Benoit Lannoo schreef voor Otheo, voorheen Kerk & Leven, aka het parochieblad, een tamelijk vreemd stuk over 14 juli. “Frankrijk viert op 14 juli, de Kerk herinnert zich een pijnlijke geschiedenis”.
Op zich geen misse titel. De geschiedenis van het ‘Ancien Regime’ en de rol die de Kerk speelde is inderdaad ronduit pijnlijk. Maar dat is blijkbaar niet wat hij bedoelde.
De antikatholieke hetze begon direct na het uitbreken van de revolutie.
Hun geprivilegieerde positie maakte van Kerk en clerus doelwitten bij uitstek van de republikeinen. Het rooms-katholicisme was staatsgodsdienst en in 1789 waren alle bisschoppen afkomstig uit de adel. De prelaten vormden de eerste van de drie standen van de samenleving en de kerk was ’s lands grootste landbezitter, die via de tienden almaar rijker werd. Vele revolutionairen, zoals de Hébertisten van Jacques René Hébert, wilden dit alles dus eens en voorgoed zien verdwijnen. Anderen, zoals Maximilien de Robespierre en Georges Danton, waren voorzichtiger, omdat ze vreesden voor extra vijandschap voor de republiek in zowel binnen- als buitenland.
Het lijkt een pagina uit de gewijde geschiedenis uit de jaren stillekes. Daarin kregen we een harmonieuze Franse samenleving voorgespiegeld, hardhandig om zeep geholpen door rabiaat antiklerikale revolutionairen. Met bijbehorende bloedstollende taferelen over martelaren en geplunderde kerken en kloosters. Lannoo gaat gelukkig niet zo ver, maar er wordt een negatief beeld opgeroepen.
Hij schrijft “Vele revolutionairen wilden dit alles dus eens en voorgoed zien verdwijnen”. Ik veronderstel dat elk weldenkend mens af wil/wou van die zaken. De standenmaatschappij was een expliciet en bewust discriminatoir maatschappelijk bestel, waarin mensen ongelijk werden behandeld, het systeem van tienden een onrechtvaardig belastingsstelsel dat veel geld onttrok aan de gewone mensen om in het kerkelijk apparaat maar vooral in de levensstijl van kerkvorsten te pompen.
De Katholieke Kerk was een steunpilaar van het Franse absolutisme. Een quasi almachtige vorst omringd door een stand van grootgrondbezitters aan de top van een maatschappelijke hiërarchie gebaseerd op genadeloze uitbuiting van de boeren en omzeggens rechteloze landarbeiders, in combinatie met een koloniaal netwerk van bezette gebieden en de ronduit wreedaardige uitbuiting van de lokale bevolking én verhandelde tot slaafgemaakten. De Kerk maakte deel uit van de machtsstructuur, kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders oefenden machtsposities uit over de bevolking, leidden legers, spraken recht, bevalen martelingen en executies. Frankrijk had rabiaat onverdraagzame wetten en was een ronduit gevaarlijk land voor religieuze maar ook politieke, etnisch-culturele, seksuele en genderminderheden.
Je kan geen beeld schetsen van de Franse revolutie, inclusief haar duistere kanten, zonder ook de ronduit sinistere rol van de Kerk voor de revolutie te belichten.
Ja, er waren duistere kanten aan de revolutie en ja, er waren geestelijken die ijverden voor een democratisch Frankrijk. Maar de Kerk zelf stond expliciet aan de kant van de koningen en de adel. De Kerk zelf stond expliciet op de barricade tegen de mensenrechten, tegen sociale rechten, tegen de godsdienstvrijheid, tegen de scheiding tussen Kerk en staat.
We kunnen niet ten volle werken aan de Kerk van de toekomst als we ons wegsteken voor mistoestanden en zelfs misdaden uit het verleden. De Kerk stond zéér regelmatig aan de verkeerde kant van de geschiedenis. We mogen daar niet blind voor zijn. Enkel spreken over antiklerikalisme zonder te spreken over de gigantische balk in ons eigen oog gaat ons niet dichter bij de Kerk van de toekomst brengen.
Lees het volledige stuk op Otheo
Geen opmerkingen:
Een reactie posten