Posts tonen met het label België. Alle posts tonen
Posts tonen met het label België. Alle posts tonen

8.16.2019

Litouwen aan de wieg van België in 1830

Terwijl er bij ons wordt gediscussieerd over hoe 'ons volk' haar spannende avonturen beleefde verscheen er in de Litouwse media interessant nieuws.

Litouwse historici doen momenteel onderzoek naar de betrokkenheid van Litouwers in de Belgische onafhankelijkheidsstrijd.



Ik neem een zeer interessant artikel over uit de Litouwse pers (in zelf gefabriceerde vertaling). 


Onlangs bezocht een delegatie militaire historici uit Litouwen Het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis.  Ze voeren onderzoek naar de activiteiten van deelnemers aan de opstand van Litouwen tegen Rusland na de onderdrukking van die opstand. Het lot van deze mensen is spectaculair. Onze rebellen, verspreid over heel Europa, vochten vele oorlogen en veldslagen. Wanneer er in Europa ergens een opstand, revolutie of oorlog tegen een bondgenoot van Rusland was, verschenen Litouwse en Poolse troepen. Ze creëerden zelfs een leger voor België dat net de onafhankelijkheid van Nederland had verklaard.

Professor Valdas Rakutis en Karol Zikar, specialist in het Departement Strategische Communicatie van de Litouwse strijdkrachten, worden verwelkomd door Pierre Lierneux in het museum. De bijeenkomst van historici werd georganiseerd door kolonel Saulius Guzevičius, een officier van anti-propaganda-analyse op het NAVO-hoofdkwartier.


Voor ze het archief induiken, toonde meneer Lierneux het enorm oorlogsmuseum. In het museum kun je trouwens militaire uniformen bezichtigen uit heel wat landen. Zo tonen ze hier het uniform van een officier uit het Litouwse leger uit het interbellum. 

Een aparte expositie is gewijd aan Poolse militairen die in de Belgische strijdkrachten dienden. Het is waarschijnlijk dat de naamlijst ook Litouwers bevat, dit moet verder onderzoek uitwijzen. 

De archieven van het museum bevatten tal van persoonlijke dossiers van officieren die dienden in de pas ontstane Belgische strijdkrachten. Er is nog veel werk voor Litouwse historici. Onmiddellijk na het openen van de documentenrekken uit die periode vond de heer Lierneux het dossier van een Litouwse officier, kapitein Zabiello, die in 1832 bij het Belgische leger kwam. Zabielos was een telg uit een adellijke familie uit Kaunas.

Historicus Algimantas Daugirdas, specialist 19e eeuw, stelde een lijst samen van 59 Litouwse officieren in het Belgische leger. In deze lijst staan namen die ook opduiken tijdens de Lente-opstand van 1848 en de Januariopstand in 1863. "De lijst moet worden verfijnd en dit werk moet worden gedaan om blinde vlekken in de Litouwse geschiedenis op te vullen", zegt de historicus.

België gered door de Pools-Litouwse opstand 

Professor Valdas Rakutis, militair historicus, legde uit hoe de Litouwse militaire emigratie begon en plaatsvond. In november 1794 na het neerslaan van de opstand van Tadas Kosciuszko in Litouwen en Polen, konden sommige troepen zich terugtrekken in het buitenland. Sommigen voegden zich bij het Napoleontische leger. Dit was het begin van de Litouwse militaire emigratie en de Litouwse deelname aan Europese militaire evenementen.

In de herfst van 1830 begon de revolutie in het zuidelijke, katholieke deel van het Koninkrijk der Nederlanden, dat enkele decennia eerder nog de Oostenrijkse Nederlanden werd genoemd, daarna onderdeel werd van de Franse Republiek en van het keizerrijk. Na de nederlaag van Napoleon werd het gebied gehecht aan het Koninkrijk der Nederlanden, dat protestants en impopulair was bij katholieke provincies. Een onafhankelijkheid van het zuiden van Nederland werd gesteund door Frankrijk, dat een bufferzone wilde creëren. De koning van Nederland was het hier natuurlijk niet mee eens, bereidde zich voor op de oorlog en vroeg om hulp aan Rusland. De Engelsen waren niet tegen een verkleinen van het Nederlandse grondgebied, maar verzetten zich daar sterk tegen de Franse invloed.

De Russische tsaar Nikolaas I, die Europa moest beschermen tegen revoluties, onder de voorwaarden van de Heilige Unie, opgericht in 1815, besloot een ​​leger van het Poolse koninkrijk onder Russische heerschappij naar België te sturen.

Het wijdverbreide nieuws dat de tsaar het Poolse leger naar België zou sturen om de revolutie te onderdrukken, zorgde voor onrust bij de officieren. "Ze dachten hoe ze zich van die Russen konden ontdoen en niet de opstand van sommige mensen konden onderdrukken," zei professor Rakutis. Met dit sentiment begon een opstand in Polen. Het was niet gepland, maar eerder natuurlijk - studenten van de Militaire School van Warschau rebelleerden. De opstand verspreidde zich snel doorheen Polen en Litouwen.

Dit hielp België veel - door de opstand in Polen en Litouwen kon de tsaar geen hulp meer naar Nederland sturen. Hoewel de Nederlanders het opstandige gebied binnenvielen, werden ze door de Fransen verslaan en zo ontstond België. En in Litouwen en Polen, ondanks vele roemrijke veldslagen, was de opstand in bloed verdronken. Een brutale repressie begon. Veel soldaten trokken zich terug naar het westen. Ze zochten waar ze konden blijven vechten en er hun brood mee verdienen. Als gevolg hiervan sloten Litouwers en Polen zich aan bij het opkomende Belgische leger.

“We hebben een lijst samengesteld van 59 Litouwers die in de Belgische strijdkrachten hebben gediend, die mogelijk zal toenemen. We spraken over deze mensen in het Koninklijk Museum van de strijdkrachten en de militaire geschiedenis. Het kan een brug zijn tussen België en Litouwen. Voor het onderzoek naar de levens van deze mensen, zijn de zogenaamde persoonlijke dossiers in de Belgische archieven onontbeerlijk, ”zei Rakutis.

Historicus A. Daugirdas beschreef de terugtocht van de rebellen naar het Westen in meer detail: "Tijdens de opstand trokken veel Litouwse rebellen zich samen met de Polen terug naar Pruisen. Veel opstandelingen werden geïnterneerd in Pruisen, waaronder veel Litouwers (waaronder opstandige beroemdheden uit Samogitia Francis Shemeta, Ezechel Stanevich, Vladimir Gadon, enz.). Deze geïnterneerden werden enige tijd in quarantaine geplaatst in vreselijke omstandigheden. Uiteindelijk werd overeengekomen dat de rebellen door Frankrijk zouden worden ontvangen. "

In België was er destijds een door Frankrijk gesteunde revolutie tegen het Nederlandse bestuur. “Het Belgische leger werd gevormd en had ervaren soldaten en specialisten nodig. Nogal wat Litouwers trokken dan ook naar België. We kunnen stellen dat tientallen Litouwers in 1831 in België terecht kwamen. Velen van hen dienden in het opkomende Belgische leger. Er kunnen er zoveel meer zijn - het is een geweldige taak om ze nu te op te sporen. Naar schatting trokken maximaal drieduizend Litouwse troepen zich naar Frankrijk, samen met de Poolse rebellen, sommigen later naar België en andere legers. Velen daarvan duiken zelfs op in de Amerikaanse burgeroorlog. In het totaal gaat het over zo'n 15 à 20 duizend Poolse en Litouwse rebellen," zei A. Daugirdas.

Onder de Litouwers die deelnamen aan de vorming van het Belgische leger waren er enkele zeer hoge officieren. Volgens A. Daugirdas hadden verschillende van hen de rang van kolonel (nu zou het luitenant-kolonel zijn). Vincent Matusevicius, een voormalige rebellencommandant van de provincie Trakai, wordt bijvoorbeeld door Belgische legerdocumenten als kolonel genoemd.

Na de onafhankelijkheid begon België zijn leger te versterken met buitenlandse officieren. Afgezien van de Franse kwamen er heel wat Poolse en Litouwse rebellenofficieren. "We zijn een natie van kooplieden en we waren in oorlog, dus we hadden echte soldaten uit het buitenland nodig", aldus de Belgische historicus P. Lierneux.

Slag om Antwerpen 

Op 15 november 1831 ondertekenden vertegenwoordigers van Engeland, Frankrijk, Rusland en Pruisen in Londen de overeenkomst om de Nederlands-Belgische oorlog te beëindigen en de grens tussen de twee landen vast te leggen. Maar koning Wilhelm I van Nederland negeerde deze internationale overeenkomst en weigerde Antwerpen aan België over te dragen. Hij beval de stad Antwerpen en haar krachtige fort te verdedigen. Het Belgische leger was niet in staat een goed versterkte stad te bezetten. Als gevolg hiervan namen de Belgen stappen om hun leger te versterken door veel buitenlanders te verwelkomen.

