Posts tonen met het label index. Alle posts tonen
Posts tonen met het label index. Alle posts tonen

9.05.2012

indexo!

Kameraden en vrienden, de index staat nog steeds onder permanent vuur. Reden ten over voor het ACV om de campagne 'indexo' te lanceren.



De automatische indexering zorgt ervoor dat je loon, pensioen of sociale uitkering de stijgende levensduurte volgt. Als diensten en goederen duurder worden dan zal dankzij de index je inkomen aangepast worden. Dat is ook nodig. Voor de winkelkar die vorig jaar aan de kassa 100 euro kostte, betaal je dit jaar al makkelijk 103 euro. Als je loon of uitkering dan niet wordt geïndexeerd, zou je dus eigenlijk 3% armer geworden zijn.

Een schitterend systeem. Je kan natuurlijk ook proberen de lotto te winnen of op alles en nog wat te besparen. Maar van de index ben je zeker.

En toch is er vanuit bepaalde kringen heel veel kritiek op de index.

Onterechte en onjuiste kritiek. Want de loonindexering beschermt ons inkomen en de economie in deze crisistijden.


Op indexo.be vind je volgende lezenswaardige teksten:

6.08.2012

vakbondsbashing en 'illusoire koopkracht'

Ferre Wyckmans, algemeen secretaris van de bediendencentrale van het ACV, publiceerde in het nieuwste nummer van Ons Recht enkele zeer rake opmerkingen:

Het leek erop alsof we alles hadden gehad, maar sommige werkgeversvertegenwoordigers en politici wisten ons uitgerekend op Rerum Novarum nog te verrassen met spitante antivakbondsuitspraken. De prijskamp voor de twee strafste uithalen naar de vakbond is bijna geëindigd op een ex-aequo. Maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat er bij nader inzien toch nog een winnaar is aan te duiden. Zelfs zonder fotofinish.

Op een erg verdienstelijke tweede plaats – derde plaatsen delen we niet uit, we gaan alleen voor het zuivere edelmetaal – eindigde Alexander De Croo, de voorzitter van Open VLD. Zijn partij slofte sinds de jongste verkiezingen van de ene sukkelstraat in de andere en afgaande op de opiniepeilingen zijn de onweerswolken nog niet weg boven de Gentse Melsenstraat.

Het feit dat ACV-voorzitter Marc Leemans en ACW-voorzitter Patrick Develtere ter gelegenheid van Rerum Novarum nog maar eens duidelijk het puntje op de i van index zetten kon niet zonder reactie van De Croo blijven. De Croo jr. vond het ‘een goede zaak dat er eens iemand anders de indexdiscussie op de agenda plaatste’. Ook als stand-upcomedian gooit deze partijvoorzitter geen hoge ogen. Met de index lachen we niet. Slechte quote en flauwe grap dus.

Maar de meest forse indexsprong staat op naam van Caroline Ven en Geert Janssens van het ondernemersplatform VKW. Zij verklaarden in De Morgen dat de christelijke arbeidersbeweging de echte geest van Rerum Novarum (‘Over nieuwe dingen’) niet begreep en zelfs verraadde. Hola zeker ?! Leo XIII legde in zijn encycliek inderdaad ook de klemtoon op ‘samenwerking’ tussen werkgevers en werknemers. Maar hij was vooral bezorgd over de verbetering van de rechten van werknemers.

Potsierlijk

De argumentatie van de twee VKW’ers is even potsierlijk als onjuist. Vermits het IMF, de Nationale Bank en de Europese Commissie de automatische loonindexering een ongezond idee vinden is het niet verstandig om het tegenovergestelde te beweren, zeggen ze. Verder noemen ze de indexering ‘asociaal’ omdat de index zou neerkomen op ‘illusoire koopkracht’. Illusoir? Hier volg ik niet meer, mijn verstand heeft blijkbaar zijn limieten.

Ongehoord toch dat werkgeversorganisaties denken de erfenis en de interpretatie van Rerum Novarum te kunnen claimen. Onze erfenis is niet beschikbaar. En onze index ook niet.

