Posts tonen met het label racisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label racisme. Alle posts tonen

3.21.2024

de onderliggende banden tussen racisme en de economie - Angela Davis

 Op de Internationale Dag Tegen Racisme en Discriminatie een passend citaat van de geniale progressieve professor, activist en levend icoon van het antiracisme Angela Davis. Incidenteel racisme is kwetsend en is heel terecht een misdaad. Maar de grote strijd moeten we voeren tegen het structurele racisme. En die strijd kunnen we alleen maar samen voeren. 

 


 

3.21.2023

We must be anti-racist

 21 maart - Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie


 

8.03.2020

Last Week Tonight over het Geschiedenisonderwijs

"History, when taught well, shows us how to improve the world, but history, when taught poorly, falsely claims there is nothing to improve."

Last Week Tonight, de uitstekende comedy-actualiteitenshow van John Oliver, brengt deze week een zeer bekijkenswaardig stuk over het geschiedenisonderwijs. We hebben net onze eigen 'discussie' gehad over de plaats van het koloniaal verleden in ons geschiedenisonderwijs. Het is te zeggen een eerste aanzet van een discussie met de gebruikelijke vijf opiniestukken en een minister die alle argumenten van specialisten straal negeerde om de eigen politieke punten door te drukken.

"Negeren van zaken uit het verleden die je niet aanstaan, maakt slachtoffers."
 
 Je kan de 'onaangename' kanten van het verleden niet gewoon negeren. "A history without white supremacy is a white supremacist history."



5.05.2020

Herdenken gaat uit van de vaststelling dat het verleden niet voltooid is

Op 8 mei herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog.

In België is die herdenking samengevoegd bij 11 november. Enkele lokale initiatieven en herdenkingen houden de herinnering levendig, maar in Nederland is de herdenking een groots gebeuren. Op 4 en 5 mei houden zij Dodenherdenking.



In het kader van dit gebeuren gaf Arnon Grunberg een lezing in de Amsterdams Nieuwe Kerk. En ik moet zeggen, impressionant.

Ik neem hem hier integraal over:

Herdenken gaat uit van de vaststelling dat het verleden niet voltooid is



Vaak heb ik me afgevraagd wat het nut is van herdenken, van bijeenkomsten als deze. Herdenken wij omdat de traditie ons dat voorschrijft, of staat er meer op het spel?

Verleden voorjaar tijdens een lezing over het werk van Marga Minco en de oorlog – ik weet niet of de oorlog míj achtervolgt of dat ík het ben die de oorlog achtervolgt – merkte ik op dat herdenken meer zou moeten zijn dan een ritueel, dat het een verlangen naar kennis in zich zou moeten dragen, en dat gemeenplaatsen daarom de vijand zijn van betekenisvolle herdenkingsrituelen. Ik besefte ook dat die andere gemeenplaats, dat we het verhaal over de oorlog en de Joden nu wel kennen, steeds luider is gaan klinken; een hoogmoedige gemeenplaats, die uitgaat van de gedachte dat onze kennis volmaakt is, dat we kunnen scheiden van het betrekkelijk recente verleden.

Zeggen het verleden nu wel te kennen is veelal een weigering om er kennis van te nemen. En wie zijn verleden niet kent, is niet zozeer gedoemd het te herhalen, als wel is hij gedoemd niet te weten wie hij is. Niets doet mensen zozeer naar een onwrikbare identiteit verlangen als het knagende vermoeden dat ze geen idee hebben wie ze zijn. En het is vaak de onwrikbare eigen identiteit, de weigering er speels mee om te gaan die ertoe leidt dat de ander als een volstrekte vreemde en een absolute vijand wordt gezien.

Na afloop van die lezing over Minco kwam een psychotherapeut naar me toe, die zei dat we rituelen en gemeenplaatsen nodig hebben om niet ziek te worden van het herdenken, dat we het verleden op afstand moeten houden om er niet aan onder­door te gaan. Zeker, maar als we helemaal niet ziek worden van die 20ste eeuw, vrees ik dat er niets herdacht is en al helemaal niets begrepen.
Niet ziek worden zou weleens een symptoom kunnen zijn van wegkijken, van ontkenning. Als we ontkennen dat de ziekten van de vorige eeuw – die van het geïndustrialiseerde totalitarisme, van het tot genocide verworden antisemitisme, van het biologisch racisme – diep in onze cultuur zitten, dan weten we niet wie we zijn. En juist dan zijn wij vatbaar voor verleiders die ons komen vertellen wie wij zijn en wie wij moeten vrezen. Herdenken is altijd ook een manier om aan te geven wie je níét wenst te zijn, maar wie je toch meent te kunnen worden. Geen herdenken zonder dit angstige vermoeden, geen betekenisvol herdenken zonder gegronde vrees dat wij de toekomstige daders en hun helpers zijn.

Herdenken gaat uit van de vaststelling dat het verleden niet voltooid is, van het besef dat de buik die het Derde Rijk baarde nog vruchtbaar is.

Censuur en uitstoting zijn geen antwoord op die vruchtbaarheid, het is een verworvenheid dat wij in een land leven waar de overheid ons niet vertelt wat zedelijk en onzedelijk denken is. Maar dat betekent niet dat elke grens overschreden moet kunnen worden. Bepaalde taboes hebben zich geleidelijk aan na 1945 met goede redenen in onze cultuur genesteld; de taboebreuk is niet altijd een bevrijding, soms is die taboebreuk slechts een terugval.

Deze herdenking is altijd ook een waarschuwing.

Het verhaal van de overlevenden, van degenen die uit de concentratiekampen terugkeerden, Joden, Roma en Sinti, politieke tegenstanders, onder wie veel communisten en sociaal-democraten, is een verhaal van uitzonderingen. De meeste slachtoffers hebben het kamp door de schoorsteen verlaten. Mijn moeder was een uitzondering; haar ouders, mijn grootouders, niet.

Herdenken is tevens namens de doden spreken, en namens de doden spreken kan alleen door de ooggetuigen aan het woord te laten. Ik wil een ooggetuige aan het woord laten die zeer dicht bij de doden is geweest, Filip Müller, een Slowaakse Jood, lid van het Sonderkommando van Auschwitz-Birkenau.

Het Sonderkommando bestond voornamelijk uit Joden en was belast met het uit de gaskamers halen van de lijken, het knippen van de haren van de lijken, het trekken van gouden tanden uit de lijken, het verbranden van de lijken. De meeste leden van het Sonderkommando werden na enkele maanden vermoord. Het laatste Sonderkommando in Auschwitz kwam in de herfst van 1944 in opstand, waarbij vrijwel alle leden van dat Kommando werden vermoord.

Müller schrijft in zijn memoires over enkele Joodse gezinnen die onder erbarmelijke omstandigheden ondergedoken hebben gezeten in bunkers nabij het Poolse plaatsje Sosnowiec. Door het huilen van de kinderen is de SS hen op het spoor gekomen.
Ze zijn naar Auschwitz gebracht. De vrouwen en kinderen wordt gevraagd zich uit te kleden, de normale procedure. Ze worden echter niet vergast maar doodgeschoten, wat uitzonderlijk is. Müller verklaart niet waarom. Misschien waren er even niet genoeg mensen om de gaskamers mee te vullen, het zyklon B mocht niet worden verspild.

De moordmachine van de nazi’s was naast al het andere ook een economische aangelegenheid, een gigantische roofpartij waarbij het doden en wegwerken van de lijken zo efficiënt mogelijk moest gebeuren.