In april 1832 ontmoette Sylvain van de Weyer, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister van de Belgische regering, Hertog Adam Chartorisk en vroeg hulp bij het rekruteren van rebellen als officier voor het Belgische leger. De Belgen zochten 600 man voor de artillerie, 2.000. cavalerie en enkele divisies infanterie.

Een operatie in Antwerpen werd gepland onder het commando van de Franse Maarschalk Etienne Maurice Gerard. Dit is trouwens dezelfde generaal die in december 1812 samen met maarschalk Michel Ney het Napoleontische leger aanvoerde om Kaunas te verdedigen tegen de aanvallende kozakken onder leiding van generaal Matvej Platov.

Antwerpen werd bezet en ingelijfd bij België. Vervolgens werden verdere plannen gemaakt om meer buitenlanders in het Belgische leger te werven. Er waren zelfs plannen om twee divisies op te richten in het Belgische leger van Litouwse schutters, maar deze plannen werden gedwarsboomd door Tsaristisch Rusland, dat grote druk uitoefende op de West-Europese landen.
“Litouwen had geen eigen staat, maar had een leger dat verspreid was over heel Europa. Onze rebellen waren bereid om te vechten in alle conflicten tegen de belangen van Rusland - in België, Hongarije, Italië en elders,” vat historicus A. Daugirdas samen.



Het leven na de oorlog 

De levenloop van die Litouwse officieren is gewoon verbluffend. A. Daugirdas vertelde een van zijn meest indrukwekkende biografieën. Als het Brits, Frans, Italiaans of iets dergelijks was geweest, zouden er ongetwijfeld al lang geleden films en boeken over de man zijn geschreven. Onder druk van Rusland werden in 1833 veel rebellen uit Litouwen en Polen uit het Belgische leger verwijderd. Toen verhuisde majoor Francis Shemeta naar Egypte met een van de Poolse rebellencommandanten, generaal Henry Dembinski. De heerser van dit land, Muchammad Ali Pasha, bouwde een enorm leger om zich af te scheiden van het Ottomaanse rijk. Militaire instructeurs uit het buitenland waren uitgenodigd. Onze rebellen hielpen de Egyptische heerser een leger van zo'n 200.000 soldaten te creëren. Bovendien was Shemeta, nadat Egypte de buurlanden had bezet, betrokken bij de vorming van een door Egypte gecontroleerd Syrisch leger.
Hij en Dembinski waren betrokken bij de Egyptische oorlog met Turkije. De heer Šemeta was stafchef van generaal H. Dembinski.

In Hongarije was er een opstand in 1848 tegen Oostenrijk. Veel Poolse rebellen namen hier deel aan. H. Dembinski nam ook deel aan de Hongaarse opstand. Een tijdje trad deze Generaal op als opperbevelhebber van het opstandige Hongaarse leger. Het is zeer waarschijnlijk dat P. Šemeta, die in veel veldslagen met Dembinski als de rechterhand van de generaal werd beschouwd, ook betrokken was bij Hongaarse evenementen.

De heer Šemeta vocht ook in Italië, onder leiding van generaal Giuseppe Garibaldi, de nationale held van die natie. Hij diende op het hoofdkantoor van Garibaldi en er zijn aanwijzingen dat de heer Shemeta zelfs de stafchef was.

De heer Šemeta stierf, hoewel hij bijna een leven lang krijger was, op tachtigjarige leeftijd in Dresden. Na zijn dood richtten de Duitsers een monument voor hem op als campagnevoerder voor de bevrijding van Europa. Helaas werd aangenomen dat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog was vernietigd door het bombardement op Dresden.

Het is een onverdiend vergeten 

"Tijdens de oprichting van de Belgische staat was de aankomst van de eerste soldaten uit Polen en Litouwen een belangrijke hulp. Ze kunnen de makers van het Belgische leger worden genoemd. De Belgen zelf zeggen dat ze een natie van kooplieden waren, kooplieden en militaire zaken waren hen altijd vreemd, met heel weinig personeelsleden - slechts een klein deel van de Nederlandse officieren was van Belgische origine. Daarom waren deze mensen die kwamen erg belangrijk. "De komst van onze troepen was van groot belang. Deze episode wordt onverdiend vergeten en het is goed dat we vandaag op deze onderwerpen terugkomen." De geschiedenis van Litouwen eindigde niet met Vytautas, we bleven vechten, - zei A. Daugirdas.


Het oorspronkelijke artikel.















6.10.2018

de dehumaniserende boemerang

U heeft het vast en zeker elders al uitgebreid kunnen lezen, deze week kwam een bijzonder straffe open brief uit. Dit als antwoord op de verbijsterende reactie van de regering op de open brief van de rectoren.
De academici schreven een bijzonder straffe boodschap: wat er nu gaande is, de dehumanisering van 'de Ander' en de beperking van vrije meningsuiting, vormt  een gevaarlijke cocktail - een die zich als een sluipend gif in onze samenleving kan verspreiden, een democratie onderuit kan halen en het meest onmenselijke in mensen naar boven kan halen.

Een fragment: 

Dehumanisering van 'de Ander'

Toen de rectoren vorige week opriepen tot meer menselijkheid lieten ze niet alleen hun hart spreken, maar ook hun verstand: Het afnemen van menselijkheid kan gevaarlijke gevolgen hebben in onze samenleving.

Wanneer we anderen zien lijden, hebben we als mens twee opties: ons bekommeren om hun lot of onze blik afwenden. De eerste optie is makkelijker wanneer we controle ervaren over de situatie en we het gevoel hebben te kunnen helpen. Maar, wanneer er sprake is van onmacht of controleverlies, dan is er kans op onverschilligheid, of erger, dan keren we ons tegen het slachtoffer. "Heeft hij/zij de situatie zelf niet in de hand gewerkt? Míj zou dit toch nooit overkomen!" Deze gevoelens van onbegrip en minachting vormen de voedingsbodem voor dehumanisering, dat is, voor het zien van 'de Ander' als 'minder mens dan wij'. Er zijn in de sociale en psychologische wetenschappen honderden studies verricht naar de effecten van dehumanisering op hoe we 'de Ander' behandelen. De resultaten zijn ronduit beangstigend. Dehumanisering geeft een vrijgeleide om de Ander als minderwaardig te beschouwen en onze morele kaders bij te stellen tot het punt dat Universele mensenrechten niet langer gelden. Historische en actuele voorbeelden hiervan zijn legio.

We stellen vast dat vluchtelingen en migranten subtiel of minder subtiel ontmenselijkt worden: ze worden voorgesteld als onderdeel van (oncontroleerbare) vluchtelingenstromen en migratiegolven. En migreren zelf wordt als een te vervolgen crimineel feit beschouwd, getuige het gebruik van het woord 'illegaal' in plaats van 'mensen zonder papieren.' Daarnaast worden ze vaak voorgesteld alsof ze minder capaciteiten, daadkracht en subtiele emoties hebben dan niet-migranten en vinden sommigen het zelfs nuttig om een prijs op hen te plakken. Deze bewoordingen en beelden, die talrijk aanwezig zijn in de media, het politieke debat en publieke discours, brengen dehumanisering dichterbij - zeker voor diegenen die nooit de kans nemen of krijgen om de mens achter de vluchteling te ontmoeten. Want, ontmoetingen met de Ander ontkrachten vaker dan niet eerdere vooroordelen.

Zonder te ontkennen dat migratie een uitdaging vormt voor onze samenleving, mag dehumanisering geen onderdeel vormen van hoe we ermee omgaan.

Dehumanisering vormt de context om weinig vragen te stellen bij beleidsintenties die indruisen tegen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, zoals die van Theo Francken in het kader van de hervorming van het Europese migratiebeleid. En indirect creëert dit discours een klimaat waarin polarisatie welig tiert en actie en reactie elkaar haast onmiddellijk opvolgen. Zoals: explosieve tweets die nadien moeten rechtgetrokken worden, een praktijk van blaming-the-victim en het ontzeggen van emoties aan rouwenden bij het graf van een kind.

Bovenstaande gebeurtenissen zijn geen 'toevalligheden' of 'ongevallen' maar symptomen van een dehumaniserend discours.  In dit licht is de oproep van de rectoren voor meer menselijkheid niet alleen hun volste recht, maar ook hun verdomde plicht. Elke beweging in de richting van ontmenselijking moet gestopt worden - stante pede.

Trouwens die brief van de rectoren, die ging over het feit dat de ouders van de doodgeschoten peuter om humanitaire redenen een verblijfsvergunning zouden moeten krijgen. Een volslagen begrijpbare en zeer redelijke oproep die op een verbazingwekkende manier werd beantwoord, je weet wel Theo Francken over een boemerang. Alsof dit een of ander 'vulgair' verzoek was geweest.


Bon, als je het niet gedaan hebt, lees de volledige oproep en teken.



8.30.2015

samenvatting van deze week

"Quelques fois les choses ici overpower me with disgust"

Leopold I, geciteerd in Deneckere, Gita, Leopold I. De eerste koning van Europa, Antwerpen, 2011, p. 384.