3.23.2012

Over de index, vertrouwen en macro-economische alchemie

De index, het blijft een heet hangijzer. Vandaag brengen we een uiterst lezenswaardige analyse van een goeie vriend uit de studententijd, Olivier Pintelon.
Hij schreef deze analyse voor het interessante online tijdschrift Poliargus. We nemen het hier gewoon integraal over.


Over de index, vertrouwen en macro-economische alchemie

De index blijft aanwezig in het politieke debat. Hoewel het regeerakkoord duidelijk zegt dat de index ‘gehandhaafd’ zal worden, blijven verschillende maatschappelijke actoren de aanpassing van de index op de politieke agenda plaatsen. Ook onderzoekers mengen zich in het debat. Zo bracht professor economie Joep Konings – samen met collega’s – een studie uit waaruit moet blijken dat een indexsprong zo’n 32 000 jobs zou opleveren (de studie kan u hier nalezen). Hier enkele kanttekeningen bij de studie.

Allereerst lijkt de studie enigszins politiek gestuurd te zijn en is de timing van het verschijnen van de studie op zijn minst verdacht te noemen. Prof. Konings bekleedt immers een ‘VOKA leerstoel’ en heeft al eerder onderzoek verricht in opdracht van verscheidene werkgeversorganisaties (waaronder ook het VBO). Dat is op zich geen inhoudelijke kritiek, maar het zou de pers op zich sieren mocht dat ook vaker aan bod komen in de berichtgeving.

Positieve en negatieve effecten: over- en onderschatting

Volgens de studie heeft de indexspong enerzijds een positief effect op de werkgelegenheid doordat de loonkost zou dalen in vergelijking met het buitenland, maar anderzijds ook een negatief effect omdat de koopkracht en dus ook de verkoop van bedrijven daalt. Het is opmerkelijk dat de resultaten over de zogenaamde ‘loonkostenelasticiteit’ – de mate waarin een loonkostdaling samen gaat met een stijging in de werkgelegenheid – in deze studie niet overeenkomen met eerdere Belgische en internationale studies. Zo vinden ze in de studie van Konings dat een loonkostdaling van 1% samengaat met een stijging van de werkgelegenheid van zo’n 0,72%. Een recente studie van de onderzoekers aan de HUB vonden echter dat een loonkostdaling van 1% in België samengaat met een stijging van de werkgelegenheid van zo’n 0,13% (Laenen, Persyn, & Moons, 2011). Deze laatste cijfers liggen in de lijn van internationaal onderzoek van Evers, De Mooij & Van Vuuren (2008). De HUB studie concludeerde als volgt: “In tegenstelling tot studies op basis van microdata, waar men over het algemeen hogere loonelasticiteiten vindt, kunnen op basis van deze studie geen doorslaggevende elementen gevonden worden die de bestaansreden van het huidige loonindexeringsmechanisme in vraag stellen.”

Naast een overschatting van het positieve effect van een indexsprong op de werkgelegenheid, denken we tevens dat het negatieve effect van een indexsprong op de consumptie onderschat wordt. De onderzoekers gaan ervan uit dat een indexsprong geen groot effect zal hebben op de consumptie om verschillende redenen: ten eerste zijn consumptiepatronen relatief stabiel, mensen verminderen eerder traag hun consumptiepatroon als hun koopkracht daalt. Ten tweede zou een aanpassing van de lonen aan de index (door Konings verkeerdelijk een ‘loonsverhoging’ genoemd) vooral resulteren in een hogere spaarquote, omdat mensen zouden anticiperen op een hogere werkloosheidskans. Ten derde zou een indexsprong zorgen voor méér consumptie omdat mensen extra vertrouwen zouden krijgen omdat ze weten dat er nieuwe werkgelegenheid komt. Het summiere literatuuroverzicht lijkt echter eerder summier te zijn. We kunnen de zaken immers ook helemaal omdraaien. De automatische indexaanpassing van de lonen in België is een baken van stabiliteit en vertrouwen voor de consument en de werknemer. Ze weten dat hun koopkracht behouden blijft en daarom moeten ze net niet aan voorzorgsparen doen. Een indexsprong zou pas een breuk betekenen in het vertrouwen van de mensen en samengaan met een vermindering van de consumptie. Een indexsprong is immers een precedent die veel onzekerheid schept over de reële verloning van werknemers.