De naakte vrouwen staan met hun kinderen voor de executiemuur. Dan schrijft Müller over een vrouw met haar kind in haar armen: ‘Ondertussen liep Voss, de beul, met zijn klein kaliber geweer nerveus om hen heen, om bij het kind een geschikte plaats te vinden waarop hij het wapen kon richten. Toen de wanhopige moeder dat merkte wrong ze zich in alle bochten om haar kind uit het schootsveld van het dodelijke wapen te houden. Wanhopig probeerde ze elke plek op het lichaam van haar kind met haar armen en handen te bedekken.
Toen knalden er opeens een paar schoten door de stilte. Het kind was van opzij in de borst getroffen. De moeder, die voelde dat het bloed van haar kind langs haar lichaam liep, verloor haar zelfbeheersing en smeet de moordenaar het kind in het gezicht, toen die de loop van zijn wapen al op haar had gericht. Oberscharführer Voss was van zijn stuk gebracht en stond daar als versteend. Toen hij het nog warme bloed in zijn gezicht voelde, liet hij zijn geweer vallen en wreef met zijn hand over zijn gezicht.’
Veelzeggend dat we de naam van de Oberscharführer nu kennen, maar de naam van die vrouw en dat kind niet weten en vermoedelijk nooit te weten zullen komen.
Als herdenken ook verlangen naar kennis is, dan zijn details belangrijk, kennis bestaat uit details, dan kunnen we het ons niet permitteren te zeggen dat wij bepaalde details niet wensen te horen omdat ze onze nachtrust verstoren.

Aan deze vrouw die haar halfdode kind in het gezicht van Oberscharführer Voss gooide, gingen verkiezingen vooraf, ambtelijke orders, gewillige en minder gewillige helpers, van wie de meesten nooit in een concentratiekamp waren, nooit iemand gedood hebben. Waarbij het goed is te beseffen dat het niet alleen de Duitsers waren die, toen de oorlog voorbij was, zeiden dat ze het niet hadden geweten, dat ze slechts orders hadden opgevolgd.

Literatuurwetenschapper S. Dresden schrijft in zijn studie Vervolging, vernietiging, literatuur over een voorval waarover de schrijver K. Tzetnik, pseudoniem van Yehiel De-Nur, bericht. Een groep levende zigeunervrouwen en ­kinderen wordt in een kuil gegooid in Auschwitz, omdat de crematoria overbelast zijn. Een Nederlandse gevangene krijgt het bevel kerosine over de mensen in de kuil te storten. Hij weigert en wordt daarop zelf levend in de vlammen getrapt. ‘Het Nederlandse ‘Nee! Nee!’ klinkt de schrijver nog steeds in de oren’, noteert Dresden.

Mijn moeder arriveerde in de herfst van 1944 in Auschwitz, kort na de opstand van het Sonderkommando, waarvan ze niets heeft meegekregen. Zelf zei ze dat ze gelukkig was in Auschwitz, omdat ze daar hoop had; hoop verloor ze pas na de bevrijding, toen de omvang van de catastrofe tot haar doordrong.

Ze is geboren in 1927 in Berlijn, in 1939 reisde ze op het beroemd geworden schip St. Louis met haar ouders vanuit Hamburg naar Cuba, maar Cuba sloot de grenzen, Amerika sloot de grenzen, Canada sloot de grenzen, zo spoelde ze met haar ouders aan in Nederland.

Mijn vader, eveneens geboren in Berlijn, in 1912, overleefde de oorlog op diverse onderduikadressen. Vaak moest hij zich voordoen als gedeserteerde Wehrmachtsoldaat om een onderduikadres te krijgen. Hij vertelde weinig, en als hij dit al deed eigenlijk per ongeluk, terloops, maar een van de mensen die hem lieten onderduiken, schijnt na de oorlog tegen hem te hebben gezegd: ‘Als we hadden geweten dat je een Jood was, was je er niet in gekomen.’

Met een familie bij wie hij in Rotterdam ondergedoken had gezeten, hield hij contact. Een keer per jaar ging hij daar met mij heen. Ze hadden witte muizen in een kooitje.
Dan was er nog een haringman die bij de beurs stond op het Rokin in Amsterdam. Hoewel wij in de Rivierenbuurt woonden, ging mijn vader met lijn 25 naar die haringman, omdat hij hem nog uit de oorlog kende, de haringman had in het verzet gezeten. Ik ging weleens mee en hoewel ze elkaar goed moeten hebben gekend uit de oorlog, zeiden ze nooit echt iets tegen elkaar, ze praatten slechts over haring.

Dat was de oorlog voor mij als kind: witte muizen in een kooitje, een haringman bij de beurs, het geluk in Auschwitz. Ik had toen niet gedacht dat ik een paar decennia later als columnist voor een Nederlandse krant een reeks onbeschaamd antisemitische e-mails zou ontvangen. Ik dacht toen dat het taboe te groot was. Dat was naïef.

En het is ook logisch dat als er gesproken wordt over bepaalde bevolkingsgroepen op een manier die doet denken aan de meest duistere tijd uit de twintigste eeuw, als dat gewoon is geworden, er vroeg of laat op die manier ook weer over Joden gesproken kan worden.

Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij.

‘Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort’, schreef Primo Levi in de jaren zestig aan zijn Duitse vertaler.
Woorden die wij wekelijks, misschien wel dagelijks zouden moeten herhalen, al was het maar om ons eraan te herinneren hoe giftig woorden kunnen zijn.
Dat een Nederlander in Auschwitz kerosine over levende vrouwen en kinderen moest uitgieten begon met woorden, met toespraken van politici.
Juist in deze geseculariseerde tijden rust, meen ik, een speciale verantwoordelijkheid op Kamerleden, op ministers om het goede voorbeeld te geven, om het woord géén gif te laten zijn, om altijd voor ogen te houden dat de staat noodzakelijk is maar tevens een potentieel kwaad dat met achteloze vanzelfsprekendheid mensen, bevolkingsgroepen kan vermorzelen.
De vrouw die haar halfdode kind in het gezicht van Oberscharführer Voss gooide, zij waarschuwt ons.
De Nederlander die ‘Nee! Nee!’ riep, die weigerde kerosine over levende vrouwen en kinderen uit te gieten en toen zelf het vuur in werd getrapt, hij waarschuwt ons.

Overgenomen uit de Volkskrant.

11.23.2019

Sasha Baron Cohen over haat en sociale media

Kameraden en vrienden, met stip dé meest bekijkenswaardige speech van het jaar. Sasha Baron Cohen over haat en over de rol van de sociale mediabedrijven in de verspreiding ervan.






Today around the world, demagogues appeal to our worst instincts.  Conspiracy theories once confined to the fringe are going mainstream.  It’s as if the Age of Reason—the era of evidential argument—is ending, and now knowledge is delegitimized and scientific consensus is dismissed.  Democracy, which depends on shared truths, is in retreat, and autocracy, which depends on shared lies, is on the march.  Hate crimes are surging, as are murderous attacks on religious and ethnic minorities. 

What do all these dangerous trends have in common?  I’m just a comedian and an actor, not a scholar.  But one thing is pretty clear to me.  All this hate and violence is being facilitated by a handful of internet companies that amount to the greatest propaganda machine in history.


Think about it.  Facebook, YouTube and Google, Twitter and others—they reach billions of people.  The algorithms these platforms depend on deliberately amplify the type of content that keeps users engaged—stories that appeal to our baser instincts and that trigger outrage and fear.  It’s why YouTube recommended videos by the conspiracist Alex Jones billions of times.  It’s why fake news outperforms real news, because studies show that lies spread faster than truth.  And it’s no surprise that the greatest propaganda machine in history has spread the oldest conspiracy theory in history—the lie that Jews are somehow dangerous.  As one headline put it, “Just Think What Goebbels Could Have Done with Facebook.”