7.11.2012

"de rest is lage politiek"

Op deze Vlaamsche feestdag, extreem wijze woorden van een van de grootste artiesten van de 20ste eeuw.

iedereen heeft tandpijn op dezelfde manier
iedereen kijkt naar zijn moeder
of kijkt naar een vrouw op dezelfde manier
iedereen houdt van of houdt niet van spinazie op dezelfde manier

de rest is lage politiek


Speciaal voor deze gelegenheid, bij wijze van tegengif voor alle 'stoere vlaamsche' verklaringen, een volkslied zoals het volkslied van ons landje zou moeten zijn:

4.01.2012

ruimte voor eerlijk links in Europa

Emile Roemer van de Nederlandse SP en Peter Mertens van ons eigenste PVDA staan in de GVA voor een heus dubbelinterview over de opgang van een eerlijk links in Europa. Zeer lezenswaardig en dus schaamteloos geript:



Links doet het weer goed in Europa. Een van zijn boegbeelden is Emile Roemer. De gemoedelijke leider van de vuurrode Socialistische Partij overtreft premier Mark Rutte en PVV-kopman Geert Wilders als populairste politicus van Nederland. Samen met PVDA-voorzitter Peter Mertens zocht De Gazet van Antwerpen Roemer op.

Na de rechtse fenomenen Pim Fortuyn en Geert Wilders heeft Nederland nu ook een linkse superster: Emile Roemer. Waaraan heeft deze schijnbaar doodgewone ex-onderwijzer uit Noord- Brabant zijn succes te danken? Roemer heeft blijkbaar de toverformule gevonden om de kloof tussen de politiek en de burger te dichten: doe maar gewoon.

Vrijdagmiddag, Den Haag. De Nederlandse regering met de liberale VVD, het christendemocratische CDA en gedoogsteun van PVV-leider Geert Wilders kraakt. Slaagt ze erin om overeenstemming te bereiken over een nieuwe besparingsronde, of valt het kabinet en komen er nieuwe verkiezingen? In dat geval wordt de SP misschien de grootste partij en boegbeeld Emile Roemer de volgende premier.

Dinsdagavond, het Binnenhof. Met een brede glimlach komt Emile Roemer zijn kantoor vlakbij de Tweede Kamer binnengestapt en schudt hartelijk de hand van zijn Vlaamse geestesverwant Peter Mertens. Ooit was dit de werkkamer van de legendarische socialistische premier Joop den Uyl. Ook andere toppolitici zoals Hans van Mierlo (D'66) en Roemers SP-voorganger Jan Marynissen waren er ooit thuis. Maar Roemer wordt er niet lyrisch van. "Ik ben een nuchter mens", zegt hij.

Op een plank in een kast staan de trofeeën voor 'Klare Taal 2010' en 'Politicus van het Jaar 2011', uitgereikt door het tv-actualiteitenprogramma EenVandaag. Sinds Roemer de SP leidt, heeft zijn partij de wind in de zeilen. "In de jongste peiling scoorde de VVD van Mark Rutte 31 Kamerzetels en wij net één minder", vertelt hij. "Maar peilingen zijn speeltjes, ik laat me er niet gek door maken."



Hoe verklaart u uw succes?

Emile Roemer: De SP heeft zich genesteld in het hart van de samenleving. Wij vertolken het geluid van de straat in de Kamer, we stellen voortdurend kritische vragen bij de gevestigde orde en de vele lobbyfabrieken. In tegenstelling tot de fi- guren achter de Haagse tekentafels, weten wij nog wat er op de werkvloer leeft.

Bezondigt u zich niet aan populisme?

Roemer: Als populisme betekent dat je weet wat er onder het volk leeft, dan heb ik daar geen problemen mee. Wij wijzen trouwens nooit iets af zonder er een alternatief bij te formuleren.

Blijft uw regering van VVD en CDA met de gedoogsteun van Geert Wilders overeind?

Roemer: Voorlopig nog wel, maar met heel veel pijn en moeite. Mark Rutte accepteert alle beledigingen van Wilders om in het zadel te blijven. Zoals onlangs nog, met dat waanzinnige plan van Wilders voor een meldpunt voor overlast door Oost-Europeanen. Rutte durfde het niet aan om dat plan af te schieten. Hij loopt voortdurend op eieren. Nu zijn er onderhandelingen bezig over een nieuw bezuinigingspakket van 9 à 16 miljard euro binnen de twee jaar. Ik hou mijn hart al vast.

Waarom slaan figuren zoals Fortuyn en Wilders zo makkelijk aan in Nederland?

Roemer: Omdat de kiezer zich wil afzetten tegen het establishment, na twintig jaar neoliberaal beleid en morele crisis. Jammer genoeg richten veel kiezers zich naar de verkeerde figuren.

Peter Mertens: Die afkeer van de traditionele partijen hebben wij in Vlaanderen ook beleefd, al is het verhaal van het Vlaams Belang nog wat complexer. En nu is het Bart De Wever die een deel van de antistemmen aantrekt. Ik vind dat bizar, want De Wever combineert zijn strijd tegen het establishment met een radicaal liberaal establishment-programma. Vroeg of laat zal hij toch moeten kiezen tussen die twee. Hoe dan ook, in Nederland is het de SP gelukt om veel stemmen terug te winnen op de antipolitiek. Ik heb daar grote bewondering voor. Want ik weet dat ook bij ons het kiezerspotentieel er is, maar je moet dat ook nog kunnen verzilveren.

Roemer: Ook in België is er ruimte voor een echte socialistische partij, voor eerlijk links. Diezelfde trend zie je ook in Frankrijk, Denemarken, IJsland, Finland, Cyprus ... Maar het moet groeien van aan de basis. Toen ik twee jaar geleden partijleider werd, was mijn eerste ambitie om binnen het jaar van 120 naar 200 lokale afdelingen te groeien. Politiek is veel meer dan interviews in de kranten of talkshows op tv. Wij besturen nu mee in twee provincies. Dat betekent dat we compromissen sluiten, we doen water bij de wijn. Maar die wijn moet wel te drinken blijven. Besturen is een middel. Het mag geen doel zijn, anders moet je er niet aan beginnen. Daarin verschillen wij van de traditionele partijen.

Roemer en Mertens

Volgt u de ontwikkelingen in de Belgische politiek?
Roemer: Niet goed genoeg om er een deskundig oordeel over te kunnen vellen. Maar ik ben wel blij dat zich links van de sp.a partijen beginnen te ontwikkelen zoals de PVDA en Rood!. Dat zijn de beste middelen tegen het VB en de N-VA.

De Wever, Fortuyn, Wilders ... Draait de politiek steeds meer om charismatische figuren, of is dat maar een tijdelijk verhaal?

Roemer: Nee, dat denk ik niet. Kijk maar naar de VS, daar worden tijdens een campagne al veel langer alle trucs van de personencultus uit de kast gehaald. Het heeft vooral te maken met de ontwikkeling van de media. De uitstraling van politici wordt steeds belangrijker. Ze doen maar, ik zal toch proberen om het met de inhoud van ons programma te halen. En in mijn verleden mogen ze gerust gaan spitten, ze kunnen hooguit ontdekken dat ik wel eens zonder achterlicht heb gefietst (lacht).

Mertens: Mijn moeder zei altijd: 'Wat er ook gebeurt, blijf met je voeten op de grond'. Groot worden, maar toch gewoon blijven: dat is de kracht van Emile

Roemer. Hij straalt tegelijk integriteit en tederheid uit. Tederheid in de betekenis die Jacques Brel eraan gaf: empathie als meest krachtige vorm van solidariteit. Roemer zal nooit een Binnenhof-bobo worden. Daarin verschilt hij van veel andere politici.

Roemer: Ik was laatst op werkbezoek in een groot ziekenhuis. Na de rondleiding vroeg een begeleidster: 'Waar heeft uw chauffeur de auto geparkeerd?'
Waarop ik zei: 'Bij de bushalte, maar de bus komt pas over tien minuten'. Je mag jezelf niet belangrijker gaan vinden omdat je in de politiek zit. Je zit er ook niet in voor jezelf, maar voor de mensen die jou het vertrouwen hebben gegeven.

Maar ondertussen wordt u misschien straks wel de volgende premier van Nederland.

Roemer: Ik heb geen persoonlijke ambities, alleen politieke. Mijn partij moet me maar neerzetten op de plek waar ik het best ben. Desnoods ga ik ons partijblad De Tribune vouwen (lacht).

Hoe komt het dat Nederland het economisch slechter doet dan België, ondanks de grote bezuinigingen van de jongste jaren?

Roemer: Omdat er fout bezuinigd is. De hele publieke sector is afgebroken. En nog meer besparingen zullen de economie nog verder doen krimpen en grote onrust veroorzaken in de samenleving. België zou het met een tekort van 2,8 procent op de begroting beter doen, maar is die prognose van jullie wel realistisch?