Vergeten internationale context

Daarnaast een meer fundamentele kritiek. Een stijging van de werkgelegenheid door een daling van de loonkost is deels een relatief gegeven – als je ervan uitgaat dat de nieuwe jobs een gevolg zouden zijn van een grotere concurrentiekracht.[1] Dergelijke studies gaan echter steeds uit van een buitenland dat niet reageert. Natuurlijk kijken landen naar elkaar en de loonmatigingspolitiek in Duitsland is net de voornaamste reden waarom ook in België nagedacht wordt over een indexsprong. De kans is groot dat onze buurlanden zullen reageren op een Belgische loonmatiging met een koekje van eigen deeg. Gevolg: het opdrogen van de interne markt en de algemene verarming van de werkende Europese bevolking. Laat nu net die doorgedreven loonmatiging volgens de International Arbeidsorganisatie mee aan de basis liggen van de crisis.

Vergeten sociale vraagstukken

Ten slotte heeft het hele indexdebat nood aan meer aandacht voor de verdelingskwestie. Los van de kwestie van hoeveel jobs een indexsprong oplevert, moet men ook de vraag stellen wie precies profiteert van een indexsprong. Zoals de voornoemde studie eigenlijk ook erkent, is een (tijdelijke) afschaffing in het nadeel van laagste lonen en de zwakkere sectoren. Dat is nu een element dat volledig ontbreekt in het debat. Leidt een afzwakking van het indexsysteem niet tot meer ongelijkheid of misschien wel meer werkende armoede?

Conclusie

We concluderen dat studies belangrijk zijn om het maatschappelijke debat te ondersteunen met cijfers, maar dat ze niet mogen gezien worden als een Bijbel voor het beleid. Een indexsprong is een politieke keuze met niet enkel gevolgen voor de werkgelegenheid en de consumptie. Al te vaak wordt het Belgisch indexmechanisme door buitenstaanders aanzien als een vreemd element, terwijl het net één van die zaken zijn die ons sociaal-economisch model stabiliseert.

3.01.2012

LBC over onze index

Kameraden en vrienden, we gaan het vandaag andermaal hebben over de index. Ferre Wyckmans, van LBC, heeft een stevig opiniestuk neergepend, dat wij dus integraal rimpen:


In Griekenland heeft de sanering een pijnlijk dieptepunt bereikt. De komende jaren dreigen weinig perspectief te leveren voor de gemiddelde Griek. In Spanje worden de beschermende regels van de arbeidsovereenkomsten terzijde geschoven. Langere werktijden en vlugger, goedkoper en makkelijker ontslaan van werknemers is het nieuwe wonderrecept. Bij ons worden de werkloosheidsuitkeringen verminderd en staat de automatische indexering van de lonen pertinent ter discussie. De idee van een ethische minimum-belasting voor vennootschappen wordt als ‘dommemanspraat’ meteen gekelderd. Het bekoren van de economische krachten is de leidraad geworden van alle politieke uitspraken en daden. Dat werknemersrechten daarvoor sneuvelen is allemaal in de prijs inbegrepen.
Wie het waagt om daar enige nuance bij te plaatsen, wie durft om het begrip “verworven sociale rechten” te hanteren is een onverlaat, die onverantwoordelijkheid met ouderwetsheid combineert. Verworven sociale rechten zijn uit den boze, verworven fiscale werkgeversrechten daarentegen zijn heilig en onaantastbaar.
De hardnekkigheid waarmee de automatische index wordt bekampt, is symptomatisch. Het afschaffen is dan zogenaamd niet aan de orde. Het beperken, uitstellen, overslaan, herzien, creatief aanpassen enz. is dat echter des te meer. In elk van die gevallen is een ingreep aan de index een koopkrachtverlies voor de werknemers. Maar een niet of slechts gedeeltelijke indexering betekent – we spreken voor de privésector – ook minder inkomsten voor de overheid (belastingen op een niet gestegen loon) en de sociale zekerheid. Slechts één winnaar in dit verhaal: de werkgevers.
Het niet indexeren van lonen betekent dat die lonen niet worden aangepast aan de levensduurte en dat dat deel in de onderneming blijft. In de meeste ondernemingen zal dit dus bij de winst komen en dus de aandeelhouders ten goede komen. Op die basisredenering hebben we van de voorstanders van de indexingrepen nog geen aanzet tot het futielste antwoord gelezen.
Zij houden het erbij dat wat goed is voor de ondernemingswinst, ook goed is voor de jobcreatie. Daar kunnen de werknemers bij Arcelor Mital en bij Inbev u fraaie ervaringen van uit de doeken doen.
Het is niet zo dat bedrijfswinsten automatisch leiden tot behoud of toename van tewerkstelling. Daarom luidt onze stelling onverkort en krachtig: werknemers hoeven geen koopkracht in te leveren om de winsten van bedrijven te doen toenemen en om aandeelhouders te plezieren. Dit is geen ouderwetse vakbondspraat, het is de kern van het verdelingsvraagstuk.