On the internet, everything can appear equally legitimate.  Breitbart resembles the BBC.  The fictitious Protocols of the Elders of Zion look as valid as an ADL report.  And the rantings of a lunatic seem as credible as the findings of a Nobel Prize winner.  We have lost, it seems, a shared sense of the basic facts upon which democracy depends.
When I, as the wanna-be-gansta Ali G, asked the astronaut Buzz Aldrin “what woz it like to walk on de sun?” the joke worked, because we, the audience, shared the same facts.  If you believe the moon landing was a hoax, the joke was not funny.
When Borat got that bar in Arizona to agree that “Jews control everybody’s money and never give it back,” the joke worked because the audience shared the fact that the depiction of Jews as miserly is a conspiracy theory originating in the Middle Ages.
But when, thanks to social media, conspiracies take hold, it’s easier for hate groups to recruit, easier for foreign intelligence agencies to interfere in our elections, and easier for a country like Myanmar to commit genocide against the Rohingya.

It’s actually quite shocking how easy it is to turn conspiracy thinking into violence.  In my last show Who is America?, I found an educated, normal guy who had held down a good job, but who, on social media, repeated many of the conspiracy theories that President Trump, using Twitter, has spread more than 1,700 times to his 67 million followers.  The President even tweeted that he was considering designating Antifa—anti-fascists who march against the far right—as a terror organization.  

So, disguised as an Israel anti-terrorism expert, Colonel Erran Morad, I told my interviewee that, at the Women’s March in San Francisco, Antifa were plotting to put hormones into babies’ diapers in order to “make them transgender.”  And he believed it.
I instructed him to plant small devices on three innocent people at the march and explained that when he pushed a button, he’d trigger an explosion that would kill them all.  They weren’t real explosives, of course, but he thought they were.  I wanted to see—would he actually do it?
The answer was yes.  He pushed the button and thought he had actually killed three human beings.  Voltaire was right, “those who can make you believe absurdities, can make you commit atrocities.”  And social media lets authoritarians push absurdities to billions of people.
In their defense, these social media companies have taken some steps to reduce hate and conspiracies on their platforms, but these steps have been mostly superficial.

I’m speaking up today because I believe that our pluralistic democracies are on a precipice and that the next twelve months, and the role of social media, could be determinant.  British voters will go to the polls while online conspiracists promote the despicable theory of “great replacement” that white Christians are being deliberately replaced by Muslim immigrants.  Americans will vote for president while trolls and bots perpetuate the disgusting lie of a “Hispanic invasion.”  And after years of YouTube videos calling climate change a “hoax,” the United States is on track, a year from now, to formally withdraw from the Paris Accords.  A sewer of bigotry and vile conspiracy theories that threatens democracy and our planet—this cannot possibly be what the creators of the internet had in mind.

I believe it’s time for a fundamental rethink of social media and how it spreads hate, conspiracies and lies.  Last month, however, Mark Zuckerberg of Facebook delivered a major speech that, not surprisingly, warned against new laws and regulations on companies like his.  Well, some of these arguments are simply absurd.  Let’s count the ways.
First, Zuckerberg tried to portray this whole issue as “choices…around free expression.”  That is ludicrous.  This is not about limiting anyone’s free speech.  This is about giving people, including some of the most reprehensible people on earth, the biggest platform in history to reach a third of the planet.  Freedom of speech is not freedom of reach.  Sadly, there will always be racists, misogynists, anti-Semites and child abusers.  But I think we could all agree that we should not be giving bigots and pedophiles a free platform to amplify their views and target their victims.
Second, Zuckerberg claimed that new limits on what’s posted on social media would be to “pull back on free expression.”  This is utter nonsense.  The First Amendment says that “Congress shall make no law” abridging freedom of speech, however, this does not apply to private businesses like Facebook.  We’re not asking these companies to determine the boundaries of free speech across society.  We just want them to be responsible on their platforms.
If a neo-Nazi comes goose-stepping into a restaurant and starts threatening other customers and saying he wants kill Jews, would the owner of the restaurant be required to serve him an elegant eight-course meal?  Of course not!  The restaurant owner has every legal right and a moral obligation to kick the Nazi out, and so do these internet companies.
Third, Zuckerberg seemed to equate regulation of companies like his to the actions of “the most repressive societies.”  Incredible.  This, from one of the six people who decide what information so much of the world sees.  Zuckerberg at Facebook, Sundar Pichai at Google, at its parent company Alphabet, Larry Page and Sergey Brin, Brin’s ex-sister-in-law, Susan Wojcicki at YouTube and Jack Dorsey at Twitter. 
 The Silicon Six—all billionaires, all Americans—who care more about boosting their share price than about protecting democracy.  This is ideological imperialism—six unelected individuals in Silicon Valley imposing their vision on the rest of the world, unaccountable to any government and acting like they’re above the reach of law.  It’s like we’re living in the Roman Empire, and Mark Zuckerberg is Caesar.  At least that would explain his haircut.
 Here’s an idea.  Instead of letting the Silicon Six decide the fate of the world, let our elected representatives, voted for by the people, of every democracy in the world, have at least some say.
Fourth, Zuckerberg speaks of welcoming a “diversity of ideas,” and last year he gave us an example.  He said that he found posts denying the Holocaust “deeply offensive,” but he didn’t think Facebook should take them down “because I think there are things that different people get wrong.”  At this very moment, there are still Holocaust deniers on Facebook, and Google still takes you to the most repulsive Holocaust denial sites with a simple click.  One of the heads of Google once told me, incredibly, that these sites just show “both sides” of the issue.  This is madness.
To quote Edward R. Murrow, one “cannot accept that there are, on every story, two equal and logical sides to an argument.”  We have millions of pieces of evidence for the Holocaust—it is an historical fact.  And denying it is not some random opinion.  Those who deny the Holocaust aim to encourage another one.
Still, Zuckerberg says that “people should decide what is credible, not tech companies.”  But at a time when two-thirds of millennials say they haven’t even heard of Auschwitz, how are they supposed to know what’s “credible?”  How are they supposed to know that the lie is a lie?
There is such a thing as objective truth.  Facts do exist.  And if these internet companies really want to make a difference, they should hire enough monitors to actually monitor, work closely with groups like the ADL, insist on facts and purge these lies and conspiracies from their platforms.
Fifth, when discussing the difficulty of removing content, Zuckerberg asked “where do you draw the line?”  Yes, drawing the line can be difficult.  But here’s what he’s really saying: removing more of these lies and conspiracies is just too expensive.

These are the richest companies in the world, and they have the best engineers in the world.  They could fix these problems if they wanted to.  Twitter could deploy an algorithm to remove more white supremacist hate speech, but they reportedly haven’t because it would eject some very prominent politicians from their platform.  Maybe that’s not a bad thing!  The truth is, these companies won’t fundamentally change because their entire business model relies on generating more engagement, and nothing generates more engagement than lies, fear and outrage.   

It’s time to finally call these companies what they really are—the largest publishers in history.  And here’s an idea for them: abide by basic standards and practices just like newspapers, magazines and TV news do every day.  We have standards and practices in television and the movies; there are certain things we cannot say or do.  In England, I was told that Ali G could not curse when he appeared before 9pm.  Here in the U.S., the Motion Picture Association of America regulates and rates what we see.  I’ve had scenes in my movies cut or reduced to abide by those standards.  If there are standards and practices for what cinemas and television channels can show, then surely companies that publish material to billions of people should have to abide by basic standards and practices too.

Take the issue of political ads.  Fortunately, Twitter finally banned them, and Google is making changes, too.  But if you pay them, Facebook will run any “political” ad you want, even if it’s a lie.  And they’ll even help you micro-target those lies to their users for maximum effect.  Under this twisted logic, if Facebook were around in the 1930s, it would have allowed Hitler to post 30-second ads on his “solution” to the “Jewish problem.”  So here’s a good standard and practice: Facebook, start fact-checking political ads before you run them, stop micro-targeted lies immediately, and when the ads are false, give back the money and don’t publish them.

