Hier blogt uw Kameraad Harko, kwestie van iedereen die het ook maar vaag zou kunnen interesseren op de hoogte te houden.
Uw kameraad blogt over de zaken die hem interesseren, zoals (religieus) erfgoed, geschiedenis, maar ook de betere muziek!
Dé herdenkingsdag voor WO II en het feest van de overwinning op het fascisme.
Vandaag de dag staat fascisme er terug. Trump en Netanyahu en hun verwoestende oorlogen en ongegeneerde genocide op de Palestijnen. Reform, RN, AfD, Vlaams Belang, PVV, FvD en nog veel meer schorremorrie. Maar fascisme is er ook terug in de onmenselijke behandeling van mensen zonder papieren en vluchteling in Europa. In het toenemende autoritarisme, de aanvallen op de persvrijheid, op het betogingsrecht en ga zo maar door. In toenemende homofobie, transhaat, racisme, islamofobie, vrouwenhaat. In de extreemrechtse toxische manosfeer.
Voor de gelegenheid het zeer aangrijpende Hooglied van Mikis Theodorakis, in het Grieks, live opgenomen in KZ Mauthausen.
8 mei, herdenkingsdag voor het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Ghendtsche Tydinghen brengt het verhaal van Karel Poffyn. Karel was elektricien, vader én weerstander. Hij stierf in nazi-handen.
Pas in 1953 konden zijn vrouw en kinderen afscheid van hem nemen. Op de repatriëring van Karel Poffyns lichaam volgt een begrafenis met militaire eer in de Gentse O.L.V. Sint-Pieterskerk. De foto op zijn doodsprentje is atypisch: Karels ogen gaan verscholen achter een grote, donkere zonnebril. Als jonge oorlogsvrijwilliger werd hij in de Eerste Wereldoorlog aan het IJzerfront getroffen door een gasaanval. Dit leverde hem een oogkwaal op, waarvoor hij tot lang na de Grote Oorlog in behandeling zou blijven in de Bijloke. Uit overgevoeligheid voor daglicht en om blindheid te voorkomen droeg hij steeds een zonnebril. Heeft dit hem als verzetslid kwetsbaarder gemaakt voor herkenning door de nazi’s? Dat valt niet meer te achterhalen. Wel weten we dat het verzet succesvol rekruteerde onder oud-strijders van 14-18. Zij beschikten over militaire ervaring en de discipline om onder zenuwslopende omstandigheden bevelen op te volgen, hadden in de meeste gevallen al gedood én hadden de gevolgen van een Duitse bezetting aan den lijve ondervonden.
Vanaf juli 1941 was Karel Poffyn als gewapend weerstander actief bij het Geheim Leger, zone III, sector Gent. Hij was verbonden aan het schuiloord Le Héron en voerde als hulpelektricien bij de Regie van Telegrafie en Telefonie sabotagedaden uit, vaak ‘s nachts. Eind augustus 1944 zou hij de Duitse militaire centrale in het RTT-gebouw mee helpen saboteren. Zijn arrestatie stak spaken in de wielen van dat plan.
De arrestatie van Karel Poffyn op 19 augustus 1944 verloopt volgens de vaste modus operandi van de bezetter. Het huis aan de Zwijnaardesteenweg wordt even voor zonsopgang door twee mannen van de Geheime Feldpolizei (GFP) met bruut geweld ondersteboven gekeerd op zoek naar wapens. Met bajonetten rukken ze deurposten van de muur en rijten ze matrassen open. De platencollectie wordt stuk gegooid op de vloer. Wapens vinden ze niet en de kaart waarop het gezin de geallieerde vorderingen bijhoudt blijft bij toeval verborgen achter een geopende kamerdeur. Ondertussen wordt Karel Poffyn in bedwang gehouden door twee andere Duitsers, hun wapens op zijn borst gericht. Twee Nederlandstaligen in burgerkledij, collaborateurs die hun gezicht verbergen achter hun kraag, bewaken de deur en dragen Emma Verdonck op om haar man boterhammen mee te geven voor vierentwintig uur. Daarna mag het gezin zijn vader terug verwachten, klinkt het. Emma trapt niet in deze loze belofte. Ze weet dat haar man zal gedeporteerd worden en hangt in de dagen na zijn arrestatie rond aan de Nieuwe Wandeling, de gevangenis waar Karel opgesloten wordt, in de hoop bij zijn deportatie nog een glimp van hem op te vangen. Tevergeefs. Een afscheid wordt het koppel niet gegund. Het gezin blijft ontredderd achter.
