkbaar organisatorisch kader

We zijn bezorgd over de plannen, die op dit moment al voor chaos en onzekerheid in de scholen zorgen. Organisatorische keuzes zoals verregaande bundeling van uren, samenstelling van groepen over finaliteiten heen en het inplannen van lessen buiten de reguliere lestijden kunnen vanuit efficiëntie-oogpunt begrijpelijk lijken, maar leiden tot ernstige vragen omtrent een pedagogisch verantwoord kader dat tevens rechtszekerheid biedt voor de LBV.

Ondermijning van de levensbeschouwelijke vakken

De maatregelen waren aanvankelijk bedoeld om de organisatie van de LBV te faciliteren, terwijl het voorliggende scenario de situatie net bemoeilijkt en zelfs ondermijnt. Scholen hebben een belangrijke maatschappelijke rol als pedagogische ruimte voor levensbeschouwelijke groei en dialoog. Levensbeschouwelijk onderwijs draagt bij tot nuance, verbinding en kritische reflectie. Binnen het huidige Vlaamse onderwijslandschap blijft dit een legitieme en betekenisvolle opdracht.

Gezien de ernst van de situatie steunen wij eensgezind de actie van het Gemeenschappelijk Vakbondsfront. 

 

De Hoofden van de betrokken erediensten/levensbeschouwingen

  • Voor de katholieke godsdienst - Mgr. Luc Terlinden, aartsbisschop van Mechelen-Brussel
  • Voor de georganiseerde vrijzinnigheid - Raymonda Verdyck, voorzitter deMens.nu/Unie Vrijzinnige Verenigingen
  • Voor de orthodoxe godsdienst - Metropoliet Athenagoras Peckstadt
  • Voor de islamitische godsdienst - Hassan El Bouchttaoui , voorzitter van de Moslimraad van België
  • Voor de anglicaanse godsdienst - Kanunnik Jack McDonald, Kapelaan-voorzitter van het Centraal Comité van de Anglicaanse Eredienst in België
  • Voor de protestants-evangelische godsdienst – ds. Isabelle Detavernier en David Vandeput, co-voorzitters van de ARPEE
  • Voor de israëlitische godsdienst - Philippe Markiewicz, voorzitter Centraal Israëlitisch Consistorie van België
De voorzitters van de Erkende Instanties & Vereniging
  • Voor de katholieke godsdienst - Mgr. Koen Vanhoutte, voorzitter Erkende Instantie rooms-katholieke Godsdienst
  • Voor de niet-confessionele zedenleer - Sylvain Peeters, voorzitter Raad voor Inspectie & Kwaliteitszorg niet-confessionele Zedenleer
  • Voor de islamitische godsdienst - Aysel Bayraktar, voorzitter Centrum Islamonderwijs
  • Voor de protestants-evangelische godsdienst - ds. Eric Corthauts, voorzitter Comité Protestants-Evangelisch Godsdienstonderwijs
  • Voor de orthodoxe godsdienst - Metropoliet Athenagoras Peckstadt, voorzitter Pedagogische Commissie van de Orthodoxe Kerk in België
  • Voor de anglicaanse godsdienst – The Revd. Stephen Murray, voorzitter Comité Anglicaans Godsdienstonderwijs
  • Voor de israëlitische godsdienst - Wolf Ollech, voor het Centraal Israëlitisch Consistorie van België 

5.19.2026

"Wie onderwijs wil versterken, moet ruimte durven geven"

De neoliberale besparingsregering en het beleid van Zuhal Demir zetten ons onderwijs onder grote druk. Bruno Vanobbergen, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, schreef een opiniestuk om, nog maar eens, aan de alarmbel te trekken. Hij heeft het vooral over de houding van de overheid en de bevoegde minister en over hun kijk op de samenleving en de rol van het middenveld. 

 

 

 

 

De spanning in onze scholen is voelbaar. Ze kreunen onder een opeenstapeling van verwachtingen, regelgeving en maatschappelijke druk. Directies krijgen het niet meer georganiseerd en laten hun ongenoegen klinken. Tegelijk raast het beleid voort. 
 

 

Wie onderwijs wil versterken, moet ruimte durven geven

De spanning in ons onderwijs is voelbaar. Scholen kreunen onder een opeenstapeling van verwachtingen, regelgeving en maatschappelijke druk. Directies krijgen het niet meer georganiseerd en laten hun ongenoegen klinken. Tegelijk raast het beleid voort. In dat krachtenveld groeit het gevoel dat er nog maar één manier is om gehoord te worden: harder roepen, scherper reageren, conflict zoeken.

Maar wat als dat precies is wat ons verder van de kern afbrengt?

De reflex naar conflict is begrijpelijk. Wie met de rug tegen de muur staat, grijpt naar stevige taal. Toch dreigt in die dynamiek iets essentieels verloren te gaan: het inhoudelijke gesprek over wat goed onderwijs vandaag werkelijk vraagt. Wanneer het debat verschuift naar machtsverhoudingen, blijft de pedagogische opdracht te vaak op de achtergrond. Het middenveld staat daarbij voor een fundamentele keuze. Willen we een tegenmacht zijn die de confrontatie opzoekt, of een tegenkracht die richting geeft zonder het conflict nodig te hebben?

