Posts tonen met het label Gentse geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gentse geschiedenis. Alle posts tonen

8.06.2025

100 jaar Oekraïners in Gent - podcast

 In de Gentse Sint-Salvatorkerk kun je nog heel deze maand naar een interessante tentoonstelling over 100-jaar Oekraïnse gemeenschap in Gent.

 

Buck FM maakte er een podcast over met Taisiia Nakonechna en Jo Van Herreweghe.

 

 

 

 

De afgelopen jaren verwelkomde Gent een groot aantal vluchtelingen uit Oekraïne. De Sint-Salvatorkerk, de parochiekerk van Oekraïners in Gent, is meer dan ooit een belangrijke ontmoetingsplek voor de Gents-Oekraïense gemeenschap. Samen met deze jonge, levendige parochie bouwden we de tentoonstelling ‘100 jaar Oekraïners in Gent’.

 

 

De tentoonstelling kan je bezoeken in de kerk Sint-Salvator / Heilig Kerst in de Sleepstraat, alle dagen open van 14 tot 17 uur en zaterdagochtend ook van 9.30 tot 12.30 uur.
 

 

11.01.2023

Allerheiligen in de Sint-Salvatorkerk

Op Allerheiligen vieren katholieken alle heiligen. Mocht u vandaag even tijd hebben, spring eens binnen in de Sint-Salvatorkerk. 

 


 

Sint-Salvator (Heilig Kerst) is een van de oudste parochies van onze stad, oorspronkelijk verbonden aan de Sint-Baafsabdij. In 1858 werd de vroege achttiende eeuwse Sacramentskapel omgebouwd tot koor van de kerk. Theodoor Canneel, kunstschilder en directeur van de Gentse Academie, werd aangezocht om het koor te voorzien van muurschilderingen. Canneel maakt er een prachtig geheel van, een echte processie van de heiligen.

 

Boven het altaar zit Christus, de armen uitgestrekt. Nog hoger zweven twee engelen met in hun handen een wimpel met de woorden ‘Komt tot Mij, gij allen die bezwaard en beladen zijn, en Ik zal u verkwikken’. Bij de troon knielen biddende engelen. Op de zijmuren, tussen de glasramen, zijn de twaalf
apostelen afgebeeld. In hun kielzog volgt een indrukwekkende reeks heiligen: de heilige Bruno, Bavo, Antonius Abt, Franciscus van Assisi, Dominicus Guzman, Bernardus van Clairvaux en Benedictus, Theodorus, Joris en Sebastiaan, Ludovicus, Karel de Grote en Eduardus, Elisabeth van Hongarije, Helena en Clothilde, Juliana van Mont Cornillon, Coleta, Godelieve, Gudula en Pharaildis. In de eigen woorden van Canneel: ‘une longue procession, composée de tous les Saints de la hiérarchie céleste, se rendant à
l'adoration du Saint-Sacrement’. De inhuldiging van de schilderingen viel samen met de opening van het Salon op zondag 22 juni 1862. Het project wordt een groot succes. 

 

Deze tekst is een uittreksel uit Ghendtsche Tydinghen. Vande Loock, Harko, “Tweehonderd jaar Theodoor Canneel (1817-1892)”, Ghendtsche Tydinghen, jg. 47, nr. 1, 2018, pp. 19-31. Voor de liefhebbers: https://openjournals.ugent.be/gt/article/id/67455/
 
Dit en nog zo veel meer in Ghendtsche Tydinghen. Voor slechts € 30 krijgt u elke twee maanden Gentse geschiedenis in uw brievenbus. https://ghendtschetydinghen.be/abonnement/
 

 

5.08.2023

Karel Poffyn - verzet in Gent

8 mei, herdenkingsdag voor het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Ghendtsche Tydinghen brengt het verhaal van Karel Poffyn. Karel was elektricien, vader én weerstander. Hij stierf in nazi-handen.
 
 

 
 
Pas in 1953 konden zijn vrouw en kinderen afscheid van hem nemen. Op de repatriëring van Karel Poffyns lichaam volgt een begrafenis met militaire eer in de Gentse O.L.V. Sint-Pieterskerk. De foto op zijn doodsprentje is atypisch: Karels ogen gaan verscholen achter een grote, donkere zonnebril. Als jonge oorlogsvrijwilliger werd hij in de Eerste Wereldoorlog aan het IJzerfront getroffen door een gasaanval. Dit leverde hem een oogkwaal op, waarvoor hij tot lang na de Grote Oorlog in behandeling zou blijven in de Bijloke. Uit overgevoeligheid voor daglicht en om blindheid te voorkomen droeg hij steeds een zonnebril. Heeft dit hem als verzetslid kwetsbaarder gemaakt voor herkenning door de nazi’s? Dat valt niet meer te achterhalen. Wel weten we dat het verzet succesvol rekruteerde onder oud-strijders van 14-18. Zij beschikten over militaire ervaring en de discipline om onder zenuwslopende omstandigheden bevelen op te volgen, hadden in de meeste gevallen al gedood én hadden de gevolgen van een Duitse bezetting aan den lijve ondervonden.
 