Enkele dagen na Karel Poffyns deportatie wordt Gent bevrijd.
Het volledige verhaal van dit aangrijpend stuk Gentse geschiedenis door Leentje Van Hoorde, verscheen deze maand in Ghendtsche Tydinghen (jg 52, nr. 3, 2023, pp. 228 - 231).
Dit en nog veel meer over Gent, haar geschiedenis en haar inwoners in Ghendtsche Tydnghen. Voor de luttele som van €30 krijgt u 2maandelijks Gentse geschiedenis in je brievenbus. http://www.ghendtschetydinghen.be
8 mei - het Einde van de Tweede Wereldoorlog - Wapenstilstand in Europa. Op deze herdenkingsdag een Gentse getuigenis van de oorlogsgruwel.
De bezetting eindigde voor ons in september 1944. Ghendtsche Tydingen brengt een getuigenis van de onlangs overleden Jozef Clauwaert.
Bij de bevrijding had ook de Voormuide zwaar te lijden. De buurt leefde praktisch continu in de kelders. De Duitsers hadden een spoorwegkanon in stelling gebracht gericht op de Muide, Meulestede en een deel van St Amandsberg.
Dat geschut richtte op diverse plaatsen in het noordoosten van Gent zware verwoestingen aan, onder andere in de Sint-Salvatorstraat, toen Heilig Kerststraat genoemd. De familie Clauwaert, die daar woonde, moest vluchten tot voorbij het stadscentrum. Van daaruit zagen ze het bombardement
op Wondelgem. Twee R.A.F.-vliegtuigen doken om de beurt om hun bommenlading af te werpen. Jaren nadien vernamen ze dat de Duitse spoorartillerie het doel was. Ze werd door de Britse luchtmacht het zwijgen opgelegd.
De ijzeren spoorwegbrug aan de Wiedauwkaai over het water van de Voorhaven was opengedraaid. Een moedige schippersknecht legde op een nacht zwemmend een ijzeren kabel onderaan de brug. Daarmee kon hij, samen met een vriend, de brug toedraaien. De pantservoertuigen van het Engels leger staken daarop het water over en begonnen aan de verdrijving van de bezetters uit de fabriek Vynckier en andere industriegebouwen.
Bij de bevrijding vielen ook in de buurt burgerslachtoffers. Daniël Van de Voorde besloot een kijkje te gaan nemen op zijn zolder. Hij hief heel voorzichtig het zoldervenstertje open en werd terstond neergebliksemd door een scherpschutter vanuit een fabriek. Jef D’hondt werd tijdens de beschieting op slag weduwnaar. Zijn vrouw Anna Debruyn en zijn oudste dochter Josephine bleven dood achter.
8 mei - Herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Feest van de overwinning op het fascisme.
Een dag om uitgebreid stil te staan bij alle slachtoffers van het fascisme.
Een dag om te beseffen dat fascisme géén vergeten ideologie is uit een ver verleden.
Fascisme is vandaag nog altijd springlevend. Extreem-rechtse demagogen ageren vandaag nog steeds tegen minderheden. Ze proberen onophoudelijk haat en verdeeldheid te zaaien. Denk maar aan het haatdiscours tegen vakbonden, tegen het middenveld, tegen al wat naar links en solidariteit ruikt. Denk maar aan de ontmenselijkende demagogie en de compleet walgelijke, onmenselijke behandeling van asielzoekers en vluchtelingen. Denk maar het aan blijvend schrijnende lot van de Roma, Sinti en andere. Denk maar aan de constante haatzaaierij tegen moslims.
Speciaal voor vandaag, een prachtig lied uit de concentratiekampen, Het Lied der Moorsoldaten.
Vandaag gaan we naar een museum. In het Joods Historisch Museum in Amsterdam loopt momenteel een tentoonstelling met werk van Charlotte Salomon. Een bijzonder getalenteerde vrouw, vermoord door de nazi's.
Speciaal voor deze coronatijden krijgen we een uitgebreide virtuele rondleiding.