De voorbije jaren zien we hoe de verhouding tussen overheid en middenveld verschuift. Waar het middenveld ooit een brug vormde, dreigt het vandaag gereduceerd te worden tot een reactieve speler. De overheid bepaalt het tempo, het middenveld reageert. Die dynamiek is niet neutraal. Ze creëert een context waarin conflict bijna onvermijdelijk wordt. Wanneer beleid snel, sturend en soms zonder voldoende draagvlak wordt doorgevoerd, groeit de druk om via tegenmacht gehoord te worden. Maar precies daar ligt een gedeelde verantwoordelijkheid én dus ook een politieke verantwoordelijkheid. Want een middenveld dat voortdurend in de reactie wordt geduwd, kan zijn verbindende rol moeilijk waarmaken.

Als we tegenkracht zonder conflict ernstig nemen, dan vraagt dat meer dan een andere houding van het middenveld. Het vraagt ook een andere houding van de overheid. Tegenkracht veronderstelt ruimte. Ruimte om te vertragen. Ruimte om tegenspraak te organiseren. Ruimte om vanuit de praktijk mee richting te geven aan beleid. Wanneer die ruimte ontbreekt, verschraalt het middenveld onvermijdelijk tot een actor die zich moet roeren om gehoord te worden. Met andere woorden: een overheid die een volwassen middenveld wil, moet dat middenveld ook als volwaardige partner behandelen. Niet alleen in woorden, maar in de manier waarop beleid tot stand komt.

Dat betekent een fundamentele keuze. Tussen een overheid die vooral stuurt en controleert, en een overheid die bewust kiest voor partnerschap. Partnerschap is geen vrijblijvendheid. Het betekent duidelijke verwachtingen, transparantie en verantwoording. Maar het betekent evengoed dat expertise uit het veld niet louter wordt gehoord, maar ook effectief mee richting geeft. Dat vraagt tijd. Dialoog. De bereidheid om beleid bij te stellen.

En precies daar knelt het vandaag te vaak. In een context van politieke druk en hoge verwachtingen ligt de nadruk begrijpelijk op snelheid en zichtbaarheid. Maar goed onderwijsbeleid laat zich niet reduceren tot tempo alleen. Wie te snel gaat, riskeert het draagvlak te verliezen dat noodzakelijk is om duurzaam verschil te maken.

In dat licht wordt vertrouwen meer dan een pedagogisch principe. Het wordt een politieke keuze. Vertrouwen in scholen. In leerkrachten. In schoolleiderschap. In lokale gemeenschappen. Dat vertrouwen kan niet alleen geëist worden van het onderwijsveld. Het moet ook actief gegeven worden door de overheid. Door ruimte te creëren, door verantwoordelijkheid te delen, door niet elke onzekerheid te beantwoorden met bijkomende regels. Zonder dat vertrouwen ontstaat een paradox: we verwachten dat scholen eigenaarschap opnemen, maar organiseren tegelijk een systeem waarin die ruimte steeds kleiner wordt.

De kernvraag is uiteindelijk eenvoudig: wat hebben leerlingen en leerkrachten vandaag nodig? Het antwoord ligt niet in macht tegenover macht. Het ligt in verantwoordelijkheid naast verantwoordelijkheid. Dat vraagt twee gelijktijdige bewegingen. Van het middenveld: de keuze om tegenkracht te ontwikkelen die verdiept, vertraagt en richting geeft. Maar evenzeer van de overheid: de keuze om die tegenkracht mogelijk te maken. Door ruimte te laten, door partnerschap ernstig te nemen, en door te erkennen dat kwaliteit groeit vanuit vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid. Een sterk middenveld ontstaat niet ondanks de overheid, maar dankzij een overheid die het toelaat en ondersteunt.

Voor het onderwijs betekent dit een herbronning. Terug naar de vraag waar het echt om gaat. Onderwijs is geen louter technisch proces, maar een relationeel en vormend gebeuren. Scholen zijn geen uitvoeringsorganisaties, maar gemeenschappen. Directies en leerkrachten zijn geen schakels in een systeem, maar pedagogische professionals.

Als we die kern ernstig nemen, dan wordt tegenkracht geen strategie van verzet, maar een vorm van verantwoordelijkheid. Niet tegen de overheid, maar samen met de overheid, elk vanuit een eigen rol. Maar dat samen veronderstelt wederkerigheid. En precies daar ligt vandaag misschien wel de belangrijkste opdracht voor de politiek: beleid voeren dat niet alleen richting geeft, maar ook ruimte laat. Niet door harder te sturen, maar door sterker te vertrouwen.


5.16.2026

"Geef scholen wat tijd en ruimte"

Terwijl ik een schrikbarend aantal pagina's jaarwerk van mijn zesdes aan het doorlezen ben, laat minister van onderwijs Demir weer een kleine bom los op het onderwijs. 

Leerlingen mogen niet meer vroeger naar huis gestuurd worden als de leerkracht afwezig is. Opnieuw een maatregel die absoluut niets te maken heeft met onderwijskwaliteit of "de lat" maar alles met een hele enge visie op onderwijs als babysit. 

Een leerkracht die afwezig is, door ziekte bv, die mag niet gewoon afwezig of zelfs niet gewoon ziek zijn. Eigenlijk wordt er verwacht dat je uitgebreide mails stuurt naar de administratie en naar het leerlingensecretariaat met alle details van je lessenrooster voor die dag. Daarna moet je, of wordt er toch zeer sterk van jou verwacht, moet je taken voorzien, vervangopdrachten. De leerlingen moeten die taak dan maken in de studie. Het laatste lesuur van de dag worden leerlingen niet meer verwacht in de studiezaal, maar worden ze naar huis gestuurd. De vervangopdrachten krijgen ze dan meer als huiswerk. 

