Posts tonen met het label linkerzijde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label linkerzijde. Alle posts tonen

1.13.2016

Owen Jones over fierheid over de eigen geschiedenis

 Kameraden en vrienden, een tijdje geleden publiceerde solidair een gesprek tussen Peter Mertens en Owen Jones over links en haar communicatiestrategie.

vandaag een ander uittreksel:

Fierheid is belangrijk. Alle rechten en vrijheden die we nu hebben, zijn afgedwongen door strijd. Massa’s mensen hebben er een zware prijs voor betaald, en sommigen hebben er zelfs hun leven voor opgeofferd. Ervoor zorgen dat mensen opnieuw fier zijn op die geschiedenis, is een manier om te strijden tegen het patriottisme dat de rechterzijde voor haar eigen doelen manipuleert.   
Jeremy Corbyn werd aangevallen omdat hij onpatriottisch zou zijn, maar wat is er patriottischer dan onrecht te willen bannen uit je land? Er is niks patriottisch aan dat je in een van de rijkste landen ter wereld honderdduizenden mensen zo arm maakt dat ze geen eten meer kunnen kopen. Er is niks patriottisch aan dat je werkende mensen doet opdraaien voor een crisis waar ze niks mee te maken hebben.
Voor mij is die fierheid niet in tegenspraak met mijn internationalistische perspectief. Want ja, je moet internationale solidariteit opbouwen. De globalisering maakt dat nog noodzakelijker.
Links kreeg altijd al het verwijt dat het vijandig is tegenover het eigen land. En dat kun je gemakkelijk weerleggen door te zeggen hoe fier we zijn op ons verleden van strijd. Wij strijden in dezelfde traditie als onze voorouders en we zullen blijven vechten tot we een samenleving hebben opgebouwd die de belangen van de meerderheid dient, in plaats van de toplaag. Dat is waar onze voorouders voor vochten en wij gaan hun werk afmaken.

1.06.2016

Owen Jones over de nood aan linkse story-telling


Kameraden en vrienden, een tijdje geleden publiceerde solidair een gesprek tussen Peter Mertens en Owen Jones over links en haar communicatiestrategie.

een uittreksel:

Peter Mertens. U hebt het vaak over politieke strategie. In het neoliberalisme nemen denktanks daarin een belangrijke plaats in. Zij bereiden de neoliberale hervormingen voor en zorgen ervoor dat ideeën als ‘de overheid is inefficiënt’ verspreid geraken over de hele samenleving. Hoe kijkt u naar die ideeënstrijd? 

Owen Jones. Rechts communiceert vaak beter dan wij. Dat is de realiteit. Die denktanks duwen een soort “Overton window” door. Ken je dat? Dat is een concept van rechts in de VS. Het is genoemd naar Joseph Overton, die aan het hoofd stond van zo’n rechtse denktank. Het is een soort raamwerk van ideeën, en alles wat binnen dat raamwerk valt, is aanvaardbaar en een teken van gezond verstand. Alles buiten dat raamwerk is extreem, utopisch, misleidend ...
Maar dat raamwerk verschuift. Om een voorbeeld te geven: privatisering van de spoorwegen zou in de jaren 1970 compleet ondenkbaar geweest zijn – zelfs voor rechts – wegens te extreem, maar ondertussen is het zowat standaardbeleid overal. Wij moeten dat raamwerk terugduwen.
Ik denk dat links moet leren op een andere manier te communiceren, met ‘story-telling’, bijvoorbeeld, iets wat rechts vaak doet. Rechts zal, bijvoorbeeld, zoeken naar extreme verhalen over werkzoekenden met een pak kinderen, die toch een dure tv en een dure smartphone hebben. En het antwoord van links is dan vaak iets als: “O, maar slechts 0,7% van alle sociaal verzekerden kreeg het afgelopen jaar een schorsing.” Daarmee overtuig je dus niemand, hè.
Neen, dan vertel je beter het verhaal van Stephen Taylor uit Manchester, een werkloze ex-soldaat van 60 jaar oud. Hij verkocht bloemen om geld op te halen voor gewonde en verminkte oorlogsveteranen. Zijn uitkering werd vier weken lang ingetrokken omdat hij als vrijwilliger actief was voor een liefdadigheidsinstelling. Zo’n verhaal is veel effectiever dan een statistiek à la “in de laatste 18 maanden hebben een miljoen mensen hun uitkering verloren”.
In Groot-Brittannië is er nu een heel project waarbij sociale woningen verkocht worden. De overheid doet dat onder het motto “the right to buy”, het recht om te kopen. Nu, als je daartegen bent, krijg je te horen: “Jij bent dus tegen het recht van de mensen?” Dat is allemaal zeer slim bekeken, natuurlijk.
Rechts schuift echt zeer extreme ideeën naar voren, maar ze stellen ze voor als gematigd en logisch. Daar kunnen wij van leren.

Peter Mertens. Linkse denktanks voeren studies uit en schrijven dikke rapporten. Rechts heeft denktanks die ook nadenken over hoe ze hun boodschap het best kunnen communiceren naar een breed publiek. Hoe komt het dat links niet zulke denktanks heeft?  

Owen Jones. Er zijn ten eerste al veel minder linkse denktanks. Rechts heeft veel denktanks omdat grote bedrijven er veel geld in pompen om materiaal te leveren waar zij voordeel bij hebben. Die denktanks hebben het steevast over belastingverlagingen, minder rechten voor werknemers, privatisering. In Groot-Brittannië bracht een denktank een rapport uit over de privatisering van gevangenissen. En wie betaalde het onderzoek? Juist, bedrijven die actief zijn in beveiligingsdiensten en die al private gevangenissen uitbaten.
Vakbonden hebben een verantwoordelijkheid om goed uitgebouwde denktanks op te richten. Er bestaan linkse academici en economen, maar nu werken ze nog te veel elk op hun eigen eilandje. Dergelijke denktanks zouden die mensen kunnen samenbrengen om een goed onderbouwd alternatief uit te werken. Maar dan wel in een taal die mensen kunnen begrijpen.
Het is best ironisch, niet? Onze tegenstanders preken het individualisme, maar werken zelf op een erg collectieve manier. Terwijl wij pleiten voor collectivisme, maar we werken wel zeer individualistisch.

Peter Mertens. Binnen de PVDA hebben we zelf lang gesproken over het belang van communicatie, van taal en van beelden. De analyse komt eerst, en dat fundamentele studiewerk moet ook de basis blijven, want anders verval je snel in oppervlakkigheid en opportunisme. Maar daarnaast moet even veel tijd worden besteed aan communicatie, aan de vraag: hoe breng je nu een boodschap over? Want het is niet omdat je gelijk hebt, dat je ook gelijk haalt. Vaak wordt die tweede stap overgeslagen, omdat vele linksen dat blijkbaar minder belangrijk vinden. 

Owen Jones. We moeten onze tegenstanders in het defensief dringen, want daar zitten we zelf al te vaak. Ik citeer Ronald Reagan (Amerikaanse president van 1981 tot 1989, n.v.d.r.) niet vaak, maar hij zei: “When you’re explaining, you’re losing”, als je het moet beginnen uit te leggen, dan ben je de strijd aan het verliezen. Daar zit veel waarheid in. We moeten onze tegenstanders zo ver krijgen dat zij moeten uitleggen waarom hun beleid zou werken.
We moeten daarom ook beter uitkiezen welke strijd we aangaan. Nu zetten we vaak in op thema’s waarvan we weten dat we ze gaan verliezen. In Groot-Brittannië is er nu een debat aan de gang over de vermindering van belastingcredits. Drie miljoen gezinnen zullen hierdoor gemiddeld 1.350 pond per jaar verliezen. Dat is een thema waar we rechts kunnen op pakken: hard werkende mensen worden gestraft.

5.01.2015

1 mei: Peter Mertens over solidariteit, de 30-urenweek en een links dat durft

Kameraden en vrienden, het is den 1sten Mei. Traditioneel dé dag van de socialistische arbeidersbeweging.
Peter Mertens, voorzitter van de Partij Van De Arbeid, gaf volgende 1 Mei-speech. Daarin staan de prioriteiten voor de PVDA voor de komende periode.


Laten we 1 mei beginnen in Athene

Eén mei zal een strijddag zijn, alvorens het een feestdag zal zijn. Laten we deze eerste mei beginnen in Athene. “De redelijkheid lijkt zich eerder in Athene te bevinden dan in Brussel”, schreef Paul de Grauwe vorige woensdag in De Morgen.
Jarenlang diende Griekenland als laboratorium. Als laboratorium om te kijken hoe ver men kon gaan. Hoe ver men kon gaan in de afbouw van het sociale weefsel van het land. Hoe ver men kon gaan in de ontmanteling van de arbeidsmarkt. Hoe ver men kon gaan in de uitverkoop van de openbare dienstverlening.
Het saldo van dit experiment is verwoestend, beste vrienden en kameraden.
De helft van de Griekse jongeren is werkloos. Een vijfde van alle Grieken heeft niet genoeg geld om een appartement te betalen, om elektriciteit te betalen, om voedsel te betalen. Een derde van de bevolking heeft geen ziekteverzekering meer, en het hele systeem van gezondheidszorg zit aan de grond.
De Europese regeringen willen Griekenland op de knieën, om nadien de andere Europese volkeren op de knieën te krijgen.
De Grieken hebben neen gezegd. Ze hebben een regering gekozen om deze humanitaire crisis te beëindigen. Het ontbreekt de Griekse regering niet aan dadendrang. Met het minimumloon dat omhoog gaat, met mensen opnieuw toegang te verlenen tot water, tot elektriciteit, tot wonen. Tot de basisrechten kameraden, want zover is het gekomen.
Het zijn redelijke voorstellen, in naam van de menselijkheid, in naam van de kinderen die met honger naar school gaan, in naam van de mensen die geen ziekteverzekering meer hebben. Maar sinds eind februari is zo goed als elke lijst van sociale hervormingen door de Europese leiders afgewezen. De Europese regeringen, van welke schakering ook, houden halsstarrig vast aan de voorbijgestreefde en meedogenloze besparingspolitiek, aan het model dat alleen de 1 procent ten goede komt. Zij willen Griekenland koste wat het kost op de knieën, om nadien de andere Europese volkeren op de knieën te krijgen.
Griekenland heeft solidariteit nodig. En solidariteit, dat zijn geen nieuwe wurgleningen die enkel de grote banken en rijke oligarchen ten goede komen. Solidariteit betekent een schuldherschikking, zoals Duitsland die in 1953 ook heeft gekregen. En solidariteit, dat betekent dat, overal in Europa, wij de vastberaden stem van de menselijke redelijkheid laten horen tegenover het financieel en economisch extremisme van het Europese establishment.

De 30-urenweek: een 1 meivisie van links dat durft

Kameraden, wij moeten het huidige status-quo in Europa verlaten. Links heeft meer dan ooit nood aan een verhaal, een verhaal dat buiten de lijntjes durft te kleuren.
Wij moeten ons opnieuw inschrijven in een 1 meivisie van vernieuwing, in een 1 meivsie van links-dat-durft.
De eerste mei is ontstaan als strijd-dag voor arbeidsduurvermindering. Toen de mensen 12-uren en 14-urendagen klopten en de arbeidersbeweging een 8-urendag voorstelde. Precies 125 jaar geleden, op 1 mei 1890 werden, in de hele wereld actiedagen georganiseerd voor de 8-urendag.
Links heeft meer dan ooit nood aan een verhaal dat buiten de lijntjes durft te kleuren.
Iedereen verklaarde die eis toen als zotternij. Alles zou failliet gaan indien de arbeidsters in de textiel en de arbeiders in de mijnen minder lange dagen zouden kloppen. Niets daarvan. De pioniers van de arbeidersbeweging hebben doorgezet, en uiteindelijk in 1921 de 8-urendag afgedwongen.
Kameraden, wij moeten het debat voeren over de productiviteit. Die is ontploft sinds de jaren 1960. We produceren steeds meer met steeds minder mensen. Maar tegelijkertijd was er ook een explosie van burn-outs en van stress.
En dan kom je tot een enorme tegenstelling. Aan de ene kant: burn-out en stress als ziekte van de 21ste eeuw, mensen die zich te pletter lopen en geen tijd meer hebben. En aan de andere kant: meer dan 600.00 werklozen. Wij moeten over een ander arbeidsmodel durven nadenken.
De 30-urenweek is het Ringland van de arbeidsmarkt. Het is een positief voorstel.
Het is een gezond voorstel: het leidt tot minder depressies en burn-outs.
Het is een eerlijk voorstel: het leidt tot een betere verhouding tussen betaalde arbeid en huishoudelijke arbeid, en dus ook tot een betere verhouding tussen mannen en vrouwen.
Het is een creërend voorstel: het leidt tot meer tewerkstellingsplaatsen op een duurzame manier.
En, het is een democratiserend voorstel: het leidt tot meer vrije tijd om actief te zijn, om te lezen, om te studeren, om te sporten, om aan cultuur te doen, om betrokken te zijn.
Dat is wat vandaag al in Göteborg wordt toegepast. Dat is wat de Duitse vakbonden eisen, en ook steeds meer vakbondscentrales bij ons. Dat is ook wat de vrouwenbewegingen eisen, zoals Femma en het Vrouwen Overlegkomitee (VOK).
Dat is wat wij voorstellen op deze eerste mei. Ons inschrijven in de strijdbare visie van de pioniers van de eerste mei, met gedurfde voorstellen. Verdeel de arbeid, leve de 30-urenweek.