Het behoud van de index is dus geen symbooldossier, het is een reëel dossier dat gaat over het behoud van koopkracht voor wie werkt. De indexdiscussie reduceren tot iets symbolisch maakt een karikatuur van de werkelijkheid. Die symboolaanpak is een welbewuste strategie om het af te doen als iets ouderwets, niet meer van deze tijd... zoals vakbonden ook in die ouderwetse hoek moeten geduwd worden. We zouden niet bezig zijn met wat er echt schort of leeft. We zouden de band met de realiteit verloren hebben en al helemaal de voeling met de werkvloer.
Dat onze communicatie verbeterd kan en moet worden, dat we inzake verdere analyse van strategie en werking zullen moeten vernieuwen, dat we nog meer zullen moeten luisteren en het gesprek aangaan,... allemaal vierkantig waar. Maar qua representativiteit durven we nog wel een boompje opzetten en zullen we de lessen van onze leden en militanten zeer ter harte blijven nemen. Als cijfers iets betekenen dan toch deze bemerking.

In Vlaanderen hebben alle politieke partijen samen zo’n 235.000 leden. LBC-NVK heeft in Vlaanderen en Brussel 320.000 leden. We willen bescheiden blijven... er zijn immers nog meer mensen niet dan wel aan¬gesloten, maar ons in de hoek van de aftandse clubjes steken, ho maar!

2.23.2012

de index is niet het probleem

Kameraden en vrienden, je kan geen krant openslaan of je komt weer een nieuw 'ballonnetje' tegen, opgelaten door de werkgevers of een van haar spreekbuizen. Iets wat schier dagelijks wordt aangevallen is de index. Het spreekt voor zich dat de index een zeer belangrijke verworvenheid is. Het indexmechanisme is een verworvenheid om de koopkracht een beetje op peil te houden. Het is al meerdere keren aangevallen, met onder andere de constructie van gezondheidsindex. Die gezondheidsindex heeft onze koopkracht al serieus ondergraven. Maar de index die ons rest die moeten blijvend verdedigen.

Hieronder een zeer lezenswaardige tekst van het ACW.

Inflatie en gebrek aan rechtvaardige fiscaliteit zijn het probleem. Niet de index.

Alexander De Croo zette vorige week opnieuw de aanval in op de automatische indexering. Blijkbaar is het regeerakkoord enkel een bijbel als de werknemers reparaties vragen. Nochtans is in het regeerakkoord ook afgesproken om de index te vrijwaren.

Niet de index is het probleem, wel de inflatie. En in het bijzonder de overdreven prijzen voor energie in België. Uit de prijzenanalyse van de energiewaakhond CREG blijkt dat we voor elektriciteit en aardgas in België fors meer betalen dan in de buurlanden.

“De werknemers dreigen door het gebrek aan prijscontrole op energie zelfs verschillende keren het gelag te betalen” waarschuwt ACV voorzitter Marc Leemans.