Zeg mij eens wat is de meerwaarde om leerlingen tot 16u15 in de studiezaal te laten zitten? Worden ze daar slimmer door? Krijgen ze daar meer kennis door? 

 

Ik plak hieronder het uitstekende opiniestuk van Bruno Vanobbergen, hoofd van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. 

 

Geef scholen wat tijd en ruimte

 

We zitten in de laatste bocht van het schooljaar. In elke school stijgt dan de druk: examens, deliberaties, oudercontacten, studiekeuzes. Tegelijk leggen directie- en beleidsteams al de puzzel voor volgend jaar. Ze doen dat met toewijding, omdat het over leerlingen gaat en hun toekomst. Maar vandaag wordt die opdracht onnodig zwaar: nieuwe verwachtingen en besparingen volgen elkaar zo snel op dat scholen het niet meer kunnen verwerken zonder verlies aan rust, kwaliteit en werkbaarheid.

Terwijl scholen afronden, moeten ze tegelijk vooruit: personeel vastleggen, roosters bouwen, ondersteuning organiseren, afspraken maken met ouders en partners. Net dan besliste de Vlaamse regering maatregelen te nemen die een grote impact hebben op de dagelijkse schoolorganisatie. Er kwamen ook besparingen bij. Wie meer kwaliteit vraagt met minder draagkracht, moet extra zorgvuldig zijn met timing, randvoorwaarden en uitvoerbaarheid.

Wie vandaag een school leidt, ziet een groeiende actielijst die tegelijk moet landen: minimumdoelen en professionalisering rond effectieve didactiek in het basisonderwijs; inspiratiescholen die vanaf september mee het kennisrijk curriculum moeten trekken; ‘Goed Gedragen’ in het secundair, met gedragsexperten; en een versterkt taalbeleid. Elk initiatief is op zichzelf zinvol. Samen vormen ze een stapel die je niet wegwerkt met goede wil, maar met tijd, duidelijkheid en gerichte ondersteuning.

Onze directies zijn kwaad, vooral omdat ze zich niet ernstig genomen voelen in een opdracht die almaar complexer wordt. De opeenstapeling van beslissingen en besparingen creëert onrust en onzekerheid. Een school is een raderwerk: roosters, zorg, begeleiding, evaluatie, overleg, administratie, samenwerking met externen. Als je daar tegelijk nieuwe trajecten bovenop legt, stokt de voorbereiding voor volgend jaar. Directies zeggen: “We krijgen het niet meer rond.” De gevolgen zijn concreet: het raakt organisatorisch niet meer georganiseerd, de kwaliteit lijdt onder de haast en door jobverlies komt ook het sociaal weefsel van teams onder druk.

We staan voor noodzakelijke veranderingen in het Vlaamse onderwijs. Geef scholen de tijd om een stevig fundament te leggen. Onze hand blijft uitgestoken: maak samen met het werkveld scherpe keuzes over wat nu kan en wat beter doorschuift naar volgend schooljaar. Verbind ambitie aan haalbaarheid. Geef scholen zuurstof om kwaliteit waar te maken. Voor leerlingen, schoolteams en de toekomst van ons onderwijs.
 

4.29.2026

webinar hervorming levensbeschouwelijke vakken

 Vandaag organiseren COC en COV een webinar over de hervorming van de LevensBeschouwelijke Vorming en de gevolgen voor het personeel.

We zijn eind april en er nog veel nog niet duidelijk. 

Maar 1 ding is zeker, deze besparing kost banen en gaat ten koste van de kwaliteit van ons onderwijs. 


 

3.24.2026

aanzet uitvoeringsbesluiten LBV

De Vlaamse Regering gaat verder in haar ongegeneerde besparingsoperaties in het onderwijs. Het uitverkoren doelwit van minister Demir is de vakken LBV. De minister probeerde eerst de uren LBV af te schaffen of in te korten, dat mislukte compleet. Nu heeft toch een ferme besparing gevonden door het prutsen aan de uren van de leerkrachten LBV. 

 

In het officieel onderwijs ging er wat mis, vooral door het lerarentekort. Het was soms een immens kluwen met kleine klasjes. De minister heeft nu een draak laten goedkeuren voor de regering. De maatregel lijkt hét probleem, namelijk het lerarentekort, alleen nog maar te versterken. Niet in het minst door de tegenwoordig zo typische ronduit hufterige communicatie. 

 

Meer tekst en uitleg in onderstaand bericht. 

 

 

Beste collega 

Vandaag heeft de Vlaamse Regering een eerste principiële goedkeuring verleend aan het besluit tot wijziging van verschillende besluiten van de Vlaamse Regering. Dit besluit bevat een toelichting bij de wijze waarop de Vlaamse Regering de besparing binnen de levensbeschouwelijke vakken (LBV) wil realiseren en welke flankerende maatregelen daarbij worden voorzien. 

De voornaamste voorgestelde wijzigingen zijn de volgende:

  • De uren LBV zullen vanaf volgend schooljaar worden berekend en toegekend per graad (en in het secundair onderwijs over de onderwijsniveaus heen). 
  • Samenhangend daarmee worden nieuwe splitsingsnormen ingevoerd. 
  • Er wordt voorzien in mogelijkheden tot wedertewerkstelling voor leraren LBV. 