“Links moet strijdbaar zijn, en links moet ook genereus zijn.”

Tot slot beste vrienden en kameraden, moeten we spreken over de tax-shift.
We zijn zeven jaar na de bankencrisis. We hebben enorm veel betaald voor die crisis.
Als gezinnen. En als samenleving: bussen worden afgeschaft, bibliotheken gaan dicht, en men gaat de werklozen controleren, tot en met hun elektriciteitsgebruik. Dat is de ene kant van het verhaal.
En aan de andere kant van het verhaal zie je de straffeloosheid. LuxLeaks. SwissLeaks. Diamantairs die amper een halve procent belasting moeten betalen. Wij hebben geen tax-shift nodig van de Sheriff van Nottingham. Wij hebben een tax-shift nodig van Robin Hood: een miljonairstaks.


Dat de banken bijdragen en dat de miljonairs bijdragen, is niet meer dan elementaire democratie.

Ja, de eerste mei zal een strijd-dag zijn, alvorens een feestdag te zijn. Er is reden genoeg om te strijden. Tegen de indexsprong die een gezin al gauw 34.000 euro kost op 25 jaar, tegen de verhoging van de pensioenleeftijd met een lager pensioen erbovenop, tegen de verborgen maar daarom niet minder reële belastingverhogingen, tegen de sociale afbraak die deze regering aanhangt.
Strijden doe je echter niet alleen tegen, maar ook voor. Wij hebben een positief verhaal en een positief wereldbeeld. Links moet strijdbaar zijn, en links moet ook genereus zijn. Genereus links. Niet voor de postjes, niet voor het eigenbelang maar voor sociale en ecologische vooruitgang. Voor de invoering van een 30-uren-week, voor rechtvaardige belastingen met een miljonairstaks als eerste pijler. Voor een maatschappij die de waarde kent van openbare dienstverlening, en die respect opbrengt voor de dienstverleners. Voor het behoud van de Wet Major, maar eveneens voor goede arbeidsvoorwaarden in alle andere sectoren. Voor een maatschappij die met luide stem nee zegt tegen racisme. Voor een solidaire en open maatschappij waar uw medezeggenschap niet bepaald wordt door de dikte van uw portefeuille maar waar iedereen gelijk is. Voor een maatschappij die gaat voor een echte groene omwenteling, en die gezondheid laat primeren op oliedollars. Kortom voor een maatschappij van eerst de mensen, niet de winst.  

2.20.2015

linkse herbronning

Sociale verandering, een andere, rechtvaardige samenleving en vooral hoe er te geraken is een debat dat de linkerzijde al heel, heel lang bezig houdt.  De linkerzijde wordt vaak beschuldigd van starheid, onveranderlijkheid en dogmatiek, maar het debat woedt met de regelmaat van de klok in alle hevigheid. De laatste jaren is het debat naar een Europees niveau getild. Opmerkelijke verkiezingssuccessen van linkse formaties van allerlei slag in Frankrijk, Nederland en nu Griekenland en Spanje zorgen voor uitbarstingen van vreugde, scepsis, tandengeknars en verhitte discussies. Er worden altijd lezenswaardige analyses gemaakt en vooral lessen getrokken om de strijd voor sociale rechtvaardigheid in ons land te versterken. In de reeks schaduwparlement van Knack publiceerde Peter Mertens deze week een zeer interessante bijdrage aan dit debat.

Linkse herbronning is nodig. En dan valt er veel uit Spanje en Griekenland te leren. Een herbronning van onderuit, met de roots in de sociale actie, emanciperend. Een politieke herbronning ook met de ambitie om het Europese status-quo te doorbreken. Ik hoorde vorige week de oproep tot progressieve frontvorming van de bijna-beste burgemeester van de wereld, Daniël Termont (SP.A). 'De progressieve frontvorming is het monster van Loch Ness van de Vlaamse politiek', schreef een dagblad. Daarmee werd het voorstel meteen afgeserveerd, maar dat betekent niet dat het debat niet ernstig te nemen valt. De roep naar sociale verandering is groot, en de recente ontwikkeling in Europa bewijst dat er geen enkele reden bestaat om die roep aan rechts over te laten.

'Tic-tac-tic-tac, het uur van sociale verandering is gekomen', zo scandeerden bijna 100.000 Spanjaarden een aantal weken geleden op de bewolkte Madrileense Puerta del Sol. "Podemos cambiar la historia", we kunnen de geschiedenis veranderen, vertelde de charismatische Pablo Iglesias aan de Spanjaarden. 'In plaats van N-VA-kiezers met schoolmeestervingertje te veroordelen, loont het misschien de moeite om een deel onder hen te begrijpen' Net zoals in Griekenland. De afgelopen vier jaar werd het Griekse parlement haast maandelijks omsingeld door betogers tegen de regering. Vorige week zagen we een totaal omgekeerd beeld. Voor het eerst in decennia, wellicht voor het eerst sinds het omverwerpen van het kolonelsregime, stonden er vorige donderdag en zondag tienduizenden Grieken op de trappen van het parlement om de nieuwe regering te steunen. Na jaren van stilstand en verarming spoelde de politieke stroomversnelling de traditionele partijen Nieuwe Democratie en Pasok weg. Een scenario dat niet onmogelijk is in Spanje, waar Podemos de conservatieve PPE en de sociaaldemocratische PSOE het vuur aan de schenen legt.

Het is, denk ik, geen toeval dat de nieuwe, complexloos linkse partijen in Griekenland en Spanje van onderuit zijn opgestaan. Ze zijn niet het resultaat van een voorzittersverkiezing, of een komma-verandering in de politiek. Ik denk niet dat Podemos te begrijpen valt zonder de pleinbezettingen van de jongeren, zonder de honderden en honderden actiecomités in de wijken die opkomen tegen de uit-huis-zettingen door banken, of zonder de brede en creatieve acties tegen de privatisering van de Spaanse gezondheidszorg. Het hoeft geen betoog dat ook in Griekenland de sociale actie de laatste jaren erg breed en divers was. Zoals in de 19de eeuw de eerste socialistische partijen ontstonden in een bruisend kader van de opkomende arbeidersbeweging, van nieuwe vakbonden, mutualiteiten en coöperatieven, zo groeit vandaag ook op het Europees continent een nieuw alternatief uit de strijd zelf. Back-to-the-roots, om mensen te betrekken Het loont de moeite om onder de radar te werken, in de volkswijken, op de werkvloer, en overal waar mensen het moeilijk hebben. Daar is de bron voor een nieuw linkse politiek, maar dan moeten de hemdsmouwen wel opgestroopt. Om te luisteren waarom mensen het niet zien zitten om langer te werken, om te luisteren naar wat mensen zeggen over de wooncrisis en de schrijnende situaties in de zorgsector, om te luisteren naar de striemende kritieken op de postjesjagerijen en zelfbedieningspolitiek. In plaats van alle kiezers van de N-VA met een schoolmeestervingertje te veroordelen, loont het misschien de moeite om een deel onder hen te begrijpen. Ik spreek nu niet over diegenen die met twee of drie Jaguars door Schilde rijden, maar wel over mensen in de volkswijken op de Luchtbal, het Kiel of eender waar. Om op het terrein, samen met de mensen, een echt links alternatief te bieden. Zoals ook al die actiecomités in Madrid en Barcelona doen. Back-to-the-roots, om mensen te betrekken in plaats van aan hun lot over te laten. Het is niet toevallig dat de nieuwe Griekse regering, naast een hele resem sociale maatregelen, meteen ook een batterij democratische maatregelen heeft genomen, waarbij de bevolking wordt geconsulteerd bij de nieuwe wetgeving, en de zelfverrijkingspolitiek aan banden wordt gelegd. De politieke framing van het etiket 'extreemlinks' Uiteraard, wie uit het status-quo treedt, krijgt graag het etiket van 'extremist' opgespeld. Hij of zij die buiten het kader denkt. Op de tonen van Anthony Giddens is de klassieke sociaaldemocratie steeds verder naar het centrum opgeschoven. En wie links van de sociaaldemocraten opereert, mag het epitheton 'extreemlinks' er gratis in ontvangst bij nemen. Extreemlinks in Griekenland, extreemlinks in Spanje, extreemlinks in België, het is iets om nooit gewoon te worden. Hoe dat mechanisme van de klassieke retorica werkt, werd onlangs nog in De Groene Amsterdammer uit de doeken gedaan: "Door Syriza te koppelen aan 'extreem', worden Tspiras en zijn kiezers buiten de verlichte Europese orde van 'verstandige mensen' geplaatst. Uit onderzoek van de Amerikaanse neurolinguïst George Lakoff weten we dat dit soort 'frames' pas politiek effect sorteren wanneer ze eindeloos worden herhaald en zo breed ingang vinden. 'De verankering van een frame vereist eindeloze herhaling', schrijft Lakoff." Het zou iedereen sieren om die machtsframing van de 20ste eeuw achter ons te laten. Dat zal wellicht niet gebeuren, want daarvoor staat er te veel op het spel.

Er broeit heel wat in ons land, ook in Vlaanderen. Je krijgt geen 120.000 mensen op de been tegen een rechtse regeringspolitiek zonder dat er een brede sociale onderstroom bestaat. De Chicago-boys van Voka passen hun wiskundige hocus pocus toe om het succes van de algemene stakingen weg te schrijven, maar feit blijft dat de werkonderbrekingen in november en december tot de grootste van de laatste halve eeuw behoren. Mocht dat niet zo zijn, zouden Zuhal Demir en andere Annick De Riders (N-VA) ook niet zo panisch reageren op de mogelijkheid tot nieuwe sociale acties. Als Spanje en Griekenland ons iets leren, is dat precies in die sociale actie alle kansen tot herbronning aanwezig zijn. Links mag mensen niet reduceren tot kiezers, en passieve consumenten van politieke beslissingen. Dat is een elitaire redenering van salon-politici, die politiek beperkt tot een laag van uitverkoren beroepspolitici. Links moet emanciperend en inclusief zijn, en dat betekent dat het sociale terrein de basis is. Het is ontstellend hoe weinig linkse politici je in de volksbuurten, op het terrein of aan de stakerspiketten tegen komt. "De mandatarissen van de PS hebben geen voeling met de arbeiders en komen enkel op het terrein vlak voor de verkiezingen", vertelde ABVV-topman Marc Goblet aan L'Echo. Een progressieve frontvorming, is voor alles een frontvorming met de mensen in beweging, en geen kwestie van politique politicienne.

Dat die vulkaan nog steeds morrelt, is te zien in de afkeuring van het loonakkoord door ongeveer drie vierde van alle vakbondscentrales uit ons land. En ondertussen blijft de eensgezindheid groot om de hele politiek van het langer werken in vraag te stellen, om de indexsprong te verwerpen, en om een echte vermogensbelasting in te voeren, in plaats van de werkende klasse opnieuw te doen betalen door een BTW-verhoging. Dat betekent dat niet alleen de politiek van deze regering in vraag wordt gesteld, maar het politiek beleid van de laatste decennia. Hoe komt het dat financiële koterijen zoals de notionele interestaftrek nog steeds bestaan, en dat er - in tegenstelling tot in Frankrijk - nog steeds geen vermogensbelasting is? Hoe komt het dat de afbouw van het brugpensioen op de slagersplank blijft liggen, terwijl tienduizenden jongeren zonder job zitten? Waarom wordt er niet geluisterd naar vrouwenbewegingen zoals Femma, die opkomen voor een 30-uren-week, in plaats van mensen te laten werken tot ze erbij neervallen? Er zijn enorme mogelijkheden voor links in ons land, ook in Vlaanderen. Maar dan is het ook tijd voor politieke herbronning.