Here’s another good practice: slow down.  Every single post doesn’t need to be published immediately.  Oscar Wilde once said that “we live in an age when unnecessary things are our only necessities.”  But is having every thought or video posted instantly online, even if it is racist or criminal or murderous, really a necessity?  Of course not!

The shooter who massacred Muslims in New Zealand live streamed his atrocity on Facebook where it then spread across the internet and was viewed likely millions of times.  It was a snuff film, brought to you by social media.  Why can’t we have more of a delay so this trauma-inducing filth can be caught and stopped before it’s posted in the first place?

Finally, Zuckerberg said that social media companies should “live up to their responsibilities,” but he’s totally silent about what should happen when they don’t.  By now it’s pretty clear, they cannot be trusted to regulate themselves.  As with the Industrial Revolution, it’s time for regulation and legislation to curb the greed of these high-tech robber barons. 

In every other industry, a company can be held liable when their product is defective.  When engines explode or seatbelts malfunction, car companies recall tens of thousands of vehicles, at a cost of billions of dollars.  It only seems fair to say to Facebook, YouTube and Twitter: your product is defective, you are obliged to fix it, no matter how much it costs and no matter how many moderators you need to employ.

In every other industry, you can be sued for the harm you cause.  Publishers can be sued for libel, people can be sued for defamation.  I’ve been sued many times!  I’m being sued right now by someone whose name I won’t mention because he might sue me again!  But social media companies are largely protected from liability for the content their users post—no matter how indecent it is—by Section 230 of, get ready for it, the Communications Decency Act.  Absurd!

Fortunately, Internet companies can now be held responsible for pedophiles who use their sites to target children.  I say, let’s also hold these companies responsible for those who use their sites to advocate for the mass murder of children because of their race or religion.  And maybe fines are not enough.  Maybe it’s time to tell Mark Zuckerberg and the CEOs of these companies: you already allowed one foreign power to interfere in our elections, you already facilitated one genocide in Myanmar, do it again and you go to jail.

In the end, it all comes down to what kind of world we want.  In his speech, Zuckerberg said that one of his main goals is to “uphold as wide a definition of freedom of expression as possible.”  Yet our freedoms are not only an end in themselves, they’re also the means to another end—as you say here in the U.S., the right to life, liberty and the pursuit of happiness.  But today these rights are threatened by hate, conspiracies and lies.

Allow me to leave you with a suggestion for a different aim for society.  The ultimate aim of society should be to make sure that people are not targeted, not harassed and not murdered because of who they are, where they come from, who they love or how they pray.

If we make that our aim—if we prioritize truth over lies, tolerance over prejudice, empathy over indifference and experts over ignoramuses—then maybe, just maybe, we can stop the greatest propaganda machine in history, we can save democracy, we can still have a place for free speech and free expression, and, most importantly, my jokes will still work.

bron: ADL.org

9.13.2019

Geen uitvoering van het 70-puntenplan - HartBovenHard




www.hartbovenhard.be/stophet70puntenplan/

Petitie aan onderhandelaars: Stop uitvoering 70-puntenplan

In de Startnota voor de nieuwe Vlaamse regering en in de gelekte Nota Integratie van formateur Jan Jambon aan de onderhandelaars staan voorstellen die rechtstreeks uit het oude racistische 70-puntenplan van het Vlaams Blok lijken te komen. Dat plan was 27 jaar geleden voor alle democratische partijen de reden voor een cordon sanitaire tegen die partij, om zo te verhinderen dat haar voorstellen ooit werkelijkheid zouden worden. De democratische rechtstaat en de mensenrechten mochten niet in het gedrang komen. Wij, ondertekenaars, roepen de onderhandelende partijen dan ook op: laat die plannen vallen!

1) Burgerschapstesten om nieuwkomers uit te sluiten

Een burgerschapstoets invoeren voor het verwerven van de Belgische nationaliteit: dat was punt 28 van het 70-puntenplan. Maatschappelijke integratie is een voorwaarde om Belg te worden. Daarvoor volstaat het een inburgeringscursus te volgen. Maar in de Nota Integratie staat een veel strengere regeling. De nota wil vooreerst een verplicht centraal examen. Daarin moet je als nieuwkomer je taalniveau Nederlands en je kennis van de Vlaamse canon bewijzen. Dan volgt nog een nieuwkomersverklaring over de normen en waarden, verplichte inschrijving bij de VDAB en een persoonlijk actieplan dat je verplicht moet uitvoeren. Zelfs met het inburgeringsattest op zak moet je achteraf nog in twee jaar tijd het moeilijke B1-taalniveau halen. Want elke fase van het inburgeringstraject krijgt een strakke tijdslimiet. Haal je die niet (tijdig) dan volgen boetes. Trajectbegeleiders inburgering en leerkrachten Nederlands voor nieuwkomers trokken al aan de alarmbel: het merendeel zal zo niet langer een attest behalen. De Nota Integratie van Jambon koppelt de burgerschapstest ook nog eens aan de verlenging van je verblijfsvergunning. Voortaan moet elk inburgeringstraject ‘proactief gerapporteerd’ worden aan de Dienst Vreemdelingenzaken. Wie het niet haalt, maakt niet alleen geen kans op de Belgische nationaliteit, maar dreigt ook haar of zijn verblijfsvergunning te verliezen. Wat ooit bedoeld was als warm onthaal, wordt zo een instrument voor een kil terugkeerbeleid.

2) Verplichte inburgeringstoetsen in het land van herkomst

Op de onderhandelingstafel ligt ook het voorstel dat iedere nieuwkomer eerst een examen inburgering moet doen in de Belgische ambassade of het consulaat in het land van herkomst. Niet geslaagd? Geen verblijfsvergunning. Sneu voor de vluchteling die vrouw en kinderen wil weghalen uit een oorlogssituatie terwijl er geen Belgisch consulaat meer is, laat staan een voorbereidende cursus. Dat alles ligt in de lijn van het hoofdstuk in het 70-puntenplan: ‘de immigratiestop waterdicht maken’, en van het punt 32 ‘het systeem van familiehereniging afschaffen’.

3) Bedenkelijke voorrangsregels bij sociale woningen

Punt 24 van het 70-puntenplan eiste ‘eigen volk eerst’ in de sociale huisvesting. De Nota Integratie zit ook hier op dezelfde golflengte met een veralgemeende voorrangsregeling voor mensen ‘met een duurzame band met de gemeente of streek’. Je moet voor een sociale woning bovendien ook een inburgeringsattest kunnen voorleggen. Gezinnen van erkende vluchtelingen die eerst nog het lange inburgeringstraject moeten afleggen, gaan zo nog moeilijk een dak boven het hoofd vinden.

4) Inperken van sociale rechten voor nieuwkomers

In punten 54 en 56 eiste het 70-puntenplan de vermindering van de kinderbijslag voor niet-Europeanen en de afschaffing ervan voor kinderen die niet in België opgroeien. Alsof niet elk kind gelijk zou zijn. In de Nota Integratie lezen we een echo daarvan: een wachttijd van 6 maanden voor nieuwkomers en de afbouw van de bijslagen voor kinderen die niet in België opgroeien. Het punt 49 van het 70-puntenplan eiste ‘dat onze bevolking niet langer zal moeten opdraaien voor het onderhoud, via de sociale zekerheid, van een al te grote groep niet-actieve vreemdelingen’. Anno 2019 wil het Vlaams Belang de toegang tot sociale voorzieningen inperken in functie van de verblijfsduur. De Nota Integratie vraagt een verblijfsvoorwaarde van minstens 5 jaar voor alle
Vlaamse sociale voordelen. Nieuwkomers moeten dan de Vlaamse zorgpremie betalen maar dienen wel vijf jaar te wachten vooraleer ze recht hebben op een tegemoetkoming bij gezondheidsproblemen. Ook hier is een behaald inburgeringsattest weer een voorwaarde.