De goedkeuring van vandaag betreft een eerste stap in het besluitvormingsproces. Het besluit moet nog worden voorgelegd aan de onderhandelingscomités (met onderwijsverstrekkers en vakbonden), vervolgens aan de Raad van State en nadien opnieuw aan de Vlaamse Regering voor definitieve goedkeuring. Scholen die via hun dienstbrief reeds het urenpakket voor volgend schooljaar hebben ontvangen, beschikken op dit moment nog niet over een toekenning van uren LBV. Deze toekenning kan pas plaatsvinden nadat dit besluit definitief is goedgekeurd. Tot zolang deze goedkeuring niet is verleend, is het niet mogelijk om de concrete impact voor een individuele school of de lesopdracht van een leraar te bepalen. Zoals steeds voorziet Thomas in een nadere toelichting en achtergrond bij de beslissing van vandaag. Vanuit de Erkende Instantie blijven wij het overleg nauwgezet opvolgen en actief deelnemen aan onderhandelingen, met bijzondere aandacht voor de positie van de leraar. Wij blijven ons inzetten om de impact van deze maatregelen zo beperkt mogelijk te houden, zodat u ook in de toekomst op een haalbare manier betekenisvol godsdienstonderwijs kunt blijven verzorgen voor elke leerling. 

 

Met vriendelijke groeten, 

Namens de Erkende Instantie RKG Lieve Van Daele, bisschoppelijk gedelegeerde bisdom Gent, Carolien Milis en Bernadette Wittoek, Inspecteur-adviseur rooms-katholieke godsdienst.

 

 

 

Meer uitleg bij Thomas

 

 

3.06.2026

pedagogische studiedag

 

 Pedagogische Studiedag. Een interessante vorming van Thomas More met nabespreking in leerteams, evidence-based didactiek met directe toepasbaarheid in de onderwijspraktijk. Daarna een stukje personeelsvergadering, o.a. over de besparingsplannen van Vlaamse Regering. In de namiddag teambuilding, voor ons in een inhoudelijk interessante rondleiding langsheen Gentse circusverleden. 

 

Dit was de laatste pedagogische studiedag in zijn huidige vorm. De bevoegde minister vond dit allemaal maar tijdverlies, letterlijk, "waardevolle lestijd" die "verloren" gaat. Schoolbrede bijscholingen en overlegmomenten zullen in de toekomst 's avonds moeten, na een lange werkdag. Tijd dat we dus niet meer kunnen verbeteren of voorbereiden. Of we moeten de leerlingen een dagje afstandsonderwijs geven, maar daar kruipt een berg voorbereidingstijd in, om nog maar te zwijgen van het verbeterwerk. Met daarbij nog het probleem dat een deel van de leerlingen niet in staat is tot afstandsonderwijs, door een gebrek aan een degelijke internetverbinding, een eigen rustige werkplek, ouderlijk toezicht,... Tekenend voor het huidig onderwijsbeleid besparen en conservatieve oneliners toeteren en het onderwijs mag direct schakelen. 

 

 

 

En voor alle duidelijkheid, op vrijdag geef ik normaliter drie uur les, dus vandaag was ook overwerk, maar dat heb ik graag voor over. Het onderwijs barst van de mensen die sowieso al een heel pak extra werk verzetten, met veel plezier. En het cynische is dat de beleidsmakers daar ook gewoon op rekenen. Voor volgende week staat een staking aangekondigd, maar in het onderwijs hoor je dan vooral allerlei bezwaren, want de leerlingen, want de planning, want dan hebben we die activiteit op het programma staan. En zo tuft de besparingstrein steeds maar verder. 

 

 



3.05.2026

Honderd Dagen


 

Vandaag vierden onze zesdejaars honderd dagen. De leerlingen, ondersteund door enkele gedreven collega’s, organiseerden een geweldige show. Opzwepende muziek, filmpjes en ingewikkelde choreografieën, kortom een echt feest. Een vast onderdeel is het nadoen van de leerkrachten, kledingstijl, maniërismes, terugkerende catchphrages. Geweldig. De leerlingen kennen jou vaak zo goed, dat de impressies er helemaal op zitten. 

Honderd dagen is een prachtige traditie die we werkelijk moeten koesteren. De leerlingen tonen hun creativiteit, hun talenten, ze tonen durf en lef om op een podium voor een volle zaal te zingen of te dansen. De voorbereidingen beginnen maanden op voorhand, planningsvergaderingen, excell-sheets en eindeloze brainstorms en oefensessies. Of dit als “nuttige lestijd” wordt gezien, weet ik niet, maar het zó nuttig. 

De leerlingen vieren niet dat ze aftellen, maar ze vieren hun schooltijd en nemen afscheid in stijl.

 


 

2.03.2026

hervorming levensbeschouwelijke vakken

 

De Vlaamse Regering heeft zopas haar beslissing bekendgemaakt over de hervorming van de levensbeschouwelijke vakken in het officieel onderwijs.   

Het belangrijkste daarbij is dat de twee uur levensbeschouwelijk onderwijs behouden zullen blijven. 

Uit de juridische adviezen aan de minister bleek dat de passage1 over de levensbeschouwelijke vakken uit het regeerakkoord van 2024 ongrondwettelijk is en niet kan worden uitgevoerd. 

De regering voorziet twee organisatorische wijzigingen die zullen ingaan op 1 september 2026: 

1. Organisatorische optimalisatie + herziening financiering Mogelijkheid voor scholen om uren RKG te bundelen. Mogelijkheid om parallelle organisatie los te laten en andere flexibele organisatiemogelijkheden. Daarnaast wordt er gezorgd voor een rationele financiering, grotere klasgroepen, graadklassen en andere splitsingsnormen. 

