3.07.2017

Graailand on tour

Peter Mertens heeft met 'Graailand' wederom zeer straffe kost bijeengebracht.
Vanavond kun je naar de Gentse Vooruit naar een boekvoorstelling.


Pascal Debruyne en Dominique Willaert gaan in sofagesprek met Stef Doise (LBC-NVK), Angeline Van Den Rijse (ABVV, Algemene Centrale), Ewald Engelen (financieel geograaf aan de Universiteit van Amsterdam, publicist in o.a. De Groene Amsterdammer), Sofie De Graeve (Furia), Jeroen Robbe (LABO vzw), Sacha Dierckx (Progressieve denktank Minerva), Saïda Isbai (Hart Boven Hard) en Peter Mertens himself.

Aminata Abdoul en Fatih zorgen voor muziek. Cartoonist Joris Vermassen alias Fritz Van den Heuvel neemt op pittige manier de graaiers op de korrel. Lezers Mohamed Omar (Engage) & Hagar Rebahi vertellen u graag wat zij ervan vonden.

Vooruit - 20u - volledig gratis - schrijf je in: https://vooruit.be/nl/show/detail/11885/Peter_Mertens

3.05.2017

tijd voor opera - Simon Boccanegra

Kameraden en vrienden, vandaag 'hoogstaande' cultuur.
Uw kameraad gaat naar de opera, Simon Boccanegra.



'Simon Boccanegra' van Giuseppe Verdi is een opera over een vrijheidsideaal dat niet tot stand kan komen, noch in het persoonlijke, noch in het maatschappelijke leven. Verdi geeft op onnavolgbare manier gestalte aan de eenzaam­heid en de vertwijfeling van de politieke machthebber en de mens. Een donkerte die Verdi in deze muzikale hoogvlieger subliem onderstreept met diepe orkestrale klanken.



De opera Simon Boccanegra is een clair-obscur waarin het verlangen van de mens naar vrijheid oplicht. Het verhaal speelt zich af in de renaissance, aan de Ligurische zee in Genua, maar eigenlijk schreven Verdi en zijn librettist Boito een verhaal over de kwetsbaarheid van politieke en menselijke idealen, gericht op hun eigen tijd. De macht­sstrijd tussen de oude adel, ver­te­gen­woordigd door Fiesco, en de oud-zeerover Simon Boccanegra wordt nog versterkt door hun gecompliceerde verhouding tot kleindochter, respectievelijk dochter, Amelia. De grens tussen het persoonlijke lot en de politieke rol gaat daar­door vervagen. Verzoe­ning komt te laat.





Warm-up Simon Boccanegra from Opera & Ballet Vlaanderen on Vimeo.


bron: Opera & Ballet Vlaanderen

3.03.2017

Adult Wednesday Addams

Op het internet staat van alles, ik hoef het u niet te vertellen. Op youtube staan bijvoorbeeld allerlei series, die het kijken meer dan waard zijn. Sommigen zijn stukken beter dan de same-old-crap die je op de schellevisie kunt bekijken.
Een zeer leuke is deze, Adult Wednesday Addams, gebaseerd op het nog steeds iconische The Addams Family.



 you are completly and otherly inconsequential.

That's a big word for trivial, wortless, nothing.







3.02.2017

"Alles is afgedwongen door strijd”

Het UGentse historicus en links boegbeeld Jan Dumolyn werd door UGents studentenblad Schamper geïnterviewd over protest en sociale veranderingen. Een lezenswaardig artikel. Enkele uittreksels:



“Er is doorheen de geschiedenis eigenlijk geen enkele sociaal-economische verandering die door de mens zomaar ten goede werd gedaan. Alles is afgedwongen door strijd”, vertelt Dumolyn. “Neem nu bijvoorbeeld het algemeen stemrecht. Men vergeet dat er drie grote stakingen hebben plaatsgevonden om dat algemeen stemrecht af te dwingen, dat er mensen in die strijd het leven hebben gelaten.”
Geen enkele historicus zal het ontkennen: strijd, in al zijn varianten, is één van de meest effectieve manieren om tot resultaten te komen.
Het tegendeel lijkt echter waar te zijn. Met z’n allen verzamelen we op straat, met z’n allen leggen we het verkeer op belangrijke kruispunten stil, met z’n allen nemen we trommels te hand om de uitspraak ‘de maat is vol’ nog wat meer kracht bij te zetten. Maar veel resultaat zien we niet. Hoe komt dat toch? Teren we collectief op een illusie van impact?