5) Organisaties van nieuwkomers en van mensen met een migratieachtergrond afbouwen

Met stip op 2 in het 70-puntenprogramma stond de ‘ontmaskering en ontmanteling van de vreemdelingenlobby’. Daarmee nam het Vlaams Blok gesubsidieerde verenigingen in het vizier die ‘het permanent verblijf van vreemdelingen in ons land helpen aanmoedigen’. Het Minderhedenforum afschaffen is ook vandaag nog voor het Vlaams Belang een prioriteit want het zou zich ‘openlijk verzetten tegen integratie’. In de Nota Integratie lezen we een parallelle redenering: organisaties die mensen vertegenwoordigen op basis van herkomst of levensbeschouwing zouden in strijd zijn met het principe van de inclusie. Daarom stelt de nota overheidssteun in vraag. Maar steun aan belangenbehartigers en vertegenwoordigers van kansengroepen bevordert de inclusie net!

6) Uitsluitende voorwaarden voor ondersteuning van verenigingen

‘Het oprichten van vreemdelingenorganisaties moet onderworpen worden aan de toestemming van de overheid.’ Zo stond het in punt 12 van het 70-puntenplan onder de hoofding ‘Een strenge controle op politieke vreemdelingenorganisaties’. Vandaag ligt het voorstel op de onderhandelingstafel alvast de subsidies van deze verenigingen te beperken. Elke vereniging moet eerst een Verlichtingsclausule tekenen en een verklaring dat Nederlands de enige voertaal wordt. De overheid zou verenigingen daar streng op gaan screenen.

7) Assimilatie in plaats van ware integratie

‘Het integratiebeleid afwijzen’: dat was het 8e punt in het 70-puntenplan. Om ‘de Vlaamse volkseigenheid’ te beschermen moest de hele ‘integratie-industrie’ op de schop. In de Nota Integratie wint assimilatie het van evenredige participatie in alle levensdomeinen. De nieuwkomer moet zich maar aanpassen. En de kosten van inburgering en van sociaal tolken zelf dragen. Wordt integratie als tweerichtingsverkeer voltooid verleden tijd? Het is waar het 70-puntenplan op aanstuurde.

8) Moskee-erkenningen nog meer bemoeilijken

‘Het aantal moskeeën drastisch verminderen’ was punt 15 in het 70-puntenplan. Moskeeën zouden tot gettovorming leiden. Een moskeestop was noodzakelijk, vond het Vlaams Blok. De Startnota wil nu een vijfjarige proefperiode invoeren voor de erkenning van moskeeën. Afgelopen legislatuur erkende minister Homans geen enkele moskee omdat ze eerst de erkenningscriteria wou verduidelijken. Uiteraard moeten mensenrechten worden gerespecteerd. Maar met nog strengere criteria en een proefperiode zal ook in de volgende legislatuur geen enkele moskee erkend worden. Ondertussen worden wel erkenningen ingetrokken.

Een aantal van de verguisde 70 punten hebben hun weg naar het beleid al gevonden. Democratische basiswaarden en mensenrechten belanden zo op een gevaarlijk hellend vlak. Daarom onze petitie: roep dat racistische programma een halt toe!





5.29.2019

#allemaalvanbelang

Met verontwaardiging nemen Vlaams ABVV en Vlaams ACV kennis van de dubbelzinnige houding van VOKA omtrent de eventuele deelname van het Vlaams Belang aan een volgende Vlaamse regering.
Meer dan 4 op 5 Vlaamse kiezers hebben géén stem uitgebracht op deze extreemrechtse partij. Dat zijn burgers, werknemers én ondernemers van dit land, voor wie het wel een verschil maakt wie er in de regering zit.
Het cordon sanitaire, dat al enkele decennia lang stand houdt, blijft noodzakelijk. Daar doen de vele pogingen van de laatste dagen om het VB salonfähig te maken geen enkele afbreuk aan. Onze vakbondswaarden van democratie, solidariteit en gelijkheid staan haaks op deze van het VB.
Wij rekenen er op dat de Vlaamse politieke partijen niet louter lippendienst bewijzen aan het cordon sanitaire. Dit zou ten andere leiden tot een totale politieke blokkade van het land. Daar worden alle burgers het slachtoffer van.
Wij roepen alle sociale partners op om een krachtig signaal tegen extreemrechts te geven. Wij roepen tevens alle middenveldorganisaties op om duidelijk te maken dat een doorbreken van het cordon sanitaire niet bespreekbaar is. Iedereen die het normaliseren van racisme en haat onaanvaardbaar vindt, moet vooral zijn of haar stem blijven laten horen.
Laat ons gaan voor een solidaire en inclusieve samenleving #allemaalvanbelang

4.05.2019

White at the Museum

Vandaag een zeer bekijkenswaardige reportage van het Amerikaanse 'liberal' humoristisch actualiteitsprogramma Full Frontal.




Een zeer interessante reportage over white supremacy, (kunst)geschiedenis en racisme.

Met dr. Marco Leona van het Met. Met de zeer straffe dr. Chenjerai Kumanyika (twitter). En met de zeer volgenswaardige dr. Sarah Bond (twitter, wikipedia, haar eigen website: History From Below, lezenswaardige stukken bij Forbes en hyperallergic).

#SamanthaBee #FullFrontalSamB

6.10.2018

de dehumaniserende boemerang

U heeft het vast en zeker elders al uitgebreid kunnen lezen, deze week kwam een bijzonder straffe open brief uit. Dit als antwoord op de verbijsterende reactie van de regering op de open brief van de rectoren.
De academici schreven een bijzonder straffe boodschap: wat er nu gaande is, de dehumanisering van 'de Ander' en de beperking van vrije meningsuiting, vormt  een gevaarlijke cocktail - een die zich als een sluipend gif in onze samenleving kan verspreiden, een democratie onderuit kan halen en het meest onmenselijke in mensen naar boven kan halen.

Een fragment: 

Dehumanisering van 'de Ander'

Toen de rectoren vorige week opriepen tot meer menselijkheid lieten ze niet alleen hun hart spreken, maar ook hun verstand: Het afnemen van menselijkheid kan gevaarlijke gevolgen hebben in onze samenleving.

Wanneer we anderen zien lijden, hebben we als mens twee opties: ons bekommeren om hun lot of onze blik afwenden. De eerste optie is makkelijker wanneer we controle ervaren over de situatie en we het gevoel hebben te kunnen helpen. Maar, wanneer er sprake is van onmacht of controleverlies, dan is er kans op onverschilligheid, of erger, dan keren we ons tegen het slachtoffer. "Heeft hij/zij de situatie zelf niet in de hand gewerkt? Míj zou dit toch nooit overkomen!" Deze gevoelens van onbegrip en minachting vormen de voedingsbodem voor dehumanisering, dat is, voor het zien van 'de Ander' als 'minder mens dan wij'. Er zijn in de sociale en psychologische wetenschappen honderden studies verricht naar de effecten van dehumanisering op hoe we 'de Ander' behandelen. De resultaten zijn ronduit beangstigend. Dehumanisering geeft een vrijgeleide om de Ander als minderwaardig te beschouwen en onze morele kaders bij te stellen tot het punt dat Universele mensenrechten niet langer gelden. Historische en actuele voorbeelden hiervan zijn legio.