2. Personeelsstatuut Dienstanciënniteit van leraren levensbeschouwelijke vakken zal kunnen worden meegenomen naar een ander vak of ambt. Het principe van de ‘voordracht’ wordt vervangen door een eenmalig ‘visum’, toegekend door de bevoegde instantie. 

 

De Erkende Instantie is blij dat aan haar verzuchtingen voor het behoud van de twee uur levensbeschouwelijk onderwijs tegemoet is gekomen. Steeds is het pleidooi gehouden, schouder aan schouder met de andere vertegenwoordigers van de levensbeschouwelijke vakken, dat levensbeschouwelijk onderwijs ertoe doet in de vorming van kinderen en jongeren. Zeker in deze tijd!  

 

Als Erkende Instantie nemen we de tijd om de teksten die deze beslissing schragen grondig te analyseren, in overleg met de andere Erkende Instanties en Vereniging. Daarbij willen we ook de mogelijke gevolgen zorgvuldig in kaart brengen. We zullen constructief alle nodige maatregelen ondersteunen om de organisatie van het levensbeschouwelijk onderwijs te optimaliseren. 

 

We begrijpen dat deze nieuwe situatie vragen kan oproepen. Op dit moment kunnen wij hierop echter nog geen verdere antwoorden bieden. We vragen daarom uw begrip dat individuele casussen of vragen voorlopig niet kunnen worden behandeld. We organiseren binnenkort per bisdom een online of fysieke informatiebijeenkomst. Daar lichten we de stand van zaken toe, luisteren wij naar uw bekommernissen en kijken wij samen vooruit. U ontvangt hiervoor tijdig een uitnodiging. Vanuit Thomas is er samen met de inspectie-begeleiding alvast een eerste Q&A opgemaakt ter verduidelijking en achtergrond.  

 

Wij zijn ons ervan bewust dat de voorbije periode voor velen onder u onzeker en spannend is geweest in afwachting van deze beslissing. Wij danken u oprecht voor uw blijvende inzet, professionaliteit en enthousiasme, en voor uw dagelijkse engagement om het levensbeschouwelijk onderwijs met overtuiging en zorg vorm te geven.  

 

Met vriendelijke groeten, namens de Erkende Instantie RKG Lieve Van Daele, bisschoppelijk gedelegeerde  Carolien Milis Bernadette Wittoek

1.23.2026

klas-in-actie

 Klas-in-actie, een middag op zwier met de klas. Eerst op bezoek in de Sint-Pieterskerk, voor wat kunst en geschiedenis. Daarna een gezellige babbel, met een knabbel en een drankje in de tuin van de Sint-Pietersabdij. Ik weet niet of dit gezien zou worden als "nuttige lestijd", maar het was zeker en vast nuttig. Na de kerstvakantie is er wat 'verloop', van leerlingen die veranderen van richting. Een goede sfeer in de klas, een optimaal leerklimaat ontstaat niet zonder moeite. Dat is geen 'pretpedagogie', dat is ervoor zorgen dat alle leerlingen zou goed mogelijk kunnen leren. Een half dagje opofferen om tijd te maken voor kunst en geschiedenis van onze eigen stad én om elkaar en ons beter te leren kennen en wij hen, in een ontspannen sfeer, dat noem ik heel erg nuttig.

 


 

1.22.2026

scholierenstaking

Scholieren komen vandaag op straat voor hun en ons onderwijs. Voor een doordacht en inspraakgericht onderwijs, waarbij "de stakeholders" niet moeten zitten wachten wat de minister nu weer aankondigt. Tegen het toeterbeleid waarbij de minister autoritair gaat opleggen wat zij zinvol acht. Tegen het lerarentekort en maatregelen die de uitval alleen maar verergeren. Mijn steun hebben ze.

 


 

 

 

 

 

 

 

 

Voor de Gentenaars: 10u Vrijdagsmarkt 

1.19.2026

evaluatiedagen in het onderwijs

"Lestijd moet optimaal benut worden", zo toetert Vlaams onderwijsminister Demir. Pedagogische studiedagen, facultatieve vakantiedagen, allemaal verspilling. Zo schrapt ze ook in het aantal evaluatiedagen, dat zijn dagen waarin de school geen les organiseert, maar examens, inclusief de halve dag ervoor, de dag voor inhaalexamens en de dagen waarin de klassenraad samenkomt. Demir toetert dat de school de leerlingen bij zich moeten houden. De onderwijsbonden bieden gelukkig weerwerk. 

Koen Van Kerkhoven van COC publiceerde in Het Belang van Limburg dit opiniestuk. 

 

 

Waarom schrappen in evaluatiedagen een risico vormt voor de kwaliteit van ons onderwijs


Pedagogische studiedagen zijn geen luxe of verkapte vakantie: ze zijn het moment waarop schoolteams hun beleid uitstippelen. Dat doe je niet even tussendoor, laat staan na de uren of in vakanties.
Eind vorig jaar besliste de Vlaamse regering om te sleutelen aan de organisatie van het schooljaar. Minder pedagogische studiedagen, minder evaluatiedagen, het schrappen van facultatieve vakantiedagen en de verplichting om de eerste en laatste schooldag als effectieve lesdagen te organiseren: het oogt daadkrachtig in persberichten en tabellen. Maar op de schoolvloer dreigt vooral negatieve impact: meer druk, minder ademruimte en dus een reëel risico op minder kwaliteit.