Vanaf juli 1941 was Karel Poffyn als gewapend weerstander actief bij het Geheim Leger, zone III, sector Gent. Hij was verbonden aan het schuiloord Le Héron en voerde als hulpelektricien bij de Regie van Telegrafie en Telefonie sabotagedaden uit, vaak ‘s nachts. Eind augustus 1944 zou hij de Duitse militaire centrale in het RTT-gebouw mee helpen saboteren. Zijn arrestatie stak spaken in de wielen van dat plan.
De arrestatie van Karel Poffyn op 19 augustus 1944 verloopt volgens de vaste modus operandi van de bezetter. Het huis aan de Zwijnaardesteenweg wordt even voor zonsopgang door twee mannen van de Geheime Feldpolizei (GFP) met bruut geweld ondersteboven gekeerd op zoek naar wapens. Met bajonetten rukken ze deurposten van de muur en rijten ze matrassen open. De platencollectie wordt stuk gegooid op de vloer. Wapens vinden ze niet en de kaart waarop het gezin de geallieerde vorderingen bijhoudt blijft bij toeval verborgen achter een geopende kamerdeur. Ondertussen wordt Karel Poffyn in bedwang gehouden door twee andere Duitsers, hun wapens op zijn borst gericht. Twee Nederlandstaligen in burgerkledij, collaborateurs die hun gezicht verbergen achter hun kraag, bewaken de deur en dragen Emma Verdonck op om haar man boterhammen mee te geven voor vierentwintig uur. Daarna mag het gezin zijn vader terug verwachten, klinkt het. Emma trapt niet in deze loze belofte. Ze weet dat haar man zal gedeporteerd worden en hangt in de dagen na zijn arrestatie rond aan de Nieuwe Wandeling, de gevangenis waar Karel opgesloten wordt, in de hoop bij zijn deportatie nog een glimp van hem op te vangen. Tevergeefs. Een afscheid wordt het koppel niet gegund. Het gezin blijft ontredderd achter.
Enkele dagen na Karel Poffyns deportatie wordt Gent bevrijd. 
 
 
Het volledige verhaal van dit aangrijpend stuk Gentse geschiedenis door Leentje Van Hoorde, verscheen deze maand in Ghendtsche Tydinghen (jg 52, nr. 3, 2023, pp. 228 - 231).
 
 
Dit en nog veel meer over Gent, haar geschiedenis en haar inwoners in Ghendtsche Tydnghen. Voor de luttele som van €30 krijgt u 2maandelijks Gentse geschiedenis in je brievenbus. http://www.ghendtschetydinghen.be
 
 

4.14.2023

14 april dag van de begijnen

14 april is Dag van de Begijnen. 
 
 
Op die dag in 2013 stierf in Kortrijk de laatste begijn, daarmee kwam een einde aan een religieuze beweging, uniek voor onze contreien. De begijnhoven zijn Unesco Werelderfgoed. Gent heeft prachtig begijnenerfgoed. Loop vandaag eens binnen in het Klein Begijnhof bv., prachtig bewaard gebleven, met aangename bankjes om in de prille zon te genieten van de rust. 
 
 

 
 

Speciaal voor de gelegenheid een tekening van Guido De Bruycker, “Klein-Begijnhof, tekening van een oud poortje”. Verschenen in Ghendtsche Tydinghen 40(4), 2011.
 
 
Dit en nog veel meer over Gent, haar geschiedenis en haar inwoners al meer dan vijftig jaar in Ghendtsche Tydnghen. Voor de luttele som van €30 krijgt u 2maandelijks Gentse geschiedenis in je brievenbus. http://www.ghendtschetydinghen.be
 
 

3.02.2023

de Papiermolenstraat en de Hoosmolen

Ghendtsche Tydinghen brengt het verhaal van de Papiermolenstraat. Maar vooral het verhaal van de Hoosmolen, een echt Gents monument, verborgen aan de rand van de Bourgoyen.

 

In 1942 kreeg een zijwegje van de Nekkersputstraat de naam Papiermolenstraat toegewezen. Nogal misleidend, want dit straatje leidt helemaal niet naar de Overzet, waar de papiermolens draaiden. Het ligt honderden meter meer noordelijk en was in die tijd niet meer dan een ‘boerenslag’, waar enkel koeien passeerden en misschien af en toe een boerenkar, getrokken door een paard.

Vanwaar de naam Papiermolenstraat? De naam dateert van 1942 en was dus een van de vele bedenksels van dichter-advocaat-politicus Joseph Vermeulen. De Papiermolenstraat loopt in de richting van de hoosmolen in de Bourgoyen en waarschijnlijk beschouwde de naamgever de nu nog steeds overeind staande hoosmolenromp als een onderdeel van het molencomplex van papierfabrikant en graficus Frans Pilsen.

De functie van die constructie aan de rand van de Bourgoyen voor het droogmalen (hozen) van het waterziek gebied werd in de jaren 1940 blijkbaar over het hoofd gezien, hoewel er toen op dezelfde plek een elektrische pomp nog zorgde voor het ‘bemalen’ (overtollig water wegpompen) uit de meersen. De Pilsen papiermolens waren toen al zowat een eeuw verdwenen. Ze waren niet vergeten, maar de juiste locatie was blijkbaar niet gekend door de naamgever.

De molenromp met de hoge schouw ernaast was aan het begin van vorige eeuw nog prominent zichtbaar in een overigens zo goed als lege vlakte. De Papiermolenstraat ligt in een zone die oorspronkelijk deel uitmaakte van de Bourgoyen, maar ervan afgesneden werd door de aanleg in 1911 van de nog bestaande spoordam van waarop we een prachtig gezicht hebben op het eigenlijke natuurreservaat. De spoorberm belemmert wel gedeeltelijk het gezicht op de hoosmolen. Als je vanaf de Nekkersputstraat komt gewandeld of gefietst, zie je hem pas helemaal aan het einde.