Mertens: (kwaad) Ik vind dat de situatie in België helemaal geen aanleiding geeft tot positieve geluiden. We hebben net voor 11 miljard aan besparingen gezocht, en met 100.000 werklozen onder de armoedegrens zijn we op weg naar een Duits model, waarin mensen een tweede en derde baan nodig hebben om aan de armoede te ontsnappen. Ondertussen bemoeit de Europese Commissie zich met onze soevereine bevoegdheden zoals de automatische koppeling van de lonen aan de koopkracht, via de index. Het beleid van de Commissie is tegen de Europese volkeren gericht. In Griekenland gaat ze vertellen welke ziekenhuizen, scholen en havens er moeten worden geprivatiseerd. En dat terwijl het beeld van de 'luie Griek' helemaal niet klopt. De Grieken werken langer en gaan later met pensioen dan wij.

Roemer: Ik ben zelf gaan kijken in Griekenland. De armoede is er gigantisch en er zijn nog nauwelijks sociale voorzieningen. Het geld dat nu zogenaamd naar Griekenland gaat, maakt hooguit een rondje rond de Akropolis en stroomt dan terug naar de Europese banken. Het sociale systeem wordt compleet afgebroken. En nu wil de Nederlandse regering ook die weg op.

Wat is de oplossing: weg met de euro en met de EU?

Roemer: De euro had nooit mogen worden ingevoerd. Dat hebben wij in 1999 al gezegd. Maar hem nu opheffen zou een enorme chaos veroorzaken. Wat we wel moeten doen, is ons verzetten tegen het neoliberale beleid van Europa, waarvan alleen de banken beter worden. En het is niet uitgesloten dat sommige Zuid-Europese landen zelf beslissen om uit de eurozone te stappen.

Welke recepten schrijft het socialisme van de 21ste eeuw voor?

Roemer: We moeten de economie democratiseren, want tegenwoordig hebben zelfs onze volksvertegenwoordigers nog weinig in te brengen tegen de dictatuur van de financiële sector. Nutsbedrijven worden geprivatiseerd, aandeelhouders van grote bedrijven gaan voor kortetermijnwinst in plaats van voor continuïteit. Hier in Nederland worden 12.000 postbodes ontslagen en via de achterdeur vervangen door studenten en huisvrouwen. Directeuren van woningbouwverenigingen verliezen het geld in hun beheer aan risicovolle investeringen en krijgen vervolgens ook nog een royale oprotpremie, zoals in Rotterdam is gebeurd.

Mertens: Volgens een rapport van Crédit Suisse heeft 0,5 procent van de wereldbevolking 38 procent van de rijkdom op aarde in handen. Economen zeggen dat dat nooit eerder in de wereldgeschiedenis is gebeurd. En de kloof wordt steeds groter.

Roemer: In Italië en Griekenland zijn regeringen gecreëerd door de financiële sector. We zouden er veel meer schande over moeten spreken en de straat op moeten om te knokken voor onze verworvenheden, zoals het stakingsrecht.

Leven we in een pre-revolutionair klimaat?

Roemer: (denkt na) We beleven de laatste stuiptrekkingen van het neoliberale beleid. Ik denk dat de mensen inzien dat het menselijker en socialer moet.

Mertens: De dichter Pablo Neruda schreef: 'Ze kunnen alle bloemen knippen, maar de komst van de lente kunnen ze niet tegenhouden'. Dat vat het mooi samen. Ik geloof in de kiemen van een linkse Europese lente. Laten we het hopen, want de alternatieven zijn dramatisch: ofwel de dictatuur van een onverkozen Europese macht, ofwel de terugkeer naar een eng nationalisme.

Meneer Roemer, aan uw muur hangt een foto van Martin Luther King. Is hij uw voorbeeld?

Roemer: King heeft een heroïsche strijd gevoerd tegen uitbuiting en discriminatie, hoewel hij de risico's heel goed kende. Ik hoop dat ik een klein beetje van hem in mij mag hebben. Heb jij ook zo'n voorbeeld, Peter?

Mertens: Doe mij maar Tijl Uilenspiegel, de kleine rebel met veel humor die tegen de Spaanse bezetter vocht. Die mag bij mij aan de muur.
Roemer: Heb je dan nog een foto van hem? (lacht)

Mertens: Om nog even terug te komen op King: zijn I have a dream blijft een grote les. We hebben mensen nodig met idealen en een moraal, die ons opnieuw leren dat samenleven niet alleen concurrentie inhoudt, maar ook samenwerking en empathie.

Roemer: Onlangs vroeg ik in de Tweede Kamer aan Mark Rutte wat de samenleving voor hem eigenlijk betekent. Hij kwam niet veel verder dan handel, economie en geld verdienen. Ik zei: 'Daar was ik al bang voor'. Voor mij draait een samenleving niet om een groep individuen, maar om mensen die samen-leven. Dat is de keuze die de Nederlandse bevolking bij de volgende verkiezingen moet maken: wil ze de samenleving van Rutte of die van Emile Roemer?



bron: http://www.sp.nl/nieuwsberichten/11677/120401-er_is_nog_ruimte_voor_eerlijk_links_in_europa.html

1.23.2011

Niet in Onze Naam

Kameraden en vrienden, tijd voor ongegeneerde reclame:



Tal van personaliteiten uit de culturele wereld voegen zich bij het steeds langer wordende lijstje van Belgen die de communautaire impasse en het politieke spel kotsbeu zijn en dat ook publiekelijk willen uitroepen.
Vanavond verzamelen ze in de KVS voor het evenement 'Niet In Onze Naam'.



Zoals Anne Provoost het zei: "Als mijn politici 200 dagen lang zouden debatteren over de bestrijding van onze armoede, of over een complete reconversie van onze mobiliteit, dat zou ik nog begrijpen. Maar dit debat is te duur in verhouding tot de relevantie van het probleem."

Lees meer op DeWereldMorgen.be, in Solidair en op NietInOnzeNaam.be

1.17.2011

Lumumba, held van de Congolese onafhankelijkheid

Kameraden en vrienden,

vandaag herdenken we de moord op Patrice Lumumba, held van de Congolese onafhankelijkheidsstrijd.

Exact vijftig jaar geleden werd hij afgemaakt door de troepen van Mobutu, met bijzondere medewerking van en in opdracht van de vrijheidslievende Westerse democratieën, waaronder ons eigenste België.




Speciaal voor deze gelegenheid, de speech die Lumumba gaf bij de onafhankelijkheid van Congo:

Mannen en vrouwen van Congo, strijders van de vrijheid die we vandaag winnen, in naam van de Congolese regering groet ik u.

Aan jullie allemaal, beste vrienden, die onvermoeibaar aan onze zijde hebben gestreden, vraag ik om van deze 30 juni 1960, een onvergetelijke dag te maken die jullie onuitwisbaar in jullie harten zullen graveren, een datum waarvan u met fierheid aan uw kinderen de betekenis zult leren.

Geen Congolees die naam waardig zal ooit kunnen vergeten dat we deze onafhankelijkheid enkel door de strijd hebben veroverd, een strijd van alle dag, vurig en vol van idealen, een volgehouden strijd die ons ontberingen, lijden en ons bloed kostte.

Tot in het diepst van ons hart zijn we trots dat we die strijd met tranen, vuur en bloed gestreden hebben. Want die strijd was nobel, rechtvaardig en onontbeerlijk om een einde te maken aan de vernederende slavernij die ons met geweld was opgelegd.

Dit was ons lot gedurende tachtig jaar koloniaal regime, onze wonden zijn nog te vers en te pijnlijk om ze uit ons geheugen weg te wissen. Wij hebben dwangarbeid gekend in ruil voor lonen die veel te laag waren om voldoende te kunnen eten, ons waardig te kleden of te wonen of om onze kinderen als dierbaren te kunnen opvoeden.

Wij hebben spot, beledigingen, slagen gekend die we ‘s ochtends, ‘s middags en ‘s avonds moesten ondergaan, omdat wij 'negers' waren. Wij zijn getuige geweest van het afschuwelijke lijden van degenen die veroordeeld waren voor hun politieke standpunten of godsdienstige overtuigingen: verbannen in hun eigen land was hun lot nog slechter dan de dood.

Wij hebben gezien dat er in de steden prachtige huizen voor de blanken waren en bouwvallige barakken voor de zwarten.

Wie zal ooit de slachtingen vergeten waarbij zo velen van onze broeders omkwamen, de cellen waarin degenen werden geworpen die weigerden zich aan een regime van onderdrukking en uitbuiting te onderwerpen. Wij, die in ons hart en met ons lijf geleden hebben onder de koloniale onderdrukking, wij zeggen nu luid en duidelijk: dat alles is voortaan gedaan!

De Congolese republiek is afgekondigd en ons land is nu in de handen van haar eigen kinderen.Samen, broeders en zusters, beginnen wij een nieuwe strijd, een verheven strijd die ons vrede, welvaart en aanzien zal brengen.