“Een eerste keer rechtstreeks via de factuur. Maar tegelijk stuwen de hoge energieprijzen ook de inflatie en dus de index de hoogte in. Wat alleen maar koren op de molen is van diegenen die pleiten voor het afschaffen van die index. Wat nog zwaardere gevolgen zou hebben voor het inkomen van iedere werknemer. Totaal fout natuurlijk, niet de index is het probleem maar wel de ongecontroleerde energieprijzen. We dringen dan ook aan bij de regering om snel werk te maken van controle op de energieprijzen.”

Uiteraard is het concurrentievermogen van de Belgische economie zeer belangrijk. Het ACV is er voorstander van om de loonkosten te beheersen. Daarvoor zijn er echter veel betere alternatieven dan een eenzijdige ingreep via de index die alleen maar de werknemers en gerechtigden op sociale uitkeringen treft. Veel rechtvaardiger en doelmatiger is de lasten op arbeid te verminderen en te vervangen door een alternatieve financiering van de sociale zekerheid waarbij ook vermogens en andere inkomstenbronnen worden aangesproken. In een studie van april 2011 kwamen de Nationale Bank en het Planbureau al samen tot deze conclusie.

Bovendien zijn loonkosten maar één aspect van het concurrentievermogen. Minstens even belangrijk zijn de investering in opleiding waarvan recent opnieuw bevestigd werd dat die ondermaats is; meer doelmatige economische en innovatiesteun en het opschuiven naar markten met een sterk groeipotentieel.

Men vergeet bovendien dat ons systeem van loonvorming gebaseerd is op 2 pijlers: automatische indexering en de tweejaarlijkse onderhandeling over de loonmarge. Die twee verhouden zich tot elkaar als een siamese tweeling, zoals Luc Coene ooit opmerkte.

11.08.2011

Snoeien om te groeien?

Ferre Wyckmans, van de Landelijke BediendenCentrale, stelt zich heel wat vragen bij het discours van de laatste tijd.
'we moeten snoeien om te groeien', 'we moeten af van de taboes', 'de index tast onze concurrentiepositie aan', en ga zo maar door. Allemaal neoliberale dooddoeners die geen aanvaardbare basis zijn voor een verstandig en doordacht sociaal beleid.

We nemen het hier bijna integraal over:

“We zullen het allemaal voelen”, is de dooddoener die politici uitspreken om in te hakken op verworvenheden die het resultaat zijn van meer dan 125 jaar sociale geschiedenis. Als politici verkondigen dat we ‘af moeten van de taboes’, weten we maar al te goed dat ze het vooral over sociale taboes hebben. Andere taboes blijven moeiteloos overeind: de vraag naar een rechtvaardig geïnde vennootschapsbelasting, de roep om de afschaffing van de notionele intrestaftrek, het pleidooi voor een belasting op grote vermogens. Aan die taboes mag blijkbaar niet worden getornd.

Het debat over de werkloosheid kan je niet reduceren tot een louter statistisch discours. Werkloosheid is geen comfortabele fauteuil waarin luieriken zich nestelen. Het is een harde bank, net zoals veel jobs onaanvaardbaar hard zijn. Slechtbetaalde banen, met werkomstandigheden die niet meer van deze tijd zijn, vormen geen goed alternatief. De maatschappij en de politieke klasse moeten interesse tonen om de werkomstandigheden, dus ook de lonen, aan te passen. Heeft het enige maatschappelijke meerwaarde om werklozen te viseren en in hun uitkeringen te snoeien zodat ze letterlijk uit armoede een haast even armoedige baan moeten aannemen?

Natuurlijk niet.