  Dumolyn zoekt zijn verklaring in de huidige trend van het antisyndicalisme, een trend die volgens hem deels ontstond door de geschiedkundige nalatigheid waar de jongere generaties gezamenlijk last van hebben. Wat vakbonden ons ten goede hebben gebracht in het verleden, zijn we vergeten. We zien het nut er niet van in. Vakbonden duiken wel vaker op in de media, maar meer om pek en veren over hun protestacties heen te gieten dan om hun verwezenlijkingen in de verf te zetten.
Deels ligt de schuld ook bij henzelf, laat Dumolyn ons weten. Vakbonden worden door de Y-generatie beschouwd als een oud, in carreaux gekleed comité dat zijn dagen slijt rond tonvuurtjes en zijn stembanden door de zoveelste slogan aan flarden heeft geschreeuwd. De vakbonden zijn zodanig opgegaan in het protest dat ze vergaten te moderniseren en daar lijdt hun imago onder. “Je mag namelijk niet vergeten dat er ook nog iets is als de publieke opinie. Daar moet je ook op voorbereid zijn. Als de vakbonden vandaag één grote fout maken dan is het dat zij, in tegenstelling tot de nieuwere, hippere protestbewegingen, falen in massacommunicatie”, aldus Dumolyn.

Maar vakbonden stellen precies datgene voor wat de jongere generatie in z’n protesten mist: structuur. Naast de duidelijke problemen van een gebrek aan ideologie, leiderschap en een eenduidig doel tijdens het protest, situeert het grootste probleem zich in wat er na het protest gebeurt. Soms eindigt een protest in een gewelddadige confrontatie met de politie en vaker wel dan niet dooft de protestbeweging gewoon uit. Achter de schermen van grote demonstraties schuilt er zelden een goed draaiende en meer permanente organisatie die zich met de opvolging bezighoudt. Een organisatie die ervoor zorgt dat de eisen van de demonstranten zich een weg weten te banen doorheen de ingewikkelde en langdradige processen van de politieke wereld om vervolgens effectief een structurele verandering te bewerkstelligen.


het volledige artikel: Schamper

3.01.2017

Homerus, een dichter voor onze tijd


Geert Van Istendael schreef voor Mo een zeer lezenswaardig stuk over 'iets volslagen wereldvreemds'.
In deze tijden van compleet walgelijke politici mag dat wel eens.


Plaats voor iets volslagen wereldvreemds nu: een gedicht dat bijna drieduizend jaar oud is.
Zelfs de knapste taalkundigen en historici weten niet precies wanneer het ontstond. Meestal lees je even geleerde als voorzichtige beschouwingen die tasten naar achthonderd jaar voor Christus.

Wie was de dichter?
Was er wel één dichter? Ook daarover uiten de meeste deskundigen zich terughoudend. Toch klinkt één naam en die naam is beroemd, je mag rustig zeggen, wereldberoemd: Homeros. Het is bijvoorbeeld geen toeval dat de grote Antillaanse dichter Derek Walcott, Nobelprijs 1992, zijn indrukwekkende epos (meer dan 300 bladzijden verzen) over Caribische vissers Omeros heeft genoemd. Het is een geniaal voorbeeld van culturele toe-eigening. Cultuur zonder toe-eigening bestaat trouwens niet. Lang leve de schaamteloze mengelmoes. Maar dat terzijde.
Homeros dus. De blinde dichter. Blinde dichter!?! Zo wil het de overlevering. Nauwkeuriger is het te zeggen, de blinde zanger, want gedichten werden eeuwen lang gezongen. Nu nog. Denk aan Bob Dylan. Pas een paar eeuwen na de veronderstelde Homeros schreven iets minder oude Grieken de versregels op. En eeuwen lang werden ze gelezen, bestudeerd, ontleed, nagebootst, vertaald, bewonderd, zelden verguisd.