Samen zullen wij sociale rechtvaardigheid vestigen en ervoor zorgen dat iedereen een rechtvaardige vergoeding voor zijn arbeid ontvangt. Wij zullen de wereld tonen wat de zwarte man kan realiseren wanneer hij in vrijheid kan werken, en wij zullen van Congo het stralend voorbeeld voor heel Afrika maken.

Wij zullen erop toezien dat de landerijen van ons land werkelijk ten goede komen aan de kinderen van de natie. Wij zullen al die oude wetten herbekijken en er nieuwe maken, die rechtvaardig en nobel zullen zijn.

En daarom, mijn beste landgenoten, wees er zeker van dat we niet alleen kunnen rekenen op onze enorme krachten en onze immense rijkdommen, maar ook op de hulp van tal van derde landen wier samenwerking wij zullen aanvaarden wanneer die loyaal is en niet op gericht op het opdringen van een of andere politiek.

Zo zal het nieuwe Congo, dat mijn regering gaat opbouwen, een rijk, vrij en welvarend land zijn. Ik vraag ieder van jullie op te houden met de stammentwisten, die ons uitputten en riskeren ons belachelijk te maken in het buitenland.

Ik vraag jullie allemaal voor geen enkel offer terug te deinzen om onze grandioze opdracht tot een goed einde te brengen. De onafhankelijkheid van Congo markeert een beslissende stap naar de bevrijding van het volledige Afrikaanse continent. Onze sterke nationale volksregering zal het geluk in het land brengen.

Ik nodig alle Congolese burgers, mannen, vrouwen en kinderen uit om zich resoluut aan hun taak te wijden om een bloeiende nationale economie tot stand te brengen die onze economische onafhankelijkheid zal verzekeren.

Hulde aan de strijders voor nationale bevrijding!

Lang leve de onafhankelijkheid en Afrikaanse eenheid!

Lang leve het onafhankelijke en soevereine Congo!


Over het bijzondere leven van Lumumba kan ik dit artikel aanraden.

Tenslotte bij wijze van hulde, een woordje van Ernesto Che Guevara:



Meer interessant materiaal over Lumumba: hier.

10.19.2010

Solidariteit maakt een cultuur groot

Communautair opbod en separatistisch gezwets is lang niet aan iedereen besteed, integendeel. Een bijzonder interessant initiatief is deze oproep van 'de culturele sector'. De lijst ondertekenaars is in elk geval impressionant, de inhoud van de oproep trouwens ook. Daarom, geheel tegen de gewoonte in, de integrale tekst:


Solidariteit maakt een cultuur groot

De voorzitter van het Vlaams parlement, Jan Peumans (N-VA), sprak op 11 juli zijn bezorgdheid uit over ‘het gebrek aan identiteit’ in Vlaanderen. Het is immers die identiteit die ‘moet leiden tot natievorming’. Als gevolg van dit gebrek is het belang van die natievorming ‘nog niet voldoende doorgedrongen om de gehele bevolking te overtuigen’. Voor Peumans heeft de Vlaamse deelstaat dan ook de opdracht om deze leemte op te vullen. Tegelijk hekelt de parlementsvoorzitter een aantal ‘artistieke en intellectuele kringen’ voor wie het bon ton zou zijn om ‘het Vlaamse identiteitsgevoelen te minimaliseren, ja zelfs te ontkennen’.

Als burgers die beroepshalve voortdurend met cultuur - in de breedste betekenis van het woord - begaan zijn, verwerpen wij het discours over cultuur en identiteit dat hier wordt geëtaleerd. Het holt de begrippen cultuur en identiteit uit en vormt ze om tot manipulatieve instrumenten voor politieke doeleinden. We hébben al een cultuur en we hébben al een identiteit. Beide zijn ze meervoudig. Ze zijn ook, maar niet exclusief Vlaams. We willen dan ook niet dat ze ‘opgevuld’ zouden worden met een Vlaams-nationalistisch concept. Dat zou een verarming betekenen en een aanval op wie we vandaag zijn.


1. Omdat het een proces van uitsluiting en vervreemding is


Geert Bourgeois (N-VA) maakte als mediaminister heisa over een liedje van Clouseau en noemde het ‘een Belgicistisch propagandaliedje, een pleidooi voor slecht bestuur’. Toen in 2009 de VRT het Belgavoxconcert uitzond, reageerde Bourgeois furieus: ‘Ik vind dit absoluut niet kunnen. Het gaat om een initiatief dat de Belgische identiteit wil versterken.’ Deze uitlatingen illustreren duidelijk een verwerpelijk trekje van de ‘Vlaamse identiteitsvorming’: de ene identiteit wordt de hemel in geprezen, de andere – hier de Belgische – wordt verwenst. Dat is voor ons onaanvaardbaar.
We verzetten ons ook tegen de beeldvorming die mensen in ons land tegenover elkaar stelt als onverzoenbare cultuurgroepen. We aanvaarden niet dat onze Franstalige landgenoten worden voorgesteld als dragers van een cultuur die gekenmerkt zou worden door gebrek aan verantwoordelijkheid, luiheid, profitariaat, diefstal en expansiedrang.

2. Omdat het een asociale agenda verbergt


Het Vlaams-nationalisme, dat lang geleden de uitdrukking was van een terecht verzet tegen discriminatie, is vandaag een ‘economisch nationalisme’ geworden. Het profileert zich met thema’s als de transfers, de zogenaamde blanco cheques aan de Walen, het ‘zakgeldfederalisme’ enzovoort. Bart De Wever heeft een verhelderend licht laten schijnen op wat Vlaamse identiteit en cultuur vanuit dat sociaaleconomisch oogpunt zoal inhouden. Hij deed dat toen hij in de onderhandelingsgesprekken doodleuk stelde dat de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka zijn eigenlijke baas is en dat hij pas tevreden is als Voka dat ook is. Wie het sociaaleconomische programma van N-VA erop naleest, ziet dat De Wever de agenda van Voka tot die van zijn partij heeft gemaakt. Dat opent het weinig aantrekkelijke perspectief op een Vlaanderen waar het economisch gewin primeert en sociale verworvenheden afgebroken worden. De gezondheidszorg, de pensioenen, de werkloosheidsuitkeringen, de bijstand... het gaat allemaal onder het snoeimes. Wie verzekerd wil zijn tegen ziekte of inkomensverlies, wie verzekerd wil zijn van een leefbaar pensioen, moet dat maar kopen op de privémarkt.


Het discours over ‘wat we zelf doen, doen we beter’, over Vlaamse cultuur en identiteit, fungeert als glijmiddel om die asociale agenda aanvaardbaar te maken, in naam van de competitiviteit en van Vlaanderen, eerste regio in Europa.


3. Omdat het de weerbaarheid van de burger verzwakt


Behalve met de Vlaamse vlag, zwaaien de Vlaams-nationalisten ook graag met de Europese vlag. Dat lijkt misschien tegenstrijdig maar is dat allerminst.


De Vlaams-nationalisten willen Vlaanderen loskoppelen van het economisch zwakkere Wallonië. Het nationale niveau is wat beide regio’s verbindt en de Vlaams-nationalistische agenda in de weg staat. Daarom wordt gebruik gemaakt van het supranationale niveau Europa om het nationale niveau België te laten ‘verdampen’.


Het supranationale Europa voert een beleid waarbij de sociaaleconomische agenda van de Vlaams-nationalisten perfect aansluit. Het verzet tegen die asociale agenda wordt in hoofdzaak gevoerd op een nationaal niveau: Griekenland, Portugal, Frankrijk. Het is precies op dat beleidsniveau dat de sociale ‘veroveringen’ zijn gerealiseerd en vooralsnog het best gevrijwaard kunnen worden. Als de burgers hun sociale belangen doeltreffend willen verdedigen, dan doen ze dat het best in verbondenheid met elkaar. Het terugplooien op steeds kleinere en strikt afgebakende ‘cultuurgemeenschappen’ staat haaks op de mogelijke ontwikkeling naar een sociaal Europa en Europese samenhorigheid. Precies omwille van zijn meertaligheid, zijn verscheidenheid aan talen en culturen en zijn kosmopolitische Europese hoofdstad, ligt het binnen de mogelijkheden van ons land om op dit vlak een lichtend voorbeeld van eenheid en solidariteit te zijn. Een model voor de samenleving van morgen.


De onderliggende gedachte van de oproep van Peumans is dat een cultureel homogene Vlaamse staat een betere maatschappij zal zijn dan het meertalige, interculturele België. Maar net dat kosmopolitische en interculturele is bepalend voor de wereld van morgen. In plaats van dat te ontkennen, moeten we ons afvragen wat er gebeurt als we het multiculturele omarmen. Dat gaat niet ten koste van eigenheid en creativiteit. Integendeel. Wel vereist het een kritische kijk op de relatie tussen cultuur en macht.