Ik denk dat we die herbronning enkel binnen een Europees kader kunnen zien. Het fiscaal debat - ik denk dan ook aan LuxLeaks en Swissleaks -, het eindeloopbaandebat, de arbeidsmarkthervorming naar Duits model, het liberaliserings- en privatiseringsbeleid van de afgelopen decennia, de commercialisering van de cultuur en het onderwijs, het gebrek aan sociaal ecologisch beleid zijn allemaal thema's die in de eerste plaats in Europa worden uitgetekend. De infernale besparingstrein die Mark Rutte en sociaaldemocraat Diederik Samson door de Nederlandse samenleving laten razen, verschilt in weinig van wat de regering Michel-De Wever doet. Het openbreken van de Italiaanse arbeidsmarkt door de regering van sociaaldemocraat Matteo Renzi, kent slechts komma-verschillen met wat de Spaanse conservatieve premier Mariano Rajoy doet. De hele Europese Unie zit vast in dat verhaal: "we besparen ons wel uit de crisis, en na het zuur zal het zoet komen." Het zuur kwam er, voor iedereen. Het zoet is slechts weggelegd voor die flinterdunne toplaag, wel eens beschreven als 'de één procent', maar eigenlijk zijn ze met veel minder.

De bewegingen van nieuw links in Griekenland en Spanje zijn niet alleen van onderuit opgestaan. Complexloos links is ambitieus. Zij stelt het kader van de Europese besparingspolitiek in vraag. De nieuwe Griekse regering slaagt erin om meer debat over de toekomst van Europa los te weken dan François Hollande en zijn veertien sociaaldemocratische collega-premiers samen. "Als je socialistische ideeën wil omzetten in de praktijk, moet je het status-quo doorbreken. Maar de macht ligt nu eenmaal bij hen die er alle belang bij hebben om het status-quo te behouden.", vertelde filmmaker Ken Loach onlangs in Knack. Dat betekent dat we een breuk maken met de huidige politieke oriëntatie in Europa. Dat we het status-quo doorbreken met een ambitieus plan om het slapende kapitaal in Europa te activeren. Om net nu te durven investeren in ecologische, sociale en industriële vernieuwing, om een politiek te voeren die vertrekt vanuit de noden van de mensen en van de planeet. Elke linkse herbronning die in die richting gaat verdient onze steun. Voor de herbronning van links tot een nieuw complexloos links van de 21ste eeuw, biedt Athene veel meer mogelijkheden dan we denken.

2.20.2013

"De linkse PvdA praat, de rechtse PvdA regeert"

Emile Roemer van de Nederlandse SP schreef een bijzonder hard opiniestuk over de Nederlandse sociaal-democratie. De parallellen met de Belgische sociaal-democratie zijn gemakkelijk te trekken. "Een partij kan links zijn, of een partij kan rechts zijn, maar niet allebei tegelijk" stelt Roemer. De trieste essentie van de zaak is dat partijen als de SPa gespecialiseerd lijken in linkse persberichten en altijd wel kritische progressieven partijleden uit de mouw weet te schudden rond de verkiezingen. Maar helaas wordt er steeds een beleid gevoerd waar de progressiviteit-in-de-feiten ver te zoeken blijkt.



Meer gemeenschapszin en georganiseerde solidariteit. Culturele verheffing en bestaanszekerheid. In het onderzoek 'Van waarde - Sociaal-democratie voor de 21ste eeuw' presenteert de Wiardi Beckman Stichting een klassiek sociaaldemocratisch programma. Het wetenschappelijk bureau van de PvdA kiest voor een linkse koers en neemt afscheid van de neoliberale politiek van meer markt en eigen verantwoordelijkheid.

Maar er is ook nog een andere PvdA, die eind vorig jaar een regeerakkoord sloot met de VVD. Daarin wordt de georganiseerde solidariteit verder afgebroken en worden mensen meer op zichzelf teruggeworpen. De linkse PvdA praat, maar de rechtse PvdA regeert.

De nieuwe oproep voor een meer linkse koers deed mij denken aan precies een jaar geleden. 'We moeten linksom uit de crisis komen', zeiden partijvoorzitter Hans Spekman en toenmalig partijleider Job Cohen in februari 2012. Ook toen moest het roer om: de crisis had bewezen dat de oude politiek, waarin het toezicht op de markten was afgeschaft en publieke voorzieningen uit handen waren gegeven, had gefaald.

In aanloop naar de verkiezingen van september schreef de PvdA een links programma en werd ook een linkse campagne gevoerd. Voor de verkiezingen riep Diederik Samsom samen met mij: 'de zorg is geen markt'. Maar na de verkiezingen stond hij toe dat in de zorg nog meer marktwerking wordt ingevoerd, het recht op zorg (AWBZ) wordt afgeschaft en de thuiszorg wordt afgebroken. Vóór september streed ik samen met de nieuwe PvdA-leider voor het behoud van de sociale werkplaatsen. Nu breekt een PvdA-staatssecretaris op termijn de WSW-bedrijven helemaal af.

Bouw
Voor de verkiezingen steunde de PvdA ons plan om miljarden te investeren in de bouw. Nu staat de PvdA toe dat miljarden worden weggehaald bij de woningcorporaties. Voor de verkiezingen zei de PvdA dat burgers niet meer zouden moeten bloeden voor het
falen van de financiële sector. Nu schuift een PvdA-minister het opkopen van SNS Reaal opnieuw af op de belastingbetaler. En dan heb ik het nog niet eens over de toegang tot het recht, dat wordt uitgehold, het afschaffen van een collectieve voorziening als de studiefinanciering of het verminderen van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek.

Kort nadat in 1994 de SP voor het eerst in de Tweede Kamer kwam, sloeg bij de PvdA de ideologische onzekerheid toe. In december 1995 - tijdens de Joop den Uyl lezing - nam Wim Kok afscheid van de ideologische veren. Dat betekende volgens de toenmalige PvdA-leider een 'definitieve verbreking met de ideologische banden met andere nazaten van de socialistische beweging'.

Dolend bestaan
Sindsdien leidt de PvdA een dolend bestaan. Telkens als de PvdA regeert, voert zij een rechts beleid. Tijdens de Paarse kabinetten van premier Kok (1994-2002) werden onder meer de woningcorporaties, het openbaar vervoer en de energievoorziening geliberaliseerd en werd de zorg voor zieken, arbeidsongeschikten en werklozen steeds meer overgelaten aan de markt. Terecht zei VVD-leider Frits Bolkestein destijds: 'Zij de premier, wij het beleid'.

Na het mislukken van Paars gingen in de PvdA stemmen op voor een meer linkse koers. Partijdenker Paul Kalma, die Kok nog had geïnspireerd om het socialisme voor altijd af te zweren ('Socialisme op sterk water', 1988), pleitte nu voor een terugkeer naar de klassieke sociaaldemocratie ('Links, rechts en de vooruitgang', 2004). Maar deze roep om terugkeer naar de eigen waarden sloeg slechts aan bij een deel van de partij.

De traditionele bestuurders in de PvdA bleven vasthouden aan hun neoliberale opvattingen. In 'Dit land kan zoveel beter' (2006) sprak toenmalig partijleider Wouter Bos vooral in neoliberale termen over 'eigen verantwoordelijkheid' en 'welbegrepen eigenbelang'. In Balkenende III (2007-2010) werden door de PvdA de afbraak van de sociale zekerheid en de vermarkting van de zorg dan ook met volle kracht voortgezet.

Wantrouwen
Als politici telkens het ene zeggen, maar het andere doen, voedt dit het wantrouwen van mensen in de politiek. Een partij kan links zijn, of een partij kan rechts zijn, maar niet allebei tegelijk. Een partij kan niet nieuwe waarden formuleren, zonder dat dit gevolgen heeft voor het beleid. Als de PvdA rechts wil regeren, kan ze zich niet blijven verschuilen achter linkse praatjes. Als de PvdA een linkse koers wil, zal dit ook gevolgen moeten hebben voor het beleid.

Roepen om meer gemeenschapszin, maar hard bezuinigen op de zorg. Pleiten voor georganiseerde solidariteit, maar de studiebeurs afschaffen. Mensen willen verheffen, maar hard bezuinigen op kunst en cultuur. Pleiten voor bestaanszekerheid, maar de werkloosheid laten oplopen. Het kan niet allebei tegelijk.

Rutte II is een minderheidskabinet, omdat het geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer. Dat betekent dat de regering zal moeten onderhandelen met de oppositie. Als Diederik Samsom de sociaaldemocratische waarden van de PvdA nu wel serieus neemt en de koers daadwerkelijk naar links wil bijstellen, staat bij mij de deur altijd open.
bron: SP.nl

4.01.2012

ruimte voor eerlijk links in Europa

Emile Roemer van de Nederlandse SP en Peter Mertens van ons eigenste PVDA staan in de GVA voor een heus dubbelinterview over de opgang van een eerlijk links in Europa. Zeer lezenswaardig en dus schaamteloos geript:



Links doet het weer goed in Europa. Een van zijn boegbeelden is Emile Roemer. De gemoedelijke leider van de vuurrode Socialistische Partij overtreft premier Mark Rutte en PVV-kopman Geert Wilders als populairste politicus van Nederland. Samen met PVDA-voorzitter Peter Mertens zocht De Gazet van Antwerpen Roemer op.

Na de rechtse fenomenen Pim Fortuyn en Geert Wilders heeft Nederland nu ook een linkse superster: Emile Roemer. Waaraan heeft deze schijnbaar doodgewone ex-onderwijzer uit Noord- Brabant zijn succes te danken? Roemer heeft blijkbaar de toverformule gevonden om de kloof tussen de politiek en de burger te dichten: doe maar gewoon.

Vrijdagmiddag, Den Haag. De Nederlandse regering met de liberale VVD, het christendemocratische CDA en gedoogsteun van PVV-leider Geert Wilders kraakt. Slaagt ze erin om overeenstemming te bereiken over een nieuwe besparingsronde, of valt het kabinet en komen er nieuwe verkiezingen? In dat geval wordt de SP misschien de grootste partij en boegbeeld Emile Roemer de volgende premier.

Dinsdagavond, het Binnenhof. Met een brede glimlach komt Emile Roemer zijn kantoor vlakbij de Tweede Kamer binnengestapt en schudt hartelijk de hand van zijn Vlaamse geestesverwant Peter Mertens. Ooit was dit de werkkamer van de legendarische socialistische premier Joop den Uyl. Ook andere toppolitici zoals Hans van Mierlo (D'66) en Roemers SP-voorganger Jan Marynissen waren er ooit thuis. Maar Roemer wordt er niet lyrisch van. "Ik ben een nuchter mens", zegt hij.

Op een plank in een kast staan de trofeeën voor 'Klare Taal 2010' en 'Politicus van het Jaar 2011', uitgereikt door het tv-actualiteitenprogramma EenVandaag. Sinds Roemer de SP leidt, heeft zijn partij de wind in de zeilen. "In de jongste peiling scoorde de VVD van Mark Rutte 31 Kamerzetels en wij net één minder", vertelt hij. "Maar peilingen zijn speeltjes, ik laat me er niet gek door maken."



Hoe verklaart u uw succes?

Emile Roemer: De SP heeft zich genesteld in het hart van de samenleving. Wij vertolken het geluid van de straat in de Kamer, we stellen voortdurend kritische vragen bij de gevestigde orde en de vele lobbyfabrieken. In tegenstelling tot de fi- guren achter de Haagse tekentafels, weten wij nog wat er op de werkvloer leeft.

Bezondigt u zich niet aan populisme?

Roemer: Als populisme betekent dat je weet wat er onder het volk leeft, dan heb ik daar geen problemen mee. Wij wijzen trouwens nooit iets af zonder er een alternatief bij te formuleren.

Blijft uw regering van VVD en CDA met de gedoogsteun van Geert Wilders overeind?