We stellen vast dat vluchtelingen en migranten subtiel of minder subtiel ontmenselijkt worden: ze worden voorgesteld als onderdeel van (oncontroleerbare) vluchtelingenstromen en migratiegolven. En migreren zelf wordt als een te vervolgen crimineel feit beschouwd, getuige het gebruik van het woord 'illegaal' in plaats van 'mensen zonder papieren.' Daarnaast worden ze vaak voorgesteld alsof ze minder capaciteiten, daadkracht en subtiele emoties hebben dan niet-migranten en vinden sommigen het zelfs nuttig om een prijs op hen te plakken. Deze bewoordingen en beelden, die talrijk aanwezig zijn in de media, het politieke debat en publieke discours, brengen dehumanisering dichterbij - zeker voor diegenen die nooit de kans nemen of krijgen om de mens achter de vluchteling te ontmoeten. Want, ontmoetingen met de Ander ontkrachten vaker dan niet eerdere vooroordelen.

Zonder te ontkennen dat migratie een uitdaging vormt voor onze samenleving, mag dehumanisering geen onderdeel vormen van hoe we ermee omgaan.

Dehumanisering vormt de context om weinig vragen te stellen bij beleidsintenties die indruisen tegen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, zoals die van Theo Francken in het kader van de hervorming van het Europese migratiebeleid. En indirect creëert dit discours een klimaat waarin polarisatie welig tiert en actie en reactie elkaar haast onmiddellijk opvolgen. Zoals: explosieve tweets die nadien moeten rechtgetrokken worden, een praktijk van blaming-the-victim en het ontzeggen van emoties aan rouwenden bij het graf van een kind.

Bovenstaande gebeurtenissen zijn geen 'toevalligheden' of 'ongevallen' maar symptomen van een dehumaniserend discours.  In dit licht is de oproep van de rectoren voor meer menselijkheid niet alleen hun volste recht, maar ook hun verdomde plicht. Elke beweging in de richting van ontmenselijking moet gestopt worden - stante pede.

Trouwens die brief van de rectoren, die ging over het feit dat de ouders van de doodgeschoten peuter om humanitaire redenen een verblijfsvergunning zouden moeten krijgen. Een volslagen begrijpbare en zeer redelijke oproep die op een verbazingwekkende manier werd beantwoord, je weet wel Theo Francken over een boemerang. Alsof dit een of ander 'vulgair' verzoek was geweest.


Bon, als je het niet gedaan hebt, lees de volledige oproep en teken.



1.15.2018

Angela Davis over 'abolition feminism'

Op deze doorregende maandag brengen ve een lezing van Angela Davis.
feministe, communist, professor, oud-leerling van o.a. Sartre, held van de Amerikaanse burgersrechtenbeweging, schrijfster, antiracistisch voorvechter en een onvervalste levende legende.
In Griekenland gaf ze volgende speech over antiracisme en feminisme:

11.04.2016

privilege en gevoeligheid

Vandaag een korte passage uit Opzij, van de hand van Hasna El Maroudi.


We praatten nog een tijdje door over wit privilege, maar ook over witte gevoeligheid. Dat is de rem op ieder gesprek over racisme. Laat de term ‘racisme’ bij een willekeurige groep witte Nederlanders vallen en merk eens op hoe gereageerd wordt. Er wordt gezucht en ongemakkelijk gelachen. Iemand loopt weg, een ander roept ‘moeten we die discussie nu alweer voeren?’ Voor je het weet gaat het gesprek niet langer over het institutionele racisme dat ingebakken zit in Nederlandse systemen en de gevolgen daarvan voor niet-witte Nederlanders, maar over het ongemak van de witte Nederlander om deel te nemen aan dit gesprek. Omdat de witte Nederlander bang is uitgemaakt te worden voor racist. Inmiddels lijken we in cirkels te discussiëren. Daarom wat tips voor mijn witte mede-Nederlander hoe om te gaan met racisme en het gesprek erover:

Wees reflectief, corrigeer jezelf waar nodig en corrigeer je omgeving
Een inkoppertje, maar in de praktijk toch lastig. Verandering begint bij jou en je omgeving. Als je oom het n-woord gebruikt of als je collega een sollicitant niet wil aannemen, want  ‘n-woord’, zeg er wat van. Wees ook niet bang om eerlijk te zijn over je eigen vooroordelen, we hebben ze allemaal, maar doe er wat aan.

Geef de ander de ruimte om te spreken en luister, écht
Men luistert wel naar zwarte geluiden, maar horen doet men nog te weinig. Media geven Sylvana Simons graag een podium, maar reflecteren op wat ze zégt over te witte redacties? Ho maar.

Stop met het vergelijken van vervelende ervaringen 
Wanneer je geluisterd hebt, voeg daar dan niet meteen je eigen ervaring of verhaal aan toe, maar accepteer wat er net verteld is. Bijvoorbeeld wanneer iemand je vertelt een te laag schooladvies te hebben gekregen vanwege zijn of haar achtergrond. Roep dan niet ‘mijn kinderen en ik kregen ook…!’ Was dat advies aan je kleur gerelateerd? Nee. Krijgen migrantenkinderen structureel een te laag advies? Ja. Racisme is geen wedstrijd, het is een probleem waar een oplossing voor gevonden moet worden.

link: Opzij

8.17.2016

'racisme is niet aangeboren'

Kameraden en vrienden, vorige week barstte er wederom een racistische etterbuil.
Youssef Handichi, Brussels Parlementslid voor de PVDA, schreef een aangrijpende tekst over racisme en dagelijks racisme.
Ik neem het hier geheel over.


Ik was drie jaar toen ik in België aankwam. Ik ben nu negenendertig. De voorbije zesendertig jaar kreeg ik te maken met racisme. Ik niet alleen. Zoveel mensen die voor en na mij kwamen, hadden en hebben dezelfde ervaringen.

Hoe komt het dat men er niet in slaagt de gesel van het racisme uit te roeien? Zit er iets in de menselijke natuur dat racisme veroorzaakt, iets wat met de moedermelk wordt doorgegeven? Natuurlijk niet. Vanwaar komt het dan? Hoe komt het dan dat het zovelen kan aantasten?

Racisme is iets wat je wordt aangeleerd. Er zijn krachten die het racistische gif bewust door de aders van de samenleving laten stromen. Er zijn ideologieën die het racisme hanteren als een werktuig, een wapen om ons te verdelen. Racisme ís ideologie. Het is de verzameling van denkbeelden en ideeën die ongelijkheid en discriminatie vanzelfsprekend maakt en in stand houdt.

Politici van de N-VA plengen vandaag krokodillentranen en veroordelen de racistische commentaren op de dood van de vijftienjarige Ramzi uit Genk. Nochtans hebben hun eigen recente uitlatingen bijgedragen aan het klimaat waarin vandaag die ranzige commentaren zonder terughoudendheid worden gespuid. Zo zag Theo Francken de “economische meerwaarde” niet van Marokkanen in ons land. Bart De Wever stelde dat met name de Berbers een probleemgroep vormen, een groep die zich niet integreert en wantrouwig staat tegenover de overheid. Begrijpen deze politici niet dat deze uitlatingen de ideologie van ongelijkheid en discriminatie versterken? Of begrijpen ze dat net al te goed?
Deze politici verleggen niet alleen de grenzen van een “politiek correct racisme”, ze ontnemen onze maatschappij ook de wapens om dat racisme te bestrijden. Door het racisme te relativeren, zoals Liesbeth Homans en Bart De Wever dat deden. Door te stellen dat racisme alleen een excuus is voor het eigen falen. Of door de verantwoordelijkheid voor racisme bij de slachtoffers ervan te leggen. “Er moet toch een reden voor zijn, als de Vlaamse samenleving allochtonen verwerpt”, zei opnieuw Bart De Wever.
Er ontstaat zo een politiek correct racisme. Het is niet langer het racisme dat als abnormaal wordt beschouwd, maar het antiracisme. Als samenleving moeten we ons de vraag stellen of dat de richting is waarin we willen gaan.
Niemand kan mij vertellen dat het normaal is om zich vrolijk te maken over de dood van een jongen. Ramzi was een mens zoals ik, een jongen zoals mijn zoon of zoals de zonen van de mensen die racistische commentaren hebben gepost. Medeleven is de enige normale, menselijke reactie op zijn dood, zoals het medeleven dat we voelden bij de dood van drie jonge Vlaamse vrouwen in Latijns-Amerika.