De Vlaamse cultuur en identiteit waarvan we volgens Jan Peumans doordrongen moeten worden, is een aberratie waar geen enkele doorsnee burger op zit te wachten. Telkens opnieuw wordt door enquêtes bevestigd dat ook de meeste Vlamingen voorstander zijn van het behoud van België en een leefbare verstandhouding willen tussen gewesten en gemeenschappen. Meer en meer Franstaligen in Brussel sturen hun kinderen naar een Nederlandstalige school. Het is goed meerdere talen te kennen, vinden meer en meer Brusselaars, van welke origine ook. Ze zien in meertaligheid een middel om vooruit te komen. De eeuwige bestuiving, de eeuwige wederzijdse contacten, het internationale, dat is de rijkdom en de kracht van cultuur.


België staat voor ons helemaal niet gelijk met het oude
Belgique à papa. België staat bijvoorbeeld ook voor Priester Daens en voor de in Luik verkozen Anseele, voor Julien Lahaut. En voor de uitbouw van de sociale zekerheid. ‘De mooiste kathedraal van het land’, zeggen vakbondsmensen. Een kathedraal die gebouwd werd door Vlamingen, Walen, Brusselaars en migranten: de Belgische sociale beweging.

Waaraan het in het Vlaams-nationalistische discours fundamenteel ontbreekt, is solidariteit. Die menselijke waarde die het tegendeel is van egoïsme, hebzucht en onverdraagzaamheid. Het is deze solidariteit die vandaag, in naam van onze cultuur en identiteit, onder vuur genomen wordt. Dat kunnen we niet aanvaarden. Een grote en open cultuur is er een die de weg van het enge eigenbelang verlaat en de solidariteit als grondslag omarmt.


Dirk Tuypens (acteur), Lieve Franssen (dirigent Brecht Eisler Koor – voorzitter Louis Paul Boon Kring), Lebuïn D’Haese (beeldhouwer), Chokri Ben Chikha (theatermaker - doctoraal onderzoeker), Sharif Benhelima (fotograaf), Lucas Cathérine (auteur), Alain Clauwaert (voorzitter Algemene centrale - ABBV), Eric Corijn (prof. VUB), Andrea Croonenberghs (actrice), Hubert Damen (acteur), Jan De Smet (muzikant-zanger), Luc De Vos (zanger), Jozef Deleu (auteur), Johan Depoortere (ex VRT-journalist), Will Ferdy (artiest), Guido Fonteyn (auteur-journalist), Paul Goossens (journalist), Luuk Gruwez (auteur), Kristien Hemmerechts (auteur), Peter Holvoet Hanssen (stadsdichter Antwerpen), Rachida Lamrabet (auteur), Luk Mishalle (muzikant), Marijke Pinoy (actrice), Rik Pinxten (hoogleraar UGent), Ann Pira (actrice), Alain Platel (Les Ballets C de la B), Leo Pleysier (schrijver), Anne Provoost (auteur), Sven ‘t Jolle (kunstenaar), Walter van den Broeck (auteur), Geert van Istendael (auteur), Paul Van Nevel (musicus), Luc Vandenhoeck (secretaris ACOD-VRT), Ingrid Vander Veken (auteur), Diane Vangeneugden (De Groene Waterman), Frank Vercruyssen (acteur), Dimitri Verhulst (auteur), Vooruitgroep, Walter Zinzen (voormalig journalist VRT), Frank Albers (essayist, docent), Guy Baguet (Frans Brood Productions), Joachim Ben Yakoub (educatief medewerker diversiteit Pianofabriek), Peter Benoy (voormalig directeur theater Zuidpool), François Beukelaers (acteur), Patricia Beysens (zangeres), Jan Blommaert (hoogleraar Universiteit Tilburg), Thomas Blommaert (journalist Solidair en Visie), Carlos Boidin (Comm’sa, Communicatie met zicht op samenleving), Eva Brems (docent mensenrechten UGent), Stefan Brijs (auteur), Matthias Bunneghem (cultuursocioloog UA), Erik Burke (acteur), Geoffrey Burton (muzikant), Jan Busselen (muzikant), Pierre Callens (acteur), Frédéric Castiau (videast), Saddie Choua (filmmaakster), Birgitte Christophe (gitariste-lerares DKO), Manu Claeys (schrijver), Jef Coeck (publicist), Ron Cornet (acteur), Wim Danckaert (acteur), Geert De Belder (programmamaker Wereldmediatheek), Lieven De Cauter (cultuurfilosoof), Leslie de Gruyter (acteur), Pier De Kock (theatermaker), Gerd de Ley (acteur), Herman de Ley (em.prof UGent), Gustaaf De Meersman (Videokontakt), Didi de Paris (auteur), Patrick De Rijck (leraar), Kris De Smet (De Nieuwe Snaar), Rudy De Sutter (pianist-componist-plastisch kunstenaar), Eric De Volder (Toneelgroep Ceremonia), Georgia De Winter (dossiermedewerker Vlaams Fonds voor de Letteren), Wim de Wulf (artistiek leider Ultima Thula), Patrick Deboosere (demograaf VUB), Pascal Debruyne (onderzoeker Ugent), Chris Debruyne (coördinator VCOK), Rudi Delhem (acteur), Stef Depover (theatermaker-scenograaf), Luc Desmedt (vormingswerker op rust), Raymond Detrez (hoogleraar Oost-Europese geschiedenis UGent), Remko Devroede (muzikant), Hildegard Devuyst (dramaturge KVS), Koen Dille (bestuurslid Masereelfonds), Jos Dom (acteur), Charles Ducal (dichter), Ann Esch (actrice), Hugo Franssen (uitgeverij EPO), Jan Franssen (schilder), Fred Gesquière (woorddocent), Eric Goeman (Attac Vlaanderen - Democratie 2000), Mia Grijp (artistieke leiding vzw Sering), Frieda Groffy (auteur), Martine Haesendonckx (directrice basiseducatie Limburg), Rik Hancké (acteur), Nick Hannes (fotograaf-docent KASK), Hei Pasoep (koor), Hilde Heijnen (actrice), Jos Hennes (uitgever EPO), Rita Herbig (ACOD Onderwijs Antwerpen), Suzy Hermans (ir. Architekt), Wouter Hillaert (journalist), Pol Hoste (auteur), Daan Hugaert (acteur), Eric Hulsens (publicist), Jenny Huyghe (ICON, fotografie), Rebecca Huys (actrice), Jan Ieven (cultuurfunctionaris GC De Kriekelaar), Wies Jespers (cultuurbeleidscoördinator Brussel), Guy Kestens (concertorganisator), Hilde Keunen (schilderes), James King (voorzitter Sunshine Concerts vzw), Johan Knuts (Toneelgroep Ceremonia), Rosemie Lauwers (docent Woord KVMC Antwerpen), Isabel Leybaert (actrice), Bert Lezy (kunstenaar), Ico Maly (KifKif), Lisette Mertens (actrice-regisseur), Simone Milsdochter (actrice), Iefke Molenstra (kunstenares), Ann Montariol (dans), Pim Moorer (componist), Dirk Mosselmans (theaterregisseur), Tjhoi Ng Sauw (journalist VRT), Stefan Nieuwinckel (leerling-beiaardier), Ineke Nijssen (Toneelgroep Ceremonia), Joris Note (schrijver en literair criticus), Saïd Ouald-Chaib (Ph.D. Researcher Human Rights Center UGent), Sofie Palmens (actrice), Jos Pauwels (auteur, lector), Kris Peeraer (auteur), Andreas Peeters (illustrator, docent), Lieve Peeters (programmator theater-literatuur), David Pestieau (hoofdredacteur weekblad Solidair), Lotte Pinoy (actrice), Gert Portael (actrice), André Posman (ere-docent Sint Lucas/concertorganisatie De Rode Pomp), Guy Posson (vertaler), Alain Pringels (dramaturg toneelgroep De Appel, Den Haag), Greet Ramael (stafmedewerker buitenland Vlaams Fonds vr de Letteren), Frans Redant (dramaturg), Ludo Renders (coördinator Boulevard Amandla), Alain Rinckhout (acteur), Frank Roels (em. prof. UGent), Jo Roets (theater Laika), Kristin Rogghe (dramaturge), Mong Rosseel (theatermaker), Pieter Saey (professor Ugent), Linda Schagen van Leeuwen (actrice), Chris Schillemans (leerkracht), Vital Schraenen (theatermaker), Jokke Schreurs (muzikant), Paul Schrijvers (theatermaker), Jan Simoen (auteur), Kris Smet (voormalig journalist VRT), Bob Snijers (acteur), Frank Stappaerts (Radio 1, Het Vrije Woord), Steven Struyf (grafisch vormgever), Geert Synave (pianist-leraar DKO), Fernand Thange (prof. UA), Peter Theunynck (auteur), Angelo Tijssens (theatermaker), Monika Triest (auteur), Stefaan van Brabandt (acteur), Guy Van Craen, André Van de Vyver (schepen van Cultuur Zwijndrecht), Eliane van den Ende (cultureel journalist VRT), Wim Van Deuren (muzikant-songwriter-producer), Hendrik Van Doorn (toneelgroep Ceremonia), Michel Van Dousselaere (acteur), Pat Van Hemelrijck (theatermaker), Johan Van Hoorde (medewerker Nederlandse Taalunie), Greta Van Langendonck (actrice), Annabelle Van Nieuwenhuyse (Point.Five vzw voor culturele ontmoeting), John Van Oers (docent beeldhouwkunst-beeldhouwer en maquettebouwer), Rob Van Vlierden (dorpsdichter Overpelt), Robrecht Vanden Thoren (acteur), Jan Vandenhoeck (grafisch ontwerper), Ivo Vander Borght (musicus), Lieven Vanhoutte (Internationale en Europese coördinatie AC-ABBV), Geert Vanoorlé (toneelgroep Ceremonia), Frank Vercruysse (pianist-componist-auteur), Gerry Vergult (medewerker VRT - muzikant), Greet Verhoeven (graficus VRT), Trees Verleyen (docent journalistiek KHMechelen), Peter Vermeersch (muzikant), Judith Vindevogel (artistiek directeur Walpurgis), Vitalski (auteur), Erik Vlaminck (auteur), Bart Vonck (dichter-vertaler), Jan Vromman (documentairemaker- beeldend kunstenaar), Jacky Walraet (centrum voor Muziekinstrumenten Bouw), Dominique Willaert (Victoria Deluxe), Gudrun Willems (centrumverantwoordelijke GC Elzenhof, Elsene), Zjakki Willems (muziekproducer VRT),
Nigel Williams (stand-upcomedian), Karim Zahidi (docent UA, UGent), Sami Zemni (docent UGent), Jan Zienkowski (departement linguïstiek UA) en de lijst neemt maar toe.