Roemer: Voorlopig nog wel, maar met heel veel pijn en moeite. Mark Rutte accepteert alle beledigingen van Wilders om in het zadel te blijven. Zoals onlangs nog, met dat waanzinnige plan van Wilders voor een meldpunt voor overlast door Oost-Europeanen. Rutte durfde het niet aan om dat plan af te schieten. Hij loopt voortdurend op eieren. Nu zijn er onderhandelingen bezig over een nieuw bezuinigingspakket van 9 à 16 miljard euro binnen de twee jaar. Ik hou mijn hart al vast.

Waarom slaan figuren zoals Fortuyn en Wilders zo makkelijk aan in Nederland?

Roemer: Omdat de kiezer zich wil afzetten tegen het establishment, na twintig jaar neoliberaal beleid en morele crisis. Jammer genoeg richten veel kiezers zich naar de verkeerde figuren.

Peter Mertens: Die afkeer van de traditionele partijen hebben wij in Vlaanderen ook beleefd, al is het verhaal van het Vlaams Belang nog wat complexer. En nu is het Bart De Wever die een deel van de antistemmen aantrekt. Ik vind dat bizar, want De Wever combineert zijn strijd tegen het establishment met een radicaal liberaal establishment-programma. Vroeg of laat zal hij toch moeten kiezen tussen die twee. Hoe dan ook, in Nederland is het de SP gelukt om veel stemmen terug te winnen op de antipolitiek. Ik heb daar grote bewondering voor. Want ik weet dat ook bij ons het kiezerspotentieel er is, maar je moet dat ook nog kunnen verzilveren.

Roemer: Ook in België is er ruimte voor een echte socialistische partij, voor eerlijk links. Diezelfde trend zie je ook in Frankrijk, Denemarken, IJsland, Finland, Cyprus ... Maar het moet groeien van aan de basis. Toen ik twee jaar geleden partijleider werd, was mijn eerste ambitie om binnen het jaar van 120 naar 200 lokale afdelingen te groeien. Politiek is veel meer dan interviews in de kranten of talkshows op tv. Wij besturen nu mee in twee provincies. Dat betekent dat we compromissen sluiten, we doen water bij de wijn. Maar die wijn moet wel te drinken blijven. Besturen is een middel. Het mag geen doel zijn, anders moet je er niet aan beginnen. Daarin verschillen wij van de traditionele partijen.

Roemer en Mertens

Volgt u de ontwikkelingen in de Belgische politiek?
Roemer: Niet goed genoeg om er een deskundig oordeel over te kunnen vellen. Maar ik ben wel blij dat zich links van de sp.a partijen beginnen te ontwikkelen zoals de PVDA en Rood!. Dat zijn de beste middelen tegen het VB en de N-VA.

De Wever, Fortuyn, Wilders ... Draait de politiek steeds meer om charismatische figuren, of is dat maar een tijdelijk verhaal?

Roemer: Nee, dat denk ik niet. Kijk maar naar de VS, daar worden tijdens een campagne al veel langer alle trucs van de personencultus uit de kast gehaald. Het heeft vooral te maken met de ontwikkeling van de media. De uitstraling van politici wordt steeds belangrijker. Ze doen maar, ik zal toch proberen om het met de inhoud van ons programma te halen. En in mijn verleden mogen ze gerust gaan spitten, ze kunnen hooguit ontdekken dat ik wel eens zonder achterlicht heb gefietst (lacht).

Mertens: Mijn moeder zei altijd: 'Wat er ook gebeurt, blijf met je voeten op de grond'. Groot worden, maar toch gewoon blijven: dat is de kracht van Emile

Roemer. Hij straalt tegelijk integriteit en tederheid uit. Tederheid in de betekenis die Jacques Brel eraan gaf: empathie als meest krachtige vorm van solidariteit. Roemer zal nooit een Binnenhof-bobo worden. Daarin verschilt hij van veel andere politici.

Roemer: Ik was laatst op werkbezoek in een groot ziekenhuis. Na de rondleiding vroeg een begeleidster: 'Waar heeft uw chauffeur de auto geparkeerd?'
Waarop ik zei: 'Bij de bushalte, maar de bus komt pas over tien minuten'. Je mag jezelf niet belangrijker gaan vinden omdat je in de politiek zit. Je zit er ook niet in voor jezelf, maar voor de mensen die jou het vertrouwen hebben gegeven.

Maar ondertussen wordt u misschien straks wel de volgende premier van Nederland.

Roemer: Ik heb geen persoonlijke ambities, alleen politieke. Mijn partij moet me maar neerzetten op de plek waar ik het best ben. Desnoods ga ik ons partijblad De Tribune vouwen (lacht).

Hoe komt het dat Nederland het economisch slechter doet dan België, ondanks de grote bezuinigingen van de jongste jaren?

Roemer: Omdat er fout bezuinigd is. De hele publieke sector is afgebroken. En nog meer besparingen zullen de economie nog verder doen krimpen en grote onrust veroorzaken in de samenleving. België zou het met een tekort van 2,8 procent op de begroting beter doen, maar is die prognose van jullie wel realistisch?

Mertens: (kwaad) Ik vind dat de situatie in België helemaal geen aanleiding geeft tot positieve geluiden. We hebben net voor 11 miljard aan besparingen gezocht, en met 100.000 werklozen onder de armoedegrens zijn we op weg naar een Duits model, waarin mensen een tweede en derde baan nodig hebben om aan de armoede te ontsnappen. Ondertussen bemoeit de Europese Commissie zich met onze soevereine bevoegdheden zoals de automatische koppeling van de lonen aan de koopkracht, via de index. Het beleid van de Commissie is tegen de Europese volkeren gericht. In Griekenland gaat ze vertellen welke ziekenhuizen, scholen en havens er moeten worden geprivatiseerd. En dat terwijl het beeld van de 'luie Griek' helemaal niet klopt. De Grieken werken langer en gaan later met pensioen dan wij.

Roemer: Ik ben zelf gaan kijken in Griekenland. De armoede is er gigantisch en er zijn nog nauwelijks sociale voorzieningen. Het geld dat nu zogenaamd naar Griekenland gaat, maakt hooguit een rondje rond de Akropolis en stroomt dan terug naar de Europese banken. Het sociale systeem wordt compleet afgebroken. En nu wil de Nederlandse regering ook die weg op.

Wat is de oplossing: weg met de euro en met de EU?

Roemer: De euro had nooit mogen worden ingevoerd. Dat hebben wij in 1999 al gezegd. Maar hem nu opheffen zou een enorme chaos veroorzaken. Wat we wel moeten doen, is ons verzetten tegen het neoliberale beleid van Europa, waarvan alleen de banken beter worden. En het is niet uitgesloten dat sommige Zuid-Europese landen zelf beslissen om uit de eurozone te stappen.

Welke recepten schrijft het socialisme van de 21ste eeuw voor?

Roemer: We moeten de economie democratiseren, want tegenwoordig hebben zelfs onze volksvertegenwoordigers nog weinig in te brengen tegen de dictatuur van de financiële sector. Nutsbedrijven worden geprivatiseerd, aandeelhouders van grote bedrijven gaan voor kortetermijnwinst in plaats van voor continuïteit. Hier in Nederland worden 12.000 postbodes ontslagen en via de achterdeur vervangen door studenten en huisvrouwen. Directeuren van woningbouwverenigingen verliezen het geld in hun beheer aan risicovolle investeringen en krijgen vervolgens ook nog een royale oprotpremie, zoals in Rotterdam is gebeurd.

Mertens: Volgens een rapport van Crédit Suisse heeft 0,5 procent van de wereldbevolking 38 procent van de rijkdom op aarde in handen. Economen zeggen dat dat nooit eerder in de wereldgeschiedenis is gebeurd. En de kloof wordt steeds groter.

Roemer: In Italië en Griekenland zijn regeringen gecreëerd door de financiële sector. We zouden er veel meer schande over moeten spreken en de straat op moeten om te knokken voor onze verworvenheden, zoals het stakingsrecht.

Leven we in een pre-revolutionair klimaat?

Roemer: (denkt na) We beleven de laatste stuiptrekkingen van het neoliberale beleid. Ik denk dat de mensen inzien dat het menselijker en socialer moet.

Mertens: De dichter Pablo Neruda schreef: 'Ze kunnen alle bloemen knippen, maar de komst van de lente kunnen ze niet tegenhouden'. Dat vat het mooi samen. Ik geloof in de kiemen van een linkse Europese lente. Laten we het hopen, want de alternatieven zijn dramatisch: ofwel de dictatuur van een onverkozen Europese macht, ofwel de terugkeer naar een eng nationalisme.

Meneer Roemer, aan uw muur hangt een foto van Martin Luther King. Is hij uw voorbeeld?

Roemer: King heeft een heroïsche strijd gevoerd tegen uitbuiting en discriminatie, hoewel hij de risico's heel goed kende. Ik hoop dat ik een klein beetje van hem in mij mag hebben. Heb jij ook zo'n voorbeeld, Peter?

Mertens: Doe mij maar Tijl Uilenspiegel, de kleine rebel met veel humor die tegen de Spaanse bezetter vocht. Die mag bij mij aan de muur.
Roemer: Heb je dan nog een foto van hem? (lacht)

Mertens: Om nog even terug te komen op King: zijn I have a dream blijft een grote les. We hebben mensen nodig met idealen en een moraal, die ons opnieuw leren dat samenleven niet alleen concurrentie inhoudt, maar ook samenwerking en empathie.

Roemer: Onlangs vroeg ik in de Tweede Kamer aan Mark Rutte wat de samenleving voor hem eigenlijk betekent. Hij kwam niet veel verder dan handel, economie en geld verdienen. Ik zei: 'Daar was ik al bang voor'. Voor mij draait een samenleving niet om een groep individuen, maar om mensen die samen-leven. Dat is de keuze die de Nederlandse bevolking bij de volgende verkiezingen moet maken: wil ze de samenleving van Rutte of die van Emile Roemer?



bron: http://www.sp.nl/nieuwsberichten/11677/120401-er_is_nog_ruimte_voor_eerlijk_links_in_europa.html

4.02.2011

linkse intellectuelen ten oorlog?

In deze tijden van oorlogsgeweld en vooral van verontrustend oorlog-enthousiasme bij nogal wat linkse intellectuelen, is het goed om nog eens een andere stem te laten horen. James Petras, Amerikaans progressief intellectueel, heeft nogal wat geschreven over oorlog-enthousiasme bij linkse intellectuelen rond Joegoslavië, Afghanistan en zelf Irak.

Enkele citaten die vandaag de dag nog zeer relevant zijn:

De eerste taak van de westerse intellectuelen is zich te verzetten tegen hun eigen imperialistische leiders en hun verovering van de wereld.
Geëngageerde intellectuelen die aanspraak maken op morele autoriteit, vooral als ze beweren kritisch te staan tegenover het imperialisme, hebben de politieke verantwoordelijkheid de manoeuvres van de machthebbers, de staat en de media te doorprikken. Zeker als het imperialisme van leer trekt tegen de schending van de mensenrechten in onafhankelijke derdewereldlanden. We hebben de jongste jaren te veel ‘progressieve’ westerse intellectuelen gezien die hun steun verleenden aan of zwegen over de vernietiging van Joegoslavië door de VS, over de etnische zuivering van meer dan 250.000 Serviërs, zigeuners en anderen in Kosovo en die zich achter de VS-propaganda voor een “humanitaire interventie” schaarden.

Alle intellectuelen in de VS (Chomsky, Zinn, Wallerstein, enz.) stonden achter de gewelddadige, door de VS gesteunde opstand van de integristen in Afghanistan tegen de lekenregering die de steun had van de Sovjet-Unie. Zogezegd omdat de Sovjet-Unie het land was ‘binnengevallen’ terwijl de fanatieke integristen die het land van over heel de wereld overspoelden ‘dissidenten’ waren die het zelfbeschikkingsrecht kwamen verdedigen – een geslaagde manipulatie, zoals voormalige raadsman van de staatsveiligheid Zbigniev Brzezinsky toegaf.

We hebben moeten vaststellen dat de intellectuelen tijdens de oorlogen tegen Joegoslavië en Afghanistan volledig gecapituleerd zijn. De meeste intellectuelen hebben die oorlogen niet alleen verdedigd, maar ook ondersteund door mee te doen aan de propaganda.