 


Wie vandaag in het onderwijs staat, weet dat het systeem al op zijn tandvlees zit. Personeelstekorten, planlast, zorgnoden en een structureel hoge werkdruk zijn geen subjectieve indrukken, maar dagelijkse realiteit. In die context komen de voorstellen bij veel collega’s over als een motie van wantrouwen: alsof professionals tijdens evaluatiedagen hun tijd zitten te verprutsen of overleg over de toekomst van leerlingen tijdverlies is. Vanuit mijn jarenlange ervaring in het veld weet ik net hoe essentieel die momenten zijn.

 


Dat de onrust niet alleen leeft bij personeel en directies, blijkt uit de reacties van de leerlingen. Petities, online filmpjes, zelfs het woord ‘staking’ valt. Draagvlak creëer je niet met kalenderknipwerk, wel met dialoog.

 


Onderwijskwaliteit ontstaat niet door simpelweg meer dagen te tellen. Ze groeit door sterke teams, voldoende omkadering, gekwalificeerd personeel en professionalisering die ingebed is in het werk. Pedagogische studiedagen zijn geen luxe of verkapte vakantie: ze zijn het moment waarop schoolteams afstemmen over minimumdoelen, taalbeleid, inclusie, evaluatiepraktijken, oudercommunicatie en klasaanpak. Dat doe je niet even tussendoor, laat staan na de uren of in vakanties.

 


Als men lesuitval echt wil terugdringen, dan moet de focus liggen op de kerntaken. Leerkrachten moeten kunnen lesgeven, begeleiden en evalueren, niet structureel ingezet worden in andere taken. Vandaag gaat er te veel tijd naar toezicht tijdens speeltijden, opvang, registraties, verantwoording en het inspringen in klassen bij afwezigheid van collega’s. Dat dit intussen als normaal wordt beschouwd, is moeilijk te begrijpen. Wie meer lestijd wil, moet ook zorgen voor meer ondersteuning, betere omkadering en snellere vervangingsprocedures met andere profielen. Daarbij hoort een drastische afbouw van planlast: minder afvinklijstjes, minder rapporterings- en verantwoordingsdwang die weinig bijdraagt aan leren maar wel uren opslorpt. Effectieve leertijd win je ook door ballast weg te nemen.

 


Tot slot is een breed pedagogisch pact nodig: duidelijke afspraken over gedeelde verantwoordelijkheid, waarin iedereen zijn rol opneemt. Niet alleen de scholen en hun personeel, maar ook de ouders en andere beleidsdomeinen. Respect voor de leraar betekent vertrouwen en tools om grenzen te stellen, afspraken te handhaven en orde en rust in de klas te verzekeren. Investeer in sterk opgeleide leraren en gekwalificeerd ondersteunend personeel om alle taken op te nemen waarvoor scholen verantwoordelijk zijn zodat leraren weer kunnen doen waar ze echt voor hebben gekozen en wat de samenleving van hen verwacht: goed lesgeven.

 

 

12.16.2025

"Terwijl lerarentekort escaleert jaagt Zuhal Demir op vrije schooldagen"

Marc Vandepitte schreef voor DeWereldMorgen een excellent stuk. Met een zeer rake, veelzeggende titel.   

 

Terwijl lerarentekort escaleert jaagt Zuhal Demir op vrije schooldagen

 

Terwijl leerkrachten zich uit de naad werken, portretteert Zuhal Demir hen als plantrekkers. Haar kruistocht tegen vrije schooldagen maskeert het echte probleem: een onderwijs dat bloedt door een chronisch lerarentekort.
 
Het moet gezegd, de minister heeft gevoel voor timing. Net op het moment dat leerkrachten zich uit de naad werken om alles op tijd verbeterd te krijgen en overuren kloppen voor de deliberaties en het oudercontact, schildert ze leerkrachten af als plantrekkers die te weinig voor de klas staan en uit zijn op zoveel mogelijk vakantie.  
 
 
Ook de facultatieve vakantiedagen gaan op de schop. Dat zijn dagen die scholen zelf mogen vastleggen, vaak als brugdag of rond lokale activiteiten. Daarnaast wil de minister de deliberatietijd inperken en wil ze dat de eerste en laatste schooldag opnieuw volwaardige lesdagen worden. Volgens Demir moet dit alles helpen om de achterstand op andere OESO-landen in te halen.
 

Vakbonden woedend

 

Bij de vakbonden valt het plan bijzonder slecht. Volgens ACOD-topvrouw Nancy Libert kijkt de minister met haar cijfers “enkel naar lesdagen, niet naar het aantal effectieve lesuren per week". Zowel op het vlak van het aantal verplichte uren per jaar op de schoolbank, als op de effectieve instructietijd scoren de Vlaamse leerkrachten boven het OESO-gemiddelde

 

Het probleem van ons onderwijs vandaag is dus niet dat leerlingen te weinig op school zijn. Het meeste prangende probleem is het lerarentekort. Libert noemt de maatregelen dan ook “pure symboolpolitiek”. Haar beeld is duidelijk: “Wie zijn huis verbouwt, begint ook niet met nieuwe gordijnen te hangen. De eerste stap naar meer onderwijskwaliteit is een goede, gekwalificeerde leraar voor de klas.”

 

Ook het Christelijk Onderwijzersverbond (COV) spreekt van een “motie van wantrouwen” richting leraren. De minister komt opnieuw met ingrepen die diep ingrijpen in hun werk, zonder hun realiteit ernstig te nemen. De onderwijsbonden vragen zich af wat het oplevert om studiedagen, brugdagen en evaluatiemomenten af te bouwen in een sector die nu al kraakt onder de werkdruk.