In 1947 wordt in het Zuid-Franse kustplaatsje Villefranche-sur-Mer een uniek kunstwerk aangetroffen. Het is een geweldig dik pak met meer dan 1.100 tekeningen en geschriften van Charlotte Salomon, een Joodse kunstenares met een ontzettend veelbewogen leven.
De tentoonstelling 'De invloed van cinema op Leven? of Theater?' laat haar aangrijpende levensverhaal zien (en aangrijpend dat is het), maar het werpt vooral ook een totaal nieuwe blik op haar werk.
De tentoonstelling was slechts een half uur open, toen tijdens de opening de maatregelen werden afgekondigd en het museum moest sluiten.
Op 8 mei herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog.
In België is die herdenking samengevoegd bij 11 november. Enkele lokale initiatieven en herdenkingen houden de herinnering levendig, maar in Nederland is de herdenking een groots gebeuren. Op 4 en 5 mei houden zij Dodenherdenking.
In het kader van dit gebeuren gaf Arnon Grunberg een lezing in de Amsterdams Nieuwe Kerk. En ik moet zeggen, impressionant.
Ik neem hem hier integraal over:
Herdenken gaat uit van de vaststelling dat het verleden niet voltooid is
Vaak
heb ik me afgevraagd wat het nut is van herdenken, van bijeenkomsten
als deze. Herdenken wij omdat de traditie ons dat voorschrijft, of staat
er meer op het spel?
Verleden
voorjaar tijdens een lezing over het werk van Marga Minco en de oorlog –
ik weet niet of de oorlog míj achtervolgt of dat ík het ben die de
oorlog achtervolgt – merkte ik op dat herdenken meer zou moeten zijn dan
een ritueel, dat het een verlangen naar kennis in zich zou moeten
dragen, en dat gemeenplaatsen daarom de vijand zijn van betekenisvolle
herdenkingsrituelen. Ik besefte ook dat die andere gemeenplaats, dat we
het verhaal over de oorlog en de Joden nu wel kennen, steeds luider is
gaan klinken; een hoogmoedige gemeenplaats, die uitgaat van de gedachte
dat onze kennis volmaakt is, dat we kunnen scheiden van het betrekkelijk
recente verleden.
Zeggen
het verleden nu wel te kennen is veelal een weigering om er kennis van
te nemen. En wie zijn verleden niet kent, is niet zozeer gedoemd het te
herhalen, als wel is hij gedoemd niet te weten wie hij is. Niets doet
mensen zozeer naar een onwrikbare identiteit verlangen als het knagende
vermoeden dat ze geen idee hebben wie ze zijn. En het is vaak de
onwrikbare eigen identiteit, de weigering er speels mee om te gaan die
ertoe leidt dat de ander als een volstrekte vreemde en een absolute
vijand wordt gezien.
Na
afloop van die lezing over Minco kwam een psychotherapeut naar me toe,
die zei dat we rituelen en gemeenplaatsen nodig hebben om niet ziek te
worden van het herdenken, dat we het verleden op afstand moeten houden
om er niet aan onderdoor te gaan. Zeker, maar als we helemaal niet ziek
worden van die 20ste eeuw, vrees ik dat er niets herdacht is en al
helemaal niets begrepen.
Niet
ziek worden zou weleens een symptoom kunnen zijn van wegkijken, van
ontkenning. Als we ontkennen dat de ziekten van de vorige eeuw – die van
het geïndustrialiseerde totalitarisme, van het tot genocide verworden
antisemitisme, van het biologisch racisme – diep in onze cultuur zitten,
dan weten we niet wie we zijn. En juist dan zijn wij vatbaar voor
verleiders die ons komen vertellen wie wij zijn en wie wij moeten
vrezen. Herdenken is altijd ook een manier om aan te geven wie je níét
wenst te zijn, maar wie je toch meent te kunnen worden.
Geen herdenken zonder dit angstige vermoeden, geen betekenisvol
herdenken zonder gegronde vrees dat wij de toekomstige daders en hun
helpers zijn.
Herdenken
gaat uit van de vaststelling dat het verleden niet voltooid is, van het
besef dat de buik die het Derde Rijk baarde nog vruchtbaar is.