We hebben moeten vaststellen dat de intellectuelen tijdens de oorlogen tegen Joegoslavië en Afghanistan volledig gecapituleerd zijn. De meeste intellectuelen hebben die oorlogen niet alleen verdedigd, maar ook ondersteund door mee te doen aan de propaganda.

Afghanistan was misschien nog erger. Bush deed geen enkele moeite om bewijzen te leveren dat er een verband was tussen Bin Laden en 11 september. Toen de Taliban heel redelijk voorstelden om Bin Laden uit te leveren in ruil voor bewijzen, werd dat voorstel arrogant van de tafel geveegd. De intellectuelen identificeerden zich totaal met de regering. Zij boden geen enkele weerstand tegen de hysterische propaganda. De slogans van extreemrechts werden plots overgenomen door links. Iedereen die kritiek durfde te leveren, werd ervan beschuldigd anti-Amerikaans te zijn. Le Monde titelde op de voorpagina: "We zijn allemaal Amerikanen." Dat was heel typisch voor de sfeer onder de meeste intellectuelen.

In de VS is de breuklijn of je voor of tegen Bush bent. 90 procent van diegenen die tegen Bush zijn, is ook tegen Saddam. Ze zeggen dat hun oppositie tegen Saddam niets afdoet aan hun oppositie tegen Bush. Maar ik denk dat het Iraakse volk het recht heeft zich te verdedigen, zowel met als zonder Saddam. Je kan niet spreken over democratisering op het moment dat een land bedreigd wordt met een allesvernietigende imperialistische oorlog. Vergelijk het met het verzet tijdens WO II. Landen waar intellectuelen de interne problemen belangrijker vonden dan de nazi-dreiging, werden onder de voet gelopen. De fundamentele kwestie is die van de soevereiniteit. De antifascisten van de jaren '30 steunden wel keizer Hailé Selassié, een dictator, tegen de Italianen.

Het verzet tegen de oorlog moet dus centraal staan. Secundaire kwesties moet men op zo'n moment opzij kunnen zetten. Ieder anti-oorlogsplatform moet altijd voor ogen houden dat de grootste bedreiging de oorlog is. Er kan dus maar één slogan zijn: "tegen de oorlog". De nevenkwesties kan je dan nog altijd bespreken op debatten tussen de verschillende groepen.


In december 2001 publiceerde James Petras het volgende essay. Het is een tekst die bij alle progressieve intellectuelen boven het bureau zou moeten hangen.

De intellectuelen en de oorlog: van terugtocht tot capitulatie


De oppositie van de westerse intellectuelen tegen Washington's verwoestende oorlog in Afghanistan, is zowat in elkaar geklapt. Dat doet de vraag rijzen of het eind van een traditie van intellectuele oppositie niet een nieuw begin vereist, wat dan weer om een ernstige reflectie over het recente verleden vraagt.

Er waren al duidelijke tekenen dat de intellectuelen aan terugtocht dachten in het midden van de jaren zestig, toen velen de Vietnamoorlog steunden tot het duidelijk werd dat die oorlog niet te winnen viel en er verzet tegen ontstond. Maar begin de jaren zeventig lieten vele linkse intellectuelen hun kortstondige affaire met de onafhankelijke anti-oorlogsbeweging en antiracistische sociale beweging al vallen om terug te keren naar de Democratische Partij en zijn liberale vlaggendrager George McGovern.

De eerste onmiskenbare verschuiving naar de herontdekking van hoe deugdzaam het imperialisme wel is, kwam onder president Carter. De door de VS gesteunde dictators en koloniale heersers van Ethiopië, Nicaragua en vooral Iran waren omvergeworpen en er kwamen nieuwe radicale linkse regimes in Afghanistan, Angola, Mozambique en Guinee Bissau. De regering Carter lanceerde een nieuw militair offensief en kletste honderduit over de mensenrechten. Ze bewapende en organiseerde een hele resem reactionaire krachten om die nieuwe regeringen ten val te brengen of te ondermijnen. Er werden voor honderden miljoenen dollars wapens verscheept naar Savimbi in Angola, de contra's in Nicaragua, Renamo in Mozambique en de krijgsheren in Afghanistan. Tal van westerse intellectuelen werden vergiftigd door Carters mensenrechtenpraat.

Dit openlijk imperialistisch contra-offensief, dat de landen die in het vizier lagen vernietigde en alle progressieve hervormingen terugschroefde, werd goedgepraat als onderdeel van een mensenrechtencampagne. Aanzienlijk veel linksen stonden er achter. De massale VS-interventie in Afghanistan kreeg de steun van de Pakistaanse dictator generaal Zia en zijn geheime politie en van de Saudi-Arabische schatkist. De VS en zijn klant-staten recruteerden tienduizenden fundamentalistische vrijwilligers uit heel de Arabische wereld. Zij vernietigden gemengde scholen en lekeninstellingen; honderden leraressen van plattelandsschooltjes en boeren die tevreden waren met de hervormingen van de lekenregering sneden ze de keel over. De door de VS gesponsorde reactionaire opstanden van de krijgsheren en hun overzeese huurlingen verplichtten de linkse lekenregering in Kaboel ertoe de Sovjet-Unie om soldaten en andere militaire steun te vragen.

De VS-interventie en -contrarevolutie had twee doelstellingen: de linkse regering omverwerpen en de Sovjet-Unie in een uitputtende grondoorlog sleuren. Al die gebeurtenissen vormen een belangrijke context om het verraad van de westerse intellectuelen te begrijpen. Wat er echt gebeurde, is dat het linkse lekenregime in Afghanistan af te rekenen kreeg met terrorisme tegen de burgerbevolking, gesponsord door de VS, waarop de Sovjet-Unie tussenbeide kwam op uitnodiging van een aangevallen bondgenoot en buurland. Dit werd echter compleet verdraaid door de propagandamachine in Washington. De opstanden gesponsord door de VS heetten `sovjetinvasie in Afghanistan', de interventie door buitenlandse fundamentalistische huurlingen heette de vrijheidsstrijd van de Afghaanse mudjahedin. Zbigniew Brezinski, Carters Veiligheidsadviseur, blufte openlijk dat de militaire interventie van de VS al begon zes maanden voor de Russen in Afghanistan binnenreden en juist bedoeld was om het regime in Kaboel zo te verzwakken dat het verplicht was sovjetgrondtroepen te vragen.

Zowat alle linksen in het Westen en de meeste linksen in de Derde Wereld stonden achter Washington toen het de sovjetinterventie aanviel. Bijna geen enkele westerse intellectueel steunde het belegerde lekenregime in zijn campagnes voor gelijkheid van man en vrouw doorheen onderwijs en landhervormingen.

In hun opmars tegen de Afghaanse en Sovjetrussische troepen verkrachtten en moordden de achterlijke krijgsheren duizenden arbeidersvrouwen en verjaagden ze duizenden vrouwelijke dokters en onderwijzeressen, weg uit het platteland of onder hun burka.

Westerse feministen, zelfs marxisten, klaagden de contrarevolutie die door de VS was gesponsord niet aan en brachten niets in tegen de afschaffing van de hervormingen door de oprukkende fundamentalistische krijgsheren. Nee, zij stemden in met het anti-sovjet-koor. De meeste linkse sekten, de hele resem groepjes trotskisten, maoïsten en anarchisten versterkten met hun anti-sovjetgeblaat de campagne die door de VS was georchestreerd. Sommigen hadden natuurlijk kritiek op de mudjahedin vanwege hun excessen en zochten een derdeweg-progressieve-stamleider-krijgsheer.

De terugtocht van de westerse linkse intellectuelen tijdens `Afghanistan I' was strategisch belangrijk. Doordat ze gemene zaak maakten met de VS-belangen en het VS-beleid, haalden ze het begrip zelf van het imperialisme als hoofdkenmerk van de Verenigde Staten onderuit.

Dat `nieuwe denken', begonnen in 1980, zorgde ervoor dat veel westerse linkse intellectuelen imperialisme gingen zien als zomaar een politiek, niet als een structuur van macht en economische expansie. En een imperialistisch beleid was dan ook niet meer dan het resultaat van een welbepaald samenvallen van een aantal regeringsmannetjes. Of er nu een humanitair dan wel een imperialistisch buitenlands beleid was, hing dus af van de context, van bepaalde waarden en invloedrijke politici. De `nieuwe denkers' onder de westerse linkse intellectuelen trokken ten aanval tegen anti-imperialistische linksen en noemden hen on-Amerikaans of orthodoxe marxisten die nooit eens iets goeds vinden aan het VS-beleid. En een van die goede dingen was Washington's verzet tegen de sovjetinvasie. De westerse linkse intellectuelen stopten met hun kritische kijk en hun ernstig onderzoek naar waarom de door de VS gesponsorde opstand van de stammen gevolgd werd door een inval van de Sovjetunie. Na `Afghanistan I' schaarde een belangrijk deel van de westerse linkse intellectuelen zich achter het humanitair imperialisme.

Politieke strategen in Washington voelden dat hun succesvolle formule om zich te verzekeren van de steun van de westerse intellectuelen in de Afghaanse oorlog nog eens kon worden overgedaan. En ze kregen gelijk.

Washington rechtvaardigde zijn interventie in Grenada omdat de volksregering er bedreigd werd door de `stalinisten'. In Panama rechtvaardigde de VS hun invasie omdat Noriega een `narco-dictator' was. In de Golfoorlog trokken de VS ten strijde tegen de `nieuwe Hitler'. Het humanitair imperialisme sloeg alweer een aantal westerse linkse intellectuelen uit hun lood. Sommigen aarzelden en zegden dat ze zowel tegen de VS-troepen als tegen de dictator waren. Zij vergaten dat een imperialistische invasie een land én zijn zelfbeschikkingsrecht vernietigt terwijl dat toch een voorwaarde is om tegen een dictator te kunnen vechten.

De invasie van imperialistische troepen gelijkstellen met het verzet van een plaatselijke dictator tegen de bezetting van zijn land, dat werd het hoofdkenmerk van de westerse linkse intellectuelen die zich terug trokken en in moreel verval raakten. De theorie van "de pest en de cholera" vormde het breekpunt tussen het consequente anti-imperialisme en het humanitair imperialisme. De aard van het regime dat zich verzet tegen een imperialistische invasie, is secundair ten opzichte van de imperialistische verovering van de macht, en zeker voor intellectuelen van de imperialistische staten. De keuze is niet tussen humanitair imperialisme of derdewerelddictators maar tussen zelfbeschikking of herkolonisering.

De discussie over de oorlog begint met deze fundamentele keuze. De historische dynamiek van succesvolle imperialistische verovering in een bepaalde regio, leidt onvermijdelijk tot nog meer agressie en veroveringen van andere regio's. Het resultaat is onophoudelijke oorlogen en verwoesting van landen en continenten. Om die reden is de oppositie tegen lokale dictators ondergeschikt aan de strijd tegen het imperialisme.

Voor en tijdens de twintigste eeuw en vooral de laatste vijfentwintig jaar hadden de belangrijkste oorlogen een anti-imperialistische karakter. Washington begon met Grenada, dan Panama en Irak, dan de Balkan, Afghanistan en er zullen er nog meer volgen. Washington's oefeningen in imperialistische machtsuitoefening brengen elke keer meer verwoestingen aan, ook als je kijkt naar de gevolgen ervan.

Deze dynamiek van het historisch imperialisme gaat aan de westerse linkse intellectuelen voorbij, zij slikken gretig de humanitaire propaganda waar Washington en zijn media-spreekbuizen de wereld mee bombarderen; zij verliezen elk inzicht in de onderlinge relatie tussen de ene imperialistische oorlog en de andere.

Keerpunt voor de westerse linkse intellectuelen was de Golfoorlog. Dat was de laatste keer dat links weerstand bood, voor het plooide tijdens de barbaarse Navo-bombardementen en bezetting van de Balkan. Amper een paar dagen voordat president Bush sr. zijn militaire aanval inzette tegen Irak, waren de meeste linkse intellectuelen tegen die oorlog. Zij wilden een diplomatische oplossing en een vreedzame terugtrekking van de Iraakse troepen uit Koeweit of ze waren gewoon tegen een VS-interventie in het kader van de olie-strategie. Maar Washington's snelle en overdonderende militaire overwinning, met de hulp van de Europese kleine broertjes, zonder belangrijke verliezen in eigen rangen, zorgde ervoor dat een verdeelde publieke opinie nu een overwegende meerderheid werd die voor de oorlog was. De meeste westerse linkse intellectuelen die tegen de oorlog waren, werden het zwijgen opgelegd. Velen trokken zich terug of vervoegden het pro-oorlogskoor van de ex-linkse intellectuelen, die, met handen en voeten gebonden aan Israël's buitenlandse politiek, de oorlog toejuichten en zelfs een raid tegen Bagdad eisten.