De Papiermolenstraat is nu zo goed als onbekend. Niet te verwonderen: de ‘straat’ is wel vrij lang, maar heeft geen bebouwing en is nauwelijks breder dan een fietspad. Het eerste deel bij de Nekkersputstraat werd strak rechtlijnig gemaakt, maar daarna ‘verliest’ deze weg als het ware ‘zijn weg’, als we dat zo mogen uitdrukken. Het straatje slingert zich verder naar het westen toe doorheen de vroegere meersen en geeft daar nu toegang tot enkele sportveldjes.

Wellicht de oudste hoosmolen van de Lage Landen

De molen is immers niet de eerste de beste, het is zonder meer één van de meest waardevolle getuigen van het Gentse verleden. Het is hoogstwaarschijnlijk de oudste hoosmolen in de Lage Landen, en zeker de langst functionerende. In gemoderniseerde vorm doet hij nog steeds het werk dat al in 1316 vermeld werd.


Dit en nog veel meer over Gent, haar geschiedenis en haar inwoners al meer dan vijftig jaar in Ghendtsche Tydnghen. Voor de luttele som van €30 krijgt u 2maandelijks Gentse geschiedenis in je brievenbus. http://www.ghendtschetydinghen.be/abonnementen.html

 

6.05.2022

Op Wandel met Ghendtsche Tydinghen: de Schelde

Op Wandel met Ghendtsche Tydinghen. Gent heeft een bijzonder boeiende geschiedenis, nauw verweven met haar waterlopen. Met Ghendtsche Tydinghen gaan we dit jaar een aantal van die waterlopen van dichterbij bestuderen.



Op wandel met Ghendtsche Tydinghen gaat dit seizoen van start met een reeks WaterWandelingen. We starten met de Schelde. Frank Gelaude duikt met ons de Gentse geschiedenis in, de boeiende geschiedenis van de Schelde.

Frank Gelaude is geoloog en dokter in de geschiedenis en auteur van "Getemde rivieren. Hoe het middeleeuwse Gent Schelde en Leie bedwong."


Enkel voor leden van Ghendtsche Tydinghen. Voor een luttele 20 euro per jaar word je lid van de vzw HHKG en krijg je het tweemaandelijkse tijdschrift Ghendtsche Tydinghen in je bus. Meer info: http://www.ghendtschetydinghen.be/abonnementen.html 
Beperkt aantal plaatsen.



3.01.2022

Gents carnavalslied uit 1886

 Voor de liefhebbers, een Gents carnavalslied, uit 1886. 



Afbeelding oorspronkelijk gepubliceerd in Ghendtsche Tydinghen in 1974.

Meer van dit alles in uw brievenbus. Een abonnement op Ghendtsche Tydinghen kost slechts € 20, daarvoor krijg je elke twee maand Gentse geschiedenis. http://www.ghendtschetydinghen.be/abonnementen.html



2.13.2022

Gentse rosières voor Valentijn


Gentenaars en aangetrouwden, je kan er niet naast kijken, Valentijn. Feest van de geliefden. Een mooie gelegenheid om jouw uitverkorene een openhartig briefje toe te spelen, te overladen met geschenken of te verrassen met een grote bos bloemen.
Speciaal voor de gelegenheid een verhaal uit onze rijke Gentse geschiedenis, de rosières.