Het antiracisme moet opnieuw normaal worden. Het moet opnieuw vanzelfsprekend, onvoorwaardelijk en krachtdadig worden. Een antiracisme dat zich uit in de krachtige veroordeling van racistische commentaren zoals we die vandaag opnieuw in hun meest gortige vormen moeten lezen, maar ook door het politiek correcte racisme niet te aanvaarden. De veroordelingen alleen zijn niet genoeg. Het is ook noodzakelijk om het ideologische karakter van het racisme te doorgronden, het racisme als gedachtegoed dat ongelijkheid en discriminatie in stand houdt. Op die ideologie moet een duidelijk politiek antwoord komen. Niet alleen met grote woorden, maar met doortastende maatregelen, zoals praktijktesten om discriminatie effectief op te sporen en te veroordelen.

Onze kinderen worden niet geboren met racisme in het bloed. Ze verdienen het om op te groeien in een samenleving waarin de verwerpelijke ideologie van het racisme geen bestaansrecht heeft. Onze politici van vandaag dragen de volle verantwoordelijkheid voor die samenleving van morgen.

bron: pvda.be

4.02.2016

racisme en gedachtenpolitie, de nieuwkomersverklaring

Op de fraaie zaterdag aandacht voor de ronduit walgelijke 'nieuwkomersverklaring'. Een sterk staaltje puur en onversneden racisme. Want, ja, voorwaarden opleggen aan een specifieke groep mensen enkel en alleen op basis van hun 'nieuwkomer'-zijn is racisme.

hieronder enkele passages uit een stuk van de hand van Ivo Flachet:



De regeling is niet van toepassing op EU-burgers, studenten en vluchtelingen. In de praktijk zal het vooral gaan over mensen die naar België willen komen op basis van het recht op gezinshereniging. Dat recht is nu al aan vrij zware voorwaarden onderworpen en kan steeds ingetrokken worden.
De vraag is dus: wat moet zo’n “nieuwkomersverklaring” opleveren? Draagt zo’n maatregel bij aan een goede integratie van nieuwkomers? Is het een zegen voor het respect voor de mensenrechten in België? Of knelt de schoen toch ergens?

Integratie is essentieel, ook voor nieuwkomers zelf. Want de meeste nieuwkomers hopen natuurlijk, net als de Belgische bevolking, op een goede school voor hun kinderen, op degelijk betaald werk en een rijk sociaal leven.
Tegelijk is het een feit dat sommige groepen hun plaats niet vinden in onze maatschappij. Niet enkel nieuwkomers trouwens.

Maar zal de “nieuwkomersverklaring” bijdragen tot integratie of juist omgekeerd? Zal hierdoor ook maar één homoseksueel beschermd worden tegen anti-homogeweld? Zal hierdoor één vrouw minder het slachtoffer worden van huiselijk geweld?
Huiselijk geweld tegen vrouwen of discriminatie van homoseksuelen is alvast niet het ‘alleenrecht’ van “nieuwkomers”. Het zijn maatschappelijke problemen die bij alle lagen van de bevolking voorkomen en waartegen in heel de samenleving moet opgetreden worden. Kordaat, zorgvuldig en overtuigend.
Je lost deze problemen niet op door mensen een verklaring te laten ondertekenen. Integendeel. Nieuwkomers die moeten tekenen, voelen zich meteen geviseerd omdat de verklaring suggereert dat een nieuwkomer zich niet kan vinden in deze rechten. Of ‘onze’ waarden niet kan delen.

De Belgische bevolking krijgt dan weer ‘bevestigd’ dat iedere migrant anders denkt en handelt dan “wij”. De tekst bulkt van de vooroordelen. Goed voor nog meer vooroordelen en verdeeldheid.
De federale regering stigmatiseert mensen die geen “Europees waardenkader” hebben (wat dat ook moge zijn) en insinueert vervolgens dat deze mensen er een probleem mee hebben om de mensenrechten te respecteren, goed voor hun kinderen te zorgen, te werken voor hun inkomen, hun vrouw gelijkwaardig te behandelen enz.
Het doel van deze wetswijziging lijkt daarom eerder het stigmatiseren van nieuwkomers in plaats van te werken aan een warme en open samenleving.

en als besluit schrijft hij:

De “nieuwkomersverklaring” van de federale regering is nefast voor een goede integratie van nieuwkomers en is contraproductief wat betreft een goede samenlevingsopbouw. De extra voorwaarden die het systeem oplegt voor mensen die naar België komen in het kader van een gezinshereniging houden zelf een schending in van de mensenrechten.
De federale regering stigmatiseert hiermee alle nieuwkomers en voert een soort “gedachtenpolitie” in die buiten elke wettelijkheid zou kunnen opereren. Het hele plan is op zich een aanfluiting van de mensenrechten die de regering juist meent hoog in het vaandel te dragen.

 lees zeker de volledige tekst: pvda.be

3.21.2016

Dag tegen Racisme: 'de rug rechten en omhoog kijken'

Peter Mertens, voorzitter van de linkse PVDA, stuurde deze verklaring de wereld in naar aanleiding van de Internationale Dag tegen het Racisme.


Op deze Internatonale Dag tegen Racisme en Discriminatie is het goed te weten wat discriminatie doet. Het tast ons gevoel voor onrecht aan. Het laat ons wennen aan ongelijkheid en onrecht. In plaats van empathie komt afkeer. In plaats van solidariteit komen verwijten. Discriminatie maakt dat we slachtoffers van onrecht misprijzen, en hen zelf de schuld geven van hun situatie. Het zorgt er ook voor dat we 'argumenten' beginnen te zoeken om de discriminatie goed te praten, net zoals in de 'Verdeelde Klas'. Hoewel de discriminatie van de blauwogen arbitrair beslist werd, legden de kinderen al snel totaal onbestaande verbanden tussen blauwe ogen, intelligentie en karakter. Het onrechtvaardige werd gerechtvaardigd, en ongemerkt sloop een meerderwaardigheidsgevoel binnen voor de enen, en een minderwaardigheidsgevoel voor de anderen.

Uiteindelijk leert discriminatie ons om naar beneden stampen, en niet naar boven. Het is geen toeval dat racisme en discriminatie in de meeste gevallen gericht is naar bevolkingsgroepen die onderaan de sociale ladder staan. Discriminatie en racisme richten zich op de zwaksten. Op je buur die een sociale woning krijgt, en niet op de partijen die al jaren te weinig sociale woningen bouwen. Op je allochtone collega bij de voetbal, omdat hij wel een job heeft gevonden en jij niet, en niet op het beleid dat steeds meer hamburgerjobs mogelijk maakt en steeds minder voor vaste contracten gaat. Alles wat ons verdeelt, verzwakt ons. We hebben er net alle belang bij om samen de rug te rechten en naar boven te kijken, en samen op te komen voor een ambitieuze investeringspolitiek die echt investeert in betaalbare woningen, een plaats voor elk kind in de crèches en in het onderwijs, toegankelijke zorg, een democratisch jeugdbeleid en vast werk.