De staatspropaganda stelde Saddam Hoessein voor als de baarlijke duiveln(de Arabische Hitler) en de bekeerde linksen namen dat over. Met alle gemak laten ze hun kritische intelligentie vallen en gaan ze helemaal mee in de opdeling en de bezetting van Irak's grondgebied, luchtruim en territoriale wateren en met de economische blokkade die genocidaire vormen aanneemt: er zijn 500.000 kinderen aan gestorven.

Het samensmelten van pro-Israëlische en pro-imperialistische gevoelens leidde tot een bijzonder bijtende intellectuele laag die de volle ruimte kreeg in de kranten en in de elektronische media. Hun persoonlijke aanvallen tegen principieel gebleven linkse intellectuelen dienden om aarzelende collega's te intimideren of hun kritiek in de kiem te smoren.

Eens te meer kwam de pest-of-cholera-retoriek naar boven. Honderdduizenden Iraki's werden de dood ingedreven, het land werd feitelijk gekoloniseerd en kreeg een economische blokkade opgelegd, VN-wapeninspecteurs spioneerden om plekken te vinden die gebombardeerd moeten worden maar dat werd allemaal gelijkgesteld met het dictatoriaal regime van Saddam Hoessein, die zijn land beschermde tegen totale verwoesting. De perverse politiek van "morele gelijkschakeling" is blind voor de historische logica van de toenemende imperialistische expansie en de groeiende macht en bereidheid om elk verzet tegen die expansie te vernietigen.

Irak was een test case voor het massaal inzetten van militaire kracht tegen een tweederangsmacht second level power (en dus geen marginale staat zoals Panama of Grenada). De VS-Navo-bombardementen en de invasie van Joegoslavië breidden de mogelijkheid om op te treden uit tot een Europese staat die zelf geen invasie had uitgevoerd, die een markteconomie en een verkozen meerpartijenregering had. In dit geval dienden interetnische conflicten _ aangevoerd door separatistische politiekers en aangemoedigd door de Navo-landen _ als voorwendsel voor een imperialistische interventie. Washington koos de kant van de Bosnische moslims en het Kroatisch profascistisch regime terwijl Duitsland de Slovenen steunde en het Albanees maffia-regime opteerde voor de aanhechtingsgezinde Albanese Kosovaren, allemaal opposanten van de multi-etnische Joegoslavische republiek onder leiding van de Serviërs.

Washington publiceerde eenzijdige, overdreven of zelfs uitgevonden verhalen over wreedheden en bloedige etnische zuiveringen door de Serviërs. Opzettelijk zwegen ze over de Servische burgers die de keel waren overgesneden door fundamentalistische moslimvrijwilligers in Bosnië of over de uitdrijving van 200.000 Serviërs uit de Krajina, dat toen bezet was door het Kroatisch leger.

De propaganda van Washington en de Navo, met zijn vreselijke beelden van echte of opgezette wreedheden had een immense impact op de publieke opinie en met name op de westerse linkse intellectuelen. Die steunden bijna allemaal Washington's humanitaire oorlog met zijn massale bombardementen op burgerdoelwitten in Belgrado, Kosovo en elders. Hospitalen, fabrieken, bruggen, passagiertreinen, radio- en tv-stations moesten er aan geloven. De westerse linkse intellectuelen jammerden zonder aarzelen mee om de Bosnische slachtoffers in Sarajevo en om de Albanezen in Kosovo over.

Hun morele en intellectuele blindheid weerhield de westerse linkse intellectuelen ervan te erkennen dat het grootste deel van de wreedheden in Sarajevo het werk was van de Bosnische moslims: zij bombardeerden hun eigen marktplein en doodden talloze winkelende mensen, om toch maar zeker te zijn van de sympathie van het Westen en om de Navo een voorwendsel te geven voor een militaire tussenkomst, "om de moslims te redden van volkerenmoord door de Serviërs".

Diezelfde morele en intellectuele blindheid gaf de intellectuelen in de ngo's een Navo-bewijs van `etische politiek', wat hen miljoenen dollar opbracht tijdens de `heropbouw'. Die ethische westerse linkse intellectuelen knepen een oogje dicht tijdens de VS-Navo-interventie in Kosovo en de daaropvolgende bewapening van het terroristische Albanees-Kosovaars bevrijdingsleger en het uitmoorden of brutaal verdrijven van honderdduizenden Servische burgers, Roma, christenen, Albanezen, Turken, Bosniërs en joden. De oorverdovende stilte en de verachtelijke verontschuldigingen vanwege de westerse linkse intellectuelen tegenover de terreurbombardementen van de Navo op Joegoslavië en tegenover de etnische zuivering door het UCK, luidden het einde in van de politiek van de westerse linkse intellectuelen zoals we die de vorige vijftig jaar gekend hadden.

De morele strip tease van de westerse linkse intellectuelen begon met de eerste Afghaanse oorlog toen de intellectuelen hun bovenkleren afgooiden: ze steunden niet het lekenregime in Kaboel maar de opstand van fundamentalisten die door de VS gesponsord waren. Dan trokken ze hemd en broek uit toen ze slinkse steun boden aan de imperialistische verovering van Irak ("er moest toch iets gedaan worden om die kerel te stoppen!"). In de Balkan stapten ze uit hun ondergoed: ze steunden de verwoestende oorlog tegen Joegoslavië en praatten als een papegaai het Pentagon na over de humanitaire oorlog (sommige trotskistische sekten stelden zelfs voor om wapens te kopen voor het UCK, ondanks hun handel in blanke slavinnen en drugs en hun etnische zuiveringen). Dit is een geval van mentale psychose in plaats van politieke reactie.

Pest en cholera... of de grote duivel

Washington's jongste oorlog tegen Afghanistan lokte het minst protest uit onder de intellectuelen van alle recente imperialistische oorlogen. Stilte en medeplichtigheid waren een gewoonte geworden. In de Balkanoorlog hadden de westerse linkse intellectuelen hun morele en politieke principes laten vallen. Ze waren niet langer in staat de samenhang tussen de verwoestende imperialistische oorlogen te analyseren. Ze bekeken elke oorlog als nog maar eens een humaan antwoord op tirannen, drughandelaars en terroristen. En al even erg: zij zetten een gelijkheidsteken tussen de globale agressie van een imperialistische tiran en het verzet van een plaatselijke autoritaire leider.

De intellectuele and morele basis van de politieke capitulatie was gelegd lang voor de eerste zeven ton bommen (daisy cutters in het ziekelijke jargon van het Pentagon) over Afghanistan werden uitgestrooid. Nog laffer was de intellectuele stilte rond de Palestijnse strijd. De westerse linkse intellectuelen lieten alle morele verantwoordelijkheid en politiek principes vallen toen ze vol afschuw het `geweld' in het Midden Oosten veroordeelden. Foltering, uitdrijving, uitmoording en verminking van zo'n 20.000 Palestijnen (christenen, moslims en atheïsten) en de vernietiging van duizenden huizen, olijfboomgaarden en fruitkwekerijen voor de kolonies werd afgewogen tegen de zelfmoordaanslagen tegen bussen en cafés door wanhopige gekoloniseerde mensen die niets anders hebben om zich te verdedigen tegen pantserwagens, gevechtshelikopters en tele-geleide raketten. Lafheid en morele leegte leidden tot stilte, morele dubbelzinnigheid en het laten vallen van de meest elementaire antikoloniale principes. Lafheid geboren uit schrik om voor antisemiet te worden uitgescholden door joodse fanatiekelingen en onvoorwaardelijke supporters van de Israëlische kolonisatie van de bezette gebieden en de verjaging van de gevangengenomen bevolking. Intellectuele lafheid tegenover de dagelijkse moorden en de geïnstitutionaliseerde foltering. Uit schrik voor hun agressieve pro-Israëlische collega's zeggen die westerse linkse intellectuelen dan: "Tja, het conflict in het Midden-Oosten is belangrijk voor hen maar ik hoef daar niet van wakker te liggen." Zo spreken de westerse linkse intellectuelen onder elkaar, zelfs als hun pro-Israëlische collega's er niet bij zijn. `Palestina', daar liggen ze niet van wakker omdat ze bang zijn een politiek etiket opgeplakt te krijgen, bang om uitgesloten te geraken op hun werk of in de media.

Die angst komt ook voort uit de propaganda van de staatsmedia en de vlaggenzwaaiende massa in het geval van Afghanistan. Na 11 september kwam 7 oktober, toen de president, met de steun van de twee partijen, het congres en alle massamedia, de oorlog verklaarde aan Afghanistan en de wereld confronteerde met zijn agressieve "je bent met ons of met de terroristen". En de meeste westerse linkse intellectuelen aarzelden geen moment: ze trokken hun uniform aan, salueerden en begonnen te discussiëren over doelwitten, terrorisme en nationale veiligheid. De `totale oorlog' (waarbij zowel burgerdoelwitten als militaire installaties gebombardeerd werden) werd een aanvaardbaar en zelfs uitgesproken onderdeel van de antiterroristische taal die de westerse linkse intellectuelen doordrong. Veel vroegere linkse critici aanvaardden de grondslagen van de oorlog: Bin Laden en een internationaal complot dat de steun had van Afghanistan, waren verantwoordelijk voor 11 september en Washington had het recht "zijn volk te verdedigen" _ door het Afghaanse volk te bombarderen. Sleutelelement in de ommezwaai van de westerse linkse intellectuelen tijdens de tweede Afghaanse oorlog was het feit dat de terroristische aanvallen tegen het World Trade Center en het Pentagon werden uitvergroot tot historische wereldgebeurtenissen, zonder weerga in de moderne geschiedenis zoals het klonk in de hyperbolische uitspraken in de massamedia van Washington en de VS, wat ruim echo vond in de rest van de wereld. In werkelijkheid was de dood van 2.500 à 3.000 mensen absoluut niet zonder weerga. Bijna evenveel Serviërs werden gedood of verdwenen in de handen van de terroristische UCK in Kosovo tijdens de Navo-bezetting. De Amerikaanse en Britse bombardementen en de blokkade tegen Irak maakten honderdduizenden doden onder de kinderen in minder dan tien jaar, zo'n duizend doden per week. En er zijn nog veel meer voorbeelden van politiek geweld aangevoerd door de VS waar veel meer doden bij gevallen zijn dan op 11 september.

Met andere woorden, het dodental was hoegenaamd geen menselijke tragedie zonder weerga. Toch marcheren de westerse linkse intellectuelen netjes in de pas, heffen ze de mantra van de massamedia aan en verspreiden ze de boodschap dat de VS-Navo-oorlog tegen Afghanistan een `juiste oorlog' is terwijl ze er zedig aan toevoegen dat die oorlog burgerslachtoffers moet vermijden. Oneerlijkheid als gevolg van lafheid: die intellectuelen weten heel goed dat de oorlog totaal zou zijn, dat alle soorten doelwitten er zouden moeten aan geloven, ook hospitalen, woonhuizen, vluchtelingenkampen enz. Hun voorbehoud ging ten onder in de vele stemmen die opkwamen voor "een rechtvaardige oorlog".

Bij een aantal intellectuelen van New York bracht 11 september totalitaire waarden aan de oppervlakte die voortvloeien uit hun onvoorwaardelijke steun aan de terroristische staat Israël. Seymour Hersh en anderen uit de liberaal-linkse literaire elite pleitten voor foltering van familieleden van vermoedelijke terroristen, en haalden de verwerpelijke methoden die de geheime politie van Israël gewoonlijk toepast als voorbeeld aan. De linksen die bekeerd waren tot imperialistische staatsterreur, zwaaiden paranoïde met het spook van nakende terroristische aanslagen om foltering als onderdeel van "nationale verdediging" te bepleiten.