Een rosière of rozenjuffer, rozenmaagd, rozenbruid, is een Frans begrip uit het Ancien Regime. Het was de aanduiding van een nog ongetrouwd meisje van ‘onberispelijk gedrag’. In bepaalde regio’s was er de gewoonte een jong meisje, dat bekend stond voor haar deugdzaamheid, tijdens een plechtigheid te tooien met een bloemenkrans van rozen. In sommige streken werd zelfs een zilveren ring of een som geld geschonken.
De betekenis verschoof geleidelijk aan. Door de vele oorlogen die Frankrijk voerde in de achttiende eeuw waren er veel oud-militairen. Om hen aan een geschikte huwelijkspartner te helpen, ontstond het gebruik om huwelijken te gaan aanmoedigen. ‘Le mariage de la Rosière’ met een oudgediende werd beloond met een huwelijksgift.
Toen Gent deel werd van Frankrijk werd dit gebruik ook hier ingevoerd. Een aantal koppels, waarvan de man minstens in één veldtocht had gediend, werden door het stadsbestuur geselecteerd, kregen een bruidsschat en mochten hun huwelijksfeest op kosten van de stad inrichten. Soms kregen zij er de huwelijkskledij bovenop. Bij keizerlijk decreet zou hier de huwelijksgift bepaald geweest zijn op 600 frank.
Tijdens de Franse periode waren er heel wat ‘mariages de rosières’. Zo was er op 9 juni 1811 een ceremonie voor tien koppels. De huwelijken maakten onderdeel uit van de feestelijkheden naar aanleiding van de geboorte van de eerste zoon van Keizer Napoléon. “Fêtes à l’occasion de la naissance et du baptême du Roi de Rome. Banquets, musique à la Place d’Armes, à la Coupure et au Marché du Vendredi; concours organisés par les quatre chefs confréries d’armes; mariages et dotations de dix rosières, spectacle gratuit, feu d’artifice au Marché du Vendredi; jeux populaires; illumination générale. Les dix rosières, avec leurs maris, assistent dans des loges à la représentation gratuite au grand théatre.”
Voor de liefhebbers, de gelukkige bruidsparen:
Jean Baptist LANDSMAN, °Gent 20 maart 1781, militair en tuinman, zoon van Pierre Jean en Marie DEN RIDDER; wonend enclos Couvent des Capucins (Kapucijnenham); gehuwd met Livine Caroline DE MOERLOOSE, °Gent 1 november 1786, jardinière, dochter van Jacques Pierre en Fernandina VANDER SPIEGHELE; wonend enclos Couvent des Capucins.
Pierre Joseph STEEMAERE, °Gent 18 maart 1786, militaire réformé, tapissier, zoon van Jean, tailleur en Petronille VERGULT; wonend rue des Violettes, 2e section; gehuwd met Jossine VAN HAUTE, °Gent 14 maart 1789, lingère, dochter van Jean, chansonnier en Marie Anne HULSTAERT; wonend rue Saint-Jean (gesloopt, nu Sint-Baafsplein).
André Jacques HOOGHSTOEL, °Gent 20 februari 1787, fileur, zoon van wijlen Pierre en Isabelle Caroline DE SUTTER; wonend Pekelhaerinck; gehuwd met Jeanne Josephe GREPPIAU, °Gent 21 november 1787, cardeuse, dochter van Sebastien Joseph, tourneur en bois, en Marie Françoise de la DEREERE; wonend rue des Femmes (Sint-Kwintensberg).
Jean Josse GIE, °Gent 13 januari 1787, militaire réformé, tanneur, zoon van wijlen Jean Baptiste en Catherine TOEFFAERT, couturière; wonend rue Abeel; gehuwd met Jeanne Augustine THOORENS, °Kemseke 10 maart 1788, dentellière, dochter van wijlen Josse en Angeline BRIVAS, fruitière; wonend rue Abeel.
François Xavier HAMILTON, °Gent 7 oktober 1788, militaire réformé, tisserand; zoon van Guillaume, tinturier en wijlen Catherine Philippine VAN SANTEN; wonend ruelle de l’Etrille (Roskamstraat, nu Nederkwaadham); gehuwd met Therese VAN HECKE; °Gent 15 oktober 1790, brodeuse; dochter van Gregoire, jardinier en Jacqueline Micheline NEYT; wonend rue Nieulant.
Pierre Jean HOUSIAUX, °Gent 7 januari 1780, tailleur, zoon van Jean Joseph en Marie Christine GRESEELS; wonend rue Haute sedert 5 maand, voorheen Parijs; gehuwd met Florentine Jeanne VAN DE WOESTYNE, °Gent 28 februari 1790, repasseuse, dochter van Thomas Lievin, cordonnier en Marie Francoise DECOST; wonend rue Raeme.
Emmanuel Hubert D’ANVERS, °Gent 3 november 1777, ancien militaire, papetier, zoon van Raphael Livin en Jeanne Catherine DE BEULE; wonend Marché au Lin (Vlasmarkt); gehuwd met Marie Jacqueline MAST, °Gent 24 april 1782, servante, dochter van wijlen Francois Bernard en wijlen Bernardine VAN RUYMBEKE; wonend Calandenberg.
Emmanuel Antoine THIENPONDT, °Gent 17 maart 1788, militaire réformé, maçon, zoon van wijlen Pierre en Petronille VAN DER STRAETEN, boutiquière; wonend Ter Plaete; gehuwd met Therese CORYN, °Gent 10 januari 1789, blanchisseuse, dochter van Augustin, journalier en Marie VAN LABEKE; wonend rue Saint-Lievin (Sint-Lievenspoortstraat).
Gerard Augustin VAN LOO, °Gent 28 augustus 1778, militaire réformé, boucher, zoon van Pierre, poisonnier en Marie Therese VAN DAMME; wonend Vieux Rempart (Oudevest); gehuwd met Marie Francoise VERCRUYSSEN, °Gent 15 februari 1785, dentellière, dochter van wijlen Egide en Angeline MUNINCK, dentellière; wonend Vieux Rempart.
Jean Joseph DE COLEIR, °Gent 16 februari 1782, oud-militair en brandweerman, zoon van wijlen François en Marie Jeanne STEEMAERE; wonend Marché au Beurre; gehuwd met Marie Anne Josephe DE HAYS, °Gent 20 juni 1787, epilucheuse, dochter van wijlen Jean Baptiste en Marie Josephe INQUEN; wonend Brandstraete.
Meer van dit alles elke twee maand in uw brievenbus. Geef uw Valentijn eens een écht origineel geschenk en geef haar een abonnement op Ghendtsche Tydinghen. Voor € 20 krijgt de man of vrouw van jouw leven Gentse geschiedenis in de brievenbus. http://www.ghendtschetydinghen.be/abonnementen.html
Artikel van Erik Dekeyser, gepubliceerd in Ghendtsche Tydinghen, 6, 2008, p. 346 – 351. Ingeleid en bewerkt door Harko Vande Loock. De begeleidende afbeelding komt uit beeldbank.stad.gent en werd genomen door Monumentenzorg en stelt voor een gebeeldhouwde gevelversiering uit Kraanlei 79.

2.02.2022

John Flanders over de Oude Schelde, de Vijfwindgaten en Nonkel Pierken

"Dat moet zo omstreeks het jaar 1895 geweest zijn, toen de oude Schelde of Vijfwindvaardeken nog gedeeltelijk openlag." Zo begint een kortverhaal van de enige echte John Flanders. In het eerste nummer van Ghendtsche Tydinghen van dit jaar staat een verhaal van zijn hand met een glansrol voor het Scheldeken. Meer over deze waterloop in Ghendtsche Tydinghen, hét tijdschrift voor Gentse geschiedenis.