Dat is niet niks als je bedenkt dat Homeros alles samen meer van 25.000 verzen bij elkaar overleverde, in twee heldendichten: de Ilias, over de oorlog tegen Troje, en de Odyssee, over de avonturen en de zwerftochten van de Griekse oorlogsheld Odysseus, de man van vele listen, ná de oorlog tegen Troje en over zijn behouden (nou ja) thuiskomst.

Ik wil het hier hebben over het tweede heldendicht ofte epos, de Odyssee. Klik nou niet meteen geërgerd naar een andere provincie van het wereldwijde web, dit is geen erudiet en dus verwerpelijk elitair verhaal over een grijs en dus stomvervelend verleden.
 De Odyssee gaat over u.

Begin februari heeft Michael De Cock, de intendant van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel, alle twaalfduizend verzen laten opzeggen – beter gezegd, laten acteren - in zijn grote theaterzaal. Hij had daarvoor meer dan dertig acteurs en drie dagen nodig. De eerste dag begon om acht uur ’s avonds, de tweede om vier uur ’s namiddags en de derde om elf uur ’s morgens. Telkens liep het door tot middernacht en later.
Ik ben naar veel – niet alles – gegaan en heb, toch enigszins tot mijn verbazing, vastgesteld dat de zaal behoorlijk vol zat, tot diep in de nacht.

Waarom, in godsnaam, waarom doet zo’n intendant dat? Hij is nog niet zo heel erg lang de baas van de KVS. Wil hij er soms al weg? Ik denk het niet, ik denk zelfs het tegendeel.
Waarom dus.
De eerste reden ligt voor de hand. Bij Athenaeum-Polak & Van Gennep in Amsterdam is een nieuwe vertaling van de Odyssee verschenen. De vertaler heet Patrick Lateur, wat betekent dat hier werk van zeer grote kwaliteit wordt geleverd. Lateur, een Vlaming trouwens, had het al eerder bewezen bij andere dichters uit de oudheid, overvloedig bewezen. De zaal raakte helemaal in de ban van de antieke verzen.
Lateur heeft geen modieuze moderniseringen binnengesmokkeld, volstrekt niet. Zijn taal is tegelijk soepel en stevig, blijft trouw aan het oude en verspert toch de toegang tot de Homerische wonderwereld niet. Hij kan dat als weinig anderen. Zijn werkwijze is even eenvoudig als gesofisticeerd. Hij gebruikt niet de oorspronkelijke versvorm (voor wie het interesseert, de dactylische hexámeter, Wikipedia verschaft uitvoerig uitleg). Lateur gebruikt de jambische vijfvoeter, dat is vijf keer onbeklemtoond, afgewisseld met vijf keer beklemtoond en eventueel een onbeklemtoonde aan het eind. Klinkt dat veel te technisch? Maar nee, het is papgemakkelijk. Die versvorm zit als het ware in onze spreektaal verankerd. Ik geef drie kleine voorbeelden (niet uit de Odyssee):
Ik moet nog even sigaretten halen.
Hij las de krant en dronk een kopje thee.
Er waren meisjes van Maria Boodschap.
Ziet u, u kunt er zelf zoveel bij verzinnen als u maar wilt. En wat de laatste regel betreft, die grieten zaten echt in de zaal en ze waren enthousiast.
Michael De Cock gebruikt zelf de woorden tempel van taal, hij heeft overschot van gelijk, maar er is een hoop meer aan de hand en dat is, denk ik toch, de hoofdreden waarom hij deze gewaagde onderneming wilde en durfde. Want hele zangen uit de Odyssee gaan over vandaag en over ons, scherper, over de schande van ons Europeanen. Gelooft men mij niet daar op de achterste banken?
Kijk maar uit.
Het halve epos door zwalpen kleine bootjes over de Middellands Zee, tussen het huidige Turkije, de Italiaanse laars, tot bij Noord-Afrika en natuurlijk Griekenland. Die bootjes zijn uiterst breekbaar. In de Odyssee wordt de ene schipbreuk na de andere geleden. Tientallen scheepslui verdrinken jammerlijk in de woeste baren. Soms kunnen ze zich vastklampen aan wrakhout en zwalpen ze hulpeloos over de kokende golven tot de zee hen uitspuwt op een of ander onherbergzaam strand.  Het hele deel zwerftochten gaat hoofdzakelijk over kapseizen, zwemmen en verzuipen.