Meer armoede

De spaarquote in ons land zit in de lift. In de mondiale statistieken spannen de Belgen de kroon als het over spaargeld gaat. Wel te verstaan: de gemiddelde Belg. Tegelijkertijd geven àlle, ik herhaal àlle, Vlaamse, Belgische, Brusselse en Europese studies, aan dat de armoede in ons land toeneemt. Er zit dus flink wat fout.
Nu al is er een gigantisch verschil tussen wat echte rijken aan inkomens en vermogens hebben en de situatie van de Belgische middenmoot. De verschillen tussen wie bovenaan de inkomensladder staat en het toenemende aantal onderaan nemen hallucinante proporties aan. Zo’n probleem los je niet op door de laagste inkomens van werkenden of werklozen onderling anders te verdelen onder het mom van de solidariteit.
Nog maar eens wordt de index onder druk gezet omdat die de concurrentiekracht van onze economie zou aantasten. De tegenstanders van de index willen niet horen dat het mechanisme juist bewerkstelligde dat mensen hun koopkracht behielden. Zonder index zouden alle werkenden en alle sociaal verzekerden hun koopkracht zien achteruitgaan. Durft er iemand met politieke verantwoordelijkheid dat zo letterlijk, oog in oog met een kiezer, te vertellen? Wie de index afschaft, zit in de zakken van alle werknemers.
Snoeien om te groeien is in de landbouw misschien een goed principe. Maar op sociaal gebied is deze methode absoluut te mijden.

Duitsland

Vergelijken met wat er rondom ons gebeurt, lijkt misschien de redelijkheid zelve. Maar dat is niet zo. In Duitsland verminderde de reële koopkracht, lees: werknemers gingen daar minder verdienen. Vergelijken met Duitsland betekent in wezen dat je pleit voor lagere lonen om de concurrentiekracht te ondersteunen. De vakbonden vinden zoiets een heilloze weg. Zij weten gelukkig beter en beseffen dat het onverstandig zou zijn om de Duitsers blindelings achterna te lopen.
Alles wat er aan sociale verworvenheden bestaat voor werknemers en sociale uitkeringstrekkers is er gekomen omdat de vakbonden overtuigende argumenten uitspeelden en strijd leverden. Dit is ons erfgoed dat we samen delen. Wie een aanslag pleegt op die verworvenheden, tast onze eigenheid aan. Geen sprake van dus!

9.14.2011

Cruciale maanden volgens Cortebeeck

In het weekblad van het ACW, Visie, geeft Luc Cortebeeck, voorzitter van het ACV, een terugblik op de gebeurtenissen van de zomer en een vooruitblik naar wat ons nog te wachten staat.
Enkele treffers:


"Er treedt bij veel mensen zelfs een soort gewenning op aan dat soort slecht nieuws. Maar het blijft ongelofelijk wat er allemaal gebeurt. Eerst moeten de overheden ingrijpen om het financiële systeem te redden en nu zegt diezelfde financiële sector aan de landen dat ze niet meer kredietwaardig zijn. De almacht van ratingbureaus lijkt toe te nemen naarmate hun ongeloofwaardigheid stijgt.
Neem nu die misser van 2.000 miljard dollar bij de rating van het Amerikaanse overheidspapier door Standard & Poor’s. Een ‘rekenfoutje’ met wel heel verstrekkende gevolgen."

“Vanuit de financiële markten en ‘onafhankelijke’ denktanks en aan de politieke rechterzijde is er veel druk om snel en hard te gaan besparen, begrijp: in alles wat sociaal is. Dat is zo kortzichtig. Er zal op een wijze manier ook moeten bespaard worden. Maar daarmee alleen dreigt de economie helemaal stil te vallen. We hebben duurzame economische groei nodig. Want een economie die opnieuw aantrekt, die zorgt voor meer jobs. En meer jobs, dat betekent niet alleen meer inkomsten voor de werknemers en de bedrijven, maar ook voor de overheid. En als er meer mensen aan de slag zijn, moet de overheid ook minder uitgeven. Dat is dubbele winst. Die kortzichtigheid duikt ook op in andere discussies. Neem nu het hele debat over de index. Wat zou er gebeuren als we de index afschaffen? Of een indexering overslaan? Dan verdwijnt alle consumentenvertrouwen en zakt de binnenlandse koopkracht als een pudding ineen. Daar zijn de werknemers, maar ook onze bedrijven en economie de eerste slachtoffers van. En ik vind dat niet uit, hé. Dat is wat er de laatste maanden gebeurd is in Duitsland. Trouwens, niet de index is de oorzaak van inflatie. De echte oorzaak is het gebrek aan controle op de prijzen. Het is toch niet normaal dat we in België twee keer zoveel betalen voor onze elektriciteit als in onze buurlanden? Het wordt tijd dat daar iets aan gedaan wordt.”