Veel leesplezier:

Nonkel Pierken was toen, ondanks zijn oud en eerbiedwaardige klinkende naam, hoogstens twaalf of dertien jaar. ‘t Was een welgezet ventje, dik als een bolleken met een rozerood poppenmuilken, maar sterk, als een paardeken. Hij woonde in het Rapestraatje, ging slechts bij tussenpozen naar school, werkte thuis mee aan ik weet niet wat, men kon hem ganse dagen zware vrachten zien sjouwen als een volwassen manskerel. Alhoewel zachtaardig aangelegd, hield hij van een kloppartijtje, waar hij altijd baas uitkwam. Ook boezemde hij de straatjeugd van gelijk welke parochie veel ontzag in. Wat zijn gezag geweldig stijgen deed, was dat hij een ‘ponte’ bezat, die vastgemeerd lag tegen het houten sluizeken van het Vierwindgatbrugsken. ‘t Was een smal plat bootje dat elke dag geregeld half vol water liep, en elke avond zorgvuldig door Nonkel Pierken werd leeg gehoosd met een grote blikken doos. In die jaren kronkelde dat waterloopje tussen achterhuizen en sloppen. Het was amper van op de grote straat zichtbaar. Dat werd meestal ‘t Scheldeken of het Oud Scheldeken genoemd, en was bij de Vijfwindgaten verbonden met de Neerschelde aan de Achtervisserij door een vaardeken. Dat laatste staat op sommige kaarten als ‘Nieuw Scheldeken’ aangeduid. Men verzekert mij dat het Scheldeken, overwelfd, nog steeds bestaat, en zelfs tot bij het Sint-Anna -plein komt. Dat is echter een mysterie en omdat ik van mysteries houd, en de lezers misschien ook wel, zullen we het er een laten.

Nu komen we bij Nonkel Pierken terug. Nooit heb ik zijn boot varend gezien, en mijn speelmakkers ook niet. Toch waren we overtuigd dat ze wondere tochten deden. Om ons dat te doen geloven, daar zorgde Nonkel Pierken voor. Ik vaar er mee dat gat binnen, verzekerde hij, naar de tunnel wijzend onder de hovingen van Leirens, waar het vaardeken in nacht en duisternis verdween.
Even verder vaar ik onder de spoorweg, want ik hoor de treinen boven mijn kop denderen.

“Wat doet ge daar in de donkere”, riepen we naar Nonkel Pierken (...). “Ik vaar met mijn boot, langs een vaardeken, dat helemaal tussen de huizen zit, en door weinigen gekend is, want die huizen zijn bijna alle leeg! Ik kan er in en uitgaan als ik wil. Er is er een waar nog een stoof staat, een heel goede stove, ik steek ze aan en braad mijn vis!” “Wat vis?” “Ja er zit vis in dat vaardeken, vooral paling. Ik stroop hem en bak hem en eet hem allemaal op, zonder met iemand te moeten delen”. “Is dat alles?”
“Neen er is ook een hof, en daar staat een kriekelaar, een appelaar en twee perelaars. In 't goed seizoen hangen hun takken zwaar van het fruit en ik kan ervan eten zoveel ik maar wil.” We zaten daar te watertanden, maar geen onzer dorst hem zijn vrekkigheid verwijten, nimmer hadden we van hem een appel of een ‘pootje’ (handvol) krieken gekregen, en nog minder hem een pak slaag
gegeven, daarvoor was hij te sterk.

“In één van die huizen woont een madam. Ik mag voor haar paling vangen en ze betaalt hem mij. Kijk ...” Hij trok een handvol geld uit zijn broekzak: een hele boel koperen kluiten, halve kluiten en centen, een nikkelen stuk van tien centen en een zilveren halvefrank bovenop. Onze ogen glommen van moordlust ... maar met een paar vuistslagen kon hij ons immers allen baas.
“Er is nog een ander huis”, ging Nonkel Pierken voort, “en 's avonds brandt er altijd een groot vuur.” “Wie woont daar? “(...)
“Geef mij een kwartje van nen frank en ge moogt meegaan om te kijken”, stelde Nonkel Pierken voor. Niemand durfde dat meteen aan, maar uiteindelijk besloot Georgeke de Parre, een snoefbek, mee op avontuur te gaan, ‘s avonds, maar niet voor een kwartje, voor vijf cens. Georgeke kwam nat en vuil, huilend naar huis, roepend dat hij niets gezien had van het vuur en de schaduwen maar dat Nonkel Pierken hem in het water gestampt had, omdat hij de vijf cens niet vooraf had willen geven. En meer kregen we er ook niet van te weten.




Meer Gentse geschiedenis? Ghendtsche Tydinghen valt voor slechts €20 tweemaandelijks in uw brievenbus. http://www.ghendtschetydinghen.be/abonnementen.html

1.26.2022

Ghendtsche Tydinghen - Gentse gerechten, zo oud als de straat - podcast

 Ghendtsche Tydinghen brengt Gentse geschiedenis, van gebouwen en heren, van waterlopen en van theater, van kunst en literatuur. Maar Ghendtsche Tydinghen besteedt ook aandacht aan Gents eten en drinken. Zo was er zelfs jarenlang een heuse kookrubriek in ons tijdschrift. 

 

Van 1982 tot '86 was er in elk nummer plaats voor Gentse recepten en historische duiding.