Censuur
en uitstoting zijn geen antwoord op die vruchtbaarheid, het is een
verworvenheid dat wij in een land leven waar de overheid ons niet
vertelt wat zedelijk en onzedelijk denken is. Maar dat betekent niet dat
elke grens overschreden moet kunnen worden. Bepaalde taboes hebben zich
geleidelijk aan na 1945 met goede redenen in onze cultuur genesteld; de
taboebreuk is niet altijd een bevrijding, soms is die taboebreuk
slechts een terugval.
Deze herdenking is altijd ook een waarschuwing.
Het
verhaal van de overlevenden, van degenen die uit de concentratiekampen
terugkeerden, Joden, Roma en Sinti, politieke tegenstanders, onder
wie veel communisten en sociaal-democraten, is een verhaal van
uitzonderingen. De meeste slachtoffers hebben het kamp door de
schoorsteen verlaten. Mijn moeder was een uitzondering; haar ouders,
mijn grootouders, niet.
Herdenken
is tevens namens de doden spreken, en namens de doden spreken kan
alleen door de ooggetuigen aan het woord te laten. Ik wil een ooggetuige
aan het woord laten die zeer dicht bij de doden is geweest, Filip
Müller, een Slowaakse Jood, lid van het Sonderkommando van
Auschwitz-Birkenau.
Het
Sonderkommando bestond voornamelijk uit Joden en was belast met het uit
de gaskamers halen van de lijken, het knippen van de haren van de
lijken, het trekken van gouden tanden uit de lijken, het verbranden van
de lijken. De meeste leden van het Sonderkommando werden na enkele
maanden vermoord. Het laatste Sonderkommando in Auschwitz kwam in de
herfst van 1944 in opstand, waarbij vrijwel alle leden van dat Kommando
werden vermoord.
Müller schrijft in zijn memoires over enkele Joodse gezinnen die onder erbarmelijke omstandigheden
ondergedoken hebben gezeten in bunkers nabij het Poolse plaatsje
Sosnowiec. Door het huilen van de kinderen is de SS hen op het spoor
gekomen.
Ze
zijn naar Auschwitz gebracht. De vrouwen en kinderen wordt gevraagd
zich uit te kleden, de normale procedure. Ze worden echter niet vergast
maar doodgeschoten, wat uitzonderlijk is. Müller verklaart niet waarom.
Misschien waren er even niet genoeg mensen om de gaskamers mee te
vullen, het zyklon B mocht niet worden verspild.
De
moordmachine van de nazi’s was naast al het andere ook een economische
aangelegenheid, een gigantische roofpartij waarbij het doden en
wegwerken van de lijken zo efficiënt mogelijk moest gebeuren.
De
naakte vrouwen staan met hun kinderen voor de executiemuur. Dan
schrijft Müller over een vrouw met haar kind in haar armen:
‘Ondertussen liep Voss, de beul, met zijn klein kaliber geweer nerveus
om hen heen, om bij het kind een geschikte plaats te vinden waarop hij
het wapen kon richten. Toen de wanhopige moeder dat merkte wrong ze zich
in alle bochten om haar kind uit het schootsveld van het
dodelijke wapen te houden. Wanhopig probeerde ze elke plek op het
lichaam van haar kind met haar armen en handen te bedekken.
Toen
knalden er opeens een paar schoten door de stilte. Het kind was van
opzij in de borst getroffen. De moeder, die voelde dat het bloed van
haar kind langs haar lichaam liep, verloor haar zelfbeheersing en smeet
de moordenaar het kind in het gezicht, toen die de loop van
zijn wapen al op haar had gericht. Oberscharführer Voss was van zijn
stuk gebracht en stond daar als versteend. Toen hij het nog warme bloed
in zijn gezicht voelde, liet hij zijn geweer vallen en wreef met zijn
hand over zijn gezicht.’
Veelzeggend
dat we de naam van de Oberscharführer nu kennen, maar de naam van die
vrouw en dat kind niet weten en vermoedelijk nooit te weten zullen
komen.
Als
herdenken ook verlangen naar kennis is, dan zijn details belangrijk,
kennis bestaat uit details, dan kunnen we het ons niet permitteren te
zeggen dat wij bepaalde details niet wensen te horen omdat ze onze
nachtrust verstoren.