 

Studiedagen

 

De pedagogische studiedag is een van de heetste hangijzers. Volgens Marianne Coopman (COV) zijn die dagen “broodnodig” voor professionalisering. Scholen moeten nieuwe minimumdoelen invoeren, taalbeleid aanscherpen en omgaan met steeds meer gedragsproblemen in de klas. Dat vraagt tijd, opleiding en overleg.

 

Directeur Sabine Verheyden van het Lutgardiscollege in Oudergem legt uit dat zo’n studiedag vaak het enige moment is waarop het hele team samen kan nadenken over schoolbrede keuzes. In haar school plannen ze al een studiedag eind augustus om tijdens het jaar zo weinig mogelijk lestijd weg te nemen.

 

Door die momenten te beperken of te schrappen, duwt de overheid scholen richting oppervlakkige bijsturingen in plaats van diepgaande vorming. Drie halve dagen, zeggen directies, volstaan niet om nieuwe competenties aan te leren.

 

Deliberatietijd en werkdruk

 

Volgens de krant De Morgen toont Demirs voorstel om de deliberatietijd na de examens in te korten, weinig kennis van de huidige schoolrealiteit. Deliberaties duren langer omdat scholen rekening moeten houden met complexe leerlingendossiers, zorgnoden en strikte regels die ze niet zelf hebben uitgevonden. 

 

Evaluaties en commentaren moeten zeer nauwkeurig worden genoteerd, want bij de kleinste discussie staan advocaten klaar - vaak namens dezelfde ouders die nu klagen over ‘tijdverlies’. Zo zijn deliberaties uitgegroeid tot een zware administratieve last. Net daar zou een minister iets aan kunnen doen, maar dat levert politiek weinig op.

 

Haar plannen raken vooral aan de manier waarop de werkdruk wordt ervaren. De minister doet alsof de periode na de examens een soort luilekkerland is. Maar leerkrachten beschrijven die weken als een storm: verbeterwerk, rapporten, klassenraden, feedbackgesprekken met leerlingen.

 

Verheyden vertelt hoe leerkrachten een heel weekend verbeteren en daarna dagenlang van ’s ochtends tot ’s avonds in klassenraad zitten. En dan nog krijgen ze het beeld voorgeschoteld dat ze niet veel doen. "Dat komt binnen”, zegt ze.

 

Pedagoog Pedro De Bruyckere verwacht dat scholen zullen schuiven in hun organisatie: meer permanente evaluatie, sportdagen verschuiven naar de periode na de examens om elders lestijd te winnen. Maar dat soort puzzelwerk verandert niets aan de grote werkdruk op het einde van elk trimester. 

 

Facultatieve dagen

 

Een apart onderdeel van het plan is het afschaffen van de facultatieve vakantiedagen. Die dagen werden begin jaren 90 ingevoerd, bij de overheveling van Onderwijs naar de Vlaamse Gemeenschap. Scholen zouden zo lokale festiviteiten kunnen volgen, zoals een jaarmarkt of kermis. Basisscholen kregen twee dagen, secundaire scholen één.

 

Vandaag zetten sommige (basis)scholen die dagen nog altijd in voor lokale activiteiten. Veel secundaire scholen gebruiken ze als brugdag, bijvoorbeeld rond 11 november, na een schoolfeest of in combinatie met pinkstermaandag.

 

Voor vakbonden en directies zijn die dagen een klein stukje autonomie. Ze laten toe het schooljaar menselijker te organiseren. Dat Demir ze nu voorstelt als een soort luxeprobleem, botst met hoe die dagen op het terrein worden ervaren.

 

Carrièrekansen

 

In plaats van zich bezig te houden met symbooldossiers die goed scoren bij haar politieke achterban, zou de minister beter het kernprobleem van het onderwijs ten gronde aanpakken: het lerarentekort. Geen enkele kalenderwijziging verandert daar iets aan, integendeel.

 

In De Morgen werpt Bart Eeckhout de minister de volgende vraag voor: “Wat duwt de kwaliteit in de klas het meest naar beneden? Het lerarentekort of een pedagogische studiedag?” Volgens hem "vereist het antwoord geen diploma kernfysica”.

 

Nieuw onderzoek van KU Leuven toont dat één op de vijf afgestudeerde leerkrachten secundair nooit voor de klas komt te staan. Vooral de beperkte carrièremogelijkheden schrikken af. Voor toekomstige leerkrachten voelt die beperkte doorgroei als een daling van het nettoloon met ruim 8 procent. Daarnaast speelt ook de hoge werkdruk een rol. Opvallend is dat het net de sterkste profielen zijn die het meest afhaken, terwijl zij cruciaal zijn voor de kwaliteit van het onderwijs.

 

Daarnaast overweegt een op vijf van de huidige leerkrachten het onderwijs te verlaten. Idealisme is een sterke factor bij leerkrachten, maar die volstaat blijkbaar niet meer om mensen in het onderwijs te houden als loon, werkdruk en toekomstperspectief tegenvallen. Dat de minister de leerkrachten andermaal wegzet als plantrekkers is in deze allerminst bevorderlijk. 

 

Weinig kans op slagen

 

CD&V, toch coalitiepartner, wijst openlijk op de verkeerde prioriteiten van de minister. Vlaams Parlementslid Loes Vandromme zegt dat Zuhal Demir eerst moet zorgen dat elke klas een leraar heeft. Zij verdedigt ook de tijd voor klassenraden. Dat is volgens haar geen vrijblijvend “hobbyclubje”, maar het enige moment waarop alle leerkrachten samen beslissen over de toekomst en schoolloopbaan van leerlingen. Minder tijd daarvoor betekent risico op minder doordachte beslissingen.