 

Het archief van GT staat op de ojs-datatbank van de UGent. Alle artikels van 'De Gentse Keukenrubriek' op een rijtje (van oud naar (relatief) nieuw):





 

Ghendtsche Tydinghen bestaat ondertussen al meer dan 50 jaar. Vorig jaar verscheen een Feestnummer. Daarin nam Annelies Van Wittenberghe, culinair historica en auteur van o.a. het historische kookboek Smaak!, die kookrubriek onder de loep.

 

Deze week gaan Annelies Van Wittenberghe en Noël Callebaut (o.a. co-auteur van Honger naar Gent) hier uitgebreid op in, in hun altijd interessante podcast.

 

 

 

 

9.01.2021

1 september - de Martelaarslaan

 Op de facebookpagina van Ghendtsche Tydinghen postte ik op deze 1ste september deze tekst:

1 september. Een dag vol spanning en opwinding voor de schoolgaande jeugd en hun trotse of misschien opgeluchte ouders (en grootouders).
Maar ook dé dag bij uitstek om terug te denken aan de eigen schooltijd.
Vandaag gaan we het hebben over de Stedelijke Jongensberoepsschool aan de Martelaarslaan - De Bouw - de VIP-school - Het Spectrum. Wie heeft er daar gezeten? Of les gegeven? Wie wil er herinneringen met ons delen? 
 
In 1900 wordt beslist om aan de Martelaarslaan (toen nog Godshuizenlaan) een school te bouwen. De Gentse industrieel Carels schonk de Stad het enorme bedrag van 25.000 fr. waarmee bouwgrond gekocht werd. De Carelsschool voor metaalbewerking was geboren. De uit haar voegen gebarsten Nicaiseschool werd kort daarna verhuisd naar de Martelaarslaan. In 1921 volgde de De Ridderschool voor drukkers. Na de tweede wereldoorlog kwam er nog het textielinstituut Henri Story bij. De Martelaarslaan werd dé school voor nijverheidsopleidingen.

(Tekst uit Ghendtsche Tydinghen 2006, 1; 2007, 4 en 2009, 1, herwerkt door Harko Vande Loock). 
 
Ook zot van Gentse geschiedenis? Ghendtsche Tydinghen valt voor slechts €20 tweemaandelijks in uw brievenbus. http://www.ghendtschetydinghen.be/abonnementen.html
 
 
Ter illustratie een prachtige foto van de school tijdens de Eerste Wereldoorlog. De foto kom het Duitse Kriegalbum, een unieke bron bewaard in het Gentse Stadsarchief, gedigitaliseerd in de Beeldbank.

 

8.19.2021

de broodsnijmachine

 Vandaag een kleine anekdote. 


Als je in de plaatselijke bakker een brood koopt, dan vragen ze altijd 'gesneden?'. Nu is een gesneden brood bijna een vanzelfsprekendheid. Vroeger was dat heel anders. 


Vroeger werden broden ongesneden verkocht. Moeder sneed de schellen horizontaal met een groot broodmes.


Broodsnijmachines bestonden al heel lang, eerste patent 1903. Maar bij ons werden die machines nauwelijks gebruikt. Sterker nog, de meeste bakkers stonden er ronduit vijandig tegenover. Het was een behoorlijke investering, maar het was niet alsof het brood gesneden dan duurder kon verkocht worden. Uiteindelijk gingen in de loop van de jaren '50 steeds meer bakker overstag. Een door de bakker gesneden brood, dat eet gemakkelijker, je moet niet eerst een schel snijden, je neemt het uit de zak en klaar. 





In 1999 publiceerde Ghendtsche Tydinghen een reeks herinneringen over het Gent van de jaren '50 en '60 van de hand van de Gentse schrijver en dichter Daniel van Ryssel. Daarin lezen wij volgende passage.


donderdag 16 mei 1953 

 

Grote nieuwigheid bij de bakker: de broodsnijmachine. 

 

De niet zo heel grote snijmachine met een grote pedaal staat naast het broodrek ... en blijkbaar is ze nagenoeg gelijktijdig bij al de bakkers geleverd. Vanaf nu kunnen ze het brood dus ook gesneden kopen en hoeven huisvrouwen niet meer het broodmes te hanteren. Moeder was er dadelijk voor gewonnen ... wat me erg verwonderde, want moeder heeft een afkeer van nieuwigheden. 

 

 Vermits moeder voor ieder brood een nieuwe broodzak verkwisting vindt, moet ik nu iedere dag, tot hij te smerig of gescheurd is, met een papieren zak naar de bakker om een gesneden brood te kopen. 

 

 Tot Belzele is de broodsnijmachine nog niet doorgedrongen. Meetje zou daar trouwens niets willen van weten. Ik zie haar tot het einde van haar dagen het brood tegen haar borst houden, een kruis op het brood maken en dan zelf al de boterhammen smeren en snijden. Zo was het, zo is het en zo zal het altijd zijn. Geen broodsnijmachine die haar op andere gedachten zal brengen. 

 


Dit en nog veel meer Gentse geschiedenis verschijnt in Ghendtsche Tydinghen. Voor slechts €20 valt dit tweemaandelijks in uw brievenbus. http://www.ghendtschetydinghen.be/abonnementen.html



 Afbeelding uit de collectie het boeiende Bakkerijmuseum in Veurne. 


7.24.2021

Gentse Kermis 1843

Beste vrienden, dit is het laatste weekend van wat de Gentse Feesten hadden moeten zijn. Speciaal voor de gelegenheid, het programma van een van de eerste edities van de Gentse Feesten.


In 1843 kon je eind juni vijf dagen genieten van de Gentse Kermis.