Aan
deze vrouw die haar halfdode kind in het gezicht van Oberscharführer
Voss gooide, gingen verkiezingen vooraf, ambtelijke orders, gewillige en
minder gewillige helpers, van wie de meesten nooit in een
concentratiekamp waren, nooit iemand gedood hebben. Waarbij het goed is
te beseffen dat het niet alleen de Duitsers waren die, toen de oorlog
voorbij was, zeiden dat ze het niet hadden geweten, dat ze slechts
orders hadden opgevolgd.
Literatuurwetenschapper S. Dresden schrijft in zijn studie Vervolging, vernietiging, literatuur over
een voorval waarover de schrijver K. Tzetnik, pseudoniem van Yehiel
De-Nur, bericht. Een groep levende zigeunervrouwen en kinderen wordt in
een kuil gegooid in Auschwitz, omdat de crematoria overbelast zijn. Een
Nederlandse gevangene krijgt het bevel kerosine over de mensen in de
kuil te storten. Hij weigert en wordt daarop zelf levend in de vlammen
getrapt. ‘Het Nederlandse ‘Nee! Nee!’ klinkt de schrijver nog steeds in
de oren’, noteert Dresden.
Mijn
moeder arriveerde in de herfst van 1944 in Auschwitz, kort na de
opstand van het Sonderkommando, waarvan ze niets heeft meegekregen. Zelf
zei ze dat ze gelukkig was in Auschwitz, omdat ze daar hoop had; hoop
verloor ze pas na de bevrijding, toen de omvang van de catastrofe tot
haar doordrong.
Ze is geboren in 1927 in Berlijn, in 1939 reisde ze
op het beroemd geworden schip St. Louis met haar ouders vanuit Hamburg
naar Cuba, maar Cuba sloot de grenzen, Amerika sloot de grenzen, Canada
sloot de grenzen, zo spoelde ze met haar ouders aan in Nederland.
Mijn
vader, eveneens geboren in Berlijn, in 1912, overleefde de oorlog op
diverse onderduikadressen. Vaak moest hij zich voordoen als
gedeserteerde Wehrmachtsoldaat om een onderduikadres te krijgen. Hij
vertelde weinig, en als hij dit al deed eigenlijk per ongeluk, terloops,
maar een van de mensen die hem lieten onderduiken, schijnt na de oorlog
tegen hem te hebben gezegd: ‘Als we hadden geweten dat je een Jood was,
was je er niet in gekomen.’
Met
een familie bij wie hij in Rotterdam ondergedoken had gezeten, hield
hij contact. Een keer per jaar ging hij daar met mij heen. Ze hadden
witte muizen in een kooitje.
Dan
was er nog een haringman die bij de beurs stond op het Rokin in
Amsterdam. Hoewel wij in de Rivierenbuurt woonden, ging mijn vader met
lijn 25 naar die haringman, omdat hij hem nog uit de oorlog kende, de
haringman had in het verzet gezeten. Ik ging weleens mee en hoewel ze
elkaar goed moeten hebben gekend uit de oorlog, zeiden ze nooit echt
iets tegen elkaar, ze praatten slechts over haring.
Dat was de oorlog voor mij als kind: witte muizen in een kooitje, een haringman bij de beurs, het geluk in Auschwitz. Ik
had toen niet gedacht dat ik een paar decennia later als columnist voor
een Nederlandse krant een reeks onbeschaamd antisemitische e-mails zou
ontvangen. Ik dacht toen dat het taboe te groot was. Dat was naïef.
En
het is ook logisch dat als er gesproken wordt over bepaalde
bevolkingsgroepen op een manier die doet denken aan de meest duistere
tijd uit de twintigste eeuw, als dat gewoon is geworden, er vroeg of
laat op die manier ook weer over Joden gesproken kan worden.
Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij.
‘Ik
kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet
naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort’,
schreef Primo Levi in de jaren zestig aan zijn Duitse vertaler.
Woorden
die wij wekelijks, misschien wel dagelijks zouden moeten herhalen, al
was het maar om ons eraan te herinneren hoe giftig woorden kunnen zijn.
Dat
een Nederlander in Auschwitz kerosine over levende vrouwen en kinderen
moest uitgieten begon met woorden, met toespraken van politici.
Juist
in deze geseculariseerde tijden rust, meen ik, een speciale
verantwoordelijkheid op Kamerleden, op ministers om het goede voorbeeld
te geven, om het woord géén gif te laten zijn, om altijd voor ogen te
houden dat de staat noodzakelijk is maar tevens een potentieel kwaad dat
met achteloze vanzelfsprekendheid mensen, bevolkingsgroepen kan
vermorzelen.