9.16.2010

naar een Sociaal Front

Communautaire crisissen, to splits or not to splits, BHV, who the fuck is BHV, ...
Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik kan het allemaal niet meer volgen. Bemiddelaars, preformaties, verkenners, mineurs, sergeanten, en weet ik veel wat allemaal nog. Ik ben niet meer mee, en eerlijk gezegd ik wil ook helemaal niet mee zijn met die ballonnetjes, stoere praat en Vlaamse Fronten.
Er lijkt helemaal niet te gebeuren en inderdaad er gebeurd weinig. Wat wel gebeurd is de bewuste (en expliciete) verrotting, het opzetten van mensen tegen elkaar en het voorbereiden van een hele reeks neoliberale maatregelen.
Het land (jawel, België) wordt meegesleurd in een negatieve spiraal waarbij onder het mom van 'Vlaming' zijn een reeks maatregelen worden doorgedrukt die (letterlijk) geschreven worden door Voka en andere neoliberalen.

Tegen al het geweld van het Vlaamse Front moet dringend een Sociaal Front opgebouwd worden.
Peter Mertens, voorzitter van de PVDA, vertelt hier deze week meer over in het weekblad Solidair. Enkele treffende passages:

"De eerste vraag is wie de dans leidt. Er zijn krachten die menen dat ze in een onafhankelijk Vlaanderen gemakkelijker de vakbondsmacht kunnen breken en hun asociale agenda doordrukken. Dat is het Vlaanderen van patroonsorganisaties als Voka, en van banken zoals de KBC. Voor hen moet het brugpensioen worden afgebouwd, moet de arbeidstijd op jaarbasis worden berekend – dat betekent de ene dag 11 uur werken en de volgende dag 4 uur aan het werk, moeten de anciënniteitsschalen worden afgeschaft – want oudere mensen zijn niet meer zo productief zeggen ze, moet de interimarbeid veralgemeend worden, moeten werkloosheidsuitkeringen beperkt worden in de tijd, moeten de wachtuitkeringen voor jongeren worden afgeschaft, moet de vennootschapsbelasting nog worden verlaagd, en ga zo maar door. Wat je dan krijgt, en daar moet niemand aan twijfelen, dat is de Nieuwe Vlaamse Armoede. Dat is de werkelijke betekenis van het letterwoord N-VA."

Nieuwe Vlaamse Armoede

"Het N-VA-programma is gewoon een doorslagje van het agressieve en neoliberale programma van Voka. De N-VA voegt daar een element aan toe: ‘de identiteit’. “Identiteit geeft een antwoord op de vraag wie behoort tot het volk en wie niet,” schreef Bart De Wever. Herinner je zijn uitspraak over Herman De Croo: “Het is niet omdat die man Nederlands spreekt, dat hij een goede Vlaming is.” Voortaan zal de N-VA bepalen wie de ‘goede Vlamingen’ zijn. Dat zijn niet de syndicalisten die zich verzetten tegen de Voka-plannen. Dat zijn niet sportlui zoals Kim Gevaert die destijds de petitie van Red de Solidariteit ondertekende. Dat zijn niet muzikanten zoals Clouseau die volksgevaarlijke liedjes als ‘Leve België’ zingen. Dat zijn mensen die braaf en kritiekloos achter de topmanagers van KBC, Alcatel, Bayer of de Vlaamse betonlobby lopen."

"De vraag is in de eerste plaats welke toekomst en welk Europa wij willen. Willen wij een Europa waar de almacht van de Voka-baasjes en het egoïsme als ideologie hoogtij vieren en waar alle solidariteit wordt doorbroken? Dan moet je volop de splitsing steunen. Maar als je een oplossing wilt voor de economische, sociale en ecologische crisis, als je een socialistisch Europa wil, dan is de scheuring van ons landje het slechtste wat kan gebeuren."

"Er zijn vandaag een aantal realisaties in ons land, die belangrijk zijn voor een maatschappij van de toekomst. Bijvoorbeeld de sociale zekerheid. Dat is een verworvenheid van de gezamenlijke arbeidersbeweging uit heel het land. Ten tweede is er het feit dat België een multi-nationaal land is. Dat is een sterk punt in een toekomstig socialistisch Europa, dat niet anders dan multi-nationaal kan zijn. En tot slot is er Brussel, een tweetalige, multiculturele en unitaire hoofdstad. Die punten zijn meteen ook de achillespezen van de separatisten. Ze zijn als de dood voor een ‘sociaal front’ dat de sociale zekerheid verdedigt. Ze hebben geen enkele oplossing voor Brussel, behalve dan het ‘chirurgisch uit elkaar snijden’ van de hoofdstad, zoals De Wever dat noemt. Wel, je kan geen grootstad chirurgisch uit elkaar halen. Tenzij je een burgeroorlog wilt, natuurlijk."

"Ik ben ervan overtuigd dat er een silent majority is die er absoluut tegen is dat het land in twee of in drie wordt gekapt. Het komt erop aan de stille meerderheid opnieuw een stem te geven"


"Los van de politieke krachtsverhoudingen wil ik iedereen deze vraag stellen: ben jij ervoor dat de gezondheidszorg afhangt van de dikte van je portemonnee, of van de taal die je spreekt? Vind je dat je meer toegang moet hebben tot gezondheidszorg, onderwijs, pensioen… omdat je in hetzelfde land vijftig kilometer noordelijker woont dan je collega? Ben je ervoor dat interimarbeid en onderbetaald werk de norm worden? Ben je ervoor dat er een veralgemening komt van een complete flexibiliteit, zodat je de ene week 70 uren en de andere 20 uur werkt? Ben jij bereid om de tanden van je kinderen te laten verzekeren, omdat je anders de tandheelkunde niet meer kan betalen?

Op al die vragen zeggen de loontrekkenden, en dat is toch 75% van de bevolking, heel duidelijk neen. Zowel in Aarlen als in Brussel en Turnhout. Zij willen een degelijk sociale zekerheid, behoorlijk werk, goed onderwijs voor hun kinderen… Ofwel bouwen we samen aan een breed sociaal front, ofwel gaan we naar de splitsing van het land en krijgen we de nieuwe Waalse, Vlaamse en Brusselse armoede. Ik ben er ook van overtuigd dat er in ons land een silent majority is die er absoluut tegen is dat het land in twee of in drie wordt gekapt. Het komt erop aan de stille meerderheid opnieuw een stem te geven."

"We willen in de eerste plaats in heel het land meetings organiseren rond de inzet van de staatshervorming en de verdediging van de sociale zekerheid. We denken dat er vooral nood is aan informatie, tegen de desinformatie die de kerkklokken van vandaag, de mediaklokken, oorverdovend over ons uitstorten. We hebben daar een uitstekende brochure over klaar. Daarnaast willen we meewerken aan grotere initiatieven voor de eenheid. Met een sociaal programma. Eenheid om ervoor te zorgen dat de werkende mensen de crisis niet dubbel betalen. Eenheid om de miljonairs te doen betalen. Dat was ook de inzet van onze campagne voor de miljonairstaks. De vermogensbelasting is intussen door de congressen van het ABVV en van het LBC goedgekeurd en het Financieel Actie Netwerk wil op 29 september samen met het ABVV en het ACV ook een grote actie op het getouw zetten om het grote geld niet te laten ontsnappen."

en natuurlijk:

8.06.2010

Hoe meer gesplits: hoe duurder, hoe ondoorzichtiger, hoe complexer

De zogenaamde preformatie-periode, een soap van jewelste. Veel 'discretie' en wat heen-en-weer onnozelheid langs de imaginaire Vlaams/Franstalige breuklijn.