Het kan anders, het moet anders. Discriminatie is van vorige eeuwen. Diversiteit is realiteit geworden. In steden zoals Antwerpen en Brussel is de meerderheid ondertussen divers en heterogeen. Dat is aanpassen voor wie het anders heeft gekend. En het is gewoon voor wie er is opgegroeid. 'Tolerantie troef, bij de 15- tot 21-jarigen in de stad', zo schreef Gazet Van Antwerpen onlangs op basis van een uitgebreid opinie-onderzoek onder Antwerpse jongeren. 'Van thema's als een migratiestop of het dragen van een hoofddoek liggen ze al lang niet meer wakker.'. Zij zien de diversiteit als een positief aspect van hun stad. De politiek moet zich daar aan aanpassen, en van samenleven een prioriteit maken. Net zoals vele andere organisaties en bruggenbouwers, zetten we die diversiteit om in een troef met Geneeskunde voor het Volk en de PVDA. Door samen met diverse groepen aan de slag te gaan, voor een gezonde en leefbare buurt, voor kwaliteitsvolle en betaalbare woningen of een zebrapad voor de schoolpoort. Of door jongeren van diverse afkomst die samen 'Diversity in Antwerp City' te organiseren, een festival in Park Noord, waar op zondag 15 mei duizenden mensen in hun buurt het samenleven vieren. 'Ik heb een droom dat mijn vier kinderen op een dag zullen leven in een land waar zij niet beoordeeld zullen worden op hun huidskleur, maar op hun capaciteiten'. Dat vertelde Martin Luther King een halve eeuw geleden. De 21ste eeuw is de beste eeuw om die droom in vervulling te brengen.

meer lezen: knack

2.08.2016

dr. Deepa Kumar over Islamofobie in de VS

Maandag is nog steeds filmpjesdag op deze blog. Vandaag een interview met dr. Deepa Kumar. Zij is prof. media studies aan Rutger University en auteur van 'Islamophobia and the Politics of Empire'.

Empire Files op Telesur brengt een interview van Abby Martin met dr. Deepa Kumar over islamofobie en over het toenemend aantal racistische aanvallen in de VS.

Zeer bekijkenswaardig.







Op de vraag of islamofobie wel racisme kan zijn omdat 'islam' geen 'ras' is, stelt ze moslims en mensen die 'lijken op moslims' ervaren racisme en discriminatie en dus is islamofobie wel degelijk racisme.



Telesur is een volgenswaardige zender, in Spaans of Engels -  like The Empire Files zeker ook.

8.17.2015

'white like me'

Beste vrienden, het is maar een druilerige maandag vandaag, en, zoals gewoonlijk, maar zeker zoals gewoonlijk tijdens de vakantie, is er omzeggens niet kijkenswaardig op de schellevisie.

Vandaag kijken we naar een zeer interessante documentaire.



In het voorjaar verscheen de zeer bekijkenswaardige documentaire White Like Me van en met de Amerikaanse onderzoeker en anti-racisme activist Tim Wise. Hoofdthema is het zogenaamde white privilege en hoe een racistisch discours gebruikt wordt zowat alle sociale verworvenheden kapot te maken.

6.29.2015

Charleton, 'the 9/11 of the Black Church'

Op deze fraaie maandag, traditiegetrouw als we zijn, een filmpje. Deze keer een reeks filmpjes van Democracy Now over de terroristische aanslag in de VS.
Over de terroristische aanslagen van gisteren is er feitelijk nog niets zinnigs te zeggen, dus doen we ook niet. Vooral die moordpartij in Tunesië brengt terrorisme 'dicht bij huis'. Trouwens ook met verwoestende gevolgen voor de Tunesische economie. De verwoestende gevolgen als gevolg van het stijgende racisme zullen ook niet te onderschatten zijn. Maar bon. Veel te vroeg om commentaar te geven, buiten dan stellen dat het verschrikkelijk en schandalig is, al zal dat de media en het allegaartje van politici niet tegenhouden.


Een moordpartij op een Afro-Amerikaanse kerk door een blanke extreem-rechtse terrorist. Daar besteden we vandaag aandacht aan.



De moordaanslag brengt ook de 'zuidelijke vlag' onder de aandacht. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog werd een vlag gezwaaid door de voorstanders van de slavernij. De vlag werd een symbool van het reactionaire 'zuidelijke' racisme.
Dominee Al Sharpton over deze kwestie:
Scherpe woorden ook van dominee Jesse Jackson:

4.13.2015

Fête divers!

Kameraden en vrienden, racisme en islamofobie zijn een niet-te-onderschatten probleem in onze samenleving. Er zijn subtiele vormen van racisme, er is het structurele racisme, er is een hele serie semi-neutrale overheidsbeslissingen die dit structurele racisme alleen nog maar versterken. Maar er is daarnaast ook het ordinaire, vulgaire, platvloerse racisme, van ranzige bendes als Pegida. Vanavond doet Pegida een poging om zich stoer voor te doen, door in onze Gentse straten te marcheren.

Hart boven Hard geeft een positief tegensignaal, een divers feestje, zonder in te gaan of zelf maar echt te reageren op die marginale bende racisten. Een divers feest, met een volksfeest en een picknick in het park.

Dus Fuck Pegida, door hen straal te negeren en een divers feestje te bouwen.


http://www.hartbovenhard.be/



Dus alles en iedereen vanavond om 20u naar het Rabotpark.

11.05.2013

'chauvinisme en racisme is een integraal deel van de Europese cultuur'

de ronduit geniale Zeev Sternhell schreef volgend zeer rake stuk voor Haarzets:

In light of what is happening today, a simple fact must be understood: The chauvinistic, racist right is an integral part of European culture and is a built-in element in European ethnic and cultural nationalism. Furthermore, it must be understood that the emergence of the chauvinistic, racist right in the 20th century was not just an incidental result of the First World War and the crises that erupted in its wake. Many people are now asking the frightening question: Are we witnessing a return to the 1930s?

In the situation currently prevailing in Europe and Israel, those who do not wage an all-out war on xenophobia and racism are, in effect, making peace with the existence of the most destructive phenomenon in modern history. Ultimately, one must ask whether the current wave of xenophobia is not in principle similar to the anti-Semitism that, in the 1930s, confronted the Jews who lived in western Europe or immigrated there. In other words, is “Islamophobia” today replacing anti-Semitism as a social ill? All of the various groups comprising the European left find this question highly disturbing. Everyone is aware that radical right-wing groups are gaining strength on the European continent – even in countries where the growth of the radical right is surprising, such as Norway, which does not have a high rate of unemployment or poverty and which has a superb welfare system. Many people today are reluctantly admitting that the source of the problem is to be found deep inside European culture and the European concept of organic nationalism.
When comparing Europe and Israel in 2013, it is hard to avoid the conclusion that among Western states, the country where the radical right is the most powerful (and is even in power), and where the left is the weakest, is Israel. Here as well, the source of the problem is to be found in the country’s culture, in the concept of the nation as a tribe and in the problematic definition of Jewish identity. It is even harder to avoid the conclusion that the Israeli right – from the Likud and Yisrael Beiteinu to Habayit Hayehudi – is very far to the right of Marine Le Pen’s National Front. Compared to most of the cabinet ministers and Knesset members, Le Pen looks like a dangerous leftist.

Israel is today at the extreme rightist end of the political spectrum, and its rightist groups are among the worst and most dangerous of those currently operating in democratic societies, with the exception of neo-Nazi groups. Israel is gradually being distanced from the family of the world’s enlightened nations – by laws being proposed in the Knesset that are founded on openly declared ethnic and national discrimination, and by the oppressive regime in the West Bank.

As in Europe, the key to Israel’s continued survival as an enlightened country is in the hands of the so-called moderate right and in the hands of those who wallow in the mud that is called the political center, such as the leader of the Yesh Atid party, Finance Minister Yair Lapid, and his followers. In a time of crisis, who will they side with and where will Israel’s Labor Party turn to? Will it turn to the hardline nationalists who each day are causing Israeli society to deteriorate, or to the left, which sticks by its principles and fights for them?