De vrouw die haar halfdode kind in het gezicht van Oberscharführer Voss gooide, zij waarschuwt ons.
De
Nederlander die ‘Nee! Nee!’ riep, die weigerde kerosine over levende
vrouwen en kinderen uit te gieten en toen zelf het vuur in werd getrapt,
hij waarschuwt ons.
Kameraden en vrienden, vanavond 75 jaar geleden werd Gent bevrijd.
De laatste maanden van de oorlog waren in Gent niet onopgemerkt voorbij gegaan, met heel wat verwoesting door bombardementen. De opluchting was dan ook groot toen de geallieerde troepen Gent binnen reden.
Deze middag start om 13u een 'bevrijdingsstoet', van de schaapstal naar het AchtMeiPlein.
Een mooi detail, vandaag kun je in de sociale restauranten in Gent een 'bevrijdingsmenu' eten.
Speciaal van de gelegenheid, het hartverscheurende Moorsoldaten.
8 mei, dag van de overwinning op het nazisme.
Een dag om te herdenken en een dag om niet te vergeten wat voor een gruwel fascisme heeft aangericht. Een dag om te herinneren dat er bovenmenselijke inspanningen nodig waren om het fascisme de kop in te kloppen.
Een dag om te onthouden dat fascisme onder geen beding ooit nog ergens de macht mag kunnen grijpen.
foto: een prachtig monument in Varna, Bulgarije - ArchDaily
8 mei was het dag van de overwinning op het nazisme. Zeventig jaar geleden eindigde de tweede wereldoorlog. Helaas werd er een domper op de herdenkingsvreugde gezet. De Soviet-Unie, die het leeuwendeel van de strijd leverde, is niet meer. Het communisme als maatschappijstelsel is ideologie-non-grata in onze Europese 'democratie'. En een is er een groeiend conflict met Rusland. Zo erg zelfs dat de meeste Europese 'leiders' het niet eens konden opbrengen om in Moscou hulde te gaan brengen aan de oud-strijders. Fidel Castro, voorman van de Cubaanse Revolutie, schreef voor de gelegenheid een prachtige tekst over de herinnering die elke progressief in zijn/haar hart moet dragen, en dat nog het meest van al op 8 mei.
The 70th anniversary of the Great Patriotic War will
be commemorated the day after tomorrow, May 9. Given the time
difference, while I write these lines, the soldiers and officials of the
Army of the Russian Federation, full of pride, will be parading through
Moscow’s Red Square with their characteristic quick, military steps.
Lenin was a brilliant revolutionary strategist who did not hesitate
in assuming the ideas of Marx and implementing them in an immense and
only partly industrialized country, whose proletariat party became the
most radical and courageous on the planet in the wake of the greatest
slaughter that capitalism had caused in the world, where for the first
time tanks, automatic weapons, aviation and poison gases made an
appearance in wars, and even a legendary cannon capable of launching a
heavy projectile more than 100 kilometers made its presence felt in the
bloody conflict.
From that carnage emerged the League of Nations, an institution that
should have preserved peace but which did not even manage to stop the
rapid advance of colonialism in Africa, a great part of Asia, Oceana,
the Caribbean, Canada and a contemptuous neo-colonialism in Latin
America. Barely 20 years later, another atrocious world war broke out in
Europe, the preamble to which was the Spanish Civil War, beginning in
1936.
After the crushing defeat of the Nazis, world nations placed their
hopes in the United Nations, which strives to generate cooperation in
order to put an end to aggressions and wars, such that countries can
preserve the peace, development and peaceful cooperation of the big and
small, rich or poor States of the world. Millions of scientists could,
among other tasks, increase the chances of the survival of the human
species, with billions of people already threatened by food and water
shortages within a short period of time. We are already 7.3 billion
people on the planet. In 1800 there were only 978 million; this figure
rose to 6.07 billion in 2000; and according to conservative estimates by
the year 2050 there will be 10 billion.