Tijdens deze vakantieperiode communiceert het ACV via een zomerblog. Een tof idee.

Nu post de Christelijke Arbeidersbewegingbeweging enkele bedenkingen bij deze preformatie. Enkele zeer rake passages:

geen sociaal overleg:
"Die discretie wordt al iets moeilijker wanneer de besproken materies het sociaal-economisch beleid betreffen. Daarover beslissen zonder raadpleging van de sociale partners is een ferm risico... Het systeem werkt, zo blijkt dat hoe lang de laatste jaren regeringscrisissen ook duren, niemand dit merkt aan de werking van de sociale zekerheid. Dus als politieke onderhandelaars eenzijdig beslissingen nemen die de structuur en de werking raken van een systeem dat toch nog altijd voor een groot deel door werkgevers en werknemers gefinancierd en door hen beheerd wordt, dan zijn de risico’s groot dat er stukken worden gemaakt."

niet over BHV?
"Merkwaardig is dat de kern van het probleem, namelijk een oplossing voor BHV nog ver af ligt. Of we zouden ons sterk moeten vergissen. Nochtans is deze noodzakelijk."

maar over de sociale zekerheid blijkbaar wel:
"Terwijl in BHV weinig evolutie is, is de sociale zekerheid aan de beurt. Het weefsel waar meer dan zestig jaar aan gewerkt en herwerkt is, maar nog steeds een mooi geheel vormt, lijkt nu met draadjes losgetrokken of losgehaakt, zeg maar uitgerafeld te worden. En dat is een tweede groot risico dat de politici nemen.

Het ACV, de CM, het ACW, wij hebben ons open en bereid verklaard voor een debat over de staatshervorming, zolang de mensen er beter van worden. Maar de huidige evolutie van het debat riskeert ons meer achteruit dan vooruit te brengen."

Hoe meer gesplits: hoe duurder, hoe ondoorzichtiger, hoe complexer

over werkeloosheid:
"Sommige onderhandelaars vinden dat aan de VDAB (Vlaanderen), de FOREM (Wallonië) en Actiris (Brussel), nu verantwoordelijk voor de arbeidsbemiddeling, ook controlebevoegdheden moeten worden gegeven. Met andere woorden, het is niet meer de federale RVA die dan controleert, maar de regio’s. Buiten het feit dat het op vraag was van de sociale partners indertijd arbeidsbemiddeling en controle uit elkaar te halen, omdat het echt wel over onderscheiden rollen en functies gaat, is dit voor een andere reden een brug te ver. Ook al gebeurt dit op basis van federale regels, toch zal de controle anders zijn of anders worden uitgevoerd en zeker verschillend worden aangevoeld. Dit is nu(niet meer)het geval, zowel formulering van regels als uitvoering van controle gebeuren door dezelfde instantie. Sedert enkele jaren loopt die over het hele land heel consequent en op dezelfde wijze.

De controle opsplitsen is een ontrafeling van het systeem. Over een paar jaren zal men inroepen dat de controle en dus de werkloosheidsgelden in het zuiden en het noorden verschillend worden gebruikt en zal men aandringen op de volledige splitsing.

Dat is wat sommigen nu al vragen: splits de RVA. Vooral om in Vlaanderen de werkloosheidsvergoeding in tijd te beperken en om er de brugpensioenen af te schaffen."

Worden de mensen er beter van?

"Het voornaamste argument tegen is dat de mensen er niet beter van worden. De complexiteit voor mensen en ondernemingen verhoogt, de eis tot eenzelfde toepassing van de SZ regels in noord en zuid wordt in feite ongedaan gemaakt. De financiering van de sociale zekerheid barst dan uit elkaar. En dit vergt in Vlaanderen, Wallonië en Brussel een nieuwe dure bovenstructuur. Meer kosten, meer lasten, meer middelen en ondoorzichtigheid zijn nu al met grote zekerheid te voorspellen. Hebben de betrokken politici al eens gedacht hoe we de tijdelijke werkloosheid verschillend zouden organiseren in de drie regio’s en wat dit voor werknemers en ondernemingen zou teweegbrengen: één grote malaise. Blijkbaar bekommert dat weinigen. Ons wel en wij zeggen het nu, nu negatieve effecten nog kunnen vermeden worden."

"En zo passeren alle takken van de sociale zekerheid één voor één de onderhandelingstafels, zoals de gezondheidszorgen en de kinderbijslagen. Ook daar is er voor ons maar één uitgangspunt: de mensen moeten er beter van worden."


"Het ACV wil daarbij niet aan de kant gaan staan en wil met kennis van zaken mee naar degelijke oplossingen zoeken. Zoals we zijn, niet ondoordacht maar bereid tot verantwoordelijkheid nemen. Zullen de politici ons die kans bieden? Dat is maar de vraag. Wij volgen nu op, evalueren in september. Maar de sociale zekerheid en de interpersoonlijke solidariteit geven wij niet op."

Lees het volledige artikel

5.26.2010

"le patriotisme, c'est l'amour des autres. Le nationalisme, c'est la haine des autres"

Phillippe Geluck, de ronduit geniale tekenaar van Le Chat, De Kat voor de vrienden, laat zich in Télémoustique uit over de politieke toestand van ons land.

"La vraie Belgique, celle de la diversité, du mixage linguistique et culturel, représente quelque chose pour moi. J'ai toujours dit et je continue de dire que j'aime la culture flamande et les Flamands."

"Je parle les deux langues, je crois en la richesse de l'intégration des cultures. Mais aujourd'hui, trop de Flamands se fichent de cela. Vous pouvez être parfait bilingue, ouvert à leur culture, vous serez toujours le francophone à exclure. Une fois de plus, malheureusement, on peut refaire un parallèle avec ce qui s'est produit en Allemagne: vous aviez beau être Allemand, parler la langue parfaitement, aimer Beethoven et Goethe, si vous étiez Juif, vous deviez être exclu. C'est là qu'on est dans l'apartheid, le racisme, la haine de l'autre. Tout ça m'est odieux."

"Disons que je suis patriote. Mais le patriotisme, c'est l'amour des autres. Le nationalisme, c'est la haine des autres. Je suis très triste de voir qu'au nord de mon pays, il y a de moins en moins de patriotes et de plus en plus de nationalistes."

"La 'doctrine Maddens', du nom de ce professeur d'université de la KUL qui préconise d'assécher l'Etat fédéral de ses ressources pour que, finalement, les francophones soient demandeurs de plus d'autonomie, c'est un écrit. Des décrets comme le "Wooncode" sont des mesures d'exclusion de type raciste, et c'est écrit! Tous ces écrits font froid dans le dos. Comme Mein Kampf aurait dû alerter l'opinion internationale. Tout était écrit!"

"Les Flamands pourraient encore empêcher la réalisation de ces doctrines d'exclusion et de haine par voie démocratique. Mais le pire, c'est que certains veulent vraiment les réaliser. C'est ça qui est devenu irrespirable. En Flandre, les nationalistes et les extrémistes tiennent le gouvernail. Et négocier avec ces gens-là, c'est entrer dans leur logique."

Op vraag wat zijn reactie zal zijn moest, na 13 juni, de N-VA de grootste Vlaamse partij blijkt te zijn, antwoorde hij:

"Je commencerai à regarder les annonces immobilières à l'étranger. Sans déconner! Ces gens me glacent. Est-ce que je pourrai encore vivre dans un pays où des nationalistes et des néo-fachos du Vlaams Belang façonnent les mentalités? Est-ce que, comme les Juifs dans les années 1930, je ne dois pas me dire: il est temps de quitter l'Allemagne?"


Lees trouwens ook het interview met Geluck in het weekblad Solidair uit 2006:

"De baas van Disney verdient in één maand een bedrag waarvoor een Mexicaanse arbeider 2.500 jaar moet werken. We zijn toch gemaakt van hetzelfde vlees en bloed, dezelfde chromosomen. Mensenbroeders, zei François Villon. Hoe kan je dat aanvaarden? Onfatsoen stuit me tegen de borst. Opzichtige luxe schokt mij. Ik zie mensen rondrijden in auto’s van miljoenen Belgische franken en ik zie mensen op straat bedelen. Dan klopt er toch iets niet. Ik kan ermee leven dat er geen maximum is, als er maar een minimum is. Iedereen moet in deftige, aangename omstandigheden gehuisvest, gevoed, gekleed zijn… Als iedereen dat heeft, dan mag er van mij ook een baas van Disney zijn. Geen probleem… Mij maakt het niet uit, ik ben nooit jaloers geweest op mensen die meer hadden dan ik. Als hij iets gerealiseerd heeft, als hij eerlijk is, niet bij de maffia hoort en anderen niet uitbuit, geen probleem. Als een Rolls Royce hem gelukkig maakt, prima. Maar niet naast mensen die sterven van de honger."


Philippe Geluck is geen vrijblijvende prater, op 6 juni zal hij te zien zijn op Belgavox. Allen daar heen trouwens!