Op zaterdag 24 juni 1843 werd om acht uur 's avonds de Gentse Kermis feestelijk ingeluid met de grote klok van het Belfort. Tijdens de feesten mochten de koffiehuizen en herbergen de ganse nacht geopend blijven.


Op zondag 25 juni had 's morgens in de Troonzaal op het stadhuis de plechtige prijsuitdeling van het conservatorium plaats, waarbij er, dat spreekt voor zich, enkele stukken werden uitgevoerd door de leerlingen.


's Namiddags verenigden zich een dertigtal maatschappijen van handboogschutters uit verschillende steden en gemeenten van het land aan het stadhuis. Van het stadhuis trokken de maatschappijen in stoet met "vliegende vaandels" en geleid door de muziek van het Filharmonisch genootschap naar de gebouwen van de St.-Sebastiaanvereniging bij de Bijloke, waar de schieting plaats had. Er waren 169 schutters. Als eerste prijs werden twaalf lepels en vorken in zilver geschonken. Een maatschappij van Ledeberg kreeg een medaille voor de schoonste uitrusting; een maatschappij van Oudenaarde een medaille voor het grootst aantal deelnemers. De medaille voor de verst afgelegen vereniging ging naar een groep uit Pâturage (een Henegouws mijndorp, nu deelgemeente van Colfontaine).


's Namiddags kon je voor ringspelen en wedlopen terecht in ‘de oude citadel’ (het Spanjaardenkasteel aan Sint-Macharius, aan de Sint-Baafsabdij).


In Sint-Denijs-Westrem kon je gaan kijken naar wedstrijden voor renpaarden.


's Avonds werd er op het St. Pietersplein op de mast geklommen. Je kon er ook genieten van, kosteloos, toneel. De maatschappij Broedermin en Taalijver bracht "Jacob van Artevelde", een historisch drama in drie bedrijven door H.. Van Peene en "Juffrouw Grégoire of de Waardin uit de Pijnappel", zangspel in twee bedrijven.


Op maandag 26 juni werden door het Weldadigheidsgesticht 3000 tarwebroden aan de armen uitgedeeld.


's Namiddags was ·het nu de beurt aan de kruisboogschutters van St. Joris om aan het stadhuis de prijzen in ontvangst te nemen en daarna in stoet op te stappen naar hun lokaal op de Nieuwe Wandeling, waar de wedstrijden plaats hadden.


's Avonds was er in het Casino op de Coupure een prachtig feest: een concert door een harmonie, verlichting van de gebouwen en tuinen, een prachtig vuurwerk en een bal. De toegang tot het Casino bedroeg drie frank, waardoor dit feest enkel toegankelijk was voor de begoede burgerij. Ook de Kouter was prachtig verlicht; 's avonds had er een volksdansfeest plaats.


Ter illustratie een foto van het Gentse Casino, aan de Coupure (ter hoogte van oude veeartsenijschool, aan het huidige Casinoplein).


Op dinsdag 27 juni hadden te Sint-Denijs-Westrem opnieuw wedstrijden voor renpaarden plaats; 's namiddags hadden er volksvermakelijkheden plaats op de Vrijdagmarkt.


's Avonds gaf de Filharmonie in het lokaal van St. Joris op de Nieuwe Wandeling een concert en steeg een luchtballon op. De toegang was twee frank. 's Avonds laat gaf de zangmaatschappij Orpheus een Venetiaanse serenade op de Coupure: ze voerden koorzangen uit op verlichte vaartuigen versierd met vlaggen en wimpels.


In de zaal Rhetorica in de Parnassusberg op de Houtlei kon je op zondag, maandag en dinsdag naar een deftig bal.


De Gentse Kermis werd, op woensdag 28 juni, spectaculair afgesloten met een steekspel op het water van het Dok.


Beste vrienden, laat ons eerlijk zijn, dit klinkt geweldig. Spektakels op het water, dat zou vandaag nog veel volk trekken. Nu ja, we weten wat ons te doen staat. Vaccineren, zorgen dat de rest van de wereld een vaccin kan bemachtigen, de richtlijnen volgen, een beetje ons best doen en geduld hebben en voor je het weet is het terug vollenbak Gentsche Fieste. In tussentijd houden we het veilig en gaan we er ene schellen op een terras.


Deze tekst komt uit Ghendtsche Tydinghen in 1973. De oorspronkelijke tekst van M. Steels werd onder handen gepakt door Harko Vande Loock.


Dit en nog veel meer Gentse geschiedenis verschijnt in Ghendtsche Tydinghen. Voor slechts €20 valt dit tweemaandelijks in uw brievenbus. http://www.ghendtschetydinghen.be/abonnementen.html

7.20.2021

overstroming in Gent in 1872

Op deze dag van nationale rouw denken we aan al die mensen die zo veel verloren hebben. Een ramp van een dergelijke omvang is bloedstollend. We denken aan de slachtoffers, hun nabestaanden, alle mensen die hebben en houden verloren hebben. 


Het leek ons interessant om in onze Gentse geschiedenis te kijken naar overstromingen. Een stad die onlosmakelijk verbonden is met het water heeft ook vaak strijd moeten leveren tegen het water. 


In december 1872 werd Gent bijzonder hard getroffen.


Op 7 december schrijven de kranten "Het wil niet ophouden van regenen. Alhoewel onze stad tot nu toe van overstroming bevrijd is gebleven, toch hebben reeds veel bewoners door het water te lijden". 