“De onderhandelaars staan voor een zeer moeilijke klus, een onontwarbaar kluwen. De staatshervorming, de sanering van de openbare financiën en een vernieuwd sociaaleconomisch beleid… Het is niet makkelijk. En ook allemaal met elkaar verweven.
Maar het wordt wel hoog tijd voor een nieuwe regering die de nodige en de goede beslissingen kan nemen. Neem nu de dienstencheques waar vorige week zo veel over te doen was. Dat systeem staat budgettair op instorten. Wat bijzonder erg zou zijn voor de werknemers en voor de gezinnen die de cheques gebruiken voor huishoudelijke hulp. Het systeem moet dus doordacht bijgestuurd worden. Het ACV koos voor een rechtvaardige aanpak met zijn voorstel om de fiscale aftrek voor rijkere gezinnen die veel cheques gebruiken af te bouwen.
Maar het is uiteindelijk alleen een regering die deze beslissingen kan nemen. Om haar rekeningen op orde te krijgen zal de nieuwe regering een pak maatregelen moeten nemen. En de tijd dringt. Je merkt dat Europa zenuwachtig begint te worden over België. Midden oktober moeten we trouwens onze begroting aan Europa kunnen voorleggen."

“Toen Di Rupo begin juli zijn nota voorstelde, hebben we scherp gereageerd. Dat moest ook. Het laten zakken van werkloosheidsuitkeringen naar een minimumbedrag bijvoorbeeld, en ze beperken in de tijd, dat kunnen we toch niet pikken? De minimumuitkeringen die mensen nu krijgen, liggen al zwaar onder de Europese armoedenorm.
Ondanks alle inspanningen om ze te laten stijgen. Daar nog op beknibbelen zou simpelweg betekenen dat we armoede gaan organiseren. Besparen in de gezondheidszorg is een ander gevoelig punt. Misschien is daar wel budgettaire ruimte in de voorziene groei, maar we willen zeker zijn dat dit niet terechtkomt op de kop van patiënten en werknemers.
Maar Di Rupo gaf ook enkele hoopgevende signalen. Eindelijk is er een opening om inkomsten uit vermogen te belasten. Daarmee komen we tot de kern van de zaak: als de regering nieuwe inkomsten wil aanboren, en ze heeft weinig andere keuzes, dan moet ze die zoeken bij de sterkste schouders. Bij de Belgen met een inkomen uit arbeid is geen ruimte voor extra belastingen. Die marge is er wel bij de grote vermogens, in de vennootschapsbelasting en in de strijd tegen fiscale fraude en ontduiking, zoals onze buurlanden doen. De berichten over de megafraude in de diamantsector illustreren dat pijnlijk.”

“Voorstellen van Europa zijn altijd zeer voorspelbaar. Als het van de Europese Commissie afhangt, vallen de klappen altijd in dezelfde hoek: die van de werknemers en van de uitkeringtrekkers.
Dat is niet anders met de Europese pensioenvoorstellen.
Ik denk dat we allemaal wat langer zullen moeten werken. Maar daarvoor moet de wettelijke pensioenleeftijd niet verhogen. Er zit nog wel wat rek op de effectieve uittredingsleeftijd. Je merkt dat mensen dat ook beseffen. Voor de evaluatie van het Generatiepact, nog zo'n dossier dat eraan komt, heeft het ACV zitten rekenen. En wat blijkt? Sinds 2005 is het aantal werkenden van 50 tot 64 jaar, gestegen met meer dan 200.000. We halen dus ruimschoots de doelstellingen. En die cijfers zullen nog stijgen. Wat zou het verhogen van de pensioenleeftijd trouwens oplossen? Oudere werknemers gaan dan waarschijnlijk massaal naar de werkloosheid of ziekteverzekering, waar volgens allerlei goeroes ook stevig bespaard zou moeten worden. Is dat dan de oplossing? Voor de werkgevers waarschijnlijk wel. Maar dat ze maar beginnen met jobs aan te bieden waarin de werknemers langer kunnen blijven werken. Want als het Generatiepact zijn doelstellingen niet gehaald heeft, is het vooral op dat punt.”