Of course, scarcely is the arrival to Western Europe of boats full of
migrants mentioned, traveling in any object that floats; a river of
African migrants, from the continent colonized by the Europeans over
hundreds of years. 23 years ago, in a United Nations Conference on the
Environment and Development I stated: “An important biological species
is in danger of disappearing given the rapid and progressive destruction
of its natural life-sustaining conditions¬: man.” I did not know at
that time, how close we were to this.
In commemoration of the 70th anniversary of the Great Patriotic War, I
wish to put on record our profound admiration for the heroic Soviet
people, who provided humankind an enormous service. Today we are seeing
the solid alliance between the people of the Russian Federation and the
State with the fastest growing economy in the world: The People’s
Republic of China; both countries, with their close cooperation, modern
science and powerful armies and brave soldiers constitute a powerful
shield of world peace and security, so that the life of our species may
be preserved. Physical and mental health, and the spirit of solidarity are norms
which must prevail, or the future of humankind, as we know it, will be
lost forever. The 27 million Soviets who died in the Great Patriotic
War, also did so for humanity and the right to think and be socialists,
to be Marxist-Leninists, communists, and leave the dark ages behind.
Fascisme, een gruwelijk monster, dat best zo snel mogelijk uitgeroeid wordt. Vandaag is het de herdenkingsdag voor de overwinning op het fascisme in 1945. Maar fascisme is vandaag nog steeds niet volledig uitgeroeid. Denk maar aan de 'regering' van Oekraïne. Zopas werd daar afgekondigd dat de communistische partij, met zijn 3 miljoen kiezers, niet meer in het parlement mocht zetelen.
Kameraden en vrienden, vandaag het 8 mei, de herdenkingsdag voor de overwinning op het fascisme.
Een uitgelezen dag is na te denken over het fascisme, de gruwelen die het toen aanrichtte en vooral de bedreiging die het vandaag de dag vormt.
Griekenland, Frankrijk, Nederland, zijn maar enkele landen waar extreem-rechts recent hoge scores haalde bij de laatste verkiezingen.
Spanje, Portugal, Griekenland, Turkije zijn landen die in het recente verleden nog fascistische of extreem-rechtse regimes hebben gehad, landen in 'ons eigenste democratische Europa'. Dus laat u nooit wijsmaken dat fascisme iets is uit een ver verleden, lang vergeten.
Nu nog zijn er genoeg mensen die hopen op de terugkeer van een sterk regime. Nu nog zijn er genoeg antidemocraten die hopen op onverkozen technocratenregeringen of mensen die vakbonden en andere sociale organisaties vleugellam willen maken, mensen die mensen tegen elkaar uit willen spelen, die het 'eigen volk' of de 'eigen cultuur' superieur achten.
En maar al te vaak zijn er genoeg mensen die daar geen gevaar in zien.
vandaag, 8 mei, is het Moederdag (hiep hiep hoera voor alle moeders!) maar vooral de herdenking van een van de prachtigste momenten van de recente geschiedenis.
Vandaag herdenken we de overwinning op het fascisme. Het Duits nazisme werd vandaag in 1945 verslagen door een omvangrijke coalitie van volkeren, die zich niet wouden onderwerpen.
Op zo'n dag is het belangrijk stil te staan bij alle slachtoffers van het fascisme. Maar daarnaast ook om stil te zijn dat fascisme géén verslagen ideologie uit het verleden is. Het fascisme werd niet vernietigd, het werd verslagen. Op 8 mei 1945 was het Japans fascisme nog springlevend, Spanje en Portugal bleven bloedige dictaturen tot ver daarna. Tal van landen kenden sedertdien nog moordende militaire regimes. Denk maar aan Chili, of vlak bij de deur Turkije en Griekenland. Fascisme is vandaag als ideologie nog springlevend, extreem-rechtse demagogen en aanverwante krachten aan het uiterst rechtse deel van het politieke spectrum ageren vandaag nog steeds tegen minderheden, denk maar het aan blijvend schrijnende lot van de Roma, Sinti en andere of aan de constante haatcampagnes tegen moslims.
Vandaag brengen we Mikis Theodorakis met het prachtige 'Ki esi lae vasanismene'. De historische opname toont Theodorakis in zijn eerste concert op Griekse bodem na de val van het kolonelsregime. Hij zingt over het concentratiekamp van Oropos, waar hij zelf gevangen werd gezet. Hij zingt over hoe de kampen en het fascisme nooit vergeten zullen worden.