 

Op 13 december begint het over te lopen. "Het heeft gisteren niet opgehouden te regenen. In de wijk Nieuwbrug staan verschillende straten onder water. De Tichelrij staat gedeeltelijk onder water evenals de Chartreuzenstraat. Ook de Sint-Annawijk lijdt van overstromingen. Hoven en weiden gelegen tussen de Priesterstraat en de Oude Sassepoort vormen slechts een uitgebreid meer. De steenkolen  kunnen langs de bevaarbare waterwegen Gent niet meer bereiken."

 

Op 14 december: "Deze nacht is het water nog geklommen. Het zijn juist de werklieden, reeds beproefd  door het stilvallen van de fabrieken, die het meest door het water te lijden hebben, daar de lage gedeelten van de stad het meest bewoond wordt door de arbeidersklas." De Gazette van Gent stelt vast, dat er in de arme wijken geen voetpaden zijn aangelegd en vraagt "Waarom heeft men de kleine wijken aldus verwaarloosd?'' Veel fabrieken liggen stil: de Gentsche Vlasfabriek, de fabriek De Smet-Guequier op de Oude Vest, Van der Heyden op de Muinkkaai, Rey op Ledeberg, Lousbergs op de Reep, de Lieve. 

 

Op 15 december: "Het verergert nog altijd. De ganse wijk van het H. Kerst, de Dok, de Metselaarsstraat; de Reke, de wijk van Sint-Anna, de Leiekaai, Terplaten, de Zilverstraat, Molenaarsstraat, Hoogstraat, Begijnengracht, een gedeelte van Akkergem staan onder water. De fabriek Voortman op de  Vogelenzangkaai ligt stil."

 

En op 16 december wordt het: "Het water is nog geklommen. In veel straten staat het water twee, drie tot vier voet hoog. De balken, welke de stad heeft gelegd, drijven weg. Veel werklieden bezitten niets meer om eten. te kopen, daar ze de ganse week niet hebben gewerkt. Het Bestuur van de Burgerlijke Godshuizen heeft het oud klein hospitaal aan Sint-Jacobs ter beschikking van de overstroomden gesteld. De landerijen en weiden rond de stad staan zeer diep onder water. Ze lijken een zee. Men heeft reeds lijken van koeien opgevist. Het groot begijnhof lijkt een uitgestrekt meer. Het Burgerlijk Hospitaal is gedeeltelijk overstroomd. Geheel de Ottogracht en een deel van de Baudeloostraat staat onder water; het atheneum is gesloten. Op de Sleepstraat staat het water vanaf het Sluizeken tot aan het Heilig Kerst. De Oude Veemarkt lijkt een rivier. In de zwemschool Dossche staat het water tot aan het dak van de cabines." 

 

Op 19 december begint het water gelukkig te dalen, weliswaar zeer langzaam. Op 21 december heropenen de eerste fabrieken. De noodlijdende bevolking moest in grote mate een beroep doen om 'de liefdadigheid'. Steenkolen, dekens, geld, brood en aardappelen  werden uitgedeeld. Verschillende kranten deden een beroep op de vrijgevigheid van de rijkere burgers van de stad.



Deze overstroming zal een bijkomend argument zijn voor de grote saneringswerken, die o.m. leiden tot de demping van kleinere waterlopen, zoals de Nederschelde.



Dit en nog veel meer Gentse geschiedenis verschijnt in Ghendtsche Tydinghen. Voor slechts €20 valt dit tweemaandelijks in uw brievenbus. http://www.ghendtschetydinghen.be/abonnementen.html

7.19.2021

Gentse Zomerkermissen

Een jaar zonder Gentse Feesten.
Een jaar zonder Gentse Feesten, maar mét knaldrang, een zomerfoor en kleinschalige optredens van onze Gentse cultuurhelden.

Het voelt als een breuk met onze lange en fiere Gentse traditie. Maar wist je dat de Gentse Feesten nog zo lang niet bestaan?


In de eerste helft van de negentiende eeuw vierde men geen Gentse Feesten maar een hele reeks wijk- of parochiekermissen. 







Er bestond een waarachtig kermisseizoen dat in volle zomer (14 juli) begon en zo maar eventjes drieënhalve maanden besloeg, met acht kermissen gespreid over die periode. Blijkbaar slaagden sommige feestneuzen erin van de ene kermis naar de andere te trekken en dat zo lang uit te houden.

Sint - Baefs (vanaf 14 juli)

Sinte - Anne (vanaf 28 juli) 

Heylig - Kerst (vanaf 4 augustus)

Sinte - Pieters (vanaf 18 augustus)

Sint – Nicolaes (vanaf 15 september)

Sint - Michiels (vanaf 29 september)

Akkergem (vanaf 14 oktober)

Sint - Jacobs (vanaf 27 oktober)


Deze zomerkermissen liggen allemaal in het ‘goeie seizoen’. Ook de uitlopers naar oktober mogen we daarbij rekenen. Dat was immers de ‘Slachtmaand’: de tijd waarin het vet gemeste varken feestelijk voedsel mocht leveren. Het Gentse ‘kermisseizoen’, om het zo te noemen, startte dus op 14 juli en duurde de hele zomer en nazomer lang. Dat was de enige periode van het jaar waarin voedsel (meestal) overvloedig voorradig was. Niet slecht gezien. Het is alsof een moderne feestenmanager er zich mee bemoeide.



 Dit en nog veel meer Gentse geschiedenis verschijnt in Ghendtsche Tydinghen. Voor slechts €20 valt dit tweemaandelijks in uw brievenbus. http://www.ghendtschetydinghen.be/abonnementen.html