Kan het actueler?
Als eilandbewoners de gehavende Odysseus en zijn even gehavende matrozen vinden, wat doen ze dan?
Ze vragen niets. Ze geven de onbekende, anonieme mannen een warm bad, ze geven hun kleren, ze bereiden hun een uitvoerige maaltijd en pas dan komt de vraag: zeg, vertel nu eens, wie zijn jullie eigenlijk? Gastvrijheid is een haast als refrein weerkerend thema in de Odyssee. Dat staat in krasse tegenstelling tot de bij ons om zich heen grijpende xenofobie (de vrees voor de xenos, de vreemdeling). In de Odyssee overheerst juist de filoxenia (de vriendschap of vriendelijkheid voor de vreemdeling). De oppermachtige oppergod Zeus is (naast vele andere bevoegdheden) de god van de gastvrijheid. Filoxenia is dus een religieus gebod.
Kan het actueler?
Nog iets in dat verband.
Als Odysseus en zijn makkers eens een keer niet met zorg en vriendschap worden ontvangen, bijvoorbeeld bij de Laestrygonen of bij de cyclopen, dan zijn zij die hen bedreigen of vermoorden en zelfs opvreten zonder mankeren brute barbaren. Homeros’ beschrijvingen zijn uiterst efficiënt en laten geen ruimte voor twijfel.
Kan het kritischer? Voor ons? Vandaag?
Algemeen wordt aangenomen dat Homeros’ poëzie een van de grondslagen is van onze beschaving. Er zijn er zelfs die zich afvragen of je na Homeros nog wel iets van betekenis kunt schrijven.
Welnu, dat onderdeel van de basis van onze beschaving druipt van bloed. Moord en doodslag zijn, zeker in de laatste zangen, alomtegenwoordig. Homeros mag dan al blind zijn geweest, zijn verhalen over kerven en sterven konden niet gruwelijker zijn.
Is onze beschaving een heilige tempel?
Dan rijzen de zuilen op uit plassen mensenbloed.
Maar dan is er die laatste zang.
De toeschouwer begint wat te suffen. Het loopt ook tegen middernacht. Weer dat geweld. Weer moet Odysseus op de vlucht en hij was nou eindelijk thuis gekomen. Echter, helemaal aan het eind, het zijn echt de ultieme versregels, geeft Homeros het verhaal een totaal onverwachte draai. Het is zeker geen apotheose. Is het een anticlimax dan? Dat zou ik niet zeggen. De Odyssee eindigt met een compromis tussen strijdende partijen.
Ik ken niet genoeg de grote epen uit bv. het Hindoeïsme, de Ramayana en de Mahabharata, of die uit andere beschavingen, om te weten of ook zij een plaats inruimen voor compromissen. Het klinkt zo weinig, nou, episch. Zo weinig heldhaftig. Toch schrijft Homeros juist dát.  Bijgevolg vormt ook dit, ten minste ten dele, een grondslag voor onze beschaving.
De wijsheid van het compromis. Zijn we die niet in hoog tempo aan het vergeten?      

U merkt het, ouwe Homeros is werkelijk een dichter voor onze tijd. Meer dan veel hedendaagse dichters.
U kunt nog altijd gaan luisteren of zelfs mee lezen.

En ten slotte:
Griekenland, heb dank voor Homeros.
Europa behandelt je smeriger dan smerig. Al tijden. Nu opnieuw.
Trapt Europa zijn eigen beschaving niet weg?
In naam van de schraapzucht?


bron: Mo