Zelfs minister van Defensie Rumsfeld en minister van Justitie Ashcroft gingen niet zo ver als deze intellectuelen uit New York _ die `beperkten' zich er toe honderden Arabische verdachten op te pakken, ze schortten hun recht op bewijslast af en verdedigden het voorstel van president Bush om geheime militaire rechtbanken op te richten en executie mogelijk te maken voor wie door geheime processen zou worden veroordeeld.

De dubbelzinnigheden waar de intellectuelen van New York al jaren mee geplaagd zaten _ steun aan de Israëlische repressie tegenover de Palestijnen enerzijds, kritiek op militaire interventies van de VS elders anderzijds _ waren opgelost: nu konden ze de Amerikaanse oorlog tegen Afghanistan én de Israëlische slachting onder de Palestijnen steunen. De synergie van al dit ophemelen van geweld veegde de laatste kritische twijfels weg. New York's intellectuelen schaarden zich volop achter de oorlog. Ze propageerden een paranoïde visie op het alomtegenwoordige terrorisme, wat de permanente staat van oorlog onderbouwde. Totalitaire cultuurminnaars, die houden van Bach en hulde brengen aan de B-52'ers, die sjieke magazines uitgeven en grijnzen om Kaboel in puin, die klappen voor het Israëlisch Symphonisch Orkest maar zwijgen over de 6.000 Palestijnse kinderen die verminkt uit een vol jaar van repressie gekomen zijn. Hun visie is er een van cultureel totalitarisme en zal dat altijd blijven.

Als de intellectuelen van New York door toedoen van hun banden met de Israëli's tot de uiterst rechtse kant van de oorlogspartij van de westerse linkse intellectuelen zijn gaan behoren, dan zijn er nog anderen die zo hun eigen redenen vonden om hun capitulatie voor de imperialistische oorlogsmachine te rechtvaardigen. Feministen die eerst kant kozen voor de Carter-Clinton-oorlog tegen een emanciperend progressief lekenregime in Afghanistan (ze waren allemaal tegen de `Sovjetinvasie') steunden nadien de VS-oorlog tegen de taliban. Ze noemden die oorlog een kans om de vrouwen te bevrijden terwijl elke Afghaanse leider van de Noordelijke Alliantie (die de steun kreeg van de VS) in de praktijk de vrouwen onderdrukt. Een constante bij de westerse linkse intellectuelen is niet dat ze voor gelijkheid tussen man en vrouw zijn maar dat ze loyaal staan tegenover de globale VS-macht, in de hoop wat subsidies in de wacht te slepen voor hun ngo's.

Niet alle westerse linkse intellectuelen steunden de oorlog, of toch niet openlijk. Sommigen kwamen op de proppen met het argument van de `twee duivels': de aanslagen van 11 september stond voor hen gelijk met aanhoudende terreurbombardementen op een verarmd land. De dood van zo'n 2.500 Amerikaanse burgers, veroorzaakt door een nog altijd niet bewezen brein, stond gelijk met terreurbombardementen van 27 miljoen mensen, moord en foltering op duizenden burgers en oorlogsgevangenen, het verjagen van 3 tot 5 miljoen vluchtelingen. Theoretici van de `dubbele duivel' vinden dat het `principe' van het terrorisme telt, net het aantal slachtoffers. Voor imperialistische beleidmakers is het criteria niet hoeveel slachtoffers maar welke: één VS-slachtoffer is gelijk aan 100.000 Afghaanse vluchtelingen, 20 aandeelhoudersmaatschappijen gelijk aan 20.000 hospitalen, scholen, winkels en marktpleinen.

De fundamentele perversie van die morele gelijkstelling zit in beide zijden van de gelijkstelling: de staatsterreur van de VS is voor iedereen duidelijk, de andere kant is één groot vraagteken maar in elk geval is er niemand die het Afghaanse regime verantwoordelijk acht voor de aanslagen. Ze worden er hooguit van beschuldigd dat ze een onderkomen bezorgen aan de vermeende terrorist Osama Bin Laden. Het Afghaans regime bood zelfs aan te onderhandelen en de beschuldigde over te leveren aan een onafhankelijk internationaal gerechtshof als er feitelijke bewijzen werden gevonden. Maar zo'n bewijzen die hadden standgehouden voor een rechtbank zijn er nooit geweest, dat moest zelfs Tony Blair toegeven nadat hij een uitvoerige lijst van "bewijzen" had voorgelegd.

Het theoretische en morele punt is hier dat er geen gelijkheidsteken kan worden geplaatst tussen de schuld voor de oorlog en de terreur van "beide zijden". Een zijde, Washington, is schuldig aan massaal terrorisme op zijn weg naar een militaire overwinning; van de andere zijde, het Afghaans regime, is nooit bewezen dat het te maken had met enige terroristische gebeurtenis in de VS, het wilde zelfs een gerechtelijke procedure starten omtrent de verdachte op zijn grondgebied. De regering Bush gebruikt staatsterreur en dat is immoreel. De voorstellen van de taliban voor diplomatieke onderhandelingen over gerechtelijke bewijzen was een beschaafde en menselijke aanpak van een conflict tussen staten.

Als de westerse linkse intellectuelen zich baseren op valse veronderstellingen en daar immorele conclusies uit trekken, wie er dan gediend met die morele gelijkstelling? De westerse linkse intellectuelen zelf voelen zich er politiek door gedekt. Ze kunnen zich nu distantiëren van de verdedigers van de Afghaanse onafhankelijkheid en de imperialistische staat en zijn supporters gerust stellen: de taliban mochten best gebombardeerd worden door de VS. De gelijkstelling geeft hen boven alles politieke bescherming terwijl ze toch de oorlog kunnen bestempelen als de verkeerde methode om komaf te maken met de "misdaad" van de taliban. Ze gaan akkoord met de redenen voor de imperialistische agressie maar ze veroordelen de oorlogszuchtige respons. Dat de westerse linkse intellectuelen het Afghaans regime annex Bin Laden gelijkstelden met de aanslagen van 11 september gaf het publiek nog meer dat gevoel van gewonde natie. Nadat ze eerst meehuilden met terreurwaanzin in de media, klinkt hun kritiek op de oorlog niet erg consequent. Als ze eerst de staatspropaganda versterken, is het logisch dat hun twijfels over de oorlog slechts weinig mensen bereikt en nog minder mensen overtuigt.

Net als in elke vorige imperialistische oorlog vermijden de linkse opportunisten elk fundamenteel debat door zich toe te spitsen op secundaire aspecten om hun politieke hypocrisie te rechtvaardigen. Zij leggen alle nadruk op de slechte kanten van het beleid van het regime dat zich verzette tegen de imperialistische macht. Ze hebben het over de onderdrukking van de vrouw, het analfabetisme, de kindersterfte, het autoritaire karakter en de enge religieuze praktijken van het regime. Ze bekijken de reactionaire politiek van de taliban door een microscoop en bazuinen dan hun boodschap herhaaldelijk uit over heel de wereld. De echte boodschap is dat het regime niet beter verdient dat vernietigd te worden, de bomtapijten hebben een bevrijdend effect. De westerse linkse intellectuelen steunen de B-52'ers niet openlijk maar ze geven een contekst aan het geweld en staan dan handenwringend toe te kijken. De achterlijke krachten die de steun kregen van de VS en de massale vernietiging van het luttele sociaal weefsel dat er in Afghanistan bestond, wordt met de loep en alweer handenwringend bekeken. De westerse linkse intellectuelen ontlopen de fundamentele vraagstukken als zelfbeschikkingsrecht, antikolonialisme, het cliëntelisme dat door het imperialisme is opgelegd en de logica van de vroegere, huidige en toekomstige imperialistische invasies. Ze begraven die kwesties en houden zich bezig met discussies in de massamedia over de vrijheid van de geldwisselaars in Kaboel, de videoverkopers in Kandahar en de bordeelhouders overal.

En terwijl New York's intellectuelen in uniform raad geven aan de politie-ondervragers, in de handen klappen bij de bombardementen en oproepen tot een nieuwe oorlog tegen "de Arabieren", bieden de culturele bazen en acteurs in Hollywood hun diensten aan aan de militaire veroveraars. Op 3 december 2001 hadden meer dan 40 belangrijke film- en tv-bonzen en vakbondsleiders uit die sector een ontmoeting met Karl Rove, politiek adviseur van het Witte Huis en Jack Valenti, baas van de Motion Picture Association of America om te zien hoe de culturele industrie steun voor de oorlog kon ronselen in de VS en bij de troepen en ondertussen ook propaganda kon voeren in de rest van de wereld. Het eerste peloton van Hollywood's kruisvaarders _ inclusief George Clooney, Matt Damon, Andy Garcia en Julia Roberts _ trok naar de militaire basissen om de oorlogsgeest op de vijzelen. De sterren van het witte doek spelen een hoofdrol als propaganda-instrumenten voor de imperialistische oorlog. En hoe brutaal dat kan zijn bewijst David Keith, van de militaire film Beyond Enemy Lines, toen hij de matrozen van een vliegdekschip in de Arabische zee toesprak: "Jullie zijn onze vuisten om hen op hun smoel te slaan, jullie zijn onze tanden om hun keel over te bijten." (Financial Times, 2 december 2001, p.9)

Hollywood werkt aan een aantal films die uitdrukkelijk de oorlogslijn van Washington moeten uitdragen. Doel is de Amerikanen te overtuigen dat ze steun moeten verlenen aan de uitbreiding van de oorlog naar nieuwe gebieden, hen voor te bereiden op (zo nodig) offers door de VS-invasies voor te stellen als rechtvaardige oorlogen met een hoge kans op een overwinning. De propagandafilms zullen vorige oorlogen "opnieuw in zijn context plaatsen", zoals een Hollywood-producer het uitdrukte. Een film over de VS-invasie in Somalië stelt de Afrikanen voor als de aanvallers en de VS-troepen als de bevrijders. Hollywood speelt een belangrijke rol in de veroveringsoorlogen. De politieke boodschap van die films zal de imperialistische retoriek van Washington versterken: de imperialistische roofdieren zijn helden, de veroveraars worden mensen van vlees en bloed, er is zelfs plaats voor romance tussen veroveraars en hun slachtoffers, de verovering wordt iets nobels en niemand krijgt wat te zien van de folteringen en de verwoestingen. De films zullen de slachtoffers voorstellen als de beulen en de veroveraars als bevrijders. De plaatselijke collaborateurs worden patriotten.

Welk profijt haalt Hollywood uit die `vrijwillige' samenwerking met de staat? Als multi-miljardenbedrijven houden zij er natuurlijk dezelfde ideologie op na als de imperialistische beleidsmakers. Ze hopen ook munt te slaan uit de oorlogskoorts, door hoge kijkcijfers te halen. Kortom zij hopen dat het uitdragen van de staatspropaganda hen geen windeieren zal leggen. Radio en tv stappen sinds 11 september mee op met de oorlogsmachine. Een van de belangrijkste nieuwsomroepers, Daniel Rather van CBS, verklaarde openlijk dat hij "bereid is orders te ontvangen van president Bush". Televisie overspoelde de huishoudens en de kantoren met beelden, interviews en commentaren die de bombardementen boven Afghanistan goed praatten. Alle `negatieve nieuws' werd geweerd, alle burgerslachtoffers werden verzwegen of vergoelijkt, elk verzet in Afghanistan of elders werd afgekeurd. Alle bronnen voor het "nieuws" op radio en tv waren zonder uitzondering VS-ambtenaren, pro-oorlogsspecialisten of krijgsheren-cliënten. Hun bevooroordeelde commentaren versterkten de officiële politiek lijn van Washington. De massamedia censureren elke vermelding van medeplichtigheid of verantwoordelijkheid van de VS voor vroegere of huidige wreedheden zoals de foltering en de moord op 600 gevangenen in Mazar I Sharif. Geen van de media vertelt dat VS de fundamentalisten steunden in hun oorlog tegen het lekenregime in Afghanistan in de jaren '80. Geen woord over de samenwerking tussen Washington en de fundamentalisten in Bosnië, Kosovo, Tsjetsjenië en Macedonië in de jaren '90 en in het nieuwe millenium. Geen debatten over de 40 miljoen dollar subsidie voor de taliban in mei 2001, om een eind te stellen aan het kweken en vervoeren van opium. Bovenal vermijden de media een band te leggen tussen de miljoenen Afghaanse vluchtelingen en de bombardementen van dorpen en steden.