 

De kritiek van CD&V sluit aan bij die van de vakbonden: wie echt werk wil maken van onderwijs, moet eerst zorgen voor voldoende menskracht, een sterke omkadering en vertrouwen, niet bij het afvinken van ‘extra lesdagen’. Het voorstel van Demir moet nog voor overleg naar de onderwijskoepels en de vakbonden. De kans is zeer gering dat haar plannen werkelijkheid zullen worden.

 

 Lees het volledige stuk op DeWereldMorgen.be

 

"meer lestijd"

 Minister Demir gaat de strijd aan met de verspilling van lesdagen. Niet door het lerarentekort aan te pakken, niet door meer middelen te voorzien, niet door opvoeders en ondersteuners te voorzien, niet door innovatie of it-middelen, nee, door de scholen "evaluatiedagen" af te nemen, om hen te verplichten opvang te voorzien in de vorm van "les". Minister Demir stelt een reeks maatregelen, "goedgekeurd door de regering", vrij vertaald ook door Vooruit en CD&V aanvaarde ballonnetjes die nog in concreet beleid gegoten moeten worden. Maar het plan is om dit reeds in te laten gaan op 1 september. De regering beslist en het onderwijs moet meteen schakelen.

 

Een kort overlopen van het leven zoals het is in het onderwijs de voorbije week.

 

Vrijdag hadden de leerlingen van het zesde examen godsdienst, dus ik heb zowat het hele weekend zitten verbeteren. Maandag twee inhaalexamens, dus meteen verbeterd moesten worden. Daarna heb ik de klassenraad van morgen voor mijn eigen klas voorbereid. Morgen en woensdag quasi de hele dag aan een stuk klassenraden. Donderdag is gewijd aan de oudercontacten. Vrijdag is een hele dag met de leerlingen, kerstbezinning, rapporten bespreken, examen inkijken, studiemethode evalueren e.d.m. 

 

Eén van de centrale functies van onderwijs in de ogen van voka en Demir is heel openlijk kinderopvang. Zorgen dat de schooldag "voorspelbaar" is, dat de kinderen elke weekdag op school zijn van 's morgens tot 's avonds.

 

Het is intriest maar wel passend dat ze dit verantwoord met een foutieve vergelijking met andere landen. 

 

Kinderen zitten te vaak thuis zonder les, vindt de minister. "We geven in Vlaanderen al 11 procent minder les dan het OESO-gemiddelde. Dat zijn tot 22 dagen minder per schooljaar in het secundair onderwijs. Onze onderwijskwaliteit lijdt daar enorm onder. Dat terwijl we relatief meer onderwijspersoneel in dienst hebben. Dan klopt er iets niet."

Die redenering gaat niet op, volgens Nancy Libert van de socialistische vakbond (ACOD): "We hebben misschien minder lesdágen, maar niet minder lesuren. We hebben in één lesweek meer lesuren dan in de meeste OESO-landen."

In de samenvatting van het jaarlijkse OESO-rapport over ons onderwijs staat inderdaad het volgende te lezen: "In het Vlaamse onderwijs krijgen leerlingen 821 verplichte instructie-uren per schooljaar in het basisonderwijs en 949 in het lager secundair (eerste graad, nvdr.) onderwijs." 

"Dat is hoger dan het OESO-gemiddelde van 804 uren in het basisonderwijs en 826 in het lager secundair (eerste graad, nvdr.) onderwijs." 

 vrt nws

 

 

Dus eerst schoffeert ze alle leerkrachten tot bij te dragen aan het cliché van de weinig werkende leerkracht, dan gaat ze proberen om haar plannen praktisch uit te werken, met een klassieke verdeel-en-heers. "Nutteloze" leerkrachten die geen meerwaarde zijn op de klassenraad moeten de leerlingen na hun examen zinvol bezighouden. 

 

Daarnaast wordt de werking van klassenraden in het secundair onderwijs efficiënter georganiseerd. Scholen krijgen meer ruimte om klassenraden gericht samen te stellen: leraren levensbeschouwelijk onderricht en leraren van keuzevakken moeten niet langer automatisch deel uitmaken van de klassenraad. Daarnaast kan de directie per vergadering bepalen welke leraren effectief aanwezig moeten zijn.

 persbericht Demir

 

 

Klassenraden zijn uitermate belangrijke, drukke en lastige vergaderingen, waarin elke leerkracht die lesgeeft een gelijkwaardige rol heeft. Mijn stem als godsdienstleerkracht is evenveel waard als een leerkracht LO, Frans of wiskunde. Een deel van de rol maar ook de uitdaging voor een klassenraad is om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van een leerling. Vakken die vaak wat anders zijn dan de andere spelen daarbij vaak een grote rol. Daarnaast is LBV ook gewoon een gewoon vak, grondwettelijk verankerd nota bene, met leerstof en met evaluaties. Nu lijkt het erop alsof ze dit wil ondergraven, nu de afschaffing blijkbaar niet direct gaat lukken, gaat ze het virtueel afschaffen, geen stem in de klassenraad, geen evaluaties meer die écht meetellen.

De poging om leerkrachten tegen elkaar op te zetten is heel vreemd, vooral omdat het nonchalant gebeurd, alsof het de normaalste zaak ter wereld is. Ze wil eenvoudigweg de rol van de klassenraad én van de vakleerkracht herschrijven.