Geconfronteerd met die mediastorm, kruipen de meeste westerse intellectuelen in hun schelp van "de verschrikking van 11 september" _ als een excuus voor hun onwil om zich openlijk tegen de totale oorlog te verzetten.

Geconfronteerd met de tragedie van het Afghaanse volk _ veroorzaakt door de massale bombardemten en door de moorddadige raids van de krijgsheren-cliënten die het land aan stukken haalden en drugshandelaars en bandietenbenden loslieten op zelfs gewapende karavanen van rondtrekkende handelaars _ trekken de meeste westerse linkse intellectuelen die niet zijn bezweken voor de totalitaire verleiding zich terug in hun boeken, bibliotheken en kantoren. Cynisme of lafheid? Geconfronteerd met de monsterlijke misdaden tegen de mensheid verdiepen ze zich in hun mondaine wereldje.

Er zijn dissidenten, moedige intellectuelen en journalisten, zoals de Britse reporter Robert Fisk, een moedig boegbeeld van deze minderheid. Hij vraagt of er geen Oorlogsmisdadentribunaal moet komen voor de aanstichters van de Totale Oorlog. We wachten nog altijd op een antwoord van de westerse linkse intellectuelen.

Anti-oorlogsbetogers protesteren mar de massamedia zien het niet, Nieuw Totalitair Rechts maakt hen zwart, Franse intellectuelen zoals Bernard-Henry Levy en Jacques Julliard noemen hen anti-Amerikaans. Die intellectuele "vrienden van Amerika" zien alleen het Amerika van het imperium en niet de revolutionaire anti-imperialistische traditie.

Veel vroegere westerse linkse intellectuelen werken hun frustraties weg met chauvinistische praat over een "rechtvaardige oorlog". Anderen blijven worstelen met die morele gelijkstelling. De meesten trekken zich terug in apolitieke beschouwingen.

De westerse linkse intellectuelen zitten op een dood spoor. Hun huidige capitulatie wortelt in de anticommunistische reflex van begin de jaren '80 en hun zelfbegoocheling omtrent de humanitaire imperialistische oorlogen van de jaren '90. De totale oorlog buigen ze om tot een "rechtvaardige oorlog", hun morele plichten zien ze alleen in dienst van het imperium. Imperialistische oorlogen, zo schreef Sartre ooit, zijn de kanker van de democratie.

Een heropstanding van de westerse linkse intellectuelen zal méér vergen dan wat kritische intelligentie, er zal morele moed voor nodig zijn die het hoofd kan bieden tegen de makkelijke keuze voor de "twee duivels" en de morele gelijkstelling. De nieuwe linkse intellectuelen zullen moeten zeggen wat er gezegd moet worden over de koloniale staten, tegen de etnische gevoeligheden van hun collega's in. En boven al zullen ze moeten inzien dat zij in een imperium leven en dus een specifieke verantwoordelijkheid hebben: ontmaskeren dat imperiums geen humanitaire oorlogen voeren, alleen oorlogen tegen de mensheid.

3.27.2011

eensgezindheid en verdeeldheid over Libië

De oorlog tegen Libië kan, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de invasie in Irak, op ongemeen grote steun reken in België. Tot gejuich in sommige progressieve kringen beslisten alle parlementsleden om zich onder leiding van Crembo in te schakelen in de oorlog.

Het is zelf zo erg dat de Amerikaanse diplomatie stomverbaasd is over de eensgezindheid in de Belgische politiek (DeWereldMorgen.be)

Ludo De Brabander heeft een uitstekende analyse geschreven over de houding(en) van de linkerzijde in België.

Enkele treffende passages:

Linkse intellectuelen en activisten tonen zich verdeeld. Een niet onbelangrijk deel van hen toont zich voorstander van de no-flyzone als antwoord op een dreigende slachting van de rebellen door de troepen van het regime-Khaddafi.

In eigen land gaat Groen! heel ver. Wouter De Vriendt en Eva Brems 'juichen' de beslissing van de VN-Veiligheidsraad toe en vinden dat “het Belgisch leger zijn verantwoordelijkheid moet nemen”. In de persmededeling geen enkele aarzeling, geen vragen over de uitvoerders van de militaire interventie, de duur van de operatie, de vermeende doelstelling, mogelijke niet-militaire oplossingen en onze eigen verantwoordelijkheid als wapenleverancier en zakenpartner van het nu verguisde Khaddafi-regime.

Voor links lijkt het een verscheurende keuze: moeten we 'mensen aan hun lot overlaten' of toch liever steun geven aan westerse landen die zich op andere plaatsen en in andere tijden alles behalve humanitair hebben getoond en waarvan we weten dat ze ook over een verborgen geostrategische agenda beschikken.

En toch, dat deel van links dat zich achter de militaire interventie in Libië schaart, maakt een grote vergissing. Zij laten zich leiden door de illusie dat oorlog, waar het afdwingen van een no-flyzone op neerkomt, een oplossing biedt. Neen, oorlog is de kwaal die links moet bestrijden.

De militaire logica verscherpt de tegenstelling en vreet de ruimte voor een politieke oplossing op. In de media mogen kolonels en generaals de glorie uitspreken over de heldhaftige moed van 'onze jongens' en worden sceptici van de oorlogstrom naïviteit of in het ergste geval onverantwoordelijkheid verweten.

In tegenstelling tot wat men doet geloven, waren de niet militaire middelen zeker niet uitgeput. Begin maart al stelde de Venezuelaanse president Hugo Chavez voor om te bemiddelen onder het oog van een internationale commissie. De Libische regering aanvaardde het aanbod, maar de rebellen weigerden met de woorden dat “ze nooit met 'hem' willen onderhandelen”.

Links moet beseffen dat het portretteren van oorlog als een humanitaire interventie, een contradictio in terminis is. Alleen het militair-industrieel complex vaart er wel bij.
Lees het volledige artikel.

Michel Collon, journalist, heeft evenzeer een excellente analyse van de gebeurtenissen.




The Dialy Show geeft de Amerikaanse houding in het Midden-Oosten prachtig weer:

The Daily Show With Jon StewartMon - Thurs 11p / 10c
America's Freedom Packages
www.thedailyshow.com
Daily Show Full EpisodesPolitical Humor & Satire BlogThe Daily Show on Facebook


Wie echt eens wil lachen, de immer geniale comedian Glenn Beck:

5.24.2010

"van verrechtsing is geen sprake"

Ook bij onze Noorderburen zijn het binnenkort verkiezingen. Ook daar scoren rechtse partijen van het al dan niet populistische soort behoorlijk veel. Gelukkig zijn er ook stevige linkse formaties. Mensen die mij al een tijdje volgen weten dat ik een serieus boontje heb voor de SP.
Arjan Vliegenthart schreef een bijzonder interessant opiniestuk over de vermeende verrechtsing van de maatschappij. Een aanzet die, me dunkt, zeker voor ons ook opgaat. Omdat Nederland een tamelijk onbekende buur is, een woordje uit over Vliegenthart, 31-jarige doctor in de politicoloog, SP-senator, redacteur van het SP-tijdschrift Spanning, lid van het wetenschappelijk bureau van de SP en nauw betrokken bij de progressieve christelijke organisatie 'Kerk en Vrede'.

Hij schreef het stuk op basis van een studie door Maurice de Honde, die hielden een representatieve steekproef onder meer dan 1200 deelnemers, in opdracht van de SP.

Enkele opvallende zaken:

"Linkse standpunten zijn populairder dan de afgelopen tijd werd aangenomen. En veel kiezers van GroenLinks en PvdA willen dat hun partijen naar links kijken."

"Van de 20 voorgelegde SP-kernpunten krijgen er 19 steun van meer dan de helft van het electoraat. Daaronder spraakmakende SP-voorstellen als het houden van de AOW-leeftijd op 65 (55% totale electoraat voor), een stop invoeren op marktwerking in de zorg (67%), geen JSF-vliegtuigen aanschaffen (75%), het laten bijdragen van banken in de kosten van de financieel-economische crisis (85%) en een verbod op bonussen bij banken met staatsteun (92%).
Evenzo is er veel steun voor invoering van een 65% toptarief voor inkomens boven dat van de minister-president (57%), inkomensafhankelijke kinderbijslag (69%), een 5%-verhoging van het sociaal minimum (59%). De voorstellen van de SP op het terrein van de zorg doen het ook goed bij het hele electoraat, zo stelt het onderzoek van De Hond vast. Brede steun is er voor het afschaffen van het eigen risico in de zorgverzekering (58%), het invoeren van een inkomensafhankelijke zorgpremie (60%) en het behoud van het zorgverzekeringspakket (82%)."

"Veel zwevende kiezers lijken zich thuis te voelen bij links progressieve standpunten. Aan de SP en alle potentiële bondgenoten, die echt over links willen, om hier de komende drie weken werk van te maken en deze zetels ook daadwerkelijk binnen te halen!"

Moest je in België een serieus onderzoek naar de standpunten van de mensen, hoeveel denk je dat er 'langer werken' als goed idee zullen aanduiden? Nochtans schuiven zowat alle partijen die naar voren.

Ik ben bijzonder optimistisch wat die zogenaamde verrechtsing betreft, maar dit betekent helaas niet dat rechts niet bijzonder goed zal scoren. Links heeft nog bijzonder veel werk voor de boeg.

2.14.2010

Vander Taelen is geen racist!

Luckas Vander Taelen, grote goeroe van het linkse denken in Brussel en vooral 'geen racist' (naar eigen zeggen), heeft een opiniestuk geschreven over ... zichzelf.

Hoe mooi is dat niet, een opiniestuk schrijven gewijd aan jezelf, waarin je tekeer gaat tegen 'de dogma's van het politiek correcte denken', tegen de 'extreemlinksen' en 'het marxisme'.

Man toch, het is toch intriest dat Groen haar politiek laat bepalen door dergelijke typen.

"De onvermijdelijke evolutie naar een multiculturele maatschappij hoeft niet te betekenen dat wij niet langer moeten verdedigen wat wijzelf belangrijk vinden."

'de onvermijdelijke evolutie', niet dat een multiculturele samenleving positief is of zelf maar gewenst, integendeel, maar ja, het is onvermijdelijk.

En wat is dat dan 'wat wijzelf belangrijk vinden'? Is er iemand die mij kan zeggen wat 'de belg' of zelfs 'de brusselaar' belangrijk vind? En of dit nog maar enigszins verschilt van wat 'de rest' van de mensheid vind?
Tenzij meneer Vander Taelen zijn eigen denkbeelden naar voren wil schuiven als datgene 'wat wijzelf belangrijk vinden'.

"Het strenge denkkader van dat fundamentalisme leunt aan bij de marxistisch-leninistische rigiditeit van revolutionaire bewegingen waarin sommige linkse denkers politiek opgegroeid zijn en waarvan ze de sporen blijven dragen. Beide ideologieën hebben gemeen dat ze dat ze simplistische analyses maken van grote problemen."

Amai, een tirade tegen het politiek-correct denken, tegen dogma's en nu tegen het marxisme dat even 'simplistisch' is als 'het fundamentalisme'. Over wat 'hét fundamentalisme dan wel zou zijn is mij een raadsel.

Alsof het overnemen van de extreem-rechtse dogma's een oplossing zou zijn.

"Links mag de historische fout niet maken om te blijven geloven in zijn eigen grote gelijk en moet zijn wereldbeeld durven aan te passen."

Neen, links moet beginnen te geloven in het grote gelijk van rechts. Driewerf Houzee! Lang leve het niet-dogmatische extreem-rechtse denken! Tijd voor het opschorten van de grondwet, tijd voor complete zero-tolerantie! Tijd voor het leger in de straten!



Lieven Soete, overtuigd Brusselaar, formuleerde volgende bedenking:
"Zoals alle predikers bent u duidelijk vooral bekommerd om uw imago: mag of moet u nu "links" ofwel "rechts" genoemd worden. Dat zal de 330.000 Brusselaars die onder de armoedegrens leven worst wezen. Als ze ooit genteresseerd raken in u, dan is het om wat u doet en als politieker voorstelt om te doen om hun problemen mee op te lossen. Heeft het opdelen van mensen in kapelletjes of “identiteiten”, in “onze” en “hun” cultuur al ooit bijgedragen om problemen op te lossen? Raar genoeg slaat deze ijver om te verdelen meestal om in huiver en weigering, als het om de zichtbaarste opdeling gaat: tussen arm en rijk."